CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

854040 VVGB Zuidereind 11 bijlage 11 Quickscan F F

Besluit in de Raad 29 november 2023, gemeente BaarnBij agendapunt: Ontwerp verklaring van geen bedenkingen Zuidereind 114.098 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gertjan Cozijnsen De haarstraat 1 3861 VE Nijkerk Kvk:85564753 Btw-id: NL004115333B71 Iban: NL61RABO0189385928 Tel: 0642926885 Email: info@cozijnsenflorafaunaadvies.nl

VERKENNEND ONDERZOEK NAAR BESCHERMDE FLORA EN FAUNA AAN DE ZUIDEREIND 11 TE BAARN

Opdrachtgever: Contactpersoon: Kenmerk rapport: Datum veldbezoek: Datum rapport: Versie Auteur

Van Westreenen Adviseurs Dhr. W. Westerbeke 23VC037 9 maart 2023 16 maart 2023 1.0 Gertjan Cozijnsen

Zuidereind 11 - Baarn

1

Inhoudsopgave

1.INLEIDING 1.1 AANLEIDING EN DOEL 1.2 OMSCHRIJVING GEBIED

2 3 3

2.OMSCHRIJVING PERCEEL 2.1 ALGEMEEN 2.2 BESCHRIJVING

4 4 4

3. ONDERZOEKSMETHODE 3.1 OPZET 3.2 BRONNENONDERZOEK 3.3 VELDBEZOEK

5 5 5 5

4.NATUURWETGEVING EN BELEID 4.1 WET NATUURBESCHERMING 4.2 ZORGPLICHT EN VERBODSBEPALINGEN

6 T/M 7 6 6 T/M 7

5.EFFECTEN VAN HET PLAN / DE ACTIVITEITEN 5.1 INGREPEN 5.2 BESCHERMING HOUTOPSTANDEN 5.3 BESCHERMING VAN SOORTEN 5.4 FLORA 5.5 GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN 5.6 VLEERMUIZEN 5.7 VOGELS 5.8 AMFIBIEËN EN REPTIELEN 5.9 VISSEN 5.10 INSECTEN, LIBELLEN EN ONGEWERVELDEN 5.11 EFFECTENBEOORDELING 5.12 GEBIEDSBESCHERMING

8 8 8 8 9 9 10 10 11 11 11 12 13 T/M 14

6.CONCLUSIE EN ADVIES 6.1 CONCLUSIE 6.2 ADVIES

15 15 15

7.BRONNEN BIJLAGE 1 FOTO OVERZICHT BIJLAGE 2 OVERZICHTSTEKENING BIJLAGE 3 REGISTRATIEFORMULIE FLORA FAUNA INVATARISATIE BIJLAGE 4 TOELICHTING REGISTRATIEFORMULIER

16 17 18 T/M 19 20 T/M 21 22 T/M 23

Zuidereind 11 - Baarn

2

1.Inleiding 1.1 Aanleiding en doel In opdracht van Van Westreenen Adviseurs heeft Cozijnsen flora fauna advies een QuickScan uitgevoerd aan de Zuidereind 11 te Baarn, in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). De aanleiding voor dit verzoek zijn de voorgenomen plannen voor de bouw van een nieuw bedrijfsgebouw t.b.v. geitenhouderij. Deze QuickScan zoomt in op de (mogelijke) effecten door de activiteiten en op welke wijze gehandeld kan worden. Mochten de voorgenomen plannen gewijzigd worden dient voorliggend onderzoek te worden geactualiseerd. De resultaten in deze QuickScan zijn drie jaar geldig. Het doel van dit onderzoek is door middel van een oriënterend bronnenonderzoek en veldbezoek te onderzoeken of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot overtredingen van de wet natuur bescherming (Wnb).

Bron: bewerkte versie kadestralekaart.com, rode vlak betreft globaal het plangebied op het perceel.

1.2 Omschrijving gebied Het perceel bevindt zich ten noordoosten van Baarn in de gemeente Baarn. Ten westen aan de overzijde van de Eem is een industrieterrein gelegen met onder meer zandhandel en asfaltproductie. Ten zuiden van het perceel is de rijksweg A1 gelegen. Deze lager gelegen gronden langs de Eem worden al eeuwen als weide en hooiland voor de veehouderij gebruikt.

Zuidereind 11 - Baarn

3

1950

2022

Bron: topotijdreis.nl

2.Omschrijving perceel 2.1 Algemeen Het plangebied is te vinden aan de Zuidereind 11 te Baarn. Het voornemen is om een nieuw bedrijfsgebouw te realiseren t.b.v. geitenhouderij, hieronder in rode vlak globaal aangegeven als (1).

Globale aanduiding: (1) rode vlak betreft de locatie voor de nieuw te bouwen bedrijfsgebouw. Regionale ligging kaartinzet rechts. Bron: PDOK Viewer.

2.2 Beschrijving Op het perceel zijn diverse bedrijfsgebouwen en een woonhuis met goed onderhouden tuin aanwezig hier zullen geen werkzaamheden plaatsvinden. Het daadwerkelijke plangebied is onbebouwd en bestaat uit erfverharding en (ruwvoeder)opslag terrein. Tijdens ons bezoek is het gehele perceel onderzocht om de invloedsfeer van de werkzaamheden buiten het daadwerkelijke plangebied te kunnen vaststellen. Zuidereind 11 - Baarn

4

Impressie plangebied nieuw bedrijfsgebouw (1).

3.Onderzoeksmethode 3.1 Opzet In dit verkennend onderzoek is de locatie onderzocht op de aanwezigheid van beschermde plantsoorten en diersoorten. Voordat de locatie bezocht werd, heeft er eerst een bronnenonderzoek plaatsgevonden.

3.2 Bronnenonderzoek Voordat de locatie is bezocht zijn de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) en diverse andere verspreidingsatlassen geraadpleegd. Hierdoor is voorafgaand aan het locatieonderzoek een indicatief beeld gekregen of er beschermde soorten voorkomen in het te onderzoeken gebied.

3.3 Veldbezoek De locatie is op 9 maart 2023 in de ochtend bezocht. Tijdens het onderzoek is de omgeving en de locatie onderzocht op mogelijke soorten en/of sporen. Tijdens het onderzoek was het droog weer de tempratuur was 2°C. Tijdens het veldbezoek is zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aanwezigheid van beschermde soorten. Waarnemingen (zicht en geluid) en sporenonderzoek naar de aanwezigheid van pootafdrukken, graafsporen, holen, nesten, uitwerpselen, haren, beschermde plantsoorten e.d.. Het veldbezoek wordt met de grootst mogelijke zorg uitgevoerd, echter is het niet per definitie uit te sluiten dat er bepaalde soorten voorkomen die niet in dit rapport genoemd zijn. Het verkennend onderzoek is op 9 maart 2023 uitgevoerd door Gertjan Cozijnsen gecertificeerd Flora-Faunacontroleur ruime ervaring in faunabeheer en natuurlijk landschap onderhoud en inrichting. Tijdens het onderzoek was een verrekijker, holtecamera en een zaklamp voorhanden. Zuidereind 11 - Baarn

5

4.Natuurwetgeving en beleid 4.1 Wet natuurbescherming Doelstelling van de Wet natuurbescherming in het kader van soortbescherming is het beschermen en ontwikkelen van natuur, mede vanwege de intrinsieke waarden, en het behouden en herstellen van biologische diversiteit. Het uitgangspunt van de wet is ‘nee, tenzij’. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten in principe verboden zijn. Van het verbod op schadelijke handelingen (‘nee’) kan onder voorwaarden (‘tenzij’) worden afgeweken, met een ontheffing of vrijstelling. Het verlenen hiervan valt onder de bevoegdheid van de provincie. Daarnaast erkent de wet dat ook dieren en planten die geen direct nut opleveren voor de mens van onvervangbare waarde zijn; de erkenning van de intrinsieke waarde van het in het wild levende dier of plant. Deze erkenning is terug te vinden in de zorgplicht.

4.2 zorgplicht en verbodsbepalingen De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. In de Wet natuurbescherming bestaat uit een drietal hoofdstukken waarin de volgende zaken worden beschermd: • Gebiedenbescherming (Natura 2000) • Soortenbescherming • Houtopstandenbescherming In dit verkennend onderzoek wordt alleen getoetst aan het hoofdstuk soortenbescherming. In de wet spreekt men van ‘algemene zorgplicht’. Daarnaast bevat de wet een aantal verbodsbepalingen. Alleen de meest relevante verbodsbepalingen worden hieronder genoemd. Artikel 2 de zorgplicht: De Zorgplicht houdt in dat je schade aan Natura 2000-gebieden en in het wild levende planten en dieren, alsmede hun directe leefomgeving probeert te; a. Voorkomen b. Beperken c. Ongedaan maken. Verboden soortbescherming: In de wet natuurbescherming wordt onderscheidt gemaakt tussen soorten welke onder het beschermingsregime van de Europese soorten: Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn en de Nationale soorten: overige beschermde soorten vallen. Hiervoor gelden de volgende verboden:

Zuidereind 11 - Baarn

6

Om aantoonbaar invulling te geven aan de zorgplicht moet er aantoonbaar zorgvuldig gehandeld worden. Dit kan: • •

Praktisch: voorkomen/beperken overtreden van de verbodsbepalingen. Juridisch: Inzet van het juiste instrument voor werkzaamheden op locaties met beschermde soorten (zie bijlage 3: Beschermde soorten van Ministerie van LNV)

De instrumenten zijn: •

Vrijstelling: o Provinciale vrijstelling van de verbodsbepalingen: Slechts de zorgplicht van toepassing. Geldt voor bepaalde soorten. Bron: provinciale verordening. • Gedragscode: o Een specifieke vrijstelling voor het uitvoeren van beheer en/of ruimtelijke ontwikkeling, opgesteld door de branche/sector en goedgekeurd door de rijksoverheid en provincie. • Ontheffing: o (specifieke of gebiedsgerichte) ontheffing van de verbodsbepalingen o.b.v. aanvraag door initiatiefnemer/gebruiker en voorschriften van provincie • Omgevingsvergunning: (specifieke of gebiedsgerichte) ontheffing van de verbodsbepalingen o.b.v. aanvraag door initiatiefnemer/gebruiker en voorschriften van provincie.

Zuidereind 11 - Baarn

7

5.Effecten van het plan / de activiteiten 5.1 Ingrepen De ingrepen zijn permanent van karakter en betreffen: *Opschonen van het plangebied *Bouwrijp maken van het plangebied *Realiseren van een nieuwe geitenstal *Inrichten van het geheel

5.2 Bescherming houtopstanden Het is verboden houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, zonder voorafgaande melding bij de provincie. Een houtopstand is hierbij gedefinieerd als een eenheid van bomen of struiken met een oppervlakte van ten minste 1.000 vierkante meter of een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat. De wet schrijft verder voor dat wanneer een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, de grond binnen drie jaar moet worden herbeplant. Bovenstaande bescherming geldt niet voor alle houtopstanden. De regels zijn onder meer niet van toepassing op houtopstanden op erven of in tuinen en op houtopstanden binnen de, bij besluit van de gemeenteraad, vastgelegde grenzen van de bebouwde kom. Ook voor het dunnen van een houtopstand gelden de regels niet. Op de planlocatie zijn geen houtopstanden aanwezig waarvoor bij kap een meldingsplicht geldt in het kader van de Wet natuurbescherming. Indien een of meerder bomen binnen de bebouwde kom worden geveld, is de gemeente het bevoegd gezag. In de meeste gevallen zal er dan een omgevingsvergunning aangevraagd moeten worden. Dit is na te gaan op de gemeentelijke website.

5.3 Bescherming van soorten Bij het onderdeel soortenbescherming is het uitgangspunt dat er geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten. De wet kent een drietal beschermingsregimes; beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn, beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn en beschermingsregime “andere soorten”. Elk beschermingsregime heeft zijn eigen verbodsbepalingen. Voor ieder ruimtelijk plan of ruimtelijke ontwikkeling is het verplicht om te toetsen of deze kan leiden tot overtreding van de betreffende verbodsbepalingen. Wanneer sprake is of kan zijn van een overtreding, dan dient er onderzocht te worden of een vrijstelling geldt. Indien er geen vrijstelling geldt, kan het aanvragen van een ontheffing noodzakelijk zijn.

Zuidereind 11 - Baarn

8

Verwachting/bureau onderzoek Op basis van bronnenonderzoek, omgeving, bouwstijl en gebruikte bouwmaterialen, aard, omvang en gebruik van het onderzoeksgebied, dan lijkt het onwaarschijnlijk dat er beschermde soorten worden aangetroffen uit de volgende groepen: • Kevers • Vissen • Vaatplanten • Libellen • Dagvlinders • Reptielen Mogelijk komen de volgende soortgroepen in het gebied voor: • vogels • vleermuizen • grondgebonden zoogdieren • amfibieën

5.4 Flora Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) komen er geen beschermde soorten in de omgeving van het plangebied voor. Op groter afstand word melding gemaakt van: denneorchis, glad biggenkruid, groenknolorchis, kartuizeranjer en kluwenklokje (in een straal van 5-10 km). Tijdens het veldbezoek zijn er binnen het daadwerkelijke plangebied geen beschermde wilde vaatplanten aangetroffen. In de wet zijn plantensoorten opgenomen die bescherming genieten. Geen van deze soorten zijn aangetroffen. Het gebied bestaat grotendeels uit erfverharding t.b.v. ruwvoederopslag. Gezien de bedrijfsactiviteiten, verharde ruwvoederopslag, erfverharding en onderhoud zijn standplaatsen van beschermde soorten hier niet aanwezig. Er zijn derhalve geen negatieve effecten te verwachten aangaande flora.

5.5 Grondgebonden zoogdieren Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals: egel, haas, konijn, hermelijn, vos, veldmuis, (in een straal van 0 - 1 km). Verder wordt melding gemaakt van bever, boommarter, steenmarter, bunzing, das en ree(in een straal van 1-5km). Er zijn in het plangebied geen beschermde grondgebonden zoogdieren waargenomen en er zijn geen aanwijzingen gevonden dat grondgebonden zoogdieren een rust- of voortplantingsplaats bezetten in het plangebied. Het plangebied zal door de aanwezigheid van mensen en de bedrijfsactiviteiten door (grotere) grondgebonden zoogdieren gemeden worden. De grotendeels verharde inrichting en het gevoerde beheer maakt het tot een ongeschikt leefgebied voor kleine grondgebonden zoogdieren, zoals veldmuis, egel of marterachtige. Potentiële verblijfplaatsen (in gebouwen, bomen en omliggend perceel) zijn niet aangetroffen. Als gevolg van de voorgenomen plannen zal de geschiktheid van het perceel niet afnemen doordat het plangebied nu reeds intensief gebruikt wordt en grotendeels verhard is. Door het de werkzaamheden worden er geen beschermde grondgebonden zoogdier gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats beschadigd of vernield. Zuidereind 11 - Baarn

9

5.6 Vleermuizen Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals : baardvleermuis, gewone dwergvleermuis, meervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis (in een straal van 1 - 5 km). Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied. Potentiële vaste rust- of voortplantingsplaatsen ontbreken in het plangebied ook bevinden zich geen verblijfplaatsen van vleermuizen in bomen. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord of gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats beschadigd of vernield. Het veldbezoek is uitgevoerd buiten de periode van de dag waarop vleermuizen foerageren, maar op basis van een beoordeling van het plangebied en de bedrijfsactiviteiten, wordt het plangebied als een weinig geschikt foerageergebied voor vleermuizen beschouwd. Vermoedelijk foerageren/ vliegen vleermuizen rond de bomen die net buiten het daadwerkelijke plangebied staan. Gelet op de inrichting, het gevoerde beheer en de kleine oppervlakte, wordt het plangebied niet als essentieel foerageergebied voor vleermuizen beschouwd. Sommige vleermuissoorten benutten lijnvormige elementen ter geleiding tijdens het foerageren en om van verblijfplaats naar foerageergebied te vliegen (en van foerageergebied naar verblijfplaats).

Lijnvormige elementen die benut worden als vliegroute kunnen bestaan uit houtopstanden en wateren, maar ook een gevels van woningen. Het plangebied vormt geen verbindende schakel in een lijnvormig landschapselement en maakt daarom geen onderdeel uit van een vliegroute van vleermuizen. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten heeft geen negatief effect op vliegroutes van vleermuizen. Door het uitvoeren van de voorgenomen plannen wordt geen vleermuis verstoord of gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats verstoord, beschadigd of vernield.

5.7 Vogels Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor kunnen komen zoals: boerenzwaluw, gierzwaluw, oeverzwaluw huismus, boomkruiper, boomvalk, buizerd, havik, raaf, roek, kerkuil, ransuil en steenuil deze komen voor in een straal van (0-1 km). Het daadwerkelijke plangebied wordt door het ontbreken van bebouwing niet als functioneel leefgebied voor verschillende vogelsoorten beschouwd. Vogels benutten het plangebied uitsluitend als foerageergebied, er zijn geen oude nesten of potentiële nestplaatsen van vogels in het plangebied waargenomen. Er zijn in de naastgelegen bebouwing geen huismussen waargenomen de bebouwing naast het daadwerkelijke plangebied wordt niet als potentiële nestplaats voor vogels beschouwd. Pannendaken met een beschoten kap ontbreken en de bedrijfsgebouwen zijn geheel afgesloten. De bebouwing op het perceel vormt geen potentiële rust- of voortplantingsplaats voor steen- of kerkuil. Aan of in de gebouwen zijn geen nesten van huiszwaluw of boerenzwaluw aangetroffen. Gedurende het veldbezoek zijn geen nesten en/of sporen als braakballen, horsten, holen of uitwerpselen aangetroffen van soorten met een jaarrond beschermd leefgebied en/of nestlocatie. Er zijn geen nesten van beschermde, in bomen broedende soorten als roek, boomvalk, ransuil of ekster aangetroffen in de bomen rondom de planlocatie.

Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vogel gedood en geen vogelnest of nestplaats beschadigd en/of vernield. Als gevolg van de voorgenomen plannen, neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vogels niet af. Zuidereind 11 - Baarn

10

5.8 Amfibieën en reptielen Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals: de bruine kikker, groene kikker, bastaardkikker, gewone pad en de poelkikker. Omdat amfibieën gedurende de wintermaanden in hun winterverblijfplaats verblijven, zijn deze niet aan de oppervlakte zichtbaar. Gelet op de inrichting en beheer van het plangebied, is het aannemelijk te stellen dat het plangebied niet tot het normale functionele leefgebied van amfibieën behoort. Mogelijk benutten soorten als gewone pad, of bruine kikker incidenteel de verharde buitenruimte als foerageergebied tijdens de nachtelijke uren. Daarbij gaat het vermoedelijk om zeer lage aantallen (één of enkele individuen). Amfibieën bezetten geen vaste rust- of voortplantingslocatie in het gebied. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten worden geen amfibieën verwond of gedood en worden geen (winter)rust- of voortplantingsplaatsen beschadigd of vernield.

5.9 Vissen Er bevind zich geen open water in het plangebied effecten op (beschermde) vissen zijn daarom per definitie uitgesloten.

5.10 Insecten, libellen en ongewervelden Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals: gevlekte witsnuitlibel, sierlijke witsnuitlibel en kempense heidelibel (5-10km. Verder grote vos, sleedoornpage, teunisbloempijlstaart (1-5km). Er zijn slechts enkele libellensoorten die binnen de Wet natuurbescherming een strenge bescherming genieten. Deze zijn voor wat betreft hun verspreiding gebonden aan specifieke habitateisen, die veelal alleen in natuurgebieden te vinden zijn. Beschermde soorten zijn op deze locatie uit te sluiten. Beschermde dagvlinders stellen specifieke eisen aan het voortplantingshabitat, bij het habitat is het belangrijk dat aan de eisen van alle stadia van de vlindersoort wordt voldaan. Voor de beschermde soorten in Nederland geldt dat deze veelal gebonden zijn aan zeldzame waardplanten, die vaak alleen in natuurterreinen zijn te vinden. Geschikte waardplanten voor beschermde vlindersoorten ontbreken binnen het plangebied. Op de planlocatie zijn gedurende het veldbezoek geen (sporen en/of delen van) beschermde vlinders, libellen of andere ongewervelden aangetroffen. Op de planlocatie zijn geen plantensoorten aangetroffen die specifiek voor een beschermde ongewervelde een waardplant vormen.

Ook is er geen sprake van oud hout, of andere specifieke omstandigheden die duiden op de mogelijke aanwezigheid van beschermde insecten of andere ongewervelden. Negatieve effecten op de soortgroep zijn uitgesloten.

Zuidereind 11 - Baarn

11

5.11 Effectenbeoordeling Invloedsfeer Naast een tijdelijk effect in het onderzoeksgebied, kan het voorkomen dat een voorgenomen activiteit een negatief effect heeft op beschermde soorten of beschermd natuurgebied. Het effect van de voorgenomen activiteit op een beschermde soort verschilt per soort en/of soortgroep. In deze studie wordt alleen gekeken naar de uitvoering van de fysieke werkzaamheden, zoals grondverzet en bouwwerkzaamheden. Beoordeling: De invloedsfeer van de voorgenomen activiteiten is lokaal. Mogelijk zijn tijdens de werkzaamheden geluid, stof en trillingen waarneembaar buiten het daadwerkelijke plangebied, deze effecten zijn echter incidenteel, kortstondig en hebben geen wezenlijke schadelijke invloed op beschermde soorten, rust- of voortplantingsplaatsen buiten het plangebied. Beschermde soorten De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied tot een weinig geschikt functioneel leefgebied van beschermde dieren en tot een ongeschikte groeiplaats van beschermde planten. Vleermuizen, vogels en amfibieën kunnen het plangebied benutten als foerageergebied. Grondgebonden zoogdieren bezetten er geen vaste rust- en voortplantingsplaats. Amfibieën bezetten er een geen (winter)rustplaats. Er nestelen geen vogels in het plangebied en vleermuizen bezetten er geen vaste rust- of voortplantingsplaats.

Algemene soorten In het kader van de zorgplicht is de initiatiefnemer verplicht om schadelijke gevolgen voor in het wild levende dieren en planten zo veel mogelijk te voorkomen. Dit betreft maatwerk. Indien het mogelijk is om zinvolle concrete maatregelen m.b.t. de zorgplicht te benoemen dan zijn deze opgenomen in dit rapport. Voor sommige algemene veel voorkomende soorten is er in de provincie geen ontheffing vereist en nader onderzoek is niet noodzakelijk. Wel geldt voor deze soorten de algemene zorgplicht. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden.

Verlichting Veel algemene en beschermde diersoorten (vleermuizen) zijn vooral actief gedurende de vroege ochtend, late avond en nacht. Indien ook in de schemering en het donker wordt gewerkt dan dient eventuele bouwverlichting afgewend te worden van aanwezige groenstructuren en watergangen om eventuele aanwezige vleermuizen niet negatief te beïnvloeden.

Zuidereind 11 - Baarn

12

5.12 Gebiedsbescherming Natura 2000 Bij de aanwijzing van een Natura 2000-gebied worden voor het gebied instandhoudingsdoelstellingen voor te beschermen soorten en/ of Habitats vastgesteld. Het is verboden om zonder vergunning projecten of andere handelingen te realiseren of te verrichten die de instandhoudingsdoelstellingen kunnen schaden. Als een plan of project mogelijk negatieve effecten kan hebben op Natura 2000gebied, vindt eerst een globale toetsing plaats, de voortoets. Als uit de voortoets blijkt dat er zeker geen negatieve effecten zijn, dan kan het betreffende plan worden vastgesteld, of geldt in het geval van een project geen vergunningplicht. Als de kans op significante effecten niet kan worden uitgesloten dan moet, conform artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling worden gemaakt. Ten aanzien van stikstof adviseren wij de initiatiefnemer een AERIUS berekening te laten opstellen voor de aanlegfase. Hiermee wordt juridische zekerheid verkregen over het wel of niet kunnen uitvoeren van de plannen, voor wat betreft aanlegfase. Ten aanzien van stikstof adviseren wij de initiatiefnemer een AERIUS berekening te laten opstellen voor de gebruiksfase. Hiermee wordt juridische zekerheid verkregen over het wel of niet kunnen uitvoeren van de plannen, voor wat betreft gebruiksfase.

NNN gebieden De Wet natuurbescherming draagt Gedeputeerde Staten op, om in hun provincie te zorgen voor een landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland. Voor dit netwerk geldt, op basis van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening, een ‘nee, tenzij’- beschermingsregime. Activiteiten die de wezenlijke waarden en kenmerken van het netwerk aantasten zijn niet toegestaan, tenzij er sprake is van groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn, negatieve effecten zoveel mogelijk worden beperkt en overblijvende negatieve effecten worden gecompenseerd. Provincies dienen deze bescherming te regelen bij provinciale verordening. Daarnaast kunnen provincies bij provinciale verordening andere gebieden met bijzondere natuurwaarden beschermen, genaamd bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen. De locatie is niet in een Natura2000 gebied gelegen. De locatie is niet in NatuurNetwerkNederland gelegen. De locatie is in een weidevogelkerngebied gelegen

Zuidereind 11 - Baarn

13

Bron: https://www.natura2000.nl

Bron: www.atlasleefomgeving.nl

Bron: www.omgevingswetutrecht.nl

Zuidereind 11 - Baarn

14

6.Conclusie en advies 6.1 Conclusie *Er zijn geen nadelige gevolgen voor wat betreft streng en strikt beschermde soorten of hun beschermde verblijfplaats(Wnb-soorten). *Juridische borging door instrumenten; gedragscode, ontheffing of vrijstelling is niet noodzakelijk *Zorgplicht is altijd van toepassing. *Er zijn geen gevolgen aangaande het onderdeel Wnb-houtopstanden (er wordt niet gekapt). *Het plangebied ligt niet in een Natura2000 gebied.

6.2 Advies *Bij uitvoering van de werkzaamheden altijd invulling geven aan de ZORGPLICHT. Dit houd in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan beschermde soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. *Mits deze maatregelen in acht worden genomen kunnen negatieve effecten worden voorkomen, bij calamiteiten direct ecologisch deskundige inschakelen. * Ten aanzien van stikstof adviseren wij de initiatiefnemer een AERIUS berekening te laten opstellen voor de aanlegfase. Hiermee wordt juridische zekerheid verkregen over het wel of niet kunnen uitvoeren van de plannen, voor wat betreft aanlegfase. *Ten aanzien van stikstof adviseren wij de initiatiefnemer een AERIUS berekening te laten opstellen voor de gebruiksfase. Hiermee wordt juridische zekerheid verkregen over het wel of niet kunnen uitvoeren van de plannen, voor wat betreft gebruiksfase. *Tijdens de werkzaamheden zal dit onderzoek op locatie aanwezig moeten zijn. Ook het separaat toegezonden document gedragscode Soortenbescherming zal op de locatie aanwezig moeten zijn. *Door het uitvoeren van bovengenoemde maatregelen wordt voorkomen dat er verbodsbepalingen worden overtreden en aan de zorgplicht wordt voldaan.

Zuidereind 11 - Baarn

15

7.Bronnen

www.natura2000.nl www.NDFF.nl www.nederlandsesoorten.nl www.ravon.nl www.infomil.nl www.synbiosys.alterra.nl www.sovon.nl www.arcgis.com www.waarneming.nl www.bij12.nl www.kadastralekaart.com www.rijksoverheid.nl www.vogelbescherming.nl www.vogelvisie.nl www.zoogdiervereniging.nl www.earth.google.com www.vleermuisprotocol.nl

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. Cozijnsen Flora Fauna Advies kan door de opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.

Zuidereind 11 - Baarn

16

Bijlage 1 foto overzicht

Foto 1,2,locatie voor het nieuw te bouwen bedrijfsgebouw 3, gebied is grotendeels verhard.

Foto 1,2,3 uitzicht op bestaand bedrijfsgebouw, kuilplaatverharding, naastgelegen sloot.

Foto 1,2,3 dichtstbijzijnde gebouw is volledig afgesloten, ruwvoer opslag, geen nesten in bomen aangetroffen.

Zuidereind 11 - Baarn

17

Bijlage 2 overzichtstekening

Bron: bewerkte versie PDOK Viewer rode vlak betreft globaal de planlocatie op het perceel.

Bron: www.kadestralekaart.com bewerkte versie.

Zuidereind 11 - Baarn

18

Nieuwe situatie bedrijfsgebouw.

Bron:

Zuidereind 11 - Baarn

19

Bijlage 3 Registratieformulier Flora Fauna inventarisatie

Registratieformulier Flora en fauna inventarisatie Deel 1: (Vaste) rust en voortplantingsplaatsen (V)RVP), groeiplaatsen (GP) en geef de locaties op de kaart aan. Maak zo nodig een duidelijke schets op de achterzijde voor de locatie van de (V)RVP en GP> Benoem kort alle mogelijk gevonden kenmerken en geef zo nodig aan of inspectie nodig is. Deel 2: Leefgebied, invoeren indien soort slechts is waargenomen of sporen aanwezig zijn en geen rust- en voortplantingsplaats is gevonden. Begrens het leefgebied op de kaart. Gemeente: Baarn Straat: Zuidereind 11 Nadere plaatsbepaling:

Deel 1: Vaste rust/ voortplantingsplaatsen en groeiplaatsen Volg Type (V)RVP plaats Beheer groep Nr: of GP

gebruik

Soortgroep

Soort

T-P

Opmerking/ Inspectie x

1

Geen………………………………………… Inspectie ……………………………………………

2

Inspectie ……………………………………………

3

Inspectie Zuidereind 11 - Baarn

20

2 Leefgebied Code A V23

Soortgroep

Soort merel

waarneming Omgeving plangebied

Opmerking/Inspectie x GEEN Inspectie

B

V30

kraai

vliegend

x

GEEN Inspectie

C

V27

koolmees

Naastgelegen perceel

x

GEEN Inspectie

D

V13

houtduif

vliegend

x

GEEN Inspectie

E

V6

Wilde eend

Omgeving plangebied

x

GEEN Inspectie

F

V5

Grauw ganzen

Weide perceel

x GEEN Inspectie

G

GEEN x s Inspectie x

Zuidereind 11 - Baarn

21

Bijlage 4 Toelichting Registratieformulier

Zuidereind 11 - Baarn

22

Zuidereind 11 - Baarn

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13352014/1