703560 Ontwerpbegroting 2024 RMN bijlage 3 Voorlopige financieel effect onderhandelingsakkoord CAO 2023
Tekst van het document
Bijlage: Ontwikkelingen na samenstelling primaire begroting 2024 Inleiding 1. voorlopig financieel effect onderhandelingsakkoord CAO 2023 op de begroting RMN Op 21 februari 2023 bereikten werkgevers en werknemers een principeakkoord over de CAO 2023. In dit onderhandelingsakkoord zijn onder meer de volgende afspraken opgenomen: -
De beoogde CAO heeft een looptijd van 2 januari 2023 tot en met 1 januari 2024; De salarissen stijgen per 2 januari 2023 eerst met € 240 en daarna met 2%; Het aantal bovenwettelijke vakantiedagen wordt per 2 januari verhoogd van 6 naar 7; Vanaf 2024 wordt 5 mei een feestdag.
Daarnaast zijn er afspraken gemaakt over onder meer de hoogte van de thuiswerkvergoeding, aanpassing van de minimumsalarisschaal, verlofsparen, ouderschapsverlof en bovenwettelijke sociale zekerheid. De gevolgen voor de begroting van RMN zijn groot. In het onderhandelingsresultaat stijgen de lonen gedifferentieerd, waarbij de lagere loonschalen er verhoudingsgewijs meer op vooruitgaan dan de hogere loonschalen. Juist RMN heeft relatief veel medewerkers met lagere loonschalen in dienst, en bij de kostprijs van veel producten uit de begroting van RMN heeft het looncomponent veel belang. Overigens krijgen door RMN ingehuurde uitzendkrachten conform de wetgeving hierover volgens dezelfde CAO betaald. Door de verhoudingsgewijs grotere salarisstijging van de lagere loonschalen worden veel producten en diensten van RMN duurder, terwijl het in de vastgestelde primaire begroting 2023 gehanteerde uitgangspunt van 1.402 productieve uren per jaar voor een medewerker in de buitendienst geen rekening houdt met de uitbreiding van het aantal verlof- en feestdagen. Dit geldt op moment van schrijven eveneens voor de ontwerpbegroting 2024. In het onderhandelingsakkoord worden 2 extra verlof opgenomen. Hierdoor daalt het aantal beschikbare productieve uren per medewerker van 1.402 naar 1.386.
Om in totaliteit hetzelfde aantal productieve uren te realiseren moet de formatie buitendienst met 1,5 fte uitgebreid worden. Voor 2023 is een globale herrekening gemaakt van de CAO ontwikkeling uitgaande van het onderhandelingsresultaat zoals dat bekend is. Voor 2023 levert dat waarschijnlijk € 397.000 aan extra loonkosten voor RMN op, bovenop de 8,3% waar in de ontwerpbegroting 2023.02 vanuit is gegaan. Deze ontwikkeling heeft een structureel karakter en zal ook in 2024 en volgende jaren doorwerken. In bijlage 1 is dit uitgewerkt. 2. Investeringsplan nieuwe containers 2023 Na samenstelling van de primaire begroting 2024 bleek dat abusievelijk het investeringsplan 2023 van nieuwe containers niet opgenomen was in de voorbereidingen. Omdat hieruit belangrijke financiële consequenties komen is het voorstel om deze tegelijk met de definitieve
CAO vaststelling te verwerken in de primaire begroting 2024. In bijlage 2 is een uitwerking opgenomen.
Bijlage 1 In onderstaande tabel is het CAO effect 2023 op de bijdrage van de individuele gemeente zichtbaar gemaakt. Onderhandelingsakkkoord febr 2023
2023.2
Personeelskosten direct personeel
7.994.000
8.235.000
241.000
3,0%
Personeelskosten derden
1.945.000
2.113.000
168.000
8,6%
Loonkosten indirect personeel
3.250.000
3.238.000
-12.000
-0,4%
13.189.000
13.586.000
397.000
3,0%
totaal loongevoelig deel
prognose
verschil absoluut
in %
Baarn
3.732.000
3.781.000
49.000
1,31%
Bunnik
2.337.000
2.367.000
30.000
1,28%
Bunnik additioneel
283.000
289.000
6.000
2,12%
IJsselstein
5.489.000
5.555.000
66.000
1,20%
Nieuwegein
7.063.000
7.131.000
68.000
0,96%
Soest
6.447.000
6.514.000
67.000
1,04%
Zeist
9.134.000
9.242.000
108.000
1,18%
3.000 397.000
1,71%
Derden
175.000 178.000 34.660.000 35.057.000 Bijdrage gemeenten
Ook in 2024 heeft het onderhandelingsakkoord financiële gevolgen. Het onderhandelings akkoord heeft een looptijd tot 1 januari 2024. Voor 2024 zijn geen nieuwe CAO bekend. Voor de loonkostenontwikkeling wordt de kadernota 2024 als basis genomen. Voor 2024 levert dat € 14.000 aan extra loonkosten voor RMN op. Inclusief de doorwerking van 2023 stijgen de loonkosten met € 411.000.
Onderhandelingsakkkoord febr 2023
2024
prognose
verschil absoluut
in %
Personeelskosten direct personeel
8.293.000
8.541.000
248.000
3,0%
Personeelskosten derden
2.021.000
2.195.000
174.000
8,6%
Loonkosten indirect personeel
3.378.000 13.692.000
3.367.000 14.103.000
-11.000
-0,3%
411.000
3,0%
Baarn
3.855.000
3.905.000
50.000
1,30%
Bunnik
2.488.000
2.519.000
31.000
1,25%
290.000
296.000
6.000
2,07%
IJsselstein
5.607.000
5.678.000
71.000
1,27%
Nieuwegein
7.145.000
7.218.000
73.000
1,02%
Soest
6.623.000
6.693.000
70.000
1,06%
Zeist
9.515.000
9.623.000
108.000
1,14%
Derden
178.000 35.701.000
181.000 36.113.000
3.000 411.000
1,69%
totaal loongevoelig deel
Bunnik additioneel
Bijdrage gemeenten
Bijlage 2 Overzicht uitbreidingsinvesteringen 2023
Baarn
11
131.450
Kapitaallasten 2024 15.000
Bunnik
0
0
IJsselstein
35
418.250
48.000
Nieuwegein
91
1.087.450
125.000
Soest
100
1.195.000
137.000
Zeist
0 237
0 2.832.150
0
Gemeente
Bijdrage gemeenten
Aantal containers
Investering
326.000
Per container wordt uitgegaan van een investering van € 11.950. De onderhouds- en beheerskosten zijn nog niet opgenomen.