876844 Ontwerpwijziging gemeenschappelijke regeling RMN 2024 bijlage 2 Artikelsgewijze toelichting op de voorgestelde wijzigingen
Tekst van het document
Artikelsgewijze toelichting op de voorgestelde wijzigingen in de Gemeenschappelijke regeling RMN 2024 Geel gearceerde wijziging: voortvloeiend uit de gewijzigde wet gemeenschappelijke regelingen Groen gearceerde wijzigingen: overige wijzigingsvoorstellen, niet direct voortvloeiend uit de gewijzigde wetgeving
N.B.: door het invoegen van enkele nieuwe artikelen zijn veel artikelnummers vernummerd. In dit overzicht wordt dat, voor zover het artikel verder niet inhoudelijk is gewijzigd, niet apart aangegeven.
Overwegingen (p. 2) Wijziging: De volgende tekst wordt geschrapt: Dat de gemeente Bunnik voorgaande overwegingen onderschrijft en om die reden op 1 januari 2016 toe is getreden tot de gemeenschappelijke regeling RMN; Dat het streven erop is gericht deelname van meer gemeenten in de regio Utrecht aan de gemeenschappelijke regeling RMN te bevorderen en daartoe de mogelijkheden actief te onderzoeken; Dat er deelnemende gemeenten zijn die naast de reguliere basistaken van afvalinzameling en reiniging meer taken op het gebied van het beheer van de openbare ruimte aan het Reinigingsbedrijf Midden Nederland willen inbesteden;
Toelichting: Dat Bunnik (als laatste gemeente) is toegetreden tot de gemeenschappelijke regeling behoeft geen aparte overweging meer te zijn. Het streven naar uitbreiding van zowel nieuwe gemeenten als nieuwe taken behoort volgens het in februari 2022 vastgestelde Meerjarenbeleidsplan geen doel op zichzelf meer, en hoort dus niet langer in de overwegingen thuis. Het verwijderen van bovenstaande tekst uit de overwegingen mag niet gelezen worden dat er nooit sprake zal zijn voor uitbreiding met een of meer gemeente(n) en/of nieuwe taken, dat blijft ook in de vernieuwde GR mogelijk, echter vormt het geen nadrukkelijk doel meer. Artikel 4 (taken van het lichaam) Wijziging: Bij lid 2 (basistaken) is toegevoegd na inzameling de woorden huishoudelijk afval en grondstoffen. De taak ongediertebestrijding is gewijzigd in plaagdierbestrijding. Toelichting: Met deze wijziging wordt nadrukkelijk aangegeven dat RMN met betrekking tot de inzameling van afval en grondstoffen alleen verantwoordelijk is voor het huishoudelijk afval, conform de zorgplicht die de Wet milieubeheer bij de gemeenten heeft belegd, en daarmee niet voor bedrijfsafval dat niet onder deze zorgplicht valt.
Wijziging: Bij lid 4 (additionele taken) wordt onder a. het woord kleinschalig toegevoegd aan groenbeheer, en worden de additionele taken onder a. maaien, snoeien en opstellen beheerplannen alsmede onder c. onderhoud groen op sportcomplexen en onderhoud groen op begraafplaatsen geschrapt, en worden toegevoegd bij a. graskanten steken, bij de beheer warenmarkten en verwijderen weesfietsen en bij e inzet bij evenementen, calamiteiten of bij verkiezingen toegevoegd Toelichting: Deze additionele taken liggen in lijn met het in februari 2022 vastgestelde Meerjarenbeleidsplan, waarin onder andere staat dat grootschalig groenbeheer niet langer een taak voor RMN is.
Artikel 5 (dienstverlening) Wijziging: De woorden het merendeel van uit lid 5 worden geschrapt Toelichting: Onduidelijk is waarom dit artikel op deze wijze was geformuleerd Artikel 9 (algemeen bestuur) Wijziging: De bepaling in lid 3: De navolgende besluiten kunnen slechts worden genomen met een tweederde meerderheid van het totaal aantal uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten minste het volledige algemeen bestuur vertegenwoordigd is Wordt gewijzigd in: De navolgende besluiten kunnen slechts worden genomen indien minimaal een tweederde meerderheid van het totaal aantal leden van het algemeen bestuur met het besluit instemt:
Toelichting: De eis dat het voltallig bestuur aanwezig moet zijn bij sommige besluiten (waaronder het vaststellen van een begroting) kan bij afwezigheid van een of meer bestuursleden ertoe leiden dat RMN niet aan wettelijk bepaalde termijnen kan voldoen. De bepaling dat voor sommige besluiten een verzwaarde meerderheid nodig is blijft intact, echter zonder de verplichting dat het bestuur voltallig aanwezig dient te zijn. Wijziging: Aan lid 3 worden enkele bepalingen toegevoegd n.a.v. wijzigingen in artikel 18, 2e lid onder k en artikel 33, lid 6.
Artikel 13 (dagelijks bestuur) Wijziging: Lid 2: Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn vergaderingen en voor andere werkzaamheden en zendt dit aan het algemeen bestuur wordt geschrapt
Toelichting: Hiermee wordt de gemeenschappelijke regeling aangepast aan de praktijk, waarin het regelement van orde van zowel het dagelijks als het algemeen bestuur zijn vervat in een (algemeen) bestuursreglement. Artikel 14 (de voorzitter) Wijziging: De leden 1 t/m 4: 1.
Voor de eerste zittingsperiode wijst het algemeen bestuur uit hun midden een voorzitter aan. De zittingsperiode is gelijk aan de zittingsperiode van de gemeentelijke colleges.
2.
Het algemeen bestuur stelt een roulatieschema voor het voorzitterschap op waarbij elke deelnemende gemeente bij toerbeurt de voorzitter levert. Met het roulatieschema dienen alle aan de regeling deelnemende colleges in te stemmen.
3.
Voor de eerste zittingsperiode wijst het algemeen bestuur uit hun midden een vervangend voorzitter aan. De zittingsperiode is gelijk aan de zittingsperiode van de gemeentelijke colleges.
4.
Het algemeen bestuur stelt een roulatieschema voor het vervangend voorzitterschap op waarbij elke deelnemende gemeente bij toerbeurt de vervangend voorzitter levert. Het roulatieschema wordt aan alle, aan de regeling deelnemende colleges, ter kennisname gezonden.
worden vervangen door een nieuw eerste lid: 1.
Het algemeen bestuur benoemt uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.
De overige leden van dit artikel worden hernummerd. Toelichting: Momenteel ligt volgens een schema vast welke gemeente de (plaatsvervangend) voorzitter levert, zonder daarbij te letten op de kwalificatie van de betreffende voorzitter. Het volgens een vast stramien aanwijzen van een voorzitter alleen op basis van uit welke gemeente die voorzitter komt geeft geen ruimte voor een zorgvuldige afweging door het algemeen bestuur welk bestuurslid het
meest gekwalificeerd is RMN voor te zitten. Daarbij biedt de huidige bepaling ook geen ruimte om, wanneer de voorzitter tijdens de bestuursperiode aftreed, een reeds zittend bestuurslid afkomstig uit een andere gemeente aan te wijzen als voorzitter. Wijziging: Er wordt een nieuw lid toegevoegd: De voorzitter is gemandateerd voor het tekenen van overeenkomsten zoals bedoeld in artikel 20 lid 1 onder J
Toelichting: Deze wijziging sluit aan bij de praktijk. Momenteel is deze bevoegdheid voor de voorzitter geregeld via afzonderlijke volmachten. Het heeft de voorkeur dit in de gemeenschappelijke regeling op te nemen.
Nieuw artikel 15 (Tussentijdse besluiten) Wijziging: Voorgesteld wordt een gehele nieuw artikel aan de gemeenschappelijke regeling toe te voegen: 1.
In spoedeisende gevallen kunnen het algemeen respectievelijk het dagelijks bestuur besluiten nemen buiten de vergaderingen om.
2.
Leden van het algemeen respectievelijk het dagelijks bestuur worden per e-mail verzocht hun mening kenbaar te maken en hun besluit mede te delen.
3.
Het aldus genomen besluit kan door de secretarisdirecteur in uitvoering worden gebracht.
4.
In de eerstvolgende vergadering van het algemeen respectievelijk het dagelijks bestuur wordt het genomen besluit opgenomen in het verslag.
Toelichting: Dit artikel is overgenomen van het (huidige) bestuursreglement. Het is zuiverder deze bepalingen, die voorzien in de wijze waarop het (algemeen/dagelijks) bestuur besluiten kan nemen, in de gemeenschappelijke regeling zelf op te nemen.
Artikel 15, vernummerd artikel 16 (de secretarisdirecteur) Wijziging: lid 4: Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks de arbeidsvoorwaarden van de secretarisdirecteur vast en stelt het algemeen bestuur hiervan in kennis.
Wordt geschrapt, waarna er twee nieuwe leden worden toegevoegd: 1.
De voorzitter stelt de arbeidsvoorwaarden van de secretarisdirecteur vast
2.
De voorzitter houdt jaarlijks functionerings- en/of beoordelingsgesprekken met de secretarisdirecteur
Toelichting: Dit artikel is in lijn gebracht met de gangbare praktijk. Artikel 17, vernummerd artikel 18 (bevoegdhedenverdeling) Wijziging: Lid 2, a. opstellen van de jaarlijkse kadernota is geschrapt als bevoegdheid van het algemeen bestuur Toelichting: Dit artikel is in lijn gebracht met de Wet gemeenschappelijke regelingen, waarin de bevoegdheid de (financiële en algemene) kaders vast te stellen bij het dagelijks bestuur wordt gelegd. Wijziging: De bepaling onder lid 3 dat het besluit tot deelneming in stichtingen etc. wordt genomen bij meerderheid van tweederde van het aantal uitgebrachte stemmen is verplaatst naar artikel 9.
Artikel 19, vernummerd artikel 20 (bevoegdhedenverdeling) Wijziging: Er wordt bij lid 1 een nieuwe letter J. toegevoegd: het geven van opdrachten, het doen van aanbestedingen en van gunningen van leveringen en diensten en het aangaan van overeenkomsten, voor zover behorend tot de bij RMN belegde taken, met inbegrip van overeenkomsten met afval- en grond-verwerkers- en onderhoudsbedrijven
Toelichting: Deze wijziging sluit aan bij de praktijk. Momenteel is deze bevoegdheid voor het dagelijks bestuur geregeld via afzonderlijke mandaatbesluiten. Het heeft de voorkeur dit in de gemeenschappelijke regeling op te nemen.
Wijziging: Aan lid 2 wordt toegevoegd dat het dagelijks bestuur, naast een of meer leden van het DB zelf, ook de secretarisdirecteur kan machtigen tot het uitoefenen van een of meer van zijn bevoegdheden. Toelichting: Door deze toevoeging kan slagvaardiger worden geopereerd. De beslissing de secretarisdirecteur te machtigen ligt bij het dagelijks bestuur, waardoor de politieke sturing en verantwoording niet wijzigt.
Artikel 22, vernummerd artikel 23 (Informatie, verantwoording en terugroeping) (wijziging op basis van de gewijzigde wet gemeenschappelijke regelingen) Wijziging: Lid 1: Het algemeen en het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken elk, voor zover het hun bevoegdheid betreft, op de in de gemeente gebruikelijke wijze aan de colleges van de deelnemende gemeenten, desgevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde beleid nodig is. en wel op de wijze, te bepalen in het reglement van orde op de vergaderingen van het algemeen bestuur
Wordt gewijzigd in: Het algemeen en het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken elk, voor zover het hun bevoegdheid betreft, aan de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen, die door een of meer leden van de colleges worden verlangd.
Toelichting: Met deze wijziging wordt beter aangesloten bij de formulering uit de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Wijziging: Er wordt aan het artikel een nieuwe lid toegevoegd: Lid 2: Het algemeen en het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken elk, voor zover het hun bevoegdheid betreft, de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die de raden voor de uitoefening van hun taak nodig hebben.
Toelichting: Waar de oude gemeenschappelijke regeling aangaf dat het algemeen bestuur/ dagelijks bestuur/ de voorzitter de colleges alle gevraagde inlichtingen verstrekt, wordt deze informatieplicht met dit extra lid tevens uitgebreid naar alle gemeenteraden, conform de bepalingen hierover in de gewijzigde wet gemeenschappelijke regeling Wijziging:
Lid 5: De wijze waarop inlichtingen worden verstrekt dan wel verantwoording voor het gevoerde beleid dient te worden afgelegd, wordt nader geregeld in het reglement van orde als bedoeld in artikel 10.
wordt geschrapt.
Toelichting: Hiermee wordt beter aangesloten bij de praktijk. In het (huidige) reglement van orde wordt de tekst uit de gemeenschappelijke regeling integraal overgenomen zonder toevoegingen en nadere uitwerkingen, wat daarmee de bepalingen in de geschrapte leden feitelijk overbodig maakt. Wijziging: Er wordt aan het artikel een nieuwe lid toegevoegd: 6. Het algemeen en het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken bepalen elk, voor zover het hun bevoegdheid betreft, welke informatie rechtstreeks aan de colleges respectievelijk rechtstreeks aan de raden wordt verstrekt;
Toelichting: De gewijzigde wet gemeenschappelijke regeling geeft een actieve informatieplicht van de gemeenschappelijke regeling aan de gemeenteraden. Dit artikel regelt deze actieve informatieplicht. De bepaling is breed geformuleerd omdat het niet mogelijk is op voorhand te bepalen welke informatie actief direct met de gemeenteraden gedeeld moet worden. De beoordeling hiervan wordt conform dit artikel aan het betreffende bestuur over gelaten. Wijziging: Er worden aan het artikel drie nieuwe leden toegevoegd: 3.
Er zijn geen besluiten van het Algemeen Bestuur, waarvoor aan de raden vooraf een zienswijze dient te worden gevraagd, zoals bedoeld in artikel 10, vijfde en zesde lid, Wet gemeenschappelijke regelingen.
4. 5.
In afwijking van het voorgaande lid kan het algemeen bestuur besluiten voorafgaande definitieve besluitvorming de raden om een zienswijze te vragen Er zijn geen besluiten van het Dagelijks Bestuur, waarvoor aan de raden vooraf een zienswijze dient te worden gevraagd, zoals bedoeld in artikel 10, vijfde en zesde lid, Wet gemeenschappelijke regelingen.
Toelichting: De gewijzigde wet gemeenschappelijke regelingen schrijft voor dat in elke GR moet worden opgenomen voor welke besluiten een zienswijze van de gemeenteraden vereist is, voor zover niet door de wet zelf al is bepaald (zoals bij begrotingen of bij wijzigingen van de GR). RMN is een uitvoeringsorganisatie, de bevoegdheid beleid op te stellen ligt bij de (raden van de) deelnemende gemeenten zelf. De werkzaamheden die RMN verricht volgen daarmee al het beleid
zoals door de gemeenten vastgesteld. Er zijn dan ook geen logische besluiten van het algemeen of dagelijks bestuur van RMN die zo zwaar wegen dat een zienswijzeprocedure in de gemeenschappelijke regeling voorgeschreven kan worden. Uiteraard is het altijd mogelijk dat een gemeente(raad) het bestuur van RMN kan verzoeken een (voorgenomen) besluit te heroverwegen. In onvoorziene gevallen wordt wel de mogelijkheid geschapen dat het algemeen bestuur alsnog besluit sommige besluiten aan een zienswijzeprocedure te onderwerpen. Nieuw Artikel 24 (Informatie, verantwoording en terugroeping) (wijziging op basis van de gewijzigde wet gemeenschappelijke regelingen)
Wijziging: Voorgesteld wordt een gehele nieuw artikel aan de gemeenschappelijke regeling toe te voegen: Ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van besluiten op grond van deze regeling slechts betrokken, voor zover dat bij of krachtens wet is vereist, of voor zover door het Algemeen Bestuur bepaald.
Toelichting: De gewijzigde wet gemeenschappelijke regelingen schrijft voor dat in elke GR moet worden opgenomen voor welke besluiten burgerparticipatie als verplicht onderdeel dient te worden ingezet. RMN is een uitvoeringsorganisatie, de bevoegdheid beleid op te stellen ligt bij de (raden van de) deelnemende gemeenten zelf. De werkzaamheden die RMN verricht volgen daarmee al het beleid zoals door de gemeenten vastgesteld. Er zijn dan ook geen logische besluiten van het algemeen of dagelijks bestuur van RMN die zo zwaar wegen dat de inzet van burgerparticipatie in de gemeenschappelijke regeling voorgeschreven kan worden. In onvoorziene gevallen wordt wel de mogelijkheid geschapen dat het algemeen bestuur alsnog besluit voor sommige besluiten burgerparticipatie voor te schrijven. Dit kan bijvoorbeeld gelden bij het beheer van de openbare ruimte: in sommige gemeenten in Nederland wordt geëxperimenteerd met inwonerstevredenheid als (gedeeltelijke) sturingsprincipe voor de reiniging van de openbare ruimte, naast bijvoorbeeld voorschriften op het gebied van frequentie en/of beeldkwaliteit. Deze potentiële toepassing kan alleen plaatsvinden na een besluit hiervoor van de (opdracht gevende) gemeenten. Eventuele burgerparticipatie ziet daarom eerder in de uitvoering van besluiten dan in de voorbereiding of evaluatie.
Artikel 25, vernummerd artikel 27 (De begroting en rekening van het lichaam) Wijziging: Lid 5: De raden van de deelnemende gemeenten kunnen omtrent de ontwerpbegroting het dagelijks bestuur van hun gevoelen doen blijken de commentaren, waarin dit gevoelen is vervat, bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden
Wordt gewijzigd in:
De raden van de deelnemende gemeenten kunnen omtrent de ontwerpbegroting een zienswijze indienen bij het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur voegt de ontvangen zienswijzen, alsmede het oordeel van het dagelijks bestuur op de zienswijzen en de consequenties die het daaraan verbindt, bij de ontwerpbegroting zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. De gemeenteraden ontvangen tegelijkertijd met het algemeen bestuur dit overzicht van de ontvangen zienswijzen, alsmede het oordeel en de consequenties die het dagelijks bestuur daaraan verbindt.
Toelichting: Met deze wijziging wordt beter aangesloten bij de formulering uit de Wet gemeenschappelijke regelingen. Wijziging: Diverse termijnen en data zijn aangepast n.a.v. de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen Artikel 27, vernummerd artikel 29 (De begroting en rekening van het lichaam) Uit lid 2 wordt de tekst Het dagelijks bestuur zendt voor 15 april van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft de voorlopige jaarrekening, inclusief rapport van bevindingen van de controlerende accountant, voor zienswijze aan de raden van de deelnemende gemeenten geschrapt.
Toelichting: De verplichting om de concept jaarrekening voor een zienswijze aan de gemeenteraden te sturen is geen wettelijke verplichting en voegt in de praktijk weinig toe omdat gemeenteraden nauwelijks gebruik maken van dit recht. Daar waar in de praktijk een zienswijze op de jaarrekening wordt ingediend, heeft deze over het algemeen geen betrekking op de jaarrekening zelf maar eerder op bijvoorbeeld door RMN gevolgde procedures ten aanzien van het opstellen van de begroting. Uiteraard staat het alle gemeenteraden of colleges vrij een reactie op de jaarrekening aan het bestuur van RMN te geven, echter wordt hier geen officiële zienswijzeprocedure voor in werking gesteld. Wijziging: Diverse termijnen en data zijn aangepast n.a.v. de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen Artikel 28, vernummerd artikel 30 (De begroting en rekening van het lichaam) Wijziging: De volgende tekst wordt geschrapt: en brengt deze ter kennis van de colleges der deelnemende gemeenten en aan gedeputeerde staten.
Toelichting: Een gemeenschappelijke regeling heeft ten eerste wettelijk de verplichting actief college en raden te informeren over relevante besluitvorming (zie artikel 22 vernummerd 22). Daarnaast is een gemeenschappelijke regeling verplicht alle verordeningen en regelingen openbaar te publiceren. Om deze redenen is het niet langer noodzakelijk bovengenoemde tekst in dit artikel op te nemen.
Artikel 31, vernummerd artikel 33 (Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing) Wijziging: Aan dit artikel wordt een lid toegevoegd:
6.
Voor de beoogde toetreder kan een uitzondering worden gemaakt op het bepaalde in artikel 4, tweede lid, indien ten minste twee derde van de colleges alsmede het algemeen bestuur daarmee instemmen
Toelichting: Dit artikel biedt de mogelijkheid om een nieuwe deelnemer (gemeente) aan de gemeenschappelijke regeling toe te laten zonder op voorhand te eisen dat alle basistaken moeten worden afgenomen. Tevens biedt dit artikel de ruimte om een eventuele nieuwe deelnemer gefaseerd taken aan RMN over te laten dragen. Hiervoor is wel een gekwalificeerde meerderheid nodig.
Artikel 32, vernummerd artikel 34 (Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing) (wijziging op basis van de gewijzigde wet gemeenschappelijke regelingen) Wijziging: Aan lid 3 wordt toegevoegd dat het algemeen bestuur de definitieve berekening vaststelt van de financiële compensatie bij (gedeeltelijke) uittreding Toelichting: In de huidige GR staat hierover geen nadere bepaling opgenomen wie uiteindelijk beslist over de hoogte van de definitieve berekening. Wijziging: Aan dit artikel wordt een aantal leden toegevoegd 4. De financiële compensatie is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: a. Bij beëindiging (of vermindering van meer dan 10%) van de betreffende dienst heeft RMN te maken met desintegratiekosten: incidentele tijdelijke dan wel blijvende ontvlechtings- of frictiekosten
als
gevolg
van
de
boventalligheid
van
personeel,
overcapaciteit
productiemiddelen en een dekkingstekort voor de algemene (overhead) kosten. b. Voorkeursregel: de ontstane boventalligheid (personeel) en/of overcapaciteit (materieel) wordt door de betreffende gemeente overgenomen. c. Het (terug) plaatsen van medewerkers gebeurt onder de verantwoordelijkheid van de ‘latende’ gemeente. Bij het bepalen van (de) medewerker(s) die worden teruggeplaatst gelden de bepalingen van het sociaal plan en de (eventueel) andere hieromtrent gemaakte afspraken. Indien niet duidelijk is welke medewerkers in aanmerking komen voor plaatsing bij de ‘latende’
gemeente, wordt een met de startsituatie vergelijkbare formatie gecreëerd, waarbij wat betreft de leeftijdsopbouw rekening wordt gehouden met het aantal inmiddels verstreken jaren. d. Indien materieel of andere activa wordt overgenomen door de latende gemeenten, dan gebeurt dit tegen de actuele boekwaarde. e. Ondanks de voorkeursregel kan sprake zijn van overcapaciteit welke niet door de latende gemeente
kan
worden
overgenomen.
RMN zal proactief en zelfstandig zorg dragen voor maatregelen waarmee (de gevolgen van) boventalligheid, overcapaciteit en het dekkingstekort voor algemene kosten, zo veel als mogelijk worden opgeheven. f. De latende gemeente draagt zorg voor een financiële compensatie ter financiering van deze maatregelen en ter financiering van niet (of niet direct, of niet geheel) af te bouwen boventalligheid en overcapaciteit. g. Als uitgangspunt van de formule geldt de gemiddelde omzet welke is gemoeid met de uitvoering van de betreffende taak in de drie laatste jaren. h. De gemeente kan kiezen voor een jaarlijkse betaling (van het betreffende bedrag) of een afkoopsom ineens, op basis van de netto contante waarde 5.
Het algemeen bestuur kan zich bij het bepalen van de uittredingssom laten adviseren door een extern deskundige.
En: 9. Het bepaalde in dit artikel is evenredig van toepassing op het meer dan 10% verminderen (ten opzichte van het vorige jaar) van het volume van de dienstverlening van een of meer producten in het basispakket en/of additionele pakket op aangeven van de opdracht gevende gemeente.
Toelichting: De gewijzigde Wet gemeenschappelijke regeling vereist dat in de regeling zelf bepalingen over de (financiële) consequenties van uittreding zijn opgenomen. De voorgestelde tekst is 1-op-1 overgenomen van het huidige Kostenallocatiemodel, tarievenbeleid en desintegratieregeling RMN. Nieuw artikel 35 (Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing) (wijziging op basis van de gewijzigde wet gemeenschappelijke regelingen)
Wijziging Nieuw toegevoegd wordt het volgende artikel: Het initiatief tot evaluatie van de gemeenschappelijke regeling is voorbehouden aan het Algemeen Bestuur.
Toelichting: De gewijzigde Wet gemeenschappelijke regeling vereist dat in de regeling zelf een bepaling over de evaluatie van de regeling is opgenomen. Dit artikel legt het initiatief hiervoor bij het algemeen bestuur. Artikel 36, vernummerd artikel 39 (Overgangs- en slotbepalingen) Wijziging Lid 3 is aangepast aan de vigerende wetgeving.