867405 Lokale Energie Strategie (LES) Beantwoording technische vraag D66
Tekst van het document
Memo Aan Onderwerp Portefeuillehouder Datum
: Gemeenteraad Baarn : Beantwoording technische vragen D66 – Klimaatneutraal : Steven de Vries : 15-01-2024
Geachte raadsleden en steunfractieleden,
De fractie van D66 heeft technische vragen gesteld over het raadsvoorstel ‘Lokale Energie Strategie (LES)’. Hieronder de vragen en de antwoorden. Vraag: Het is duidelijk dat er binnen de overheid veel geld beschikbaar is voor duurzaamheid. Toch zien we een verschuiving van ‘klimaatneutraal in 2030’ naar het behalen van doelstellingen in 2050. Dat is een vertraging van 20 jaar. 1. Wat is daar de onderbouwing van? 2. En wat is er nodig om deze resultaten in 2040 te behalen? Antwoord: De ambitie om in 2030 zoveel mogelijk klimaatneutraal te zijn, is een inspanningsverplichting die volgt uit de ondertekening van het Baarnse Klimaatakkoord (2017). Die ambitie is voor het eerst in beleid vertaald in de Transitievisie Warmte, die eind 2020 door uw raad is vastgesteld. Hierin is vastgelegd dat de gemeente Baarn uiterlijk in 2050 aardgasvrij is. Er is dus geen sprake van het verschuiven van de doelstelling naar 2050. De uitstoot ten gevolge van ons elektriciteitsverbruik en mobiliteitssector zal ruim voor 2040 zeer sterk zijn afgenomen. Vanaf 2035 zal nationaal alle elektriciteit uit uitstootvrije bronnen komen (nationale ambitie). Daarmee worden er dus vanaf 2035 geen broeikasgassen meer uitgestoten als gevolg van het Baarnse elektriciteitsverbruik. Door Europese en nationale wetgeving verduurzaamt ook de mobiliteitssector steeds sneller.
Zo mogen er vanaf 2035 geen fossiele auto’s meer verkocht worden. Dit jaar werken we aan een ‘Uitvoeringsagenda duurzame mobiliteit’ om lokaal bij te dragen aan de verduurzaming van de mobiliteit. Hierover hoort u op een later moment meer. Met de huidige inzichten is het niet realistisch om een ambitieuzer doel op te stellen voor de warmtetransitie. In de eerste plaats vraagt de warmtetransitie om forse investeringen en inspanning die onze inwoners en wij niet zelfstandig kunnen dragen, bijvoorbeeld voor het oprichten van een warmtebedrijf of de aanleg van een warmtenet. Daarbij hebben wij geen instrumenten om bepaalde keuzes af te dwingen, die wel in de ‘Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie’ zijn opgenomen. Als kleine gemeente zijn we dus sterk afhankelijk van ontwikkelingen buiten onze gemeentegrenzen. Hierbij een indicatie wat voor de warmtetransitie nodig is om al in 2040 aardgasvrij te zijn: - Uiterlijk in 2030 moet er voor elke wijk een wijkwarmteplan zijn. Het Nationaal Programma Aardgasvrije Wijken gaat ervan uit dat er 8 jaar nodig is om een woonwijk aardgasvrij te maken. Om in 2040 klaar te zijn zouden we daarom al in 2032 de werkzaamheden in de laatste wijk moeten aanvangen.
1
-
-
-
De capaciteit voor de warmtetransitie moet minstens verdubbeld worden. Een projectmanager kan ongeveer 2 wijkwarmteplannen, met een trajectduur van 2 jaar, tegelijk begeleiden. Baarn heeft 13 wijken. Het buitengebied, Eembrugge en Lage Vuursche zijn daar niet bij meegenomen (aanzienlijk kleiner aantal inwoners). De overige capaciteit zal ook sterk moeten worden uitgebreid, maar een indicatie is op deze korte termijn lastig te geven. Het gaat in elk geval om uitvoerende handen, zoals bij de buitendienst en marktpartijen die daadwerkelijk de werkzaamheden uitvoeren (aanleggen warmtenetten, toepassen isolerende maatregelen, plaatsen zonnepanelen); extra capaciteit voor communicatie en participatie en de bezetting bij de afdeling Beheer. Er is een nog niet te bepalen investering nodig om een lokaal warmtebedrijf op te richten. Nieuwe wetgeving verplicht een lokaal eigendom van meer dan 50% bij collectieve warmtenetten.
Te verwachten vertragende factoren: - Arbeidstekorten. Er is een krapte aan (technisch onderlegde) mensen die voor de uitvoering cruciaal zijn. Nu lopen collectieve inkoopacties en isolatieplannen vertraging op door de tekorten op de arbeidsmarkt. - Participatie. In deze planning zou vrijwel elke inwoner moeten meewerken aan de duurzaamheidstransitie. Er zijn momenteel geen instrumenten waarmee de gemeente inwoners kan dwingen om de overstap te maken, als de gemeente daar al gebruik van zou willen maken. - Netcongestie. Individuele en collectieve warmteoplossingen zullen een grote capaciteit van het elektriciteitsnet vragen. Bij individuele oplossingen zal de impact groter zijn, omdat de investeringen in het elektriciteitsnet bij de collectieve oplossingen beter te plannen en combineren zijn. Het college wil de warmtetransitie graag versnellen, maar we zien daar gezien de praktische investeringen op de korte termijn weinig mogelijkheden toe. Wij zijn continue op zoek naar ontwikkelingen die als een vliegwiel kunnen fungeren, zoals de oprichting van een provinciaal warmtebedrijf of een nauwe samenwerking met Omthuis. Indien er een mogelijkheid voor handen is, dan grijpen we die aan en aarzelen wij niet om de bestaande plannen bij te stellen.
Ik ga er van uit u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Steven de Vries Wethouder
2