CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

920666 Algemene subsidieverordening 2024 bijlage 4 Overzicht was wordt subsidieverordening (1)

Raadsvergadering 25 september 2024, gemeente BaarnBij agendapunt: Algemene subsidieverordening 20243.769 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Overzicht wijzigingen Subsidieverordening Cursief = verwijderd, Vet = nieuw Bestaande tekst Subsidieverordening Algemeen

Nieuwe tekst Subsidieverordening Algemeen

Burgemeester en wethouders

Het college

Aanhef

Aanhef

Algemene subsidieverordening Baarn 2020

Algemene subsidieverordening Baarn 2024

Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 25 maart 2020 Gelezen het voorstel 86162 van het College van Burgemeester en Wethouders van 4 februari 2020 inzake de Algemene subsidieverordening Baarn 2020;

Gelezen het voorstel 920697 van het college van burgemeester en wethouders van 18 juni 2024;

Besluit:

Besluit:

1. 2.

de Algemene Subsidieverordening Baarn 2020 vast te stellen, en de Algemene Subsidieverordening Baarn 2015 in te trekken.

1.

de Algemene Subsidieverordening Baarn 2024 vast te stellen

Inhoudsopgave Artikel 1.1 Begripsomschrijving In deze verordening wordt verstaan onder:

Artikel 1.1 Begripsomschrijving In deze verordening wordt verstaan onder:

College: college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Baarn; Raad: gemeenteraad van de gemeente Baarn; Subsidieplafond: een bedrag zoals bedoeld in artikel 4:22 Awb, te weten een bedrag dat gedurende een begrotingsjaar ten hoogste beschikbaar wordt

Algemene reserve: een algemene reserve bedoeld om een negatief saldo tussen werkelijke kosten en vastgestelde subsidie op te vangen. Een positief saldo wordt aan de algemene reserve toegevoegd. Awb: Algemene wet bestuursrecht

gesteld voor vormen van subsidie die op basis van deze verordening en de geldende nadere subsidieregeling wordt verstrekt. Subsidieregeling: nadere regeling, door het college vast te stellen, die bepaalt welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie, welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald. Algemene reserve: een algemene reserve bedoeld om een negatief saldo tussen werkelijke kosten en vastgestelde subsidie op te vangen. Een positief saldo wordt aan de algemene reserve toegevoegd. Bestemmingsreserve: reserve ter dekking van een vooraf vastgestelde bestemming, passend binnen de doelstelling van de instelling.

Bestemmingsreserve: reserve ter dekking van een vooraf vastgestelde bestemming, passend binnen de doelstelling van de instelling. College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarn; Raad: gemeenteraad van de gemeente Baarn; Staatssteun: Europees steunkader bestaande uit een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld. Subsidieplafond: een bedrag zoals bedoeld in artikel 4:22 Awb, te weten een bedrag dat gedurende een begrotingsjaar ten hoogste beschikbaar wordt gesteld voor vormen van subsidie die op basis van deze verordening en de geldende nadere subsidieregeling wordt verstrekt. Subsidieregeling: nadere regeling, door het college vast te stellen, die bepaalt welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie, welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald.

Artikel 1.2 Reikwijdte algemene subsidieverordening 20204 1. Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders op de volgende beleidsterreinen en passend binnen het door de gemeente vastgestelde beleid, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is): a) algemeen bestuur; b) openbare orde en veiligheid; c) verkeer, vervoer en waterstaat; d) economische zaken; e) onderwijs; f) cultuur, recreatie, toerisme en sport; g) sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening; h) volksgezondheid, duurzaamheid en milieu

Artikel 1.2 Reikwijdte algemene subsidieverordening 20204 1. Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college passend binnen het door de gemeente vastgestelde beleid, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is): 2. Ten aanzien van subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de wet (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is) kan het college bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is.

i) ruimtelijke ordening en volkshuisvesting. 2. Burgemeester en wethouders kunnen bij nadere regeling (hierna te noemen: subsidieregeling) vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald. Artikel 1.3 Bevoegdheid College 1. Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van subsidies met in achtneming van opgenomen financiële middelen in de gemeentebegroting of het subsidieplafond en - indien de begroting nog niet is vastgesteld, - onder de voorwaarde dat voldoende financiële middelen in de begroting ter beschikking worden gesteld. 2. Het college is bevoegd om voorwaarden aan de beschikking tot subsidieverlening of –vaststelling te verbinden.

Artikel 1.3 Bevoegdheid college 1. Het college kan bij nadere regeling (hierna te noemen: subsidieregeling) vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald. 2. Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van subsidies met in achtneming van opgenomen financiële middelen in de gemeentebegroting of het subsidieplafond en indien de begroting nog niet is vastgesteld, - onder de voorwaarde dat voldoende financiële middelen in de begroting ter beschikking worden gesteld. 3. Het college is bevoegd om voorwaarden aan de beschikking tot subsidieverlening of – vaststelling te verbinden. Artikel 1.4 Staatssteun 1. Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kan het college bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen. 2. Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het desbetreffende steunkader. 3. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader. 4.

Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor vergoeding in aanmerking die voldoen aan de eisen van het desbetreffende steunkader. 5. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen ondernemingen alleen in aanmerking voor zover de subsidieverstrekking voldoet aan de voorwaarden van het desbetreffende steunkader.

De artikelen 1.4 tot en met 1.8 worden vernummerd naar 1.5 tot en met 1.9. Artikel 1.5 Bevoorschotting subsidies 1. Subsidies worden betaald in het jaar waarop de subsidie betrekking heeft. 2. Subsidies tot € 5.000 worden in één termijn betaald. 3. Subsidies van € 5.000 tot € 100.000 worden in vier termijnen betaald. 4. Subsidies hoger dan € 100.000 worden in zes termijnen betaald. 5. Eenmalige subsidies kunnen na verlening dan wel vaststelling van de subsidie in één termijn betaald worden, ongeacht de hoogte van het subsidiebedrag.

Artikel 1.6 Bevoorschotting subsidies 1. Subsidies worden betaald in het jaar waarop de subsidie betrekking heeft. 2. Subsidies tot € 7.500 worden in één termijn betaald. 3. Subsidies van € 7.500 tot € 150.000 worden in vier termijnen betaald. 4. Subsidies hoger dan € 150.000 worden in zes termijnen betaald. 5. Eenmalige subsidies kunnen na verlening dan wel vaststelling van de subsidie in één termijn betaald worden, ongeacht de hoogte van het subsidiebedrag.

Artikel 1.8 Bestemmingsreserve 1. Het college kan bepalen dat een ontvanger een bestemmingsreserve vormt of de bestemming van een bestemmingsreserve wijzigt. 2. De hoogte van de bestemmingsreserve aan het einde van het subsidiejaar wordt vermeld in de jaarrekening van de aanvrager.

Artikel 1.9 Bestemmingsreserve 1. Een subsidieontvanger heeft van het college toestemming nodig voor: a. de vorming van een bestemmingsreserve; b. de wijziging van de bestemming van een bestemmingsreserve. 2. De hoogte van de bestemmingsreserve aan het einde van het subsidiejaar wordt vermeld in de jaarrekening van de aanvrager.

Artikel 4.1 Algemene weigeringsgrond 1. Naast het bepaalde in art 4:25 Awb leden 2 en 3 en art 4:35 Awb kan het college een aanvraag voor subsidie weigeren indien gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat: 1. de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de belangen van de burgers van Baarn of niet aanwijsbaar bijdragen aan de door de gemeente Baarn gewenste maatschappelijke effecten; 2. de subsidie niet noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze aangevraagd wordt; 3. de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd of de doelstellingen in welk kader deze worden ondernomen in strijd zijn met de wet, het algemeen belang, de volksgezondheid, de veiligheid, of de openbare orde; 4. de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;

Artikel 4.1 Algemene weigeringsgrond 1. Naast het bepaalde in art 4:25 Awb lid 2 en art 4:35 Awb kan het college een aanvraag voor subsidie weigeren indien gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat: 1. de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de belangen van de burgers van Baarn of niet aanwijsbaar bijdragen aan de door de gemeente Baarn gewenste maatschappelijke effecten; 2. de subsidie niet noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze aangevraagd wordt; 3. de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd of de doelstellingen in welk kader deze worden ondernomen in strijd zijn met de wet, het algemeen belang, de volksgezondheid, de veiligheid, of de openbare orde; 4. de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;

5. de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking door de gemeente Baarn over voldoende financiële middelen beschikt om de kosten van de activiteiten te dekken, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden.

5. de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking door de gemeente Baarn over voldoende financiële middelen beschikt om de kosten van de activiteiten te dekken, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden. 2. Het college weigert de subsidie in ieder geval als: a. de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt, of b. tegen de aanvrager een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard. 3. Onverminderd het vorige lid weigert het college de subsidie in ieder geval als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat: a. subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of b. de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader. Artikel 6.5 Administratieverplichtingen 1. De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie, dat daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede de betalingen en de ontvangsten kunnen worden nagegaan. 2.

De administratie en de daartoe behorende bescheiden worden gedurende zeven jaren bewaard.

Artikel 5.1 Verstrekking subsidies 1. Subsidies die lager zijn dan € 5.000 worden direct, zonder verlening vooraf, vastgesteld tenzij het college anders beslist.

Artikel 5.1 Verstrekking subsidies 1. Subsidies die lager zijn dan € 7.500 worden direct, zonder verlening vooraf, vastgesteld tenzij het college anders beslist.

Artikel 6.2 Tussentijdse rapportage door de subsidieontvanger Bij subsidies, hoger dan € 50.000, welke verleend worden voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan het college de verplichting opleggen tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de verrichte

Artikel 6.2 Tussentijdse rapportage door de subsidieontvanger Bij subsidies, hoger dan € 75.000, welke verleend worden voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan het college de verplichting opleggen tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden

activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. Een dergelijke tussentijdse verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar gevraagd.

uitgaven en inkomsten. Een dergelijke tussentijdse verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar gevraagd.

Artikel 7.1 Aanvraag tot vaststelling van de subsidie 2. Subsidies lager dan € 5.000 worden niet achteraf verantwoord tenzij het college anders beslist.

Artikel 7.1 Aanvraag tot vaststelling van de subsidie 2. Subsidies lager dan € 7.500 worden niet achteraf verantwoord tenzij het college anders beslist.

Artikel 7.2 Aan te leveren documenten bij aanvraag subsidievaststelling 1. De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van: a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend zijn uitgevoerd conform de verleningsbeschikking of, indien gesloten, de uitvoeringsovereenkomst; b. een overzicht van baten en lasten met toelichting daarop; c. een balans met toelichting daarop; d. voor subsidies tussen € 50.000 en € 250.000 een samenstellingsverklaring van een onafhankelijke accountant; e. voor jaarlijkse subsidies tussen € 250.000 en € 500.000 een keer per vier jaar een controleverklaring en in de tussenliggende jaren een samenstellingsverklaring van een onafhankelijke accountant.

Artikel 7.2 Aan te leveren documenten bij aanvraag subsidievaststelling 1. De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van: a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend zijn uitgevoerd conform de verleningsbeschikking of, indien gesloten, de uitvoeringsovereenkomst; b. een overzicht van baten en lasten met toelichting daarop; c. een balans met toelichting daarop; d. voor subsidies tussen € 75.000 en € 375.000 een samenstellingsverklaring van een onafhankelijke accountant; e. voor jaarlijkse subsidies tussen € 375.000 en € 750.000 een keer per vier jaar een controleverklaring en in de tussenliggende jaren een samenstellingsverklaring van een onafhankelijke accountant. f. voor jaarlijkse subsidies vanaf € 750.000 een controleverklaring van een onafhankelijke accountant.

2. Het college kan bepalen dat de onder lid 1.d en 1.e genoemde subsidieontvangers aan de accountant een door de gemeente opgesteld controleprotocol overhandigen. Daarin staat hoe de accountant moet toezien op de rechtmatige, doelmatige en doeltreffende besteding van de subsidie.

2. Het college kan bepalen dat de onder lid 1.d, 1.e . en 1.f. genoemde subsidieontvangers aan de accountant een door de gemeente opgesteld controleprotocol overhandigen. Daarin staat hoe de accountant moet toezien op de rechtmatige, doelmatige en doeltreffende besteding van de subsidie. Artikel 7.3 Vaststelling subsidies Subsidies vanaf een bedrag van € 7.500 worden door het college vastgesteld op basis van de werkelijke kosten tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking vermelde bedrag. De artikelen 7.3 en 7.4 worden vernummerd naar 7.4. en 7.5.

Artikel 7.4 Overig onderzoek 1. In aanvulling op Art. 184 van de gemeentewet is de subsidieontvanger verplicht mee te werken aan een onderzoek door het college naar de besteding van de subsidiegelden of de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen door de ontvanger.

Artikel 7.5 Overig onderzoek 1. In aanvulling op art. 184 van de Gemeentewet is de subsidieontvanger verplicht mee te werken aan een onderzoek door het college naar de besteding van de subsidiegelden of de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen door de ontvanger. Artikel 8.3 BTW Subsidiebedragen worden geacht inclusief eventueel verschuldigde BTW te zijn. Indien alsnog BTW verschuldigd blijkt te zijn, wordt geen aanvullende subsidie verstrekt. Het college kan om zwaarwegende redenen hiervan afwijken. De artikelen 8.3 tot en met 8.6 worden vernummerd naar 8.4. tot en met 8.7.

Artikel 8.3 Intrekking ASV 2015 De Algemene subsidieverordening Baarn 2015 wordt ingetrokken.

Artikel 8.4 Intrekking ASV 2020 De Algemene subsidieverordening Baarn 2020 wordt ingetrokken.

Artikel 8.4 Overgangsbepalingen Aanvragen voor subsidie die zijn ingediend vóór inwerkingtreding van de Algemene subsidieverordening 2020 worden afgedaan volgens de bepalingen van de Algemene subsidieverordening Baarn 2015.

Artikel 8.5 Overgangsbepalingen Aanvragen voor subsidie die zijn ingediend vóór inwerkingtreding van de Algemene subsidieverordening 2024 worden afgedaan volgens de bepalingen van de Algemene subsidieverordening Baarn 2020.

Artikel 8.5 Inwerkingtreding ASV 2020 Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgend op haar bekendmaking. Artikel 8.6 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Algemene subsidieverordening Baarn 2020.

Artikel 8.6 Inwerkingtreding ASV 2024 Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgend op haar bekendmaking.

Toelichting Toelichting op de Algemene subsidieverordening Baarn 2020

Toelichting Toelichting op de Algemene subsidieverordening Baarn 2024

Artikel 8.7 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Algemene subsidieverordening Baarn 2024.

De gemeente Baarn verleent jaarlijks voor enkele miljoenen euro’s aan subsidies. Op een aantal beleidsterreinen is subsidiëring een belangrijk of zelfs essentieel beleidsinstrument. Om de subsidiering de wettelijke basis te geven is naast titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht ook een gemeentelijke wettelijke grondslag vereist. De algemene subsidieverordening voorziet hier in. De verordening geeft bepalingen die voorschrijven hoe de subsidieprocedure op hoofdlijnen moet verlopen. Ook enige beleidsuitgangspunten zijn in de verordening opgenomen. Een verordening is een algemeen verbindend voorschrift, een wet in feite, waarin vermeld wordt wie, wat, hoe en wanneer moet doen. De verordening geeft niet aan wat de beleidsuitgangspunten zijn om wel of geen subsidie te verlenen; dat wordt geregeld in de afzonderlijke subsidieregelingen. De verordening kent vaak juridisch jargon of bepalingen die nadere toelichting behoeven. Daarin voorziet deze toelichting. Gebruik is gemaakt van de Memorie van Toelichting op de subsidietitel van de Algemene wet bestuursrecht. Niet elk artikel is toegelicht. Daar waar de tekst voor zichzelf sprak is afgezien van een nadere toelichting.

De gemeente Baarn verleent jaarlijks voor enkele miljoenen euro’s aan subsidies. Op een aantal beleidsterreinen is subsidiëring een belangrijk of zelfs essentieel beleidsinstrument. Om de subsidiering de wettelijke basis te geven is naast titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht ook een gemeentelijke wettelijke grondslag vereist. De algemene subsidieverordening voorziet hier, samen met de subsidieregelingen voor de verschillende beleidsterreinen, in. De verordening geeft bepalingen die voorschrijven hoe de subsidieprocedure op hoofdlijnen moet verlopen. Een verordening is een algemeen verbindend voorschrift, een wet, waarin vermeld wordt wie, wat, hoe en wanneer moet doen. De verordening geeft niet aan wat de beleidsuitgangspunten zijn om wel of geen subsidie te verlenen; dat wordt geregeld in de afzonderlijke subsidieregelingen. De verordening kent vaak juridisch jargon of bepalingen die nadere toelichting behoeven. Daarin voorziet deze toelichting. Gebruik is gemaakt van de Memorie van Toelichting op de subsidietitel van de Algemene wet bestuursrecht en de model subsidieverordening van de VNG. Niet elk artikel is toegelicht. Daar waar de tekst voor zichzelf sprak is afgezien van een nadere toelichting.

Artikel 1.2 Reikwijdte algemene subsidieverordening 2020

Artikel 1.2 Reikwijdte algemene subsidieverordening 2024

Lid 1 regelt de reikwijdte van de verordening. De opsomming die gegeven is in dit lid zijn alle hoofdcategorieën waarover een gemeente moet verantwoorden naar het CBS toe. Deze hoofdcategorieën omvatten het totale gemeentelijke taakveld voor zowel medebewind (verplichte taken) als autonome (eigen beleidsvrijheid) taken.

Lid 1 regelt de reikwijdte van de verordening.

De algemene subsidieverordening Baarn 2020 regelt op hoofdlijnen de drie rechtsmomenten in de procedure: de verlening, de vaststelling en de betaling. Daarnaast gelden enige beleidsuitgangspunten zoals het subsidieplafond, begrotingsvoorbehoud, uitvoeringsovereenkomst, vermogensvorming. Niet

De algemene subsidieverordening Baarn 2024 regelt op hoofdlijnen de drie rechtsmomenten in de procedure: de verlening, de vaststelling en de betaling. Daarnaast gelden enige uitgangspunten zoals het subsidieplafond, begrotingsvoorbehoud, uitvoeringsovereenkomst, vermogensvorming. Niet wordt geregeld of en onder welke voorwaarden een subsidie verstrekt kan worden. Dat moet worden geregeld in de afzonderlijke subsidieregelingen waarvoor het college de bevoegdheid heeft gekregen deze vast te stellen.

wordt geregeld of en onder welke voorwaarden een subsidie verstrekt kan worden. Dat moet worden geregeld in de afzonderlijke subsidieregelingen waarvoor het college de bevoegdheid heeft gekregen deze vast te stellen. Artikel 1.4. Staatssteun Om subsidies onder een Europees steunkader te brengen moet de subsidie op het toepasselijke steunkader worden toegesneden. Daarbij kan het nodig zijn dat er in de subsidieregeling afgeweken wordt van de ASV, of dat deze aangevuld wordt. Het eerste lid maakt het college daartoe bevoegd. Het tweede en derde lid zijn een uitvloeisel van de eis van de Europese Commissie dat in subsidieregelingen en -beschikkingen die gebruik maken van het Europees steunkader, het toepasselijke kader expliciet wordt vermeld. Als sprake is van steun die valt onder een Europees steunkader, kunnen uiteraard alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor subsidie in aanmerking komen voor zover die voldoen aan de eisen en voorwaarden van het betreffende steunkader (vierde lid). Net zo goed als dat bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, kunnen ondernemingen alleen in aanmerking komen als de subsidieverstrekking voldoet aan de voorwaarden van het desbetreffende steunkader (vijfde lid). De toelichting op de artikelen 1.4 tot en met 1.8 worden vernummerd naar 1.5 tot en met 1.9. Artikel 4.1 Algemene weigeringsgrond

Artikel 4.1 Algemene weigeringsgrond

Toelichting op artikel 4:25 leden 2 en 3 Awb. Zie hiervoor de toelichting bij artikel 2.1 Subsidieplafond

Toelichting op artikel 4:25 lid 2 Awb. Zie hiervoor de toelichting bij artikel 2.1 Subsidieplafond Artikel 6.5 Administratieverplichtingen Naast het afleggen van rekening en verantwoording over de ontvangen subsidie geldt voor subsidieontvangers standaard de verplichting zorg te dragen voor een administratie

waaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede de betalingen en de ontvangsten kunnen worden nagegaan. De administratie en de daartoe behorende bescheiden moeten op grond van de Archiefwet gedurende zeven jaren worden bewaard. Artikel 7.3 Vaststelling Dit is een aanvulling op het uitgangspunt dat een subsidie wordt vastgesteld op het verleende bedrag. Zorgvuldige omgang met gemeenschapsgeld verlangt dat niet meer subsidie wordt verstrekt dan nodig is om de activiteiten uit te voeren. Om die reden worden subsidies waarvoor een vaststellingsaanvraag is gedaan vastgesteld op basis van de werkelijke kosten. Artikel 8.3 BTW In een enkel geval blijkt na afloop van de activiteiten dat de subsidieontvanger BTW verschuldigd is over diverse kosten. Met die BTW-kosten is dan bij de subsidieverlening geen rekening gehouden. Verzoeken om de BTW-kosten alsnog te compenseren met een subsidie, werden in het verleden en worden ook in de toekomst afgewezen. Subsidiebedragen zijn inclusief eventueel verschuldigde BTW. De toelichting op de artikelen 8.3 tot en met 8.6 worden vernummerd naar 8.4. tot en met 8.7. Artikel 8.4 Overgangsbepalingen

Artikel 8.5 Overgangsbepalingen

De verordening krijgt werkingskracht nadat de vaststelling van de verordening door de gemeenteraad bekend gemaakt is. Maar dat is per definitie tijdens de lopende subsidieperiode van dat jaar. De lopende procedure zal worden bepaald door de ASV 2015. De nieuwe periode (aanvragen subsidie 2020) zullen worden bepaald door de nieuwe verordening.

De verordening krijgt werkingskracht nadat de vaststelling van de verordening door de gemeenteraad bekend gemaakt is. Maar dat is per definitie tijdens de lopende subsidieperiode van dat jaar. De lopende procedure zal worden bepaald door de ASV 2020. De nieuwe periode (aanvragen subsidie 2025) zullen worden bepaald door de nieuwe verordening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14379153/1