CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

860210 Vaststellen bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25a (Baarnhuis) bijlage 1 Bestemmingsplan (toelichting, regels, verbeelding en de bijbehorende bijlagen)

Besluit in de Raad 20 december 2023, gemeente BaarnBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25a (Baarnhuis)16.941 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.7.

Archeologie en cultuurhistorie

4.7.1. Archeologie In de Erfgoedwet die op 1 juli 2016 in werking is getreden zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Malta binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. Het Verdrag van Malta regelt de omgang met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland ondertekende dit verdrag van de Raad voor Europa in 1992. Aanleiding voor dit verdrag was dat het Europese archeologische erfgoed in toenemende mate bedreigd werd. Niet alleen door natuurlijke processen of ondeskundig gebruik van het bodemarchief, maar ook door ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening.

Vastgesteld Gemeente Baarn - Bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25

26

De Erfgoedwet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen: "de veroorzaker betaalt". Om dit te kunnen onderbouwen dient de gemeente er voor te zorgen dat de archeologische waarden en verwachtingen binnen het gemeentelijk grondgebied bekend zijn. Uit een analyse van uitgevoerde archeologisch onderzoeken10 blijkt dat op basis van Archis is vastgesteld dat al enkele archeologische onderzoeken hebben plaatsgevonden direct naast en gedeeltelijk in het plangebied. De uitgevoerde booronderzoeken dekken het plangebied geheel en beide onderzoeken kennen een vrijgave-advies. Hierdoor heeft de huidige planvorming geen raakvlak met de archeologie. Geconcludeerd kan worden dat de archeologische verwachtingswaarde met deze rapportage in voldoende mate zijn vastgesteld en dat geen andere archeologische stappen nodig zijn. Daarom wordt (wederom) geadviseerd het plangebied vrij te geven op het gebied van archeologie. Deze conclusie wordt bevestigd op de archeologische beleidskaart van de gemeente Baarn. Afbeelding 9: Fragment archeologische beleidskaart.

Indien tijdens de werkzaamheden resten worden aangetroffen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze resten van cultuurhistorische waarde zijn, geldt een wettelijke meldingsplicht conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet. 4.7.2. Cultuurhistorie In het plangebied wordt geen uit cultuurhistorisch oogpunt waardevolle bebouwing gesloopt. In paragraaf 2.1 is een omschrijving gegeven van de bestaande situatie. In paragraaf 2.2.2 is aan-

10

Buro de Brug, Archeologie nota - de Drakenburgerweg 23-25 te Baarn, Concept 1.0, Spijkerboor, 5 mei 2022

Vastgesteld Gemeente Baarn - Bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25

27

gegeven hoe de planontwikkeling in stedenbouwkundig opzicht binnen die bestaande situatie wordt ingepast.

4.8.

Bedrijven en milieuzonering Algemeen In planologische procedures waarin de vestiging van woningen in de nabijheid van bedrijven mogelijk wordt gemaakt, moet rekening worden gehouden met ruimtelijk relevante milieuhygienische aspecten van die bedrijven. In het bestemmingsplan staat het begrip "een goede ruimtelijke ordening" centraal. Ook het milieubeleid beoogt handhaving en bevordering van een goede kwaliteit van het leefmilieu. Om dit te realiseren wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. Milieuzonering zorgt voor een voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) in ruimtelijke plannen en heeft twee doelen: ▪ het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; ▪ het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen: 'zware' bedrijven zullen verder van gevoelige bestemmingen worden gesitueerd dan 'lichte' bedrijven. Milieuzonering heeft met name betrekking op milieuaspecten die een ruimtelijke dimensie hebben, te weten geur, stof, geluid en gevaar. Een belangrijk hulpmiddel om hiermee rekening te houden is de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering', die voor het eerst in 1986 verscheen en voor het laatst in 2009 geactualiseerd.

In deze brochure is een omvangrijke lijst van bedrijven opgenomen, waarin per bedrijf voor een aantal aspecten de mate van ruimtelijk relevante hinderlijkheid is weergegeven. Voor dit bestemmingsplan zijn de richtafstandenlijst en omgevingstypen belangrijkste bouwstenen van milieuzonering: ▪ richtafstandenlijst In de richtafstandenlijst zijn bedrijven op grond van hun potentiële milieubelasting ingedeeld in zes categorieën. De categorie 1 staat voor de laagste potentiële milieubelastingen en de categorie 6 staat voor de hoogste potentiële milieubelasting. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden.

Bij activiteiten met ruimtelijk duidelijk te onderscheiden deelactiviteiten (zoals productie, opslag, kantoren, parkeerterreinen) kunnen deze deelactiviteiten desgewenst als afzonderlijk te zoneren activiteiten worden beschouwd, bijvoorbeeld bij ligging van de activiteit binnen zones met een verschillende milieucategorie. ▪ omgevingstype Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten, is onder meer afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het

Vastgesteld Gemeente Baarn - Bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25

28

omgevingstype rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is ingericht volgens het principe van de functiescheiding: afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor; langs de randen is weinig verstoring door verkeer. Wanneer sprake is van het omgevingstype gemengd gebied kunnen de richtafstanden tussen milieubelastende functies en richtafstanden met één afstandsstap verlaagd worden, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Omdat in de nabije omgeving van het plangebied is een aantal bedrijven gevestigd en omdat het plangebied binnen de invloedsfeer van de A1 ligt, is de omgeving te kenschetsen als 'gemengd gebied'. Tegenover het plangebied ligt aan de Drakenburgerweg een nieuw gasontvangstation. Het gasontvangstation (SBI-code 35, D5) valt in milieucategorie 3.1. Het gasontvangstation heeft een richtafstand van 50 meter in een rustige woonwijk en 30 meter in gemengd gebied. Voor het aspect 'gevaar' mag de richtafstand in principe niet worden verkleind. Uit het onderzoek externe veiligheid blijkt dat dit gasontvangstation geen belemmering vormt voor de realisatie van een woonvoorziening in het plangebied voor jongeren met een beperking. Voor wat betreft het aspect 'geluid' wordt aan de richtafstand van 30 meter tot aan het Baarnhuis wordt voldaan. Daarom is geen onderzoek industrielawaai noodzakelijk.

Uit de vigerende bestemmingsplannen blijkt dat er voor het overige geen bedrijven en voorzieningen aanwezig zijn, waarvan de richtafstand reikt tot het plangebied. Conclusie Uit het oogpunt van milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor de planontwikkeling.

4.9.

Vormvrije mer-beoordeling Het Europees parlement heeft op 12 maart 2014 en de Europese Raad op 16 april 2014 ingestemd met de Wijzigingsrichtlijn m.e.r. (2014/52/EU). De Wijzigingsrichtlijn m.e.r. moest uiterlijk 16 mei 2017 in de Nederlandse regelgeving zijn geïmplementeerd. Dit is in artikel 2 van de Wijzigingsrichtlijn m.e.r. vastgelegd. Met de wijziging wordt beoogd de m.e.r.-beoordelingsprocedure te verduidelijken, de kwaliteit en de inhoud van het MER te verbeteren en de m.e.r.-procedure te stroomlijnen met milieubeoordelingen uit hoofde van andere EU-regelgeving, teneinde het milieu beter te beschermen, hulpbronnen efficiënter te gebruiken en duurzame groei in de Europese Unie te bevorderen. Het is niet nodig om voor alle nieuwe activiteiten een mer-procedure te volgen. De verplichting voor een mer-procedure ontstaat als de voorgenomen activiteit is vermeld in bijlage C van het Besluit mer, de activiteit daarbij in omvang minimaal gelijk is aan de daarbij vermelde drempelwaarden en de activiteit mogelijk wordt gemaakt in één van de in het Besluit mer aangewezen wettelijke plannen of besluiten.

Vastgesteld Gemeente Baarn - Bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25

29

Daarnaast kan een activiteit mer-beoordelingsplichtig zijn op basis van het Besluit mer. Dit is het geval wanneer de voorgenomen activiteit is vermeld in bijlage D van het Besluit mer, de activiteit minimaal gelijk is aan de vermelde drempelwaarden en de activiteit mogelijk wordt gemaakt in de aangewezen plannen of besluiten. Voor plannen geldt overigens al een directe planmer-plicht wanneer het plan een kader vormt voor activiteiten uit bijlage D van besluit mer die de (indicatieve) drempelwaarden overschrijden. Het vaststellen van een bestemmingsplan voor een woonzorgvoorziening kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van kolom 4, bij categorie D 11.2 van de bijlage bij het Besluit mer (nieuwe stedelijke ontwikkeling). Het project omvat sloop van bestaande bebouwing en de realisatie van 16 wooneenheden voor jongeren met een beperking. Daarmee is het project significant kleiner dan het aantal van 2.000 woningen genoemd in de D-lijst van het Besluit mer. Voor activiteiten ónder de drempelwaarde van bijlage D, bestaat sinds de wijziging van het Besluit mer van 1 april 2011 de verplichting tot een zogenaamde vormvrije mer-beoordeling. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die beneden de drempelwaarden vallen uit de D-lijst, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten.

Deze vormvrije mer-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: ▪ belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen mer(-beoordeling) noodzakelijk; ▪ belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een merbeoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor mer. Sinds 16 mei 2017 is het op basis van artikel 7.17 Wet milieubeheer verplicht een aanmeldnotitie op te stellen wanneer sprake is van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. De aanmeldnotitie dient door het bevoegd gezag (in het onderhavige geval dus het college van burgemeester en wethouders) voorafgaand aan de procedure van het ruimtelijke plan te worden vastgesteld. Derhalve is een aanmeldnotitie11 vervaardigd. Deze beschrijft of er (mogelijk) sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Aan de vormgeving van deze notitie wordt slechts één belangrijke randvoorwaarde gesteld: er moet aandacht besteed worden aan de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn "betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten". De in de toelichting van de in dit hoofdstuk (en de daarop gebaseerde Aanmeldnotitie) voldoet niet alleen aan de onderzoeksverplichting van het Besluit ruimtelijke ordening, maar kan ook worden opgevat als de vorm-vrije m.e.r.-beoordeling.

Artikel 5, lid 1 van de "Europese richtlijn milieu-beoordeling projecten" geeft aan dat de opdrachtgever in "passende vorm" de in bijlage III bedoelde informatie verstrekt. Gelet op de aard van de nu voorgestelde ontwikkeling kan worden gesteld dat de "Kenmerken van het project", de "Plaats van het project" en de "Kenmerken van het potentiële effect" zo kleinschalig en niet

11

buRO, Aanmeldnotitie m.e.r. Bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25, 0308-36-N01, Amersfoort, 21 april 2023

Vastgesteld Gemeente Baarn - Bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25

30

significant voor de omgeving zijn dat met de in dit hoofdstuk beschreven kenmerken en gevolgen voldaan is aan de criteria van 'Bijlage III Europese richtlijn milieu-beoordeling projecten'. De in het voorgaande beschreven criteria geven aan dat belangrijke nadelige milieugevolgen, als gevolg van de beschreven ontwikkeling, zijn uitgesloten, dan wel door mitigerende maatregelen worden ondervangen. Er zijn geen significante effecten voor de instandhoudingsdoelstellingen van Natura2000-gebieden. Geconcludeerd kan worden dat er geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk is.

4.10. Duurzaamheid Bij het vaststellen van de Visie Wonen 2016 is raadsbreed een amendement aangenomen waarin aan het college van burgemeester en wethouders wordt verzocht om in te zetten op de ontwikkeling van energieneutrale woningen. Op grond van dit amendement dient voor alle nieuwbouwwoningen, zowel particulier als van de corporaties, te worden gestreefd naar een EPC van 0,2 en dienen daarbij alle maatregelen te worden ingezet die binnen de wettelijke kaders mogelijk zijn. Op grond van constante jurisprudentie heeft de regeling in afdeling 5.1 van het Bouwbesluit 2012, waarin regels zijn neergelegd over energiezuinigheid die bij de bouw van woningen in acht moeten worden genomen, volgens de Afdeling Bestuursrechtsspraak een uitputtend karakter, zodat geen ruimte bestaat in het bestemmingsplan / bij verlening van de omgevingsvergunning op dit punt een nadere regeling te treffen. Vanaf 1 januari 2021 gelden er nieuwe energieprestatie-eisen voor nieuwbouw. In de plaats van de EPC gelden er nieuwe energieprestatie-eisen voor nieuwbouw: 'bijna energieneutrale gebouwen' (BENG). De BENG-eisen zijn een aanscherping ten opzichte van de EPC. In BENG wordt de energieprestatie van een gebouw uitgedrukt met drie indicatoren: ▪ BENG 1 Energiebehoefte: de hoeveelheid energie die een gebouw nodig heeft voor verwarming en koeling uitgedrukt in kWh per m² gebruiksoppervlakte per jaar.

Deze indicator gaat over het beperken van de energievraag van het gebouw zelf. Aandachtspunten: stedenbouwkundig ontwerp, oriëntatie, compact ontwerp, schilisolatie, luchtdichtheid, zomernachtventilatie, ventilatiesysteem en zonwering. ▪ BENG 2 Primair energiegebruik: de hoeveelheid fossiele brandstof in kWh per m2 gebruiksoppervlakte per jaar die nodig is voor verwarming, koeling, warm water en installaties. Let op: voor netstroom wordt het rendement van elektriciteitsproductie verrekend. Aandachtspunten: efficiënte installaties, warmteafgifte op lage temperatuur, warmwater met korte leidingen en warmteterugwinning en toepassing van hernieuwbare energie (ook BENG 3). ▪ BENG 3 Aandeel hernieuwbare energie: het percentage (in procenten) hernieuwbare energie van het totale energiegebruik. Aandachtspunten: toepassing van PV, zonneboiler, bodemenergie, omgevingswarmte, biomassa en externe warmtelevering (mits hernieuwbaar).

Vastgesteld Gemeente Baarn - Bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25

31

Bij de aanvraag omgevingsvergunning zal een BENG-berekening worden ingediend waaruit blijkt dat voldaan wordt aan de energieprestatie-eisen.

Vastgesteld Gemeente Baarn - Bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25

32

5.

Juridische planbeschrijving

5.1.

Algemeen Bij het opstellen van het bestemmingsplan is er voor gekozen de planologisch-juridische regeling in dit bestemmingsplan zoveel mogelijk aan te laten sluiten (met inachtneming van de Wro) bij het bestemmingsplan Baarn Noord. Omdat het onderhavig bestemmingsplan uitgaat van de meest recente versie van het rapport Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP-2012-v1.3.1), is de redactie van de planregels en de wijze van tekenen van de verbeelding wel op deze SVBP aangepast.

5.2.

Bestemmingsplan Het digitale bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25 is de verzameling geometrisch bepaalde planobjecten dat is vervat in een GML-bestand met bijbehorende regels. Dit bestemmingsplan is via elektronische weg uitwisselbaar en raadpleegbaar. Het geeft de bestemming en de bebouwingsmogelijkheden van de gronden aan. De analoge verbeelding (vroeger de papieren plankaart) van het voorliggende bestemmingsplan) is getekend op een schaal 1:1.000 en omvat 1 kaartblad. Het kaartblad geeft de bestemming van de gronden aan. Waar nodig zijn aanduidingen op de kaart opgenomen waarvan de betekenis in de regels wordt verklaard.

5.2.1. Plansystematiek Voor de ontwikkeling is gekozen voor een gedetailleerde plansystematiek die zoveel mogelijk aansluit bij de regelgeving van het vigerende bestemmingsplan Baarn Noord. Voor de vrijkomende locatie wordt gekozen een nader uit te werken woonbestemming toe te passen. 5.2.2. Regels De regels van het voorliggende bestemmingsplan zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Deze hoofdstukken zijn: 1. Inleidende regels 2. Bestemmingsregels 3. Algemene regels 4. Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 1: Inleidende regels In de Inleidende regels worden de gebruikte begrippen beschreven. Verder worden in dit hoofdstuk regels gesteld ten aanzien van de wijze waarop gemeten moet worden. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels De bestemmingsregels bevatten de volgende bestemmingen: ▪ Maatschappelijk (Artikel 3); ▪ Waarde - Archeologie (Artikel 4).

Vastgesteld Gemeente Baarn - Bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25

33

In jurisprudentie wordt ten aanzien van het wonen een onderscheid gemaakt naar 'niet (nagenoeg) zelfstandige bewoning' ('Maatschappelijk') en '(nagenoeg) zelfstandige bewoning' ('Wonen'). Naarmate de zorg meer verbonden is aan de woning, zal eerder sprake zijn van een maatschappelijke bestemming dan van een woonbestemming. Wanneer geen duidelijk onderscheid mogelijk is tussen het wonen en de geboden zorg of wanneer het verblijf in de woning niet los staat van de te leveren zorg, is sprake van een maatschappelijke bestemming. Elementen die hierbij een rol spelen zijn: ▪ is sprake van 24-uurs zorg, wordt therapie gegeven vanuit huis, wordt de bewoners geleerd om zelfstandig te wonen en wordt de woning alleen toegekend aan bewoners met een zorgindicatie die verplicht zorg moeten afnemen. ▪ indien een of meer van deze vragen bevestigend wordt geantwoord is al snel sprake van een maatschappelijke voorziening ▪ van nagenoeg zelfstandige bewoning is sprake in geval van dagbesteding of werk buitenhuis, er geen 24-uurs zorg of therapie plaatsvindt vanuit huis of de zorg voornamelijk gericht is op de dagelijkse bezigheden van de bewoner. Zoals verder blijkt uit de hiervoor beschreven Afdelingsjurisprudentie is al sprake van voldoende verbondenheid tussen de bewoners indien er gemeenschappelijke ruimtes of voorzieningen zijn waar de bewoners gebruik van kunnen maken.

In dit geval is sprake van 24-uurs zorg. Derhalve heeft de woonzorgvoorziening de bestemming "Maatschappelijk". Een woonzorgvoorziening wordt daarbij als volgt gedefinieerd: een voorziening met (on)zelfstandige woonruimten met daarbij behorende zorgvoorzieningen, afgestemd op een specifieke doelgroep die gelet op hun fysieke of psychische gesteldheid zonder deze 24 uurs zorg niet zelfstandig kunnen wonen. Algemene ruimten ten behoeve van de onzelfstandige bewoning, zorg en/of bedrijfsvoering worden hieronder begrepen, met uitzondering van een bedrijfswoning. Op de verbeelding is een bouwvlak aangegeven. Het hoofdgebouw dient in dat bouwvlak te worden gebouwd. In het bouwvlak zijn de goot- en bouwhoogte gemaximeerd. Ten slotte kan de bestemming "Maatschappelijk" worden gewijzigd in een reguliere woonbestemming als het beoogde zorgconcept, bijvoorbeeld door een verandering in de regelgeving, niet meer operationeel is. De gronden in het plangebied hebben de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie" en zijn mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden. Wanneer de ondergrond geroerd wordt boven in de regels aangegeven diepte of oppervlak dan is archeologisch onderzoek vereist om te bepalen of geen archeologische waarden in het geding zijn.

Op basis van het verkennend onderzoek kan nader onderzoek vereist worden dan wel kan bepaald worden dat de voorgenomen grondwerkzaamheden uitgevoerd kunnen worden. Hoofdstuk 3: Algemene regels ▪ De antidubbeltelregel in artikel 5 strekt ertoe dat gronden die al eens in aanmerking zijn genomen bij het verlenen van bouwvergunningen, niet nogmaals meegeteld kunnen worden.

Vastgesteld Gemeente Baarn - Bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25

34

▪ De algemene bouwregels (artikel 6) hebben uitsluitend betrekking op onderkeldering. Onderkeldering is uitsluitend toegestaan in één bouwlaag voor zover gelegen onder de bebouwing van het hoofdgebouw. ▪ Artikel 2.1, lid 1, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht omvat een verbod om gronden in strijd met hun bestemming te gebruiken. Deze regels bevatten daarom in artikel 7 uitsluitend een verbod op het gebruik van gronden voor de stalling en opslag van (aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken) voer-, vaar- en/of vliegtuigen, het gebruik van de gronden voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond, bodemspecie en puin voor het storten van vuil, anders dan ten behoeve van de uitvoering krachtens de bestemming toegelaten bouwactiviteiten en werken en werkzaamheden, het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting, het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen en een verbod het gebruik van een vrijstaand bijgebouw ten behoeve van zelfstandige bewoning te gebruiken. ▪ De algemene afwijkingsregels (artikel 8) maken het in beperkte mogelijk af te wijken van de bouw- en gebruiksregels. Uitsluitend de voor dit plangebied relevante afwijkingsregels zijn overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan.

▪ In de overige regels (artikel 9) is de regeling voor parkeren in overeenstemming gebracht met het Parapluplan wonen en parkeren, Baarn 2022, dat eveneens in december 2023 is vastgesteld. Voor zowel het bouwen als het gebruik geldt dat moet worden voorzien in parkeergelegenheid overeenkomstig de normen in de 'Nota Parkeernormen 2014-2019 gemeente Baarn' of in de rechtsopvolger daarvan. In bijzondere gebieden of situaties kunnen burgemeester en wethouders hiervan afwijken mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bereikbaarheid en / of ruimtelijke situatie. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels In dit hoofdstuk zijn de verplichte overgangsregels (artikel 10) opgenomen en tenslotte de slotregel (artikel 11).

Vastgesteld Gemeente Baarn - Bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25

35

6.

Uitvoerbaarheid

6.1.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het ontwerpbestemmingsplan wordt in het kader van artikel 3.1.1 van het Bro toegezonden aan de gebruikelijke vooroverlegpartners. Dit artikel bepaalt dat het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan daarbij overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen, die in het bestemmingsplan in het geding zijn. Naar aanleiding van de reacties van Rijkswaterstaat en van de VRU is de toelichting aangevuld. In het kader van de buurtparticipatie zal een bijeenkomst worden georganiseerd. Hiervoor worden de directe omwonende uitgenodigd. Daarnaast zal de initiatiefnemer langs gaan bij direct omwonenden en hen persoonlijk de beoogde planontwikkeling toelichten.

6.2.

Economische uitvoerbaarheid Conform artikel 6.12, lid 1 Wro dient de gemeenteraad een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop een bouwplan gerealiseerd wordt. Volgens artikel 6.2.1. van het Bro wordt hier in ieder geval de bouw van één of meerdere hoofdgebouwen onder verstaan. Voor de ontwikkeling van het plangebied dient derhalve in principe een exploitatieplan te worden vastgesteld. Conform artikel 6.12, lid 2 Wro kan de gemeenteraad besluiten om geen exploitatieplan vast te stellen indien het verhaal van de kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluiten begrepen gronden anderszins verzekerd is. De initiatiefnemers en de gemeente Baarn zullen een anterieure overeenkomst sluiten, waarmee voldaan wordt aan artikel 6.12, lid 2 Wro. Derhalve is het niet noodzakelijk om een exploitatieplan conform artikel 6.12, lid 1 Wro vast te stellen. In de anterieure overeenkomst worden tevens afspraken vastgelegd betreffende eventuele planschade. Op deze wijze is de financiële haalbaarheid van het plan gegarandeerd.

6.3.

Ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan en het Ontwerpbesluit hogere waarden Drakenburgerweg 23-25a (Baarnhuis) (identificatiecode NL.IMRO.0308.BP00101-ON01) hebben van vrijdag 11 augustus 2023 tot en met donderdag 21 september 2023 voor eenieder ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn twee zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen zijn samengevat en beantwoord in een zienswijzennota12. Deze zienswijzen hebben niet geleid tot aanpassingen van het bestemmingsplan.

12

Gemeente Baarn, Zienswijzennota Ontwerpbestemmingsplan en Ontwerpbesluit hogere waarden "Drakenburgerweg 23-25a (Baarnhuis)", Baarn, 20 december 2023

Vastgesteld Gemeente Baarn - Bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25

Regels

2

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

3 3 8

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4

Bestemmingsregels Maatschappelijk Waarde - Archeologie

9 9 11

Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

14 14 15 16 17 18

Hoofdstuk 4 Artikel 10 Artikel 11

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

19 19 20

vastgesteld gemeente Baarn - bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25

3

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan het bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25 van de gemeente Baarn;

1.2

bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0308.BP00101-VG01 met de bijbehorende regels en bijlagen;

1.3

aanbouw een gebouw, in één bouwlaag, dat is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; functionele ondergeschiktheid is niet vereist;

1.4

aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.5

aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.6

antenne-installatie installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie;

1.7

ander bouwwerk een bouwwerk, geen gebouw zijnde;

1.8

bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

1.9

bestaand a. bij bouwwerken: bestaand ten tijde van de ter inzage legging van het bestemmingsplan als ontwerp; b. bij gebruik: bestaand ten tijde van het van kracht worden van het desbetreffende gebruiksverbod; c. bij verkeersdoeleinden: de ligging van, en het aantal rijbanen ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan;

vastgesteld gemeente Baarn - bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25

4

1.10

bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak;

1.11

bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.12

bijgebouw een vrijstaand of aan het hoofdgebouw aangebouwd gebouw, in één bouwlaag, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw, uitsluitend of hoofdzakelijk dienend voor berging, stalling en hobby ten dienste van dit hoofdgebouw. Het bijgebouw mag tevens gebruikt worden voor een aan huis verbonden beroep;

1.13

bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;

1.14

bouwgrens de grens van een bouwvlak;

1.15

bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van zolder;

1.16

bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels, een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

1.17

bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel;

1.18

bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten;

1.19

bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

1.20

dak iedere bovenbeëindiging van een gebouw;

vastgesteld gemeente Baarn - bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25

5

1.21

dakopbouw een toevoeging aan het dakvlak van een bouwmassa die, in tegenstelling tot een dakkapel, niet ondergeschikt is aan het dakvlak. Het plaatsen van een dakopbouw gaat ten koste van de karakteristiek van het profiel van het gebouw/de woning. Een dakopbouw ligt niet vrij in het dakvlak, maar raakt tenminste de nok- of gootlijn of zijkant van het dakvlak van het betreffende gebouw/de betreffende woning;

1.22

eerste bouwlaag de bouwlaag op de begane grond;

1.23

eerste verdieping een tweede bouwlaag van een hoofdgebouw;

1.24

erker een hoekig of rond, buiten de gevel van een gebouw uitgebouwd gedeelte van een ruimte, waarvan de wanden grotendeels bestaan uit glas, waarvan de breedte minder bedraagt dan 50% van de gevel waaraan en waarbinnen gebouwd wordt;

1.25

gebouw elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.26

hoofdgebouw een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste gebouw op een bouwperceel kan worden aangemerkt;

1.27

huishouden één persoon of een groep van meer personen die een huishouding voert waarbij sprake is van continuïteit in de samenstelling en onderlinge verbondenheid;

1.28

kampeermiddel a. een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een caravan; b. enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voorzover geen bouwwerk zijnde; c. één en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen of gewezen voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;

1.29

onderbouw een ruimte die voor meer dan de helft is gelegen beneden peil;

1.30

overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak en met aan ten hoogste één zijde een gesloten wand;

vastgesteld gemeente Baarn - bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25

6

1.31

peil a. voor een bouwwerk op een perceel waarvan de voorgevel direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van de weg ter plaatse van de voorgevel; b. voor een bouwwerk op een perceel waarvan de voorgevel niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het terrein ter hoogte van die voorgevel bij voltooiing van de bouw; c. 0indien in of op het water gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden peil);

1.32

perceel een deel van het grondgebied (van de Gemeente Baarn), waarvan het Kadaster en de openbare registers de begrenzing met behulp van landmeetkundige gegevens heeft vastgelegd op grond van gegevens betreffende de rechtstoestand, bestemming en het gebruik dat door zijn kadastrale aanduiding is gekenmerkt;

1.33

prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander persoon tegen vergoeding;

1.34

seksinrichting een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografisch aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;

1.35

uitbouw een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, in één bouwlaag, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; functionele ondergeschiktheid is niet vereist;

1.36

voorgevel de gevel aan de straat waar het huisnummer aan is toegekend;

1.37

woning een complex van ruimten, bestemd en geschikt voor het huisvesten van niet meer dan één huishouden, dan wel voor de huisvesting van maximaal twee personen die geen gezamenlijk huishouden voeren;

1.38

woonzorgvoorziening een voorziening met (on)zelfstandige woonruimten met daarbij behorende zorgvoorzieningen, afgestemd op een specifieke doelgroep die gelet op hun fysieke of psychische gesteldheid zonder deze 24 uurs zorg niet zelfstandig kunnen wonen. Algemene ruimten ten behoeve van de onzelfstandige bewoning, zorg en/of bedrijfsvoering worden hieronder begrepen, met uitzondering van een bedrijfswoning.

vastgesteld gemeente Baarn - bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25

7

1.39

zijerf gedeelte van het erf tussen een zijgevel en/of zijgevellijn en de aan die zijde van het gebouw gelegen erfgrens;

1.40

zorgwoning een gebouw of een zelfstandig gedeelte van een gebouw aangepast voor de huisvesting van personen die niet zelfstandig kunnen wonen en hun verzorgers, gericht op het verlenen van zorg.

vastgesteld gemeente Baarn - bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25

8

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1

de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;

2.2

de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

2.3

de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

2.4

de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

2.5

de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

2.6

lengte, breedte of diepte van een bouwwerk tussen (de lijnen, getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van gemeenschappelijke scheidingsmuren).

2.7

ondergeschikte bouwdelen a. bij het meten worden ondergeschikte bouwonderdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons, erkers en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwvlak- of bestemmingsgrenzen of maximaal toegelaten bebouwingsoppervlakte niet meer dan 1 meter bedraagt; voor dakopbouwen ten aanzien van de goot- en bouwhoogte mag de overschrijding niet meer dan 1.5 meter bedragen; b. bij het meten van de goothoogte en de bepaling ten aanzien van de dakhelling worden dakkapellen buiten beschouwing gelaten.

vastgesteld gemeente Baarn - bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25

9

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Maatschappelijk

Bestemmingsomschrijving De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor een woonzorgvoorziening met zorgwoningen en daarbij behorende gebouwen, andere bouwwerken, tuinen, erven, terreinen, parkeervoorzieningen, water en groenvoorzieningen.

3.2

Bouwregels Op de voor 'Maatschappelijk' bestemde gronden mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken ten dienste van de bestemming, met dien verstande dat:

3.2.1

Gebouwen en overkappingen Voor gebouwen en overkappingen de volgende regels gelden: a. een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen binnen en buiten het bouwvlak worden gebouwd; c. de dakhelling mag niet meer bedragen dan 60°; d. de bouwhoogte van een gebouw mag niet meer dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte bedragen; e. aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen dienen met een minimale afstand van 3 meter achter de voorgevellijn te worden gebouwd; f. de afstand tot de zijdelingse perceelgrens mag niet minder dan 1 meter bedragen, tenzij in de perceelgrens wordt gebouwd; g. de goothoogte van een aanbouw, uitbouw, bijgebouw of overkapping mag niet meer dan 3 meter bedragen, met dien verstande dat de goothoogte mag worden verhoogd tot niet meer dan 0,25 meter boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw; h. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 3 meter bedragen; i. de bouwhoogte van een aanbouw, uitbouw, bijgebouw of overkapping mag niet meer dan 5 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte minimaal 2 meter lager is dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw; j.

in afwijking van het bepaalde sub i mag de bouwhoogte van een aanbouw, uitbouw, bijgebouw of overkapping niet hoger zijn dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw, indien dat hoofdgebouw bestaat uit maximaal 1 bouwlaag; k. de maximale gezamenlijke oppervlakte aan aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak bedraagt 50 m² per perceel, met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte niet meer mag bedragen dan 50% van de oppervlakte van het achter de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan gelegen bouwperceel, verminderd met de oppervlakte van het hoofdgebouw; l. in afwijking van het bepaalde sub k mag, indien het perceel een oppervlakte van tenminste 1.000 m² heeft, de gezamenlijke oppervlakte van aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en/of overkappingen 60 m² per perceel bedragen;

vastgesteld gemeente Baarn - bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25

10

m. de dakhelling van een aanbouw, uitbouw, bijgebouw of overkapping mag niet meer bedragen dan de dakhelling van het hoofdgebouw, met een maximum van 60 graden; n. als dakvormen van vrijstaande bijgebouwen of vrijstaande overkappingen zijn uitsluitend platte daken, zadeldaken, schilddaken en/of tentdaken toegestaan. 3.2.2

Andere bouwwerken Voor overige andere bouwwerken de volgende regels gelden: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen mag, indien zij vóór de voorgevel of een naar de weg gekeerde zijgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan worden opgericht, niet meer dan 1 meter bedragen; b. in overige gevallen mag de bouwhoogte van erfafscheidingen niet meer dan 2 meter bedragen; c. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken mag niet meer dan 3 meter bedragen.

3.3

Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de andere bouwwerken, ten behoeve van: a. een goede woonsituatie; b. de verkeersveiligheid; c. de milieusituatie; d. de sociale veiligheid; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

3.4

Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening de bestemming te wijzigen ten behoeve van het wonen in woningen, indien het woonzorgconcept van de woonzorgvoorziening wordt beëindigd en met dien verstande dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de gebruiksmogelijkheden aangrenzende gronden.

vastgesteld gemeente Baarn - bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25

11

Artikel 4 4.1

Waarde - Archeologie

Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Onderzoeksplicht Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 100 m², moet alvorens een omgevingsvergunning wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin, naar het oordeel van burgemeester en wethouders: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd.

4.2.2

Nadere voorwaarden Indien uit het in lid 4.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van een omgevingsvergunning zullen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

4.2.3

Uitzonderingen Het bepaalde in lid 4.2.1 is niet van toepassing indien: a. het bouwen gepaard gaat met bodemingrepen van ten hoogste 30 cm onder het bestaande maaiveld; b. het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders; c. gebouwen ten hoogste 2,50 meter uit de bestaande fundering worden gebouwd.

vastgesteld gemeente Baarn - bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25

12

4.3

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

4.3.1

Verbodsbepaling Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze regels van toepassing zijnde bestemmingen: a. het ontgronden, afgraven (waaronder het graven van watergangen en waterpartijen), egaliseren en ophogen van gronden en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; b. het uitvoeren van overige gronde bewerkingen; c. het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende beplanting; d. het aanleggen van ondergrondse energie-, transport- en of communicatieleidingen.

4.3.2

Uitzonderingen Het bepaalde in lid 4.3.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen worden uitgevoerd, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie; d. niet dieper gaan dan ten hoogste 30 cm onder het bestaande maaiveld; e. een kleinere oppervlakte dan 100 m² beslaan.

4.3.3

Voorwaarden De in lid 4.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden.

4.3.4

Onderzoeksverplichting Alvorens een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde te verlenen, moeten burgemeester en wethouders besluiten dat de vergunning pas kan worden verleend nadat door de aanvrager een rapport is overgelegd waarin, naar het oordeel van burgemeester en wethouders: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd.

4.3.5

Adviesverplichting Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen moeten burgemeester en wethouders ten behoeve van de beoordeling van het rapport advies inwinnen bij een ter zake deskundige.

4.3.6

Nadere voorwaarden Indien uit het in lid 4.3.4 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het uitvoeren van werken of werkzaamheden zullen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning:

vastgesteld gemeente Baarn - bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25

13

c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; d. de verplichting tot het doen van opgravingen; e. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

vastgesteld gemeente Baarn - bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25

14

Hoofdstuk 3 Artikel 5

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

vastgesteld gemeente Baarn - bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25

15

Artikel 6

Algemene bouwregels

6.1

Onderkeldering

6.1.1

Ondergrondse gebouwen Ondergrondse gebouwen zijn uitsluitend toegestaan onder het hoofdgebouw, mits: a. de bouwdiepte niet meer dan 4 meter bedraagt; b. de inrit achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw wordt gerealiseerd; c. de bouwhoogte van de keermuren ten behoeve van de inrit niet meer dan 1,2 meter bedraagt, gemeten vanaf peil; d. in afwijking van a t/m c geldt dat als de bestaande situatie anders is, deze situatie is toegestaan.

6.1.2

Afwijkingsmogelijkheid Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 6.1.1 in die zin dat ondergrondse gebouwen worden gebouwd buiten het hoofdgebouw, mits: a. uitsluitend bovengrondse gebouwen worden onderkelderd, met aansluitend daaraan 15 m²; b. de gezamenlijke oppervlakte van bouwwerken, ondergronds danwel bovengronds, niet meer bedraagt dan 50% van de oppervlakte van het achter de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan gelegen bouwperceel, verminderd met de oppervlakte van het hoofdgebouw; c. de afstand van ondergrondse bouwwerken tot de zijdelingse perceelgrens minimaal 1 meter bedraagt; d. de bouwdiepte van ondergrondse gebouwen niet meer dan 4 meter bedraagt; e. de inrit achter (het verlengde van) de achtergevel van het hoofdgebouw wordt gerealiseerd; f. de bouwhoogte van de keermuren ten behoeve van de inrit niet meer dan 1,2 meter bedraagt, gemeten vanaf peil; g. het gebruik van de ondergrondse gebouwen niet strijdig is met de bestemming; h. de ondergrondse gebouwen niet gebruikt worden als zelfstandige woning.

6.1.3

Toetsingscriteria De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de te beschermen waarden van het beschermd dorpsgezicht; b. het groene karakter van het perceel; c. de ruimtelijke kwaliteit van het openbaar gebied; d. de verkeersveiligheid.

vastgesteld gemeente Baarn - bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25

16

Artikel 7 7.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met de gegeven bestemmingen, wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruik van de gronden voor de stalling en opslag van (aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken) voer-, vaar- en/of vliegtuigen; b. het gebruik van de gronden voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond, bodemspecie en puin voor het storten van vuil, anders dan ten behoeve van de uitvoering krachtens de bestemming toegelaten bouwactiviteiten en werken en werkzaamheden; c. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; d. het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen; e. het wonen in vrijstaande bijgebouwen.

7.2

Niet strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met de gegeven bestemmingen, wordt in ieder geval niet gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van weekmarkten, jaarmarkten, evenementen, festiviteiten, manifestaties en horecaterrein, indien en voor zover daarvoor ingevolge een wettelijk voorschrift, vergunning is verleend.

vastgesteld gemeente Baarn - bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25

17

Artikel 8

Algemene afwijkingsregels

8.1

Afwijkingsbevoegdheid

8.1.1

Afwijkingen Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. de bij recht in het plan gegeven maten, afmetingen, percentages, tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. de bestemmingsregels in die zin dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; c. de bestemmingsregels in die zin dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft, dit tot een maximum van 1 meter; d. de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in die zin dat deze hoogte ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 40 meter; e. de bestemmingsregels in die zin dat de grenzen van het bouwvlak naar de buitenzijde niet meer dan 1,5 meter worden overschreden door: f. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatie kanalen en schoorstenen; g. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken; h. ingangspartijen; i. het oprichten van antennemasten, die onderdeel zijn van een gebouw, mits de voor dat gebouw toegestane bouwhoogte met niet meer dan 6 m wordt overschreden; j.

het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen in die zin dat de hoogte van de gebouwen wordt vergroot ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, dit tot een maximum van 2 meter; k. de bestemmingsregels in die zin dat licht- en vlaggenmasten mogen worden gebouwd mits de bouwhoogte niet meer dan 9 meter bedraagt.

8.1.2

Toetsingscriteria De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de te beschermen waarden van het beschermd dorpsgezicht; b. het groene karakter van het perceel; c. de ruimtelijke kwaliteit van het openbare gebied; d. de verkeersveiligheid.

vastgesteld gemeente Baarn - bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25

18

Artikel 9

Overige regels

9.1

Parkeernormen bij bouwen

9.1.1

Algemeen Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

9.1.2

Bouwregel parkeren a. Bij de verlening van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, met die verstande dat het aantal te realiseren parkeerplaatsen is bepaald conform de 'Nota Parkeernormen 2014-2019 gemeente Baarn'. b. In afwijking van het bepaalde sub a, moet getoetst worden aan de opvolger van de 'Nota Parkeernormen 2014-2019 gemeente Baarn', zodra deze opvolger is vastgesteld.

9.1.3

Afwijken van parkeereis Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gebieden of situaties bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 9.1.2 mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bereikbaarheid en / of ruimtelijke situatie.

9.2

Parkeernormen bij gebruikswijziging

9.2.1

Verbod Het is verboden om in de bestaande situatie de gebruiksfunctie van gronden en/of gebouwen te wijzigen in een andere gebruiksfunctie passend binnen de bestemming indien niet wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de 'Nota Parkeernormen 2014-2019 gemeente Baarn' of haar opvolger.

9.2.2

Afwijken van de parkeereis Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gebieden of situaties bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 9.2.1 mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bereikbaarheid en / of ruimtelijke situatie.

vastgesteld gemeente Baarn - bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25

19

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

Artikel 10 Overgangsrecht 10.1

Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde sub a. een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld sub a met maximaal 10%. c. Sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

10.2

Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

vastgesteld gemeente Baarn - bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25

20

Artikel 11 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25.

vastgesteld gemeente Baarn - bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25

Analoge verbeelding

Plangebied

artikelnummer

Plangebiedsgrens

Bestemmingen

3

Maatschappelijk M

1012

4

Waarde - Archeologie WR-A

Aanduidingen

2C 3212

bouwvlak

2B 3318

10

1 091 1 9 20921 9 30931 9 40941 9

401 407 301 307 201 207 1 01 1 07 22/G6

Eem bo rg

Dr ak en bu r ge r we g

maximum bouwhoogte (m)

Verklaringen

331 9

3322

BGT en kadastrale gegevens

M

10

13

426 Prof.Krabbel aan

1385

7

25 23

21 B 21 A 21

1 9 1 7

2938

1 5

3086

WR-A

1 3 1 1 9 7 5

3090

5088

3088

3 1

2939

3094

70 3092

68

De

Ou de

We r f

Gemeente Baarn 5

3

1

49

Bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25 47

43

analoge verbeelding

57

45

3130

41

5/G 5 1 / 05 G9 /G 5 8 /G 5 7 /G 5 6 /G 5 5 /G 5 4 /G 5 3 /G 5 2 /G1

bu 20

1 8

1 6

1 4

0308-36

tekeningnummer:

0308-36-P01

IDN:

bureau voor ruimtelijke ordening en advies 22

projectnummer: 3128

1 2

1 0

Brabantsestraat 17 3812 PJ Amersfoort 2767

NL.IMRO.0308.BP00101-VG01

datum: 20 december 2023

schaal:

1:1000

status:

formaat: A3

telefoon 033 465 45 31 e-mail info@bu-ro.nl

vastgesteld

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13506826/1