CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

678740 Bestemmingsplan Drakenburgerweg 73 bijlage 6 Nota van beantwoording bestemmingsplan Drakenburgerweg 73

Besluit in de Raad 19 april 2023, gemeente BaarnBij agendapunt: Bestemmingsplan Drakenburgerweg 732.280 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van Beantwoording Bestemmingsplan Drakenburgerweg 73

gemeente Baarn 19 april 2022

1

Inhoudsopgave Inleiding ............................................................................................................................................................................................ 3 1.1 Ter plaatse geldende bestemmingsplan ................................................................................................ 3 1.2 Procedure .................................................................................................................................................... 3 Samenvatting en reactie op de zienswijzen ............................................................................................................................ 4 2.1 Zienswijze 1 ................................................................................................................................................. 4 2.2 Zienswijze II ................................................................................................................................................. 6 3.

Ambtshalve wijzigingen…………………………………………………………………………………………...8

2

Inleiding Het bouwplan betreft de sloop van een bijgebouw en de realisatie van een nieuwe woning en bijgebouw op een af te splitsen deel van het perceel aan de Drakenburgerweg 73 in Baarn.

1.1

Ter plaatse geldende bestemmingsplan

Ter plaatse geldt het bestemmingsplan 'Baarn Noord' (vastgesteld 25 september 2013). De beoogde locatie heeft de bestemmingen ''wonen'' en ''tuin''. Er is binnen het perceel geen bouwvlak voor een tweede woning. Het plan is daarom in strijd met het geldende bestemmingsplan. Om het plan mogelijk te kunnen maken is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk.

1.2

Procedure

Om het plan mogelijk te maken is een nieuw bestemmingsplan voorbereid op grond van hoofdstuk 3 Wro. Het ontwerpbestemmingsplan heeft ter inzage gelegen van vrijdag 18 november 2022 tot en met donderdag 29 december 2022. Hierop zijn twee zienswijzen ontvangen. In deze nota van beantwoording wordt reactie gegeven op de ingediende zienswijzen en wordt aangegeven in hoeverre dit tot wijziging van het bestemmingsplan heeft geleid. In deze nota van beantwoording wordt tevens een overzicht gegeven van de ambtshalve wijzigingen die hebben plaatsgevonden na de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan.

3

Samenvatting en reactie op de zienswijzen Er zijn twee zienswijzen binnen de termijn ingediend. Overzicht inspraakreacties: Wie Onderwerp Zienswijze 1 Diverse Zienswijze 2 Diverse

2.1

Ingekomen/verzonden op 29-11-2022 23-12-2022

Zienswijze 1

Samenvatting en reactie zienswijze 1 a.

Het uitzicht en de openheid wordt teveel beperkt als gevolg van de ontwikkeling die het nieuwe bestemmingplan mogelijk maakt. In het plan is rekening gehouden met de omgeving en de belangen van de buurt. Hoewel het vrije uitzicht als gevolg van het plan iets kan verminderen is er geen sprake van een onevenredig grote aantasting. Om de impact van het plan op de omgeving, de openheid en het vrije uitzicht zo beperkt mogelijk te houden is gekozen voor een relatief beperkte bouwhoogte. In het plan is sprake van een maximale goothoogte van 5m en een nokhoogte van 7m. Er is gekozen voor een ondergrondse verdieping om de hoogte zo beperkt mogelijk te houden. Daarbij is de woning die het plan mogelijk maakt ten opzichte van de bestaande woning(en) smal en diep. Hiermee wordt de openheid zoveel mogelijk behouden. In de belangenafweging wordt de vermindering van het vrije uitzicht niet als zodanig onevenredig beschouwd dat geen sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Daarbij wordt mede in aanmerking genomen dat de bestaande schuur op het perceel al een deel van het vrije uitzicht ontneemt. Uit diverse uitspraken van de Raad van State blijkt daarbij tevens dat er geen recht op blijvend vrij uitzicht bestaat. b.

De ontwikkeling gaat ten koste van de privacy en rust. Tevens zijn wij bang voor schade en negatieve gevolgen voor onze eigen woning als gevolg van al het ‘bouw’ geweld. De afstand van de achterkant van de woning die het nieuwe bestemmingsplan mogelijk maakt tot de perceelgrens aan de achterkant is ruim 12 meter. De afstand tot de achtergevel met de achterliggende woningen is nog veel groter. Hoewel niet is uit te sluiten dat er sprake zal zijn van enige overlast als gevolg van dit plan zal dat gezien de geringe omvang (één woning) beperkt zijn. Daarbij geldt dat enige overlast en inkijk inherent is aan het wonen binnen de bebouwde kom. Ook is in de huidige situatie vanwege de aanwezigheid van de bestaande woningen al sprake van enige mate van inkijk en overlast. Tijdens de periode van bouw zal mogelijk overlast worden ervaren. Onder meer vanwege het bouwverkeer en de bouwwerkzaamheden. De vrees voor overlast als gevolg van de bouw is invoelbaar. Echter laat dat laat onverlet dat bouwverkeer en overlast door bouwwerkzaamheden geen betrekking hebben op het plan zelf maar op de uitvoering daarvan. Uitvoeringsaspecten vallen buiten de scope van een bestemmingsplan. Mogelijke schade die ontstaat aan bestaande woningen als gevolg van de bouw kan worden via de privaatrechtelijke weg worden verhaald.

Voor schade als gevolg van het bestemmingsplan staat een afzonderlijke procedure conform artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening open. c. De nieuw te bouwen woning is niet passend en werkt verstorend in de wijk. Het plan is zorgvuldig ingepast in de (bestaande) omgeving en sluit een bij de stedenbouwkundige structuur van de wijk. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de woning die het plan mogelijk maakt wordt gerealiseerd op een

4

relatief groot perceel en goed aansluit bij de bestaande typologie en ritmiek (waarbij woningen worden afgewisseld met open ruimtes) van de woningen aan de Drakenburgerweg. Daarbij is de voorgevelrooilijn gelijk aan de andere woningen die zijn gelegen aan dit deel van de Drakenburgerweg. Overeenkomstig de woningen in de omgeving wordt de nieuwe woning die het plan mogelijk maakt gerealiseerd met een kap. Hoewel er sprake is van enige verdichting van de omgeving als gevolg van het plan kan het groene en open karakter in grote mate behouden blijven. Hiermee is de woning passend binnen de omgeving. d. De voorkeursgrenswaarde van 48dB wordt overschreden. Als gevolg van het verkeersgeluid afkomstig van de Drakenburgerweg en de A1 wordt de voorkeursgrenswaarde (48dB) op de geval van die nieuwe woning die het plan mogelijk maakt overschreden. Daarom zijn voor dit plan hogere grenswaarden nodig. Het plan zorgt zelf niet voor een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde op andere woningen. Het plan leidt door de afschermende werking van de woning eerder tot een afname van de geluidsbelasting op de achterliggende woningen. e.

Er zijn nog geen afspraken gemaakt met betrekking tot overlast, inkijk, zelfbewoning en behoud van de groene haag. Zoals onder b is overwogen is niet uit te sluiten dat het plan leidt tot enige mate van overlast en vermindering van privacy (inkijk). Dit is echter inherent aan het wonen binnen de bebouwde kom en gezien de afstanden tot omliggende woningen ook aanvaardbaar. In de huidige situatie is ook sprake van enige overlast en inkijk door de reeds bestaande woningen. Een zelfbewoningsplicht is daarbij niet een ruimtelijk relevant gegeven dat in een bestemmingsplanprocedure thuishoort. Het behoud van de groene haag is niet bepalend voor de vraag of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Conclusie zienswijze 1 De zienswijze geeft geen aanleiding om wijzigingen in het bestemmingsplan aan te brengen.

5

2.2

Zienswijze II

Samenvatting zienswijze II a. De woning sluit niet aan bij de stedenbouwkundige opzet van de wijk. Het plan is zorgvuldig ingepast in de (bestaande) omgeving en sluit een bij de stedenbouwkundige structuur van de wijk. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de woning die het plan mogelijk maakt wordt gerealiseerd op een relatief groot perceel en goed aansluit bij de bestaande typologie en ritmiek (waarbij woningen worden afgewisseld met open ruimtes) van de woningen aan de Drakenburgerweg. Daarbij is de voorgevelrooilijn gelijk aan de andere woningen die zijn gelegen aan dit deel van de Drakenburgerweg. Overeenkomstig de woningen in de omgeving wordt de nieuwe woning die het plan mogelijk maakt gerealiseerd met een kap. Hoewel er sprake is van enige verdichting van de omgeving als gevolg van het plan kan het groene en open karakter in grote mate behouden blijven. Hiermee is de woning passend binnen de omgeving. b. De nieuwe woning gaat ten koste van het vrije uitzicht op het open land. In het plan is rekening gehouden met de omgeving en de belangen van de buurt. Hoewel het vrije uitzicht als gevolg van het plan iets kan verminderen is er geen sprake van een onevenredig grote aantasting. Om de impact van het plan op de omgeving, de openheid en het vrije uitzicht zo beperkt mogelijk te houden is gekozen voor een relatief beperkte bouwhoogte.

In het plan is sprake van een maximale goothoogte van 5m en een nokhoogte van 7m. Er is gekozen voor een ondergrondse verdieping om de hoogte zo beperkt mogelijk te houden. Daarbij is de woning die het plan mogelijk maakt ten opzichte van de bestaande woning(en) smal en diep. Hiermee wordt de openheid zoveel mogelijk behouden. In de belangenafweging wordt de vermindering van het vrije uitzicht niet als zodanig onevenredig beschouwd dat geen sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Daarbij wordt mede in aanmerking genomen dat de bestaande schuur op het perceel al een deel van het vrije uitzicht ontneemt . Uit diverse uitspraken van de Raad van State blijkt daarbij tevens dat er geen recht op blijvend vrij uitzicht bestaat. c.

Het ontwerpbestemmingsplan sluit niet goed aan bij (de uitgangspunten) van het vingerende bestemmingsplan ‘’Baarn Noord’’. Aan een geldend bestemmingsplan kunnen geen blijvende rechten worden ontleend. Op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen kunnen andere bestemmingen en regels voor gronden worden vastgesteld. In dit geval is sprake van nieuwe planologische inzichten. Uitgangspunt daarbij is dat sprake moet zijn van een goede ruimtelijke ordening. Dit plan is in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening.

d.

De woning leidt tot overlast van verkeer en geluid. Dit wordt versterkt doordat het nieuwe plan voorziet in een nieuwe oprit nabij de omliggende percelen. Hoewel er als gevolg van het plan sprake zal zijn van enige toename van het verkeer en geluid zal dit niet dermate groot zijn dat niet kan worden gesproken van een goed woon- en leefklimaat. De ontwikkeling die het bestemmingsplan mogelijk maakt (realisatie één woning) is dermate beperkt dat de impact op de omgeving beperkt zal zijn. Hierbij wordt mede overwogen dat de ontwikkeling plaatsvindt binnen de bebouwde kom waarin mensen enige overlast van elkaar moeten accepteren. Met betrekking tot de inrit speelt daarbij ook mee dat dat de bestaande schuur op de percelen achter het plangebied als afscherming dient. e.

De nieuwe woning is niet passend binnen het gemeentelijk beleid zoals dat is vastgelegd in de ‘Toekomstvisie en Structuurvisie Baarn in 2030’’. In de Structuurvisie staat dat met de toenemende schaarste aan bouwgrond de gemeente meer ontwikkelingen mogelijk wil maken door open te staan voor initiatieven uit de markt, mits de plannen passen binnen de Baarnse

6

maat en voldoen aan de in de Toekomstvisie geformuleerde uitgangspunten 'vorstelijk, duurzaam en kwalitatief'. De gemeente ziet deze Structuurvisie als een uitnodiging aan het particulier initiatief om met voorstellen en projecten te komen (uitnodigingsplanologie). Het integraal afwegingskader kan worden gebruikt als er een nieuwe initiatief binnenkomt dat niet past in het (tegenwoordig vaak conserverende) bestemmingsplan, maar is geen verplichting. De ontwikkeling die het plan mogelijk maakt is niet in strijdt met de in de Structuurvisie benoemde uitgangspunten waarbij ‘inbreiden’ juist een belangrijk onderdeel is. f. Niet duidelijk is of het plan gevolgen heeft voor de bodemstabiliteit en de reeds bestaande trillinghinder. Het plan voorziet niet (of slechts in zeer beperkte mate) in het toestaan van een trillingsbron (bijvoorbeeld een spoorweg). Hoewel de autobewegingen over de voorziene inrit enige trillingen kunnen veroorzaken, zal dit een zeer beperkte omvang hebben. Daarnaast geldt dat in de huidige situatie op dit deel ook autobewegingen kunnen en mogen plaatsvinden. De trillingshinder die al wordt ervaren is met name het gevolg van het zware (vracht)verkeer over de Drakenburgerweg. Het zware (vracht)verkeer zal als gevolg van dit plan niet verder toenemen. De ondergrondse verdieping (kelder) kan juist verlichting brengen in de trillingshinder die wordt ervaren.

In het kader van de aanvraag van de Omgevingsvergunning (bouwvergunning) moet een sterkte berekening van het gebouw (en dus ook van de fundering) en de draagkracht van de fundering worden ingediend. Deze bouwkundige berekening borgen het aspect bodemstabiliteit.

Conclusie zienswijze II De zienswijze geeft geen aanleiding om wijzigingen in het bestemmingsplan aan te brengen.

7

3. Ambtshalve wijzigingen In onderstaande tabellen is aangegeven welke ambtshalve wijzigingen van ondergeschikte aard ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan zijn doorgevoerd. Regels Artikel 3.1 4.1

Wijziging ‘’Waterhuishoudkundige doeleinden’’ gewijzigd in ‘’Waterhuishoudkundige voorzieningen’’ ‘’Waterhuishoudkundige doeleinden’’ gewijzigd in ‘’Waterhuishoudkundige voorzieningen’’

Toelichting HoofdWijziging stuk/paragraaf 5.6.1 Bestaande passage gewijzigd naar: ‘Door Langelaar Milieuadvies is in mei 2022 een effectbeoordeling stikstofdepositie opgesteld. In januari 2023 is de stikstofbeoordeling geactualiseerd op basis van AERIUS 2022. Deze nieuwe effectbeoordeling is opgenomen in Bijlage 6. In dit onderzoek is achtereenvolgens onderzocht: •

de NOX en NH3 emissies gedurende de tijdelijke fase (aanleg- en bouwfase);

•

de NOX en NH3 emissies gedurende de permanente fase (gebruiksfase);

Op basis van een berekening met behulp van de Aerius calculator versie 2022 worden in het rapport de volgende conclusies getrokken: •

Uit het uitgevoerde onderzoek stikstofdepositie blijkt dat zowel de inzet van machines en transportbewegingen in de aanlegfase als verkeer in de gebruiksfase niet leidt tot een stikstofdepositietoename die groter is dan 0,00 mol/ha/jr op stikstofgevoelige habitats en leefgebieden in Natura2000-gebieden.

•

Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000- gebieden door stikstof kunnen op voorhand worden uitgesloten.

•

Er is geen vergunningplicht op grond van de Wet Natuurbescherming ten gevolge van stikstoftoename.’

6.1

Bestaande passage gewijzigd naar: ‘Indien sprake is van een of meerdere aangewezen bouwplannen in de zin van artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening, (hierna “een aangewezen bouwplan”), in combinatie met een bestemmingsplan, wijzigingsplan, projectuitvoeringsbesluit of omgevingsvergunning is de afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (Grondexploitatiewet) van toepassing. In dit geval is sprake van

8

een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1. Bro. Dit houdt in dat de gemeenteraad een exploitatieplan dient vast te stellen tenzij het kostenverhaal anderszins is verzekerd. Dat kan via een privaatrechtelijke overeenkomst. Met de initiatiefnemer is een privaatrechtelijke overeenkomst gesloten, waardoor er geen exploitatieplan vastgesteld hoeft te worden en de economische uitvoerbaarheid van het project verzekerd is.’ Bijlage

Nieuw stikstofonderzoek n.a.v. aangepaste AERIUS calculator

9

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12526541/1