CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

854040 VVGB Zuidereind 11 bijlage 19 M.E.R. beoordelingsbesluit

Besluit in de Raad 29 november 2023, gemeente BaarnBij agendapunt: Ontwerp verklaring van geen bedenkingen Zuidereind 112.851 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Archimedeslaan 6 Postbus 85242 3508 AE Utrecht

I113

UTRECHT

Gemeente Baarn Omgevingsloket Wabo Postbus 1003 3740 BA Baarn

Contactpersoon

De heer T.H. van Engelenhoven

Telefoonnummer

Briefnummer

31 juli 2023 Z/23/730858 D2023-165665

E-mailadres

030-7023515 t.vanengelenhoven@rudutrecht.nl

Uw nummer

-

Aantal bijlage(n)

1

Onderwerp

Begeleidende brief bij het M.E.R. beoordelingsbesluit

Pagina

1

Datum Zaakkenmerk

Geachte heer Nap, Op 2 februari 2023 hebben wij een aanmeldnotitie ontvangen als bedoeld in artikel 7.16, eerste lid van de Wet milieubeheer (Wm) voor een wijziging van een agrarisch bedrijf aan het Zuidereind 11 te Baarn. Bijgaand ontvangt u het M.E.R. beoordelingsbesluit. Meer informatie over de afhandeling meldingen, vergunningen en ontheffingen vindt u op www.rudutrecht.nl/vergunningverlening. Tot slot Heeft u nog vragen over deze brief? Neem dan contact op met de vergunningverlener via bovenstaande contactgegevens. Vermeld bij het mailen/corresponderen altijd het zaaknummer: Z/23/730858.

Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van de gemeente Baarn, namens hen,

mr. B.B. (Boris) van de Water Strategisch manager/teamleider RUD Utrecht

De Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Utrecht verleent vergunningen en handhaaft wetten en regels op het gebied van milieu, natuur, bodem, landschap en water. De RUD werkt voor de provincie Utrecht en 11 gemeenten.

Archimedeslaan 6 Postbus B5242 3508 AE Utrecht

UTRECHT

Besluit mer-beoordeling van de gemeente Baarn (mer = milieueffectrapportage)

Datum Zaakkenmerk Briefnummer Uw nummer Onderwerp

31 juh 2023 Z/23/730858 D2023-165207 OLO-nr. 7498577 Besluit m.e.r-beoordeling Zuidereind 11 te Baarn

Bijlage(n)

De heer T.H. van Engelenhoven 06-31103509 t.vanengelenhoven@rudutrecht.nl -

Pagina

1 van 9

Contactpersoon Telefoonnummer E-mailadres

BESLUIT MER-BEOORDELING

Onderwerp Op 2 februari 2023 hebben wij een schriftelijke mededeling (verder: aanmeldnotitie) ontvangen als bedoeld in artikel 7.16, eerste lid van de Wet milieubeheer (Wm) voor een wijziging van een agrarisch bedrijf aan het Zuidereind 11 te Baarn. Besluit Wij besluiten, gelet op artikel 7.2, eerste lid onder b, in samenhang met artikel 7.17, eerste lid van de Wm, dat er voor de omgevingsvergunning, waarin de activiteiten zoals opgenomen in de aanmeldnotitie, geen milieueffectrapport (MER) hoeft te worden opgesteld. Ondertekening Burgemeester en wethouders van de gemeente Baarn namens hen,

,

mr. B.B. (Boris) van de Water Strategisch manager/teamleider RUD Utrecht

Regionale uitvoeringsdienst Utrecht Team vergunningverlening bedrijven

Besluit d.d. 31 juli 2023/D2023-165207

2 van 10

Z/23/730858 - D2023-165207

Rechtsbescherming Voorbereidingsbesluit Dit besluit wordt gezien als een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 6:3 van de Algemene wet bestuursrecht. Tegen dit besluit kan alleen bezwaar worden gemaakt door een belanghebbende, die - los van het besluit omgevingsvergunning Wabo - rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen. Voor de volledigheid wordt hierbij opgemerkt dat volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een belanghebbende niet rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen als een m.e.r-beoordelingsbesluit inhoudt dat geen milieueffectrapport hoeft te worden gemaakt, zoals bij dit besluit het geval is.

Regionale ultivoeringsdienst Utrecht Team vergunningverlening bedrijven

Besluit d.d. 31 juli 2023/D2023-165207

Inhoudsopgave PROCEDURELE OVERWEGINGEN 1

PROCEDURELE ASPECTEN 1.1 Omschrijving inrichting en activiteiten I.2 Gevolgde procedure

INHOUDELDKE OVERWEGINGEN 1

TOETSINGSKADER 1.1 Beoordeling I.2 Conclusie

4 4 4 4 5 5 5 9

Regionale uitvoeringsdienst Utrecht Team vergunningverlening bedrijven

Besluit d.d. 26 juli 2023

4 van 10

Z/23/730858 - 02023-165207

PROCEDURELE OVERWEGINGEN

1

PROCEDURELE ASPECTEN

1.1

Omschrijving inrichting en activiteiten

De aanmeldnotitie heeft betrekking op de beoordeling van de m.e.r.-plicht in het kader van een aanvraag voor een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De aanvraag heeft betrekking op het veranderen van een bestaande veehouderij. Er wordt een nieuwe stal gebouwd en de veebezetting wordt verminderd.

1.2

Gevolgde procedure

De aanmeldnotitie in het kader van de m.e.r.-beoordeling is door ons ontvangen op 2 februari 2023. Op 22 februari 2023 is er een verzoek aanvullende gegevens verzonden aan de aanvrager. Deze aanvullingen zijn door ons ontvangen op 20 april 2023. Op grond van artikel 7.17, eerste lid, van de Wm moeten wij besluiten of er bij de voorbereiding van de omgevingsvergunning, een MER moet worden gemaakt.

Regionale uitvoeringsdienst Utrecht Team vergunningverlening bedrijven

Besluit d.d. 31 juli 2023/D2023-165207

INHOUDELIJKE OVERWEGINGEN

1

TOETSINGSKADER

1.1

Beoordeling

Bij de beoordeling zijn de volgende stukken betrokken: aanvraagformulier met OLO-nummer 7498577, d.d. 10 januari 2023; • • aanmeldnotitie vormvrije MER, d.d. 17 maart 2023, inclusief V-stacks geurberekening; • plattegrondtekening, d.d. 19 december 2022, laatst gewijzigd op 18 januari 2023; • AERIUS-verschilberekening d.d. 17 maart 2023, kenmerk RmocaQVcFiij. Bij de beoordeling van de vraag of er ten behoeve van de aanvraag voor de omgevingsvergunning ingevolge de Wabo een MER moet worden opgesteld, is uitgegaan van de omstandigheden zoals beschreven in de aanmeldnotitie. De veebezetting van de aangevraagde situatie en de bestaande situatie conform de omgevingsvergunning van 8 november 2012 met nummer Z-HZ_WABO-2012-000257 is in onderstaande tabel vermeld. RAV-categorie en diersoort C 1.100 C 2.100 C 3.100

Geiten ouder dan 1 jaar Opfokgeiten van 61 dagen tot en met 1 jaar Opfokgeiten en afmestlammeren tot en met 60 dagena

aantal dieren bestaand aanvraag 1.200 1.285 600 400 600 350

a. Gerdarnmeren met een leeftijd tot 30 dagen op de locate van het melkgertenbedrig worden niet meegeteld (5t2atscourant 2020, 7734)

Activiteiten en gevallen A. In onderdeel C van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage (hierna Besluit mer) staan de activiteiten, gevallen, plannen en besluiten ten aanzien waarvan het maken van een MER verplicht is (artikel 2, vijfde lid, eerste volzin, van het Besluit mer, zoals dit luidt met de inwerkingtreding op 7 juli 2017 van het wijzigingsbesluit van 21 april 2017 (Staatsblad 175, 2017)). B.

In onderdeel D van de bijlage staan de activiteiten, gevallen, plannen en besluiten ten aanzien waarvan moet worden beoordeeld of een MER moet worden gemaakt (artikel 2, vijfde lid, tweede volzin aanhef, onder a van het Besluit mer, § 7.6 Wm).

C.

Deze beoordeling vindt ook plaats in overige gevallen (artikel 2, vijfde lid, tweede volzin aanhef, onder b van het Besluit mer).

De relevante verandering in de inrichting in relatie tot het Besluit mer is het wijzigen van de veebezetting en de bouw van een nieuwe stal.

Ad A. Onder categorie C14 van onderdeel C wordt in kolom 1 als activiteit gegeven: De oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor het fokken, mesten of houden van pluimvee of varkens. In kolom 2 (gevallen) zijn drempelwaarden gegeven waarboven een MER gemaakt moet worden. Dit onderdeel heeft geen betrekking op het fokken, mesten of houden van geiten.

Regionale uitvoeringsdienst Utrecht Team vergunningverlening bednyen

Besluit d.d. 26 juli 2023

6 van 10

Z/23/730858 - 02023-165207

Ad B. Onder categorie D14 van onderdeel D wordt in kolom 1 als activiteit gegeven: De oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren. In kolom 2 (gevallen) zijn drempelwaarden gegeven waarboven beoordeeld moet worden of een MER moet worden gemaakt. Voor geiten (Rav-categorie C) is de drempelwaarde 2.000 stuks. De verandering van de inrichting betreft geen uitbreiding van 2.000 stuks geiten of meer. De drempelwaarde wordt niet overschreden. Ad C. De veranderingen vallen hier dus onder de gevallen van artikel 2, vijfde lid, tweede volzin aanhef, onder b van het Besluit mer. Mer-beoordeling Het bevoegd gezag beslist of bij de voorbereiding van het betrokken besluit voor de activiteit, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een MER moet worden gemaakt (artikel 7.17, eerste lid van de Wm). Op grond van artikel 7.17, derde lid van de Wm houdt het bevoegd gezag bij zijn beslissing rekening met de relevante criteria van bijlage III bij de mer-richtlijn (Richtlijn 2011/92/EU van 13 december 2011 en Richtlijn 2014/52/EU van 16 april 2014 tot wijziging van Richtlijn 2011/92/EU). De criteria van bijlage III bij de mer-richtlijn hebben in hoofdlijnen betrekking op: 1. de kenmerken van het project; 2. de locatie van het project; 3. de soort en kenmerken van het potentiële effect.

Ad 1 en 2 De kenmerken en de locatie van het project worden beschreven in de aanmeldnotitie. De locatie Zuidereind 11 te Baarn is kadastraal bekend bij de gemeente Baarn onder BAA01-O-73 en BAA01-O-153. Het project betreft het wijzigen van de veehouderij van 2.400 naar 2.035 geiten, onderverdeeld in 1.285 geiten ouder dan 1 jaar (C 1.100), 400 opfokgeiten van 61 dagen tot en met 1 jaar (C 2.100) en 350 opfokgeiten en afmestlammeren tot en met 60 dagen (C 3.100). De nieuwe geitenstal (stal K) is gesitueerd binnen het bouwvlak. Er geld voor huisvestingssystemen van geiten geen maximale emissiewaarde vanuit het Besluit emissiearme huisvesting. De Wet ammoniak en veehouderij (Wav) bepaalt dat binnen een zone van 250 meter rond zeer kwetsbare gebieden geen oprichtingen van veehouderijen zijn toegestaan en dat uitbreidingen van het aantal dieren van één of meer diercategorieën uitsluitend toegestaan zijn, als het (gecorrigeerd) maximaal emissieplafond voor ammoniak wordt gerespecteerd. De dierenverblijven van onderhavige inrichting liggen niet binnen een zone van 250 meter van een zeer kwetsbaar gebied. Voor deze inrichting geldt op grond van de Wav geen beperking met betrekking tot het ammoniakplafond. Ad 3 Ammonák Rav-categorie en diersoort

C 1.100 C 2.100 C 3.100

geiten ouder dan 1 jaar opfokgeiten van 61 dagen tot en met 1 jaar opfokgeiten en afmestlammeren tot en met 60 dagen

aantal dieren vergund

aanvraag

ammoniakemissiefactor (kg/dier/jaar)

1.200 600

1.285 400

1,9 0,8

2.280,0 480,0

2.441,5 320,0

600

350

0,2

120,0

70,0

2.880,0

2.831,5

totaal

ammoniakemissie (kg/jaar) vergund aanvraag

* Uitgaande van de Regeling ammoniak en veehouderij geklend vanaf 1 december 2022

Regionale uitvoeringsdienst Utrecht Team vergunningverlening bedrijven

Besluit d.d. 31 juli 2023/D2023-165207

De ammoniakemissie vanuit dierverblijven neemt af met 48,5 kg/jaar. Dit is een reductie van 1,7%. De afstand tot een zeer kwetsbaar gebied vanaf de dichtstbijzijnde stal is circa 2,75 kilometer. Het bedrijf ligt dus niet binnen 250 meter van een zeer kwetsbaar gebied met betrekking tot de Wav. Artikel 3.114 van het Activiteitenbesluit milieubeheer (Activiteitenbesluit) is daarom niet van toepassing.

Geur Rav-categorie en diersoort

C 1.100 C 2.100 C 3.100

geiten ouder dan 1 jaar opfokgeiten van 61 dagen tot en met 1 jaar opfokgeiten en afmestlammeren tot en met 60 dagen

aantal dieren vergund

aanvraag

1.200 600

1.285 400

geuremissiefactor (odour units/ dier/seconde)* 18,8 11,3

600

350

5,7

totaal

geuremissie (odour units/seconde) vergund aanvraag 22.560 6.780

24.158 4.520

3.420

1.995

32.760

30.673

'Uitgaande van de Regeling geurhinder en veehoudenj geldend vanaf 1december 2022

De geuremissie neemt af met 2.087 odour units/sec. Ten opzichte van de eerder vergunde situatie betekent dit een afname van 6,4%. Uit een V-stacks berekening van de aanvrager van de geurbelasting bij nabijgelegen woningen van derden blijkt dat zowel binnen de bebouwde kom als buiten de bebouwde kom ruimschoots wordt voldaan aan de maximale geurbelasting van respectievelijk 3 en 14 odour units/m3 . De Wet geurhinder en veehouderij beschrijft een minimale afstand van de buitenzijde van het dichtstbijzijnde dierenverblijf tot de buitenzijde van een geurgevoelig object. Deze minimale afstand dient 25 meter te bedragen bij een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom en 50 meter bij een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom. Aan deze afstandsnormen wordt voldaan.

Fijnstof Rav-categorie en diersoort

C 1.100 C 2.100 C 3.100

geiten ouder dan 1 jaar opfokgeiten van 61 dagen tot en met 1 jaar opfokgeiten en afmestlammeren tot en met 60 dagen

vergund 1.200 600

aanvraag 1.285 400

fijnstofemissiefactor (g/ dier/jaar)* 19,0 10,0

600

350

10,0

aantal dieren

totaal

fijnstofemissie (g/jaar) vergund aanvraag 22.800 24.415 6.000 4.000 6.000

3.500

34.800

31.915

`Uitgaande van de emissiefactoren fijristof voor de veehoudenj zoals deze zijn gepubliceerd op www.rificsoverheidn1d.d 15 februari 2023

De fijnstofemissie neemt door de wijzigingen af met 2.885 gram per jaar. Ten opzichte van de eerder vergunde situatie betekent dit een afname van 8,3%. Omdat er sprake is van een afname in de fijnstofemissie, is de beoogde verandering aan te merken als 'Niet in betekenende mate' (NIBM). Er is dan ook geen ISL3a berekening nodig voor de fijnstofemissie.

Gelud De dichtstbijzijnde woningen van derden, gelegen aan het Zuidereind 9 en 13, bevinden zich op respectievelijk circa 160 en circa 165 meter afstand van de stallen. De geluidsemissie wordt in de beoogde situatie met name veroorzaakt door transportbewegingen tijdens de gangbare werktijden van 6.00 uur tot 22.00 uur. Gedurende Regionale uitvoenngsdienst Utrecht Team vergunningvertening bedrijven

Besluit d.d. 26 juli 2023

8 van 10

Z/23/730858 - D2023-165207

maximaal 12 dagen per jaar zullen er werkzaamheden plaatsvinden op afwijkende tijdstippen. De hoeveelheid transportbewegingen zijn vergelijkbaar met de hoeveelheid transportbewegingen in de vigerende situatie. De activiteiten op het buitenterrein wijzigen niet en bestaan uit het laden en lossen van dieren, de aanvoer van ruwvoer, de afvoer van mest, de aanvoer van dieselolie en de afvoer van kadavers. Het manoeuvreren en parkeren van voertuigen vind op het erf plaats.

Afvalstoffen en afvalwater Afvalstoffen die binnen de inrichting vrijkomen (met name kadavers, restafvalstoffen, papier en GFT) worden door erkende inzamelaars afgevoerd. Het bedrijfsafvalwater dat vrijkomt, wordt opgevangen in de mestput en samen met de drijfmest uitgereden op landbouwgronden conform de Meststoffenwet. Huishoudelijk afvalwater wordt geloosd op het vuilwaterriool. Vaste mest wordt bovengronds opgeslagen met een maximale opslagcapaciteit van 600 m3. Artikel 3.45 en 3.46 uit het Activiteitenbesluit schrijven voor dat het opslaan van agrarische bedrijfsstoffen ten minste plaatsvindt op 100 meter afstand tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom en 50 meter afstand tot een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom. Aan deze afstandseisen wordt voldaan.

Overige kenmerken en gevolgen Er zijn ook gevolgen voor bodem en energie aan de orde. Gelet op de algemeen geldende regels die volgens het Activiteitenbesluit van toepassing zijn, treft de initiatiefnemer voldoende maatregelen om gevaar, schade of hinder voor de omgeving te voorkomen dan wel te beperken tot het wettelijk toegestane niveau.

Risico van zware ongevallen De aard van de activiteiten van een veehouderij zijn niet van dien aard dat zij, bij een normale bedrijfsvoering, extra risico op ongevallen herbergen. Het bedrijf heeft geen opslag van gevaarlijke stoffen, die onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen vallen en de richtlijnen voor vervoer gevaarlijke stoffen (circulaire normering gevaarlijke stoffen, augustus 2004/2010). De gebruikte stoffen of technologieën die risico van ongevallen met zich meebrengen, zullen gereguleerd worden in de nog te verlenen omgevingsvergunning en in de algemeen geldende regels die volgens het Activiteitenbesluit van toepassing zijn. Daartoe zal bij het verlenen van de omgevingsvergunning getoetst worden of aan de daarop van toepassing zijnde wet- en regelgeving voldaan wordt en zullen, indien nodig, aanvullende voorschriften worden opgenomen.

Risico's voor de menselijke gezondheid Gezien de dieraantallen afnemen ten opzichte van de huidige situatie en de bedrijfsvoering nagenoeg onveranderd zal blijven, zullen de algehele risico's voor de menselijke gezondheid niet vergroot worden. Aan de fijnstof- en geurregelgeving wordt ruim voldaan. Gezien de stand van de technieken die gebruikt worden in de veehouderijsector zijn andere (aanvullende) maatregelen redelijkerwijs niet mogelijk/reëel. Geitenhouderijen worden in verband gebracht met een groter risico op longontsteking voor omwonenden. Om dit risico te beperken, is een uitbreidingsbeperking opgenomen in de Interim Omgevingsverordening van de Provincie Utrecht (IOV). Uit artikel 10.6a, eerste lid van de IOV volgt dat het verboden is om de oppervlakte van een dierenverblijf voor geiten te vergroten, tenzij het vergunde of het aantal gemelde geiten aantoonbaar niet toeneemt. Onder de vigerende omgevingsvergunning mogen er binnen de inrichting maximaal 2.400 geiten gehouden worden. In de beoogde situatie worden er maximaal 2.035 geiten gehouden. Dit is een afname van 365 stuks. Er is aangetoond dat het aantal vergunde geiten niet toeneemt, wat maakt dat het vergroten van de oppervlakte van dierenverblijven voor geiten in deze situatie is toegestaan.

Mede gelet op de in de aanvraag omschreven veranderingen van de inrichting en het feit dat er aan het gestelde in de IOV wordt voldaan, zijn er naar ons oordeel geen zodanige risico's voor de gezondheid aanwezig dat de aangevraagde omgevingsvergunning milieu om die reden zou moeten worden geweigerd.

Regionale uitvoeringsdienst Utrecht Team vergunningverlening bedrijven

Besluit d.d. 31 juli 2023/D2023-165207

1.2

Conclusie

De nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van de verandering van de inrichting zijn, gezien het bovenstaande, niet zodanig belangrijk dat hiervoor op grond van artikel 7.17, eerste lid van de Wm, een MER gemaakt moet worden.

Regionale uitvoeringsdienst Utrecht Team vergunningverlening bednjven

Besluit d.d. 26 juli 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13352020/1