CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

644984 Bestemmingsplan Kloosterlaan 31-33-35 bijlage 1 Bestemmingsplan Kloosterlaan 31-33-35

Besluit in de Raad 29 maart 2023, gemeente BaarnBij agendapunt: Bestemmingsplan Kloosterlaan 31-33-3512.434 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

40/64

hoofdgebouw: 1.30 een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste gebouw op een bouwperceel kan worden aangemerkt; 1.31 overkapping: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak en met aan ten hoogste één zijde een gesloten wand; 1.32 peil: a. voor een bouwwerk op een perceel waarvan de voorgevel direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van de weg ter plaatse van de voorgevel; b. voor een bouwwerk op een perceel waarvan de voorgevel niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het terrein ter hoogte van die voorgevel bij voltooiing van de bouw; c. indien in of op het water gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden peil); 1.33 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander persoon tegen vergoeding; 1.34

risicovolle inrichting:

een inrichting als bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen; 1.35 seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografisch aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.36 uitbouw: een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, in één bouwlaag, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; functionele ondergeschiktheid is niet vereist; 1.37 voorgevel: de gevel aan de straat waar het huisnummer aan is toegekend; 1.38 woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

41/64

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 lengte, breedte of diepte van een bouwwerk: tussen (de lijnen, getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van gemeenschappelijke scheidingsmuren); 2.2 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.3 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.5

de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.6 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. Bij het meten worden ondergeschikte bouwonderdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, gevelen kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwvlak- of bestemmingsgrenzen of maximaal toegelaten bebouwingsoppervlakte niet meer dan 1 m bedraagt.

42/64

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Verkeer - verkeersverblijfgebied

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verkeers- en verblijfsgebied; b. groenvoorzieningen, bermen, taluds en sloten; met daaraan ondergeschikt: c. verhardingen; d. beplanting en waterpartijen; e. nutsvoorzieningen; f. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. In de bestemming zijn verkooppunten voor motorbrandstoffen niet toegestaan. 3.2 Bouwregels Op de tot 'Verkeer - verkeersverblijfgebied' bestemde gronden mogen uitsluitend worden gebouwd andere bouwwerken ten dienste van de bestemming, met dien verstande dat voor andere bouwwerken de volgende regels gelden: a. de bouwhoogte van een erfscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 meter; b. de bouwhoogte van masten en palen mag niet meer bedragen dan 8,5 meter;

3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. de verkeersveiligheid; b. de sociale veiligheid; c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 3.4 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend de verkoop van motorbrandstoffen.

43/64

Artikel 4

Tuin

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen.

4.2 Bouwregels Op de tot 'Tuin' bestemde gronden mogen uitsluitend worden gebouwd andere bouwwerken ten dienste van de bestemming, met dien verstande dat: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen niet meer dan 1 m mag bedragen; b. de bouwhoogte van speeltoestellen niet meer dan 3 m mag bedragen; c. de bouwhoogte van pergola's niet meer dan 2,50 m mag bedragen; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde niet meer dan 2 m mag bedragen. 4.3 Afwijken van de bouwregels 4.3.1 Afwijkingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2 ten behoeve van de bouw van a. erker, entree- of tochtportaal aan het op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouw, met dien verstande dat: 1. de diepte niet meer dan 1,50 m bedraagt; 2. de breedte ten hoogste 50% van de breedte van het hoofdgebouw bedraagt;de erker niet hoger mag zijn dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,25 m2. b. luifels, met dien verstande dat de bouwgrens van de aangrenzende woningen met niet meer dan 1 meter wordt overschreden; 4.3.2 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de te beschermen waarden van het beschermd dorpsgezicht; b. het straat- en bebouwingsbeeld; c. de woonsituatie.

44/64

Artikel 5

Wonen

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. een aan huis verbonden beroep zoals beschreven in bijlage 1, waarvan het bruto-vloeroppervlak niet meer mag bedragen dan 25% van het bruto-vloeroppervlak van de woning, met een maximum van 50 m2; met daarbij behorende gebouwen, andere bouwwerken, tuinen en erven, inritten en waterhuishoudkundige voorzieningen. 5.2 Bouwregels Op de tot 'Wonen' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken ten dienste van de bestemming, met dien verstande dat: 5.2.1 Hoofdgebouwen voor hoofdgebouwen de volgende regels gelden: a. deze uitsluitend binnen het bouwvlak mogen worden gebouwd; b. het aantal woningen bedraagt ten hoogste het ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal; c. de goothoogte van het hoofdgebouw mag ten hoogste 6 meter bedragen; d. de bouwhoogte van het hoofdgebouw mag ten hoogste 11 meter bedragen; e. de afstand van een hoofdgebouw tot de weg mag niet minder bedragen dan 10 meter, f. de oppervlakte van gebouwen als bedoeld in lid 5.1 onder a bedraagt maximaal de bestaande bebouwde oppervlakte. 5.2.2 Aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen a. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen dienen ten minste 3 m achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning te worden gebouwd; b.

de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen bouwen mag niet meer bedragen dan 60 m² op percelen met een oppervlakte van tenminste 1.000 m², c. voor bijgebouwen op percelen met een oppervlakte van tenminste 1.000 m² geldt dat het gezamenlijke oppervlak van bijgebouwen 60 m², vermeerderd met 1% van de oppervlakte van het betrokken perceel, verminderd met de oppervlakte aan aanbouwen en met een maximum van 375 m². d. de goothoogte en bouwhoogte van aan-, uitbouwen, aangebouwde bijgebouwen of overkappingen mogen niet meer bedragen dan de bouwhoogte van de eerste bouwlaag, met dien verstande dat de bouwhoogte mag worden vermeerderd met ten hoogste 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw; e. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen; f. de bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 5 m bedragen; g. de dakhelling van aan- en uitbouwen mag niet meer bedragen dan de dakhelling van het bijbehorende hoofdgebouw.

45/64

5.2.3 Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. de bouwhoogte van erfscheidingen mag indien zij vóór de voorgevel of een naar de weg gekeerde zijgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan worden opgericht niet meer bedragen dan 1 m; b. in afwijking van het gestelde onder a, mag een bestaande erfscheidingen aan de weg gekeerde zijgevel 2 meter bedragen; c. in overige gevallen mag de bouwhoogte van erfscheidingen niet meer dan 2 m bedragen; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, mag ten hoogste 3 meter bedragen:

5.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. een goede woonsituatie; b. de verkeersveiligheid; c. de sociale veiligheid; d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 5.4

Afwijken van de gebruikregels

5.4.1 Afwijkingsbevoegdheid Met een omgevingsvergunning kan worden van: a. het bepaalde in artikel 5.1, sub b in die zin dat een ruimte ten behoeve van een aan huis verbonden beroep is toegestaan, tot een oppervlakte van maximaal 100 m2, met dien verstande dat: 1. de woonfunctie als overwegende functie op het betreffende perceel en/of in de betreffende woning niet wordt aangetast; 2. dit niet leidt tot een onevenredige verhoging van de parkeerdruk of tot extra autoverkeer in een mate, waardoor het woonklimaat in onevenredige mate kan worden aangetast; 3. voor zover de vergunning betrekking heeft op bijgebouwen, ten minste een berging ten behoeve van de woonfunctie aanwezig is met dien verstande dat deze berging grondgebonden dient te zijn en de oppervlakte ten minste 6 m2 bedraagt; 4. de oppervlakte van de gebouwen die gebruikt en/of verbouwd worden voor de beroepsvloeroppervlakte niet meer dan 25% van de totale vloeroppervlakte van de desbetreffende woning bedraagt. b. het bepaalde in artikel 5.1, sub b in die zin dat in combinatie met het wonen de gronden en bouwwerken worden gebruikt ten behoeve van kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten die zijn genoemd in bijlage 1, dan wel naar de aard en de invloed van de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijven, met dien verstande dat: 1.

de woonfunctie als overwegende functie op het betreffende perceel en/of in de betreffende woning niet wordt aangetast; 2. dit niet leidt tot een onevenredige verhoging van de parkeerdruk of tot extra autoverkeer in een mate, waardoor het woonklimaat in onevenredige mate kan worden aangetast; 3. voor zover de vergunning betrekking heeft op bijgebouwen, ten minste een berging ten behoeve van de woonfunctie aanwezig is met dien verstande dat deze berging grondgebonden dient te zijn en de

46/64

oppervlakte ten minste 6 m2 bedraagt; 4. de bedrijfsvloeroppervlakte van de gebouwen niet meer dan 25% van de totale vloeroppervlakte van de desbetreffende woning bedraagt, met een maximum van 50 m2; 5.4.2 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning zoals bepaald in artikel 5.4.1 sub a en b kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. een goede woonsituatie; b. de verkeersveiligheid; c. de sociale veiligheid; d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

47/64

Hoofdstuk 3 Artikel 6

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

48/64

Artikel 7

Algemene bouwregels

7.1 Onderkeldering Onderkeldering is uitsluitend toegestaan in één bouwlaag en binnen de op de verbeelding aangeduide bouwvlakken met dien verstande dat de diepte ten hoogste 3 meter mag bedragen gemeten vanaf het peil. 7.2 Bestaande maatvoering In die gevallen dat bestaande goot- en bouwhoogtes, afstanden, oppervlakten, inhoud van legaal tot stand gekomen bouwwerken meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, gelden deze goot- en bouwhoogtes, afstanden, oppervlakten of inhoud als maximum.

49/64

Artikel 8

Algemene gebruiksregels

8.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met de gegeven bestemmingen, wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruik van de gronden voor de stalling en opslag van (aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken) voer-, vaar- en/of vliegtuigen; b. het gebruik van de gronden voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond, bodemspecie en puin voor het storten van vuil, anders dan ten behoeve van de uitvoering krachtens de bestemming toegelaten bouwactiviteiten en werken en werkzaamheden; c. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; d. het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen; e. het zelfstandig bewonen in vrijstaande bijgebouwen, tenzij het mantelzorg betreft. 8.2 Niet strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met de gegeven bestemmingen, wordt in ieder geval niet gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van weekmarkten, jaarmarkten, evenementen, festiviteiten, manifestaties en horecaterrein, indien en voor zover daarvoor ingevolge een wettelijk voorschrift, vergunning is verleend.

50/64

Artikel 9

Algemene aanduidingsregels

9.1 Milieuzone- grondwaterbeschermingsgebied 9.1.1 Bestemmingsomschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone - Grondwaterbescherming' zijn, naast de andere voor die gronden aangegeven bestemmingen, mede bestemd voor de waterwinning en de bescherming van de kwaliteit van het grondwater. 9.1.2 Bouwregels Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied' mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de drinkwatervoorziening en de bescherming daarvan worden gebouwd 9.1.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden op of in de gronden ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone grondwaterbeschermingsgebied' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning: 1. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen, buiten het aangegeven bouwvlak en buiten de voor 'Wonen' bestemde gronden; 2. het bewerken van en graven, boren of roeren in de bodem dieper dan 0,5 m; 3. het aanleggen van waterlopen en het vergraven, verruimen en dempen van bestaande waterlopen en kolken; 4. werken en werkzaamheden die wijziging van de waterhuishouding of waterstand beogen of tot ten gevolge hebben, zoals uitdiepen, draineren en het slaan van putten. b.

Het in sublid 9.1.3 sub a, onder 1, 2, 3 en 4, gestelde verbod geldt niet voor: 1. werken en werkzaamheden behorende bij het normale onderhoud, gebruik en beheer; 2. werken en werkzaamheden welke op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning; 3. werken en werkzaamheden, die gelet op de in lid 9.1.1 opgenomen doeleinden, kunnen worden beschouwd als zijnde van ondergeschikte betekenis. c. De in sublid 9.1.3 sub a bedoelde omgevingsvergunning zal slechts worden verleend, indien door de uitvoering van de werken en werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en/of functies welke het plan overeenkomstig de in lid 9.1.1 bepaalde doeleinden beoogt te beschermen, dan wel hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen.

51/64

Artikel 10 Algemene afwijkingsregels 10.1 Afwijkingsbevoegdheid Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. de bij recht in het plan gegeven maten, afmetingen, percentages, tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. de bestemmingsregels in die zin dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; c. de bestemmingsregels in die zin dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft, dit tot een maximum van 1 m; d. de bestemmingsregels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat deze hoogte ten behoeve van lichtmasten wordt vergroot tot niet meer dan 10 m; e. de bestemmingsregels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat deze hoogte ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvangen/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 40 m; f. de bestemmingsregels in die zin dat de grenzen van het bouwvlak worden overschreden door: 1. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatie kanalen en schoorstenen; 2. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken; 3.

ingangspartijen; mits de overschrijding van bouwvlak- of bestemmingsgrenzen of het maximale bebouwingsoppervlak niet meer dan 1,5 m bedraagt; g. het oprichten van antennemasten, die onderdeel zijn van een gebouw, mits de voor dat gebouw toegestane bouwhoogte met niet meer dan 6 m wordt overschreden; h. het bepaalde ten aanzien van de maximale hoogte van gebouwen in die zin dat de hoogte van de gebouwen wordt vergroot ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, dit tot een maximum van 2 m. 10.2 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. het groene karakter van het perceel; b. de ruimtelijke kwaliteit van het openbare gebied; c. de verkeersveiligheid.

52/64

Artikel 11 Overige regels 11.1 Algemene parkeerbepaling a. Een bouwwerk, waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, mag niet worden gebouwd wanneer voor dit bouwwerk op het bouwperceel of in de omgeving daarvan niet in voldoende parkeergelegenheid is voorzien. b. Bij een omgevingsvergunning wordt beoordeeld of sprake is van voldoende parkeergelegenheid aan de hand van de normen die zijn neergelegd in de Nota Parkeernomen 2014-2019, met dien verstande dat indien gedurende de planperiode een nieuwe versie verschijnt, met deze nieuwe versie rekening wordt gehouden. Hierbij kunnen voorschriften worden opgenomen over het realiseren en in stand houden van parkeergelegenheid op eigen terrein. c. Tot een gebruik, strijdig met de gegeven bestemmingen, wordt in ieder geval gerekend een functiewijziging van bouwwerken of onbebouwde gronden in een functie met een grotere parkeerbehoefte, zonder dat in voldoende mate ruimte aanwezig is ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's. Deze bepaling geldt niet: 1. voor bestaand gebruik; 2. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte wordt voorzien. d.

Bij de toepassing van het bepaalde onder c wordt beoordeeld of sprake is van voldoende parkeergelegenheid aan de hand van de normen die zijn neergelegd in de Nota Parkeernomen 2014-2019, met dien verstande dat indien gedurende de planperiode een nieuwe versie verschijnt, met deze nieuwe versie rekening wordt gehouden, waarbij alleen gelet wordt op de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van de functiewijziging. Hierbij kunnen nadere eisen worden gesteld aan de situering en omvang van de parkeergelegenheid ten behoeve van het realiseren en in stand houden van parkeergelegenheid op eigen terrein. e. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde sub a en c en worden toegestaan dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien, indien de structuur van de omgeving daartoe aanleiding geeft en geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bereikbaarheid.

53/64

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

Artikel 12 Overgangsrecht 12.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in sublid a. een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het sublid a. met maximaal 10%. c. Sublid a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 12.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in sublid a., te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in sublid a., na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Sublid a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

54/64

Artikel 13 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het Bestemmingsplan Lage Vuursche - Kloosterlaan 31-33-35 van de gemeente Baarn.

Aldus vastgesteld door de Raad van de gemeente Baarn in de vergadering van ....... De Voorzitter,

55/64

De Griffier,

56/64

Bijlagen bij de regels

57/64

58/64

Bijlage 1

59/64

Aan huis verbonden beroepen

AAN HUIS VERBONDEN BEROEPEN Onder aan huis verbonden beroepen worden in ieder geval begrepen:

advocaat

accountant-administratieconsulent

administratiekantoor

acupuncturist

alternatieve genezer

belastingconsulent

deurwaarder

dierenarts (kleine huisdieren)

fysiotherapeut/masseur

gerechtsdeurwaarder

huidtherapeut

huisarts

juridisch adviseur

logopedist

medisch specialist

notaris

oppas aan huis of gastouder

oefentherapeut Cesar / Mensendieck

orthopedagoog

psycholoog

registeraccountant

tandarts

tandarts-specialist

verloskundige

architect

Bijlage 2

61/64

Kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten

Kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten KLEINSCHALIGE BEDRIJFSMATIGE ACTIVITEITEN Onder aan huis verbonden kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten worden in ieder geval begrepen: Kledingmakerij (maat)kledingmakerij en kledingverstelbedrijf woningstoffeerderij meubelstoffeerderij Kantoorfunctie ten behoeve van bedrijvigheid die elders wordt uitgeoefend, waaronder: schoonmaakbedrijf schoorsteenveegbedrijf glazenwasserij maar ook ten behoeve van bijvoorbeeld een groothandelsbedrijf Reparatiebedrijfjes, waaronder: schoen-/lederwarenreparatiebedrijf uurwerkreparatiebedrijf goud- en zilverwerkreparatiebedrijf reparatie van kleine (elektrische) gebruiksgoederen reparatie van muziekinstrumenten in ieder geval zijn autoreparatiebedrijven uitgezonderd Advies- en ontwerpbureaus reclame ontwerp grafisch ontwerp organisatieadviseur (Zakelijke) dienstverlening makelaarskantoor (onroerend goed) Overige dienstverlening kappersbedrijf schoonheidssalon pedicure hondentrimmer Onderwijs autorijschool onderwijs niet in te delen naar specificatie, mits zonder werkplaats of laboratorium Ambachtelijke bedrijfjes/kunstenaars, waaronder: glasblazer glas-in-lood bedrijfje goud- en zilversmid hoedenmaker klompenmaker lijstenmaker meubelmaker muziekinstrumentenmaker pottenbakker zadelmaker beeldhouwer schilder

Verbeelding

63/64

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12442096/1