867405 Lokale Energie Strategie (LES) bijlage 1 Lokale Energie Strategie
Tekst van het document
Lokale Energiestrategie
1
Inhoudsopgave Pagina
1.
Inleiding
3
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Aanleiding Drie pijlers Doel document Klimaatopgave Baarn Leeswijzer
3 4 5 5 6
2.
Samen in transitie
9
2.1 De inwoner centraal 9 2.1.1 Inwonerinitiatieven 10 2.2 Samen Sterk 10 2.3 Samenwerking 10 2.3.1 Omthuis 11 2.3.2 EnergieCoaches 11 2.3.3 Het Huis van PiPPe 11 2.3.4 De provincie Utrecht 12 2.3.5 De energieregio Amersfoort (RES) 12
3.
3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.2 3.2.1 3.3
2
Pijler 1: Energiebesparing (isolatie)
15
Waar staan we? Wat is de opgave? Welke kaders zijn er? Wat doen we al? Wat gaan we doen? Keuzes Routekaart
15 15 16 18 19 20 21
Pagina
4.
4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.2 4.2.1 4.3
5.
Pijler 2: Duurzame warmte (aardgasvrij)
23
Waar staan we? Wat is de opgave? Welke kaders zijn er? Wat doen we al? Wat gaan we doen? Keuzes Routekaart
23 23 24 25 26 27 28
1 2 3 4
Pijler 3: Duurzame elektriciteit (opwekking) 31
5 6
5.1 5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.2 5.2.1 5.3
Waar staan we? Wat is de opgave? Welke kaders zijn er? Wat doen we al? Wat gaan we doen? Keuzes Routekaart
31 31 32 33 34 35 36
6.
Monitoring
39
6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
Monitoringscyclus Pijler 1: Energiebesparing Pijler 2: Duurzame warmte Pijler 3: Duurzame elektriciteit Baarns Klimaatdashboard
39 39 40 40 41
7.
Definitielijst
42
7
1
1. Inleiding
In Baarn zijn we actief bezig om op een andere wijze onze woningen te verwarmen, elektriciteit op te wekken en ervoor te zorgen dat onze bedrijven voldoende energie hebben. We ondernemen deze acties met oog op ons eigen welzijn en het klimaat. Ons doel is om geleidelijk aan minder gebruik te maken van fossiele brandstoffen, zodat we klimaatverandering kunnen tegengaan. Veranderingen staan voor de deur in onze huizen, bedrijven en in de omgeving. Soms gebeurt dit stapsgewijs, soms met grote sprongen. Het is een ontdekkingstocht waarbij we met de huidige kennis en inzichten werken aan de energievoorziening van morgen. Het eerlijke verhaal is dat er geen vastomlijnd pad is van vandaag naar 2050. Wat in elk geval helder is, is dat we bewuster moeten omgaan met de energie die we hebben en de overgang moeten maken naar duurzame energie. Daarnaast willen we zorgen dat alle inwoners en bedrijven de overstap naar duurzame energie kunnen maken. Het zuiniger omgaan met energie en de overstap naar duurzame energie maken we samen.
2
1.1 Aanleiding In 2015 verbonden talloze landen zich aan een ambitieus doel: de opwarming van de aarde beperken tot maximaal 2 graden Celsius, met het streven om deze zelfs onder de 1,5 graden Celsius te houden. Ook Nederland sloot zich aan bij dit Klimaatakkoord van Parijs. In 2018 werd deze toewijding samengevoegd in de Europese Green Deal, waarin de Europese Unie (EU) zich vastlegde op het doel om in 2050 klimaatneutraal te zijn. De EU spande zich verder in met ‘Fit for 55’, waarin werd bepaald dat de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 55% moet verminderen ten opzichte van 1990. Nederland nam deze ambities over in de Klimaatwet (2019).
1
De verduurzaming van onze samenleving staat momenteel voor een van de grootste uitdagingen. De uitstoot van broeikasgassen heeft een ingrijpend effect op het klimaat. De gemeente Baarn wil een zo groot mogelijke bijdrage leveren aan het tegengaan van klimaatverandering. Ons streven is om in 2030 zoveel mogelijk klimaatneutraal te zijn. Via onder meer
3
de Regionale Energiestrategie (RES) en de Transitievisie Warmte (TVW) nemen wij verantwoordelijkheid voor een belangrijk deel van de klimaatopgave. De klimaatopgave is complex en vraagt meer dan isolatiemaatregelen; het vraagt om een fundamentele systeemverandering. Keuzes op het gebied van duurzaamheid zijn met elkaar verbonden en hebben onderlinge invloed. Daarom bekijken we de verduurzamingsopgave in brede zin en proberen we zoveel mogelijk keuzes in
1
elektriciteit (Duurzame elektriciteit). Omdat we in onze gemeente geen grote industriegebieden of veel boerderijen hebben, is het grootste winstpunt te halen in het verduurzamen van onze huizen en gebouwen (de gebouwde omgeving). We doen dat door ervoor te zorgen dat de gebouwen in onze gemeente zo min mogelijk energie gebruiken (door ze goed te isoleren) en de energie die ze nog wel nodig hebben, te halen uit duurzame bronnen (warmte en elektriciteit).
samenhang te maken.
1.2 Drie pijlers De overgang naar schonere energie, oftewel de energietransitie, is een van de belangrijkste opgaven in het verduurzamen van onze samenleving. Dat komt doordat de meeste schadelijke gassen vrijkomen doordat we energie uit fossiele bronnen gebruiken, zoals aardgas en benzine. Daarnaast biedt de energietransitie ook kansen, vooral voor inwoners in Baarn. Het kan helpen om de energierekening omlaag te brengen en tegelijkertijd het comfort van onze huizen te verbeteren. Dus, goed voor het klimaat én goed voor de Baarnaar! In Baarn richten we ons op drie belangrijke pijlers bij de energietransitie: zuiniger omgaan met energie (Energiebesparing), geen aardgas meer (Duurzame warmte) en het opwekken van schone
4
In sommige woonplaatsen hoort ook de manier waarop we ons verplaatsen bij de energietransitie. Ook wij willen graag dat het reizen op een duurzame manier onderdeel wordt van de Lokale Energie Strategie. Het is wel lastiger voor gemeenten om hier veel invloed op uit te oefenen, omdat de meest invloedrijke keuzes op Europees en nationaal niveau (moeten) worden gemaakt. Op dit moment wordt onderzocht hoe we als gemeente toch stappen kunnen zetten, zodat duurzaam reizen ook een plek krijgt in ons toekomstig plan.
1.3 Doel document De LES biedt de routekaart waarme we doelgericht en samenhangend invulling geven aan de energietransitie binnen de gemeente Baarn. We geven helderheid over hoe we overgaan naar schonere energie in Baarn. Dit document legt uit
welke keuzes we hebben gemaakt en welke stappen we van plan zijn te nemen. Zo weten inwoners en ondernemers wat er speelt. De LES bouwt voort op wat er al is. Zoals de Transitievisie Warmte (2020), het Uitnodigingskader zonne- en windenergie (2021), de Aanvullende warmtekaders (2022), diverse onderzoeken en de scenario-studie van WeBoost (2023). Het is een actualisatie en aanscherping van onze doelstellingen en planning. Belangrijk om te weten is dat onze Lokale Energie Strategie niet vaststaat. Er gebeurt nog veel, ook op landelijk niveau, zoals nieuwe wetten over energie en afspraken over geldzaken. Daarnaast is de overstap naar schonere energie een ontdekkingstocht. Wat werkt goed en wat minder? Sommige dingen weten we al, maar er valt nog veel te ontdekken. Dat lukt alleen door dingen uit te proberen.
1.4 Klimaatopgave Baarn In 2021 stootte de gemeente Baarn 117,7 miljoen kilogram broeikasgassen uit, uitgedrukt in CO2. Hiervan was 52,1 miljoen kg broeikasgassen het gevolg van de verbranding van benzine en diesel (inclusief de provinciale- en snelweg), 44,9 miljoen kg door het gebruik van aardgas en 20,7 miljoen kg ten gevolge van het elektriciteitsverbruik.
1
Het resultaat van de energietransitie is dat er steeds meer elektriciteit gebruikt zal worden. Elektriciteit is namelijk op te wekken zonder broeikasgassen uit te stoten, bijvoorbeeld met zonnepanelen en windturbines. In de toekomst wordt taartdeel elektriciteit (figuur 1) groter en de andere taartdelen steeds kleiner.
5
1.5 Leeswijzer De LES is ingedeeld in drie pijlers: 1. Energiebesparing, 2. Duurzame warmte en 3. Duurzame elektriciteit. Voordat we dieper ingaan op deze pijlers belichten we de belangrijke rol van onze inwoners in het vraagstuk van de energietransitie. We benadrukken dat de overgang naar duurzaamheid niet alleen technisch en financieel is, maar vooral ook een kwestie van sociale betrokkenheid. Hier leggen we uit hoe we onze inwoners willen ondersteunen in deze energietransitie.
1
Wanneer we de uitstoot van broeikasgassen opsplitsen in de verschillende sectoren, dan is goed te zien waar onze grootste opgave ligt: de meeste broeikasgassen worden uitgestoten door onze gebouwen en woningen (de gebouwde omgeving). In de cijfers van mobiliteit zijn ook de uitstoot van de provinciale- en snelweg meegenomen.
6
1
Vervolgens gaan we dieper in op de drie pijlers. Per pijler leest u kort over de kern van het probleem, de huidige situatie, de keuzes die we maken en de geplande stappen voor de toekomst. In hoofdstuk 3 behandelen we de eerste pijler; het isolatievraagstuk. In hoofdstuk 4 volgt de overgang naar duurzame warmte (pijler 2) en daarna behandelen we in hoofdstuk 5 hoe we meer duurzame elektriciteit willen gaan opwekken (pijler3). We sluiten het document af met een korte blik op hoe we de behaalde resultaten gaan monitoren en evalueren.
7
2. Samen in transitie
De overstap naar schonere energie is niet alleen een kwestie van techniek en geld; het is vooral een sociaalmaatschappelijke uitdaging. Veel van de veranderingen moeten namelijk plaatsvinden achter de voordeur. Daarom is samenwerking tussen inwoners en de gemeente van groot belang. Zonder de actieve betrokkenheid en medewerking van de Baarnaar kunnen we geen energie besparen, stappen we niet af van aardgas en wekken we geen duurzame energie op. Daarom staat de inwoner centraal in deze Lokale Energie Strategie (LES). Samen bouwen we aan een duurzame toekomst voor Baarn.
2.1 De inwoner centraal Elke inwoner is uniek. Er zijn zoveel verschillende belangen, zorgen, voorkeuren en wensen als dat er inwoners zijn. Financiële situaties verschillen ook sterk, van mensen die genoeg geld hebben om hun huis te verduurzamen tot mensen die juist kampen met energiearmoede. Ondanks deze verschillen zijn er wel gelijkenissen te ontdekken.
8
•4 Voor veel inwoners brengt de overgang naar duurzaamheid financiële zorgen met zich mee. Sommigen vinden het al moeilijk om de energierekening te betalen, laat staan dat ze ruimte hebben om te investeren in duurzaamheid. Anderen twijfelen of het wel de moeite waard is.
2
•4 De meeste inwoners willen graag ontzorgd worden. Ze willen niet alles zelf uitzoeken en regelen, maar goed geïnformeerd worden en waar nodig begeleiding. •4 Er zijn mensen die vooroplopen in de veranderingen en zelf hun weg weten te vinden. Deze voorlopers willen snelheid en duidelijkheid van de gemeente. Ze kunnen anderen inspireren, wat een positieve invloed kan hebben op de gemeenschap. Aan de andere kant zijn er mensen die nog niet zo ver zijn in de verandering en extra ondersteuning nodig hebben, zowel op organisatorisch als financieel gebied. Om zoveel mogelijk inwoners te stimuleren om te verduurzamen, willen we dat zo
9
2
makkelijk mogelijk maken. De ervaring van de inwoners moet zo goed mogelijk zijn. Dat doen we door waar dat kan drempels te verlagen of zelfs weg te nemen en door zo goed mogelijk te ontzorgen.
waarin de kracht van de gemeenschap centraal staat.
De gemeente vindt het belangrijk dat iedereen mee kan doen met de energietransitie. Daarom proberen we zoveel mogelijk aan te sluiten bij de behoeften van inwoners. Maatwerk is daarbij cruciaal. Participatieprocessen worden specifiek ingericht voor verschillende doelgroepen, en in de aangeboden ondersteuning wordt rekening gehouden met diverse behoeften, zowel organisatorisch als financieel.
Het aanpakken van de uitdagingen in deze transitie vraagt om inspanningen van ons allemaal. Als gemeente Baarn streven we ernaar dat niet alleen de overheid, maar dat iedereen actief bijdraagt aan de energietransitie. Ook ondernemers die hun bedrijfsvoering verduurzamen, VvE’s die collectieve verduurzamingsmaatregelen nemen, en organisaties met maatschappelijke functies die hun energieverbruik verminderen.
2.1.1 Inwonerinitiatieven In de ambitie om onze gemeente te verduurzamen, vormen inwonerinitiatieven een belangrijk onderdeel in het bevorderen van duurzaamheid. Als gemeente Baarn omarmen we deze initiatieven en streven ernaar om ze waar mogelijk te ondersteunen. We beseffen dat inwoners als geen ander de specifieke behoeften en uitdagingen van hun directe leefomgeving begrijpen. Door ruimte te bieden voor verduurzamingsprojecten van inwoners, moedigen we creativiteit en betrokkenheid aan. Samenwerking met en ondersteuning van inwonerinitiatieven vormen een integraal onderdeel van onze benadering. Met als doel een veerkrachtige en duurzame gemeente op te bouwen
10
2.2 Samen Sterk
Het realiseren van een succesvolle energietransitie vereist een op maat gemaakte aanpak, waarbij rekening wordt gehouden met de behoeften en uitdagingen van elke betrokken partij. Het samen streven naar duurzaamheid vormt de kern van onze aanpak en we moedigen iedereen aan om actief mee te werken aan een energiezuinige toekomst voor Baarn.
2.3 Samenwerking In de reis naar een duurzamere toekomst beseffen we dat samenwerking de sleutel tot succes is. Lokale samenwerking speelt hierbij een prominente rol, want gezamenlijk kunnen we de grootste stappen zetten. Binnen onze gemeentegrenzen omarmen we de vele
initiatieven en organisaties die onze gemeenschap rijk is. Samenwerken met partijen zoals PitBaarn, BaarnDuurzaam, het Huis van PiPPe, en Omthuis is van onschatbare waarde. Door de krachten te bundelen en expertise te delen, creëren we een gezamenlijke aanpak voor de energietransitie. Niet alleen binnen onze gemeentegrenzen, maar ook daarbuiten slaan we de handen ineen en werken we intensief samen met de provincie Utrecht en de energieregio Amersfoort. Samen staan we sterker en kunnen we doelgericht werken aan een duurzame toekomst voor Baarn. Veel van deze organisaties spelen al een belangrijke rol in de Baarnse energietransitie. Zo is PitBaarn een belangrijke spil om doelgroepen te bereiken die meer kwetsbaar zijn, hebben de EnergieCoaches van BaarnDuurzaam honderden Baarnaars van energieadvies voorzien en werkt Omthuis hard om al hun woningen versneld te verduurzamen. Samen met het Huis van PiPPe vormen zij een zeer gewaardeerd vliegwiel voor duurzame ontwikkeling.
2.3.1 Omthuis Woningcorporatie Omthuis biedt ontzorging en financiële steun aan veel inwoners. Voor de gemeente is de rol van Omthuis van groot belang, omdat zij een aanzienlijk deel van de woningvoorraad in Baarn beheert. Hierdoor bereikt Omthuis
veel inwoners en kan zij hen ondersteunen in het ontzorgingsproces. Samenwerken met Omthuis is een waardevolle stap om gezamenlijk inwoners te helpen en een duurzame impact te maken in onze gemeente.
2.3.2 EnergieCoaches De EnergieCoaches van BaarnDuurzaam staan klaar om onze inwoners op een toegankelijke manier te benaderen, te informeren en te ondersteunen. Naast technisch advies bieden zij ook begeleiding bij gedragsverandering, en dat alles op een laagdrempelige wijze. Met de praktische ondersteuning van de EnergieCoaches zetten we concrete stappen naar een duurzamere toekomst.
2
2.3.3 Het Huis van PiPPe In de voormalige wereldwinkel huist nu het Huis van PiPPe, dat zich profileert als een motor voor duurzame ontwikkeling. In samenwerking met het Huis van PiPPe en BaarnDuurzaam wordt er gewerkt aan een inspirerende plek waar inwonerinitiatieven kunnen ontstaan en groeien. Het Huis van PiPPe is een aanjager voor duurzame projecten en draagt bij aan een gemeenschapsgedreven aanpak voor een duurzame toekomst.
11
2.3.4 De provincie Utrecht
Strategische Keuzes
Binnen de provincie wordt actief gewerkt aan de oprichting van een Energie Diensten Centrum (EDC). Een EDC is een centrale plaats voor alle vragen over energie. Bovendien heeft een EDC de kracht om gezamenlijk goederen en diensten in te kopen. Deze bundeling is niet alleen financieel aantrekkelijk, maar geeft het EDC ook de mogelijkheid om als een meer professionele en krachtige organisatie op te treden, vooral in vergelijking met kleinere gemeenten. Samen kunnen we zo de impact van duurzame energievoorzieningen vergroten en efficiënter te werk gaan.
2
2
2.3.5 De energieregio Amersfoort (RES) Binnen de energieregio Amersfoort bundelen we onze krachten om gezamenlijk de kansen in onze regio te benutten, met als doel zo veel mogelijk voordelen voor de inwoners te realiseren. Gezamenlijk werken we aan het creëren van veilige kaders, zodat inwoners van diverse gemeenten de mogelijkheid krijgen om actief deel te nemen aan deze duurzame initiatieven. Samen zetten we ons in voor een duurzame en participatieve toekomst voor onze regio.
12
13
3. Pijler 1: Energiebesparing (isolatie) Energiebesparing is pijler 1 in ons beleid. Het besparen van energie betekent meteen minder behoefte aan het opwekken van energie. Energiebesparen draagt niet alleen bij aan duurzaamheid maar is ook financieel aantrekkelijk voor onze inwoners, vanwege de stijgende energieprijzen. Met name in de vorm van gebouwisolatie, een belangrijke randvoorwaarde voor het duurzaam verwarmen van gebouwen. Kortom, energiebesparing is een ‘no-regret’ maatregel, een stap waar we geen spijt van krijgen. Energiebesparing vindt op hoofdlijnen op drie manieren plaats: ·4 Isoleren van woningen: Het verbeteren van de isolatie in woningen draagt bij aan een efficiënter energiegebruik en vermindert de behoefte aan verwarming. ·4 Technische maatregelen: Het toepassen van technische oplossingen, zoals het gebruik van waterbesparende douchekoppen, het vervangen van verlichting door energiezuinige LEDlampen, en het vernieuwen van oude apparaten door energiezuinige modellen.
14
·4 Gedragsaanpassing: Het aanpassen van gedrag, zoals korter douchen en het uitschakelen van lichten en verwarming in ongebruikte ruimtes, draagt bij aan een bewuste en efficiënte omgang met energiebronnen.
3.1.1 Waar staan we?
3
De focus van de gemeente Baarn ligt met name op het verbeteren van de isolatie van woningen, met name op de zogenoemde schil. In Baarn bevindt deze schil zich redelijk in lijn met het landelijk gemiddelde. De komende jaren streven we ernaar om zoveel mogelijk eigenaren van woningen te helpen om hun woning een energielabel B of beter te laten behalen.
3.1.2 Wat is de opgave? In de gemeente Baarn heeft ongeveer 35% van de huidige woningvoorraad een energielabel A (en hoger) of B, wat iets boven het landelijk gemiddelde van 32% in 2022 ligt. Desondanks heeft onze gemeente aanzienlijk meer woningen met een minder gunstig label in vergelijking met het provinciale gemiddelde. Terwijl het provinciaal gemiddelde van woningen
15
met energielabel E, F of G op 13% ligt, heeft in de gemeente Baarn 23% van de woningen een energielabel E of lager. Het is lastig inschatten welke energielabels aan woningen zijn toegekend, omdat dit niet officieel van alle woningen is geregistreerd. Het verkrijgen van een energielabel is niet verplicht, tenzij mensen hun huis willen verkopen. En als mensen een huis hebben gekocht, dan isoleren ze vaak een of meerdere onderdelen, zoals bijvoorbeeld de ramen, de vloer, de muren of het dak. In de praktijk zijn de energielabels daardoor vaak beter dan officieel is vastgelegd.
3
Figuur 3 geeft een overzicht van de gemiddelde officiële energielabels per wijk in de gemeente Baarn. En Figuur 4 geeft de geschatte gemiddelde schillabels weer. Een schillabel geeft informatie over de isolatiegraad van de woning. Bij een energielabel zijn ook eventuele zonnepanelen en warmtepompen meegenomen. Woningen met een hoger energielabel kunnen dus een lager schillabel hebben.
3.1.3 Welke kaders zijn er? In de LES komen vanuit verschillende overheden beleidskaders samen, die van invloed zijn op de energietransitie. Vanuit het Rijk De Rijksoverheid heeft in juni 2022 het ‘Beleidsprogramma Versnelling 16
Verduurzaming Gebouwde Omgeving’ gepubliceerd. De Rijksoverheid wil dat er in 2030 2,5 miljoenen woningen goed geïsoleerd zijn. Hiervan moeten 1,5 miljoen woningen van een slecht energielabel (D of lager) komen. Deze doelen zijn vastgelegd in het Nationaal Isolatieprogramma (NIP). In beide programma’s zijn uiteenlopende maatregelen en geldstromen uitgewerkt die ook voor gemeenten belangrijk zijn. Onderdeel van het NIP is ook de regeling Lokale Aanpak Isolatie. Met deze regeling krijgen gemeenten de regie om het isoleren van woningen te organiseren. Energiearmoede is een groeiend maatschappelijk probleem waarbij huishoudens moeite hebben om hun energierekeningen te betalen, met negatieve gevolgen voor hun financiële stabiliteit. Het huidige rijksbeleid is gericht op het tegengaan van energiearmoede door snel de energierekening of het energieverbruik van huishoudens te verminderen. Gemeenten hebben energietoeslagen ontvangen voor huishoudens met een laag inkomen. Vanuit de provincie Om Utrechtse gemeenten te ondersteunen bij het verduurzamen van woningen, maakt de provincie gebruik van het Servicepunt Energie. Daarnaast biedt de provincie diverse regelingen ter ondersteuning van gemeenten bij de verduurzaming van woningen. Bijvoorbeeld isolatievouchers voor huishoudens met een laag inkomen.
Figuur 3:
Gemiddelde van de bekende energielabels per buurt A B C D E F G
Schillabels (gemoddeleerd) Met behulp van de beschikbare data over bouwjaren en gebouweigenschappen is volgens de methode van het Vesta MAIS-model van het planbureau voor de leefomgeving per verblijfsobject het schillabel ingeschat. Figuur 10 toont de gemiddelden per buurt.
3
Figuur 4:
Gemiddeld schillabel per buurt A B C D E F G
Een verschil tussen een energielabel en een schillabel per object of per buurt valt vanwege de afwijkende methodiek te verwachten. Een groot verschil tussen schillabel en energielabel geeft aanleiding om te vermoeden dat er in de buurt al relatief veel is geïnvesteerd in verduurzaming. Dit lijkt met name in de Staatsliedenwijk en Nieuwe-Oosterhei het geval. 17
Daarnaast heeft de provincie Utrecht de ‘Methodiek Natuurvriendelijk Isoleren’ ontwikkeld. Bij deze nieuwe methode zorgen isolatiebedrijven dat vogels of vleermuizen de kans krijgen om te ontsnappen vóórdat wordt geïsoleerd. Vanuit de gemeente In het coalitieakkoord 2022-2026 ‘Samen Baarn’ is vastgelegd dat besparen en isoleren de eerste stappen zijn in de energie- en warmtetransitie. In de Transitievisie Warmte (2020) is de doelstelling opgenomen dat in 2030 minstens 2.200 woningen in de gemeente een goed energielabel hebben. Dat wil zeggen dat de schil label B of hoger is.
3
3.1.4 Wat doen we al? Omdat de gas- en elektriciteitsprijzen aanzienlijk zijn gestegen, is er meer aandacht ontstaan voor isolatie. Isolatie vormt de meest doeltreffende aanpak om de verduurzaming in beweging te brengen. Aangezien het niet alleen bijdraagt aan het verlagen van de energierekening, maar ook aan het principe dat wat niet wordt gebruikt, niet hoeft te worden opgewekt. Als gemeente hebben we initiatieven ontwikkeld om onze inwoners te ondersteunen bij isolatiemaatregelen. Verduurzamingsstrategie tegen energiearmoede In 2021 hebben gemeenten financiële middelen ontvangen om energiearmoede
18
actief aan te pakken. In samenwerking met PitBaarn en Klimaatroute zijn we de woonwijk Nieuwe-Oosterhei ingetrokken om inwoners te ondersteunen bij kleine, energiebesparende ingrepen. Uit eerder onderzoek bleek dat deze wijk een verhoogd risico op energiearmoede had. In 2022 is het project succesvol afgerond, waarbij in totaal bij 700 woningen maatregelen zijn geïmplementeerd, zoals tochtstrips, led-lampen en radiatorfolie. Ondanks hun eenvoud kunnen deze maatregelen jaarlijks een aanzienlijke besparing van enkele honderden euro’s opleveren. De bestrijding van energiearmoede blijft ook in de toekomst een centraal aandachtspunt binnen de verduurzamingsstrategie van de gemeente Baarn. Isolatievouchers De provincie biedt ondersteuning aan Utrechtse gemeenten bij het verduurzamen van woningen door vouchers voor vloeren spouwmuurisolatie beschikbaar te stellen. Deze vouchers vertegenwoordigen een waarde van € 2.250,– per woning. Het Duurzaam Bouwloket verzorgt de communicatie met bewoners, regelt de coördinatie van aannemers en de financiële afhandeling. Bewoners hoeven hierdoor geen kosten te dragen en worden niet belast met voorfinanciering. De doelgroep bestaat uit mensen die energietoeslag ontvangen, in een grondgebonden koopwoning wonen met een bouwjaar voor 1995 en een laag energielabel hebben. In de gemeente Baarn hebben 56 huishoudens een voucher aangeboden gekregen.
Plan van Aanpak Isolatie Het Plan van Aanpak Isolatie is onze lokale vertaling van het Nationaal Isolatieprogramma. Ook hierin komen isolatievouchers terug, die gefinancierd worden uit het Nationaal Isolatieprogramma. Energiearmoede en natuurvriendelijke isolatie zijn belangrijke aandachtspunten in Plan van Aanpak Isolatie. Voor de Plan van Aanpak Isolatie worden middelen ingezet vanuit SPUKregelingen. SPUK staat voor Specifieke Uitkering. Soortenmanagementplan Gemeenten hebben de mogelijkheid om voor de gehele gemeente een vrijstelling aan te vragen van de Wet natuurbescherming. Hiervoor dienen ze een soortenmanagementplan (SMP) op te stellen. Door dit plan hoeven huiseigenaren, woningcorporaties, projectontwikkelaars en andere betrokken partijen zelf geen onderzoek te doen en ontheffing aan te vragen. De gemeente Baarn is eveneens gestart met de ontwikkeling van een SMP. Om de ontheffing te verkrijgen, is het vereist om op een natuurvriendelijke wijze te isoleren en compensatiemaatregelen te treffen voor de bedreigde diersoorten. Vanaf april 2024 is het voor particulieren mogelijk om binnen het onderzoeksgebied van de gemeente Baarn te isoleren zonder individuele ontheffing aan te vragen.
3.2 Wat gaan we doen? Isolatie wordt ingezet ter ondersteuning van de warmtetransitie. Een goede isolatieschil is een belangrijke voorwaarde voor een duurzame warmteoplossing. Daarnaast kan het ook helpen om de energierekening te verlagen. Schillabel B Alle woningen en gebouwen willen we isoleren minstens naar schillabel B. Voor de aardgasvrije warmteoplossingen is het belangrijk dat woningen goed geïsoleerd zijn, zodat zo min mogelijk warmte ontsnapt. Het is niet voor alle woningen mogelijk of slim om naar schillabel B te verduurzamen, bijvoorbeeld omdat ze als (rijks)monument beschermd zijn of omdat ze binnenkort gesloopt worden. Die woningen willen we minstens naar schillabel C, zodat er op de duur geen slechte schillabels meer zijn in de gemeente.
3
Maatwerk per wijk We gaan wijk voor wijk isoleren. De gemeente kiest voor een wijkgerichte aanpak, zodat we kunnen inspelen op de overgang naar duurzame warmte. Hierbij wordt intensief en gericht gecommuniceerd met specifieke doelgroepen en wordt de focus gelegd op het versterken van de sociale samenhang. Voor elke wijk wordt een plan opgesteld om maatwerk te bieden in de aanpak.
19
Samen grote stappen We werken samen om maximale impact te hebben. Andere gemeenten staan voor dezelfde uitdagingen, en door samen op te trekken, kan capaciteit worden bespaard en een vliegwieleffect worden gecreëerd. Ook binnen de gemeente werken we zoveel mogelijk samen. Zo zijn de EnergieCoaches van BaarnDuurzaam voor de gemeente een belangrijke partner om inwoners te bereiken en kunnen de Buurtcoaches van PitBaarn ons helpen om specifieke doelgroepen aan te spreken. Gemeente als aanjager De gemeente gaat snel aan de slag en zet in op het informeren, adviseren, faciliteren en subsidiëren van maatregelen om gedragsverandering te bevorderen. Het gebruik van zuinige apparatuur en met name het isoleren van de gebouwschil zijn belangrijke ingrepen. Ook slimme en kleine energiebesparende maatregelen, zoals het goed inzetten van ruimteverwarming, isolatie en kierdichting, zijn hierin belangrijk.
3
3.2.1 Keuzes •4 De inspanningen om te isoleren staan ten dienste van de warmtetransitie. Een goed schillabel is een belangrijke randvoorwaarde voor aardgasvrije warmteoplossingen. We gaan dus eerst isoleren, voor we met de warmtetransitie aan de slag gaan.
20
•4 We streven ernaar om alle woningen en gebouwen naar schillabel B te brengen. Minstens schillabel B is nodig voor een warmteoplossing met een lage temperatuur. Door schillabel B de standaard te maken, kan elke woning daarmee aan de slag. Op den duur willen geen slechte schillabels (< D) meer in de gemeente Baarn.
Woningen schillabel B (minstens)
Slechte schillabels (D, E, F of lager)
•4 We isoleren wijk-voor-wijk, zodat we goed kunnen aansluiten bij de planning voor de warmtetransitie en per wijk maatwerk kunnen leveren met het participatietraject en de isolatie aanpak. •4 Ervaringen uit eerdere trajecten nemen we mee om nieuwe projecten te verbeteren, zoals de uitvoeringsstrategie tegen energiearmoede. Hieruit bleek bijvoorbeeld dat het goed werkte om samen met PitBaarn langs de deuren te gaan.
3
204 5 12.000 Geen
2 035
9.750
7.750
3.3 Routekaart De routekaart hiernaast is een visuele weergave die ons langs de verschillende stappen leidt die we gaan zetten om energie te besparen. De routekaart is een leidraad om duidelijkheid te scheppen over de volgende stappen op weg naar een duurzamere toekomst.
20 23 3.900
4.400
6.000
21
4. Pijler 2: Duurzame warmte (aardgasvrij) Landelijk is de afspraak gemaakt dat alle woningen in 2050 aardgasvrij moeten zijn. Bovendien is er een tussenliggend doel vanaf 2026: bij de vervanging van CV-ketels is voor de meeste woningen een efficiëntere oplossing verplicht, zoals een hybride warmtepomp of aansluiting op een warmtenet. Deze omvangrijke verandering brengt onzekerheid met zich mee, zowel voor onze inwoners als voor de gemeente. Inwoners worden geconfronteerd met deze ingrijpende verschuiving, maar hebben momenteel nog geen goed beeld wat dit precies betekent en wat de kosten zijn. Ook voor de gemeente is er onzekerheid, aangezien veel landelijke en provinciale regelgeving en financieringsinstrumenten nog in ontwikkeling zijn. Dit maakt het voor de gemeente uitdagend om op dit moment een eenduidige keuze te maken en te communiceren. Bovendien brengt de overstap naar een duurzame warmteoplossing grote organisatorische vraagstukken met zich mee, vooral als er gekozen wordt voor een collectief warmtenet.
4.1 Waar staan we Hoewel duidelijk is dat gebouwen bij voorkeur minimaal label B moeten hebben voor een duurzame warmteoplossing, staat isolatie op dit moment voorop. Daarnaast zien we dat systemen die warmte uit water, lucht of bodem halen aanzienlijke energiewinst opleveren. 4 In 2022 verbruikten alle woningen in Baarn samen 13,4 miljoen m3 aardgas, terwijl dit in 2008 nog 20,7 miljoen m3 was. Dit betekent dat we al minder aardgas gebruiken door energiebesparing en isolatie van de woningen. Verwarmen (met aardgas) neemt meer dan tweederde van het energieverbruik van huishoudens in beslag. Er valt dus nog veel te besparen op aardgasverbruik en daarmee kunnen we de CO2-uitstoot verminderen. In 2021 had slechts 1% van de woningen in Baarn een all-electric warmtepomp. Men verwacht dat dit percentage in 2023 is gestegen naar 2%.
4.1.1 Wat is de opgave? Een gemiddeld huishouden verbruikt jaarlijks 1.200 m3 aardgas, wat ongeveer 2,5 ton CO2-uitstoot veroorzaakt. Als
22
23
we een gemiddelde woning renoveren tot isolatieniveau (schillabel B), kan dit het gasverbruik met ongeveer 50% verminderen en per woning meer dan 1 ton CO2 besparen. Het vervangen van de gasketel in een woning met basisisolatie door een warmtenet op basis van aquathermie of een individuele warmtepomp kan de CO2-uitstoot nog eens met ongeveer 80% verminderen, rekening houdend met de verwachte elektriciteitsmix in 2030. Een gemiddelde woning renoveren tot
4.1.2 Welke kaders zijn er?
aardgasvrij kan dus ongeveer 2 ton CO2uitstoot besparen.
Vanuit het Rijk Het Rijk ondersteunt gemeenten met middelen om Transitievisies Warmte (TVW) en Wijkuitvoeringsplannen op te stellen. Het Rijk voorziet ook in landelijke kaders, beleid en wetgeving. Het Programma Versnelling Verduurzaming Gebouwde Omgeving benadrukt het belang van inclusiviteit, waarbij de voorwaarden om deel te nemen worden verbeterd door financieringsdrempels te verlagen en ondersteuning te bieden bij het kiezen en invoeren van maatregelen.
Gemiddeld huishouden
4
1.200 m3 aardgas
2,5 ton CO2
Gerenoveerd huis (Schillabel B) 600 m3 aardgas
1,4 ton CO2
Gerenoveerd huis (Schillabel B) + basisisolatie aquathermie of een eigen warmtepomp 360 m3 aardgas
24
0,5 ton CO2
Net als bij pijler 1, geldt ook hier dat er vanuit verschillende overheden kaders zijn waar we rekening mee moeten houden. In lijn met het Nederlands Klimaatakkoord (2019) ligt een belangrijk deel van de verantwoordelijkheid voor duurzame warmte in de gemeente. In de toekomst wordt die regierol steeds groter, en komen er meer bevoegdheden bij.
Vanuit de provincie Provincies hebben een eigen rol in het energietransitieproces. Warmtenetten gaan over gemeentegrenzen, en daarom zijn er ruimtelijke beslissingen nodig, zowel boven als onder de grond. Provincies hebben de bevoegdheid om samen met gemeenten en belanghebbenden beslissingen te nemen over ruimtelijke kwesties zoals windenergie (bovengronds) en geothermie en ondiepe bodemenergie (ondergronds).
Daarnaast delen provincies hun kennis. Ze stellen provinciale warmteplannen op die aansluiten op de plannen van gemeenten. Onderdeel daarvan is dat de provincie Utrecht onderzoek doet naar de mogelijkheden van een provinciaal warmtebedrijf. Vanuit de gemeente In 2020 heeft gemeente Baarn haar Transitievisie Warmte gepresenteerd met daarin de plannen om woningen en gebouwen duurzaam te verwarmen en van het aardgas af te halen. Na het opstellen van de Transitievisie Warmte is gebleken dat er behoefte is aan meer en duidelijkere kaders, onder meer over participatie, de uitvoering en de volgorde waarin onze wijken aan de beurt zijn. Deze Aanvullende Warmtekaders voorzien in die behoefte en worden verwerkt in de TvW 2.0.
4.1.3 Wat doen we al? Op dit moment staan we aan het begin van de warmtetransitie. Samen met betrokken stakeholders starten we met het opstellen van wijkwarmteplannen. Als eerste stap voeren we haalbaarheidsstudies uit om de kansen voor het aardgasvrij maken van woningen en ander vastgoed verder te verkennen. Onderzoeken warmtebronnen Naast de opgave voor grootschalige opwek van duurzame energie met zon
en wind, is de afgelopen twee jaar ook onderzocht welke regionale bronnen kunnen bijdragen aan de warmtetransitie. Uit het onderzoek blijkt dat aquathermie uit de Eem en het Eemmeer in de regio substantieel kan bijdragen aan de warmtetransitie. Mogelijk zal dit in de toekomst ook gelden voor geothermie, maar deze ontwikkeling vraagt nog minstens tien jaar tijd. Bovendien willen we de mogelijkheden van groen gas verder verkennen als een aanvullende duurzame energiebron. De Eem als regionale bron voor aquathermie In ons regionale onderzoek naar de mogelijkheden van de Eem als warmtebron hebben we veelbelovende wijken geïdentificeerd in de gemeenten Baarn, Eemnes, Soest en Amersfoort. Uit de analyse van de bronnen blijkt dat de Eem een aanzienlijk vermogen heeft voor het leveren van warmte. Als we de Eem maximaal benutten, kunnen meer dan 20.000 woningen worden voorzien van aquathermie. In Baarn komt dit neer op ongeveer 1.500 woningen.
4
Voor de kansrijke wijken in de gemeenten hebben we businesscases opgesteld. Uit de vergelijking blijkt dat de wijk EemdalNoord in Baarn en de nieuwbouwwijken in Amersfoort het meest geschikt zijn voor de toepassing van aquathermie uit de Eem. Deze wijken bevinden zich dicht bij de Eem en hebben woningen met een hoog isolatieniveau.
25
Mogelijkheden voor diepe geothermie Door middel van seismische informatie hebben we de mogelijkheden van de bodem voor geothermie in de regio Amersfoort onderzocht. De belangrijkste bevindingen uit dit onderzoek zijn: •4 De regio Amersfoort heeft, vergeleken met de rest van de provincie Utrecht, aanzienlijke potentie voor diepe geothermie. •4 Binnen de regio ligt de grootste potentie waarschijnlijk in de gemeenten Woudenberg en Leusden, en gedeeltelijk in Amersfoort en Soest. 4 •4 We verwachten dat het minstens 10 jaar zal duren voordat geothermie als warmtebron kan worden ingezet in gebieden waar nog geen initiatieven voor geothermie zijn ondernomen.
4.2 Wat gaan we doen? De meeste uitstoot van broeikasgassen is te verminderen met de warmtetransitie. Daarmee gaan we stap voor stap aan de slag met een wijkgerichte aanpak. Uiterlijk in 2050 zijn we aardgasvrij. Collectieve warmtenetten De gemeente zet in op collectieve warmtenetten waar het kan, om zoveel mogelijk mensen te faciliteren bij de warmtetransitie. Per wijk wordt een participatietraject gestart om met
26
inwoners en andere belanghebbenden te onderzoeken hoe zij onderdeel van de collectieve warmteoplossing kunnen worden. Het bezit van woningcorporatie Omthuis kan als fundament voor een warmtenet dienen en daarom wordt nauwe samenwerking opgezocht. Individuele warmteoplossingen Elke bewoner is vrij om een eigen aardgasvrije warmteoplossing te kiezen. De meeste broeikasgassen worden bespaard door zo snel mogelijk van het aardgas over te stappen, dus de gemeente ontmoedigt de overstap naar (hybride) warmtepompen niet. (Hybride) warmtepompen stimuleren doet de gemeente ook niet, behalve in de wijken waar een collectieve warmteoplossing onhaalbaar lijkt. Inwonerinitiatieven Het is goed mogelijk dat inwoners zelf een initiatief nemen om gezamenlijk van het aardgas af te gaan. De gemeente moedigt dit aan, want de gemeenteraad en het college hechten veel waarden aan de betrokkenheid van inwoners. Daarom zullen serieuze initiatieven om gezamenlijk over te stappen op een aardgasvrije warmteoplossing altijd door de gemeente worden ondersteund. Ook als ze niet direct in de gemeentelijke plannen passen.
4.2.1 Keuzes • De gemeente Baarn zet zoveel mogelijk in op collectieve warmtenetten, waar dit mogelijk is. Uit onze verkenningen is gebleken dat warmtenetten net zo duurzaam zijn als individuele warmtepompen, maar dat zij voor inwoners wel goedkoper zijn. Ook is de overgang beter planbaar, waardoor netcongestie beter omzeild kan worden. Op die manier verwachten we meer mensen te kunnen bereiken met een duurzame warmteoplossing. Het is belangrijk dat veel mensen meedoen, daarom is een betaalbaar aanbod noodzakelijk. • De routekaart voor de collectieve oplossing, zoals in de Aanvullende Warmtekaders, is leidend. Op basis van die eventuele nieuwe inzichten wordt de collectieve routekaart herzien. • Woningcorporatie Omthuis, met veel vastgoedbezit in Baarn, is een belangrijke partner om financieel gezonde projecten te ontwikkelen. We gaan meer samenwerken met de woningcorporatie.
over welke warmtebron wordt gekozen en hoe die de landt in de openbare ruimte. • Elke inwoner behoudt zelf de keuze om voor een andere aardgasvrije warmteoplossing te kiezen. De aansluiting op een collectief warmtenet is niet verplicht. • Isolerende maatregelen combineren met een (hybride)warmtepomp kan een mogelijke verstandige (tussen) oplossing zijn om snel minder aardgas te verstoken. Aansluiting op een collectief warmtenet blijft een mogelijkheid.
4
• De gemeente Baarn stimuleert individuele warmteoplossingen in bepaalde wijken en gebieden, zoals Wilhelminapark, Amaliapark, Prins Hendrikpark, Lage Vuursche, in het buitengebied en op industrieterrein De Drie Eiken. In de andere delen van de gemeente wordt een overstap naar een individuele warmteoplossing niet ontmoedigt.
• Per wijk wordt een participatietraject gestart om met inwoners en andere belanghebbenden te onderzoeken hoe zij onderdeel van de collectieve warmteoplossing kunnen worden. Hierin staan belangrijke afwegingen
27
4.3 Routekaart Onderstaande routekaart is een visuele weergave die ons langs de verschillende stappen leidt die we gaan zetten. De routekaart is een leidraad om duidelijkheid te scheppen over de volgende stappen op weg naar een duurzamere toekomst. Wijkvolgorde
Professorenwijk Componistenwijk
Gemeente Baarn Planning Aardgasvrij Collectieve oplossing
Schilderswijk
Staatsliedenwijk
Routekaart Uiterlijk in 2050 is de gemeente Baarn aardgasvrij (landelijk doel).
Minimaal 5500 aardgasvrije panden.
Start richting Aardgasvrij
Zandvoort
2022-2025 Wilhelminapark Centrum
Transvaal
Amaliapark
4
Pr. Hendrikpark
Eemdal-Noord
Pekingpark
2025-2030
Schoonoordpark
2030-2035
Oude-Oosterhei
2035-2040
2050
Minimaal 8500 aardgasvrije panden.
2040
Centrum, Zandvoort, Transvaal, Nieuwe Oosterhei.
2045
Individuele oplossing (Natuurlijk moment)
Eemdal-Zuid
NieuweOosterhei
Alle panden aardgasvrij.
4
Bedrijventerrein (Planning nog onzeker)
2035 Lage Vuursche
0
0,5
1 km
Minimaal 3500 aardgasvrije panden.
2030
Minimaal 1500 aardgasvrije panden. Eemdal-Zuid, Staatsliedenbuurt, Professorenbuurt, Schilderswijk.
Schoonoordpark, Oude Oosterhei, Pekingpark, Componistenwijk.
2025 <200 aardgasvrije panden in 2023
2023
28
Eemdal-Noord.
29
5. Pijler 3: Duurzame elektriciteit (opwekking) Alhoewel er steeds meer energie wordt bespaard, brengt de groeiende vraag naar duurzaam verwarmen en mobiliteit ook een toename van de elektriciteitsvraag met zich mee. Het opwekken van deze elektriciteit moet duurzaam gebeuren, en daarbij zijn zon en wind de voornaamste bronnen. Het Rijk en de provincie nemen steeds meer regie op het gebied van het opwekken van uitstootvrije elektriciteit. Dat is maar goed ook, want de gemeente Baarn kan maar beperkt bijdragen. Door alle mooie, maar kwetsbare natuur is het lastig om grootschalig elektriciteit op te wekken. Zelfs als we het potentieel van alle daken benutten, dan voorzien we slechts in niet meer dan 3% van de eigen energiebehoefte. Toch willen we als gemeente doen wat we kunnen. Daarom leggen we zonnepanelen waar dat kan, zoals op daken en langs wegen en het spoor. Ook proberen we op slimme manieren de openbare ruimte te gebruiken door bijvoorbeeld parkeerplaatsen te overdekken met zonnepanelen. Zo leveren we toch een
30
bijdrage aan de opwekking van duurzame elektriciteit!
5.1 Waar staan we? In de afgelopen jaren zijn er in Baarn veel zonnepanelen geïnstalleerd, hoewel de gemeente hierin geen actieve rol speelde. Het aantal zonnepaneleninstallaties is in de gemeente Baarn gestegen van enkele tientallen in 2012 tot 2904 installaties in 2022. Van deze installaties bevindt 94% zich op woningdaken. De rest, circa 4210 kW, ligt op 175 daken van bedrijven en maatschappelijk vastgoed. Het geïnstalleerd vermogen in 2022 bedroeg 12,8 kilowattpiek (kWp), waarmee 11% van het potentieel (113 kWp) op daken in Baarn is benut.
5
5.1.1 Wat is de opgave? In 2022 bedroeg het elektriciteitsverbruik van Baarn 18% van de totale CO2uitstoot. De doelstelling vanuit de landelijke overheid is om in 2035 alle elektriciteit uit uitstootvrije bronnen
31
te halen. Vanaf 2035 stoot dus ook de gemeente Baarn geen broeikasgassen meer uit door haar elektriciteitsgebruik. Om de uitstoot te minimaliseren willen we zoveel mogelijk van ons elektriciteitsverbruik binnen onze gemeentegrenzen opwekken. Naast de toename in de opwekking van elektriciteit, is ook de vraag naar stroom gegroeid. In Nederland gebruikten we in 2022 alleen al 6% meer hernieuwbare energie, mede door de afname van het gebruik van aardgas. De overgang naar duurzame warmte en de groeiende behoefte aan stroom (elektrificatie) vergroot de vraag naar zonne- en windenergie. 5
5.1.2 Welke kaders zijn er? Net als bij pijler 1 en 2, geldt ook hier dat er vanuit verschillende overheden kaders zijn waar we rekening mee moeten houden. Vanuit het Rijk In het regeerakkoord van 2021 staat dat we moeten inzetten op grote zonne-energie-installaties op daken, omdat de ruimte in Nederland beperkt is. Zonnepanelen op land zijn alleen toegestaan als er meervoudig gebruik van het land is, zoals op gronden van de overheid. De salderingsregel die ervoor zorgt dat mensen die zelf opgewekte elektriciteit terugleveren aan het net daarvoor vergoed 32
worden, wordt afgebouwd. In 2021 is besloten om de startdatum van deze afbouw uit te stellen tot 2025. Vanaf 1 februari 2022 is het verplicht om bij ingrijpende renovaties aan een huis of gebouw minimaal één vorm van hernieuwbare energie, zoals zonnepanelen, een warmtepomp of aansluiting op een warmtenet, toe te passen. Verschillende milieuaspecten zijn vastgelegd in wetten en regels, zoals het Besluit omgevingsrecht (Bor) en de erkende maatregelenlijst en informatieplicht vanuit het Activiteitenbesluit. Vanuit de provincie De provincie is - anders dan bij zonneweides - bevoegd gezag voor windturbines. De ontwikkeling van windenergie loopt in de provincie Utrecht achter op zonne-energie. De verhouding in de plannen van de Utrechtse RES-regio’s is 90% zonne-energie en 10% windenergie. De provincie is om die reden een traject gestart, waarmee op den duur locaties voor grote windturbines kunnen worden aangewezen. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is een instrument van de nieuwe Omgevingswet. Tot de invoering van de wet, wordt de NOVI gebruikt als ‘structuurvisie’ voor de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Provincies gebruiken de NOVI om hun provinciale omgevingsvisie op te stellen. Deze structuurvisies beïnvloeden het uitgeven van vergunningen door gemeenten en provincies. Zodra de Omgevingswet in gaat, geldt de NOVI
als instrument zoals deze bedoeld is in de nieuwe wet. In de NOVI staat dat het plaatsen van zonnepanelen volgens de zogenaamde zonneladder moet. Vanuit de gemeente De gemeente Baarn is onderdeel van de energieregio Amersfoort. In de RES van de regio Amersfoort is de doelstelling opgenomen om in 2030 minstens 0,5 terawattuur (TWu) hernieuwbaar en grootschalig op te wekken. De gemeente Baarn heeft de ambitie vastgelegd om 5 hectare te benutten voor grootschalig zonop-dak. In het huidige coalitieakkoord is afgesproken dat we de komende vier jaar extra willen inzetten op het plaatsen van zonnepanelen op daken van huizen, overheidsgebouwen, bedrijfspanden en parkeerterreinen. Er is ook ruimte voor zonneweides langs infrastructuur, zoals wegen en het spoor. In het Uitnodigingskader zonne- en windenergie is vastgelegd hoeveel ruimte er is om binnen de gemeentegrenzen duurzame elektriciteit op te wekken. Er is geen ruimte voor grote windturbines, wel is bepaald dat er, onder voorwaarden, ruimte is voor 119 hectare zonneweide. We willen dat er in 2030 77 hectare zonneweide ingevuld is, zodat we elektriciteitsneutraal zijn. Het Afwegingskader zonnepanelen op monumenten geeft inzicht in de haalbaarheid om zonder
omgevingsvergunning zonnepanelen of zonne- collectoren te plaatsen bij monumenten of panden in beschermde gezichten.
5.1.3 Wat doen we al? OER A1 Samen met de energieregio’s verkent het Rijk tachtig kansrijke locaties om energie op te wekken op rijksgronden. In 2023 is Baarn aangesloten bij het OER A1 traject en de voorverkenning daarvan. Met dat traject worden locaties langs de A1, tussen knooppunt Hoevelaken en knooppunt Eemnes, onderzocht op mogelijkheden voor zonnepanelen en windturbines. 5 Zonne-overkapping gemeentewerf Er is onderzoek gedaan naar het plaatsen van zonnepanelen bij de gemeentewerf. Er zijn drie scenario’s onderzocht. Hieruit bleek dat het goed te doen is om zonnepanelen te leggen op de bestaande bebouwing. Ook voor een zonneconstruct aan de noordzijde van het terrein (een verticaal zonnedak) lijkt een sluitende businesscase mogelijk. In het verduurzamingshoofdstuk van het plan maatschappelijk vastgoed worden deze resultaten opgenomen. Beltgat In aanvulling op het onderzoek naar de overkapping van de gemeentewerf, is een haalbaarheidsstudie in uitvoering voor zon-op-water op de locatie van het Beltgat. Hierbij wordt een aanvullend 33
onderzoek gedaan naar versterking van de biodiversiteit in en om het water.
5.2 Wat gaan we doen? We willen meer duurzame elektriciteit opwekken binnen onze gemeentegrenzen. Daarmee dragen we bij aan een duurzame elektriciteitsmix, die vanaf 2035 voor heel Nederland uitstootvrij is. We zijn selectief waar we op inzetten. Netcongestie Netcongestie vormt een belangrijke uitdaging. Het elektriciteitsnetwerk kan op piekmomenten niet meer elektriciteit vervoeren, waardoor niet meer elektriciteit aan het hoogspanningsnet kan worden toegevoegd of worden afgenomen. Ook op het laagspanningsnet, dat door onze wijken loopt, dreigt netcongestie. Dat zou als gevolg hebben dat we geen zonnepanelen meer kunnen aansluiten, elektrische laadpalen kunnen plaatsen of over kunnen stappen op warmtepompen. Aangezien de meeste uitstoot van broeikasgassen komt uit het verwarmen van onze huizen, is het prioriteit om onze gemeente aardgasvrij te maken.
5
Zonnepanelen Het aantal zonnepanelen op kleine daken laten we natuurlijk groeien. Dat betekent dat de gemeente zonnepanelen op kleine daken niet meer stimuleert. Vanwege de dreigende
34
netcongestie zijn we terughoudend, want we willen dat zonnepanelen als verduurzamingsmaatregel mogelijk blijven voor inwoners. Ook zonneweides op natuur- en agrarische gronden stimuleert de gemeente niet, tot 2026. Wanneer initiatiefnemers zich melden, dan worden die per project behandeld. Grote zonneprojecten De gemeente zich in om de ambities voor grote zonnedaken waar te maken. Dat betekent dat we voor 2030 nog minstens 0,00716 terawattuur (TWu) willen opwekken. Ook willen we inwoners zonder zonnedak de mogelijkheid geven om groene stroom af te nemen bij een van de minstens drie grote, innovatieve zonneprojecten. Bijvoorbeeld een solar carport op het Laanplein, een zonneoverkapping bij de gemeentewerf of een drijvende zonneweide op het Beltgat. Ook de initiatieven van energiecoöperatie BijZONder Baarn volgt de gemeente op de voet, zoals de zonneweide bij de ijsbaan en de solar carport bij de P+R bij de gemeentewerf.
5.2.1 Keuzes • We nemen verantwoordelijkheid voor het eigen elektriciteitsverbruik, door zoveel mogelijk grote zonnedaken te realiseren en initiatieven voor meervoudig ruimtegebruik met zonnepanelen aan te jagen. De focus komt hierbij te liggen op het benutten van zoveel mogelijk daken en dubbelfuncties. De verhouding tussen opwekking en verbruik wordt als doel losgelaten. • De gemeente neemt het initiatief voor minstens drie innovatieve, grote zonnepaneelprojecten, zoals een drijvende zonneweide op het Beltgat, een solar carport op het Laanplein en een zonne-overkapping bij de gemeentewerf. Met deze projecten willen we mogelijk maken dat inwoners zonder eigen zonnedak groene stroom kunnen afnemen. • We werken zoveel mogelijk samen met de energieregio Amersfoort om de doelstellingen voor grootschalige duurzame elektriciteitsopwekking te halen. De ‘Uitvoeringstrategie zon-opdak onder netcongestie’ schetst een nieuw pad richting 0,2 TWu aan zonop-dak in 2030. De gemeente Baarn spant zich in om ons lokale doel van 0,00716 TWu te behalen.
• De groei van zonnepaneelinstallaties op kleine daken laten we natuurlijk verlopen. Dat betekent dat de gemeente kleine zonnedaken niet stimuleert. De gemeente kiest ervoor om de ruimte op het elektriciteitsnet in te zetten voor andere duurzaamheidsmaatregelen die de uitstoot van broeikasgassen sterker verminderen. Wel vindt de gemeente het belangrijk dat inwoners zonnepanelen op hun dak kunnen blijven leggen. Daarom ontmoedigen we inwoners niet om dat te doen. • De gemeente stimuleert geen zonneweides op natuur- en agrarische gronden. Maar als er initiatieven vanuit de samenleving komen, dan worden die individueel behandeld. Vanaf 2026 wordt uitvoering gegeven aan het Uitnodigingskader zonne- en windenergie.
5
• We moedigen het gebruik van eigen opwek aan. Meer opwekken dan je kunt gebruiken is niet wenselijk in het kader van netcongestie en de portemonnee. Slimme oplossingen achter de voordeur, voordat aan het elektriciteitsnet wordt terug geleverd, helpen daarbij.
35
Elektriciteit uitstootvrij
204 5
5.3 Routekaart Elektriciteit uitstootvrij
Zonnepaneel-installaties op kleine daken Grote, innovatieve zonneprojecten afgerond* Elektriciteit uitstootvrij
5
Elektriciteits-opwekking grote daken
5
3.500
2035 4.000
2
3
2023 2.975
3.100
7160 MWu (0,00716 TWu)
* op parkeerterreinen, op water of grondgebonden langs infrastructuur. 36
37
6. Monitoring
De energietransitie is een traject waar veel tijd overheen gaat. Het is niet van de een op de andere dag een voldongen feit. Daarnaast is het een domein dat volop in ontwikkeling is. Op technisch vlak, maar ook op sociaalmaatschappelijk vlak. Het is daardoor niet goed mogelijk om een route uit te stippelen waarvan zeker is dat we die ook belopen. Dat maakt het belangrijk om ontwikkelingen bij te houden, zodat we kunnen volgen wat wel en niet werkt en zodat we kunnen bijsturen als dat nodig is. De voortgang monitoren we aan de hand van de mijlpalen in de routekaarten. Per pijler zijn in de routekaarten doelstellingen opgenomen per vijf jaar. Op basis van die doelstellingen wordt de gemeenteraad elk jaar geïnformeerd over de voortgang en eens per twee jaar volgt een herijkingsmoment. In een digitaal klimaatdashboard worden deze cijfers ook bijgewerkt, zodat iedereen op elk moment van het jaar bij de informatie kan.
6.1 Monitoringscyclus De monitoring van de energietransitie is belangrijk voor de gemeente Baarn en voor inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden. Met een goede 38
monitoringscyclus creëren we inzicht in ontwikkelingen, meer zekerheid over het behalen van doelstellingen en meer grip op het proces. Het biedt een moment van reflectie en van daaruit ook een perspectief voor de toekomst. Om die reden sluiten we de monitoring van de energietransitie aan bij de planning-encontrolcyclus (P&C-cyclus). Jaarlijks wordt de gemeenteraad op de hoogte gebracht van de voortgang van de Lokale Energie Strategie. De eerste voortgangsrapportage volgt in 2025. Elke twee jaar vindt er een herijkingsmoment plaats. De Lokale Energie Strategie zal dan geactualiseerd worden. Wanneer er tussentijds ontwikkelingen zijn die een grote impact hebben op onze energietransitie, dan zal daar tussentijds op geanticipeerd worden en de gemeenteraad over worden geïnformeerd.
6
6.2 Pijler 1: Energiebesparing (isolatie) De doelstellingen voor energiebesparing zijn vertaald naar het schillabel. Het schillabel zegt wat over de isolatie van een pand, terwijl het energielabel een indicatie geeft van energie-efficiëntie van een woning. Daarom tellen bij het 39
energielabel ook zonnepanelen en de warmtevoorziening mee. Gezien een goed schillabel randvoorwaardelijk is voor de overstap naar een aardgasvrije warmteoplossing, sturen we op een zo hoog mogelijk aantal schillabels van B of hoger. Monitoring hiervan gebeurt met het Vesta MAIS (Multi Actor Impact Simulatie) model. Van de schillabels is geen officieel geregistreerde data beschikbaar, in tegenstelling tot de energielabels. Met het Vesta MAIS model kan een betrouwbare benadering worden gemaakt door verschillende (openbare) data-lagen over elkaar heen te leggen, zoals de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en de officieel aangemelde energielabels op woningniveau. Dit model is ook gangbaar op nationaal en provinciaal niveau.
6
6.3 Pijler 2: Duurzame warmte (aardgasvrij) Om de voortgang in de warmtetransitie bij te houden, monitoren we twee aspecten: in hoeveel wijken we in gesprek zijn (geweest) voor een wijkwarmteplan en hoeveel panden aardgasvrij zijn. Over de voortgang op het gebied van wijkwarmteplannen zal de gemeenteraad jaarlijks geüpdate worden. Dit betreft een inspanningsverplichting. Het aantal aardgasvrije woningen is een resultaatverplichting. Samen met de 40
provincie Utrecht en Stedin wordt hier een goed monitoringsinstrument voor opgetuigd, want die bestaat nog niet. Verschillende informatie moet hiervoor over elkaar heen worden gelegd, zoals het aantal opgeleverde aardgasvrije woningen (Omthuis, gemeente) en het aantal verwijderde gasaansluitingen (Stedin). Bij de eerstvolgende voortgangsrapportage volgt meer toelichting over de monitoringsmethode die dan gebruikt is.
6.4 Pijler 3: Duurzame elektriciteit (opwekking) In lijn met de routekaart om meer duurzame elektriciteit op te wekken, monitoren we voor deze pijler het aantal zonnepaneelinstallaties op kleine daken (vermogen <15kW), het aantal innovatieve grootschalige zonneprojecten (vermogen >15kW) en de opbrengst uit grootschalige zonnedaken. Stedin levert aan hoeveel zonnepaneelinstallaties aangemeld zijn. Deze cijfers controleren wij door luchtfoto’s te analyseren. Dat doen we samen met de provincie Utrecht. Over de innovatieve grootschalige zonneprojecten informeren wij de gemeenteraad jaarlijks. Een aantal mogelijkheden verkennen we, zoals een drijvende zonneweide op het Beltgat, en aantal mogelijkheden pakken we samen met onze partners op, zoals een solar carport op het Laanplein. De gemeenteraad zal projectmatige updates ontvangen, zoals over een zonneoverkapping bij de gemeentewerf, en via
de voortgangsrapportage in samenhang met de andere doelstellingen op de hoogte worden gebracht. De doelstelling voor de opbrengst uit grootschalige zonnedaken komt voort uit de Regionale Energiestrategie. In regionaal verband werken we aan een uitvoeringsplan om deze doelstelling te realiseren. Vanuit dit uitvoeringsplan zal de voortgang op deze doelstelling ook gemonitord worden.
6.5 Baarns Klimaatdashboard In samenwerking met de provincie Utrecht wordt aan het Baarns Klimaatdashboard gewerkt. De provincie Utrecht heeft aangeboden om dit per gemeente te faciliteren en de gemeente Baarn is hierbij aangehaakt om het dashboard te helpen ontwikkelen. In het Klimaatdashboard worden verschillende cijfers opgenomen die voortvloeien uit het klimaatbeleid in de provincie, maar er is ook ruimte voor maatwerk. Die ruimte zullen wij zo goed mogelijk gebruiken om de voortgang van de Lokale Energie Strategie voor iedereen op elk moment inzichtelijk te maken.
6
De verwachting is dat het Klimaatdashboard in het eerste kwartaal van 2024 live gaat.
41
Elektriciteitsneutraal Er wordt binnen de gemeentegrenzen evenveel elektriciteit op duurzame wijze opgewekt, als dat er verbruikt wordt.
7. Definitielijst Aardwarmte of geothermie Aardwarmte of geothermie komt uit grote diepte. Deze warmte wordt in de vorm van warm water omhoog gepompt. De warmte wordt uit het water gehaald om woningen, gebouwen of kassen te verwarmen, waarna het afgekoelde water via een pomp weer terugstroomt in dezelfde aardlaag, waarna het weer opwarmt. Aquathermie Bij aquathermie wordt gebruik gemaakt van warmte uit water. Denk hierbij aan meren, rivieren of bijvoorbeeld kanalen. Met de warmte die je met een warmtepomp uit water haalt, kunnen woningen via een warmtenet verwarmd worden. Het warme water is dus als warmtebron een alternatief voor aardgas.
7
Bodemenergie Bodemenergie is het gebruik van gratis, hernieuwbare warmte of koude uit de ondiepe ondergrond, tot 500 meter diep. Deze energie kan op een duurzame en doeltreffende manier gebruikt worden voor het verwarmen en koelen van gebouwen. Broeikasgassen Broeikasgassen zijn als een soort deken om de aarde. Ze houden wat warmte vast en zorgen ervoor dat het niet te koud 42
wordt. Normaal gesproken is dit goed, maar door menselijke activiteiten zoals autorijden en fabrieken komt er te veel van deze gassen in de lucht. Hierdoor blijft er te veel warmte hangen, waardoor de aarde opwarmt. Dat is slecht omdat het zorgt voor problemen zoals smeltende ijskappen en rare weersveranderingen. Het verminderen van de dingen die deze gassen veroorzaken, is belangrijk om de aarde niet te veel te laten opwarmen. CO2 Koolstofdioxide (CO2) is een broeikasgas dat voornamelijk afkomstig is van verbranding van fossiele brandstoffen en ontbossing. Broeikasgassen worden vaak uitgedrukt in CO2, zodat de impact van die gassen goed vergeleken kan worden. Zo staat de uitstoot van 1 kilo methaan gelijk aan de uitstoot bijna 30 kilo CO2.
Elektrificatie Een proces of apparaat dat eerder op fossiele brandstoffen werkte, op elektriciteit laten werken. Energielabel Een energielabel is als een rapport voor een huis dat vertelt hoe zuinig het met energie omgaat. Het label geeft het huis een cijfer, zoals A, B, C, enzovoort. A betekent dat het huis heel zuinig is, terwijl G betekent dat het niet zo zuinig is. Energietransitie De energietransitie is -in zijn essentiede overgang van een energiesysteem gebaseerd op fossiele energiebronnen naar een energiesysteem gebaseerd op duurzame en uitstootvrije energiebronnen. Oftewel: de overgang van het gebruik van kolen, olie en gas naar het gebruik van zon, wind en water als bron van energie.
Collectief warmtenet Bij een collectief verwarmingssysteem wordt de warmte centraal opgewekt en aan de aangesloten verbruikers geleverd via een warmtenet. Stadsverwarming is hier een voorbeeld van.
Klimaatadaptatie Adaptie betekent letterlijk aanpassing. Klimaatadaptatie is de mate waarin we de omgeving kunnen aanpassen aan klimaatverandering.