755960 Ontwerpbestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25a bijlage 1 Ontwerpbestemmingsplan
Tekst van het document
Gemeente Baarn
Drakenburgerweg 23-25
Toelichting, regels en analoge verbeelding
April 2023
Kenmerk 0308-36-T01 Projectnummer 0308-36
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
1
2.
Planbeschrijving 2.1. Huidige situatie 2.2. Voorgestelde ontwikkeling 2.2.1. Algemeen 2.2.2. Bouwplan 2.2.3. Verkeer en parkeren
2 2 2 2 3 5
3.
Beleid 3.1. Rijksbeleid 3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.1.2. Ladder voor duurzame verstedelijking 3.1.3. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening 3.2. Provinciaal beleid 3.2.1. Omgevingsvisie provincie Utrecht 3.2.2. Interim Omgevingsverordening 3.3. Gemeentelijk beleid 3.3.1. Toekomstvisie / Structuurvisie Baarn 2030 3.3.2. Visie Wonen 2019, een actualisatie 3.3.3. Nota Ruimtelijke Kwaliteit Baarn 3.3.4. Vigerende bestemmingsplannen 3.3.5. Gemeentelijk Water- en Rioleringsplan Soest-Baarn 2018-2022
6 6 6 7 8 8 8 9 10 10 11 11 13 14
4.
Onderzoek 4.1. Bodem 4.2. Geluid 4.3. Externe veiligheid 4.4. Luchtkwaliteit 4.5. Waterparagraaf 4.6. Flora en fauna 4.7. Archeologie en cultuurhistorie 4.7.1. Archeologie 4.7.2. Cultuurhistorie 4.8. Bedrijven en milieuzonering 4.9. Vormvrije mer-beoordeling 4.10. Duurzaamheid
15 15 15 17 19 20 22 24 24 25 26 27 29
5.
Juridische planbeschrijving 5.1. Algemeen 5.2. Bestemmingsplan
30 30 30
5.2.1. Plansystematiek 5.2.2. Regels 6.
Uitvoerbaarheid 6.1. Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2. Economische uitvoerbaarheid
30 30 33 33 33
1
1.
Inleiding In 2019 heeft de gemeenteraad van Baarn twee bestemmingsplannen vastgesteld waarbij het gasontvangstation aan de Drakenburgerweg 25a naar een perceel ten noorden van de Drakenburgerweg. De vrijkomende locatie, die deel uitmaakt van de onderhavige ontwikkeling, heeft daarbij een woonbestemming gekregen. Voor deze locatie en voor de percelen Drakenburgerweg 23 en 25 is een bouwplan ontwikkeld om hier het Baarnhuis te realiseren. Het Baarnhuis is een woonvoorziening waar jongeren met een verstandelijke beperking onder begeleiding zelfstandig kunnen wonen. Afbeelding 1: Ligging plangebied.
Die woonvoorziening zou in het westelijk plandeel waarvoor het bestemmingsplan Woningbouw gasontvangstationlocatie Drakenburgerweg geldt, kunnen worden gerealiseerd nadat een uitwerkingsplan is vastgesteld. Het oostelijk plandeel, de percelen Drakenburgerweg 23-25 heeft echter een bedrijfsbestemming in het bestemmingsplan Baarn Noord. In het onderhavige bestemmingsplan wordt die ontwikkeling wel mogelijk gemaakt.
Ontwerp Gemeente Baarn - Bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25
2
2.
Planbeschrijving
2.1.
Huidige situatie Het plangebied omvat de locatie van het voormalige gasontvangstation en de percelen van twee (bedrijfs)woningen aan de Drakenburgeweg 23 en 25. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Drakenburgerweg, aan de westzijde door de Professor Krabbelaan, aan de zuidkant het woonzorgcentrum De Wiekslag en de kleinschalige woonvorm Noorderhof. Dit zijn beide kleinschalige woonvormen voor mensen met dementie. Aan de oostzijde staat een bouwblok met rijwoningen, dat dateert uit 2017. De rijwoningen aan de Drakenburgerweg bestaan uit twee bouwlagen met een kap. De bebouwing van de zorgcentra uit drie bouwlagen. De bebouwing aan de overzijde van de Professor Krabbelaan bestaat uit vijf bouwlagen. De locatie was onderdeel van een klein bedrijventerrein, waar ook de gemeentewerf en een aantal kleinere bedrijven was gevestigd. Op de gemeentewerf was de milieustraat gevestigd waar afval ingezameld werd. Deze gemeentewerf is verhuisd en op deze locatie is een brede school gerealiseerd. Op andere locaties tussen de Drakenburgerweg, de Goeman Borgesiuslaan, de John F. Kennedylaan en de Professor Krabbelaan zijn woningen gerealiseerd. Afbeelding 2: Bestaande situatie.
2.2.
Voorgestelde ontwikkeling
2.2.1. Algemeen De Stichting BaarnHuis biedt de mogelijkheid om jongeren met een beperking zelfstandig te wonen een eigen thuis in een gezamenlijk huis. Die stichting bestaat uit een groep ouders van
Ontwerp Gemeente Baarn - Bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25
3
een kind met een verstandelijke beperking. De kinderen wonen nog thuis, kunnen veel maar hebben aandacht en soms hulp nodig. Omdat die ouders in een leeftijdscategorie komen waarbij ze in een volgende levensfase komen, waarbij zij niet altijd meer voor hun kinderen kunnen blijven zorgen, streven zij ernaar gezamenlijk een veilige begeleide kleinschalige woonomgeving te creëren voor hun kind. Stichting BaarnHuis biedt een eigen woning voor elke jongere. 2.2.2. Bouwplan De locatie van het voormalige gasontvangstation ligt braak, de beide (bedrijfs)woningen zullen worden gesloopt. De locatie is door de ligging tussen bestaande woningen en de zorgfunctie van de omliggende functies geschikt voor woningbouw of een zorgfunctie. Afbeelding 3: Toekomstige situatie in groter verband (indicatief).
Voor de locatie is een bouwplan ontwikkeld dat bestaat uit twee hoofdvolumes, die met elkaar worden verbonden door een derde volume in een andere materialisatie, waarin zich de entree en een aantal centrale ruimtes bevinden. De beide hoofdvolumes worden aan de zijde van de Drakenburgerweg in de rooilijn gebouwd, terwijl het tussenliggende volume wat terug ligt, zodat het gebouw niet te massaal oogt. Hierdoor ontstaat het beeld van twee afzonderlijke bouwblokken die zich voor wat betreft de bouwblok lengte in het beeld voegen van de rijwoningen aan de oostzijde. Het oostelijke hoofdvolume bestaat uit twee bouwlagen zonder kap, het westelijk uit drie bouwlagen zonder kap. Hierdoor wordt de bouwhoogte langs de Drakenburgerweg opgebouwd in de richting van het appartementengebouw aan de overzijde van de Professor Krabbelaan dat uit vijf bouwlagen bestaat. Het bouwplan zal zodoende voor wat betreft massaopbouw, schaal en maat aansluiten bij de bestaande bebouwing.
Ontwerp Gemeente Baarn - Bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25
4
Afbeelding 4: 3D-impressies (indicatief).
Langs de Drakenburgerweg wordt een haag ingeplant. Aan deze zijde is de brievenbus gesitueerd. De hoofdingang van het gebouw is aan de achterzijde van het pand. Hier liggen ook een parkeerplaats en een royale besloten binnentuin. De tuin is veilig en overzichtelijk voor de kwetsbare bewoners. Ook de fietsenstalling is aan deze achterzijde. Het feit dat men slecht aan één zijde het terrein kan betreden, zorgt bij de bewoners voor een gevoel van veiligheid. De leidinggevenden hebben hierdoor bovendien goed zicht op wie het gebouw toekomt. Bomen tussen de parkeerplaatsen en in de halfverharding zorgen ook hier voor een groene invulling als aanvulling op de tuinen rondom het gebouw. Het hogere volume van drie bouwlagen omvat 4 appartementen per laag. In het lagere volume zijn op de begane grond de begeleiderswoning/teamruimte, twee gemeenschappelijke ontmoetingsruimten en een logeerwoning aanwezig. Daarboven zijn nog 4 appartementen gesitueerd. Op het dak zullen achter de opstaande randen zonnepanelen worden geplaatst. De appartementen bestaan uit een woonkamer met keuken, een slaapkamer en een badkamer. Alle appartementen hebben een eigen besloten buiten ruimte. Het oppervlak van circa 50 m² is
Ontwerp Gemeente Baarn - Bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25
5
noodzakelijk om de appartementen levensloopbestendig te maken in verband met draaicirkels van 1,5 meter om met een rolstoel alle kamers goed te kunnen bereiken. 2.2.3. Verkeer en parkeren Op grond van de Nota Parkeernormen 2014-2019 behoort het plangebied tot de rest bebouwde kom. In de nota zijn echter geen parkeernormen voor een woonvoorziening voor jongeren met een beperking. Omdat deze jongeren zelf geen auto hebben, zijn de parkeerplaatsen voor bezoek en voor de zorgverleners. In de literatuur wordt voor beschermd wonen in vergelijkbare gevallen veelal van een parkeernormen tussen 0,6 en 0,8 parkeerplaatsen per wooneenheid uitgegaan. Voor het BaarnHuis is daarom een parkeernorm van 0,7 parkeerplaats per wooneenheid gehanteerd. Voor 17 wooneenheden zijn derhalve 11,9 parkeerplaatsen noodzakelijk. Op eigen terrein worden 12 parkeerplaatsen aangelegd. Derhalve wordt voldaan aan de parkeernorm. De doelgroep bestaat uit jongeren met een beperking, die zelf geen auto mogen rijden. De verkeersaantrekkende werking wordt daarom alleen gevormd door bezoek en personeel dat in het Baarnhuis werkt. In de ASVV2021 zijn geen kengetallen opgenomen voor de verkeersgeneratie voor woonzorgvoorzieningen. Voor de bepaling van de verkeersaantrekkende werking is uitgegaan van de kengetallen van serviceflats (rest bebouwde kom, matig stedelijk).
In dat geval betreft de gemiddelde verkeersgeneratie voor een serviceflat 2,45 per kamer/appartement. Voor de 16 appartementen betekent dit een etmaalintensiteit van 39,2 motorvoertuigen per etmaal. Gelet op de capaciteit van de omliggende wegen zal er door de beperkte omvang van de planontwikkeling in ieder geval geen onaanvaardbare toename van de verkeersintensiteit op de omliggende wegen ontstaan.
Ontwerp Gemeente Baarn - Bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25
6
3.
Beleid
3.1.
Rijksbeleid
3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen Nederland staat, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke prioriteiten de Rijksoverheid stelt bij de inrichting van Nederland en hoe het Rijk keuzes maakt in de uitvoering daarvan. Keuzes die samenhangen met toekomstbeelden over de fysieke leefomgeving, maatschappelijke opgaven en bijbehorende economische perspectieven.
Steeds duidelijker wordt dat de opgaven alleen goed aangepakt kunnen worden als dat in samenhang gebeurt, het ontwikkelpotentieel van heel Nederland optimaal wordt benut en gezorgd wordt voor een duurzame verbinding van alle delen van Nederland en met de landen om ons heen. Het beleid in de leefomgeving is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de betrokken overheden. De NOVI geeft aan waar het Rijk zich op nationale schaal aan bindt, waar het regie voert richting medeoverheden of waar het juist aan de medeoverheden is om keuzes te maken. Provincies en (samenwerkende) gemeenten zullen in hun omgevingsvisies uiting geven aan hun eigen verantwoordelijkheid en keuzes in de fysieke leefomgeving. Met de NOVI wordt in beeld gebracht waar kansen liggen. Kansen om de kwaliteit van onze leefomgeving te verbeteren. Kansen om sociale samenhang, gezondheid en economisch herstel te bevorderen en kansen om schone, veilige en duurzame technieken, die bijdragen aan de beoogde transitie naar een circulaire samenleving – stevig te verankeren in onze manier van leven en werken. Daartoe zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
Ontwerp Gemeente Baarn - Bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25
7
Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Ten behoeve van die afweging gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: ▪ combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; ▪ kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; ▪ afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.
Planspecifiek Zowel vanuit de prioriteit dat er een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel is als vanuit die van sterke en gezonde steden en regio's is het van belang dat er op lokaal niveau sprake is van een goed voorzieningenniveau. Vanuit de vier prioriteiten is de bouw van een woonvoorziening voor jongeren met een beperking binnen het bestaand stedelijk gebied voor het overige niet van belang. De planontwikkeling is niet in strijd met de uitgangspunten van de NOVI. 3.1.2. Ladder voor duurzame verstedelijking Uitgangspunt is dat de ruimte zorgvuldig wordt benut en overprogrammering wordt voorkomen. De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen. Met ingang van 1 juli 2017 is een wijziging in werking getreden. Deze wijziging betekent dat de toelichting bij een bestemmingsplan (en ook bij een projectafwijkingsprocedure) dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. In de Visie Wonen 2019 van de gemeente Baarn (zie paragraaf 3.3.2) blijkt dat er een behoefte is aan geclusterde woonvormen.
Wellicht ten overvloede kan nog worden opgemerkt dat er voor alle 16 appartementen al bewoners zijn geselecteerd. Daarmee is de behoefte aangetoond en voldaan aan de eerste trede van de ladder voor duurzame verstedelijking. De tweede trede is niet noodzakelijk, omdat het plangebied in de bebouwde kom is gesitueerd. Geconcludeerd kan worden dat het bouwplan past binnen de motiveringseis van de ladder voor duurzame verstedelijking.
Ontwerp Gemeente Baarn - Bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25
8
3.1.3. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) omvat regels waar bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het gaat daarbij om alle ruimtelijke rijksbelangen die een juridische vertaling dienen te krijgen in bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen en het NatuurNetwerk Nederland Onderhavige ontwikkeling heeft geen betrekking op deze nationale belangen en het bestemmingsplan is daarmee niet in strijd met het Barro.
3.2.
Provinciaal beleid
3.2.1. Omgevingsvisie provincie Utrecht Op 10 maart 2021 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Provincie Utrecht vastgesteld. De Omgevingsvisie is op 1 april 2021 in werking getreden. Met vaststelling van de Omgevingsvisie en de (Interim) Omgevingsverordening provincie Utrecht leggen Provinciale Staten de integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht vast (Omgevingsvisie) en de juridische doorwerking hiervan (Omgevingsverordening). De Omgevingsvisie van de provincie Utrecht bevat een uitwerking in thema's en in gebieden. De uitwerking is in 7 thema's gevat: ▪ stad en land gezond; ▪ klimaatbestendig en waterrobuust; ▪ duurzame energie; ▪ vitale steden en dorpen; ▪ duurzaam, gezond en veilig bereikbaar; ▪ levend landschap, erfgoed en cultuur; ▪ toekomstbestendige natuur en landbouw. In de Omgevingsvisie staan zowel de ambities, als de wijze waarop de provincie daar uitvoering aan wil geven. De uitwerking in gebieden valt uiteen in drie regio's: U16, Amersfoort en Foodvalley. Baarn behoort tot de regio Amersfoort. In de uitwerking van het beleid brengt de provincie gebiedsgericht samenhang aan tussen de thematische ambities. De Omgevingsvisie richt zich in het algemeen op ontwikkelingen van een groter schaalniveau dan de bouw van een woonzorgvoorziening.
Ten aanzien van de thema's is in dit geval het thema 'vitale steden en dorpen' het relevantst. De behoefte aan wonen en werken is fors. Door het toenemend aantal huishoudens houdt de druk op de woningmarkt aan. Tot 2050 zijn 170.000 tot 202.000 extra woningen nodig om aan de volledige behoefte te voldoen. Voor de periode tot 2040 (de scope voor programmeren in de Ontwerp Omgevingsvisie) is de opgave 133.200 tot 165.700 woningen. De provincie kiest er in algemene zin voor om de ruimtevraag voor wonen en werken op een duurzame wijze te accommoderen via binnenstedelijke en bin-
Ontwerp Gemeente Baarn - Bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25
9
nen dorpse ontwikkeling, met aandacht voor bereikbaarheid, klimaatadaptatie, energietransitie, gezondheid en inclusiviteit. De bouw van 17 wooneenheden voor jongeren met een beperking binnen de bebouwde kom levert een bijdrage aan de woningopgave voor deze doelgroep. De planontwikkeling past binnen de uitgangspunten van de Omgevingsvisie Provincie Utrecht. 3.2.2. Interim Omgevingsverordening Omdat de Omgevingswet naar verwachting pas op 1 januari 20221 in werking treedt, is het nodig om in plaats van de Omgevingsverordening een Interim Omgevingsverordening te maken. De Omgevingsverordening kan namelijk niet onder de huidige wetgeving in werking treden. Dat kan alleen onder de nieuwe Omgevingswet. Om toch eerder uitvoering te kunnen geven aan de plannen en ambities uit de Omgevingsvisie, is op 1 april 2021 de Interim Omgevingsverordening in werking getreden. Doel van de verordening is om provinciale belangen op het gebied van de ruimtelijke ordening te laten doorwerken naar het gemeentelijk niveau. Hierbij kan worden gedacht aan het NatuurNetwerk Nederland (NNN) en bebouwingsmogelijkheden in het stedelijk en het landelijk gebied. Het plangebied ligt buiten de NNN en zijn er vanuit dit oogpunt geen belemmeringen voor de onderhavige planontwikkeling. De locatie ligt in het 'stedelijk gebied'.
Op grond van artikel 9.15 van de Interim Omgevingsverordening kan een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen het stedelijk gebied bestemmingen en regels bevatten voor verstedelijking. Voorwaarde daarbij is dat de woningbouw past in het door gedeputeerde staten vastgestelde programma Wonen en werken. Woudenberg behoort tot de Regio Amersfoort. In de periode 2020 tot en met 2039 zijn hier op basis van het Kader voor regionale programmering wonen en werken (PS Utrecht, 30 september 2020) 26.100-31.000 woningen noodzakelijk. De bouw van een woonvoorziening voor 17 jongeren met een beperking binnen de bebouwde kom past binnen deze aantallen. Voor ontwikkelingen in bestaand stedelijk gebied zijn er voor het overige geen specifieke regels opgenomen die van belang zijn voor het plangebied. Conclusie De Interim Omgevingsverordening bevat geen belemmeringen voor de planontwikkeling.
1
Inmiddels is besloten dat de Omgevingswet 1 januari 2024 in werking treedt.
Ontwerp Gemeente Baarn - Bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25
10
3.3.
Gemeentelijk beleid
3.3.1. Toekomstvisie / Structuurvisie Baarn 2030 Op 10 juli 2013 heeft de gemeenteraad de Toekomstvisie / Structuurvisie Baarn 2030 vastgesteld. Met deze nieuwe visie is de gemeente beter in staat om plannen te toetsen en sturing te geven aan ontwikkelingen. Centraal staat hierbij de vraag: hoe de Baarnse identiteit en kwaliteit behouden en versterken? De kernkwaliteiten van de gemeente zijn onder andere het afwisselende landschap, de extensieve recreatie, de overal aanwezige cultuurhistorie, de bereikbaarheid en het hoogwaardig wonen. In de Structuurvisie wordt ingezet op 'hoogwaardig wonen'. Zoals in de Toekomstvisie is aangegeven, staat wonen in Baarn voor 'hoogwaardig wonen'. Dit is één van de kernkwaliteiten waar Baarn op bouwt. De gemeente wil deze identiteit verder ontwikkelen, om Baarn zo ook voor komende generaties een prettig en leefbaar dorp te laten zijn. Inbreidingen zullen in typologie en architectuur moeten aansluiten bij de omgeving en de dorpse identiteit versterken. Zoals in paragraaf 2.2.2 is aangegeven, is de planontwikkeling op zorgvuldige wijze ingepast in de bestaande omgeving en past daarmee binnen de bestaande natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Er wordt geen afbreuk gedaan aan de leefomgeving van omwonenden. Bij de woningbouwprogrammering zal ervoor zorg worden gedragen dat dit goed aansluit goed op de woningmarkt.
Afbeelding 5: Plankaart Structuurvisie.
Op de plankaart van de structuurvisie heeft het plandeel van het voormalig gasontvangstation geen aanduiding. Het oostelijk deel van het plangebied is aangeduid als 'dorpskern'.
Ontwerp Gemeente Baarn - Bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25
11
3.3.2. Visie Wonen 2019, een actualisatie Op 25 september 2019 is de "Visie Wonen 2019, een actualisatie" een actualisatie van de Visie Wonen 2016 door de gemeenteraad van Baarn vastgesteld. De Visie Wonen 2019 bouwt voort op de vier ambities uit de Visie Wonen 2016. Wel zijn de ambities aangescherpt, passend binnen de huidige tijd en is een vijfde ambitie toegevoegd: 1. inzet voor een evenwichtige bevolkingsbouw 2. inzet voor toegankelijk en comfortabel wonen; 3. inzet voor verduurzaming van woningen; 4. inzet voor sociale huur en tussen huur en koop; 5. inzet voor alternatieve woonvormen. Het onderhavige bouwplan geeft met name invulling aan de opgaven inzet voor toegankelijk en comfortabel wonen en inzet voor alternatieve woonvormen. In de woonvisie wordt de locatie van het gasontvangstation specifiek genoemd als potentiële woningbouwlocatie voor invulling wonen met zorg met 5-10 woningen. Door de uitbreiding van deze locatie met de percelen Drakenburgerweg 23-25 is die capaciteit zelfs nog wat ruimer. In de visie wordt geconstateerd dat op basis van de planinventarisaties vooral een tekort aan plannen bij geclusterde woonzorgvormen (= woonvormen die een zekere mate van beschutting en gemeenschap bieden), en passende locaties hiervoor zichtbaar is. Planontwikkelingen die hierin voorzien, verdienen daarom prioriteit. Het onderhavige plan is zo'n planontwikkeling.
In dat kader zijn 16 nieuwe woningen (en de sloop van de 2 bestaande woningen) opgenomen in het overzicht dat jaarlijks bij de Perspectiefnota zit, en die in juni 2022 naar verwachting zal worden vastgesteld. 3.3.3. Nota Ruimtelijke Kwaliteit Baarn De Nota Ruimtelijke Kwaliteit Baarn is op 26 februari 2014 door de gemeenteraad van Baarn vastgesteld. De nota verwoordt ambities en biedt inspiratie voor ontwikkelende partijen, particulieren die (bouw)plannen hebben en voor de gemeente zelf. Deze nota vervangt de Welstandsnota uit 2004 maar heeft een bredere opzet. Het gaat daarbij niet alleen om de beoordeling van gebouwen maar om het totale beeld en de samenhang binnen een (openbaar) gebied. De "Nota Ruimtelijke Kwaliteit Baarn" kan worden onderscheiden in 3 delen, dit zijn: 1. Inleiding; 2. Inspiratie en 3. Toetsingskader. Het zwaartepunt van de nota is gelegd bij deel 2, Inspiratie. In de "Nota Ruimtelijke Kwaliteit Baarn" is de gemeente verdeeld in 6 kerngebieden met totaal 27 deelgebieden. Het onderhavige plangebied ligt in het kerngebied Baarn Noord en daarbin-
Ontwerp Gemeente Baarn - Bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25
12
nen in het deelgebied Professoren-, Staatslieden- en Schildersbuurt (C4). De beeldbepalende ambitie voor dit deelgebied is 'regulier'. In de analyse van de ruimtelijke kenmerken wordt geconstateerd dat de drie buurten in het deelgebied overwegend een woonfunctie hebben. Het zijn planmatig aangelegde buurten, met rechte straten. De panden zijn hoofdzakelijk van de periode 1950-1970, aangevuld met modernere panden. De bebouwing omvat rijwoningen van twee bouwlagen met zadeldaken. In het noordelijk deel, tussen de Drakenburgerweg en de Fockema Andrealaan en tussen de De Geerenweg en de Schaepmanlaan, staan flatgebouwen van vier of vijf bouwlagen en een berging (Sonneveltflats en Schaepmanlaanflats). Langs de Zandvoortweg, de Kerkstraat en de Mauvestraat zijn nog enkele vrijstaande woonhuizen te vinden, die dateren van voor 1940. De bouwstijl is overwegend traditioneel (baksteen met pannendaken), op enkele plekken afgewisseld door moderne bouwstijlen (beton met platte daken). Groen bevindt zich in de vorm van plantsoenen (Jan Steenlaan – Vermeerlaan) en aan de westzijde (buitenplaats Rusthoek). De straatprofielen zijn standaard: rijbaan met trottoirs ter weerszijden. Parkeren is over het algemeen langs de straat gesitueerd. Op basis van die analyse zijn 'aandachtspunten en ambitie' geformuleerd.
Bij ontwikkelingen dienen de strakke rooilijnen te worden aangehouden omdat die rust geven. Bebouwing dient een duidelijke oriëntatie op de openbare ruimte te hebben. Door gevels een evenwichtige hierarchische opbouw te geven, bij de dakbedekking gebruik te maken van kappen met een nok en eenduidigheid bij gelijke situaties per blok of buurt te hanteren. Ten aanzien van de percelen dient de ruimte open te worden open gehouden en lage open erfscheidingen langs de straten of gemetselde muurtjes gecombineerd met hagen en ander groen te worden gebruikt. Het heeft de voorkeur om verharding en bouwwerken (zoals carports) vóór de voorgevel in de voortuin achterwege te laten, zodat groen de kwaliteit bepaalt. Voor de openbare ruimte heeft een eenduidige herkenbare vormgeving in de bestrating (rijweg, parkeervakken en trottoirs) de voorkeur. De laanbomen dienen te worden behouden. Deze bepalen de 'groenheid' van deze wijk. Dit leidt tot de volgende toetsingscriteria: ▪ de bestaande en beoogde omgeving zijn het referentiepunt voor alle bouwwerken.
Een bouwkundige toevoeging of verandering moet passen in de stedenbouwkundige structuur en aansluiten bij de typologie van gebouwen, de detaillering, de kleur en het materiaalgebruik ervan; ▪ aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume; ▪ gevelindelingen zijn evenwichtig en samenhangend; ▪ nieuw- en verbouw sluiten aan bij de kenmerkende sobere architectuur; ▪ aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt aan de hoofdmassa; ▪ toepassing van traditionele materialen (baksteen, hout, pannendaken)
Ontwerp Gemeente Baarn - Bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25
13
▪ kleur- en materiaalgebruik per rij/cluster/blok in onderlinge samenhang. In paragraaf 2.2.2 is aangegeven hoe bij het maken het ontwerp van de woningen voor de aansluiting op de omgeving rekening zal worden gehouden met bovengenoemd criteria en met de omliggende architectuur. 3.3.4. Vigerende bestemmingsplannen Voor de woningen aan de Drakenburgerweg 23-25 vigeert het bestemmingsplan Baarn Noord dat op 25 september 2013 door de gemeenteraad van Baarn is vastgesteld. Het plangebied heeft in het bestemmingsplan de bestemming "Bedrijf". Binnen die bestemming is de bouw van het Baarnhuis niet toegestaan. De gronden hebben daarnaast de dubbelbestemming "Waarde Archeologie". Op basis daarvan geldt bij bodemingrepen groter dan 100 m² en dieper dan 30 cm een onderzoeksplicht. Voor het bouwplan is derhalve archeologisch onderzoek verplicht. Voor het inmiddels gesloopte gasontvangstation is het bestemmingsplan Woningbouw gasontvangstationlocatie Drakenburgerweg van toepassing, dat op 27 november 2019 is vastgesteld. De gronden hebben in dit bestemmingsplan de bestemming "Wonen – Uit te werken". Ook voor deze gronden geldt de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie" met dezelfde onderzoeksverplichting als in het bestemmingsplan Baarn-Noord. In de zuidoosthoek van het plangebied is het bestemmingsplan Brede School Baarn van toepassing, dat op 24 september 2014 is vastgesteld.
Ook deze gronden hebben de bestemming "Wonen – Uit te werken". Deze gronden hebben geen archeologische dubbelbestemming. Afbeelding 6: Fragment verbeelding.
Ontwerp Gemeente Baarn - Bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25
14
3.3.5. Gemeentelijk Water- en Rioleringsplan Soest-Baarn 2018-2022 Op 20 december 2017 heeft de gemeenteraad van Baarn het Gemeentelijk Water- en Rioleringsplan Soest-Baarn 2018-2022 vastgesteld. Het plan heeft betrekking op alle gemeentelijke watertaken (afvalwater, hemelwater en grondwater), het stedelijk oppervlaktewater en de integratie met de leefomgeving. Het plan beschrijft de achtergronden, het beleid, het programma en de financiën. Ook komen de rollen van gemeente, waterschap, bewoners en bedrijven aan bod. Daarnaast houdt het plan rekening met recente ontwikkelingen en het pas afgeronde technische onderzoek Basiswaterketenplan. Doelstelling is het maken van een duurzaam en robuust watersysteem en rioleringsstelsel, zodat deze de effecten van de klimaatverandering kunnen opvangen. Dit gebeurt in samenhang met andere ingrepen in de (stedelijke) omgeving, waarbij de kansen worden benut en effectgericht wordt gewerkt. Het hemelwater van de bebouwing zal worden opgevangen in infiltratiekratten. Het water dat op straat valt zal naar straatkolken worden geleid. In het plangebied zal hiervoor een gescheiden stelsel worden aangelegd tot aan de perceelsgrens. De riolering wordt daar aangesloten op het bestaande gemengde stelsel.
Indien dit gemengde stelsel te zijner tijd wordt vervangen, kan zodoende de droogweerafvoer en hemelwaterafvoer van het plangebied op dit gescheiden stelsel worden aangesloten. Nieuwe ontwikkelingen worden 'waterneutraal' ontworpen (geen extra afvoer van hemelwater). Het afvalwater wordt als bron van grondstoffen en energie gezien. Waar kansen zich voordoen, maken we het afvalwater onderdeel van de circulaire economie. Het grond- en oppervlaktewaterbeleid richt zich op waterbestendig bouwen, zodat de natuurlijke waterhuishouding behouden blijft. Onder het motto wat groen is moet groen blijven probeert het gemeentebestuur het verharden van tuinen te beperken. Door de klimaatverandering zal hevige neerslag vaker voorkomen en nog heviger worden. Hierdoor neemt het risico op wateroverlast toe. Bewoners en bedrijven zullen vaker hinder ondervinden, maar de gemeente wil de kans op overlast beperken en waterschade zoveel mogelijk voorkomen. De gemeente zet het beleid voort om vuil water en schoon hemelwater te scheiden. Het schone hemelwater wordt van de riolering afgekoppeld. Dit afkoppelen is duurzaam en nodig om de gemeente klimaatbestendig te maken. Voor nieuwbouw is de inzet om de ideale situatie steeds meer te benaderen op basis van de stand van de techniek. Dit vraagt om een vroegtijdige verbinding tussen disciplines als ruimtelijke ordening en stedelijk waterbeheer.
De initiatiefnemer zal over de definitieve uitvoering in overleg treden met gemeente.
Ontwerp Gemeente Baarn - Bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25
15
4.
Onderzoek
4.1.
Bodem In artikel 2.4.1, lid 1 van de Bouwverordening is bepaald dat een omgevingsvergunningsplichtig bouwwerk niet mag worden gebouwd op een zodanig verontreinigd terrein, dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu. In artikel 2.1.5 leden 1 en 2 van de Bouwverordening is het voorschrift gegeven dat bij het indienen van een aanvraag om omgevingsvergunning een bodemonderzoeksrapport overlegd moet worden, dat bestaat uit de resultaten van een recent verkennend onderzoek volgens NEN 5740. Derhalve is een verkennend bodemonderzoek 2 uitgevoerd. Gelet op het vooronderzoek is daarbij de onderzoeksstrategie uit de NEN 5740 'Strategie voor een verdachte locatie diffuse bodembelasting heterogeen verdeelde verontreiniging (VED-HE)' gehanteerd. Uit het onderzoek blijkt dat de bodem tot einddiepte van de boringen uit zand bestaat. In de grond zijn geen gehalten boven de achtergrondwaarde aangetoond. Er is zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest aangetoond. De locatie is daarmee onverdacht op aanwezigheid van asbest in de bovengrond. In het grondwater ter plaatse van de woningen is molybdeen licht verhoogd aangetoond. Ter plaatse van het gasontvangstation was het grondwater reeds voldoende onderzocht. Het grondwater ter plaatse van het gasontvangstation was licht verontreinigd met barium, cis/trans1,2-dichlooretheen en tetrahydrothiofeen.
De aanwezigheid van tetrahydrothiofeen is te relateren aan het gebruik van het voormalig gasontvangstation. Conclusie De milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen wijziging van het bestemmingsplan. Er is binnen het huidige kader geen aanvullend onderzoek naar de milieuhygiënische bodemkwaliteit noodzakelijk.
4.2.
Geluid Volgens artikel 77 van de Wet geluidhinder (Wgh) is het nodig akoestisch onderzoek te verrichten naar (nieuwe) woningen die in een geluidszone vallen. Op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder bevinden zich langs alle wegen geluidszones, met uitzondering van: ▪ woonerven; ▪ 30 km/uur-gebieden. Voor de Drakenburgerweg geldt een maximumsnelheid van 50 km/uur. In het stedelijk gebied heeft deze weg een geluidszone van 200 meter. Het plangebied ligt binnen de geluidszone van deze weg. De bouwlocatie ligt bovendien binnen de geluidszone van de Rijksweg A1 die ter
2
Tauw, Verkennend bodemonderzoek Drakenburgerweg 23, 25 en 25a in Baarn, R001-1285667EWC-V01-aao-NL, Amsterdam, 19 april 2022
Ontwerp Gemeente Baarn - Bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25
16
hoogte van Baarn na de toekomstige verbreding van de A1 600 meter breed is. Derhalve is akoestisch onderzoek3 uitgevoerd. De voorkeursgrenswaarde bedraagt 48 dB. Voor een binnenstedelijke situatie geldt een maximale grenswaarde van 63 dB en voor een buitenstedelijke situatie 53 dB. Bij overschrijding van de voorkeursgrenswaarden kan onder voorwaarden een hogere waarde worden vastgesteld. Het plangebied ligt in de geluidszonde van de A1 en van de Drakenburgerweg. Daarnaast ligt er een aantal 30 km/u-wegen rondom het plangebied. Uit het onderzoek blijkt dat voor de gevelbelasting vanwege de A1 maximaal 53 dB inclusief aftrek conform artikel 110g Wgh bedraagt en vanwege de Drakenburgerweg is de gevelbelasting maximaal 61 dB inclusief aftrek conform artikel 110g Wgh. De voorkeursgrenswaarde wordt daarmee overschreden. De maximale grenswaarde wordt niet overschreden. Vanwege het inpandige trappenhuis aan de achterzijde van het pand beschikken de woningen over een geluidluwe zijde en ook over een buitenruimte die geluidluw is (een afgesloten tuin achter het oostelijk deel van de bebouwing). Als er sprake is van een overschrijding van de voorkeurswaarde dient onderzocht te worden of bron- en of overdrachtsmaatregelen mogelijk zijn.
Uit het onderzoek is gebleken dat verdere bron- en overdrachtsmaatregelen niet toepasbaar zijn of tot stedenbouwkundige en verkeerskundige bezwaren leiden. Het bevoegd gezag heeft daarom de mogelijkheid om hogere waarden vast te stellen. Daarbij zal voor de woningen extra gevelmaatregelen nodig zijn om aan de binnenwaarde van 33 dB te kunnen voldoen. Daarvoor zal een bouwakoestisch onderzoek moeten uitwijzen welke gevelmaatregelen nodig zijn. Uit het onderzoek is verder gebleken dat vanwege de 30km/u-wegen de gevelbelasting maximaal 44 dB inclusief aftrek conform artikel 110g Wgh bedraagt. De 48 dB grenswaarde wordt daarmee niet overschreden. Vanwege de 30 km/u-wegen zijn er geen aanvullende eisen of maatregelen benodigd. Conclusie Indien de hogere waarden worden verleend zijn er uit akoestisch oogpunt zijn er geen belemmeringen voor de planontwikkeling.
3
SoundForceOne, Akoestisch onderzoek gevelbelasting wegverkeerslawaai woningbouwplan Baarnhuis Baarn, Baar202222 versie 1.0, Deventer, 24 mei 2022
Ontwerp Gemeente Baarn - Bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25
17
4.3.
Externe veiligheid Het Bevi heeft tot doel de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld door activiteiten met gevaarlijke stoffen in bedrijven tot het aanvaarde maximum te beperken. Het gaat daarbij om het beperken van de kans op en effect van een ernstig ongeval vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen. Op vergelijkbare wijze zijn de aanvaardbare risico's, verbonden aan transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor en het transport door buisleidingen, vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de daarbij behorende regelingen. Een daarvan is het Basisnet. Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het heeft betrekking op de Rijksinfrastructuur: hoofdwegen (snelwegen), hoofdwaterwegen (binnenwateren) en hoofdspoorwegen. Het doel wordt in Bevi, Bevt en Bevb vertaald naar de begrippen plaatsgebonden risico en groepsrisico. ▪ Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is.
▪ Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In Bevi, Bevt en Bevb zijn de risiconormen (plaatsgebonden risicoafstanden) wettelijk vastgelegd. Binnen deze afstanden mogen geen kwetsbare objecten worden opgericht. Beperkt kwetsbare objecten mogen alleen onder zwaarwegende motieven binnen deze risicoafstanden. Er is in Bevi, Bevt en Bevb geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Om te bepalen of het aspect externe veiligheid belemmeringen oplevert voor de realisatie van het plangebied is de risicokaart geraadpleegd. Hieruit blijkt dat zich in de nabijheid van het plangebied zich inrichtingen, transportassen of buisleidingen bevinden die van invloed zijn op de externe veiligheid in het plangebied. Tegenover het plangebied is een nieuw gasontvangstation gebouwd. Naar dit gasontvangstation loopt de hogedruk aardgasleiding W-500-23 van de Nederlandse Gasunie N.V. Daarnaast worden gevaarlijke stoffen over de A1 vervoerd. Gelet hierop is onderzoek4 externe veiligheid uitgevoerd.
4
SoundForceOne, Onderzoek externe veiligheid woningbouwplan Drakenburgerweg 23-25 te Baarn, Baar202222, Deventer, 25 mei 2022
Ontwerp Gemeente Baarn - Bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25
18
Afbeelding 7: Fragment risicokaart.
Het gasontvangststation valt onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit. Hiervoor gelden alleen veiligheidsafstanden ten opzichte van woningen en andere kwetsbare objecten. Het station hoeft niet getoetst te worden aan de normen van het groepsrisico. Het betreft een type C gasstation waarvoor conform tabel 3.12 van het Activiteitenbesluit een veiligheidsafstand van 25 meter rondom het bouwwerk geldt waarbinnen geen (beperkt) kwetsbare objecten mogen zijn gelegen. Het plangebied ligt buiten die veiligheidsafstand. Het gasontvangststation levert daarmee geen belemmeringen op voor het plangebied. Deze risicobron behoeft geen nadere beschouwing. Omdat het plangebied op meer dan 200 meter van de rijksweg A1 ligt, hoeft het groepsrisico niet inzichtelijk te worden gemaakt. Het plaatsgebonden risico en plasbrandaandachtsgebied leveren eveneens vanwege de afstand geen belemmeringen op voor het plangebied. Ook hoeft er dan niet naar ruimtelijke alternatieven of risicobeperkende maatregelen te worden gekeken. Wel dient de Veiligheidsregio Utrecht in de gelegenheid te worden gesteld advies uit brengen over de zelfredzaamheid, hulpverlening en rampenbestrijding van de nieuwe ontwikkeling. Voor de hogedruk aardgasleiding is het nodig een risicoberekening (QRA) op te stellen om het plaatsgebonden risico en het groepsrisico inzichtelijk te krijgen.
Voor die risicoberekening is het voorgeschreven rekenprogramma CAROLA (Computer Applicatie voor Risicoberekeningen aan Ondergrondse Leidingen met Aardgas) toegepast. Uit de berekening voor de hogedruk aardgasleiding blijkt dat er geen PR 10-6-contour is. Het plaatsgebonden risico levert daarmee geen belemmeringen op voor het voorgenomen plan. Uit de berekening van het groepsrisico is gebleken dat voor zowel de bestaande als de nieuwe situatie de kans op 10 of meer slachtoffers kleiner is dan 10-9 per jaar. Dit betekent dat het rekenprogramma geen groepsrisicocurve toont. Het groepsrisico is in dit geval minstens 1000 keer kleiner dan de oriëntatiewaarde.
Ontwerp Gemeente Baarn - Bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25
19
Gezien het groepsrisico in zowel de bestaande als de nieuwe situatie ruimschoots kleiner is dan 10% van de oriëntatiewaarde kan volstaan worden met een beperkte verantwoording groepsrisico. Er hoeft er niet naar ruimtelijke alternatieven of risicobeperkende maatregelen te worden gekeken. In een beperkte verantwoording dient de hoogte van het groepsrisico inzichtelijk te zijn gemaakt en dient de veiligheidsregio om advies te worden te gevraagd aangaande de rampenbestrijding en hulpverlening en de mogelijkheid van personen om zich in veiligheid te brengen. Hiervoor dient de Veiligheidsregio Utrecht in de gelegenheid te worden gesteld advies te geven. Afbeelding 8: Verantwoording groepsrisico. Hogedruk aardgasleiding Voor de hogedruk aardgasleiding is het optreden van een fakkelbrand vanwege een leidingbreuk het maatgevende ongevalsscenario. Het plangebied is gedeeltelijk binnen de 100%-letaliteitszone van 70 meter gelegen. Buiten de 100% letaliteitszone, maar nog binnen het invloedsgebied (1% letaliteitszone van 140 meter), zijn personen in bebouwing beschermd tegen de effecten van een fakkelbrand door een leidingbreuk. De bebouwing ligt grotendeels binnen de 100%-letaliteitszone (35 kw/h-contour). Door het voorgenomen plan wordt bebouwing toegestaan voor niet-zelfredzame personen.
Ondanks het lage groepsrisico is het aanbevolen voor de gevel aan de zijde van de buisleiding rekening te houden met de brandwerendheid van de gevel bij de materiaal- en productkeuze. Gedacht kan worden aan het toepassen kozijnen en beglazing en gevelbekleding met brand- en/of hittewerende eigenschappen. Voor de gevelisolatie heeft het de voorkeur een brandwerende of vertragende isolatie toe te passen. Verder zijn duidelijke vluchtroutes van belang en dat er meer dan één route is zodat er een alternatief is mocht een route niet (langer) bruikbaar zijn. Voor verdere informatie kan het Scenarioboek Externe Veiligheid (online) worden geraadpleegd. Een fakkelbrand bij een leidingbreuk treedt vrijwel acuut op waardoor het waarschuwen van personen binnen het invloedsgebied vrijwel niet mogelijk zal zijn. Het is daarom van belang voorbereid te zijn hoe te handelen in het geval van een leidingbreuk. Rijksweg A1 Vanwege de afstand tot de A1 is een mogelijk scenario op een gifwolk het meest maatgevend. De mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen is door zich in gebouwen op te houden totdat het gevaar geweken is. Hierbij dienen ramen en deuren gesloten te worden en eventuele mechanische installatie uitgeschakeld te kunnen worden. Ten slotte Draag zorg voor een goede informatievoorziening aan de aanwezige personen, opdat men weet hoe te handelen tijdens een calamiteit.
U kunt hiervoor bijvoorbeeld verwijzen naar de voorlichting op Crisis.nl zoals ‘Wees voorbereid' en NL-alert'.
Conclusie Uit het oogpunt van externe veiligheid zijn er derhalve geen belemmeringen voor de ontwikkeling van het plangebied.
4.4.
Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit samen met de AMvB "Niet in betekenende mate bijdragen" (NIBM), de ministeriële regeling NIBM, de ministeriële regeling Projectsaldering en de ministeriële regeling Beoordeling luchtkwaliteit in werking getreden.
Ontwerp Gemeente Baarn - Bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25
20
Projecten die "niet in betekenende mate bijdragen" aan de luchtverontreiniging, hoeven volgens de nieuwe wet niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Het "Besluit niet in betekenende mate" (NIBM) omschrijft het begrip nader: een project dat minder dan 3% van de grenswaarden bijdraagt is NIBM. Dit komt overeen met 1,2 microgram/m³ voor fijn stof en NO2. Voor woningbouw ligt de 3%-grens op 1.500 woningen. Voor wat betreft de luchtkwaliteit wordt voldaan aan een goed woon- en leefklimaat als de grenswaarden (jaargemiddelde concentratie van stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10)) niet worden overschreden. In de directe nabijheid van de locatie zijn geen activiteiten zoals veehouderijen, industrieën of/en verkeer die een extra toename NO2 of PM10 produceren, waardoor de achtergrondconcentratie bepalend is. De achtergrondconcentratie is de totale concentratie van alle bronnen per vak van 1 kilometer bij 1 kilometer. De achtergrondconcentratie wordt jaarlijks bepaald door de emissies van veehouderijen, industrieën en verkeer bij elkaar op te tellen. Uit de atlas voor de leefomgeving (peiljaar 2020, bron: www.atlasleefomgeving.nl) blijkt dat de achtergrondconcentratie stikstofdioxide (15,0 microgram per m³) en fijn stof (16,1 microgram per m³) zich beneden de wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde van 40 microgram per m³ bevinden.
De concentratie zeer fijn stof (8,8 microgram per m³) bevindt zich beneden de wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde van 20 microgram per m³. In het plangebied worden de grenswaarden derhalve niet overschreden. Conclusie In het plangebied worden 14 woningen toegevoegd. Daarmee blijft de toename van het woningaantal ruimschoots onder de grens van 1.500 woningen. Op basis van artikel 5.16, lid 1 onder a van de Wet milieubeheer (Wm) kan gesteld worden dat de luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de planontwikkeling.
4.5.
Waterparagraaf Algemeen Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Via de digitale watertoets is beoordeeld of en welke waterbelangen voor het plan relevant zijn. Het plangebied ligt in het beheer gebied van het Waterschap Vallei en Veluwe. Naast het waterschap is ook de gemeente Baarn formele waterbeheerder. Op 12 mei 2022 is de digitale watertoets doorlopen. Voor de verdere uitwerking en concretisering van de beoogde ontwikkeling, geeft het waterschap aan dat rekening gehouden moet worden met een aantal algemene en gebiedsspecifieke aandachtspunten voor water.
Ontwerp Gemeente Baarn - Bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25
21
Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat zoveel mogelijk hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. De gemeente Baarn hanteert daarbij een voorkeursvolgorde ten aanzien van de manier van verwerken van hemelwater van nieuw verhard oppervlak (particulier en openbaar). Deze volgorde is: ▪ opvangen en hergebruiken; ▪ infiltreren ('afvoeren naar de bodem'); ▪ (zo veel mogelijk vertraagd) afvoeren naar oppervlaktewater (al dan niet via hemelwaterriool); ▪ afvoeren naar gemengd riool. Daarbij wordt gewerkt van 'klein naar groot'. Voor particulieren geldt dus de voorkeursvolgorde: ▪ op eigen perceel; ▪ op openbaar terrein binnen plangebied; ▪ op openbaar terrein buiten plangebied Voor openbaar gebied geldt de voorkeursvolgorde: ▪ binnen plangebied; ▪ buiten plangebied. De initiatiefnemer moet zelf aantonen dat het hoogst haalbare niet redelijkerwijs mogelijk is (en aangeven wat volgens hem wel haalbaar is) en daarvoor de benodigde onderzoeken uitvoeren.
Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. De minimale ontwatering (afstand grondwater – onderkant vloer) bij nieuwbouw is 90 cm ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. De toekomstige bebouwing wordt niet onderkelderd. De bouwplannen zullen grondwaterneutraal worden gerealiseerd.
Ontwerp Gemeente Baarn - Bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25
22
Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Door niet uitlogende materialen toe te passen voor dakgoten, afvoerpijpen en dergelijke wordt voorkomen dat het te infiltreren hemelwater de bodem en het grondwater verontreinigt. Het waterschap vraagt de initiatiefnemer de beslisboom voor het afkoppelen van verhard oppervlak van het waterschap toe te passen. Het hemelwater van de bebouwing zal worden opgevangen in infiltratiekratten. Het water dat op straat valt zal naar straatkolken worden geleid. In het plangebied zal hiervoor een gescheiden stelsel worden aangelegd tot aan de perceelsgrens. De riolering wordt daar aangesloten op het bestaande gemengde stelsel. Indien dit gemengde stelsel te zijner tijd wordt vervangen, kan zodoende de droogweerafvoer en hemelwaterafvoer van het plangebied op dit gescheiden stelsel worden aangesloten. Proces In het kader van de planontwikkeling is op 12 mei 2022 de digitale watertoets (www.dewatertoets.nl) doorlopen. Omdat in het plangebied geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of A- watergangen) liggen, waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging, betekent dit dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt.
Op basis daarvan is door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies gegeven.
4.6.
Flora en fauna Per 1 januari 2017 is de huidige Flora- en faunawet samen met de Boswet en Natuurbeschermingswet vervangen door de Wet natuurbescherming (Wnb). Onder de Wet natuurbescherming vervallen de voormalige tabellen 1, 2 en 3 (Flora- en faunawet) waarin de beschermde soorten zijn opgenomen. Tevens zijn er circa 200 soorten niet langer beschermd en worden enkele bedreigde soorten toegevoegd. De soortenbescherming binnen de Wet natuurbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Voor alle beschermde soorten geldt een ontheffingsplicht. Het bevoegd gezag (de provincie) kunnen voor de soorten die zijn opgenomen in het ‘beschermingsregime andere soorten' vrijstellingsbesluit nemen en hierin onderscheid maken tussen meer en minder strikt beschermde soorten. Daarom is een quickscan5 uitgevoerd om te bepalen of er vanuit de natuurwetgeving belemmeringen zijn voor de uitvoering van het plan. Gebiedsbescherming Het dichtstbijzijnde gebied Eemmeer & Gooimeer Zuidoever (Vogelrichtlijn) ligt ruim 6,3 kilometer ten noorden van het plangebied. De aard van de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkeling maken dat de effecten uitsluitend tot het plangebied of in de zeer directe zone eromheen
5
Eelerwoude., Quickscan Wet natuurbescherming Drakenburgerweg 23 – 25A te Baarn, 203092, Goor, 25 februari 2022
Ontwerp Gemeente Baarn - Bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25
23
beperkt blijven. Gezien de afstand tot het dichtstbijzijnde en andere Natura 2000-gebieden, de invulling van het tussenliggend gebied met bebouwing en infrastructuur (A1 en A27) en de voorgenomen werkzaamheden is er geen sprake van mogelijk negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden, zij het door een rechtstreekse invloed, cumulatieve invloed of externe werking. Een toetsing op grond van de Wet natuurbescherming van niet stikstof-gerelateerde effecten wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Het plangebied ligt op ongeveer 1,4 kilometer van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De provincie hanteert geen externe werking als het gaat om het NNN, de Nee-tenzij toets is derhalve niet aan de orde. Een toename in stikstofdepositie kan een negatief effect sorteren op kwetsbare en gevoelige habitattypen in daarvoor gevoelige Natura2000-gebieden. Derhalve is een stikstofonderzoek uitgevoerd. Derhalve zijn met de recentste versie van de Aeriuscaculator berekeningen6 uitgevoerd. Uit de berekeningen voor de aanlegfase en de beoogde gebruiksfase is gebleken dat de stikstofdepositie maximaal 0,00 mol/ha/jaar bedraagt. Significant negatieve effecten op de stikstofgevoelige habitats als gevolg van dit plan zijn daarmee uitgesloten. Voor dit project geldt daarom geen vergunningplicht voor het onderdeel stikstof vanwege de wet Natuurbescherming.
Derhalve vormt stikstofdepositie geen belemmering voor de planontwikkeling. Soortenbescherming De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt naar verwachting tot beperkt verlies van leefgebied van een aantal beschermde soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt. Dit komt met name doordat in de oorspronkelijke situatie bebouwing aanwezig is/was en bebouwing weer terugkomt. Het betreffen soorten als egel, gewone pad, eventueel konijn en diverse algemene muizensoorten. Wel kunnen de werkzaamheden zorgen dat soorten het plangebied minder gemakkelijk kunnen kruisen, al is sprake van alternatief leefgebied aan de overzijde van de Drakenburgerweg. De werkzaamheden hebben geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten omdat er sprake is van een tijdelijke en plaatselijke verstoring, voldoende leefgebied aanwezig blijft en het relatief algemene soorten betreft. De woningen 23 en 25 bieden langs de dakrand, met name aan de kopgevels, geschikte invliegopeningen voor vleermuizen en zijn daarmee potentiële verblijfplaatsen. Indien verblijfplaatsen worden aangetroffen, is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk om de woningen te kunnen slopen. Ook nesten van huismus en gierzwaluw worden in de woningen nummer 23 en 25 op voorhand niet uit te sluiten. Daarom is nader onderzoek7 naar vogels en vleermuizen uitgevoerd.
Uit dat nader onderzoek is gebleken dat de huis-
6
7
SoundForceOne, Onderzoek stikstofdepositie Baarnhuis Drakenburgerweg Baarn, Baar202324 versie 1.0, Deventer, 12 april 2023 Eelerwoude., Nader onderzoek vogels en vleermuizen Drakenburgerweg 23 – 25 te Baarn, 203092, Goor, 21 april 2023
Ontwerp Gemeente Baarn - Bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25
24
mus, gierzwaluw, gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis en laatvlieger in en rond het plangebied zijn vastgesteld. Essentiële functies, als verblijfplaatsen, foerageergebied en/of vliegroutes, zijn binnen het plangebied echter niet aanwezig. Als gevolg van de geplande werkzaamheden (slopen en nieuwbouw) is geen sprake van negatieve effecten op deze soorten. Het nemen van vervolgstappen als een ontheffing Wet natuurbescherming, is niet aan de orde. Verstoring van broedende vogels en vernieling van in gebruik zijn de vogelnesten moet worden voorkomen. De periode van 1 maart tot 15 juli wordt over het algemeen beschouwd als broedseizoen. Door het eventueel kappen van de bomen buiten de periode uit te voeren, wordt de kans verkleind dat op dat moment broedende vogels aanwezig zijn. Zeker doordat ekster veelvuldig in de spar is waargenomen. Werkzaamheden binnen het broedseizoen kunnen worden uitgevoerd als met zekerheid kan worden vastgesteld dat er geen broedende vogels/nesten met jongen aanwezig zijn in te verwijderen groen/bomen. Algemene zorgplicht In de Wet natuurbescherming is in artikel 1.11 een omschrijving opgenomen over de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen 'voldoende zorg' in acht neemt voor alle in het wild levende dieren en planten, dus ook niet-beschermde soorten en hun directe leefomgeving.
Dit is een algemene verantwoordelijkheid die voor iedereen geldt. Het betekent bijvoorbeeld dat er niet onnodig dieren en planten worden gedood, wanneer er redelijkerwijs een andere oplossing voor is, bijvoorbeeld door de dieren te verplaatsen naar een ander gebied. Conclusie Er dient nader onderzoek te worden uitgevoerd naar vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen. Op basis van de uitkomsten van dit aanvullend onderzoek kan een activiteitenplan worden opgesteld dat een basis vormt voor de aanvraag van een ontheffing Wet natuurbescherming (bevoegd gezag Provincie Utrecht). Indien noodzakelijk zal te zijner tijd, voorafgaand aan de verlening van de omgevingsvergunning, een ontheffing op grond van de Wnb worden aangevraagd. Het ligt in de lijn der verwachting dat die ontheffing zal worden verleend door het bevoegd gezag.
4.7.
Archeologie en cultuurhistorie
4.7.1. Archeologie In de Erfgoedwet die op 1 juli 2016 in werking is getreden zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Malta binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. Het Verdrag van Malta regelt de omgang met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland ondertekende dit verdrag van de Raad voor Europa in 1992. Aanleiding voor dit verdrag was dat het Europese archeologische erfgoed in toenemende mate bedreigd werd. Niet alleen door natuurlijke processen of ondeskundig gebruik van het bodemarchief, maar ook door ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening.
Ontwerp Gemeente Baarn - Bestemmingsplan Drakenburgerweg 23-25
25
De Erfgoedwet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen: "de veroorzaker betaalt". Om dit te kunnen onderbouwen dient de gemeente er voor te zorgen dat de archeologische waarden en verwachtingen binnen het gemeentelijk grondgebied bekend zijn. Uit een analyse van uitgevoerde archeologisch onderzoeken8 blijkt dat op basis van Archis is vastgesteld dat al enkele archeologische onderzoeken hebben plaatsgevonden direct naast en gedeeltelijk in het plangebied. De uitgevoerde booronderzoeken dekken het plangebied geheel en beide onderzoeken kennen een vrijgave-advies. Hierdoor heeft de huidige planvorming geen raakvlak met de archeologie. Geconcludeerd kan worden dat de archeologische verwachtingswaarde met deze rapportage in voldoende mate zijn vastgesteld en dat geen andere archeologische stappen nodig zijn. Daarom wordt (wederom) geadviseerd het plangebied vrij te geven op het gebied van archeologie. Deze conclusie wordt bevestigd op de archeologische beleidskaart van de gemeente Baarn. Afbeelding 9: Fragment archeologische beleidskaart.
Indien tijdens de werkzaamheden resten worden aangetroffen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze resten van cultuurhistorische waarde zijn, geldt een wettelijke meldingsplicht conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet. 4.7.2. Cultuurhistorie In het plangebied wordt geen uit cultuurhistorisch oogpunt waardevolle bebouwing gesloopt. In paragraaf 2.1 is een omschrijving gegeven van de bestaande situatie. In paragraaf 2.2.2 is aan-