CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

965906 Oprichting stichting en vaststellen kaders voor een toekomst bestendige Wintertuin - brief Versteeg nav 13 november 2024 (geanonimiseerd)

Raadsvergadering 27 november 2024, gemeente BaarnBij agendapunt: Oprichting Stichting en vaststellen kaders van een toekomstbestendige Wintertuin1.789 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

& Versteeg advocaten

Macro

(geanonimiseerd) Aan en

het college

van

burgemeester

wethouders

van

Baarn

dv BAARN

datum

18

onze

2023.0007

uw

referentie referentie

november

2024

-/-

betreft

raadsvoorstel

965906

Geacht

college,

Op

13

novemberjl. ben ik

leg

tussen

meente

de

kaders

van

nische vragen len 25g,

overleg

leden

in aanwezigheid

met

de

van

over

exploitatie

van

de

geweest bij de

raad

behandelend

over-

ge-

gemeente

uw

de Wintertuin leden

uw

ambtenaren

de oprichting door van

een

van

het

de

raad tech-

van

en

vast-

gesteld die betrekking hebben op (il) de toepasselijkheid van de artikevan de Mededingingswet (beter bekend als de Wet markt en de

toepasselijkheid van, kort gezegd, het Didam-arrest*. Tijdens het stilgestaan bij de vraag of er andere politieke keuzes mogelijk zijn dan

dat

uw

college heeft gedaan.

op mij genomen

de antwoorden

beknopt zakelijk

eveneens

met

die exploitatie zijn door verschillende

voor

(ii)

en

is ook

het voorstel Ik heb

college aanwezig

uw

volgende

en

overheid)

van

dat voorziet in besluitvorming

stichting die belast wordt

een

stellen

verzoek

raadsvoorstel 965906

over

Over het voorstel van

op

portefeuillehouder uit uw college

in te

op de

vragen kort schriftelijk te bevestigen over

de

vraag of

hetgeen op 13 november jl.

aan

de

gaan

op

de

discussie

en

andere po-

een

litieke keuze mogelijk is,

Alvorens verslag

mij belangrijk

te doen

van

dat op

te geven

aan

15 november jl. de

orde is geweest,

Hoge Raad uitspraak

heeft

lijkt ge-

in, wat ik gemakshalve het Didam II arrest noem? In deze uitspraak heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de regels uit het Didam-arrest niet pas gelden vanaf die daan

uitspraak

van

2021

omdat

bestuur die voorafgaand

Ì ?

Jacob

Amsterdam

Postbus

175

van

Zie ECLI:

Obrechtstraat 20-1hg

1071 KM

Onze

Arrest

algemene voorwaarden

de Hoge

Raad

zij gebaseerd zijn

aan

26

van

het

op

algemene beginselen

Didam-arrest ook al

november

2021,

ECLI:

van

toepassing

van

behoorlijk

waren.

2021:1778.

2024:1661.

T +31

(0)20

M +31

(O)6 53

2100

AD

versteeg@macroversteeg.com

11

64

arnold.

110

437

www.macroversteeg.com

760

Heemstede

zijn te vinden op www.macroversteeg.com/av/

KvK:

57823987

Macro

& Versteeg

advocaten

De Hoge Raad heeft vervolgens geoordeeld dat een koopovereenkomst die in strijd met de Didam-regels is gesloten , niet om die reden nietig of vernietigbaar is. Zo’n overeenkomst is dus geldig. Het feit dat de regels uit het Didam-arrest niet gevolgd

zijn , betekent wel dat de betrokken overheid in beginsel onrechtmatig heeft gehandeld jegens een (potentiële) gegadigde die ten onrechte geen gelijke kans heeft gekregen. Die (potentiële) gegadigde kan mogelijk aanspraak maken op schadevergoeding. Ook kan onder omstandigheden aanleiding bestaan om op vordering van de gegadigde een verbod op te leggen om over te gaan tot het onrechtmatig handelen. Bij dat laatste dient bedacht te worden dat daarvoor wel nog de mogelijkheid moet bestaan , bijvoorbeeld in geval de levering van een onroerende zaak nog niet heeft plaatsgevonden. Ik kom over

1.

2.

dan toe

aan

mijn verslag

van

het overleg

van

13 november jl.

de toepasselijkheid van de Wet markt en overheid Tijdens het overleg van 13 november jl. heb ik gerefereerd aan het advies dat ik op verzoek van uw college op 23 februari 2023 heb uitgebracht. In dat advies heb ik aangegeven waarom naar mijn mening met de kanttekeningen die ik heb gemaakt , aangenomen mag worden dat verhuur van de Wintertuin aangemerkt kan worden als een activiteit in het algemeen belang als bedoeld in artikel 25h , vijfde en zesde lid , van de Mededingingswet. Die opinie steunt mede op de constatering dat de raad van uw gemeente bij besluit van 28 januari 2015 de verhuur van maatschappelijk en strategisch vastgoed van uw gemeente heeft aangewezen als een activiteit in het algemeen belang. Van het raadsbesluit maakt een bijlage deel uit waarin “een niet uitputtend overzicht (is) opgenomen van verschillende objecten c. q. organisaties die mogelijk vallen onder de economische activiteit die van algemeen belang is verklaard. ” Volgens het raadbesluit wordt “de activiteit (…) van algemeen belang verklaard , niet de locatie of de organisatie.

” Gelet op het feit dat de Wintertuin was opgenomen op de lijst behorende bij de raadsvoordracht uit 2014 en gelet op aard en karakter van de Wintertuin meende en meen ik dat er goede gronden zijn om de verhuur van de Wintertuin aan te merken als (onderdeel) van de economische activiteit die aangewezen is als een activiteit van algemeen belang. Daarvoor is niet doorslaggevend dat de Wintertuin niet is genoemd in bijlage bij het raadsbesluit omdat die bijlage een “niet uitputtend overzicht” bevat van de panden waarop de aanwijzing van de activiteit betrekking heeft.

Tijdens het overleg van 13 november jl. heb ik aangegeven dat als de raad in de uitleg van zijn besluit van 28 januari 2015 onvoldoende steun vindt voor de gedachte dat de verhuur van de Wintertuin een activiteit is die uitgevoerd wordt in het algemeen belang , de raad de bevoegdheid heeft om ofwel een apart besluit te

2/5

Macro

de verhuur

5 Versteeg

advocaten

de Wintertuin als een activiteit die uitgevoerd wordt in het algemeen belang ofwel de lijst behorende bij het besluit van 28 januari 2015 aan te vullen en de Wintertuin op die lijst te plaatsen. Ik heb aangegeven een voorkeur te hebben voor de tweede mogelijkheid omdat de motivering voor de aanvulling beperkt kan blijven tot een onderbouwing van aard en karakter van de Wintertuin als een onroerende zaak met een maatschappelijke betekenis en functie. nemen

over

van

over

de Didam-arresten

8

Indachtig de redengeving in het arrest van de Hoge Raad van 15 november jl. de werking van de eerder gegeven regels in het eerste Didam-arrest niet in tijd te beperken , zie ik ook geen aanleiding die regels alleen van toepassing te achten op de verkoop van onroerende zaken. Naar mijn mening volgt uit de algemene beginselen van behoorlijk bestuur dat een overheid die een economische activiteit wil uitbesteden aan een of meerdere marktpartijen , dient na te gaan of er interesse bestaat voor een opdracht en zo ja , of er meerdere partijen zijn die belangstelling hebben. Voor zo’n uitvraag is temeer reden nu de Hoge Raad in zijn arrest van vrijdag jl. ook heeft bepaald dat als een overheid aan die verplichting voorbijgaat , in beginsel sprake is van een onrechtmatige daad die grondslag kan zijn voor een vordering tot vergoeding van schade. In het midden blijft dan óf er schade is geleden door het onrechtmatig handelen en zo ja , welke schade voor vergoeding in aanmerking komt. Voor dit moment is van belang dat de Hoge Raad oordeelt dat er reden kan zijn voor zo’n vordering omdat een overheid die voorbijgaat aan de mogelijkheid dat er andere partijen geïnteresseerd kunnen zijn , om die reden al onrechtmatig is. Tijdens het overleg van 13 november jl.

heb ik aangegeven dat als uw gemeente voornemens zou zijn een stichting op te richten die belast wordt met de exploitatie van de Wintertuin , raadzaam is na te gaan of er voor die opdracht belangstelling in de markt bestaat. De uitvraag zou geformuleerd kunnen worden in termen van de opdracht (zorg dragen voor de exploitatie van de Wintertuin) binnen de door uw gemeente gestelde voorwaarden (minimale opbrengst , beperkingen aan mogelijkheden van verhuur in verband met de monumentale status en beperkingen voortvloeiend uit het voorkomen van hinder). In de uitvraag zou naar mijn mening niet moeten worden gesteld dat de entiteit die voor de opdracht in aanmerking komt , een stichting dient te zijn. Ik zou de keuze voor de rechtsvorm aan de markt laten maar naar mijn mening is wel gerechtvaardigd te verlangen dat sprake is van een rechtspersoon. Uw gemeente zou naar mijn mening ook moeten aangeven of uw gemeente invloed wenst (in de vorm van benoeming van leden van het bestuur of een toezichthoudend orgaan) en er zou ook iets gezegd moeten worden over de vergoeding voor de te verrichten werkzaamheden. Ik heb

3/5

Macro

& Versteeg

advocaten

er moeite mee als de entiteit zijn werkzaamheden voor niets zou moeten doen omdat de entiteit kosten maakt en ook al werkt de entiteit ten behoeve van een activiteit van algemeen belang , de te maken kosten zullen op de een of andere manier vergoed moeten worden. Ik verbind hieraan wel dat uw gemeente naar mijn mening mag verlangen dat de begroting voor de activiteiten de goedkeuring van uw gemeente behoeft ,

partij is die zich met deze taak wil belasten onder de door uw gegestelde voorwaarden , dan is naar mijn mening duidelijk dat die partij bij de keuze van gegadigden voor gebruik of huur van de Wintertuin dezelfde maatstaven moet toepassen die uw gemeente zou hebben gehanteerd indien zij de activiteit zelf had uitgevoerd. Dit betekent dus niet alleen dat de entiteit regels uit het eerste Didam-arrest zal hebben te volgen omdat de entiteit in de plaats van uw gemeente is getreden maar ook dat relevante beleidsregels of -kaders van uw gemeente van toepassing zijn. Indien

er een

meente

Uit het tweede Didam-arrest volgt hoe belangrijk is het een uitvraag te hebben gedaan omdat daarmee een potentiële aansprakelijkheid voor een gemiste kans vermeden wordt , over

het raadsbesluit

Ze

Tijdens het overleg is aan de orde gesteld of een andere keuze dan voorgesteld in de raadsvoordracht mogelijk is. Op die vraag heb ik geantwoord dat naar mijn mening in het raadsvoorstel een duidelijke keuze is gemaakt maar dat daarmee niet gezegd is dat andere opties uitgesloten zijn. Ik heb daaraan toegevoegd dat dit een beleidsvraag en niet een juridische kwestie is en dat de raad daarover zelf een besluit kan nemen indachtig dat primair sprake is van een collegebevoegdheid. Ik heb de gelegenheid te baat genomen om de geschiedenis van de exploitatie van de Wintertuin in herinnering te roepen en erop te wijzen dat er op verschillende manieren geprobeerd is invulling te geven aan het gebruik van de Wintertuin op een (economisch) bestendige manier en dat gebleken is dat de Wintertuin een lastig gebouw is. Op vragen van verschillende leden van de raad tijdens het overleg van 13 november jl. heb ik geantwoord dat in mijn lezing van het raadsvoorstel , de voordracht gelezen moet worden als de start van een proces op basis van een duidelijke keuze van het college die teruggaat op extern advies beheer en exploitatie te scheiden. Indien de raad met het voorstel instemt , zal het college de uitwerking van de gekozen route ter hand dienen te nemen binnen de in het voorstel gegeven kaders en met inachtneming van de regels van de Mededingingswet en de Didam-arresten.

4/5

Macro

5 Versteeg

advocaten

Ik hoop met het vorengaande te hebben voldaan aan mijn toezegging overleg en verdere assistentie steeds graag beschikbaar ,

en

ben

voor

(geanonimiseerd) Macro & Versteeg A. J. H. W. M. Versteeg

5/5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14842471/1