858399 VVGB Omgevingsvergunning Van Galenlaan 3b bijlage 2 Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING 5 woningen op perceel Van Galenlaan 3B, Baarn Maart 2023
Opdrachtgever: Opgesteld door:
De Kleineweg B.V. B&S Bouwconsult De Loods Van de Boom Vastgoed Van der Mark Advies
Inhoudsopgave 1. Inleiding ................................................................................................................................................................ 3 1.1 Doelstelling van de ruimtelijke onderbouwing ............................................................................................... 3 1.2 Planologische situatie ....................................................................................................................................4 1.3 Initiatiefnemer ............................................................................................................................................... 5 1.4 De opzet van deze ruimtelijke onderbouwing ................................................................................................ 5 2. Planbeschrijving .................................................................................................................................................... 6 2.1. Bestaande situatie ........................................................................................................................................ 6 2.2. Nieuwe situatie ............................................................................................................................................. 8 2.2.1. Uitgangspunten ontwerpvarianten.
......................................................................................................8 2.2.2. Voorgestelde verkaveling, ruimtelijke inpassing en groen. ..................................................................9 2.2.3. Inspiratie en referentiekader architectuur. ........................................................................................12 3. Huidig beleid .......................................................................................................................................................15 3.1. Rijksbeleid ...................................................................................................................................................15 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) - Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. ........................15 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). .......................................................................15 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking. ...............................................................................................16 3.2.
Provinciaal beleid ........................................................................................................................................16 3.3 Regionaal beleid...........................................................................................................................................17 3.4.Gemeentelijk beleid .....................................................................................................................................18 4. Haalbaarheidsaspecten ......................................................................................................................................22 4.1 Milieuwetgeving ..........................................................................................................................................22 4.2 Verkeer en parkeren.....................................................................................................................................26 4.3 Luchtkwaliteit...............................................................................................................................................26 4.4 Externe veiligheid .........................................................................................................................................28 4.5 Water
...........................................................................................................................................................29 4.6 Archeologie en cultuurhistorie .....................................................................................................................31 4.7 Flora en fauna (Wet natuurbescherming) ....................................................................................................35 4.8 Stikstofdepositie ...........................................................................................................................................36 4.9 Kabels en leidingen ......................................................................................................................................36 4.10 Duurzaamheid/ natuurinclusiviteit ............................................................................................................37 5. Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid ..........................................................................................38 5.1 Economische uitvoerbaarheid ......................................................................................................................38 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ..............................................................................................................38 6.
Conclusie ............................................................................................................................................................40 Externe Bijlagen ......................................................................................................................................................41 Bijlage 1. Participatieverslag..............................................................................................................................41 Bijlage 2. Ontwerpvarianten ..............................................................................................................................41 Bijlage 3. Verkennend bodemonderzoek ............................................................................................................41 Bijlage 4. Asbestinventarisatie ...........................................................................................................................41 Bijlage 5. Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai .........................................................................................41 Bijlage 6. Watertoets .........................................................................................................................................41 Bijlage 7.
Verkennend archeologisch onderzoek ................................................................................................41 Bijlage 8. Quickscan Flora en Fauna ..................................................................................................................41 Bijlage 9. Memo stikstofdepositie, inclusief AERIUS berekeningen ....................................................................41
De inhoud van dit document is vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n). Gebruik, openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan.
2
1. Inleiding 1.1 Doelstelling van de ruimtelijke onderbouwing Op het binnenterrein aan de Van Galenlaan 3B bevinden zich de voormalige bedrijfsgebouwen van de firma Van den Berg, een kwekerij / bloembollen- en plantenhandel. Er bevindt zich op het perceel een grote glazen kas en enkele schuurtjes verspreid over het terrein. Het perceel Van Galenlaan 3B kadastraal bekend gemeente Baarn sectie M nummer 4482 welk thans in eigendom is van De Kleineweg B.V. heeft een oppervlakte van 2.364m2
Luchtfoto plangebied
De kwekerij is al enkele jaren niet meer bedrijfsmatig in gebruik. Op het perceel zijn nog diverse bedrijfsgebouwen aanwezig waaronder een kas, schuur en berging. De aanwezige bebouwing verkeert in een redelijke staat. Het bedrijfsperceel is volledig gelegen binnen een “woonsituatie”. Het voortzetten van een kwekerij is niet meer wenselijk in de huidige woon- en leefomgeving. De locatie leent zich voor een transformatie van bedrijfsgebied naar woongebied. De gemeente heeft al aangegeven, dat de kwekerijfunctie enkele jaren geleden is beëindigd en er geen verzoek(en) zijn ontvangen bij EZ om deze locatie bedrijfsmatig in te vullen. Hiermee heeft de gemeente haar medewerking verleend aan het onderzoeken van deze mogelijkheid. De voorkeur van de gemeente gaat uit naar de realisatie van woningen, boven een andere bestemming van dit perceel.
De inhoud van dit document is vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n). Gebruik, openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan.
3
Omdat het niet mogelijk is de bestaande bebouwing te benutten voor woningbouw is het nodig deze bebouwing te slopen. Na sloop van de bebouwing komt de ruimte beschikbaar om benut te worden voor woningbouw. Door De Kleineweg B.V. zijn sinds begin 2018 al de eerste verkennende gesprekken gepleegd met de gemeente naar de ontwikkelingsmogelijkheden voor deze locatie. De ruimtelijke onderbouwing, die nu voor u ligt, is gebaseerd op de uiteindelijk gekozen variant, welke voorziet in de bouw van 5 woningen.
1.2 Planologische situatie Voor het plangebied is het bestemmingsplan Baarn Eemdal van kracht. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 30 april 2014. Een uitsnede van de plankaart is hieronder opgenomen.
Uitsnede plankaart Het perceel Van Galenlaan 3B is op basis van het vigerende bestemmingsplan bestemd voor ‘Agrarisch-Kwekerij’. De gronden zijn bestemd voor het kweken en opslaan van, en de groothandel in heesters, struiken en siergewassen met daarbij behorende gebouwen, andere bouwwerken, tuinen, erven, terreinen, parkeervoorzieningen, water en groenvoorzieningen. Bebouwing mag uitsluitend gerealiseerd worden binnen het op de kaart aangegeven bouwvlak, welke in dit geval het gehele plangebied betreft, met een maximum bebouwingspercentage van het terrein van 25%. Voor bedrijfsgebouwen geldt een maximale goothoogte van 3 meter en een maximale bouwhoogte van 7 meter.
De inhoud van dit document is vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n). Gebruik, openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan.
4
Voor het gehele plangebied is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ van kracht. In de regels is bepaald, dat voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 100 m² pas dan een reguliere bouwvergunning (thans omgevingsvergunning voor het bouwen geheten) mag worden verleend nadat door de aanvrager een rapport is overgelegd waarin, naar het oordeel van burgemeester en wethouders: • de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en • in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. De beoogde herontwikkeling van de locatie is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan “Eemdal”, waardoor een gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is om de bestemming te wijzigen van “Agrarisch – Kwekerij” naar “wonen”. In deze ruimtelijke onderbouwing zal worden aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een 'goede ruimtelijke ordening'.
1.3 Initiatiefnemer De initiatiefnemer (eigenaar) voor de realisatie van de woningen in een hofje op het adres Van Galenlaan 3B, kadastraal bekend gemeente Baarn sectie M nummer 4482 is: De Kleineweg BV te Baarn
1.4 De opzet van deze ruimtelijke onderbouwing Na deze inleiding volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de bestaande situatie en de gewenste nieuwe ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt het beleid van de verschillende overheden beschreven, voor zover van belang voor de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 4 volgt een beschrijving van de verschillende haalbaarheidsaspecten. In hoofdstuk 5 wordt aandacht besteed aan de economische en maatschappelijke haalbaarheid. Tenslotte wordt in hoofdstuk 6 de conclusie getrokken op basis van de voorgaande hoofdstukken.
De inhoud van dit document is vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n). Gebruik, openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan.
5
2. Planbeschrijving 2.1. Bestaande situatie Onderstaande foto’s geven een impressie van de bestaande situatie in het plangebied. Op de foto’s is goed te zien, dat de bebouwing nog in redelijke staat verkeert en dat het terrein een verwaarloosde indruk biedt.
De kas is nog grotendeels intact
De inhoud van dit document is vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n). Gebruik, openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan.
6
Het achterste gedeelte van het terrein
De inhoud van dit document is vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n). Gebruik, openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan.
7
Zicht vanuit de noordpunt van het perceel richting de toegangsweg vanaf de Van Galenlaan Het terrein wordt geheel omsloten door de woonpercelen aan de Van Galenlaan, de Tromplaan en de Heemskerklaan. De omringende woningen zijn allemaal georiënteerd op deze straten. Dit heeft tot gevolg, dat de achterzijden van deze woonpercelen gericht zijn op het binnenterrein. Het binnenterrein is dan ook vrijwel geheel omsloten door erfafscheidingen en bijgebouwen, behorende bij deze woonpercelen.
2.2. Nieuwe situatie Het perceel wordt vanaf 2017 niet meer gebruikt ten dienste van de kwekerij of een andere bedrijfsmatige functie. Daarom is er gezocht naar een passende nieuwe bestemming voor deze gronden. In overleg met omwonenden en de gemeente is geconcludeerd, dat een woonbestemming het meest passend is. Hierdoor kan een bijdrage geleverd worden aan het groeiende woningtekort in de gemeente Baarn. “Wonen” is dan ook de bestemming met het meeste maatschappelijke en economische relevantie voor het terrein.
2.2.1. Uitgangspunten ontwerpvarianten. Het binnenterrein heeft zodanige afmetingen, dat hier geen “standaard”-nieuwbouwpercelen gerealiseerd kunnen worden, bestaande uit een voortuin, een woning van 9 of 10 meter diep en een achtertuin van ongeveer 10 meter. Theoretisch zou er wel ruimte zijn voor een beperkt aantal van dergelijke types, maar die zullen altijd georiënteerd zijn op de minder aantrekkelijke achterkanten van de omringende woonpercelen. Dat levert geen aantrekkelijk woonmilieu op. In plaats daarvan zal hier gekozen moeten worden voor een verkaveling, waarbij de woningen niet “naar buiten” gericht zijn (op de achterkanten van de omliggende woningen), maar “naar binnen”. Het is gewenst de nieuwe ontwikkeling een ruimtelijke inpassing te geven die passend is bij de beoogde functie en doelgroep. Dit zal toegevoegde waarde creëren in gebruik voor toekomstige bewoners en een bijdrage leveren aan realiseren van een samenhang binnen de ontwikkeling en met de omgeving waar het deel van uitmaakt.
De inhoud van dit document is vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n). Gebruik, openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan.
8
In de eerste plaats zien wij een duidelijke synergie tussen de karakteristieken van het terrein en de grote en toenemende woonbehoefte van 55+ inwoners van de gemeente Baarn. Hier gaan ruimtelijke inpassing, functie en sociaal-maatschappelijke toegevoegde waarde (leefbaarheid) hand in hand. In overleggen met omwonenden als onderdeel van het participatietraject is duidelijk naar voren gekomen dat er wensen zijn met betrekking tot (onder meer, maar niet beperkt tot,) privacy, inkijk en uitzicht en geluid bij het realiseren van woningen op het perceel. Voor het volledige overzicht van waarden en wensen refereren we naar het Participatieverslag, dat als Bijlage 1 is opgenomen. Bij de ontwikkeling van het gebied wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: • Het faciliteren van de woonbehoefte van oudere mensen middels levensloopbestendige woningen, • Een creëren van een veilige plek voor deze doelgroep waarbij sociale samenhang wordt bevorderd middels de situering van woningen en het creëren van gedeelde buitenruimten, • De mogelijkheid creëren voor langdurig zelfstandig (als echtpaar) blijven wonen, zelfs met zorgindicatie, zonder eenzaamheid. Als resultaat van bovenstaande is het voorstel gedaan te onderzoeken hoe de vrijkomende gronden op verschillende manieren benut kunnen worden voor woningbouw.
Hierbij dient wel rekening gehouden te worden met het feit dat het terrein zoals we hier mee te maken hebben niet eindeloos veel mogelijkheden biedt. Daarom is het nodig eerst te onderzoeken welke woningtypes geschikt zijn om hier toe te passen. Met bovengenoemde uitgangspunten en wensen vanuit omwonenden zijn gestapelde woningen niet meegenomen in de ontwerpvarianten. Er is in alle gevallen uitgegaan van grondgebonden woningen als woningtype. Er zijn verschillende mogelijkheden onderzocht en drie denkbare varianten voor de inrichting van het terrein op basis van 6 woningen zijn gedeeld met omwonenden en met de gemeente. Deze zijn te vinden in Bijlage 2. In deze varianten zijn eerdergenoemde uitgangspunten als mede de wensen van omwonenden op verschillende manieren en in verschillende uitwerkingen terug te vinden. Desondanks hebben omwonenden wederom te kennen gegeven zich sterk te zullen verzetten tegen de beoogde ontwikkeling en alle middelen aan te zullen grijpen om een ontwikkeling en realisatie van woningen te vertragen en voorkomen. Op basis van bovenstaande, het reeds 5 jaar durende voortraject en het maatschappelijk belang op korte termijn woningen toe te voegen aan de bestaande voorraad voor een groeiende en kwetsbare doelgroep, is het ontwerp aangepast. De voorliggende ontwerpvariant vormt de basis voor de verdere ruimtelijke onderbouwing in dit document.
2.2.2. Voorgestelde verkaveling, ruimtelijke inpassing en groen. Zoals in het bijgevoegde participatieverslag (Bijlage 1.) valt te lezen is uit de contacten met vertegenwoordigers van de omwonenden gebleken, dat men bevreesd is voor de aantasting van privacy. Dit betekent, dat er in de ogen van deze omwonenden bij voorkeur niet hoger gebouwd mag worden dan 1 bouwlaag met kap, waarbij er zo weinig mogelijk direct zicht is vanuit ramen op de verdieping op de bestaande woonpercelen. Ook dit pleit voor een verkaveling, die niet naar buiten gericht is, maar naar binnen. Omdat het om een binnenterrein gaat is er voor een geclusterde woonvorm gekozen. Hofjes zijn een echt Nederlands verschijnsel. De hofjes zijn sinds lange tijd in al hun eenvoud een aantrekkelijk woonvorm om voor een oudere doelgroep, weduwen of ongehuwden. Het biedt de mogelijkheid langdurig zelfstandig in en veilige omgeving te blijven wonen, zelfs met zorgindicatie, zonder vereenzaming.
De inhoud van dit document is vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n). Gebruik, openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan.
9
De ontsluiting van het binnenterrein vindt plaats via de bestaande toegangsweg vanaf de Van Galenlaan.
Suggestie verduidelijking entree tot binnenterrein De huidige entree tot het binnenterrein is weinig opvallend en ruimtelijk minder aantrekkelijk. Daarom wordt onderzocht op welke manier deze toegang verbeterd zou kunnen worden. Een mogelijke manier is het aanbrengen van hagen, gecombineerd met leibomen, zoals op bovenstaande afbeelding is gesuggereerd. De entree vanaf de Van Galenlaan ligt recht tegenover de entree van Schoonoord, waardoor er een directe zichtrelatie is wanneer men zich vanuit het nieuwe woongebiedje richting Van Galenlaan begeeft. Er is voor gezorgd, dat er een goede mogelijkheid zal zijn om ook met grotere voertuigen het binnenterrein te bereiken en daar te keren.
De inhoud van dit document is vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n). Gebruik, openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan.
10
Dit is op de bovenstaande afbeelding te zien. Hierop is aangegeven op welke wijze ook hulpdiensten het perceel kan bereiken en ook weer makkelijk kan verlaten. Om op het binnenterrein een aantrekkelijk woonmilieu te kunnen realiseren is gekozen voor een heldere opzet van de nieuwbouw, bestaande uit een hof, dat omsloten wordt door een vijftal woningen. Om het pleintje nog enige maat te kunnen geven en de woningen ook nog te kunnen voorzien van een achtertuin, is het nodig hier woningen te realiseren, die ondiep zijn (ca. 6 meter), maar breed (12 tot 15 meter). Deze woningen hebben dus een bebouwd oppervlak van ca. 70 tot 90 m2. De woningen bestaan uit 1 bouwlaag met een kap. Daarbij wordt uitgegaan van een maximale bouwhoogte van 7 meter, hetgeen overeenkomt met de maximale bouwhoogte van de bebouwing op basis van het vigerende bestemmingsplan. Op de tekening is te zien, dat er een “tuin aan tuin” situatie gerealiseerd kan worden met de bestaande omliggende woningen, waardoor het hoofdgebouw op voldoende afstand van de erfgrenzen blijft. De relatief lage bebouwing is zichtbaar ondergeschikt aan de bestaande omliggende woningen, waardoor de nieuwe bebouwing een “vriendelijke uitstraling” heeft richting deze bestaande omliggende woningen en passend is in haar omgeving. In het vigerende bestemmingsplan is aangegeven, dat het binnenterrein voor maximaal 25% bebouwd mag worden.
Bij de nieuwe opzet wordt dit percentage gerespecteerd. Het parkeren vindt plaats aan de rand van het voorterrein. Daarbij wordt rekening gehouden met de in Baarn voor het centrum geldende parkeernorm van 1,8 parkeerplaatsen per woning (1,5 per woning + 0,3 voor bezoekers per woning) Door de gekozen bouwvorm leent deze locatie zich goed voor bepaalde vormen van samenwonen: een seniorenhofje of een andere vorm van “co-housing”
De inhoud van dit document is vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n). Gebruik, openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan.
11
Het groen binnen het plangebied kan worden onderverdeeld in het groen ten behoeve van erfafscheidingen, het groen in de achtertuinen en het groen welke onderdeel vormt van de invulling van het mandelige terrein tussen de bebouwing. Al deze groencomponenten dragen bij aan het creëren van een prettig leefklimaat voor toekomstige bewoners en omwonenden, door bij te dragen aan de beoogde functie van het plangebied alsmede het verminderen van hittestress en bufferen van hemelwater. De bestaande erfafscheiding bestaat grotendeels uit schuttingen van omwonenden. Ten behoeve van privacy en het doorbreken van zichtlijnen is de intentie bestaande erfafscheidingen te “vergroenen”. De invulling van de privéterreinen in de vorm van de achtertuinen is in principe onverhard waarbij de specifieke groeninvulling aan de toekomstige bewoners is. Het mandelige terrein tussen de bebouwing, het hofje, zal enerzijds toegang verschaffen tot de woningen middels een pad en anderzijds op worden gevuld met groen in de vorm van grassen, struiken en enkele bomen.
2.2.3. Inspiratie en referentiekader architectuur. De Nota Ruimtelijke Kwaliteit Baarn is op 26 februari 2014 door de gemeenteraad van Baarn vastgesteld. De nota verwoordt ambities en biedt inspiratie voor ontwikkelende partijen, particulieren die (bouw)plannen hebben en voor de gemeente zelf. Deze nota vervangt de Welstandsnota uit 2004 maar heeft een bredere opzet. Het gaat daarbij niet alleen om de beoordeling van gebouwen maar om het totale beeld en de samenhang binnen een (openbaar) gebied. Voor de projectlocatie wordt gerefereerd in de nota naar gebied D4 – Zeeheldenbuurt, Baarn Zuidoost. De ruimtelijke kenmerken van dit gebied worden als volgt samengevat: • • •
• •
• •
De Zeeheldenbuurt heeft voornamelijk een woonfunctie Het stratenpatroon is deels gegroeid, deels planmatig opgezet, en heeft gebogen en rechte lanen en straten De bebouwing van het westelijk deel van de Zeeheldenbuurt, tussen de Faas Eliaslaan en de Tromplaan, bestaat voor het grootste deel uit vrijstaande en geschakelde (middenstands)woningen, van de periode 1900-1940 De bebouwing heeft 2 bouwlagen met een kap In het gebied zijn enkele afwijkende bebouwingstypen aanwezig: herenhuis Schoonoord met oranjerie (aan de Faas Eliaslaan), enkele urban villa’s en kantoren (langs de Eemweg), de Calvijnkerk , en verzorgings- huis Amaris Schoonoord aan de Tromplaan Openbaar groen ligt in het Cantonspark en rondom Schoonoord De straten zijn eenvoudig en relatief smal, zonder groen, met uitzondering van de bredere Faas Eliaslaan
De nota biedt als aandachtspunt de bestaande en beoogde omgeving als referentiepunt te nemen voor alle bouwwerken. Daarnaast vraagt de nota bouwkundige toevoegingen of aanpassingen te laten passen in de stedenbouwkundige structuur en aansluiten op de typologie, de detaillering en het materiaalgebruik.
De inhoud van dit document is vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n). Gebruik, openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan.
12
Op basis hiervan, in combinatie de uitgangspunten, lijkt het dat de uitstraling van de nabijgelegen Heemskerklaan/ Faas Eliaslaan en het Cantonspark en omgeving de meeste aanknopingspunten biedt.
Referentiebeelden Daarom zal de sfeer van de Heemskerklaan en omgeving als inspiratiebron gebruikt worden voor de ontwikkeling van het plangebied. Dat betekent onder andere het volgende: • • •
Het is gewenst vergroening tot uitdrukking te laten komen door het toevoegen van groen in de zichtbare, openbare ruimte, De architectuur van de nieuwe bebouwing wordt geïnspireerd door de bebouwing van de Heemskerklaan en omgeving, maar een eigentijdse vertaling behoort tot de mogelijkheden, Om aan te sluiten bij het karakter van het perceel dient er rekening gehouden te worden met een bijpassende maat en schaal van bebouwing.
De inhoud van dit document is vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n). Gebruik, openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan.
13
Bebouwingstypologie De intentie bestaat de woningen in gelijkende typologieën te realiseren. De woningen hebben hierin een duidelijke identiteit en uitstraling welke refereert aan bestaande, omliggende bebouwing, alsmede aan de functie / doelgroep. De woningen worden vrijstaand uitgevoerd. Bouwmassa: • De nieuw te bouwen woningen zijn een eigentijdse interpretatie van omliggende woningen (jaren 1900-1940). • De architectuur van de nieuwbouw is hoogwaardig maar ingetogen. De vormgeving is historiserend. • De woningen hebben in basis een eenvoudige opzet: een rechthoekige plattegrond met een afgeknot schilddak en bij een aantal woningen een topgevel. • Traditionele bouwvormen met baksteen gevels en terughoudend kleurgebruik. • De platte daken zijn de basis voor verdiept-liggende zonnepanelen. • De goot ligt in basis op circa 4,5 meter. De bouwhoogte is maximaal 7 meter. • Hierdoor ontstaat een maat en schaal die past bij het perceel en de ligging. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de bebouwing aan de noordzijde (Tromplaan) circa 60 centimeter hoger is gelegen ten opzichte van het plangebied, • Daglichttoetreding op de eerste / kapverdieping vindt plaats via daklichten en dakkapellen. • Er is de mogelijkheid de verschillende woonfuncties (wonen, werken, slapen, persoonlijke verzorging) te combineren in één woonlaag.
Hierdoor ontstaat de mogelijkheid langer zelfstandig te blijven wonen en eventuele benodigde zorg op de 1e verdieping te huisvesten. De volgende beelden bieden een impressie van het voorgestelde ontwerp van de woningen:
De inhoud van dit document is vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n). Gebruik, openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan.
14
3. Huidig beleid 3.1. Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) - Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als rijksstructuurvisie. De NOVI vervangt onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Nederland heeft een lange traditie van zich aanpassen. Deze opgaven worden benut om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden voor de generaties na ons. De NOVI biedt een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken, om samen Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu. In dat samenspel van normen, waarden en collectieve ambities, stuurt de NOVI op samenwerking tussen alle betrokken partijen.
De NOVI heeft de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Onder deze prioriteiten hangen 21 nationale belangen die het lokale, regionale en provinciale niveau overstijgen. Deze belangen hebben onder andere betrekking op het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit, zorgt dragen voor een woningvoorraad die aansluit op woonbehoeften, het beperken van klimaatverandering, et cetera. De verantwoordelijkheid van het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen, waardoor inhoudelijke keuzes in veel gevallen ook het beste regionaal kunnen worden gemaakt. Met de NOVI wordt het proces in gang gezet waarmee de keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Het onderhavige initiatief betreft een ontwikkeling van beperkte omvang zonder strijdigheid met rijksbelangen. De ontwikkeling is passend binnen de NOVI.
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De juridische borging van de nationale belangen vindt plaats in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Een aantal regelingen is ‘getrapt’ vastgelegd. Voorgaande houdt in dat de provincies, gemeenten en hoogheemraadschappen verplicht zijn dit beleid nader uit te werken. In het Barro wordt een aantal projecten die van nationaal belang zijn genoemd en met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Aan elk soort project wordt een set regels gekoppeld waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. Volgens de toelichting van de Rijksoverheid draagt het Barro bij aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang en “vermindering van de bestuurlijke drukte”. De bedoeling is dat belemmeringen die de realisatie van de genoemde projecten zouden kunnen frustreren of vertragen door het Barro op voorhand onmogelijk worden gemaakt. Dat zal moeten leiden tot een versnelde uitvoering van die projecten.
De inhoud van dit document is vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n). Gebruik, openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan.
15
Het Barro brengt ook met zich mee dat gemeenten die een bestemmingsplan opstellen dat raakt aan een belang van één van de 13 projecten in het Barro, nauwkeurig de regelgeving van het Barro moeten controleren. Het Barro vormt daarmee een dwingende checklist bij de opstelling van bestemmingsplannen. Het initiatief valt niet onder een van de projecten uit het Barro. Door de gewenste ontwikkeling zal geen nationaal belang worden geschaad. Dit betekent, dat het relevante beleidskader wordt gevormd door provinciaal en vooral gemeentelijk beleid.
3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking. De Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. Het bevoegd gezag moet voldoen aan een motiveringsvereiste als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Om gebruikers goed te kunnen ondersteunen bij de toepassing van de nieuwe Ladder heeft het Rijk een nieuwe handreiking opgesteld. Van belang is de vraag of het plan voorziet in een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling': Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat de ondergrens van wat als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden gezien, ligt op 12 woningen. Aangezien bij dit plan 5 woningen wordt gerealiseerd is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling en is er geen verantwoording noodzakelijk in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking.
3.2. Provinciaal beleid Omgevingsvisie en omgevingsverordening Provincie Utrecht De Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening van de provincie Utrecht is op 1 april 2021 in werking getreden. In de Omgevingsvisie wordt het volgende gesteld: De provincie Utrecht ligt midden in ons land en is een geliefde plek om te wonen, werken en recreëren. Naar verwachting wonen er over dertig jaar een kwart meer mensen in de provincie Utrecht dan nu. Hoe zorgen we als provincie dat iedereen prettig en gezond kan leven? Het is belangrijk om daar nu al over na te denken. In de Omgevingsvisie staat hoe wij willen dat de provincie er in 2050 uitziet. De Omgevingsvisie gaat over onze fysieke leefomgeving: dit is alles op, onder en boven de grond. Denk aan: woningen, bedrijven, fietspaden, wegen, rivieren, recreatieterreinen, natuurgebieden en landbouwgronden. Met de Omgevingsvisie geven we richting aan de toekomstige leefomgeving. In de Omgevingsverordening staan de regels die daarvoor nodig zijn. Ten aanzien van de grote bouwopgave voor woningen in de provincie wordt het volgende gesteld: De ruimte in onze provincie is beperkt terwijl de vraag naar ruimte groot is. Dat stelt de provincie Utrecht voor een grote uitdaging: hoe gaan we om met de groei van inwoners en bedrijven zonder dat dit ten koste gaat van een prettige en gezonde leefomgeving? We móeten keuzes maken.
Daarom is ons uitgangspunt om waar mogelijk te kiezen voor slim combineren en concentreren. Door te bouwen in bebouwd gebied (concentreren) zorgen we er juist voor dat er op andere plekken in de provincie ruimte overblijft voor andere zaken dan wonen. In de Omgevingsverordening worden handen en voeten gegeven aan de beleidsuitspraken. Daarin wordt onder andere gesteld dat de binnenstedelijke opgave kansen biedt om de leefbaarheid in de steden en dorpen te verbeteren, als er voldoende aandacht is voor de kwaliteit van de woningen en de woonomgeving. Dit sluit aan bij de vraag naar vergroting van het draagvlak voor voorzieningen en het openbaar vervoer en het vermindert de druk op het landelijk gebied. Ook het verminderen van kantoren en het herstructureren van bedrijventerreinen vallen binnen deze binnenstedelijke opgave. De inhoud van dit document is vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n). Gebruik, openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan.
16
Het accent ligt op revitalisering, intensivering en/of herstructurering van bestaande bedrijventerreinen. De provincie stimuleert dat overheden en marktpartijen zich gezamenlijk inspannen om de binnenstedelijke opgave te realiseren. De beoogde ontwikkeling aan de Van Galenlaan draagt bij aan de woningbouwopgave in het stedelijke gebied en juist ook aan het verhogen van de kwalitatieve woonomgeving. Het plan past binnen de kaders van het provinciale beleid, zoals beschreven in de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening.
3.3 Regionaal beleid Wonen en zorg 2020-2040 in de regio Utrecht en gemeente Baarn (Rapportage door IVVU) In het project ‘Wonen en Zorg 2040’ is door het IVVU per gemeente in de regio Utrecht een analyse gemaakt van het huidige zorgaanbod in relatie tot de groeiende vraag. Dit geeft het benodigde inzicht in de ontwikkelmogelijkheden van vastgoed en dienstverlening in zorg. Daarnaast geeft het gemeenten inzicht in benodigde voorzieningen voor de toekomst. Over minder dan vijftien jaar is het aantal 80-plussers in de regio Utrecht verdubbeld. Ouderen blijven langer zelfstandig wonen en naarmate zij ouder worden neemt ook hun vraag naar ondersteuning en zorg toe. Sommigen van hen zullen uiterst kwetsbaar worden door ziekte en beperkingen. De coronapandemie heeft de kwetsbare positie van ouderen, thuis maar ook binnen de muren van de zorgorganisaties nog duidelijker gemaakt. Veel ouderen geven aan zo lang mogelijk de regie over hun leven te willen blijven houden. Ze geven aan zo lang mogelijk zelfstandig thuis, in hun eigen omgeving, te willen blijven wonen. Onderdeel blijven van de maatschappij vinden de meeste ouderen het belangrijkst: mensen om je heen en niet eenzaam worden. Verminderd contact met vrienden, kennis en buren wordt het vaakst genoemd als oorzaak voor eenzaamheid.
Vaak wordt benoemd dat ouderen een plek missen om samen te komen, de ontmoetingsfunctie ‘oude verzorgingshuis’ wordt als een gemis ervaren. Sommige ouderen geven aan een goed sociaal netwerk te hebben waar ze op terug kunnen vallen, maar er is ook een belangrijk deel dat dit niet heeft of zich hier niet mee bezig houdt. Ondertussen zien we een toenemende schaarste aan personeel. Hierdoor ontstaan lange wachtlijsten, hebben veel ouderen geen toegang tot de juiste zorg en stokt de door- stroming tussen thuis, ziekenhuis, thuiszorg en verpleeghuis. Als we zorg en ondersteuning willen blijven bieden aan de ouderen in regio Utrecht vraagt dit om een ‘voorbereide samenleving’. Een samenleving waarin we ons voorbereiden op het ouder worden, omkijken naar elkaar en waar ouderen met een ondersteunings- of zorgvraag goed worden geholpen en goed terecht komen. Veel wijken en dorpen worden als vanzelf “geclusterde woonvormen”, omdat er simpelweg veel ouderen dichtbij elkaar wonen. Ouder worden in je eigen omgeving, dichtbij je sociale netwerk wordt het uitgangspunt. Ouder worden in je eigen huis, met woningaanpassingen en domotica wordt de norm. Ouderen kiezen, afhankelijk van hun levensstijl, voor andere woonvormen: woonboerderijen, woongemeenschappen, hofjes maar ook wooncentra waar meer gedeelde welzijns- en gemaksvoorzieningen zijn.
In de gemeente Baarn zijn 199 extra intramurale (of alternatieve) plaatsen voor verzorging en verpleging nodig tot 2040: een toename van 63% ten opzichte van 2020. Dit is de conclusie van het Sinfore-onderzoek op basis van open data. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van IVVU in het kader van het project Wonen en Zorg 2040. Dit project heeft betrekking op de zorgkantoor regio Utrecht. Deze rapportage gaat specifiek over de gemeente Baarn. De 199 extra plaatsen zijn nodig bij “gelijkblijvend beleid en gelijkblijvende omstandigheden”.
De inhoud van dit document is vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n). Gebruik, openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan.
17
Nieuw (overheids)beleid en nieuwe concepten op het gebied van verzorging en verpleging gaan ertoe leiden dat deze zorg deels of geheel op een andere wijze gaat worden ingevuld. Dit vraagt een samenhangend beleid op het gebied van wonen, zorg en welzijn en is een opgave voor de gemeente, zorgorganisaties, woningcorporaties, marktpartijen en cliëntenorganisaties. De kaarten hieronder tonen de groei van het aantal benodigde plaatsen per gemeente:
De bevindingen samengevat: • Tussen 2020 en 2040 stijgt het aantal 65-plussers met 1.307 tot 7.272 (+22%); het aantal 75plussers met 1.445 tot 4.220 (+52%) en het aantal 80-plussers met 1.095 tot 2.745 (+66%). • De OOSR (Oldest Old Support Ratio) daalt in gemeente Baarn van 10 in 2020 naar 5 in 2040. Deze krimp van het aantal mensen, dat in staat is mantelzorg te bieden, betekent een zwaarder beroep op de professionele zorg. • Het aantal 75+ huishoudens neemt van 2020 tot 2030 toe met ruim 537 huishoudens en tot 2040 met 525 tot 3.083. 75% van de 75-plussers woonde in 2020 in een woning, die geschikt of aanpasbaar is. In 2040 is dat 86%. • Het aantal benodigde plaatsen verpleeg(huis)zorg stijgt in periode 2020 - 2030 van 315 met 71 personen tot 386 en tot 2040 met 199 tot 514 plaatsen, een stijging van respectievelijk 23% en 63% ten opzichte van 2020. • De vraag naar WMO-verstrekkingen van 50-plussers stijgt tot 2030 met 239 verstrekkingen en van 2030 tot 2040 met 291 verstrekkingen tot 2.204. • De vraag naar extramurale verstrekkingen stijgt van 452 in 2020 naar 543 in 2030 en 676 in 2040 ofwel een stijging van 50% tot 2040. De voorgestelde ontwikkeling van 5 levensloopbestendige, grondgebonden woningen geeft invulling aan de oplossing die door IVVU worden aangedragen voor de uitdagingen zoals deze voor ons liggen tussen nu en 2040.
3.4.Gemeentelijk beleid Toekomstvisie / Structuurvisie Baarn in 2030 Op 10 juli 2013 heeft de gemeenteraad de Toekomstvisie / Structuurvisie Baarn in 2030 vastgesteld. In deze Toekomstvisie en de hieruit voortvloeiende Structuurvisie is aangegeven wat het wensbeeld is voor 2030 en hoe Baarn dit wensbeeld denkt te bereiken. De visie op Baarn in 2030, die bestaat uit een overkoepelend en samenhangend ideaalbeeld, is uitgewerkt in de volgende zes thema's: • Hoogwaardig wonen. • Levendig centrum met hoog voorzieningenniveau. • Groene en blauwe vertoefplekken. • Bestendige bedrijvigheid. • Sociale samenhang. • Bestuurlijke zelfstandigheid.
De inhoud van dit document is vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n). Gebruik, openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan.
18
Wonen in Baarn staat voor 'hoogwaardig wonen'. Dit is één van de kernidentiteiten waar Baarn op bouwt. De gemeente wil deze identiteit verder ontwikkelen, om Baarn zo ook voor komende generaties een prettig en leefbaar dorp te laten zijn. Naast de juiste woningen voor verschillende groepen, gaat het om een aantrekkelijke omgeving waar wonen, werken, spelen en recreëren hand in hand gaan. Om dit te bereiken zet de gemeente in op de volgende thema's • kwaliteit van wonen en woonomgeving. • inzet voor jonge huishoudens op de woningmarkt. • Senioren. • wonen met zorg.
Uitsnede structuurvisiekaart (Bron: gemeente Baarn), plangebied is aangepijld Visie Wonen 2019 De Visie Wonen bouwt voort op de eerdere visie uit 2016. Daarin stonden vier ambities centraal: het werken aan een evenwichtiger bevolkingsopbouw, een toegankelijker en comfortabeler woningvoorraad, verduurzaming van die woningvoorraad en ruimte voor het segment tussen huren en kopen (middenhuur en goedkope koop). Deze vier ambities staan nog overeind. Wel zijn ze iets aangescherpt, passend bij de huidige tijd. Daarnaast is er een vijfde ambitie is: het ruimte bieden aan alternatieve woonwensen. De ontwikkeling van de locatie Van Galenlaan 3B sluit aan bij de vigerende beleidskaders in Baarn. In de Woonvisie Baarn gaat de gemeente uit van het realiseren van 1.000 woningen in de periode van 2016 tot en 2030. In de Visie Wonen wordt benoemd dat 65-plussers toegankelijk comfortabel en nabij voorzieningen moeten kunnen wonen. Daarnaast wordt ingezet op het bevorderen van doorstroming van starters en jonge gezinnen binnen de huidige woning voorraad. Voor mensen die zelfstandig thuis wonen, met een behoefte aan zorg en ondersteuning, wil de gemeente enerzijds zorg aan huis beter mogelijk maken, anderzijds ook ruimte bieden voor nieuwe woonconcepten met zorg nabij.
Hierbij wordt opgemerkt dat mensen in de huidige tijd kiezen voor andere woonvormen dan traditioneel: meer collectief in hofjes, minder groot passend bij de leefstijl en om het wonen betaalbaar te houden, duurzamer. De gemeente Baarn heeft zichzelf de opgave gegeven in te zetten op realisatie van woningen, door prioriteit te geven aan woningbouwprojecten die op korte termijn gerealiseerd kunnen worden. Met het voorliggende initiatief draagt De Kleineweg B.V. hier graag aan bij.
De inhoud van dit document is vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n). Gebruik, openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan.
19
Net als in heel Nederland wordt ook in Baarn de bevolking steeds ouder. De snelheid waarmee de inwoners in Baarn vergrijzen is daarentegen significant hoger ten opzichte van het landelijk gemiddelde.
Het grootste deel van de ouder wordende bevolking blijft wonen in hun vertrouwde woning, ook als zij een zorgvraag krijgen. Dit resulteert enerzijds in een woonsituatie voor ouderen die te wensen over laat en anderzijds in een zeer beperkte doorstroming in de woningmarkt. Op latere leeftijd wordt de toegankelijkheid van de woning belangrijker. Het aandeel ouderen met een ADL beperking zonder geschikte woning groeit (CBS Microdata 2018-2050). Dit maakt dat er een groeiende groep ouderen is die wil verhuizen. Dit blijkt uit een groeiende vraag naar toegankelijke woningen, vooral van doorstromers in Baarn. Het huidige programma op de Van Galenlaan 3B voorziet hierin. Toegankelijke- / levensloopbestendige woning: Deze woningen zo zijn gebouwd dat de bewoners erin kunnen blijven wonen als hun levensomstandigheden veranderen, bijvoorbeeld door ouderdom, ziekte of een handicap. In de woning bestaat de mogelijkheid primaire vertrekken als woonkamer, keuken, badkamer en slaapkamer zonder traplopen bereikbaar te maken. Deze woningen zijn geschikt voor bewoning door ouderen (met mogelijk functiebeperkingen), maar niet uitsluitend. Naast het type woning wordt er in de Woonvisie van de gemeente Baarn ook gerefereerd naar de woonvorm. Een deel van de groep ouderen, zoekende naar een toegankelijke of levensloopbestendige woning, geeft de voorkeur aan een beschutte woonomgeving.
De behoefte aan geclusterde woonvormen komt van zowel mensen die (nog) geen zorgvraag hebben, als mensen die al wel behoefte aan zorg hebben/ krijgen in de nabijheid. “Uit het onderzoek huisvestingsopgave wonen en zorg blijkt tot 2028 een gewenste toevoeging van ongeveer 100 à 200 woningen. Dit is onderdeel van het tekort aan toegankelijke woningen.”
De inhoud van dit document is vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n). Gebruik, openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan.
20
Geclusterd wonen: “Het gezamenlijk kenmerk van de geclusterde woon- vormen is dat ze een zekere mate van beschutting en gemeenschap bieden. In de Visie Wonen gaat het om: - Geclusterd wonen met zorg nabij: appartementen of seniorenwoningen in de nabijheid van een zorginstelling, waaronder aanleunwoningen; - Geclusterd wonen zonder zorg: seniorenwoningen, hofjeswoningen etc. die niet in de directe nabijheid van een zorginstelling liggen.” Als gevolg hiervan geeft de gemeente Baarn (onder meer) prioriteit aan het toevoegen van woonvormen voor ouderen en mensen met een zorgvraag: “Als onderdeel van de vraag naar ‘toegankelijke woningen’ inspelen op de behoefte aan geclusterd wonen op locaties nabij voorzieningen. Bij nieuwbouw op centrale locaties in de kern zetten we in op de realisatie van levensloopgeschikte woningen, waar alle primaire voorzieningen zonder traplopen bereikbaar zijn. Een deel van deze locaties wordt benut voor geclusterde woonvormen voor mensen die een meer beschutte woonomgeving wensen of nodig hebben.” Daarnaast geeft de gemeente in de woonvisie aan ruimte te geven aan alternatieve woonvormen en hier in overeenkomsten met ontwikkelende partijen bewust ruimte voor op te nemen. Als voorwaarde wordt gesteld dat het initiatief een bredere vraag vanuit de markt bediend. Hier is hofjes wonen een voorbeeld van.
De voorgestelde ontwikkeling op Van Galenlaan 3B past draagt bij aan het behalen van de gestelde doelstellingen van de huidige Toekomstvisie / Structuurvisie en Visie Wonen van gemeente Baarn. De voorgestelde ontwikkeling van 5 levensloopbestendige, grondgebonden woningen voorziet in de kwalitatieve woningvraag en past binnen de kwantitatieve woningbehoefte in de gemeente Baarn. Tevens zorgt de ontwikkeling voor een kwaliteitsimpuls van het oude en gedateerde terrein aan de Van Galenlaan 3B.
De inhoud van dit document is vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n). Gebruik, openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan.
21
4. Haalbaarheidsaspecten De uitvoerbaarheid van een ruimtelijk plan moet ingevolge de Wet ruimtelijke ordening (Wro) aangetoond worden (artkel 3.1.6 lid 1 van het Bro). Daaronder valt zowel de onderzoeksverplichting naar verschillende ruimtelijk relevante aspecten (geluid, bodem, etc.), maar ook de economische uitvoerbaarheid van het plan. Van de ruimtelijk relevante aspecten wordt verslag gedaan. Om de mogelijke effecten op de omgeving te toetsten worden de omgevingsaspecten kort benoemd en waar relevant voorzien van een beschrijving en conclusie. Het gaat dan om: • • • • • • • • • •
Milieuwetgeving (bodem, milieuzonering en geluid); Verkeer en parkeren; Luchtkwaliteit; Externe veiligheid; Waterhuishouding en watertoets; Archeologie en cultuurhistorie; Flora- en fauna; Stikstofdepositie; Kabels en leidingen; Duurzaamheid en natuurinclusiviteit.
4.1 Milieuwetgeving Bodem Het doel van de bodemtoets bij ruimtelijke plannen is de bescherming van de bodem. Er is in oktober 2022 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter verificatie van het onderzoek, dat in 2017 is uitgevoerd. Zie rapport Grondvitaal, projectnummer P221016-03 , dat als Bijlage 3 is opgenomen. De resultaten kunnen als volgt worden samengevat: • In boring 3 (30), 5 (50) en 52 is in het traject van 0,0 tot 0,5 m.-mv. een sterke verontreiniging aangetroffen met koper, lood en zink en een matige verontreiniging met nikkel. Tevens is in het traject van 0,5 tot 1,0 m.-mv. in boring 52 nog een sterke verontreiniging met lood aangetroffen. In de overige afperkende boringen, zijn geen tot nog slechts lichte verontreinigingen aangetroffen. De omvang van de verontreiniging is hiermee vastgesteld en afgeperkt.
•
•
De analyseresultaten van het uitgevoerde afperkend onderzoek naar de omvang en concentratie vaneen bodemverontreiniging met nikkel, koper, zink en lood geven aanleiding om de aangetroffen omvang als een ernstige bodemverontreiniging te kwalificeren. De kwalificatie ernstige bodemverontreiniging is van toepassing wanneer meer dan 25 m³ grond, of meer dan 100 m³ grondwatervolume is verontreinigd met concentraties boven de interventiewaarde.
Aanbeveling Indien graafwerkzaamheden ter plaatse van de verontreiniging zullen plaatsvinden, zal de verontreiniging gesaneerd dienen te worden. Voorafgaand aan de sanering dient een melding conform Besluit Uniforme Saneringen (BUS) te worden ingediend bij het bevoegd gezag (provincie Utrecht). De sanering dient te worden begeleid door een BRL SIKB 6000 gecertificeerd bedrijf. De ontgraving en uitvoering van de sanering dient plaats te vinden door een BRL SIKB 7000 gecertificeerd bedrijf.
De inhoud van dit document is vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n). Gebruik, openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan.
22
Onderzoek asbest in bodem Het uitgevoerde onderzoek naar asbest in de bodem/puin heeft als doelstelling het vaststellen of ter plaatse van de onderzoekslocatie aan de Van Galenlaan 3a/b te Baarn, mogelijk een onaanvaardbare verontreiniging van de bodem aanwezig is met asbest. De maximaal toegestane concentratie asbest in bodem/puin bedraagt 100 mg/kg ds. De onderzoekshypothese "verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld" wordt op basis van de analyseresultaten en het berekende gewogen gehalten asbest bevestigd. Het berekende gewogen gehalte asbest van het maaiveld overschrijdt de maximaal toegestane waarde van 100 mg/kg d.s niet. In de inspectiegaten 1 t/m 4 en 6 t/m 11 is geen asbest aangetroffen. In inspectiegat 5 is een concentratie van 190 mg/kg ds. asbest aangetroffen. Dit overschrijdt de maximaal toegestane concentratie van 100 mg/kg ds. Op de locatie is asbest aangetoond en wordt de maximaal toegestane waarde overschreden in gat 5. Aangezien het de druppellijn betreft bij een verweerd asbestdak zonder goot, is het ons inziens niet noodzakelijk nader onderzoek naar de omvang uit te voeren. In totaal is ongeveer 3,5 m³ grond sterk verontreinigd met asbest (fijne fractie). Aanbevolen wordt om gelijktijdig met de sanering van de zware metalen verontreiniging op de locatie deze verontreiniging te saneren.
Voorafgaand aan de sanering dient een melding conform Besluit Uniforme Saneringen (BUS) te worden ingediend bij het bevoegd gezag (provincie Utrecht). De sanering dient te worden begeleid door een BRL SIKB 6000 gecertificeerd bedrijf. De ontgraving en uitvoering van de sanering dient plaats te vinden door een BRL SIKB 7000 gecertificeerd bedrijf. Voor het overige deel van de locatie zijn met betrekking tot het voorgenomen gebruik van de onderzochte locatie, milieutechnisch geen bezwaren aan te geven. Op de locatie is nog een stuk asbestplaat achtergebleven op het maaiveld (noordelijke punt). Aanbevolen wordt om deze plaat door middel van handpicking te verwijderen. Conclusie: De in het rapport vermelde aanbevelingen zullen worden opgevolgd. Hierdoor ontstaat er geen belemmering voor de realisatie van de woningen. Asbestinventarisatie Omdat het de bedoeling is de bestaande bebouwing te slopen is er in oktober 2022 een asbestinventarisatie uitgevoerd door Baecx B.V. De resultaten van dit onderzoek zijn verwoord in een rapport, dat als Bijlage 4 is toegevoegd. Op basis van dit onderzoek kunnen de volgende conclusies getrokken worden:
• •
•
•
Aan de hand van het vooronderzoek, de visuele inspectie en de analyseresultaten concludeert Baecx B.V. dat binnen de reikwijdte aan de Van Galenlaan 3b te Baarn asbesthoudend materiaal aanwezig is; Asbesthoudend materiaal dient, voor de aanvang van de verbouwing of sloop, door een asbestverwijderingsbedrijf te worden verwijderd. Materiaal ingedeeld in risicoklasse 1 kan onder voorwaarden ook worden verwijderd door bedrijven welke niet gecertificeerd zijn conform het Certificatieschema voor de Procescertificaten Asbestinventarisatie en Asbestverwijdering; Als tijdens de werkzaamheden niet gerapporteerd asbestverdacht materiaal wordt aangetroffen, moet dit gemeld en aanvullend geïnventariseerd worden. Een vermoeden van de aanwezigheid van niet gerapporteerd asbestverdacht materiaal moet direct aan de opdrachtgever en aan Baecx B.V. worden gemeld. Er worden geen werkzaamheden uitgevoerd aan het asbestverdachte materiaal totdat het asbestinventarisatierapport is bijgewerkt. Er zijn geen aanwijzingen dat er overig asbesthoudend materiaal in verborgen gebouwdelen aanwezig is. Een aanvullende asbestinventarisatie is niet noodzakelijk. Wel wordt geadviseerd tijdens de sloopwerkzaamheden alert te zijn op de aanwezigheid van verborgen asbesthoudend materiaal.
De inhoud van dit document is vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n). Gebruik, openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan.
23
Deze asbestinventarisatie is geschikt zoals beschreven in onderstaande tabel en daarmee geschikt zoals bedoeld in de aanleiding van dit onderzoek. Als de werkzaamheden buiten de reikwijdte van deze asbestinventarisatie vallen, dienen niet geïnspecteerde ruimtes alsnog geïnspecteerd te worden.
Conclusie: Na verwijdering van het asbesthoudende materiaal zijn er geen belemmeringen meer voor de realisatie van de woningen. Milieuzonering Algemeen Voor het bepalen van de aan te houden afstanden tussen woningen en bedrijven wordt de VNGuitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is.
Hoewel de richtafstanden in 'Bedrijven en milieuzonering' indicatief zijn, worden deze afstanden wel als harde eis gezien door de Raad van State bij de beoordeling of bedrijven op een passende afstand van woningen worden gesitueerd. Gebiedstypen In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering is een tweetal gebiedstypen onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Het omgevingstype ‘gemengd gebied’ wordt in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ omschreven als een gebied met een matige tot sterke functiemenging waarbij bijvoorbeeld direct naast woningen andere functies voor kunnen komen zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Het plangebied bevindt zich in een rustige woonbuurt en het gebied dient derhalve te worden aangemerkt als een ‘rustige woonwijk’.
Algemeen De inhoud van dit document is vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n). Gebruik, openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan.
24
Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Zoals reeds hiervoor genoemd dient bij het realiseren van nieuwe bestemmingen gekeken te worden naar de omgeving waarin de nieuwe bestemmingen gerealiseerd worden. Hierbij spelen de vragen; past de nieuwe functie in de omgeving? En laat de omgeving de nieuwe functie toe?. Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. De functie ‘wonen’ is niet milieubelastend voor de omgeving. Er is geen sprake van een aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden. Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe woningen hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving. In de omgeving van het plangebied zijn diverse functies aanwezig, waaronder bedrijvigheid (cat. 1 en 2), detailhandel en dienstverlening. Dergelijke functies worden op basis de VNG-uitgave aangemerkt als categorie 1 en 2 inrichtingen, waarvoor een grootste richtafstand van 30 meter (cat. 2) geldt.