856506 Actualisatie 5 financiele beleidsnota's bijlage 7 Nota Borgstellingen gemeente Baarn 2024
Tekst van het document
Nota Borgstellingen 2024-2029
Januari 2024
Inhoud Inleiding ................................................................................................................................................................... 2 1
Definities ......................................................................................................................................................... 4
2
Reikwijdte kaderstelling .................................................................................................................................. 6
3
Bevoegdheid .................................................................................................................................................... 7
4
Algemene kaderstelling ................................................................................................................................... 9
5
Specifieke kaderstelling ................................................................................................................................. 10
6
Voorwaarden................................................................................................................................................. 11
7
Eisen aan de aanvraag .................................................................................................................................... 12
8
Weigeringsgronden ....................................................................................................................................... 13
9
Overige criteria en verplichtingen ................................................................................................................ 14
10 Rapportage .................................................................................................................................................... 16 11 Hardheidsclausule.......................................................................................................................................... 16 12 Inwerkingtreding en citeertitel ...................................................................................................................... 16
1
Inleiding De gemeente Baarn krijgt af en toe verzoeken voor een borgstelling op een af te sluiten lening bij een commerciële bank of een af te sluiten lening bij de gemeente. Het verstrekken van een borgstelling is een privaatrechtelijke rechtshandeling. Hiervan ligt de bevoegdheid bij het college waarvan het toetsingskader is gebaseerd op de nota Borgstellingen en verstrekking van geldleningen uit 2019. Periodiek is herijking van deze nota aan de orde en gebaseerd op opgedane ervaringen met eerder verzoeken voor borgstellingen is deze nota geactualiseerd en waar nodig aangescherpt. In deze herijking is aandacht besteed aan processtappen en toetsingscriteria om in toekomst objectief en efficiënt tot een afweging te komen, risico’s te kunnen monitoren en beperken en voorspelbaarheid te geven aan de aanvrager. De belangrijkste wijzigingen zijn: a)
De beperking van borgstelling voor een aantal specifieke benoemde beleidsvelden (o.a. voor cultuur, recreatie, toerisme en Sport, Wonen,) is opgeheven. Het ondersteunen van de publieke taak staat voorop, ongeacht het beleidsterrein waarin organisaties zich verbonden hebben. Vanwege het gelijkheidsbeginsel is het niet te leggen dat sommige beleidsterreinen worden uitgesloten voor borgstelling Voorop staat de borgstelling moet passen binnen het gemeentelijke beleidskader van de publieke taak.
b)
Het (huidig) beleid dat de gemeente geen geldleningen verstrekt (artikel 4.1), is doorgevoerd in alle bepalingen. Sommige bepalingen hielden namelijk passages over het verstrekken van geldleningen in, terwijl dit geen gemeentelijke beleid is. Gemeente behoort immers niet de bankiersrol op zich te willen nemen. Als achtergrondinformatie is te vermelden dat momenteel vier verstrekte geldleningen uit het verleden uitstaan. De laatste verstrekte geldlening heeft zijn herkomst in 2017. Dit betreft een lening van € 10.000 aan de ijsvereniging.
c)
Aanvragen voor borgstellingen groter dan €250.000 worden voorafgaand aan besluitvorming door het college voorgelegd aan de raad. Hiermee wordt aangesloten bij artikel 8 van de financiële verordening. In verband met de actieve informatieplicht is in dit artikel is voor een aantal onderwerpen, waaronder het verstrekken van garanties groter dan €250.000, bepaald dat het college niet beslist over het verstrekken van garanties groter dan € 250.000 voordat de raad is geïnformeerd en in de gelegenheid wensen en bedenkingen kenbaar te maken aan het college.
d)
Voorwaarden voor borgstelling zijn concreter en smarter gemaakt: • Bepalingen met ‘kunnen’ en ‘mogen’ zijn herschreven • Een drempelbedrag voor borgstelling is ingevoerd • Indieningseisen voor aanvraag zijn toegevoegd • Weigeringsgronden zijn toegevoegd
e)
De opbouw van de nota is eenduidiger en logischer gemaakt door bepalingen te her rubriceren naar de relevante/juiste artikelen: • Het huidig artikel 4. ‘Algemene kaderstelling’ geeft nauwelijks kaders maar bevat voornamelijk uitsluitingsgronden. Artikel 6 ‘Toekenning’ geeft (beperkte) aanvullende kaders / uitsluitingsgronden (per beleidsterrein) in plaats van toekenningsvoorwaarden. Gekozen is om artikel 4 en 6 samen te voegen en uit te breiden.
2
• Bepalingen die dezelfde strekking hebben, zijn samengevoegd of verwijderd. Bijv. art 4 lid 2 Uitsluiting van natuurlijke personen en art 4. lid 4 Gemeentelijke borgstelling kunnen alleen worden verleend aan Baarnse privaatrechtelijke rechtspersonen’. Ook artikel 2 lid 3 borgstelling moet passen binnen gemeentelijke beleid en publieke taak’ en artikel 5. Lid 1 ‘borgstelling moet passen binnen het gemeentelijke beleidskader van de publieke taak. • Artikel 5 ‘aanvraag” en artikel 7 ‘voorwaarden’ bevatten beide voorwaarden voor het in aanmerking komen voor een gemeentelijke borgstelling. Beide artikelen zijn samengevoegd en uitgebreid. • Inconsequenties zijn eruit gehaald: de titel is aangepast naar de reikwijdte van de nota (gemeentelijke borgstellingen, overbodige, niet gebruikte of niet actuele definities zijn verwijderd en definities zijn overeenkomstig andere nota’s weergegeven, niet meer in tabelvorm. f.)
Relevante bepalingen uit de voormalige bijlage ‘beleidsregels’ zijn in de nota verwerkt, waardoor één volledige overkoepelende set aan beleidsregels ontstaat. De huidige bepalingen uit de bijlage overlapten bepalingen in de beleidsnota. Deels kwamen de regels wel terug in de beleidsnota, deels niet. Daarnaast is er bij sommige tekstpassages geen sprake van een beleidsregel. Dit draagt niet bij tot duidelijkheid. Ten behoeve van de eenduidigheid hebben de beleidsregels een plek gekregen in de beleidsnota.
3
1
Definities
Gemeentelijke borgstelling: een borgstelling is een overeenkomst waarbij de gemeente (de borg) de verplichting aangaat de prestatie die de schuldenaar moet verrichten ten opzichte van de schuldeiser, zelf (deels) na te komen indien de schuldenaar in gebreke blijft. De hoogte van het bedrag van de borgstelling wordt vooraf vastgesteld, vaak in een separate overeenkomst en heeft een directe verbinding met de onderliggende overeenkomst. In de borgstelling moet in alle gevallen duidelijk omschreven zijn waarvoor de borg garant staat. Schuldenaar: de organisatie waaraan de gemeente de borg heeft verleend, die de schuld bezit en daarmee degene die moet betalen. Achtervang Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW): WSW neemt de betaalverplichtingen voor een lening over wanneer de corporatie (ondanks de voordelige financieringsvoorwaarden) de rente en aflossing op een door WSW geborgde lening niet meer kan betalen. Alleen als WSW deze betaalverplichting niet uit de overige buffers in de zekerheidsstructuur kan voldoen, moeten Rijk en gemeenten bijspringen. Op grond van hun rol als achtervanger moeten zij in dat geval renteloze leningen aan WSW verstrekken en wel onder de volgende afspraken: • Het Rijk verstrekt in alle gevallen de helft (= 50%) van de renteloze leningen; • De zogenoemde “schadegemeenten” verstrekken samen een kwart (= 25%) van de renteloze leningen.
De schadegemeenten zijn de gemeenten die vermeld zijn in de leningen waarvoor WSW de betaalverplichting overneemt; • Alle gemeenten die achtervanger zijn van WSW (met inbegrip van de schadegemeenten) verstrekken samen het resterende kwart (= 25%) van de renteloze leningen. Wet Fido: Wet Financiering decentrale overheden. Regeling die bepaalt onder welke voorwaarden een gemeente middelen mag aantrekken of uitzetten. Publieke taak: taken die de (semi)overheid of publieke sector voor behartiging van een algemeen of publiek belang op grond van het legaliteitsbeginsel uitvoert en uit publieke middelen worden bekostigd. Rechtspersoon: Een rechtspersoon is een juridische constructie waardoor een organisatie, net als een natuurlijke persoon, in het recht als rechtssubject is erkend als drager van wettelijke rechten en plichten. rechtspersoon is de juridische tegenhanger van een natuurlijk persoon, iemand van vlees en bloed. Privaatrechtelijke rechtspersoon: Een privaatrechtelijke rechtspersoon is een rechtspersoon die aan het privaatrecht haar ontstaan en bestaan ontleent. Hieronder vallen: stichtingen, verenigingen, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen, naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid Voorliggende voorzieningen: Een voorliggende voorziening houdt in dat, alvorens een recht ontstaat op de voorziening, i.c.
gemeentelijke borgstelling of lening, rechten op andere voorzieningen eerst ingeroepen moeten worden. Subsidie: Een subsidie is een aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt, met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen en diensten.
4
Toelichting op de wijziging: Een aantal begrippen is toegevoegd, overbodige begrippen zijn verwijderd en de opsomming is conform andere nota’s opgezet.
5
2
Reikwijdte kaderstelling
1.
Gemeentelijke borgstelling wordt uitsluitend verstrekt voor te financieren zaken die vallen onder de publieke taak. Dat wil zegen dat dergelijke zaken moeten passen binnen en bijdragen aan het gemeentelijke beleid. Ook moet met de financiering een voor de gemeente relevant maatschappelijke doel worden gediend. Richtinggevend kaders hiervoor zijn opgenomen in beleidsnota’s en de begroting. Gemeentelijke borgstelling moet passen binnen het gemeentelijk beleid, de publieke taak, de wet Fido en het vigerende gemeentelijke treasury-statuut.
2. 3.
Toelichting op de wijziging: De reikwijdte van de kaderstelling is uitgebreid naar de publieke taak en niet meer gelimiteerd tot een aantal specifieke beleidsterreinen. Hieraan is de voorwaarde van het dienen van een relevant maatschappelijk doel toegevoegd. Daarnaast zijn passages over het verstrekken van geldleningen verwijderd. Vanwege het beleidsstandpunt dat gemeente Baarn geen leningen verstrekt (artikel 4.1) zijn dergelijke passages overbodig en verwarrend.
6
3
Bevoegdheid
1. 2. 3.
Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van gemeentelijke borgstelling. Hierbij is het college bevoegd om voorwaarden aan de gemeentelijke borgstelling te verbinden. Besluitvorming over borgstellingen groter dan € 250.000 neemt het college pas nadat de raad is geïnformeerd over de businesscase, financiële positie en de kredietwaardigheid van de aanvrager en in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen, met uitzondering van gemeentelijke borgstellingen in het kader van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw
7
Toelichting op de wijziging: Vanwege de actieve informatieplicht van het college worden aanvragen voor borgstellingen groter dan €250.000 vooraf voorgelegd aan de raad. Hiermee wordt aangesloten bij artikel 8 van de financiële verordening. Hierin is voor een aantal onderwerpen, waaronder het verstrekken van garanties groter dan €250.000, bepaald dat het college niet beslist voordat de raad is geïnformeerd en in de gelegenheid wensen en bedenkingen kenbaar te maken aan het college. Daarnaast zijn passages over het verstrekken van geldleningen verwijderd. Vanwege het beleidsstandpunt dat gemeente Baarn geen leningen verstrekt (artikel 4.1) zijn dergelijke passages overbodig en verwarrend.
8
4 1. 2. 3.
4. 5.
6.
Algemene kaderstelling De gemeente Baarn verstrekt geen geldleningen, tenzij het om stimuleringsregelingen gaat zoals de startersleningen, duurzaamheidsleningen en blijvers leningen De gemeente Baarn verstrekt borgstellingen uitsluitend aan organisaties die een privaatrechtelijke rechtspersoon zijn en een Baarns maatschappelijk belang dienen (geen winstoogmerk). Deze organisaties moeten gevestigd zijn in de gemeente Baarn, geen besloten karakter hebben en niet uitsluitend zijn gericht op het uitdragen van overtuigingen en denkbeelden van religieuze levensbeschouwelijke of politieke aard; De te financieren zaak moet in overwegende mate ten goede komen aan de inwoners van de gemeente Baarn en moet fysiek in de gemeente Baarn worden gerealiseerd. Gemeentelijke borgstelling hebben het karakter van een vangnetregeling. Mogelijkheden bij andere borgverstrekkers moeten eerst zijn benut. Daarnaast moet de aanvrager aantonen dat dat zonder borgstelling geen geldlening kan worden gekregen, bijvoorbeeld door het overleggen van minimaal twee afwijzingen van financiële instellingen. Daarnaast moeten voorliggende voorzieningen als zelfwerkzaamheid, eigen middelen, subsidiegelden en middelen van sponsoren, etc. aantoonbaar uitgeput zijn. De doelstelling/activiteit die de aanvraag met zich meebrengt vindt zoveel mogelijk plaats zonder tussenkomst van de gemeente.
Toelichting op de wijziging: Passages uit artikel 4, 5 en 6 met de strekking van algemene kaderstelling zijn samengevoegd tot één artikel. Enige kaders zijn toegevoegd en de begrippen ‘vangnetregeling’ en ‘voorgenomen voorzieningen’ zijn uitgewerkt. Bepalingen uit artikel 5 zijn ondergebracht bij relevantere artikelen en het vrijblijvende karakter (kunnen) is eruit gehaald: Lid 1 is ondergebracht bij artikel 2 Reikwijdte kaderstelling Lid 2 is ondergebracht bij artikel 4 Algemene kaderstelling Lid 3 is ondergebracht bij artikel 3 Bevoegdheid Daarnaast is er een nieuw artikel 8 Eisen aan de aanvraag toegevoegd, waarin inhoudelijke en procedurele eisen voor een aanvraag zijn opgenomen.
9
5
Specifieke kaderstelling
Cultuur, recreatie en toerisme Gemeentelijke borgstelling aan organisaties in het beleidsveld cultuur, recreatie en toerisme kunnen alleen verstrekt worden indien deze gericht is op het organiseren van evenementen in Baarn. Voor aanschaf van vaste activa gericht op dit beleidsveld wordt geen gemeentelijke borgstelling verstrekt. Sport Gemeentelijke borgstelling aan Baarnse sportclubs of -verenigingen worden alleen afgegeven indien de Stichting Waarborgfonds Sport op grond van een financiële toets een verklaring van geen bezwaar heeft afgegeven. Aanvullend moet de Stichting Waarborgfonds Sport de gemeente Baarn voor 50% van afgegeven borgstelling een (achter)borg geven. Wonen Op het beleidsterrein Wonen faciliteert gemeente Baarn via het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn) lening verstrekkingen het wonen in Baarn. Hiertoe neemt de gemeente Baarn via het Stimuleringsfonds (SVn) deel in zogeheten revolverende fondsen voor het verstrekken van leningen op het gebied van wonen. Door aflossing komt het uitgeleend geld weer terug in het gemeentelijk fonds en is dan opnieuw beschikbaar (revolveren) voor nieuwe leningen. Het gaat hier om startersleningen, duurzaamheidsleningen en blijvers leningen. Namens gemeente Baarn verstrekt en beheert SVn deze leningen en stelt hier voorwaarden aan.
Woningbouwcorporaties Stichting Waarborgfonds Woningbouw (WSW) voert de borgstelling voor leningen van lokale woningbouwcorporaties uit. In de afgesloten overeenkomst tussen de gemeente en WSW ligt onder meer vast dat corporaties rechtstreeks een borgstelling bij de stichting kunnen aanvragen tot een maximaal bedrag per jaar. Het college besluit jaarlijks over deze limiet per corporatie. Toelichting op de wijziging: Kaders voor specifieke beleidsterreinen zijn onder één artikel weergegeven. Passages over het verstrekken van geldleningen zijn verwijderd. Vanwege het beleidsstandpunt dat gemeente Baarn geen leningen verstrekt (artikel 4.1) zijn dergelijke passages overbodig en verwarrend.
10
6
Voorwaarden
1.
De hoofdsom van de lening mag uitsluitend worden gebruikt voor het doel waarvoor deze is aangegaan. 2. Het financiële risico van de borgstelling dient voor de gemeente zo gering mogelijk te zijn. Daarvoor moet de financiële positie en meerjarenbegroting van de aanvrager zodanig zijn dat rente en aflossing betaald kunnen blijven worden. 3. Er worden zekerheden gevraagd. Dit betekent dat ingeval de te financieren zaak een onroerende zaak is, het recht van hypotheek ten gunste van de gemeente wordt gevestigd en voor roerende zaken een recht van pand wordt verleend 4. De looptijd van de borgstelling moet zijn afgestemd op de te verwachten technische gebruiksduur (dan wel economische levensduur als deze korter is) van de te financieren zaak. De maximale looptijd is 30 jaar. 5. De omvang van de borgstelling moet minimaal € 30.000 zijn. 6. De aanvrager die een gemeentelijke borgstelling toegekend heeft gekregen (schuldenaar), levert uiterlijk twee maanden na einde boekjaar een saldo-bevestiging van de geldlening. 7. De schuldenaar moet vóór 1 juli van ieder jaar een jaarrekening van het vorig jaar en een begroting van het komend jaar bij de gemeente indienen waarin bekende en verwachte financiële risico’s zijn opgenomen en van maatregelen zijn voorzien. 8.
De schuldenaar wordt verplicht om het college van B&W direct te informeren bij financiële tegenvallers boven 10% van hun balanstotaal en vragen over de validiteit van de gemeentelijke borgstelling direct te beantwoorden. 9. Om de validiteit van de gemeentelijke borgstelling te waarborgen is de schuldenaar verplicht aanwijzingen van het college over inhoudelijke en financiële zaken op te volgen. 10. Bij inroepen van de gemeentelijke borgstelling voor betaling van rente en aflossing ontstaat voor hetzelfde bedrag een vordering op de schuldenaar, vermeerderd met de op het moment van aanspraak geldende wettelijke rente. In een overeenkomst met de aanvrager wordt vastgelegd hoe de vordering wordt ingelost. Toelichting op de wijziging: Het artikel voorwaarden is ‘smarter’ gemaakt en completer gemaakt, o.a. met het toevoegen van een aantal passages uit de bijlage ‘beleidsregels’. Hiermee wordt de zekerheidsstelling van de gemeente vergroot.
11
7
Eisen aan de aanvraag
1. Een aanvraag voor een borgstelling waarin het doel, de hoogte en de looptijd van achterliggende lening is opgenomen, wordt schriftelijk bij het college ingediend. Verplichtingen in verband met de af te sluiten geldlening mogen door de aanvrager nog niet zijn aangegaan. 2. De aanvraag moet worden gedaan door het orgaan, dat daarvoor volgens de statuten van de betreffende organisatie bevoegd is. 3. De aanvraag moet vergezeld gaan van: a. een recent uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel; b. een exemplaar van de geldende statuten van de organisatie; c. een opgave van de bestuurssamenstelling; d. kopie van het verslag van een bestuursvergadering waarin is ingestemd met de op te nemen geldlening e. tekeningen en technische omschrijving als de borgstelling de lening voor de aankoop of verbouwing van een onroerende zaak betreft; f. een document waaruit blijkt in welke mate het onderpand vrij is van hypotheek (of van pand als het om roerende zaken gaat); g. de laatst bekende taxatiewaarde (niet ouder dan een half jaar) van het onderpand voor de onroerendezaakbelasting ingeval het gaat om een bestaand onroerende zaak; h. de jaarrekeningen, inclusief balans en verlies- en winstrekening van de laatste drie boekjaren (inclusief eventuele accountantsverklaringen).
Bij een nieuwe organisatie zoveel afschriften van jaarrekeningen als redelijkerwijs beschikbaar kunnen zijn; i. de vastgestelde begroting van het huidige boekjaar, het komende boekjaar en een meerjarenbegroting waarin rente en aflossing van de geldlening zijn verwerkt; j. een gespecificeerde opstelling van de wijze van financiering van de voorgenomen investering, waaronder de concept-leningsovereenkomst met de beoogde financiële instelling dan wel een offerte van de beoogde financiële instelling waarin in ieder geval zijn opgenomen de leenvoorwaarden; k. een opgaaf van het gemeentelijk publieke belang van de activiteiten van de aanvrager waarop de garantie of geldlening betrekking heeft; l. een opgave van aanwezig en/of verwachte risico’s m. eventuele andere bescheiden die het college van burgemeester en wethouders nodig acht om de aanvraag goed te kunnen behandelen. 4. Het college kan bepalen dat één of meer van de onder lid 3 genoemde documenten niet hoeven te worden overgelegd, als dat redelijkerwijs niet nodig is voor het nemen van een besluit op een aanvraag om een borgstelling te verstrekken. 5. Indien bij de aanvraag niet alle gevraagde gegevens worden verstrekt, wordt er een hersteltermijn van vier weken geboden om de gevraagde gegevens alsnog te leveren.
Indien ook na het verstrijken van de hersteltermijn de aanvraag niet volledig is, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.
Toelichting op de wijziging: Een nieuw artikel waarin inhoudelijke en procedurele bepalingen voor de aanvraag zijn opgenomen. Hierdoor is de op te leveren informatie voor een aanvrager duidelijk.
12
8 1.
2.
3.
Weigeringsgronden Het college wijst de aanvraag om verstrekking van een borgstelling in ieder geval af indien: a) de aanvrager (naar redelijke verwachting) niet kan voldoen aan de aan de borgstelling verbonden verplichtingen; b) twijfel bestaat omtrent het bestaansrecht van de aanvrager gedurende de looptijd van de geldlening waartoe een borgstelling wordt gevraagd; c) de waarde van de te realiseren zaak of zaken de gemeente onvoldoende zekerheid biedt voor verhaal van rente en aflossing van de geldlening, ter verkrijging waarvan de borgstelling is gevraagd; d) de aanvrager bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt; e) de activiteiten naar het oordeel van het college concurrerend zijn met reeds aanwezige voorzieningen waar gelijke of gelijksoortige activiteiten worden verricht. Geen borgstelling is mogelijk als een beroep kan worden gedaan op een voorziening in de vorm van een (nationaal) waarborgfonds zoals Waarborgfonds Sociale Woningbouw, Waarborgfonds voor de Zorg en Waarborgfonds Kinderopvang. Dit geldt niet voor het Waarborgfonds Sport die voor zijn borgstelling als voorwaarde heeft dat de gemeente voor 50% medeborgstelling verstrekt. Specifiek voor sport is geen borgstelling mogelijk als de Stichting Waarborgfonds Sport geen medeborgstelling verleend. Zonder medewerking van dit Fonds wordt in beginsel geen borgstelling door de gemeente verstrekt.
Deze stichting biedt naast een borgstelling van 50% (over een gemaximaliseerd bedrag) ook een aanvullende toetsing zoals een sporttechnische keuring en een jaarlijkse controle van de begroting en jaarrekening.
Toelichting op de wijziging: Nieuw artikel met afwijzingsbepalingen. Ten behoeve van de eenduidigheid en risicobeperking aan het beleidskader toegevoegd.
13
9 1.
2.
3.
4. 5. 6.
7.
Overige criteria en verplichtingen Het college maakt het besluit om al dan niet borgstelling te verstrekken door middel van een brief bekend aan de aanvrager. Bij verstrekking van een borgstelling worden voorwaarden in die brief opgenomen met betrekking tot: maximale hoogte, maximale looptijd en wijze van aflossing van de door een financiële instelling te verstrekken geldlening waarvoor de borgstelling wordt verstrekt; De aanvrager heeft een instandhouding- en onderhoudsverplichting van het onderpand. De aanvrager verplicht zich daarom tot het afsluiten van opstal- en inboedelverzekeringen en het in goede staat houden van het onderpand gedurende de gehele looptijd van de borgstelling. Hiertoe moeten gedurende de looptijd van de geldlening in de exploitatiebegroting van de aanvrager voldoende financiële middelen worden opgenomen. De gemeente heeft de mogelijkheid controle uit te oefenen of de onroerende zaak, waarop de hypotheek is gevestigd, voldoende wordt onderhouden. Zonder toestemming van het college is de geldnemer niet toegestaan nieuwe geldleningen, rekening courantovereenkomsten of borgtochten aan te gaan, gelden uit te lenen, gelden te beleggen dan wel een organisatiewijziging door te voeren. Zonder voorafgaande toestemming van het college is het de geldnemer niet toegestaan onroerende zaken te vervreemden, te bezwaren dan wel te veranderen van bestemming.
De te verstrekken borgstelling moet voldoen aan de geldende regelgeving rondom staatssteun. De borgstelling wordt pas geacht te zijn verleend, nadat de aanvrager door ondertekening uitdrukkelijk en zonder voorbehoud met de overeenkomst en de daarin vastgelegde verplichtingen heeft ingestemd. De borgtochtverklaring aan de financiële instelling (geldgever) wordt afgegeven onder de volgende voorwaarden: a. de geldgever is verplicht zijn bestaande of toekomstige zekerheden eerst uit te winnen voordat de gemeente aangesproken wordt; b. als de gemeente aangesproken wordt als borg, treedt zij in de rechten van de geldnemer; c. gemeente wordt gevrijwaard van uit de gemeentegarantie voortvloeiende verplichtingen, wanneer de geldgever een of meer zekerheden niet geheel of gedeeltelijk heeft aangewend, tenzij de gemeente hiervoor vooraf schriftelijk toestemming heeft verleend; d. de geldgever dient erop toe te zien dat bij vervreemding van de onroerende zaak, de geldlening volledig wordt afgelost en de afgegeven gemeentegarantie komt te vervallen; e. de geldgever dient de gemeente jaarlijks te informeren over de restantschuld van de geldlening; f. bij ingebrekestelling van de geldnemer dient de gemeente daarvan direct een afschrift te ontvangen van de geldgever; g. de geldgever verleent geen uitstel van betaling aan geldnemer zonder schriftelijke toestemming van de gemeente; h.
de geldgever zal de faciliteiten betreffende de geldlening niet verhogen of uitbreiden zonder schriftelijke toestemming van de gemeente; i. als de gemeente krachtens de borgstelling een betaling verricht in de plaats van een in gebreke gebleven geldnemer, is de regresvordering van de gemeente en een eventueel faillissement van de geldnemer bevoorrecht op eventuele andere vorderingen die een geldverstrekker op de geldnemer heeft.
14
Toelichting op de wijziging: Nieuw artikel met aanvullende zekerheden voor de gemeente: het behoud van waarde van een onderpand, voorkomen van andere schulden bij de schuldenaar en verplichtingen van de geldgever om eventuele schade voor de gemeente zoveel mogelijk te beperken.
15
10
Rapportage
Het college rapporteert aan de raad over het totaal van gemeentelijke borgstellingen en de ontwikkeling ervan in de jaarrekening. Indien er gedurende het jaar zich ontwikkelingen voordoen, dan wordt ook tussentijds gerapporteerd.
Toelichting op de wijziging: Tekstuele aanpassing om te verduidelijken wie waarover rapporteert.
11
Hardheidsclausule
In voorkomende gevallen kan het college beargumenteerd anders besluiten. Dit besluit staat open voor bezwaar en beroep.
12 1. 2. 3.
Inwerkingtreding en citeertitel De nota ‘Borgstellingen en verstrekken van geldleningen 2019’ wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum. De nieuwe nota treedt met terugwerkende kracht in werking met ingang van 1 januari 2024. Deze nota wordt in de gemeentelijke stukken aangehaald als ‘Nota Gemeentelijke borgstellingen Gemeente Baarn 2024’.
16