CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

882106 Vijfde wijziging Algemene Plaatselijk Verordening bijlage 1 Vijfde wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Baarn 2019 met zichtbare wijzigingen GEWIJZIGD NAV TOEZEGGING

Besluit in de Raad 27 maart 2024, gemeente BaarnBij agendapunt: Vijfde wijziging Algemene Plaatselijk Verordening20.761 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Artikel 5:29 Reddingsmiddelen Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.

Artikel 5:30 Veiligheid op het water 1.

Het is voor een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.

2.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de provinciale omgevingsverordening of het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet de Waterwet of de Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht.

Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen 1.

Het is verboden zich zonder redelijk doel vast te houden aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden.

2.

Het is voor degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken.

Afdeling 7 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden

Artikel 5:31A [vervallen]

Artikel 5:32 Crossterreinen 1.

Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.

2.

Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van:

a.

het voorkomen of beperken van overlast;

b.

de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden;

c.

de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.

3.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Besluit omgevingsrechts, de Zondagswet of het Besluit geluidproductie sportmotoren.

Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden 1.

Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard.

2.

Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van:

a.

het voorkomen van overlast;

b.

de bescherming van natuur- of milieuwaarden;

c.

de veiligheid van het publiek.

3.

Het verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden:

a.

ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten;

b.

die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;

c.

die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;

d.

van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld;

e.

voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen.

4.

Het verbod is voorts niet van toepassing:

a.

op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen;

b.

binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening milieuverordening aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als 'toestel'.

5.

Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

Afdeling 8 Vuurverbod

Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1.

Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.

2.

Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:

a.

verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;

b.

sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand;

c.

vuur voor koken, bakken en braden.

3.

Het college kan ontheffing verlenen van dit verbod.

4.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.

5.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening milieuverordening.

Artikel 5:34A Verbod carbid te schieten 1.

Het is verboden acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water, of een gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze te verbranden (ook wel carbid schieten genoemd).

2.

Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in de periode van 31 december 10.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daaropvolgende jaar.

3.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie of het Wetboek van Strafrecht.

4.

Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor carbid schieten buiten de bebouwde kom indien:

a.

gebruik wordt gemaakt van vaten met een inhoud van maximaal 50 liter; en

b.

de vaten zijn afgesloten met zacht materiaal; en

c.

het vrije schootsveld minimaal 75 meter is en hierin geen openbare wegen of paden liggen; en

d.

het gebruik plaatsvindt tussen 31 december 12.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daarop volgende jaar; en

e.

er wordt geschoten in een richting die is afgewend van de woonbebouwing; en

f.

de betreffende locatie is gelegen op een afstand van ten minste:

o

75 meter van woonbebouwing; en

o

300 meter van inrichtingen voor intramurale zorg; en

o

300 meter van inrichtingen waar dieren worden gehouden.

g.

het schietterrein wordt afgezet met linten of ander vergelijkbaar materiaal.

h.

daarvan tenminste 3 weken voorafgaand aan de activiteit melding is gedaan aan de burgemeester.

Afdeling 9 As verstrooiing

Artikel 5:35 Definitie In deze afdeling wordt onder incidentele as verstrooiing verstaan: het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.

Artikel 5:36 Verboden plaatsen 1.

2.

Incidentele as verstrooiing is verboden op: a.

verharde delen van de weg;

b.

gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.

Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid as verstrooiing plaatsvindt.

3.

Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder a.

4.

Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 5:37 Hinder of overlast Incidentele as verstrooiing is verboden als daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden.

Afdeling 10 Overige bepalingen

Artikel 5:38 Detectorverbod 1.

Het is verboden zich anders dan met vergunning van het college met een metaaldetector te bevinden binnen door het college aangewezen gebieden.

2.

Het verbod is niet van toepassing op degene aan wie een certificaat als bedoeld in artikel 5.1 van de Erfgoedwet is verstrekt.

Hoofdstuk 6 Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Artikel 6:1 Sanctiebepaling 1.

Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de daarbij op grond van artikel 1:4 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

2.

In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s.

Artikel 6:2 Toezichthouders 1.

Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast: A.

de functionarissen als bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van strafvordering;

B.

de aangewezen buitengewoon opsporingsambtenaar of -ambtenaren van de gemeente Baarn;

C.

functionarissen van de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht 2.0.

Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de ambtenaren als bedoeld in de artikelen 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering. k.

Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten.

Artikel 6:3 Binnentreden woningen Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.

Artikel 6:4 [vervallen]

Artikel 6:5 Overgangsbepaling

Besluiten, genomen krachtens de Algemene plaatselijke verordening Baarn 2018, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

Artikel 6:6 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 7 juni 2019. De eerste wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Baarn 2019 treedt in werking op 27 februari 2020. De tweede wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Baarn 2019 treedt in werking op 4 februari 2021. De derde wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Baarn 2019 treedt in werking op 28 april 2022. De vierde wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Baarn 2019 treedt in werking op 27 december 2022. De vijfde wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Baarn 2019 treedt in werking op 29 maart 2024.

Artikel 6:7 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening Baarn 2019.

Aldus vastgesteld in de openbare raadvergadering van 27 maart 2024 23 november 2022. De voorzitter,

De griffier,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13918884/1