952742 VVGB Schoolstraat 53-53D Bijlage 11 Verkennend onderzoek archeologie
Tekst van het document
Archeologisch vooronderzoek plangebied Schoolstraat 53 te Baarn, gemeente Baarn Ruimtelijk advies op basis van bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase)
Rapportnummer:
V2493
Projectnummer:
V22-5323
Status en versie:
Definitief, versie 2.1
In opdracht van:
B&S Realestate
Rapportage:
W.J. Weerheijm, F.P.J. van Puijenbroek
Plaats en datum:
Amersfoort, 24 juni 2024
Niets uit dit werk mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook, daaronder mede begrepen gehele of gedeeltelijke bewerking van het werk, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Vestigia BV Vestigia BV Spoorstraat 5 3811 MN Amersfoort telefoon 033 277 92 00 info@vestigia.nl
V23-5323: Archeologisch vooronderzoek plangebied Schoolstraat 53 te Baarn, gemeente Baarn
Versie 1.0
Status Concept
Datum 30 augustus 2023
2.0
Definitief
12 juni 2024
2.1
Definitief
24 juni 2024
Initiatief Toponiem / locatie Plaats Gemeente Provincie Opdrachtgever Contactpersoon Oppervlakte plangebied Oppervlakte onderzoeksgebied Diepte grondwerkzaamheden Huidig grondgebruik Zaakidentificatie (Archis3) Soort onderzoek RD- coördinaten van het plangebied Kaartblad (1:25.000) Uitvoerder Datum veldonderzoek Toetser rapport Projectleider Projectmedewerkers
Beheer en documentatie
Bevoegd gezag
Deskundige namens bevoegd gezag
Documentbeheer Toelichting Eerste concept ter goedkeuring opdrachtgever en bevoegd gezag Definitief op verzoek opdrachtgever en bevoegd gezag Definitief na verwerking opmerkingen bevoegd gezag
Autorisatie W.A.M. Hessing
W.A.M. Hessing
W.A.M. Hessing
Projectgegevens Nieuwbouw woningen Schoolstraat 53 Baarn Baarn Utrecht B&S Realestate B.V. Dhr. M. van de Boom Ca. 0,6 ha Plangebied + buffer 500 Onbekend (nieuwbouw woningen, aanleg infra etc.) Bebouwde kom 5456130100 Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) 148.737 / 469.284 32A Soestdijk Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie 23 augustus 2023 Drs. W.A.M. Hessing, Senior KNA Archeoloog / Senior KNA prospector (97049866) mr. W.J. Weerheijm MA, sr. KNA BO archeoloog/ KNA Prospector MA (38767204) mr. W.J. Weerheijm MA, sr. KNA BO archeoloog/ KNA Prospector MA (38767204) F.P.J. van Puijenbroek MSc, KNA Prospector MA (66852666) Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie E-depot Nederlandse Archeologie (EDNA) via DANS EASY: https://easy.dans.knaw.nl/ui/home Gemeente Baarn Postbus 1003 3740 BA Baarn NMF Erfgoedadvies Mevr. Y. Burnier
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2493, Definitief, versie 2.1, d.d. 24 juni 2024
2
V23-5323: Archeologisch vooronderzoek plangebied Schoolstraat 53 te Baarn, gemeente Baarn
Inhoudsopgave Samenvatting en advies..................................................................................................................................... 5 Onderbouwing advies........................................................................................................................................ 7 1 Projectomgeving ....................................................................................................................................... 7 1.1 Afbakening plangebied en consequenties toekomstig gebruik ........................................................ 7 1.2 Onderzoeksdoel en -methode .......................................................................................................... 7 2 Beleidskader ............................................................................................................................................ 10 2.1 Wettelijk kader ............................................................................................................................... 10 2.2 Gemeentelijk erfgoedbeleid ........................................................................................................... 10 3 Verwachtingsmodel ................................................................................................................................
12 3.1 Natuurlijk landschap ....................................................................................................................... 12 3.2 Historisch landschap ....................................................................................................................... 13 3.3 Bouwhistorische waarden .............................................................................................................. 19 3.4 Archeologische waarden ................................................................................................................ 19 3.5 Tweede Wereldoorlog .................................................................................................................... 22 3.6 Gespecificeerde archeologische verwachting ................................................................................ 23 3.7 Advies vervolgonderzoek (LS05) ..................................................................................................... 24 4 Inventariserend veldonderzoek .............................................................................................................. 25 4.1 Doelstelling .....................................................................................................................................
25 4.2 Toegankelijkheid van het onderzoeksgebied ................................................................................. 25 4.3 Onderzoeksmethode ...................................................................................................................... 25 4.4 Resultaten veldonderzoek .............................................................................................................. 26 4.5 Conclusies veldonderzoek .............................................................................................................. 27 5 Advies vervolgonderzoek (LS05) ............................................................................................................. 29 Literatuur ......................................................................................................................................................... 31 Digitale bronnen .............................................................................................................................................. 32 Afbeeldingen ................................................................................................................................................... 33 Tabellen ...........................................................................................................................................................
33 Bijlagen en kaarten .......................................................................................................................................... 33
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2493, Definitief, versie 2.1, d.d. 24 juni 2024
3
V23-5323: Archeologisch vooronderzoek plangebied Schoolstraat 53 te Baarn, gemeente Baarn
Afbeelding 1 Luchtfoto van het plangebied. Bron: ArcGIS Online.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2493, Definitief, versie 2.1, d.d. 24 juni 2024
4
V23-5323: Archeologisch vooronderzoek plangebied Schoolstraat 53 te Baarn, gemeente Baarn
Samenvatting en advies Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie heeft in opdracht van B&R Realestate een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd voor een plangebied aan de Schoolstraat 53 te Baarn, gemeente Baarn (kaart 1; afbeelding 1). Het plangebied bestaat uit de percelen M4568, 3903 en 1758, met een oppervlakte van ca. 0,6 ha. Het plangebied is momenteel deels bebouwd en is grotendeels verhard. B&S Realestate B.V. is van plan woningen binnen het plangebied te realiseren (locatie Malvapark). Het gaat om 25 woningen, waarbij het bebouwde oppervlak van de hoofdgebouwen varieert tussen de circa 60 en 90 m2. Langs de Schoolstraat zijn 2 dubbele woningen geprojecteerd, die de toegang tot het nieuwe woonbuurtje markeren. Langs deze toegangsweg naar het binnenterrein is nog een dubbele woning geprojecteerd, die de toegang tot het gezamenlijke binnenterrein begeleidt. Op het binnenterrein zijn verschillende typen woningen gesitueerd: 1 vrijstaande woning, 6 blokjes van 2 woningen, 1 blokje van 3 woningen en een bescheiden appartementsgebouw, dat 5 appartementen bevat. Alleen langs de toegangsweg naar de parkeerkelder is voorzien in enkele parkeerplaatsen op maaiveld (voor bezoekers). Er is bewust voor gekozen om het parkeren voor de toekomstige bewoners op te lossen in een parkeerkelder.
Deze parkeerkelder is geheel verdiept, waardoor op maaiveld niveauverschillen voorkomen kunnen worden ten opzichte van de omliggende percelen. De parkeerkelder is toegankelijk vanaf de opening in de straatwand tussen de percelen op Schoolstraat 37 en Schoolstraat 41. Langs deze toegangsweg zijn nog enkele parkeerplaatsen op maaiveld voorzien. Voorafgaand aan de geplande ingrepen dient in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning in kaart te worden gebracht of er mogelijk archeologische waarden worden bedreigd. Gezien de aard van de ingrepen zullen deze mogelijk tot in de relevante archeologische niveaus reiken. Op basis van het bureauonderzoek heeft het plangebied een hoge archeologische verwachting voor alle archeologische perioden, vanwege de verhoogde ligging op de overgang van de Baarnse stuwwal naar de Eemvallei. De aanwezigheid van dekzandafzettingen en de relatief hoge ligging in het landschap maakte deze locatie in principe gunstig voor bewoning en bewerking van het land. Het plangebied ligt net op de rand van de historische kern van Baarn. Binnen het plangebied is in ieder geval al sinds het begin van de 19e eeuw sprake van bebouwing, aan de straatzijde van de Schoolstraat. Om deze verwachting te toetsen is op 23 augustus 2023 een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd.
Binnen het plangebied zijn tijdens dit onderzoek zes verkennende boringen uitgevoerd tot in het onverstoorde moedermateriaal. Binnen het plangebied bestaat het moedermateriaal uit dekzand. In vier van de zes boringen bestaat de bodemopbouw uit een verstoorde moderne bouwvoor, met daaronder het dekzand. In twee boringen is onder de bouwvoor nog een restant van een esdek aanwezig, met daaronder het natuurlijke moedermateriaal. In één van die boringen is de oorspronkelijke podzolbodem nog aanwezig en in de andere boring is de oorspronkelijke bodem in de Middeleeuwen meegeploegd zodat er geen sporen van bodemvorming meer zichtbaar zijn, maar er nog wel diepere sporen aanwezig kunnen zijn (paalkuilen, waterputten etc). Bij vier van de zes boringen zijn zoals vermeld diepe verstoringen aangetroffen tot in het dekzand; alleen bij twee boringen (boringen 5323-05 en -06) kan worden vastgesteld dat de moderne verstoring significant dieper gaat dan het niveau waar nog een archeologische verwachting voor bestaat. Bij deze twee boringen zullen eventuele archeologische waarden dus verloren zijn gegaan, maar bij de overige vier boringen is dus nog steeds sprake van een archeologische verwachting. Omdat de boringen 5 en 6 relatief ver uit elkaar liggen heeft het gehele plangebied in feite nog een archeologische verwachting.
Advies Het plangebied had bij aanvang van het veldonderzoek in principe een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische sporen en vondsten vanaf de vroege prehistorie, met aan de oostzijde aan de rand van de Schoolstraat een verwachting op bebouwing die in ieder geval aantoonbaar teruggaat tot het begin van de 19e eeuw. Op basis van het veldonderzoek is de verwachting op het aantreffen van archeologische resten nog steeds hoog, al zullen eventuele resten uit de vroege prehistorie (sites die worden gekenmerkt
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2493, Definitief, versie 2.1, d.d. 24 juni 2024
5
V23-5323: Archeologisch vooronderzoek plangebied Schoolstraat 53 te Baarn, gemeente Baarn
door een vondststrooiing van vuursteen) alleen nog intact zijn op de locaties waar nog een intacte top van de C-horizont kan worden aangetroffen. Rekening houdend met een buffer van 25 centimeter dient er vervolgonderzoek uitgevoerd te worden indien de geplande verstoringen dieper reiken dan 75 centimeter beneden maaiveld of 4,34 meter boven NAP. Gezien de aard van de voorgenomen ingrepen (nieuwbouw van woningen met aanleg van funderingen inclusief kelder, en bijbehorende infrastructuur in de vorm van cunetten en kabels en leidingen) is het waarschijnlijk dat dit niveau bij de geplande werkzaamheden zal worden verstoord. Daarnaast bestaat er nog een hoge archeologische verwachting op het aantreffen van resten van bewoning langs de Schoolstraat, die in principe al vanaf maaiveld kan worden aangetroffen. In geval er ingrepen plaatsvinden binnen onverstoorde zones adviseert Vestigia een aanvullend karterend en waarderend inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven uit te voeren (IVO-P). Voorafgaand aan de uitvoering van een dergelijk onderzoek dient altijd eerst (verplicht) een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld, dat de goedkeuring behoeft van de gemeente als bevoegd gezag.
Omdat een deel van het plangebied nog bebouwd is (op de locatie waar geen bebouwing is volgens de Kadastrale Minuut 1811-1832), kan het lonen om na de sloop nog een aanvullend booronderzoek uit te voeren om de diepte van de verstoringen aldaar te bepalen, en daarmee het gebied dat in aanmerking komt om door middel van proefsleuven te onderzoeken. Indien de ingrepen beperkt blijven tot nieuwbouw na sloop, op een locatie waar de bodem al is verstoord door de bestaande bebouwing, dan worden geen archeologische waarden bedreigd. Als de geplande ingrepen beperkt blijven tot 70 cm -mv, dan blijven deze boven het archeologisch niveau dat binnen het onbebouwde gedeelte van het plangebied is vastgesteld. Het definitieve ontwerp, met onder meer een parkeerkelder ter hoogte van de bestaande bebouwing, impliceert dat de geplande werkzaamheden naar verwachting tot voorbij het archeologisch niveau zullen reiken, en er dus vervolgonderzoek noodzakelijk is. Het bevoegd gezag, de gemeente Baarn, dient eerst over het advies in dit rapport een besluit te nemen. Het is mogelijk dat dit besluit afwijkt van het advies in dit rapport.
Wanneer het bevoegd gezag besluit dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is en het plangebied wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Baarn, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Naschrift NMF Erfgoed Advies heeft het rapport versie 2.0 getoetst namens de gemeente Baarn. In het memo kenmerk NMF-2024-191-YB wordt aangegeven dat de vervolgstappen dienen te bestaan uit: 1. Aanpassen rapport op basis van de opmerkingen en definitief ontwerp. 2. Er dient een Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven/boringen uitgevoerd te worden. 3. Voor een IVO-P is een Programma van Eisen (PvE) verplicht, dat door de gemeente als bevoegd gezag moet zijn goedgekeurd. 4. Het IVO-P zal eventuele vindplaatsen moeten traceren en waarderen.
Op basis van de resultaten van het IVO-P zal de gemeente de afweging maken of sprake is van een behoudenswaardige vindplaats en, zo ja, of deze in bodem behouden kan blijven of moet worden veiliggesteld door een opgraving. 5. Er mogen geen ondergrondse sloopwerkzaamheden of graafwerkzaamheden plaatsvinden op locatie totdat middels selectiebesluit door de gemeente vrijgave is verleend voor wat betreft archeologie, behalve ten bate van archeologisch onderzoek.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2493, Definitief, versie 2.1, d.d. 24 juni 2024
6
V23-5323: Archeologisch vooronderzoek plangebied Schoolstraat 53 te Baarn, gemeente Baarn
Onderbouwing advies 1 1.1
Projectomgeving Afbakening plangebied en consequenties toekomstig gebruik
Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie heeft in opdracht van B&R Realestate een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd voor een plangebied aan de Schoolstraat 53 te Baarn, gemeente Baarn (kaart 1; afbeelding 1). Het plangebied bestaat uit de percelen M4568, 3903 en 1758, met een oppervlakte van ca. 0,6 ha. Het plangebied is momenteel deels bebouwd en is grotendeels verhard. B&S Realestate B.V. is van plan woningen binnen het plangebied te realiseren (locatie Malvapark). Het gaat om 25 woningen, waarbij het bebouwde oppervlak van de hoofdgebouwen varieert tussen de circa 60 en 90 m2. Langs de Schoolstraat zijn 2 dubbele woningen geprojecteerd, die de toegang tot het nieuwe woonbuurtje markeren. Langs deze toegangsweg naar het binnenterrein is nog een dubbele woning geprojecteerd, die de toegang tot het gezamenlijke binnenterrein begeleidt. Op het binnenterrein zijn verschillende typen woningen gesitueerd: 1 vrijstaande woning, 6 blokjes van 2 woningen, 1 blokje van 3 woningen en een bescheiden appartementsgebouw, dat 5 appartementen bevat. Alleen langs de toegangsweg naar de parkeerkelder is voorzien in enkele parkeerplaatsen op maaiveld (voor bezoekers). Er is bewust voor gekozen om het parkeren voor de toekomstige bewoners op te lossen in een parkeerkelder.
Deze parkeerkelder is geheel verdiept, waardoor op maaiveld niveauverschillen voorkomen kunnen worden ten opzichte van de omliggende percelen. De parkeerkelder is toegankelijk vanaf de opening in de straatwand tussen de percelen op Schoolstraat 37 en Schoolstraat 41. Langs deze toegangsweg zijn nog enkele parkeerplaatsen op maaiveld voorzien. Voorafgaand aan de geplande ingrepen dient in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning in kaart te worden gebracht of er mogelijk archeologische waarden worden bedreigd. Gezien de aard van de ingrepen zullen deze mogelijk tot in de relevante archeologische niveaus reiken. 1.2
Onderzoeksdoel en -methode
Doel van het archeologisch bureauonderzoek was vast te stellen of er in het plangebied sprake is (of kan zijn) van archeologische resten die door de ingrepen verstoord dreigen te worden. Hiertoe is een bureauonderzoek verricht, waarbij voor het plangebied een specifiek archeologisch verwachtingsmodel is opgesteld. Vervolgens is een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd om het archeologisch verwachtingsmodel te toetsen. Op basis hiervan is een advies geformuleerd in het kader van de cyclus van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), protocol 4002 Bureauonderzoek en 4003 Inventariserend veldonderzoek.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2493, Definitief, versie 2.1, d.d. 24 juni 2024
7
V23-5323: Archeologisch vooronderzoek plangebied Schoolstraat 53 te Baarn, gemeente Baarn
Afbeelding 2 Inrichtingsplan. Bron: aangeleverd door opdrachtgever (aangeleverd 20-06-24).
Afbeelding 3 Doorsneden. Bron: aangeleverd door opdrachtgever (aangeleverd 20-06-24).
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2493, Definitief, versie 2.1, d.d. 24 juni 2024
8
V23-5323: Archeologisch vooronderzoek plangebied Schoolstraat 53 te Baarn, gemeente Baarn
Afbeelding 4 Parkeerkelder. Bron: aangeleverd door opdrachtgever (aangeleverd 20-06-24).
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2493, Definitief, versie 2.1, d.d. 24 juni 2024
9
V23-5323: Archeologisch vooronderzoek plangebied Schoolstraat 53 te Baarn, gemeente Baarn
2 2.1
Beleidskader Wettelijk kader
De zorgplicht voor het archeologisch erfgoed is uitgewerkt in de Monumentenwet 1988 en in de wijziging hierop; de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz, 2007). Een deel van de Monumentenwet is per 3 november 2016 opgegaan in de Erfgoedwet. Het overige deel zal te zijner tijd opgaan in de Omgevingswet. Tot die tijd blijven die artikelen die niet zijn overgegaan naar de Erfgoedwet van kracht zoals ze in de Monumentenwet van 1988 zijn benoemd. De Wamz vormde de implementatie van het Verdrag van Malta dat in 1992 door diverse Europese lidstaten is ondertekend. Hierin wordt gesteld dat het streven is archeologisch erfgoed in de bodem te beschermen en daarmee te behouden. Om dit te kunnen doen moet archeologisch erfgoed ingepast worden in de ruimtelijke ordening. Een ander uitgangspunt is dat indien behoud in de bodem (in situ) niet mogelijk is, de verstoorder onderzoek naar de archeologische waarden moet betalen. In de praktijk zijn dit de kosten voor de archeologische monumentenzorg cyclus (AMZ-cyclus). Met de invoering van de Wamz werden gemeenten verplicht om archeologiebeleid te ontwikkelen omdat artikel 38a van de Monumentenwet 1988 bepaalde dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan en bij de bestemming van de in het plan begrepen grond rekening houdt met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten.
Met invoering van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2008) werd de archeologie definitief verankerd in de ruimtelijke ordening. Bepaald werd dat gemeenten na maximaal 10 jaar een bestemmingsplan moeten herzien of vernieuwen (daarbij rekening houdend met de archeologie op grond van de Monumentenwet 1988). Op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, 2010) zijn burgemeester en wethouders bevoegd gezag in het kader van de omgevingsvergunning. Op grond van de Ontgrondingenwet zijn Gedeputeerde Staten bevoegd gezag in het kader van de ontgrondingsvergunning, voor andere gronden dan bij ministeriële regeling aan te wijzen rijkswateren. Ook is de provincie op grond van de Wro bevoegd gezag wanneer sprake is van een Provinciaal Inpassingsplan (PIP). Wanneer sprake is van een Rijksinpassingsplan (RIP) is het rijk bevoegd gezag. Verder is de minister van Infrastructuur en Waterstaat bevoegd gezag ten aanzien van de bodem en oevers van rijkswateren op grond van de Waterwet. Voor werkzaamheden die een wettelijk beschermd archeologisch rijksmonument wijzigen of verstoren, is een vergunning nodig van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verleent deze vergunning namens de minister.
2.2
Gemeentelijk erfgoedbeleid
Op de archeologische beleidskaart is het plangebied aangeduid als Archeologisch Waardevol Gebied 2 (AWG2 – AMK-terreinen, historische dorpskernen, historische bewoningslocaties) (afbeelding 5). Volgens het inmiddels verouderde bestemmingsplan Baarn Centrum (vastgesteld 2010)1 ligt het plangebied slechts deels in een zone met een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’, waarvoor archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij bodemingrepen vanaf 100 m2 en dieper dan 30 cm.
1
Ruimteliljkeplannen.nl; NL.IMRO.0308.000006-VA01.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2493, Definitief, versie 2.1, d.d. 24 juni 2024
10
V23-5323: Archeologisch vooronderzoek plangebied Schoolstraat 53 te Baarn, gemeente Baarn
Afbeelding 5 Plangebied op de archeologische waarden- en verwachtingenkaart van de gemeente Baarn. Bron: Keunen/Frank/Boshoven 2018.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2493, Definitief, versie 2.1, d.d. 24 juni 2024
11
V23-5323: Archeologisch vooronderzoek plangebied Schoolstraat 53 te Baarn, gemeente Baarn
3
Verwachtingsmodel
3.1
Natuurlijk landschap
Het plangebied bevindt zich op de overgang van de Baarnse stuwwal naar het Eemdal, op een hoogte van ongeveer 4,8 meter boven NAP (afbeelding 6).
Afbeelding 6 Maaiveldhoogteverloop rondom het plangebied. Bron: AHN-4 50cm grid.
Ten westen van het plangebied ligt de stuwwal van Baarn, met een maximale hoogte van 18 meter boven NAP. Deze stuwwal is in de voorlaatste ijstijd, het Saalien (370.000 tot 130.000 jaar geleden), gevormd door het landijs. Tijdens het Eemien werd de Eemvallei opgevuld met getijdeafzettingen en veen.2 Hier kunnen nog steeds sedimenten van worden aangetroffen, hetzij op grote diepte.3 Tijdens de vorige ijstijd, het Weichselien (circa 115.000 tot 10.000 jaar geleden) bereikte het landijs Nederland weliswaar niet, maar waren de effecten wel merkbaar. Het klimaat was zodanig koud en droog dat er sprake was van een poolwoestijn in Nederland. Hier was nauwelijks vegetatie mogelijk en de weinig aanwezige vegetatie kon het sediment ook niet vasthouden. Hierdoor kon de wind het zand moeiteloos verplaatsen en ontstonden grote stuifgebieden. Binnen het plangebied kan naar verwachting 10 tot 17 meter aan dekzand worden aangetroffen.4 Het dekzand wordt gerekend tot het Laagpakket van Wierden, onderdeel van de Formatie van Boxtel.5
2
Koopman en Pfeifer, 2012.
3
De Mulder et al. 2003.
4
https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens, boringen B32A0236, B32A0241 en B32A0420.
5
Schokker et al. 2005; De Mulder et al. 2003.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2493, Definitief, versie 2.1, d.d. 24 juni 2024
12
V23-5323: Archeologisch vooronderzoek plangebied Schoolstraat 53 te Baarn, gemeente Baarn
De opwarming van het klimaat, die begon op de overgang van het Pleistoceen naar het Holoceen, zorgde voor een stijging van de zeespiegel, waardoor ten oosten van de stuwwal van Baarn een lagune ontstond in de Eemvallei. De Eem stroomt 400 meter ten oosten van het plangebied. De Eem is circa 18 km lang en stroomt van de Heiligenbergerbeek, langs Amersfoort, Baarn, Eembrugge en Eemdijk, naar het Eemmeer. Door het gebrek aan sedimentaanvoer vanuit het achterland bleef de lagune onder invloed van de stijgende zeespiegel lang open. Onder invloed van de hogere (grond)waterstand kon aan de randen van deze lagune veenvorming plaatsvinden (Basisveen, Formatie van Nieuwkoop ). Door een toenemende afsluiting van zee door dichtslibbing van het zeegat van Bergen, verzoette de lagune (de zoetwateraanvoer door met name de Overijsselse Vecht ging overheersen) en kon deze zich uitbreiden ten koste van het veen. Na het ontstaan van een open verbinding met de Waddenzee in de Middeleeuwen is het gebied ten oosten van het plangebied gaan verzouten (tot aan het moment van sluiting van de afsluitdijk) en heeft er afzetting van klei plaatsgevonden. Deze klei behoort tot het Laagpakket van Lelystad (Formatie van Naaldwijk).6 Binnen het plangebied wordt het dekzand echter aan het maaiveld verwacht; de getijde- en veenlagen lagen net ten oosten van het plangebied.
Op de geomorfologische kaart is het plangebied gekarteerd als een gordeldekzandwelving. Dit zijn dekzandafzettingen die zijn afgezet op de flank van de stuwwal. Op de bodemkaart is het plangebied gekarteerd als onderdeel van de bebouwde kom. Waarschijnlijk lag er oorspronkelijk een veldpodzolgrond binnen het plangebied. Het kan echter ook mogelijk zijn dat er binnen het plangebied een enkeerdgrond aanwezig was. Volgens DINOloket heeft het plangebied grondwatertrap VIII. Bij deze grondwatertrap komt het grondwater nooit hoger dan 140 centimeter beneden maaiveld. Dit is de laagste (of droogste) grondwatertrap van Nederland.
3.2
Historisch landschap
Historisch-geografische ontwikkeling Binnen en nabij het plangebied is op de dekzandrug langs de Eem en de flanken ervan een aantal vuursteenvondsten gedaan. Zowel de vuursteentjes als de sporen die werden ontdekt bij de diverse opgravingen die hier zijn uitgevoerd, zijn aanwijzingen dat het gebied al in het Mesolithicum werd bewoond. In het Laat-Mesolithicum stak de dekzandrug bij Baarn ruim boven het omringende veen uit, waar kampementen op zijn gevestigd. Bij de De Withlaan, ca. 500 m ten zuidoosten van het plangebied is bij een opgraving door de ROB in 1988 een cultuurlaag aangetroffen. Waaruit die cultuurlaag heeft bestaan, is niet duidelijk. Er zijn voor zover bekend geen archeologische vondsten gedaan.7 De prehistorische vindplaatsen ter hoogte van De Drie Eiken liggen circa 500 meter ten noordoosten van het plangebied. De Mesolithische bewoningssporen bestaan uit een concentratie haardkuilen en vuursteen artefacten en een concentratie vuursteen artefacten en grote hoeveelheden zogenaamde kookstenen. Uit het Late Neolithicum zijn resten van begravingen aangetroffen (een grafheuvelrestant en een crematiebijzetting).8 Bij het uitgraven van de wegcunetten van de Bestevaerweg (ca.
700 m ten oosten van het plangebied) heeft de Werkgroep Archeologie (ARWE) in 1997 honderden stuks vuurstenen verzameld, waaronder artefacten.9 De oudste vermelding van de naam Baarn dateert uit 1280. Op basis van de regionale ontginningsgeschiedenis is echter een vroegmiddeleeuwse ouderdom niet onaannemelijk. Baarn bezat in de 13e eeuw een eigen kerk, en was daarom van enige betekenis. De vroegste kern lag in de omgeving van de Leestraat. Omstreeks 1350 verleende de bisschop van Utrecht het dorp Baarn en haar inwoners stadsrechten. Het recht van poorterij heeft Baarn nooit gekregen. De stad heeft dan ook nooit de beschikking gehad over een muur of andere vorm van omwalling. In de eerste helft van de 14e eeuw wordt de Pauluskerk gebouwd, nabij de Brink. Als gevolg hiervan verplaatst de kern van de nederzetting zich in deze richting. Vanaf de 13e eeuw wordt turf steeds belangrijker als brandstof, waarna grootschalige vervening optreedt. Bij Baarn en Soest worden de Drakenburgergracht, de Oude Gracht en de
6
Weerts et al. 2003.
7
Zaak ID 3057778100.
8
Kok/van Dockum/Volgelzang 1996.
9
Zaak ID 3192294100.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2493, Definitief, versie 2.1, d.d. 24 juni 2024
13
V23-5323: Archeologisch vooronderzoek plangebied Schoolstraat 53 te Baarn, gemeente Baarn
Pijnenburgergrift of Praamgracht (praam = turfschip) gegraven om turf af te kunnen voeren naar de Eem. De Praamgracht is aangelegd in 1398. Deze werd westwaarts, dieper het veen in doorgetrokken tot in het huidige park van Prins Hendrikoord (Engelse Vaart). In de 15e eeuw is de Praamgracht verlengd naar Maartensdijk om het turf naar Utrecht te kunnen transporteren. In de Gouden Eeuw (1600-1672) is de landelijke ligging van Baarn aantrekkelijk voor de rijke burgerij. Zij vindt in de omgeving van het dorp een geschikte plaats voor de bouw van haar zomerverblijven en jachthuizen. Met de aanleg van de spoorlijn Amsterdam-Amersfoort in 1874 kwam het villapark rond Baarn tot steeds grotere ontwikkeling. Sinds de tweede helft van de 18e eeuw fungeert de Eemdijk als onderdeel van de Grebbelinie. Het gebied ten oosten van de Eem is dan inundatiegebied (11e kom).10 De eerste betrouwbare gedetailleerde kaart van het plangebied is de Kadastrale Minuut van 1811-1832 (minuutplan Baarn, Utrecht, sectie B, blad 03 (MIN06008B03). Volgens deze kaart ligt het plangebied dan al binnen de bebouwde kom van Baarn, tussen de oude kern van Baarn, op de overgang naar de buitenplaats Schoonoord/Cantonspark. Het gaat om de volgende percelen: -
460: tuin van de weduwe van Hendrik Peter Molkenboer, rentenier 461: idem 468: huis en erf van Gerrit Knoop, arbeider 468bis: huis en erf van Reijer Roodhart, arbeider 469: tuin van Evert Westerhuijzen, dagloner 470: huis en erf van Willem Frederik Schuijt, rentenier 470bis: idem 471: bouwland van Mr. Gerbrand Faas Elias, rentenier 472: huis en erf van zelfde eigenaar 473: tuin van zelfde eigenaar
Zowel de Schoolstraat als de Eemstraat zijn al aangegeven op de Kadastrale Minuut, met lintbebouwing. Het plangebied ligt dan grotendeels in het deel dat als achtererf/tuin wordt gebruikt, met langs de straten bebouwing. De naam mr. Gerbrand Faas Elias (eigenaar van perceel 471) is een bekende naam in Baarn, vanwege de connectie met het nabijgelegen huis en landgoed Schoonoord, waar het ten zuiden van de Cantonlaan gelegen Cantonspark een overblijfsel van is. In 1817 was Schoonoord in handen gekomen van de familie Faas Elias, die het tot 1902 in eigendom hebben gehad. Op de Kadastrale Minuut is het park met waterpartijen ten zuiden van de Schoolstraat al zichtbaar. De percelering van de Kadastrale Minuut, waarbij het noordelijk deel van het plangebied binnen een tuin ligt, blijft in stand tot iets na 1900. Vanaf dat moment komen er wat kleine opstallen, waarschijnlijk schuurtjes. Volgens de BAG viewer bestaat het westelijke deel van de bebouwing Schoolstraat 53 al sinds 1965, met modificaties, en het oostelijke deel Schoolstraat 53A t/m C sinds 1974.
10
Gaasbeek et al. 1994; Blijdenstijn 2017.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2493, Definitief, versie 2.1, d.d. 24 juni 2024
14
V23-5323: Archeologisch vooronderzoek plangebied Schoolstraat 53 te Baarn, gemeente Baarn
Afbeelding 7 Uitsnede Kadasterkaart 1811-1832. Bron: Beeldbank RCE.
Afbeelding 8 Ligging plangebied op de topografische kaart uit 1850. Bron: Topotijdreis.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2493, Definitief, versie 2.1, d.d. 24 juni 2024
15
V23-5323: Archeologisch vooronderzoek plangebied Schoolstraat 53 te Baarn, gemeente Baarn
Afbeelding 9 Ligging plangebied op de topografische kaart uit 1900. Bron: Topotijdreis.
Afbeelding 10 Ligging plangebied op de topografische kaart uit 1950. Bron: Topotijdreis.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2493, Definitief, versie 2.1, d.d. 24 juni 2024
16
V23-5323: Archeologisch vooronderzoek plangebied Schoolstraat 53 te Baarn, gemeente Baarn
Afbeelding 11 Ligging plangebied op de topografische kaart uit 1975. Bron: Topotijdreis.
Afbeelding 12 Ligging plangebied op de topografische kaart uit 2000. Bron: Topotijdreis.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2493, Definitief, versie 2.1, d.d. 24 juni 2024
17
V23-5323: Archeologisch vooronderzoek plangebied Schoolstraat 53 te Baarn, gemeente Baarn
Huidig gebruik (LS02) Het plangebied is momenteel onderdeel van de bebouwde kom, en is grotendeels verhard en bebouwd. Verstorende bodemingrepen in het verleden Binnen het plangebied zijn behalve de bouw van de bestaande bebouwing geen grootschalige bodemverstoringen bekend. Volgens de opdrachtgever zijn er bij weten geen kelders of kruipruimten aanwezig; waarschijnlijk is de bebouwing op staal gefundeerd. De KLIC melding laat een aantal kabels en leidingen binnen het plangebied zien (afbeelding 13). Bij het Bodemloket staat bij de Eemstraat 12-18 (aan de noordzijde van het plangebied) bodemonderzoeken vanaf 1988-2013 geregistreerd met als uitkomst ‘voldoende onderzocht/gesaneerd’. De begrenzing hierbij overlapt in de noordwesthoek met het onderhavige plangebied. Er wordt van uitgegaan dat dit dan verkeerd is ingetekend, omdat dit gedeelte van het plangebied uiteraard nog steeds bebouwd is (bouwjaar 1965).11 Op de digitale verstoringsbronnenkaart van de RCE staan voor het plangebied geen bijzonderheden vermeld.12
Afbeelding 13 Ligging kabels en leidingen (KLIC melding). Bron: Kadaster.
11
https://www.bodemloket.nl/kaart.
12
https://rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=Verstoringsbronnenkaart. De kaart is een selectie uit het bestand ‘Vergraven Gronden’, van WUR. In 2012 is er door Alterra een GIS-bestand samengesteld met een overzicht van grondbewerkingen, ophogingen en afgravingen, waarbij de opbouw van het bodemprofiel tot ten minste 40 cm diepte is gewijzigd. Hiervoor is informatie opgevraagd bij instanties en organisaties die werkzaamheden (laten) uitvoeren en/of administreren in verband met vergunningverlening en instanties die landgebruik in kaart brengen.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2493, Definitief, versie 2.1, d.d. 24 juni 2024
18
V23-5323: Archeologisch vooronderzoek plangebied Schoolstraat 53 te Baarn, gemeente Baarn
3.3
Bouwhistorische waarden
Voor bouwhistorische waarden zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • het rijksmonumentenregister;13 • de lijst van gemeentelijke monumenten in Baarn;14 • de MIP-objecten;15 • de Cultuur historische atlas van de provincie Utrecht;16 • de kadastrale minuut 1811-1832;17 • de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG);18 Er is momenteel nog bebouwing aanwezig binnen het plangebied, in de vorm van kantoorgebouwen. Het gebouw met kantoorfunctie aan de oostzijde (Schoolstraat 53A t/m C) heeft volgens de BAG bouwjaar 1974. Het gebouw met industriefunctie aan de westzijde (Schoolstraat 53D) heeft als bouwjaar 1965. Er bevinden zich geen gemeentelijke monumenten, rijksmonumenten, complexen van provinciaal cultuurhistorisch belang of MIP-objecten binnen het plangebied. Het pand Schoolstraat 47, net buiten de begrenzing van het plangebied, is wel een MIP-object: een winkel/woning uit 1904 (MIP object nr. 1003512, hoge waarde). Op de Cultuurhistorische atlas van de provincie Utrecht zijn voor het plangebied geen aanvullende bouwhistorische waarden aanwezig.19 Het gebied ten zuiden van de Schoolstraat is op de provinciale kaart aangegeven als ‘buitenplaats Canton’.
3.4
Archeologische waarden
Voor de archeologische gegevens omtrent het onderhavige plangebied is het Archeologisch Informatiesysteem (Archis) geraadpleegd, dat alle geregistreerde archeologische monumenten, onderzoeken en vondstlocaties bevat (kaart 4). Archeologische monumenten zijn terreinen met een (hoge/zeer hoge) archeologische waarde, die ofwel fysiek (wettelijk en juridisch) beschermd worden, ofwel een planologische bescherming hebben waarbij in het bestemmingsplan voorschriften voor het gebruik zijn opgenomen. Vondstlocaties zijn locaties waar archeologische vondsten zijn gedaan. Deze zijn al dan niet gekoppeld aan een archeologisch onderzoek. Het plangebied ligt net binnen de begrenzing van een AMK-terrein/ terrein van hoge archeologische waarde. Het betreft de dorpskern van Baarn (AMK-terrein 12.260), met als omschrijving Nederzetting, onbepaald (Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd). Binnen een straal van 500 meter rondom het plangebied zijn in Archis vier vondstlocaties geregistreerd (tabel 1).
Archis3 ZaakID
Toponiem
Plaats
Vondsten / sporen
Datering
X (RD)
Y (RD)
4005930100
Hoofdstraat Baarn
Baarn
waterput
NT - NT
148662
469353
3146375100
Kerkstraat
Baarn
inhumatiegraf
VM - LM
148700
469500
13
https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/.
14
https://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_gemeentelijke_monumenten_in_Baarn.
15
https://www.cultureelerfgoed.nl/publicaties/publicaties/2019/01/01/mip-objecten.
16
https://utrecht.maps.arcgis.com/apps/MapAndAppGallery/index.html?appid=c25fa592c03d43358b672471ac9f023d.
17
http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/.
18
https://bagviewer.kadaster.nl/.
19
https://www.provincie-utrecht.nl/loket/kaarten/geo/cultuurhistorie-0/.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2493, Definitief, versie 2.1, d.d. 24 juni 2024
19
V23-5323: Archeologisch vooronderzoek plangebied Schoolstraat 53 te Baarn, gemeente Baarn
4753456100
Baarn Tromplaan 1
2843613100
NH Kerk, Pauluskerk
Baarn
(MEL - NT) keramiek; pijp
NT - NT
aardewerk; Fayence
NT - NT
keramiek; onbekend
MEL - NT
Baarn
(MELB – NT) Keramiek; aardewerk, bouwmateriaal Menselijk bot
MELB – NT
steen; doopvont
MELB - MELB
Glas; onbekend
MELB - NT
149015
469490
149480
469280
MELB – NT
Tabel 1 In Archis geregistreerde archeologische vondstlocaties binnen een straal van 500 meter rondom het plangebied. Bron: Archis3/RCE.
Het betreft de volgende vondsten: - Zaak ID 4753456100: vondst tijdens een booronderzoek uit 2019 bij de Tromplaan 1, ca. 300 m ten noordoosten van het plangebied. Het vondstmateriaal bestond uit fragmenten baksteen, glas, aardewerk en pijpenstelen uit de Nieuwe tijd, waarschijnlijk uit een ophogingspakket uit de periode van de tuinaanleg, waarvoor grond van elders is opgebracht, met het bijbehorende vondstmateriaal.20 - Zaak ID 4005930100: vondst tijdens een archeologische begeleiding uit 2016 bij de Hoofdstraat/Eemstraat, ca. 75 m ten noorden van het plangebied. Bij het uitgraven van een bouwkuip werden twee waterputten gedocumenteerd: een gemetselde waterput en een waterput opgebouwd uit plaggen, waarschijnlijk uit de 17e eeuw.21 - Zaak ID 3146375100: vondst tijdens niet-archeologisch graafwerk in 1921 bij de Kerkstraat, ca. 200 m ten noorden van het plangebied. De toelichting vermeldt : “Op 3 maart 1921 werd bij het maken der fundamenten voor de St. Bonifaciusschool een kerkhof blootgelegd. De graven liepen zuiver oost-west. Er werden slechts weinig beenderresten gevonden en zo goed als geen bijgaven.” De datering van de resten staat als Vroege Middeleeuwen C/Late Middeleeuwen aangegeven. - Zaak ID 2843613100: vondsten tijdens een opgraving in 1975 bij de NH Kerk, ca. 200 m ten westen van het plangebied.
In Archis omschreven als ‘bescheiden onderzoekjes aan de Pauluskerk te Baarn, uitgevoerd door de Historische Kring’. Er zijn enkele kleine putjes gegraven om theorieën omtrent de bouwgeschiedenis te toetsen. Binnen een straal van 500 meter rondom het plangebied zijn in Archis 27 onderzoeken geregistreerd. Het gaat daarbij om 13 bureauonderzoeken, 13 booronderzoeken, en één archeologische begeleiding (tabel 2).
Archis3 ZaakID
Jaar Type onderzoek
Toponiem
Plaats
X (RD) Y (RD)
2120282100 2006 Bureauonderzoek
Eemstraat
Baarn
2209861100 2008 Booronderzoek
Kampstraat 2b-c
Baarn
148786 469470 148489 469430
2247631100 2009 Bureauonderzoek
Baarn
2283644100 2010 Booronderzoek
Laanstraat
Baarn
2252507100 2009 Booronderzoek
Javalaan 7
Baarn
2294936100 2010 Bureauonderzoek
Oude Oosterhei
Baarn
20
Barth 2019.
21
Visser et al. 2016.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2493, Definitief, versie 2.1, d.d. 24 juni 2024
148611 469378 148113 469398 148694 469057 148540 468536
20
V23-5323: Archeologisch vooronderzoek plangebied Schoolstraat 53 te Baarn, gemeente Baarn
2382707100 2012 Bureauonderzoek
Javalaan 1
Baarn
2384651100 2012 Booronderzoek
Bantamweg
Baarn
2400437100 2013 Bureauonderzoek
Nieuwe Oosterhei
Baarn
2400445100 2013 Bureauonderzoek
Eemdal
Baarn
2403856100 2013 Bureauonderzoek
De Drie Eiken
Baarn
2425701100 2012 Booronderzoek
Eemstraat 10a
Baarn
2467425100 2015 Bureauonderzoek
Baarn
3977160100 2015 Bureauonderzoek
Baarn
4000827100 2016 Booronderzoek
Baarn
4005930100 2016 archeologisch: begeleiding
Baarn
4009049100 2016 Booronderzoek
Baarn
4038460100 2017 Bureauonderzoek
Baarn
4630157100 2018 Bureauonderzoek
Baarn
4753204100 2019 Bureauonderzoek
Baarn
4753448100 2019 Bureauonderzoek
Baarn
4753456100 2019 Booronderzoek
Baarn
4762463100 2020 Booronderzoek
Baarn
4672553100 2019 Booronderzoek
Baarn
4991531100 2021 Booronderzoek
Baarn
5001817100 2021 Booronderzoek
Baarn
5304588100 2022 Booronderzoek
Baarn
148423 469035 148783 468865 148810 468389 149370 468797 149201 469959 148648 469274 148950 469107 148683 469351 148683 469352 148683 469349 148950 469088 148642 470145 149401 470149 148966 468939 149015 469487 149015 469487 148965 468940 149183 469705 149185 469706 149185 469706
149070 469158 Tabel 2 In Archis geregistreerde archeologische onderzoeken binnen een straal van 500 meter rondom het plangebied. Bron: Archis3/RCE.
De onderzoeken die voor de archeologische verwachting binnen het onderhavige plangebied het meest van belang zijn, zijn de booronderzoeken die in de nabije omgeving zijn uitgevoerd. Met de klok mee: -
-
-
-
Zaak ID 4000827100 en 4005930100: een bureauonderzoek gevolgd door een archeologische begeleiding uit 2016 bij de Hoofdstraat/Eemstraat, ca. 45 m ten noorden van het plangebied. Bij het uitgraven van een bouwkuip werden twee waterputten gedocumenteerd: een gemetselde waterput en een waterput opgebouwd uit plaggen, waarschijnlijk uit de 17e eeuw.22 Zaak ID 4753448100 en 4753456100: bureauonderzoek en booronderzoek uit 2019 bij de Tromplaan 1, ca. 260 m ten noordoosten van het plangebied. Het bodemprofiel bestond uit een dikke AA-horizont van 120-150 cm op dekzand. Het vondstmateriaal (fragmenten baksteen, glas, aardewerk en pijpenstelen uit de Nieuwe tijd) bevond zich in de AA-horizont. Vermoed werd dat het een ophogingspakket betreft uit de periode van de tuinaanleg, waarvoor grond van elders is opgebracht, met het bijbehorende vondstmateriaal. Er is geen vervolg geadviseerd.23 Zaak ID 5304588100: bureau- en booronderzoek uit 2022 aan de Van Galenlaan, ca. 250 m ten zuidoosten van het plangebied. Op basis van de aangetroffen bodemopbouw kon de archeologische verwachting binnen het zuidelijke en centrale deel van het plangebied worden bijgesteld naar laag.
In het noordelijk deel van het plangebied werden intacte profielen aangetroffen; hier is vervolgonderzoek geadviseerd indien de geplande verstoringen dieper reiken dan 85 centimeter beneden maaiveld (rekening houdend met een buffer van 25 centimeter).24 Zaak ID 2467425100 en 4009049100: bureauonderzoek en booronderzoek uit 2015 en 2016 bij de Tromplaan 35, ca. 175 m ten zuidoosten van het plangebied. Bij het verkennend booronderzoek
22
Visser et al. 2016.
23
Barth 2019.
24
Weerheijm/Van Puijenbroek 2022.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2493, Definitief, versie 2.1, d.d. 24 juni 2024
21
V23-5323: Archeologisch vooronderzoek plangebied Schoolstraat 53 te Baarn, gemeente Baarn
-
-
-
-
-
3.5
zijn zes boringen gezet. Daarbij is geconstateerd dat de natuurlijke veldpodzolgrond in het hele plangebied was verstoord; er werden bodemverstoringen (tot circa 70 cm beneden maaiveld) aangetroffen tot in het gele zand van de C-horizont. Op basis van de vastgestelde bodemverstoringen wordt in het plangebied geen archeologische vindplaats meer verwacht. Op basis van het booronderzoek is geadviseerd om geen vervolgonderzoek uit te voeren.25 Zaak ID 4753204100 en 4762463100: bureauonderzoek uit 2019 en booronderzoek uit 2020 ten behoeve van het herstel van het Cantonspark, ca. 275 m ten zuidoosten van het plangebied. In het plangebied is verspoeld dekzand aangetroffen met daarboven een recente bouwvoor en een geroerde laag. De geroerde laag reikte tot een diepte van gemiddeld 110 centimeter beneden maaiveld. In één boring is de onderkant van de B-horizont aangetroffen; op basis van de aanwezigheid van een roestlaag zijn de omstandigheden hier waarschijnlijk nat geweest.26 Zaak ID 2384651100: booronderzoek uit 2012 bij de Bantamweg, ca. 350 m ten zuiden van het plangebied. Daarbij werd geconstateerd dat binnen het plangebied sprake was van diepe verstoringen. De verstoringen gaan tot 110, 140 en 160 cm beneden maaiveld. In de boringen zijn geen archeologisch indicatoren aangetroffen.
De kans op een (intacte) archeologische vindplaats in het plangebied is vanwege de verstoringen klein. Op basis van de resultaten van het booronderzoek is de archeologische verwachting van het gebied bijgesteld naar ‘laag’ en is geadviseerd om geen vervolgonderzoek uit te voeren.27 Zaak ID 2252507100: booronderzoek uit 2009 bij de Javalaan 7, ca. 100 m ten zuiden van het plangebied. Hierbij werd in het zuidelijk deel van de onderzoekslocatie een overstoven haarpodzolbodem aangetroffen. De oorspronkelijke bodemhorizonten waren deels intact aanwezig en deels vergraven. De bodem is onverstoord vanaf een diepte van 110-170 cm beneden maaiveld. Tijdens het onderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Desondanks is archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven geadviseerd ter hoogte van de boringen waarin een intact bodemprofiel werd aangetroffen.28 2209861100: booronderzoek uit 2008 bij de Kampstraat 2b-c, ca. 200 ten noordwesten van het plangebied. Tijdens het onderzoek werd 1,2-1,4 m aan opgebrachte grond aangetroffen, met vergravingen tot in de C-horizont. Er is geen vervolg geadviseerd.29 Zaak ID 2425701100: booronderzoek uit 2013 bij de Eemstraat 10a, direct ten noordwesten van het plangebied.
Tijdens het veldonderzoek is geconstateerd dat zich in dit dekzand een (veld)podzolgrond heeft ontwikkeld, waarvan in vier boringen beperkte restanten van zijn aangetroffen. In twee boringen is het oorspronkelijke bodemprofiel volledig verdwenen (en mogelijk opgenomen in de omgewerkte bovengrond van het aangetroffen profiel). In de drie van de vier boringen waarin een deel van een podzolprofiel werd aangetroffen, is het profiel zeer sterk afgetopt: slechts in één boring is een wat aanzienlijker deel van de inspoelingshorizont (B-horizont) van 10 cm dikte aangetroffen. Daarnaast is met name het westelijke deel van het plangebied reeds sterk verstoord door de aanwezigheid van kabels en leidingen; het zuiden van het plangebied is nog steeds bebouwd. Tijdens het veldonderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Op basis van de resultaten van het booronderzoek is de archeologische verwachting voor het plangebied daarom bijgesteld naar ‘laag’ en is geadviseerd om geen vervolgonderzoek uit te voeren.30 Tweede Wereldoorlog
Tijdens de meidagen van 1940 speelden de gevechten zich over het algemeen verder ten westen en ten zuiden van Baarn af. De Nederlandse Grebbelinie kende een strook met voorposten die langs Scherpenzeel tot aan De Klomp en Veenendaal liep, onder Baarn. Op 12 mei werd een groepje terugtrekkende
25
Kremer/Leuvering 2016.
26
IJdo et al. 2020 en Van Puijenbroek/Visser 2020.
27
Louwe et al. 2013.
28
Oudhuis 2009.
29
Wagner/Van Weenen 2008.
30
Weerheijm/Schrijvers 2014.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2493, Definitief, versie 2.1, d.d. 24 juni 2024
22
V23-5323: Archeologisch vooronderzoek plangebied Schoolstraat 53 te Baarn, gemeente Baarn
Nederlandse soldaten bij Baarn door de naderende Duitsers gevangen genomen. Op 13 mei zetten de Duitsers de aanval in richting Scherpenzeel en De Groep. Bij Baarn stuitte men daarbij kort op enkele Nederlandse vooruitgeschoven posten, waarna de aanval verder richting Scherpenzeel en de Grebbelinie werd voortgezet. Ook tijdens de bevrijding in 1945 kwam Baarn in aanraking met de oorlog. Op 17 april 1945 bereikten de eerste geallieerde verkenningseenheden vanuit het oosten Baarn, waarna op 19 april een tweede verkenning volgde. Op 23 april volgde de daadwerkelijke aanval van Britse en Canadese eenheden richting de Grebbelinie, waarbij het tot gevechten kwam bij de Lunterse Beek. Bij het kasteel van Baarn werden 20 Duitsers gevangen genomen. Op 25 april volgde een Duitse tegenaanval vanuit het zuiden bij Emminkhuizen, na een voorbereidende nachtelijke beschieting. De aanval kon echter worden afgeslagen. Het is onbekend of de Tweede Wereldoorlog nog sporen heeft achtergelaten binnen het plangebied; vanwege de herinrichting en de aanleg van de woonwijk in de naoorlogse jaren lijkt de kans hierop klein. Het plangebied ligt op de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) niet binnen een zone met een bijzondere verwachting voor resten uit de Tweede Wereldoorlog. Op de IKME staan binnen het plangebied geen resten van ondergronds en bovengronds militair erfgoed.
Wel kunnen in deze zone in zijn algemeenheid resten worden verwacht van kleinere objecten en structuren zoals crashlocaties, veldgraven en onderduikholen. Er zijn hiervoor achter geen aanwijzingen dat dit ook daadwerkelijk het geval is.31 In het verliesregister van de Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945 zijn voor Baarn en omgeving twee meldingen van crashes opgenomen. Van deze meldingen kan er geen in verband worden gebracht met de omgeving van het plangebied.32
3.6
Gespecificeerde archeologische verwachting
Op basis van het bureauonderzoek heeft het plangebied een hoge archeologische verwachting voor alle archeologische perioden, vanwege de verhoogde ligging op de overgang van de Baarnse stuwwal naar de Eemvallei. De aanwezigheid van dekzandafzettingen en de relatief hoge ligging in het landschap maakte deze locatie in principe gunstig voor bewoning en bewerking van het land. Het plangebied ligt net op de rand van de historische kern van Baarn. Binnen het plangebied is in ieder geval al sinds het begin van de 19e eeuw sprake van bebouwing, aan de straatzijde van de Schoolstraat. Resten uit de vroege prehistorie bestaan naar verwachting uit artefacten van vuursteen en aardewerk en eventueel paal- of haardkuilen. Deze sporen en resten zullen naar verwachting dicht onder het maaiveld voorkomen. Resten van bewoning vanaf het Neolithicum tot en met de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd kunnen bestaan uit een spreiding van vondstmateriaal zoals aardewerk, dierlijk bot, bewerkt vuur/natuursteen, en sporen zoals (verkavelings)greppels, paalgaten en afvalkuilen, eventueel voor de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd aangevuld met periode specifiek keramiek (aardewerk/steengoed/ porselein) en bouwmateriaal (baksteen/dakpan), metaal, glas, natuursteen. Mogelijk kunnen nog resten van landgebruik worden aangetroffen uit de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd, in de vorm van greppels en sloten.
De gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied kan puntsgewijs als volgt worden samengevat: 1. Datering Binnen het plangebied kunnen de volgende archeologische resten worden aangetroffen: Voor het plangebied geldt hoge archeologische verwachting op het aantreffen van resten van bewoning en menselijke activiteit uit de periode vanaf de vroege prehistorie (LaatPaleolithicum/Neolithicum/Bronstijd) tot en met de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd; een hoge archeologische verwachting op het aantreffen van resten van een agrarisch cultuurlandschap uit de Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd. 2.
Complextype
31
http://www.ikme.nl/.
32
https://verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl/zz.php.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2493, Definitief, versie 2.1, d.d. 24 juni 2024
23
V23-5323: Archeologisch vooronderzoek plangebied Schoolstraat 53 te Baarn, gemeente Baarn
-
Semi-permanente nederzetting/jachtkampje (Paleolithicum/Mesolithicum) Nederzetting (Neolithicum, Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd) Agrarisch cultuurlandschap (Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd)
3. -
Omvang Tijdelijke jachtkampjes kunnen een omvang hebben van tientallen vierkante meters of groter; Huisplaats Neolithicum, Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd: doorgaans ca. 50-2000 m2 Agrarisch cultuurlandschap: resten van verkavelingssloten/percelering kunnen binnen het hele plangebied worden aangetroffen.
4. -
Diepteligging Jachtkampjes: eventuele sporen zijn ondiep, en kunnen direct vanaf het maaiveld worden aangetroffen, of op de overgang tussen een mogelijk esdek en de top van het dekzand. Nederzetting: eventuele resten uit het Neolithicum tot de Late Middeleeuwen kunnen direct vanaf het maaiveld worden aangetroffen, of op de overgang tussen een mogelijk humeus dek en de top van het dekzand. Resten uit deze perioden kunnen ook diepere sporen bevatten die ook bij een dikkere bouwvoor nog bewaard zijn gebleven.
5. Gaafheid, conservering De conservering van organisch materiaal is waarschijnlijk slecht, met mogelijk als uitzondering in geval van diepe sporen. 6. Locatie Archeologische resten kunnen binnen het hele plangebied worden aangetroffen. 7. -
Uiterlijke kenmerken Jachtkampjes: sporen van haardkuilen, vuursteen concentraties. Nederzetting: voor Neolithicum een spreiding van vondstmateriaal zoals aardewerk, dierlijk bot, bewerkt vuur-/natuursteen, en sporen zoals (verkavelings)greppels, paalgaten en afvalkuilen. eventueel voor de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd aangevuld met periode specifiek keramiek (aardewerk/steengoed/porselein) en bouwmateriaal (baksteen/dakpan), metaal, glas, natuursteen. Organische materialen, zoals leer, bewerkt of constructiehout, en textiel zijn waarschijnlijk alleen in diepe sporen goed bewaard gebleven. Bebouwing Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd: sporen/vondsten als bovenstaand bij nederzetting, mogelijk aangevuld met resten van stenen kelders, vloeren, funderingen etc.
-
8. Mogelijke verstoringen Binnen het plangebied kunnen mogelijke verstoringen voorkomen die verband houden met de huidige bebouwing en inrichting van het gebied. 9. Bedreiging van eventueel aanwezige archeologische waarden Binnen het plangebied is sprake van sloop en de nieuwbouw van woningen met bijbehorende infrastructuur (K&L etc.). 3.7
Advies vervolgonderzoek (LS05)
Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie adviseert de archeologische verwachting te toetsen door middel van een verkennend booronderzoek. Door middel van een booronderzoek kunnen de fysisch-geografische en bodemkundige gegevens worden getoetst en de mate van verstoring worden vastgesteld (verkennend booronderzoek). Het booronderzoek wordt uitgevoerd met behulp van een edelmanboor diameter 7 cm, in een grid van ca. 30 x 40 m (8 boringen/ha). Gezien de vorm en grootte van het plangebied komt het voor het plangebied neer op 6 boringen.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2493, Definitief, versie 2.1, d.d. 24 juni 2024
24
V23-5323: Archeologisch vooronderzoek plangebied Schoolstraat 53 te Baarn, gemeente Baarn
4 4.1
Inventariserend veldonderzoek Doelstelling
Het doel van het inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen was het toetsen en aanvullen van de archeologische verwachting, en de mate van verstoring in kaart te brengen. Aan de hand van het booronderzoek zijn voor zover mogelijk de volgende onderzoeksvragen beantwoord: - wat zijn de geo(morfo)logische en bodemkundige kenmerken van de ondergrond van het plangebied? - in hoeverre is de oorspronkelijke bodemopbouw intact met het oog op de eventuele aanwezigheid en gaafheid van archeologische vindplaatsen? - bevinden zich in de ondergrond van het plangebied archeologische indicatoren en zo ja, waaruit bestaan deze? - geven de resultaten van het veldonderzoek aanleiding tot vervolgstappen in het kader van de planontwikkeling in relatie tot de archeologische monumentenzorg? 4.2
Toegankelijkheid van het onderzoeksgebied
Ten tijde van het onderzoek was het plangebied vrij toegankelijk. In verband met de ligging van kabels en leidingen is voorafgaand aan het veldonderzoek door Vestigia een KLIC-melding uitgevoerd. Met de resultaten van de KLIC-melding is rekening gehouden bij het opstellen van het boorplan. Overige bijzondere randvoorwaarden ten aanzien van milieu (zoals bodemverontreiniging) waren niet bekend. Een oppervlakte inspectie was door de bebouwing en verharding niet mogelijk.
Afbeelding 14 Het plangebied ten tijde van het veldonderzoek. Links uitzicht vanaf boorpunt 1 richting noorden (oostelijk deel plangebied); Rechts vanaf boorpunt 2 richting noorden (westelijk deel plangebied). Bron fotos: Vestigia 23-08-2023.
4.3
Onderzoeksmethode
Door middel van een booronderzoek (VS03) zijn de fysisch-geografische en bodemkundige gegevens getoetst (verkennend booronderzoek). Er is voor zover mogelijk geboord in een verspringend verkennend grid van 30 x 40 m (8 boringen/ha), waarbij gebruik is gemaakt van een edelmanboor diameter 7 cm. Oorspronkelijk waren er 6 boringen gepland, maar omdat boring 2 na een meter is gestuit, is er nog een extra boring 7 in de buurt gezet. De boringen zijn handmatig onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals houtskool, aardewerkfragmenten, vuursteen, (verbrand) bot, grind en het voorkomen van fosfaatvlekken. NAP-hoogtes zijn via het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN-3) verkregen. De boorpunten zijn met GPS ingemeten en op een boorpuntenkaart geplot. De boorstaten zijn beschreven conform de ASB. Het
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2493, Definitief, versie 2.1, d.d. 24 juni 2024
25
V23-5323: Archeologisch vooronderzoek plangebied Schoolstraat 53 te Baarn, gemeente Baarn
onderzoek is uitgevoerd conform de in de beroepsgroep geldende richtlijnen vastgelegd in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1).33 4.4
Resultaten veldonderzoek
Kaart 4 geeft de locaties en resultaten van de boringen weer. Boring 5323-02 moest worden gestaakt op een laag met puin en baksteen. Dit gebeurde op een diepte van 1 meter beneden maaiveld. Deze boring is wel beschreven aangezien dit een indicatie geeft van de diepte van de verstoorde bovenlaag. De overige boringen zijn gezet tot minimaal 30 centimeter in het onverstoorde moedermateriaal. Het moedermateriaal bestaat in alle gevallen uit matig fijn tot matig grof zwak siltig zand met een gele kleur die, naargelang de positie ten opzichte van het grondwater lichter kan worden. Dit zandpakket is het pleistocene dekzand en eventuele archeologische waarden zullen bovenop of in de top van dit pakket aanwezig zijn.
Afbeelding 15 Boormonster boring 5323-01. Bron foto’s: Vestigia 23-08-2023.
In vier van de zes geslaagde boringen is een bodemopbouw aangetroffen bestaande uit een verstoorde bouwvoor met daaronder het onverstoorde moedermateriaal (A/C profiel). De verstoorde grond bestaat lithologisch uit hetzelfde sediment als het onverstoorde moedermateriaal, maar dan met de toevoeging van humus, puin en baksteen. Dit komt naar verwachting door de verschillende bouw- en sloop activiteiten die binnen het plangebied hebben plaatsgevonden. In twee boringen is echter geen sprake van moderne verstoring tot in het dekzand, maar is er een esdek aanwezig. In boring 5323-01 is een deels intact esdek aangetroffen tussen 35-150 cm -mv, met onderin het