931724 Ontwerp Programmabegroting 2025 RUD Utrecht bijlage 2 Ontwerp Programmabegroting 2025 RUD Utrecht
Tekst van het document
Ontwerp Programmabegroting 2025 28 maart 2024
Inhoud 1.
Inleiding .......................................................................................................................................2
2.
Algemeen......................................................................................................................................3
3.
4.
5.
2.1.
Uitgangspunten van de begroting 2025 ......................................................................................3
2.2.
Verwerking beleidsmatige ontwikkelingen en keuzes zoals beschreven in de kadernota ..................3
2.3.
Financiële positie per 31 december 2025 ....................................................................................4
2.4.
Staat van baten en lasten over 2025..........................................................................................4
Programma’s ................................................................................................................................7 3.1.
Indicatoren..............................................................................................................................7
3.2.
Programma Handhaving ...........................................................................................................9
3.3.
Programma Vergunningverlening ...............................................................................................9
3.4.
Programma Bedrijfsvoering .......................................................................................................9
3.5.
Bezuinigingen en aanvullende opbrengsten .............................................................................. 11
Paragrafen .................................................................................................................................. 13 4.1.
Weerstandsvermogen en risicomanagement ............................................................................. 13
4.2.
Financiering........................................................................................................................... 15
4.3.
Bedrijfsvoering ...................................................................................................................... 16
4.4.
Onderhoud Kapitaalgoederen .................................................................................................. 16
4.5.
Incidentele baten en lasten ..................................................................................................... 16
Bijlagen ...................................................................................................................................... 17 5.1.
Meerjarenperspectief financiële positie ..................................................................................... 17
5.2.
Meerjarenperspectief staat van baten en lasten ........................................................................ 18
5.3.
Ontwikkeling totale bijdrage .................................................................................................... 19
Ontwerp Programmabegroting 2025 Status: Vastgesteld in vergadering Algemeen Bestuur d.d. 28 maart 2024
Pagina 1 van 19
1. Inleiding Voor u ligt de Programmabegroting 2025 van de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD Utrecht). De Programmabegroting 2025 is sluitend, evenals het meerjarenperspectief voor de periode 2024 – 2028. Voor 2025 zijn nog wel enkele ontwikkelingen die mogelijk effect hebben op het jaar 2025, maar niet financieel vertaald zijn in deze Programmabegroting. Dit betreft met name eenmalige en incidentele kosten die zouden kunnen ontstaan vanwege de verwachte samenvoeging met de ODRU per 1 januari 2026. Op dit moment zijn er door de Provincie Utrecht eenmalige middelen toegezegd. Deze zijn buiten de Programmabegroting gebleven. Er zijn nog gesprekken met het Rijk over een eventuele bijdrage, maar het is niet uitgesloten dat uiteindelijk ook enkele eenmalige incidentele kosten gedragen zullen moeten worden door de beide diensten, of zelfs de deelnemers. Hierover is bij het opmaken van deze Programmabegroting over 2025 nog onvoldoende zeker en inzichtelijk om een goede inschatting te kunnen maken. Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet ingegaan. Er zijn hiervoor inschattingen gemaakt over de omvang van de werkzaamheden onder de nieuwe wet en aannames gedaan over onder meer de verschuiving van de bodemtaken van provincie naar gemeenten. Voor 2024 heeft het Algemeen Bestuur op 30 september 2021 besloten in te stemmen met het vastzetten van de variabele bijdrage.
Voor 2025 is dit (vooralsnog) niet het geval. Dit betekent dat ervaringen met het werken onder de nieuwe Omgevingswet nog gaan leiden tot aanpassingen in werkprocessen en producten en daarmee dus uiteindelijk kunnen leiden tot verandering in de kosten voor de deelnemers. Dit bijstellen is niet te voorkomen nu we vanaf 2024 in de praktijk werken met de Omgevingswet. Bij dit alles blijft de doelstelling dat, ook in 2025, opdrachtgevers, bedrijven en bewoners optimaal kunnen profiteren van het bundelen van de krachten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. De RUD Utrecht wil een betrouwbare partner zijn die meer kwaliteit levert en eenvoudiger werkt dan met twaalf afzonderlijke afdelingen mogelijk was en zo een structurele bijdrage blijven leveren aan een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving.
Ontwerp Programmabegroting 2025 Status: Vastgesteld in vergadering Algemeen Bestuur d.d. 28 maart 2024
Pagina 2 van 19
2. Algemeen 2.1.
Uitgangspunten van de begroting 2025
In deze programmabegroting is in hoofdstuk 2.2 een toelichting opgenomen over de verwerking van de beleidsmatige ontwikkelingen en keuzes zoals beschreven in de kadernota. De belangrijkste financiële uitgangspunten zijn: - De voor 2025 gehanteerde financieringssystematiek is onveranderd; - De uren zoals vastgelegd in de op dit moment geldende DVO’s (en uitvoeringsplannen 2024) en de ingeschatte afname van bodemtaken zijn het uitgangspunt voor de verdeling van de vaste bijdrage en de basis voor de opgenomen variabele bijdragen; - Er is nog geen rekening gehouden met eventuele aanvullende opdrachten, danwel mogelijke wijzigingen in de DVO's voor het jaar 2025. Dit met uitzondering van de afspraken binnen de DVO met de ODRU (Bodem) en de subsidie verstrekt voor de activiteiten m.b.t. de Specifieke Uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht (SPUK THE), gezien de (semi)structurele aard van beide activiteiten; - Er wordt gebruik gemaakt van een tweetal tarieven, één voor handhaving: € 76,20 (2024: € 71,60) en één voor vergunningverlening: € 82,75 (2024: € 77,00). Voor het vaststellen van de tarieven is gekeken naar de CAO-stijging die in de Septembercirculaire provinciefonds 2023 door de Rijksoverheid voor 2025 is opgenomen (+5,8%).
Verder is de som van de individuele stijgingen in relatieve salarispositie van de medewerkers hierin meegenomen, die voor medewerkers 3% per jaar kan zijn; - Voor aanvullende opdrachten wordt op basis van de kosten (inhuur of eigen medewerkers) een voorstel gedaan aan de opdrachtgever. Dit uurtarief is minimaal € 90,00 maar kan (aanzienlijk) hoger zijn indien specialistische kennis moet worden ingehuurd. Wijziging van de DVO alsmede ontwikkelingen met betrekking tot de hierboven genoemde onzekerheden kunnen zowel een effect hebben op de variabele als vaste bijdrage van onze deelnemers. Deelnemers zijn, met betrekking tot de hoogte van hun vaste bijdrage, ook afhankelijk van de keuzes die andere deelnemers maken.
2.2.
Verwerking beleidsmatige ontwikkelingen en keuzes zoals beschreven in de kadernota
Voor de (beleidsmatige) ontwikkelingen van de RUD Utrecht in het jaar 2025 verwijzen we naar de Kadernota 2025. De hierin beschreven richting en voorstellen zijn financieel verwerkt in deze Programmabegroting. Daarnaast is besloten vanuit de uitkomsten van de zienswijze op de Kadernota 2025 in deze Programmabegroting een aantal bezuinigingen/aanvullende opbrengsten door te voeren om de kostenstijging zoals deze was opgenomen in de Kadernota 2025 te beperken. Voor de specifieke bezuinigingen/aanvullende opbrengsten wordt verwezen naar hoofdstuk 3.5.
Ontwerp Programmabegroting 2025 Status: Vastgesteld in vergadering Algemeen Bestuur d.d. 28 maart 2024
Pagina 3 van 19
2.3.
Financiële positie per 31 december 2025
In deze paragraaf is de geprognosticeerde financiële positie per 31 december 2025 opgenomen inclusief bijbehorende toelichtingen. Voor het meerjarenperspectief van de financiële positie voor 2024–2028 wordt verwezen naar bijlage 5.1. Meerjarenperspectief financiële positie. Financiële positie per 31 december 2025 (vóór vaststellen jaarrekening 2023) ACTIVA Vaste activa - Investeringen met een economisch nut €
PASSIVA Vaste passiva - Algemene reserve 599.000 - Bestemmingsreserves - Gerealiseerd resultaat
31 december 2025
31 december 2025 599.000
Materiële vaste activa
€
€ € €
Eigen vermogen Voorzieningen
Totaal vaste activa Vlottende activa - Vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen in 's Rijks schatkist
€ € €
743.000 5.849.000
709.000
599.000 Totaal vaste passiva Vlottende passiva - Overige schulden
Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar
Uitzettingen met een rente typische
€ 6.592.000
Overlopende activa
€ 1.294.000 Overlopende passiva
- Banksaldi
Liquide middelen
€
250.000
Totaal vlottende activa Totaal generaal
€
755.000 765.000 2.000
€
1.120.000
€ 1.522.000 709.000 € 2.231.000
€ 1.120.000
€ 5.384.000
250.000
€ 8.136.000 Totaal vlottende passiva € 8.735.000 Totaal generaal
€ 6.504.000 € 8.735.000
De financiële positie per 31 december 2025 In de financiële positie per 31 december 2025 zijn geen uitgangspunten verwerkt buiten de reguliere activiteiten van de RUD Utrecht.
2.4.
Staat van baten en lasten over 2025
In deze paragraaf is de geprognosticeerde staat van baten en lasten over 2025 opgenomen inclusief bijbehorende toelichtingen. Voor het meerjarenperspectief van de staat van baten en lasten voor 2024 – 2028 wordt verwezen naar bijlage 5.2. Meerjarenperspectief staat van baten en lasten. Baten 1 Handhaving
Lasten
Saldo
€
8.008.000
€
7.964.000
€
44.000
Directe variabele kosten
€
6.816.000
€
6.772.000
€
44.000
Directe vaste kosten
€
1.192.000
€
1.192.000
€
-
2 Vergunningverlening
€
7.390.000
€
7.432.000
€
-42.000
Directe variabele kosten
€
6.278.000
€
6.320.000
€
-42.000
Directe vaste kosten
€
1.112.000
€
1.112.000
€
-
3 Bedrijfsvoering
€
4.555.000
€
4.755.000
€
-200.000
Totaal programma's
€
19.953.000
€
20.151.000
€
-198.000
Stelpost loon- en prijscompensatie
€
205.000
€
205.000
€
-
Onvoorzien
€
325.000
€
325.000
€
-
Financiële baten en lasten
€
200.000
€
-
€
200.000
Totaal saldo van baten en lasten
€
20.683.000
€
20.681.000
€
2.000
€
20.683.000
€
20.681.000
Toevoegingen en onttrekking aan reserves: Gerealiseerd resultaat
Ontwerp Programmabegroting 2025 Status: Vastgesteld in vergadering Algemeen Bestuur d.d. 28 maart 2024
€
-
€
2.000
Pagina 4 van 19
Toelichting op de staat van baten en lasten over 2025 Bij de berekening van de vaste en variabele bijdrage zijn in deze Ontwerp Programmabegroting 2025 de uitvoeringsplannen voor 2024 gebruikt. Hierin is de ingeschatte afname van de bodemtaken bij de provincie verwerkt. Als gevolg hiervan zijn de variabele bijdragen van de deelnemers en de daarmee samenhangende salariskosten binnen de programma's Handhaving en Vergunningverlening aangepast, evenals de verdeling van de vaste bijdragen. In de begroting 2025 zijn ook de activiteiten bijbehorende bij de Specifieke Uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht (SPUK THE) opgenomen. Dit zijn activiteiten die vanaf 2023 jaarlijks worden uitgevoerd tot en met 2026. Voor 2025 gaat het om € 345.000. Er zijn met de ODRU afspraken gemaakt over onderlinge inzet van Bodemspecialisten. Deze afspraken zijn vastgelegd in een DVO en gelden voor 2024 en 2025. Het gaat in 2025 om € 608.000. Daarnaast heeft de provincie Utrecht voor 2024 en 2025 de toezegging gedaan om de apparaatskosten te financieren t.b.v. de RUDgemeenten. Het gaat om € 200.000. In totaal is de variabele bijdrage met € 218.000 verhoogd ten opzichte van de begroting van 2024 (eerste begrotingswijziging 2024). Ten opzichte van de Kadernota 2025 is de variabele bijdrage met € 210.000 verlaagd.
In bijlage 5.3 is een analyse opgenomen van de ontwikkeling van de variabele bijdrage van de begroting 2025 ten opzichte van de begroting 2024. In de zienswijze op de Ontwerp kadernota 2025 is er vanuit meerdere deelnemers de wens uitgesproken te zoeken naar potentiële bezuinigen in het jaar 2025. De CAO-stijging en de individuele stijgingen van de salarissen zijn een gegeven en de tarieven stijgen daarom ook met 7% ten opzichte van 2024. Op andere gebieden dient er daarom bespaard te worden of dienen er extra opbrengsten aangewend te worden. Dit wil de RUD onder andere doen door in de lasten voor Bedrijfsvoering te snijden. Het gaat om de volgende maatregelen, die in hoofdstuk 3.5 Bezuinigingen en aanvullende opbrengsten nader worden toegelicht: • • •
Niet voortzetten gebruik 13e etage Provinciehuis (€ 125.000) Verlagen afschrijvingen door lagere investeringen (€ 50.000) Vervangen laptops (€ 20.000)
Totaal levert dit € 195.000 aan besparingen op. Ook wil de RUD de bijdrage verlagen door een verlaging van de afname in de uitvoeringsplannen voor te stellen. Bij milieu kunnen de taken voor Informatie Gestuurd Handhaven uit de uitvoeringsplannen gehaald worden, omdat deze door de RGT-app opgevangen worden. Het gaat om een verlaging van de uitvoeringsplannen van € 71.000. Ten slotte zijn er in 2025 naar verwachting rente opbrengsten (€ 200.000). De positieve spaarrente van 2023 heeft geleid tot dergelijke opbrengsten. Deze opbrengsten worden voor 2025 ook verwacht. De bezuinigingen bij Bedrijfsvoering, de lagere afname binnen de uitvoeringsplannen en de rente opbrengsten verlagen de totale bijdrage met € 466.000. Met het nemen van deze maatregelen stijgt de totale bijdrage met gemiddeld 1,0% ten opzichte van 2024. Voor een specificatie van de ontwikkeling van de totale bijdrage per deelnemer, zie bijlage 5.3. De ‘Stelpost loon- en prijs compensatie’ betreft enkel de prijscompensatie. De looncompensatie is al doorgerekend in de programma’s. Hiermee sluiten wij beter aan bij de werkelijke kosten per programma. De RUD Utrecht heeft de verschillende materiële kostenposten in de begroting niet aangepast voor de te verwachten prijsstijging. Wel is er in de begroting een post opgenomen om de prijsstijging van deze kosten op te kunnen vangen (stelpost prijscompensatie).
Uiteraard zijn de prijsstijgingen tussen 2024 (huidig jaar) en 2025 nog onzeker. Zoals in de Ontwerp kadernota 2025 is gesteld, is de verwachting dat deze post ad. € 205.000 voldoende is om de verwachte prijsstijgingen op te vangen.
Ontwerp Programmabegroting 2025 Status: Vastgesteld in vergadering Algemeen Bestuur d.d. 28 maart 2024
Pagina 5 van 19
De bijdrage per opdrachtgever voor 2025 wordt in de volgende tabel gepresenteerd:
Opdrachtgever
Variabele bijdrage 2025 - Bijdrage PU Vaste bijdrage 2025 Bodemtaken
Totale bijdrage 2025 - Bijdrage PU Bodemtaken
Amersfoort Baarn Bunschoten Eemnes Houten Leusden Lopik Nieuwegein PU Soest Utrecht Woudenberg
890.000 242.000 240.000 105.000 173.000 203.000 248.000 222.000 3.542.000 337.000 1.003.000 182.000
1.460.000 372.000 380.000 167.000 260.000 299.000 396.000 330.000 5.819.000 514.000 1.666.000 276.000
2.350.000 614.000 620.000 272.000 433.000 502.000 644.000 552.000 9.361.000 851.000 2.669.000 458.000
Totaal
7.387.000
11.939.000
19.326.000
Van de totale bijdrage zijn de rente opbrengsten en de bijdrage van de provincie Utrecht voor de bodemuren ODRU afgetrokken. Het verschil tussen de staat van baten en lasten en de bijdrage per opdrachtgever beslaat de activiteiten van de SPUK THE, de Bodemuren uit de DVO met de ODRU en de verwachte rente opbrengsten.
Ontwerp Programmabegroting 2025 Status: Vastgesteld in vergadering Algemeen Bestuur d.d. 28 maart 2024
Pagina 6 van 19
3. Programma’s De RUD Utrecht levert een bijdrage aan een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving door de uitvoering van VTH-taken en advisering op het gebied van milieu. Het is onze ambitie om door te groeien naar een Omgevingsdienst die eenvoud, kwaliteit en betrouwbaarheid als uitgangspunten hanteert en die haar opdrachtgevers centraal stelt. Voor ons betekent dit in de eerste plaats dat wij het maximale halen uit de door onze opdrachtgevers beschikbaar gestelde middelen. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de programma’s die de kaders vormen waarin de RUD Utrecht die bijdrage levert.
3.1.
Indicatoren
In deze paragraaf kijken we voor de RUD- indicatoren vooruit naar onze prestaties voor het jaar 2025. We hebben de aantallen en de aard van de indicatoren slechts een beperkte update gegeven ten opzichte van 2024 aangezien de indicatoren onze eigenaren een goed beeld geven over de prestaties van de RUD Utrecht. Voornamelijk de indicator over de tevredenheid van onze opdrachtgevers is verbeterd. De belangrijkste onderdelen van de RUD Utrecht meten we op een structurele wijze via Key Performance Indicators (KPI’s). We hebben in samenwerking met een aantal van onze eigenaren voor verschillende onderdelen van de RUD Utrecht KPI’s vastgesteld. Hieronder zijn de KPI’s voor de RUD Utrecht weergegeven: Interne processen en kwaliteit werk Wat
Indicator
Handhavingsbeschikkingen en vergunningen voldoen aan inhoudelijke en juridische kwaliteit
Sturing op: We streven ernaar om bij handhavingsbeschikkingen geen inhoudelijke en/of juridische gebreken te hebben. Meting van: Dit blijkt uit het feit dat bij bezwaar- en beroepsprocedures in tenminste 80 procent van de gevallen geen inhoudelijke en/of juridische gebreken aan de beschikking worden geconstateerd.
Voldoen aan kwaliteitscriteria 2.3
Sturing op: Het professionaliseren van onze toezichthouders, handhavers en vergunningverleners zorgt naast een kwaliteitsverbetering ook voor een hogere betrouwbaarheid. Meting van: Voor alle activiteiten voldoen we voor 100% aan de kwaliteitscriteria 2.3
Ontwerp Programmabegroting 2025 Status: Vastgesteld in vergadering Algemeen Bestuur d.d. 28 maart 2024
Pagina 7 van 19
Afnemers Wat
Indicator
Beoordeling door opdrachtgevers
Sturing op: We streven naar tevreden opdrachtgevers. Meting van: De individuele opdrachtgever geeft de RUD Utrecht een algemene tevredenheidsscore van een 7 of hoger.
Beoordeling door inwoners en ondernemers
De onderbouwing van de cijfermatige KPI blijkt uit een gedegen evaluatief onderzoek naar de tevredenheid bij onze opdrachtgevers. De RUD Utrecht is voornemens tweejaarlijks een extern onderzoek uit te voeren om zo doende opvolging te geven aan de resultaten van het onderzoek wat reeds in 2022-2023 heeft plaats gevonden. De reguliere VTH dienstverlening, advisering, communicatie en rapportages van de RUD Utrecht zullen onderdeel zijn van dit onderzoek. De bevindingen uit dit onderzoek zullen o.a. dienen als feedback voor onze organisatie en dienen als waardevol meetmoment. Sturing op: We streven naar tevreden ondernemers en inwoners bij de uitvoering van ons werk. Meting van: Minimaal 70% van de inwoners en ondernemers geven bij reactie op het klantentevredenheidsonderzoek (KTO) aan tevreden (een ruim voldoende) te zijn over de dienstverlening van de RUD Utrecht.
Financieel en HRM Wat
Indicator
Uitvoeren jaarprogramma’s 2025 van de partners conform de DVO’s
Sturing op: Het realiseren van de DVO’s
Ziekteverzuim
Meting van: De DVO’s worden binnen de range van 90% 110% gerealiseerd in geld. Sturing op: Een gezonde organisatie met gezonde medewerkers. Meting van: Het ziektepercentage ligt niet hoger dan 5%.
Verdere financiële KPI’s over onder andere liquiditeit en het weerstandsvermogen zijn verwerkt in hoofdstuk 4
Paragrafen.
Ontwerp Programmabegroting 2025 Status: Vastgesteld in vergadering Algemeen Bestuur d.d. 28 maart 2024
Pagina 8 van 19
3.2.
Programma Handhaving
Het programma Handhaving wordt ingezet om adequaat toezicht te houden bij bedrijven, op locaties, op bodem, in de afvalstofketen en in het vrije veld. De Omgevingswet is per 1 januari 2024 in werking getreden. In 2025 vindt handhaving daarom plaats op grond van de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening en de gemeentelijke omgevingsplannen. Waar nodig wordt, afhankelijk van het verleende mandaat, een sanctie opgelegd of voorbereid. Met de milieuklachtentelefoon wordt 24-uurs bereikbaarheid voor klachten en calamiteiten gerealiseerd. De werkprocessen worden uitgevoerd conform de kwaliteitseisen van de partners en het Dossier Afspraken en Protocollen (DAP). Naast toezicht en handhaving adviseren wij individuele opdrachtgevers, afhankelijk van de gemaakte afspraken, op het gebied van specialistische milieuonderwerpen, informatie gestuurde handhaving, uitvoeringsbeleid, Omgevingswet en nieuwe ontwikkelingen. Wat mag het kosten? Op basis van de ontwerp Programmabegroting 2025 is het budget voor het programma Handhaving als volgt: Baten 1 Handhaving
3.3.
€
8.008.000
Lasten € 7.964.000
Saldo €
44.000
Programma Vergunningverlening
Het programma Vergunningverlening wordt ingezet om adequate vergunningverlening en afhandeling van meldingen voor activiteiten bij bedrijven en op locaties uit te voeren. Het gaat daarbij met name om vergunningverlening op grond van de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordeningen en de gemeentelijke omgevingsplannen. De Omgevingswet is inwerking getreden op 1 januari 2024. Bij de vergunningverlening worden de beleidsregels van het bevoegde gezag gevolgd. Afhankelijk van het verleende mandaat stellen wij hiervoor adviezen op of geven we de beschikkingen af (binnen het mandaat). Vergunningaanvragen moeten binnen wettelijke termijnen worden afgehandeld en meldingen moeten beoordeeld worden op juistheid en volledigheid. De werkprocessen worden uitgevoerd conform de kwaliteitseisen van de partners en het Dossier Afspraken en Protocollen (DAP), onderdeel van de dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) met de deelnemende partijen. Naast vergunningverlening adviseren wij individuele opdrachtgevers, afhankelijk van de gemaakte afspraken, op het gebied van de Omgevingswet, externe veiligheid, milieuzaken in omgevingsplannen, specialistische milieuonderwerpen, bodem, uitvoeringsbeleid en nieuwe ontwikkelingen. Wat mag het kosten? Op basis van de ontwerp Programmabegroting 2025 is het budget voor het programma Vergunningverlening als volgt: Baten 2 Vergunningverlening
3.4.
€
7.390.000
Lasten € 7.432.000
Saldo €
-42.000
Programma Bedrijfsvoering
Binnen de RUD hebben we alle ondersteunende diensten samengevoegd binnen Bedrijfsvoering. Hierbij moet gedacht worden aan zaken als financiën, ICT en Informatievoorziening (IV), HRM, communicatie, secretariaat en accountmanagement. Al deze onderdelen hebben gemeen dat ze niet direct werkzaam zijn voor de vakgebieden, maar daaraan ondersteuning bieden. Het jaar 2025 zal naar verwachting grotendeels in het teken staan van de samenvoeging met de ODRU per 1 januari 2026. De afdeling bedrijfsvoering zal dus vooral zorgen voor een zoveel als mogelijk ongestoorde uitvoering voor de primaire teams en daarnaast voorbereidingen treffen voor de overgang naar de nieuwe Omgevingsdienst per 1 januari 2026. Verbeteringen en projecten zullen alleen in uitzonderingsgevallen worden doorgevoerd en uitgevoerd. Een uitzondering daarop is uiteraard activiteiten die bijdragen aan de nieuwe Omgevingsdienst vanaf 2026. Voor de begroting lichten wij enkele onderdelen hieronder toe. 1. ICT en IV Binnen de RUD is begin 2022 een nieuw VTH-zaaksysteem geïmplementeerd dat ook geschikt is om te gebruiken bij de Omgevingswet. Vanaf 1 januari 2024 wordt hierin ook onder de Omgevingswet gewerkt. Hoewel in 2024 nog wel enkele aanpassingen verwacht worden, zal 2025 vooral in het teken staan van consolideren en zorgen voor een ongestoorde procesgang.
De overige essentiële software (bijvoorbeeld AFAS, Qlik en Decos) die wij binnen de organisatie en bedrijfsvoering gebruiken zijn stabiel en hierin zullen naast enkele essentiële ontwikkelen geen majeure investeringen en aanpassingen worden gedaan in 2025.
Ontwerp Programmabegroting 2025 Status: Vastgesteld in vergadering Algemeen Bestuur d.d. 28 maart 2024
Pagina 9 van 19
Voor het Bodeminformatiesysteem (IBIS) geldt dit niet. Dit softwarepakket moet in 2024 vervangen worden in verband met het uit de markt halen van dit pakket door de leverancier. Er zal vanaf een bepaald moment in 2024 geen ondersteuning, updates en ontwikkelingen meer plaatsvinden door de leverancier voor dit softwarepakket. Wij zullen in nauw overleg met de ODRU hierin keuzes maken (zij gebruiken hetzelfde softwarepakket). Voor 2025 verwachten we voor dit essentiële systeem nog wel wat ontwikkeling die noodzakelijk zal zijn om het werk op een effectieve en efficiënte manier uit te kunnen voeren. In 2025 verwachten we aan de samenwerking met de ODRU veel meer tijd en middelen te gaan besteden om de ICT omgevingen met elkaar in verbinding te brengen, danwel gelijk te schakelen ter voorbereiding op de volgende stap. Hierin zal natuurlijk de routekaart worden gevolgd, en de verwachting is dat de uitvoering van een groot aantal onderdelen met een ICT component reeds in 2025 bij de afdeling ICT en IV terecht zal komen. Voor de gemeente Utrecht is het in het kader van overdracht van taken per 1 januari 2025 ook noodzakelijk dat op ICT gebied een aantal koppelingen ter ondersteuning van de samenwerking worden geëffectueerd. We verwachten hier in 2025 ook een verdere doorontwikkeling op te gaan realiseren die past binnen de nieuwe Omgevingsdienst. 2.
Accountmanagement en Advisering De samenvoeging per 1 januari 2026 zal binnen de gehele organisatie veel van medewerkers vragen. Voor 2025 zal voor het accountmanagementteam de nadruk liggen op de evaluatie van de in 2024 doorontwikkelde rapportageformats. Kleine wijzigingen en verbeteringen zullen nog worden doorgevoerd, maar majeure aanpassingen zullen als input dienen voor de nieuwe Omgevingsdienst. Daarnaast blijft samenwerking met en tussen de deelnemers essentieel. De deelnemers (in de rol van opdrachtgever) zijn de basis voor ons bestaan. In 2025 zal er extra aandacht worden besteed aan de afstemming die naast de reguliere voortgang van de productie ook input kan zijn voor het team dat bezig is met de fusie. 3. HRM Ook in 2025 blijft ons personeel het belangrijkste kapitaal. De RUD Utrecht wil daarom een aantrekkelijke werkgever zijn, waar ieder zijn talenten en kwaliteiten optimaal kan inzetten. Van haar medewerkers verwacht de RUD Utrecht dat zij hoogwaardige resultaten opleveren, samenwerking stimuleren, veranderbereid (flexibel) en ontwikkelingsgericht zijn. De RUD Utrecht heeft een bedrijfscultuur waar vertrouwen heerst en waarin het management de medewerkers de ruimte geeft om verantwoordelijkheid te nemen. De strategisch managers sturen op resultaat en faciliteren de medewerkers.
Als een medewerker knelpunten ervaart in zijn inzetbaarheid hanteert de RUD Utrecht uitgangspunten die gericht zijn op preventie om zoveel mogelijk weg te blijven van het curatieve traject (Wet verbetering poortwachter). In het strategisch HRM-plan heeft de RUD Utrecht beschreven hoe ze met HRM de koers van de organisatie kan ondersteunen en kan anticiperen op ontwikkelingen. Dit heeft een duidelijke overlap met de gewenste cultuurverandering die de Omgevingswet vraagt. HRM ondersteunt de ontwikkelrichting van de RUD op diverse thema's. a)
Organisatie en Talent ontwikkeling
De RUD ontwikkelt zich voortdurend om zo wendbaar te kunnen blijven op ontwikkelingen. HRM faciliteert het organisatieontwikkelingsproces om te kunnen ontwikkelen naar een technisch adviserende uitvoeringsdienst en te kunnen blijven werken onder de Omgevingswet. Daarnaast heeft HRM een talenten programma opgesteld. b)
Werving en selectie
Er zijn grote ontwikkelingen op de arbeidsmarkt; we hebben te maken met een ongekende krapte op de arbeidsmarkt. Des te groter is het belang van duurzame werving en selectie. Dan gaat het niet alleen om het invullen van een vacature, maar ook om het zorgen voor een duurzame plaatsing van een kandidaat. HRM ondersteunt dit door een Wervings- en Selectie strategie en met kennis van de arbeidsmarkt. Voor 2025 zal werving en selectie in nauwe samenspraak en afstemming met de ODRU plaatsvinden. Het gaat dan namelijk niet meer alleen om 2025, maar (vooral) ook over daarna. c)
Duurzame inzetbaarheid
We investeren in de duurzame inzetbaarheid van onze medewerkers door talentontwikkeling, opleidingen en ontwikkelmogelijkheden binnen de organisatie. Door een opleidingsprogramma en POB academy investeren we in de ontwikkeling van kennis, competenties alsmede de persoonlijke ontwikkeling. Tevens wil de RUD Utrecht structureel blijven voldoen aan de kwaliteitscriteria 2.3.
Ontwerp Programmabegroting 2025 Status: Vastgesteld in vergadering Algemeen Bestuur d.d. 28 maart 2024
Pagina 10 van 19
d)
Diversiteit en Inclusie
Waar diversiteit gericht is op het herkennen van verschillen, gaat het bij inclusie om het creëren van een werkomgeving waarin iedereen welkom is en zichzelf kan zijn. Medewerkers moeten zich volwaardig deel van de organisatie voelen en er tot hun recht komen. De RUD Utrecht heeft deze thema's hoog in het vaandel staan. HRM ondersteunt dit, onder meer via het tweejaarlijkse medewerkerstevredenheidsonderzoek stellen we vast hoe medewerkers de RUD Utrecht als medewerker waarderen. Op basis van de uitkomsten sturen we waar nodig bij. Uitgangspunt hierbij blijft dat de medewerkers verantwoordelijk zijn voor hun eigen loopbaan en daar zelf op sturen. De RUD Utrecht ondersteunt de medewerkers waar nodig hierbij.
e)
Samengaan met de ODRU
Hoewel hiervoor vooral doorzetten van bestaand beleid is beschreven, zal ook voor HRM een aantal grote opgaven ontstaan in 2025 rondom de samenvoeging van beide OD’s naar één nieuwe Omgevingsdienst per 2026. Allereerst zal er vanuit het onderdeel inrichten een aantal vraagstukken op de medewerkers van HRM afkomen die voor aanzienlijk meer werk zorgt in 2025. Dit betreft echter alleen de eigen afdeling. De afdeling HRM is er echter ook (en misschien wel vooral) voor de medewerkers. In 2025 zal de afdeling HRM dan ook in allerlei trajecten ondersteuning bieden om gezamenlijk met management, communicatie en anderen (direct) betrokkenen de medewerkers zoveel mogelijk te faciliteren en ondersteunen met als doel een zo vlekkeloos mogelijke overgang naar de nieuwe Omgevingsdienst. 4. Financiën De afdeling Financiën werkt volgens een vaste Planning & Controlcyclus, welke voor het jaar 2025 grotendeels ongewijzigd zal zijn aan de jaren daarvoor. De beoogde samenvoeging met ODRU zal ook inzet vragen van de afdeling Financiën voor onderwerpen zoals de nieuwe financieringssystematiek met de deelnemers van de nieuwe Omgevingsdienst vanaf 2026. Daarnaast zal er gewerkt moeten worden aan de inrichting van de nieuwe financiële administratie.
Er zullen nieuwe financiële processen moeten worden uitgedacht en beschreven om de overgang van het jaar 2025 naar 2026 zo soepel mogelijk te laten verlopen. Ook zullen er keuzes voor de nieuwe administratie en bedrijfsondersteunende systemen moeten worden gemaakt. Ook op dit vlak geldt, net als bij andere onderwerpen, dat goed moet worden voorgesorteerd op de nieuwe Omgevingsdienst. De start hiervan zal in het eerste kwartaal 2026 samen vallen met de financiële afronding van 2025 met twee aparte jaarrekeningen. Een goede voorbereiding is dus essentieel. Wat mag het kosten? Op basis van de ontwerp Programmabegroting 2025 is het budget voor het programma Bedrijfsvoering als volgt: Baten 3 Bedrijfsvoering
3.5.
€
4.555.000
Lasten € 4.755.000
Saldo €
-200.000
Bezuinigingen en aanvullende opbrengsten
Hoewel in voorgaande programma’s uiteen is gezet welk werk er (ook) in 2025 verzet gaat worden, is ook vanuit de zienswijze op de Ontwerp Kadernota 2025 wel gebleken dat de continu stijgende kosten, aangejaagd door hoge inflatie met bijbehorende indexeringen en loonstijgingen, een uitdaging worden voor een (aanzienlijk) deel van onze deelnemers. Er is in deze Ontwerp Programmabegroting dan ook een aantal bezuinigingen verwerkt. Deze hebben allemaal geen direct effect op het primaire werk dat de RUD Utrecht doet, omdat de RUD Utrecht van mening is dat natuur en milieu zo belangrijk is, dat daar als laatste pas op bezuinigd kan worden. Dit wil overigens niet zeggen dat de huidige verwerkte bezuinigingen geen negatief effect op de RUD Utrecht als organisatie en de medewerkers hebben. Er is rekening gehouden met een CAO-stijging van 5,8% in 2025 (septembercirculaire 2023) en veel medewerkers zullen een individuele loonstijging van 3% krijgen. Desondanks zal de vaste bijdrage met 0,6% dalen ten opzichte van de begroting van 2024 en dat komt vooral door een aantal besparingsmaatregelen die zijn doorgevoerd binnen Bedrijfsvoering. Het gaat om de volgende maatregelen, die gezamenlijk € 195.000 besparen. Daarnaast zijn er aanvullende opbrengsten van € 200.000.
Ontwerp Programmabegroting 2025 Status: Vastgesteld in vergadering Algemeen Bestuur d.d. 28 maart 2024
Pagina 11 van 19
Niet voortzetten gebruik 13e etage (€ 125.000) De RUD zal het contract van de 13e etage van het Provinciehuis opzeggen, zodat deze per 1 januari 2025 niet meer door de RUD Utrecht gebruikt zal worden. Hiermee wordt een besparing van € 125.000 per jaar gerealiseerd. Deze etage is echter wel de ruimte die met de ODRU wordt gedeeld en daarom de locatie waar het samenwerken het meest laagdrempelig is. Door deze keuze wordt tevens de ODRU gedwongen afscheid te nemen van deze samenwerkingsruimte, of zij moeten de gehele lasten zelf gaan dragen. Dit is met het oog op de samenvoeging een onplezierig signaal, maar wel noodzakelijk om een significante bezuiniging te realiseren. Daarnaast beperkt het de werkplekken aanzienlijk. Zeker op de favoriete kantoordagen dinsdag en donderdag zal er niet voldoende plek meer zijn om alle medewerkers die op kantoor willen werken van een werkplek te kunnen voorzien. Op overige werkdagen zijn naar verwachting voldoende werkplekken, waardoor we medewerkers zullen moeten verzoeken uit te wijken naar de andere dagen. Dit komt de samenwerking, maar ook de flexibiliteit voor de medewerkers niet ten goede.
Verlagen afschrijvingen door lagere investeringen (€ 50.000) In eerdere jaren is er geïnvesteerd in activa om een goede bedrijfsvoering mogelijk te maken. De laatste jaren is de investeringsbehoefte minder groot geweest. Investeringen leiden tot afschrijvingskosten over de duur van de afschrijvingstermijn van de investering. De afschrijvingen zullen hierdoor iets teruglopen. Besloten is vanaf 2024 echt minder investeringen te doen om zo de afschrijvingskosten voor 2025 te beperken en zo € 50.000 aan lagere lasten te realiseren. Dit betekent echter wel dat mogelijk voor de nieuwe Omgevingsdienst vanaf 2026 extra investeringen wenselijk zijn, waarvoor nu in de begroting geen ruimte meer is.
Vervangen laptops medewerkers (€ 20.000) Het type laptops voor de medewerkers kunnen gewijzigd worden in goedkopere uitvoeringen. Dit zouden nog steeds wel compatibel en krachtige laptops zijn waar medewerkers mee uit de voeten kunnen. Het gaat hierbij om een vervanging van 200 laptops gedurende de komende jaren die € 500 goedkoper in aanschaf zijn. Deze laptops worden afgeschreven in 5 jaar, dus leveren een besparing van € 20.000 per jaar op. Met de overgang van deze devices sluiten we aan bij de apparatuur die de ODRU ook gebruikt. Dit is in het kader van de samenvoeging ook wenselijk.
Informatiegestuurd handhaven (€ 71.000) In de DVO’s en uitvoeringsplannen zijn bij alle deelnemers uren opgenomen voor Informatiegestuurd handhaven (hierna: IGH). In de afgelopen jaren zijn reeds grote stappen gezet met de ontwikkeling en invoering van de Risicogericht Toezicht-app (hierna RGT-app). Dit is het ‘schoolvoorbeeld’ van IGH; informatie uit de eigen systemen, alsmede externe bronnen worden gekoppeld om een risico-inschatting te maken en daarmee te bepalen waar toezicht en handhaving het grootste effect heeft. Voor 2025 zullen we vooral ‘kleine’ verbeteringen doorvoeren en verder consolideren wat we hebben ontwikkeld. Dit kan uiteraard gebruikt worden in de nieuwe Omgevingsdienst per 1 januari 2026. De projecten rondom IGH lenen zich normaliter beter voor incidentele projectfinanciering dan via de DVO en uitvoeringsplannen. Derhalve zijn in deze Programmabegroting 2025 de uren van de desbetreffende deelnemers uit de variabele bijdrage gehaald. Dit leidt tot een bezuiniging zonder dat dit direct invloed heeft op de uitvoering van de primaire werkzaamheden.
Rente opbrengsten (opbrengst € 200.000) In de afgelopen jaren waren de renteopbrengsten minimaal. Vanaf 2023 krijgt de RUD Utrecht weer rente op de liquide middelen. De inschatting is dat dit de komende jaren ook het geval zal zijn. Derhalve zijn in lijn met de renteopbrengsten van 2023 ook renteopbrengsten in de Programmabegroting 2025 opgenomen. Deze algemene dekkingsmiddelen gebruiken we om een deel van bedrijfsvoering (overhead) te financieren.
Ontwerp Programmabegroting 2025 Status: Vastgesteld in vergadering Algemeen Bestuur d.d. 28 maart 2024
Pagina 12 van 19
4. Paragrafen Door het BBV wordt een zevental paragrafen voorgeschreven die moeten worden opgenomen in de begroting, tenzij het betreffende onderdeel niet van toepassing is. Bij de RUD Utrecht zijn de volgende onderdelen niet van toepassing: Lokale heffingen; Verbonden partijen; en Grondbeleid. De overige onderdelen zullen in dit hoofdstuk nader worden toegelicht.
4.1.
Weerstandsvermogen en risicomanagement
Het weerstandsvermogen is een maatstaf voor de mate waarin de gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht in staat is om de gevolgen van risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt. Om adequaat en effectief te kunnen reageren op de financiële gevolgen van risico’s die zich voordoen, moet de RUD Utrecht een financiële buffer hebben. Hierdoor is de RUD Utrecht in staat risico’s zelf financieel op te vangen. Er hoeft dan geen afzonderlijk beroep gedaan te worden op de deelnemers. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s die de RUD Utrecht loopt. Het gaat hier over niet kwantificeerbare risico’s. Voor kwantificeerbare risico’s worden voorzieningen gevormd. In artikel 31 van de gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht is bepaald dat de algemene reserve maximaal 5 procent van de jaaromzet bedraagt. Op basis van de begrote financiële positie per 31 december 2025 bedraagt de algemene reserve € 755.000, dit is onder de norm van 5%. Jaarlijkse exploitatieoverschotten worden toegevoegd aan de algemene reserve en verhogen het weerstandsvermogen. Een exploitatietekort wordt opgevangen binnen het weerstandsvermogen, tenzij het weerstandsvermogen hiervoor onvoldoende is.
In dat geval dragen de deelnemers hun deel naar rato van de uren uit de DVO (van de betreffende deelnemer) ten opzichte van de totale begrote uren van het betreffende jaar. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit is het totaal van de middelen waarover de RUD Utrecht beschikt om onvoorziene kosten te dekken. Voor de RUD Utrecht is de algemene reserve aan te merken als beschikbare incidentele weerstandscapaciteit. Deze dient als buffer tegen onvoorziene risico’s. Op basis van de begrote financiële positie per 31 december 2025 bedraagt de algemene reserve € 755.000. Daarnaast bestaat de weerstandscapaciteit uit de post Onvoorzien. In de begroting is rekening gehouden met een structurele post Onvoorzien ter hoogte van € 325.000. De totale weerstandscapaciteit bedraagt naar verwachting € 1.080.000 (= € 755.000 + € 325.000). Risicomanagement Risicomanagement is het effectief omgaan met de kansen en bedreigingen die de realisatie van de organisatiedoelstellingen kunnen beïnvloeden. Hiervoor is het van belang dat er een continu proces wordt ingericht van identificeren, prioriteren en beheersen.
Hierdoor kunnen goed onderbouwde keuzes gemaakt worden met betrekking tot: • Welke risico’s kunnen gedragen worden? • Welke beheersmaatregelen kunnen getroffen worden? • Welke middelen moeten, ter afdekking van risico’s, gereserveerd worden? Door de koppeling van het risicomanagement aan de planning & control-cyclus van de RUD Utrecht zal drie keer per jaar over risico’s worden gerapporteerd. Dat is bij de programmabegroting, de bestuurlijke voortgangsrapportage (alleen significante afwijkingen) en de jaarrekening.
Ontwerp Programmabegroting 2025 Status: Vastgesteld in vergadering Algemeen Bestuur d.d. 28 maart 2024
Pagina 13 van 19
Algemene risico’s Het risicoprofiel van de RUD Utrecht bestaat uit bedrijfsspecifieke risico’s en meer algemene risico’s. Bij deze laatste kan onder meer gedacht worden aan macro-economische ontwikkelingen en loon- en prijsontwikkelingen. Ook zijn er natuurlijk onzekerheden over (toekomstig) rijksbeleid en ontwikkelingen in weten regelgeving. Al deze ontwikkelingen kunnen risico’s en onzekerheden met zich meebrengen, deze zijn echter nagenoeg niet beïnvloedbaar noch kwantificeerbaar. Deze risico’s worden in principe niet opgenomen in de risicoanalyse zolang ze niet leiden tot meer specifieke en kwantificeerbare risico’s voor de RUD Utrecht. Specifieke risico’s De specifieke risico’s zijn de risico’s die op de RUD Utrecht van toepassing zijn. Net als vorig jaar zijn middels sessies met MT en medewerkers de risico’s in kaart gebracht en is een inschatting gemaakt van de kans dat de gebeurtenis daadwerkelijk plaatsvindt en de (financiële) impact daarvan. Dit heeft geresulteerd in onderstaande risicoanalyse: Impact x Restrisico x € 1.000 € 1.000
Risico
Omschrijving
I/S
Kans %
1. Outputfinanciering: productie, achterblijvende vraag
De productie (producten) zoals afgesproken in de DVO’s wordt niet gerealiseerd (kwantitatief of kwalitatief) waardoor de inkomsten lager zijn dan begroot. 1% minder productie is € 115.000 minder inkomsten. Een deel van de productie is vraag gestuurd. De kosten om deze productie te realiseren is echter wel vast en betreft voornamelijk loonkosten.
S
25%
€ 460
€ 115
S
25%
€ 460
€ 115
I
25%
€ 500
€ 125
S
35%
€ 230
€ 80
I
25%
€ 500
€ 125
I
25%
€ 1.400
€ 350
I
25%
€ 400
€ 100
2. Outputfinanciering: onvoldoende productiviteit
3. Outputfinanciering
4. Ziekteverzuim
5. Samenvoeging met de ODRU
6. ‘Ravijnjaar’ 2026
7. Inflatie (specifiek)
Binnen de RUD is ervan uitgegaan dat medewerkers 1.360 declarabele uren per jaar maken in de primaire teams. Vanwege overgang naar de Omgevingswet zijn er nieuw producten in de producten- en dienstencatalogus opgenomen en in de praktijk moet nog blijken of de kentallen en uren die voor de producten en diensten staan toereikend zijn. Bij de begroting is ervan uitgegaan dat de productieve medewerkers 1.360 declarabele uren per jaar realiseren. Die aanname is o.m. gebaseerd op een maximaal verzuim van 5%. Vanwege het mogelijk samengaan is er het risico dat er aanvullende kosten worden gemaakt en dat medewerkers niet aan hun declarabele uren komen vanwege inzet op dit traject. Vanaf 2025 willen de deelnemers mogelijk bezuinigen om de eigen begroting in 2025/26 sluitend te krijgen. Gebruikelijk gaat de RUD Utrecht voor de prijsstijging en CAO stijgingen, bij het opstellen van de begrotingen, uit van de circulaire die door de rijksoverheid wordt opgesteld. Momenteel is de inflatie zodanig hoog dat de inschatting gebaseerd op de circulaire mogelijk te laag zijn ingeschat. Het prijsniveau in 2025 blijft echter een specifiek risico voor 2025.
Totaal restrisico:
€ 1.010
Tegenover de bestaande risico’s staat de weerstandscapaciteit zoals hierboven besproken ter hoogte van € 1.080.000. De hierbij behorende ratio is: 1,07 (minimaal 1,0 is gewenst). De weerstandscapaciteit ligt daarmee op een voldoende niveau om de specifieke risico’s op te kunnen vangen.
Ontwerp Programmabegroting 2025 Status: Vastgesteld in vergadering Algemeen Bestuur d.d. 28 maart 2024
Pagina 14 van 19
Financiële kengetallen Gezien het stijgende belang van toekomstbestendigheid van lokale overheden moet in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing een basis set van vijf financiële kengetallen worden opgenomen. Het opnemen van kentallen past in het streven naar meer transparantie en inzicht in de financiële positie. Voor de RUD Utrecht zijn de volgende drie kengetallen van toepassing: a. Netto schuldquote: geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen; b. Solvabiliteitsratio: geeft inzicht in de mate waarin de organisatie in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen (eigen vermogen als percentage van het totale financiële positietotaal); en c. Structurele exploitatieruimte: is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te kunnen dragen. Kengetallen A Netto schuldquote B Solvabiliteitsratio C Structurele exploitatieruimte
a. b.
c.
4.2.
Verloop van de kengetallen % Jaarrekening Begroting Begroting 2023 2024 2025 -8,97 -8,86 -8,10 17,08 17,28 17,42 0,28 0,02 0,01
Voldoende <100 >50 >0,6
Norm VNG % Matig Onvoldoende >100 / <130 <50 / >30 <0,6 / >0
>130 <30 0
De netto schuldquote is erg goed. Reden hiervoor is dat de RUD Utrecht nog geen leningen heeft hoeven afsluiten voor het financieren van investeringen. Voor 2025 wordt dit evenmin nodig geacht. De solvabiliteit toont aan dat de RUD Utrecht onvoldoende in staat is om aan haar verplichtingen te voldoen. In artikel 31 van de gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht is bepaald dat de algemene reserve maximaal 5 procent van de jaaromzet mag bedragen. Als gevolg hiervan is deze ratio slechts in beperkte mate beïnvloedbaar. Daarnaast staan de deelnemers van een gemeenschappelijke regeling garant voor de tekorten. De structurele exploitatieruimte van de RUD Utrecht is matig. De RUD Utrecht kan met de structurele baten haar structurele lasten dekken. De RUD streeft hiernaar, zonder hierbij een (positief) exploitatiesaldo te realiseren.
Financiering
Deze paragraaf gaat over de financiering van de RUD Utrecht op de korte en de lange termijn. Daarin worden
betrokken het schatkistbankieren, de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Het doel is om onder gunstige voorwaarden en met beperkte risico’s over voldoende financiële middelen te beschikken.
Financiering korte termijn In de bijdrageverordening is het volgende vastgelegd: a. De deelnemers betalen uiterlijk 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober een voorschot in de lasten van het lopende begrotingsjaar van 25 procent van de totale bijdrage (vaste bijdrage + begrote variabele bijdrage); en b. Naar aanleiding van de liquiditeitspositie in de afzonderlijke kwartalen kan het Dagelijks Bestuur bepalen dat van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, een afwijkend voorschot wordt betaald. Hierdoor is verzekerd dat de RUD Utrecht voor de korte termijn voldoende financiële middelen heeft. Doen zich hierbij tijdelijk overschotten voor dan heeft de RUD Utrecht te maken met schatkistbankieren. De overschotten mogen alleen in rekening-courant en via deposito’s bij de schatkist (het Rijk) worden belegd (of uitgeleend aan andere decentrale overheden). De RUD Utrecht mag de eerste € 1.000.000 buiten de schatkist houden. De RUD Utrecht heeft een financieringsovereenkomst (krediet- en depotarrangement) afgesloten met de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). Er geldt een intra-daglimiet van € 600.000. Doordat automatische afroming van bedragen boven de € 250.000 naar deposito’s bij de schatkist (het Rijk) plaatsvindt is het saldo liquide middelen op basis van de begrote financiële positie per 31 december 2025 € 250.000.
Financiering lange termijn Wanneer de RUD Utrecht investeringen doet en deze activeert op de financiële positie kan het nodig zijn om deze te financieren met geldleningen met een looptijd langer dan één jaar. Hierbij moet rekening worden gehouden met de renterisiconorm van het Rijk, die voorziet in spreiding van de looptijden van geldleningen, waardoor renterisico’s beperkt worden. Langlopende geldleningen in de komende jaren zijn afhankelijk van omvang en tempo van de investeringen (in bijvoorbeeld ICT) en de ontwikkeling van de reservepositie van de RUD Utrecht. Op dit moment is de verwachting dat in ieder geval tot en met 2025 geen leningen zullen hoeven worden afgesloten. Ontwerp Programmabegroting 2025 Status: Vastgesteld in vergadering Algemeen Bestuur d.d. 28 maart 2024
Pagina 15 van 19
4.3.
Bedrijfsvoering
4.4.
Onderhoud Kapitaalgoederen
De overhead wordt door de RUD Utrecht geregistreerd binnen het programma Bedrijfsvoering. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 3.4. Programma Bedrijfsvoering.
Artikel 59 tot en met 65 van het BBV zijn van toepassing op het waarderings- , activerings- en afschrijvingsbeleid van de RUD Utrecht. In de financiële verordening van de RUD Utrecht is per soort actief vastgelegd hoe dit beleid wordt toegepast. Materiële vaste activa met economisch nut De materiële vaste activa met economisch nut worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs inclusief direct toerekenbare kosten, onder aftrek van lineaire afschrijvingen gedurende de verwachte toekomstige gebruiksduur en bijzondere waardeverminderingen. Activa met een verkrijgingprijs van minder dan of gelijk aan € 10.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd (meet)apparatuur. De materiële vaste activa met economisch nut worden afgeschreven in maximaal: 15 jaar : technische installaties en apparatuur in gebouwen 10 jaar : kantoormeubilair, veiligheidsvoorzieningen en verbouwingen 5 jaar : transportmiddelen, aanhangwagens en personenauto's 3 jaar : (automatiserings)apparatuur en telefooninstallaties 1 jaar : (meet)apparatuur waarbij 50% van de jaarafschrijving wordt verantwoord in het jaar van aanschaf en/of technische/economische ingebruikname. Bij het bepalen van de afschrijving wordt geen rekening gehouden met een restwaarde. Bij een eventuele verkoop van materiële vaste activa wordt de opbrengst via de resultaatbestemming toegevoegd aan de algemene reserve van de RUD Utrecht.
De economische levensduur is beëindigd op het moment dat de aan het actief toe te rekenen jaarlasten hoger zijn dan de aan het actief toe te rekenen jaaropbrengsten. De rente wordt berekend over de boekwaarde per 1 januari.
4.5.
Incidentele baten en lasten
Vanwege de afspraken die gemaakt zijn binnen de Gemeenschappelijke regeling, zijn de structurele baten (DVO’s) en bijbehorende structurele lasten, inclusief overhead, verwerkt. Voor 2025 zijn hieraan toegevoegd (vanwege hun karakter) de DVO Bodem met de ODRU en de SPUK THE. Eventueel aanvullende middelen voor tijdelijke projecten, aanvullende opdrachten en programma’s zijn hierin nog niet verwerkt. Wanneer deze middelen middels een begrotingswijziging worden aangevraagd zullen deze ook als zodanig worden verwerkt en weergegeven onder de incidentele baten en lasten. Ook de huidige positie rondom de bodemtaken kent in principe een structureel karakter.
Ontwerp Programmabegroting 2025 Status: Vastgesteld in vergadering Algemeen Bestuur d.d. 28 maart 2024
Pagina 16 van 19
5. Bijlagen 5.1.
Meerjarenperspectief financiële positie
Meerjarenperspectief financiële positie Ter kennisname presenteren wij hierbij het meerjarenperspectief van de financiële positie voor 2024–2028. ACTIVA Vaste activa - Investeringen met een economisch nut
Materiële vaste activa
31 december 2024 €
599.000
Totaal vaste activa Vlottende activa - Vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen in 's Rijks schatkist
€ €
743.000 5.912.000
- Nog te ontvangen van overheden - Nog te ontvangen bedragen derden - Vooruitbetaalde bedragen
€ € €
1.081.000 63.000 150.000
- Banksaldi
€
250.000
Uitzettingen met een rente typische looptijd
Overlopende activa
€
599.000
€
599.000
€
6.655.000
€
1.294.000
€
250.000
Totaal vlottende activa Totaal generaal
€ €
8.199.000 8.798.000
PASSIVA Vaste passiva - Algemene reserve - Bestemmingsreserves* - Gerealiseerd resultaat
31 december 2024 € € €
752.000 765.000 3.000
Voorzieningen
€
774.000
Liquide middelen
Eigen vermogen
Totaal vaste passiva Vlottende passiva - Overige schulden
€
1.520.000
31 december 2025 €
599.000
€ €
743.000 5.849.000
€ € €
1.081.000 63.000 150.000
€
250.000
€
599.000
€
599.000
€
6.592.000
€
1.294.000
€
250.000
€ €
8.136.000 8.735.000
€
755.000 765.000 2.000
€
1.522.000
€
709.000 2.231.000
€
1.120.000
709.000
774.000
599.000
€ €
743.000 5.801.000
€ € €
1.081.000 63.000 150.000
€
250.000
31 december 2025 € € €
31 december 2027
31 december 2026
€
599.000
€
599.000
€
6.544.000
€
1.294.000
€
250.000
€ €
8.088.000 8.687.000
€
€ €
743.000 5.763.000
€ € €
1.081.000 63.000 150.000
€
250.000
757.000 765.000 2.000
€
1.524.000
€
659.000 2.183.000
€
1.120.000
659.000
€
599.000
€
599.000
€
6.506.000
€
1.294.000
€
250.000
€ €
8.050.000 8.649.000
€
€ € €
759.000 765.000 2.000
€
1.526.000
€
619.000 2.145.000
€
1.120.000
619.000
599.000
€ €
743.000 5.735.000
€ € €
1.081.000 63.000 150.000
€
250.000
31 december 2027
31 december 2026 € € €
599.000
31 december 2028
€
599.000
€
599.000
€
6.478.000
€
1.294.000
€
250.000
€ €
8.022.000 8.621.000
31 december 2028 € € €
761.000 765.000 2.000
€
1.528.000
€
589.000 2.117.000
€
1.120.000
589.000
€
2.294.000
€
1.120.000
Overlopende passiva
€
5.384.000
€
5.384.000
€
5.384.000
€
5.384.000
€
5.384.000
Totaal vlottende passiva Totaal generaal
€ €
6.504.000 8.798.000
€ €
6.504.000 8.735.000
€ €
6.504.000 8.687.000
€ €
6.504.000 8.649.000
€ €
6.504.000 8.621.000
Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar
€
1.120.000
€
1.120.000
€
1.120.000
€
1.120.000
€
1.120.000
Toelichting op het meerjarenperspectief financiële positie Bovenstaande posities zijn gebaseerd op de bedragen in de concept jaarrekening 2023 waarbij de voorgestelde resultaatbestemming 2023 is verwerkt. In het meerjarenperspectief van de financiële positie voor 2024–2028 zijn geen uitgangspunten verwerkt buiten de reguliere activiteiten van de RUD Utrecht. Onderhanden zaken ontstaan in verband met het afrekenen onder outputfinanciering. Op de financiële positie zijn deze niet weergegeven, omdat er zowel een schuldpositie als voorschotten van éénzelfde omvang bestaan. Algemene reserve: de resultaten zijn jaarlijks toegevoegd aan de algemene reserve. Volgens de 5%-norm die wordt gehanteerd zou dit kunnen betekenen dat in de jaren 2024 en verder afroming tot het maximum plaatsvindt door middel van terugbetaling aan opdrachtgevers of door het vormen van bestemmingsreserves. Gezien het feit dat de werkelijke opbrengsten leidend zijn voor de maximum hoogte van de reserve is dit nog niet in bovenstaand overzicht verwerkt. Dit meerjarenperspectief is opgesteld met de veronderstelling dat de RUD Utrecht zelfstandig verder gaat. Er is dus geen rekening gehouden met de verwachte samenvoeging met de ODRU per 1 januari 2026. De gegevens om reeds betrouwbare inschattingen te maken vanaf 2026 voor de gezamenlijke dienst ontbreken op dit moment.
*Bestemmingsreserves zullen worden onttrokken voor de doeleinden waarvoor deze gevormd zijn in het jaar waarbinnen de kosten worden gemaakt. Hierop zal een zienswijze van toepassing zijn.
Ontwerp Programmabegroting 2025 Status: Vastgesteld in vergadering Algemeen Bestuur d.d. 28 maart 2024
Pagina 17 van 19
5.2.
Meerjarenperspectief staat van baten en lasten
Meerjarenperspectief staat van baten en lasten Ter kennisname presenteren wij hierbij het meerjarenperspectief van de staat van baten en lasten voor 2024–2028. Begroting 2024 Programma's 1 Handhaving
Baten
Begroting 2025
Lasten
Saldo
Baten
Begroting 2026
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Begroting 2027 Saldo
Baten
Lasten
Begroting 2028 Saldo
Baten
Lasten
Saldo
6.881.000
6.831.000
50.000
8.008.000
7.964.000
44.000
7.774.000
7.729.000
46.000
7.833.000
7.787.000
47.000
7.927.000
7.880.000
48.000
Directe variabele kosten handhaving
5.724.000
5.674.000
50.000
6.816.000
6.772.000
44.000
6.568.000
6.523.000
46.000
6.613.000
6.567.000
47.000
6.692.000
6.645.000
48.000
Directe vaste kosten handhaving
1.157.000
1.157.000
-
1.192.000
1.192.000
-
1.206.000
1.206.000
-
1.220.000
1.220.000
-
1.235.000
1.235.000
-
2 Vergunningverlening
7.039.000
7.086.000
-47.000
7.390.000
7.432.000
-42.000
7.308.000
7.351.000
-43.000
7.388.000
7.432.000
-44.000
7.477.000
7.522.000
-45.000
Directe variabele kosten vergunningverlening
5.999.000
6.046.000
-47.000
6.278.000
6.320.000
-42.000
6.183.000
6.226.000
-43.000
6.249.000
6.293.000
-44.000
6.324.000
6.369.000
-45.000
Directe vaste kosten vergunningverlening
1.040.000
1.040.000
-
1.112.000
1.112.000
-
1.125.000
1.125.000
-
1.139.000
1.139.000
-
1.153.000
1.153.000
-
3 Bedrijfsvoering
4.649.000
4.499.000
150.000
4.555.000
4.755.000
-200.000
4.610.000
4.810.000
-200.000
4.665.000
4.865.000
-200.000
4.721.000
4.921.000
-200.000
Totaal programma's
18.569.000
18.416.000
153.000
19.953.000
20.151.000
-198.000
19.692.000
19.890.000
-197.000
19.886.000
20.084.000
-197.000
20.125.000
20.323.000
-197.000
Loon- en prijscompensatie
240.000
240.000
-
205.000
205.000
-
207.000
207.000
-
209.000
209.000
-
212.000
212.000
-
Onvoorzien
325.000
325.000
-
325.000
325.000
-
325.000
325.000
-
325.000
325.000
-
325.000
325.000
-
-
-
-
200.000
-
200.000
200.000
-
200.000
200.000
-
200.000
200.000
-
200.000
19.134.000
18.981.000
153.000
20.683.000
20.681.000
2.000
20.424.000
20.422.000
3.000
20.620.000
20.618.000
3.000
20.862.000
20.860.000
3.000
Financiële baten en lasten Totaal saldo van de baten en lasten Toevoeging/onttrekking aan reserves: -Doorontwikkeling RUD
-
150.000
-150.000
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Gerealiseerde resultaat
19.012.000
19.005.000
7.000
20.683.000
20.681.000
2.000
20.424.000
20.422.000
3.000
20.620.000
20.618.000
3.000
20.862.000
20.860.000
3.000
Dit meerjarenperspectief is opgesteld met de veronderstelling dat de RUD Utrecht zelfstandig verder gaat. Er is dus geen rekening gehouden met de verwachte samenvoeging met de ODRU per 1 januari 2026. De gegevens om al betrouwbare inschattingen te maken vanaf 2026 voor de gezamenlijke dienst ontbreken op dit moment.
Ontwerp Programmabegroting 2025 Status: Vastgesteld in vergadering Algemeen Bestuur d.d. 28 maart 2024
Pagina 18 van 19
5.3.
Ontwikkeling totale bijdrage
Hier onder hebben we het verschil inzichtelijk gemaakt tussen de totale bijdrage zoals die van de begroting 2025 en de totale bijdrage van de begroting 2024 (eerste begrotingswijziging 2024) en de kadernota 2025.
Opdrachtgever
Variabele bijdrage Vaste bijdrage 2025 2025
Bijdrage Provincie Bodemtaken
Variabele bijdrage 2025 - Bijdrage PU Bodemtaken
Totale bijdrage 2025 - Bijdrage PU Bodemtaken
Totale bijdrage 2024
Totale Verschil Verschil bijdrage bijdrage 2025 - bijdrage 2025 - kadernota 2024 2024 in % 2025
Verschil kadernota 2025 begroting 2025
Verschil kadernota 2025 begroting 2025 in %
Amersfoort Baarn Bunschoten Eemnes Houten Leusden Lopik Nieuwegein PU Soest Utrecht Woudenberg
890.000 242.000 240.000 105.000 173.000 203.000 248.000 222.000 3.542.000 337.000 1.003.000 182.000
1.460.000 396.000 392.000 172.000 283.000 331.000 408.000 363.000 5.819.000 551.000 1.666.000 298.000
-24.000 -12.000 -5.000 -23.000 -32.000 -12.000 -33.000 -37.000 -22.000
1.460.000 372.000 380.000 167.000 260.000 299.000 396.000 330.000 5.819.000 514.000 1.666.000 276.000
2.350.000 614.000 620.000 272.000 433.000 502.000 644.000 552.000 9.361.000 851.000 2.669.000 458.000
2.253.000 607.000 601.000 263.000 439.000 510.000 629.000 560.000 9.429.000 844.000 2.543.000 456.000
97.000 7.000 19.000 9.000 -6.000 -8.000 15.000 -8.000 -68.000 7.000 126.000 2.000
4,3% 1,2% 3,2% 3,4% -1,4% -1,6% 2,4% -1,4% -0,7% 0,8% 5,0% 0,4%
2.464.000 616.000 656.000 275.000 479.000 555.000 643.000 603.000 9.492.000 904.000 2.785.000 487.000
-114.000 -2.000 -36.000 -3.000 -46.000 -53.000 1.000 -51.000 -131.000 -53.000 -116.000 -29.000
-4,6% -0,3% -5,5% -1,1% -9,6% -9,5% 0,2% -8,5% -1,4% -5,9% -4,2% -6,0%
Totaal
7.387.000
12.139.000
-200.000
11.939.000
19.326.000
19.134.000
192.000
1,0%
19.959.000
-633.000
-3,2%
Ontwerp Programmabegroting 2025 Status: Vastgesteld in vergadering Algemeen Bestuur d.d. 28 maart 2024
Pagina 19 van 19