CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

927634 Jaarstukken 2023 gemeente Baarn Beantwoording technische vragen VVD, GroenLinks, PvdA, CDA, D66 en 50PLUS

Besluit in de Raad 3 juli 2024, gemeente BaarnBij agendapunt: Jaarstukken 2023 gemeente Baarn1.300 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo Aan Onderwerp Portefeuillehouder Datum

: Gemeenteraad Baarn : Beantwoording technische vragen verschillende partijen over jaarstukken DEEL 1 : Hugo Prakke : 10 juni 2024

Geachte raadsleden en steunfractieleden, Verschillende fracties hebben technische vragen gesteld over de jaarstukken. In dit memo beantwoorden we een deel van de vragen, die gerubriceerd zijn per partij. Beantwoording van de overige vragen volgt. VVD Vraag 1: Op blz 94 van de begroting in tabel Programma 9 staat bij Lasten alg dekkingsmiddelen (belastingen) een verdubbeling van 2022 naar 2023 (833 naar 1.618). Op de volgende regel alg dekkingsmiddelen (overige) zou 546 uit dekkingsmiddelen moeten komen maar dat is aktueel 32. Betreft dit een verschuiving of moeten we dit los van elkaar zien? Indien we dit los van elkaar moeten zien, waarom is de dekking overig dan aktueel 32k en daarmee zoveel lager dan begroot (546k). Antwoord: Algemene dekkingsmiddelen Belastingen: de hogere raming in 2023 ten opzichte van 2022 kent twee redenen. Allereerst betreft het de lasten voor samenwerking met Eemnes (belastingen) die met ingang van 2023 zijn geraamd. Tegenover de hogere kosten staan ook inkomsten (doorbelastingen aan Eemnes). Andere reden betreft een verschuiving van de salarislasten van team gegevensbeheer. Deze zijn met ingang van 2023 binnen programma 9 ondergebracht. Algemene dekkingsmiddelen Overig: de raming betreft stelposten tot een bedrag van € 544.000 (o.a. voor marktconform beloningsbeleid).

De lasten staan op diverse andere posten in de jaarstukken, deze worden niet op de stelpost geboekt. De werkelijke lasten van € 32.000 betreffen op de post ‘onvoorziene uitgaven’ geboekte lasten. Vraag 2: Zie pagina 137, VRU begroting 2023, geen bedrag aan bijdrage Baarn ingevuld. Wat moet hier staan? Antwoord: € 1.612, dit zal in de definitieve jaarstukken worden aangevuld. Vraag 3: Zie pagina 141, Bedrag begroting 2023 RMN € 0,00. Wat moet hier staan? Antwoord: € 3.560, dit zal in de definitieve jaarstukken worden aangevuld. Vraag 4: Zie pagina 156, Borgstellingen en leningen € 106.187,- . Lijst met leningen werd altijd bijgevoegd, waarom nu niet? Antwoord: Het gaat om de volgende lijst:

Naam Stichting Dudok Wonen (13711)

Toegerekend bedrag 265

1

Stichting HABION (3182) Stichting Omthuis (664) Woonzorg Nederland (4201)

1.288 102.951 1.683 106.187

Vraag 5: Duurzaamheidslening en starterslening worden afgewaardeerd. Waarom is dit? Antwoord: In het verleden hebben wij bedragen gestort naar de Startersleningen en Duurzaamheidsleningen op onze rekening-courant die beheerd wordt door de SVN. Het is alleen geboekt als een financiële vaste activa, terwijl het in feite een boeking is van de ene rekening-courant (BNG) naar de andere rekening-courant (SVN) die allebei van de gemeente Baarn zijn. Daarom is het afgeboekt (afgewaardeerd) als financiële vaste activa en opgeboekt als vlottende activa (A223B), waar het onderdeel uitmaakt van de SVN-rekening-couranten. Vraag 6: Zie pagina 169, Specificatie voorraden bij mutatie staat 2022 moet zijn 2023. Antwoord: Klopt, dit zal in de definitieve jaarstukken worden aangepast. Vraag 7: Zie pagina 175-176-177, Mutatie Algemene Reserve x € 1000,- moet zijn € 1,-. Antwoord: Klopt, dit zal in de definitieve jaarstukken worden aangepast. Vraag 8: Zie pagina 183, 1e alinea in de tekst, saldo BNG 31-12-2023 dit moet zijn 31-12-2022. Antwoord: Klopt, dit zal in de definitieve jaarstukken worden aangepast. Vraag 9: Zie pagina 187, Lijst met leningen aan verenigingen en instanties ontbreekt. Antwoord: Zie antwoord op vraag 4.

GroenLinks Vraag 10: Op pagina 42 zijn bij de beleidsindicator ‘Nieuw gebouwde woningen’ onrealistische verschillen zichtbaar tussen Rekening 2002 (0,14), Begroting 2023 (0,6) en Rekening 2023 (92). Vraag aan de wethouder: Kloppen de genoemde waarden? Antwoord: Het juiste getal bij de rekening 2023 is 0,1. Vraag 11: Op pagina 109 staat een overzicht van de risico’s, voorzien van waarden voor Begroting 2024 en Jaarrekening 2023. Opvallend is dat bij het nieuwe risico ‘Klimaatrisico’s onder Begroting 2024 een waarde 0 staat en onder Jaarrekening 2023 een waarde 1.750. Dit suggereert dat het nieuwe risico in 2024 niet meer van toepassing is. Vraag aan de wethouder: Kloppen de genoemde koppen? Antwoord: De koppen kloppen. De verwarring zou kunnen ontstaan vanwege de volgorde der dingen. De begroting 2024 wordt immers eerder vastgesteld dan de jaarrekening 2023. Om die reden komen de mutaties op de begroting 2024 in de jaarrekening 2023.

PvdA

2

Vraag 12: Zie pagina 109 weerstandsvermogen en risicobeheersing. Tellingen kloppen niet, zowel van de begroting 2024 als ook niet van de jaarrekening 2023. Antwoord: Klopt, dit zal in de definitieve jaarstukken worden aangevuld. Vraag 13: Zie Pagina 113 weerstandsvermogen en risicobeheersing. Begroting weerstandscapaciteit € 5.631 sluit niet aan met de specificatie op pagina 109 (€ 5.163). Antwoord: De tabel op pagina 109 wordt aangepast (zie vraag 10). Begroting weerstandscapaciteit is € 5.631. Vraag 14: Zie pagina 104 opbrengst marktgelden. Is het toeval of een vergissing dat de marktgelden opbrengst in 2021 en 2022 exact gelijk is? Antwoord: De realisatie 2021 moet zijn € 20.787. 2021 € 20.787 2022 € 22.177 2023 € 21.978

CDA Vraag 15: De Algemene reserves gaan van 17,9 naar 16,7; hier komen echter ook bedragen bij hoeveel haalt u nu jaarlijks concreet uit de reserves. Kunt u een staatje maken. Antwoord: In de Perspectiefnota 2025 staat een geactualiseerde staat van de Algemene reserve op pagina 37.

D66 Vraag 14: Op pag. 59 staat: “De BSA heeft afgelopen jaar haar begroting vanwege tekorten tussentijds gewijzigd. Dit heeft geleid tot een hogere bijdrage voor de gemeente Baarn door meer aanmeldingen. Deze trend is zowel landelijk als regionaal. Daarnaast kent Baarn twee jeugdigen, die ongeveer € 1 miljoen gekost hebben. Deze kosten verklaren een groot gedeelte van de overschrijding.” Kan het college aangeven waarom de twee jeugdigen ongeveer € 1 miljoen hebben gekost? Antwoord: Beide jeugdigen ontvangen zeer intensieve, en dus ook kostbare, zorg. In uitzonderlijke gevallen hebben jeugdigen een dermate complexe problematiek dat er geen passende reguliere zorg is. In zo’n geval wordt er via een bijzondere dienstverleningsovereenkomst afgesproken hoe de benodigde intensieve zorg toch geleverd kan worden. Vaak bestaat deze intensieve zorg uit 24-uursbegeleiding door zorgverleners, waar in één van de twee genoemde gevallen sprake van is. Op dit moment ontvangt deze jeugdige nog steeds deze complexe en dure zorg, maar dit is inmiddels al wel wat afgebouwd. We blijven kijken hoe we dit passender en goedkoper kunnen oplossen. Vraag 15: Op pag. 14 staat: “Vanwege de wettelijke taak die wij als gemeente Baarn hebben om de omgevingswet te implementeren, is er vanuit de perspectiefnota 2023 € 326.000 bijgeraamd.

Op basis van de turap 2023 is om dezelfde reden nogmaals een bedrag ad € 399.000,- bijgeraamd conform het bestedingsplan opgesteld door de programmamanager omgevingswet. Uiteindelijk is gebleken dat de daadwerkelijk kosten uit het bestedingsplan lager waren dan begroot.”

3

à Dat komt neer op een besteding van 11% van het geraamde budget. Hoe komt dat? En krijgen we die kosten op een later moment nog? Antwoord: In het bestedingsplan bij de bestemminsreserve is de raming opgenomen van de werkzaamheden die nodig zijn tot volledige implementatie. Met in begrip van een omgevingsvisie en omgevingsplan, waarvan de deadline tot 2032 loopt. Daarbij wordt een praktische en kosten-efficiënte werkwijze gekozen. Zo zijn sommige werkzaamheden te combineren en niet perse aan deadlines gebonden. Hierdoor kunnen werkzaamheden over jaren ingepland worden. 50PLUS Vraag 16: Op pagina 88 van de Jaarstukken staat dat ambtenaren 6% loonsverhoging hebben gekregen en daarna wordt vermeld dat de gemiddelde overhead 7,9% is. Vraag is: waar zit het verschil van 1,9% in? Antwoord: De genoemde loonsverhoging van 6% is de uitkomst van de CAO onderhandelingen over de nieuwe looptijd van 1 januari 2024 t/m 31 maart 2025. De genoemde stijging van de overhead van gemiddeld 7,9% heeft betrekking op 2023. M.a.w.: de genoemde percentages hebben geen onderlinge verhouding. Ik ga er van uit u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Hugo Prakke Wethouder

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14263335/1