644585 Bestemmingsplan Drakenburgergracht Zorg 2022 Bijlage Toelichting - 01 Principeverzoek
Tekst van het document
Er dient onderzocht te worden in hoeverre er sprake is van een openbaar belang en of er geen mogelijkheden buiten NNN zijn voor de beoogde ontwikkeling. Kantoren Aan het realiseren van nieuwe kantoorvestigingen zijn door de provincie Utrecht diverse voorwaarden verbonden. Het is niet wenselijk om nieuwe kantoorvestigingen planologisch mogelijk te maken, tenzij wordt voldaan aan de in de Provinciale Ruimtelijke Verordening opgenomen voorwaarden. Er is hier echter sprake van een omissie in het vigerende bestemmingsplan, waardoor een aanduiding voor het toestaan van kantoren niet op de verbeelding terecht is gekomen. Er is reeds sprake van ondersteunende kantoorfuncties op de terreinen van Sherpa en Amerpoort. Van een zelfstandige kantoorlocatie is in zowel de huidige als in de toekomstige situatie zeker geen sprake.
11
Notitie Onderwerp: Toets beleid houtopstanden Projectnummer: 361003 Datum: 21-11-2018
Toets beleid houtopstanden Beleid gemeente Baarn Het beleid van de gemeente Baarn met betrekking tot houtopstanden is vastgelegd in de volgende beleidsstukken: • Bomenverordening gemeente Baarn 2016; • Uitvoeringsbeleid Bomenverordening gemeente Baarn 2016; • Bomenbeleidsplan 2013 – 2023. Bomenverordening gemeente Baarn 2016 Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, houtopstanden te vellen of doen vellen. Vellen wordt gedefinieerd als: “vellen, doen vellen of laten vellen. Dit is rooien, kappen, of verplanten of het snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van voor de eerste keer kandelaberen of knotten, alsook het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood, ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben.” Dit verbod geldt, zoals beschreven in de Bomenverordening, niet voor: a. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van het bevoegd gezag; b. het periodiek scheren, knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij vormbomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud; c. het verrichten van snoeiwerkzaamheden aan houtopstand. Het verbod geldt tevens niet voor houtopstanden als bedoeld in artikel 15 Boswet zijnde: a.
wegbeplanting en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn geknot; b. vruchtbomen en windschermen om boomgaarden; c. fijnsparren, niet ouder dan 12 jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen; d. kweekgoed; e. houtopstand niet staande in een erf of tuin en gelegen buiten de bebouwde kom, mits deze houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die: - ofwel een grotere oppervlakte beslaat dan 10 are; - ofwel bestaat uit rijbeplanting van meer dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen. Het in de Bomenverordening gestelde verbod geldt tevens niet voor: schubconiferen behorend tot de soort: • Chamaecyparis (schijncypres); • x Cupressocyparis (leylandcypres);
• Platycladus (Japanse levensboom); • Thuja (levensboom); • Thujopsis (Hiba cypres). Het gestelde verbod geldt tevens niet voor houtopstanden die staan op percelen kleiner dan 350 m2, mits het perceel niet is gelegen in een beschermd dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35 Monumentenwet 1988. Omgevingsvergunning voor vellen van houtopstanden Voor het vellen van houtopstanden behoudens de hiervoor beschreven uitzonderingen is een omgevingsvergunning nodig. Deze heeft een beperkte geldigheidsduur van drie jaar na het onherroepelijk zijn van de omgevingsvergunning. De gemeente kan de benodigde omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden weigeren, verlenen of onder voorschriften of beperkingen verlenen. De omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden kan worden geweigerd op grond van: a. de natuurwaarde van de houtopstand; b. de landschappelijke waarde van de houtopstand; c. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon; d. de beeldbepalende waarde van de houtopstand; e. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand. Het college van Baarn stelt volgens de bomenverordening beleid vast voor vaststelling van de genoemde waarden en voor de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand.
De voorschriften die de gemeente aan de omgevingsvergunning kan verbinden, kunnen betrekking hebben op herplanting, onherroepelijk zijn van andere vergunningen, toestemmingen of ruimtelijke ordeningsprocedures en de waarborging van de feitelijke en financiële voortgang van de werken. Indien niet ter plaatse kan worden herplant, dan kan de gemeente als voorschrift opnemen dat een geldelijke bijdrage van €350 per gevelde houtopstand wordt gestort in het Bomenfonds.
2
Uitvoeringsbeleid Bomenverordening gemeente Baarn 2016 Het uitvoeringsbeleid Bomenverordening geeft aan hoe het college van de gemeente Baarn handelt binnen de kaders van de Bomenverordening gemeente Baarn 2016. Het is een praktische vertaling van de bomenverordening naar de praktijk. Het Uitvoeringsbeleid Bomenverordening gemeente Baarn 2016 geeft het beoordelingsbeleid voor het beslissen op aanvragen voor omgevingsvergunningen voor het vellen van houtopstanden. Het verbod voor vellen, zoals vastgelegd in de Bomenverordening geldt (met uitzondering van uitsluitingen) voor: • Bomen met een stamomtrek van minimaal 78 cm, gemeten op 1,30 m boven maaiveld; • hakhout (zonder de beperkende stamomtrek); • vanuit herplantplicht aangeplante houtopstand. Weigeringsgronden De in de Bomenverordening opgenomen weigeringsgronden voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het vellen van houopstanden zijn in het Uitvoeringsbeleid uitgewerkt: Natuurwaarde van de houtopstand Natuurwaarde is aanwezig als weigeringsgrond of reden tot voorschrift aan de omgevingsvergunning, indien door velling: • Flora-en faunawet (Ffw) wordt overtreden en er geen ontheffing Ffw is of geen Verklaring van geen bedenkingen Ffw aan de omgevingsvergunning kan worden toegevoegd of; • Bijzondere dendrologische waarde verloren gaat. Houtopstand is dendrologisch uniek in Baarn.
Landschappelijke waarde van de houtopstand Landschappelijke waarde is aanwezig als de houtopstand: • sterk bepalend is voor schaal van het landschap of; • qua soort, omvang, locatie, plantwijze karakteristiek is voor het landschap. Zie hiervoor o.a. Bestemmingsplan landelijk gebied (2009) of de Kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen (2012). Waarde voor stads- en dorpsschoon Waarde geldt slechts binnen de bebouwde kom Boswet Baarn. De houtopstand is bovendien beschreven in het Bomenbeleidsplan 2013-2023 Baarn (BBP), Boomstructuurkaart Baarn & Lage Vuursche (BST) of staat in bestemmingsplan (BP) als: • Bijzondere boom (Lijst BBP) of; • Bomenhoofdstructuur (BST) of; • Historisch groen (BST) of; • Groenelementen met waardevolle bomen (BST) of; • Waardevolle boom of waardevol element (BP).
3
Beeldbepalende waarde van de houtopstand Een houtopstand heeft een beeldbepalende waarde indien de houtopstand: • zichtbaar is vanuit openbare ruimte of; • zichtbaar is vanaf minimaal tien woningen of tuinen en; en daarbij tevens: • als enige houtopstand de omgeving bepaalt of; • bijzonder is qua omvang of uiterlijk of; • belangrijk is voor het groene karakter van de directe omgeving en het wegvallen niet door andere houtopstand wordt opgevangen of; • belangrijk is ter camouflage van ontsierende elementen. Cultuurhistorische waarde van de houtopstand Een houtopstand heeft cultuurhistorische waarde indien deze: • Herdenkingsboom is in BBP of; • in Monumenteninventarisatie ‘Baarn – geschiedenis en architectuur’ vermeld staat of; • onderdeel is van een beschermd dorpsgezicht ex artikel 35 Monumentenwet 1988 of; • deel uitmaakt van een historisch ontwerp of hoort bij een historische plek of pand, zoals een park, landgoed, (spoor)weg of begraafplaats. Indien een omgevingsvergunning op basis van de weigeringsgronden een vastgestelde waarde heeft, dan wordt deze waarde door het college afgewogen tegen het verwijderingsbelang. Indien het verwijderingsbelang groter is dan de vastgestelde waarde, dan kan de omgevingsvergunning toch worden verleend.
Compensatieplan en Bomeneffect-analyse Het college kan verplichten om enkele rapportages op te stellen bij aanvraag van een omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden. Het betreft een compensatieplan en een bomeneffect-analyse. Compensatieplan Een compensatieplan kan toegepast worden bij ruimtelijke ontwikkelingen zoals nieuwbouw, renovaties, reconstructies, inbreidings- en uitbreidingsplannen. Een compensatieplan geeft een overzicht van: • waar houtopstanden worden verwijderd en welke soorten en diameters het betreft; • waar houtopstanden worden herplant en welke soorten en plantmaten het betreft. • Indien akkoord bevonden, wordt de uitvoering van het compensatieplan als herplantverplichting opgenomen als voorschrift bij de omgevingsvergunning. Bomeneffect-analyse Het college kan tot een bomeneffect analyse verplichten indien: • een bouwwerk/technische ingreep een negatief effect kan hebben op houtopstanden die overblijven na een vergunde velling (artikel 4 lid 3 BVO 2016) of; • houtopstand ernstig in haar voortbestaan wordt bedreigd (artikel 8 lid 6 onder b. BVO 2016). Uit een bomeneffect-analyse blijkt:
4
• • • •
Wat de soort, diameter en kwaliteit van de aanwezige houtstanden is. Welk effect de voorgenomen maatregel heeft op de aanwezige houtopstanden. Of houtopstanden duurzaam behouden kunnen blijven met het uitvoeren van deze maatregelen. Of alternatieven mogelijk zijn om de houtopstanden te sparen.
Geen bomeneffect-analyse wordt vereist als uit het ontwerp duidelijk blijkt dat behoud van houtopstanden niet mogelijk is.
Bomenbeleidsplan 2013 - 2023 Het bomenbeleidsplan 2013 – 2023 is alleen van toepassing op bomen in de bebouwde kom. Het betreft de bebouwde kom van de gemeente Baarn, die is vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet (Figuur 1). De terreinen van Sherpa en Amerpoort vallen buiten de bebouwde kom Boswet. Het Bomenbeleidsplan 2013 – 2023 is niet van toepassing.
Figuur 1: Kaart bebouwde kom Boswet gemeente Baarn
5
Aandachtspunten Het beleid van de gemeente Baarn is vastgelegd in drie beleidsstukken: • Bomenverordening gemeente Baarn 2016; • Uitvoeringsbeleid Bomenverordening gemeente Baarn 2016; • Bomenbeleidsplan 2013 – 2023. De terreinen van Sherpa en Amerpoort zijn gelegen buiten de bebouwde kom Boswet van de gemeente Baarn. Hierdoor is het Bomenbeleidsplan 2013 – 2023 niet van toepassing. De terreinen van Sherpa en Amerpoort zijn ruim voorzien van houtopstanden (bomen). Er zal een bestemmingsplan worden opgesteld met een hoge mate van flexibiliteit. Hoe en wanneer er binnen de in het bestemmingsplan op te nemen ontwikkelingsruimte ontwikkelingen plaats vinden is niet bekend. Of en wanneer er houtopstanden geveld dienen te worden is dan ook op voorhand niet bekend. Hierdoor én vanwege de beperkte houdbaarheid van een omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden is het niet realistisch om vooraf een omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden aan te vragen. Wanneer er concrete ontwikkelplannen zijn kan alsnog voor het vellen van specifieke houtopstanden een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Dit hoeft niet geborgd te worden in het bestemmingsplan, omdat dit al in de Bomenverordening gemeente Baarn 2016 is geborgd.
6
Notitie Onderwerp: Verkeersafwikkeling kruispunt Zandheuvelweg/Eemeroordlaan/Nieuwenoordlaan in Baarn Projectnummer: 361003 Datum: 20-07-2018
1
Inleiding
In de gemeente Baarn, aan de Zandheuvelweg, bevinden zich de woon/zorgparken van de zorginstellingen Sherpa en Amerpoort. Beide zorginstellingen hebben behoefte aan een nieuw bestemmingsplan voor hun woon/zorgparken. Het vigerende bestemmingsplan voor woon/zorgpark Eemeroord (Sherpa) en voor woon/zorgpark Nieuwenoord (Amerpoort) voldoet namelijk niet meer. Het vigerende bestemmingsplan biedt geen mogelijkheden voor het toevoegen van bebouwing. Om ook in de toekomst de huidige cliëntaantallen te kunnen behouden zijn er echter meer bebouwingsmogelijkheden benodigd. Vanwege veranderingen in de zorg en de wensen van de cliënten, maar ook vanwege strengere eisen op het gebied van bouwen in het bouwbesluit, zijn er namelijk meer vierkante meters per cliënt benodigd. Sherpa heeft daarnaast de wens om in de toekomst met 100 cliëntplaatsen uit te breiden. Ook dit is niet passend binnen de bebouwingsmogelijkheden van het vigerende bestemmingsplan.
Beide instellingen zijn (tegenover) elkaar gelegen aan de Zandheuvelweg in Baarn en ontsluiten door middel van een kuispunt via de Eemeroordlaan en de Nieuwenoordlaan op de Zandheuvelweg (zie onderstaande afbeeldingen).
Afbeeldingen: huidige situatie
Aan de hand van capaciteitsberekeningen is onderzocht in hoeverre de uitbreiding van Sherpa in cliëntplaatsen gevolgen heeft voor de afwikkeling van het verkeer op het kruispunt. Deze notitie beschrijft de uitgangspunten en resultaten van de berekeningen.
Sweco De Holle Bilt 22 3732 HM De Bilt Postbus 203 3730 AE De Bilt
T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl
Sweco Nederland B.V. Adviseur Mobiliteit / Gecertificeerd Verkeersveiligheidsauditor Rijkswegennet Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt
Martin de Haan T +31 88 811 57 63 martinm.dehaan@sweco.nl 1 (4)
2
Uitgangspunten
De volgende uitgangspunten zijn aangehouden: • Onderzocht is de verkeersafwikkeling in de ochtend- en avondspits in 2030 met en zonder uitbreiding van de instelling. • Intensiteiten afkomstig uit de visuele verkeertelling van november 2017 (bron gemeente). • Voor de prognose van 2030 is, op basis van het verkeersmodel, een autonome groei aangehouden van 0,85%/jaar (bron gemeente) voor alle richtingen. Dit is een cumulatieve groei van 11,6% tussen 2017 en 2030 per richting. • Voor de groei van het verkeer ten gevolge van de uitbreiding van de instelling is een percentage aangenomen van 21% gelijk aan de groei van het personeel (van 662 naar 799 personen). Aangenomen wordt het verkeer voor alle richtingen, met uitzondering van de rechtdoorgaande richtingen op de Zandheuvelweg, naar beide instellingen met dit percentage groeit. • Voor de omrekening van motorvoertuigen (mvt) uit de tellingen naar pae (personenauto equivalent) ten behoeve van de berekeningen zijn de volgende waardes aangehouden: - lichte motorvoertuigen en taxi 1 pae; - middelzware vrachtauto en bus 2 pae; - zware vrachtauto en gelede bus 2,5 pae. • Berekening uitgevoerd met de Methode Harders met behulp van het programma Capicito van Trenso. Volgens deze methode is de afwikkeling van het kruispunt voldoende indien de wachttijd van het verkeer dat voorrang moet verlenen gelijk of kleiner is dan 20 seconden.
• In de berekening is het niet mogelijk de invloed van de VRI-geregelde oversteek voor voetgangers op de Zandheuvelweg en de (brom)fietsers op het fietspad langs de Zandheuvelweg (kruist de Nieuwenoordlaan) op de verkeersafwikkeling op het kruispunt niet worden meegenomen. Aangenomen wordt (‘expert-judgement’) dat de (negatieve) invloed op de verkeersafwikkeling gering is. De gehanteerde verkeersintensiteiten zijn opgenomen in de bijlage.
2 (4)
3
Resultaten
De resultaten van de capaciteitsberekeningen zijn in onderstaand tabel weergegeven. Alleen bij de richtingen die voorrang moeten verlenen aan het andere autoverkeer ontstaat (eventueel) een wachttijd. Bij de richtingen 1, 2, 7 en 8 treedt nooit een wachttijd op.
Richting
3 4 5 6 9 10 11 12
Ochtendspits 2030 zonder groei instelling 0 sec. < 15 sec. 0 sec. < 15 sec. 0 sec. 15 sec. 15 sec. 15 sec.
Wachttijd Ochtendspits Avondspits 2030 met 2030 zonder groei groei instelling instelling 0 sec. 0 sec. < 15 sec. < 15 sec. 0 sec. < 15 sec. < 15 sec. < 15 sec. 0 sec. 0 sec. 20 sec. 20 sec. 20 sec. 20 sec. 20 sec. 20 sec.
Avondspits 2030 met groei instelling 0 sec. < 15 sec. < 15 sec. < 15 sec. 0 sec. > 20 sec. > 20 sec. > 20 sec.
Uit de berekeningen blijkt dat de wachttijd in alle situaties in 2030 in de avondspits op de Eemeroordlaan relatief hoog is en dat in de avondspits 2030 met groei van de instelling de wachttijd boven de grenswaarde van 20 seconden ligt. Uit een aanvullende berekening volgt dat in deze situatie de wachttijd op Eemeroordlaan te verlagen is tot de grenswaarde van 20 seconden door de middengeleiders op de Zandheuvelweg te verbreden tot 6 meter zodat het verkeer vanaf de Eemeroordlaan zich in het midden kan opstellen en in twee fasen de Zandheuvelweg kan oprijden.
3 (4)
OCHTENDSPITS (drukste uur 0800-0900) 2017 Richting 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 Totaal
lichte mvt 95 385 167 19 0 6 23 257 24 7 4 12 999
Tellingen 2017 mzw mvt zw mvt 3 0 2 2 1 0 0 0 0 0 0 0 1 0 3 0 2 0 2 0 0 0 5 0 19 2
taxi 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
2017 autonoom bus gelede bus Totaal mvt 2 0 100 0 0 389 0 0 168 0 0 19 0 0 0 0 0 6 0 0 24 0 0 260 2 0 28 2 0 11 0 0 4 2 0 19 8 0 1028
2017 2017 2030 2030 autonoom groei autonoom groei Totaal pae Totaal pae Totaal pae Totaal pae 105 127 117 142 394 394 440 440 169 204 189 228 19 23 21 26 0 0 0 0 6 7 7 8 25 30 28 34 263 263 294 294 32 39 36 43 15 18 17 20 4 5 4 5 26 31 29 35 1058 1142 1181 1275
Omrekenen va n mvt naa r pa e: licht mvt e n taxi 1 pa e , mzw vrachta uto en bus 2 pa, zw vrachta uto en gele de bus 2,5 pae Groei verke er 2017 na ar 2030 is 0,85%/jaa r (op bas is van opgave geme ente ) is tota al 11,6% (cumula tie f) Groei verke er va n e n na ar inste ll ingen (a ll e richtingen, be halve de doorga ande ri chtingen op de Za ndheuvel weg) is 21% (is % ui tbrei di ng pe rs onee l)
AVONDSPITS (drukste uur 1600-1700) 2017 Richting 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 Totaal
lichte mvt 35 234 22 137 2 33 3 331 27 51 1 83 959
Tellingen 2017 mzw mvt zw mvt 2 0 1 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 6 0 2 0 2 0 0 0 3 0 16 0
taxi 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
2017 autonoom bus gelede bus Totaal mvt 2 0 39 0 0 235 0 0 22 0 0 137 0 0 2 0 0 33 0 0 3 0 0 337 2 0 31 2 0 55 0 0 1 2 0 88 8 0 983
2017 2017 2030 2030 autonoom groei autonoom groei Totaal pae Totaal pae Totaal pae Totaal pae 43 52 48 58 236 236 263 263 22 27 25 30 137 166 153 185 2 2 2 3 33 40 37 45 3 4 3 4 343 343 383 383 35 42 39 47 59 71 66 80 1 1 1 1 93 113 104 126 1007 1097 1124 1224
Omrekenen va n mvt naa r pa e: licht mvt e n taxi 1 pa e , mzw vrachta uto en bus 2 pa, zw vrachta uto en gele de bus 2,5 pae Groei verke er 2017 na ar 2030 is 0,85%/jaa r (op bas is van opgave geme ente ) is tota al 11,6% (cumula tie f) Groei verke er va n e n na ar inste ll ingen (a ll e richtingen, be halve de doorga ande ri chtingen op de Za ndheuvel weg) is 21% (is % ui tbrei di ng pe rs onee l)
Sweco De Holle Bilt 22 3732 HM De Bilt Postbus 203 3730 AE De Bilt
T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl
Sweco Nederland B.V. Adviseur Mobiliteit / Gecertificeerd Verkeersveiligheidsauditor Rijkswegennet Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt
Martin de Haan T +31 88 811 57 63 martinm.dehaan@sweco.nl 4 (4)
Verantwoording Titel
Verkeersafwikkeling kruispunt Zandheuvelweg/Eemeroordlaan/Nieuwenoordlaan in Baarn
Projectnummer
361003
Datum
20-07-2018
Auteur
Martin de Haan
E-mailadres
martinm.dehaan@sweco.nl
Gecontroleerd door
Pim Verhoef
Klik of tik o m teks t in t e voe ren .
Notitie Onderwerp: Akoestisch Onderzoek Amerpoort Baarn Projectnummer: 361003 Referentienummer: SWNL0229758 Datum: 06-08-2018
1
Inleiding
1.1 Aanleiding en Situatie In de gemeente Baarn, aan de Zandheuvelweg, bevinden zich de woon/zorgparken van de zorginstellingen Sherpa en Amerpoort. Beide zorginstellingen hebben behoefte aan een nieuw bestemmingsplan voor hun woon/zorgparken. Het vigerende bestemmingsplan voor woon/zorgpark Eemeroord (Sherpa) en voor woon/zorgpark Nieuwenoord (Amerpoort) voldoet namelijk niet meer. Het vigerende bestemmingsplan biedt geen mogelijkheden voor het toevoegen van bebouwing. Om ook in de toekomst de huidige cliëntaantallen te kunnen behouden zijn er echter meer bebouwingsmogelijkheden benodigd. Vanwege veranderingen in de zorg en de wensen van de cliënten, maar ook vanwege strengere eisen op het gebied van bouwen in het bouwbesluit, zijn er namelijk meer vierkante meters per cliënt benodigd. Sherpa heeft daarnaast de wens om in de toekomst uit te breiden. Ook dit is niet passend binnen de bebouwingsmogelijkheden van het vigerende bestemmingsplan. In het kader van het principeverzoek tot wijziging van het bestemmingsplan heeft Sweco In het kader van het principeverzoek heeft Sweco Nederland een akoestisch onderzoek uitgevoerd. In dit onderzoek wordt op basis van geluidcontouren inzichtelijk gemaakt wat de geluidbelasting is binnen het plangebied.
Met behulp van deze geluidcontouren wordt duidelijk waar vanuit de Wet geluidhinder zonder meer geluidgevoelige objecten kunnen worden gerealiseerd en waar dit kan mits aanvullende akoestische procedures doorlopen worden. Dit onderzoek heeft betrekking op het terrein van Amerpoort.
Sweco De Holle Bilt 22 3732 HM De Bilt Postbus 203 3730 AE De Bilt
T +31 88 811 66 00
Sweco Nederland B.V. Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te
Mujgan Omary Adviseur Geluid T +31 88 811 64 11 M +31 6 13 01 22 31 mujgan.omary@sweco.nl 1 (12)
Afbeelding 1.1 Plangebied Amerpoort
Het plangebied bevindt zich in de wettelijke geluidzone van Rijksweg A27 en de Zandheuvelweg, en het spoortraject tussen Hilversum en Baarn. In Afbeelding 1.1 is de locatie van het plangebied weergegeven. 1.2 Leeswijzer In deze notitie zijn het wettelijke kader, de uitgangspunten, de berekende geluidcontouren en de conclusie en aanbeveling opgenomen. Een onderzoek naar eventueel mogelijke maatregelen is geen onderdeel van onderhavig onderzoek.
2 (12)
2
Wettelijke Kader
2.1 Wegverkeer Het plangebied ligt in de geluidzone van de Zandheuvelweg en Rijksweg A27. Voor deze wegen dient conform de Wet geluidhinder een akoestisch onderzoek te worden verricht. Conform de wet, dient te worden getoetst aan het tiende jaar na realisatie van de plannen. In onderhavige situatie is het jaar 2030 als toetsjaar gekozen. De geluidzone aan weerszijden van de weg heeft een breedte die afhankelijk is van het aantal rijstroken en de ligging van de weg in stedelijk of buitenstedelijk gebied (art. 1 Wgh). Voor het bepalen van de zonebreedte dient te worden uitgegaan van de toekomstige situatie. In tabel 2.1 zijn de grenzen van de geluidzones weergegeven. Tabel 2.1 Geluidzones langs wegen Aantal rijstroken Geluidzone Binnenstedelijk gebied Buitenstedelijk gebied 1 of 2 200 meter 250 meter 3 of 4 350 meter 400 meter 5 of meer 350 meter 600 meter
De Zandheuvelweg valt onder buitenstedelijk gebied, de weg heeft twee rijstroken en derhalve een geluidzone van 250 meter aan weerszijde van de weg. De A27 heeft 5 rijstroken en aangezien een autosnelweg per definitie in buitenstedelijk gebied ligt, heeft de A27 een geluidzone van 600 meter aan weerszijden van de weg. 2.2 Gehanteerde correcties Toetsing aan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vindt per weg plaats. Voordat getoetst wordt aan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting dient eerst een correctie toegepast te worden op de berekende geluidbelastingen conform artikel 110g van de Wet geluidhinder. De hoogte van deze aftrek wordt bepaald conform artikel 3.4 van het Rekenen meetvoorschrift geluid 2012. Voor wegen waar de representatief te achten snelheid lager is dan 70 km/uur, wordt een correctie toegepast van 5 dB. Voor wegen waar de toegestane maximumsnelheid hoger of gelijk is aan 70 km/uur is de aftrek afhankelijk van de berekende geluidsbelasting. Indien de geluidbelasting 57 dB bedraagt, is de aftrek 4 dB. Bij een geluidbelasting van 56 dB bedraagt de correctie 3 dB. Indien een andere geluidbelasting wordt berekend bedraagt de correctie 2 dB. Met deze correctie zijn de gepresenteerde waarden rechtstreeks te toetsen aan de in de wet gestelde normen voor de geluidbelasting.
2.3 Ten hoogste toelaatbare geluidbelasting In de Wet geluidhinder wordt onderscheid gemaakt in nieuwe en bestaande situaties. Dit onderzoek heeft alleen betrekking op het regime ‘nieuwe situaties’. Namelijk realisatie van geluidgevoelige bestemmingen langs bestaande wegen.
3 (12)
Tabel 2.2 Ten hoogste toelaatbare geluidbelasting nieuw te projecteren woningen langs bestaande weg Normering ‘Regime nieuwe situaties’ Ten hoogste toelaatbare geluidbelasting 48 dB (art. 82.1) Maximale ontheffing (buitenstedelijk) 53 dB (art. 83.1) Maximale ontheffing (stedelijk) 63 dB (art. 83.2)
In principe dient bij de toetsing van de geluidbelasting aan de normen van de wet uitgegaan te worden van de maximaal toelaatbare geluidbelasting. Indien deze geluidbelasting niet wordt overschreden zijn verdere procedures niet nodig. Bij overschrijding van de maximaal toelaatbare geluidbelasting van 48 dB dienen in eerste instantie mogelijke (aanvullende) geluidreducerende maatregelen te worden onderzocht voordat de mogelijkheid van eventuele hogere waard procedures wordt onderzocht. In de wet wordt een voorkeur uitgesproken voor de volgorde waarin de haalbaarheid van de diverse categorieën maatregelen onderzocht moet worden. Deze volgorde is: 1. bronmaatregelen (bijvoorbeeld stiller wegdek, lagere intensiteit, lagere snelheid, wijziging vormgeving); 2. overdrachtsmaatregelen (bijvoorbeeld schermen/wallen); 3. maatregelen bij de ontvanger (bijvoorbeeld gevelisolatie). Toepassing van deze maatregel is alleen mogelijk indien via een ontheffingsverzoek aan het college van Burgemeester & Wethouders (B&W) een hogere waarde dan de maximaal toelaatbare geluidbelasting wordt vastgesteld. 2.4 Ontheffingsprocedure Onder bepaalde voorwaarden is ontheffing van de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting mogelijk bij het B&W.
Voor het verkrijgen van een hogere waarde dan de maximaal toelaatbare geluidbelasting dient de procedure gevolgd te worden zoals omschreven is in het ‘Besluit geluidhinder’ (Bgh). Een van de aspecten hierbij is een ter visie legging van de akoestische rapportage. De in de Wet gestelde voorwaarden (Wgh art.110a lid 5) hebben betrekking op het onvoldoende doeltreffend zijn van de mogelijke bron- en overdrachtsmaatregelen, dan wel op het ontmoeten van overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Gekoppeld aan een hogere waarde is toetsing van de gevelwering vereist in verband met het maximum binnenniveau. De eventuele toetsing van dit binnenniveau is niet in dit onderzoek beschouwd. Indien een hogere waarde wordt aangevraagd, houdt B&W rekening met andere geluidbronnen, zoals andere wegen, railverkeer of industrie (art. 110f Wgh). 2.5 Railverkeer Het plangebied ligt in de nabijheid van de spoorlijn Hilversum – Baarn. De ten hoogste toelaatbare geluidbelasting voor railverkeerslawaai is in het Besluit geluidhinder gesteld op
4 (12)
55 dB. Deze waarde geldt ter plaatse van gevels van geluidgevoelige bestemmingen, die gelegen zijn binnen de zone. Burgemeester en wethouders kunnen een hogere waarde verlenen tot maximaal 68 dB. Ontheffing wordt enkel verleend als maatregelen (raildempers/railpads, geluidschermen, minischermen, gevelisolatie) ter vermindering van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend blijken te zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van financiële, stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige of landschappelijke aard. Het hoogst toelaatbare binnenniveau in verblijfsruimten van geluidgevoelige bestemmingen bedraagt 33 dB. Per 1 juli 2012 wordt de geluidbelasting ten gevolge van railverkeerslawaai ontleend aan het geluidproductieplafond, zoals is opgenomen in het Geluidregister voor hoofdspoorwegen. Op basis van de in het Geluidregister opgenomen gegevens is de geluidbelasting in de vorm van geluidcontouren over het plangebied bepaald. De GPP1 ter hoogte van het plangebied bedraagt maximaal 65,5 dB. De zonebreedte bedraagt 300 meter voor een GGP gelijk aan of groter dan 61 dB en kleiner dan 66 dB. De afstand tot de grens van het plangebied bedraagt ongeveer 10 meter en daarmee valt het plangebied binnen de geluidzone van het spoor.
1
Geluidproductieplafond
5 (12)
3
Uitgangspunten
Het te onderzoeken plangebied is weergegeven in afbeelding 3.1. Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidzone van de wegen Zandheuvelweg en A27, en tussen het spoortraject Hilversum en Baarn.
Zandheuvelweg A27
Spoor
Afbeelding 3.1 Ligging onderzochte wegen en spoortracé
De geluidbelasting ten gevolge van de genoemde wegen en spoortraject is bepaald volgens de uitgebreide Standaard Rekenmethode II uit Bijlage 3 en 4 van het Reken en Meetvoorschrift Geluid 2012. De geluidbelasting is brekend met het computerprogramma Geomilieu (4.30). De gehanteerde uitgangspunten voor de Zandheuvelweg zijn weergegeven in tabel 3.1.
6 (12)
Tabel 3.1 Verkeersgegevens onderzocht wegen (excl. A27)2 Dag
Avond
Dag
LV
MZ
ZV
LV
MZ
ZV
LV
MZ
ZV
Zandheuvelweg (oost van Sherpa)
7.088
270
183
144
3
10
15
0
4
Zandheuvelweg (west van Sherpa)
5.740
239
183
135
2
10
13
0
4
Voor de Zandheuvelweg is voor de prognose van 2030, op basis van het verkeersmodel, een autonome groei aangehouden van 0,85% per jaar voor alle richtingen. Als gevolg van de ontwikkeling is een groei van 8,5% op de prognose van 2030 aangehouden. De wettelijke maximumsnelheid op deze weg bedraagt deels 80 km/uur en bij kruisingen 50 km/uur. De brongegevens en schermen voor de A273 en de brongegevens inclusief schermen voor het spoor zijn overgenomen uit geluidregister4. Bij het opstellen van het rekenmodel zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • de rekenhoogte grid bedraagt 5 meter boven lokaal maaiveld; • de gegevens over de bodemgebieden zijn afkomstig uit TOP10NL versie juni 2016; • de gebouwgegevens (x,y,z-coördinaten) zijn afkomstig uit BAG3D; • voor de Zandheuvelweg is wegdekverharding DAB is aangehouden 5: • de correctie conform art. 110g van de Wet geluidhinder en art. 3.4 van het Reken en meetvoorschrift geluid 2012 bedraagt: ° Rijksweg A27 -2 dB. In dit geval is een worst case benadering toegepast aangezien de geluidbelasting op basis van geluidcontouren is inzichtelijk gemaakt; ° Zandheuvelweg 80 km/uur -2 dB; ° Zandheuvelweg 50 km/uur -5 dB
2
De verkeergegevens voor de huidige situatie en de autonome groei per jaar zijn door de gemeente Baarn aangeleverd. Geluidregister rijkswegen gedownload op 05-06-2018 van https://www.rijkswaterstaat.nl/kaarten/geluidregister.aspx?cookieload=true Geluidregister spoor gedownload op 29-05-2018 van http://www.geluidregisterspoor.nl/geluidregister.html 5 Google Street view 3 4
7 (12)
4
Resultaten
4.1 Wegverkeer De berekende geluidbelasting binnen het plangebied is afgezet tegen de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting van 48 dB en tegen de maximale ontheffingswaarde van 53 dB voor geluidgevoelige objecten in buitenstedelijk gebied zijn de geluidcontouren ten gevolge van het wegverkeer voor de waarneemhoogte van 5 meter per weg weergegeven. 4.1.1 A27 Op afbeelding 4.1 zijn de geluidcontouren vanwege verkeer op de A27 weergegeven. Uit de contourenplots van de A27 blijkt dat het plangebied Amerpoort zich deels buiten de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting van 48 dB (geluidbelastingklasse 0 – 48 dB) en deels binnen de maximale ontheffingswaarde van 53 dB voor geluidgevoelige objecten bevindt.
Afbeelding 4.1 Geluidcontouren vanwege verkeer op de A27
Grotendeels bevindt het plangebied zich in de geluidbelastingklasse van 0 - 48 dB en 48 53 dB, maar voor een deel bevindt het plangebied zich ook in de geluidbelastingklasse van 53 - 58 dB en 58 - 63 dB.
8 (12)
4.1.2 Zandheuvelweg Op afbeelding 4.2 zijn de geluidcontouren voor de Zandheuvelweg weergegeven. Uit de contourenplots van de Zandheuvelweg blijkt dat het plangebied Amerpoort zich deels buiten de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting van 48 dB (geluidbelastingklasse 0 – 48 dB) en deels binnen de maximale ontheffingswaarde van 53 dB voor geluidgevoelige objecten bevindt.
Afbeelding 4.2 Geluidcontouren vanwege verkeer op de Zandheuvelweg
Grotendeels bevindt het plangebied zich in de geluidbelastingklasse van 0 - 48 dB en 48 53 dB, maar voor een deel bevindt het plangebied zich ook in de geluidbelastingklasse van 53 - 58 dB en 58 - 63 dB. Het maximaal afstand vanaf de weg tot de geluidbelastingklasse van 0 – 48 dB bedraagt 89 meter. 4.1.3 Conclusie Vanwege het verkeer zowel op de Rijksweg A27 als op de Zandheuvelweg, is het niet mogelijk om binnen de zone van geluidbelastingklasse van 53 – 58 dB en 58 – 63 dB zonder extra maatregelen nieuwbouw van geluidgevoelige gebouwen te realiseren.
9 (12)
4.2 Railverkeer De berekende geluidbelasting binnen het plangebied is afgezet tegen de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting van 55 dB en aan de maximale ontheffingswaarde van 68 dB voor geluidgevoelige objecten. Op afbeelding 4.3 zijn de geluidcontouren voor de waarneemhoogte van 5 meter, weergegeven.
Afbeelding 4.3 Geluidcontour vanwege railverkeer
Uit de berekende geluidcontouren blijkt dat het plangebied zich grotendeels buiten de 55 dB (geluidbelastingklasse 0 – 55 dB) contour bevindt. Het plangebied bevindt zich deels in de geluidbelastingklasse van 55 – 60 dB, 60 – 68 dB en 68 – 99 dB. Binnen de zone van de geluidbelastingklasse 68 – 99 dB is het niet mogelijk om zonder extra maatregelen nieuwbouw van geluidgevoelige gebouwen te realiseren.
10 (12)
5
Conclusie en aanbeveling
5.1 Wegverkeer 5.1.1 A27 Uit de berekeningen blijkt dat ten gevolge van het wegverkeer op de A27 het plangebied Amerpoort zich deels buiten de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting van 48 dB en de maximale ontheffingswaarde van 53 dB (geluidbelastingklasse van 0 – 48 dB; 48 – 53 dB) bevindt. Voor een deel bevindt het plangebied zich in de geluidbelastingklassen van 53 – 58 dB en 58 – 63 dB. 5.1.2 Zandheuvelweg Het plangebied bevindt zich grotendeels buiten de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting van 48 dB en de maximale ontheffingswaarde 53 dB ten gevolge van het wegverkeer op de Zandheuvelweg. Het deel van plangebied langs de Zandheuvelweg, bevindt zich in de geluidbelastingklassen van 48 – 53 dB, 53 – 58 dB en 58 – 63 dB. De maximale afstand vanaf de weg tot de geluidbelastingklasse van 0 – 48 dB bedraagt 86 meter. Realisatie binnen de 48-63 dB geluidcontouren behorend bij de Rijksweg A27 en de Zandheuvelweg is pas mogelijk na afweging van maatregelen zoals omschreven in paragraaf 2.3. Hiervoor zal nader onderzoek gedaan moeten worden. Wanneer geen bronen/of overdrachtsmaatregelen getroffen kunnen worden, is het nodig een hogere waarde procedure te doorlopen. Hierbij dient aanvullend een gevelweringsonderzoek uitgevoerd te worden om de binnenwaarde uit het Bouwbesluit te garanderen.
5.2 Railverkeer Uit de berekende geluidcontouren blijkt dat het plangebied zich grotendeels buiten 55 dB (geluidbelastingklasse 0 – 55 dB) contour bevindt ten gevolge van het spoor. Het deel van het plangebied welke langs het spoor ligt, bevindt zich binnen de 55 dB en 63 dB contouren. De maximale afstand tot 55 dB contouren bedraagt 205 meter. Binnen de zone van de geluidbelastingklasse 68 – 99 dB is het niet mogelijk om zonder extra maatregelen nieuwbouw van geluidgevoelige gebouwen te realiseren. Realisatie binnen de 55 - 68 dB contour is pas mogelijk na afweging van maatregelen zoals raildempers en geluidwallen/schermen. Hiervoor zal nader onderzoek gedaan moeten worden. Wanneer geen bron- of overdrachtsmaatregelen getroffen kunnen worden, is het nodig een hogere waarde procedure te doorlopen. Hierbij dient aanvullend een gevelweringsonderzoek uitgevoerd te worden om de binnenwaarde uit het Bouwbesluit te garanderen.
11 (12)
Verantwoording Titel
Akoestisch Onderzoek Amerpoort Baarn
Projectnummer
361003
Referentienummer
SWNL0229758
Revisie
0
Datum
06-08-2018
Auteur
Mujgan Omary
E-mailadres
mujgan.omary@sweco.nl
Gecontroleerd door
Willy Slokkers
Paraaf gecontroleerd
Goedgekeurd door
Derk Jan van Bunnik
Paraaf goedgekeurd
12 (12)
Notitie Onderwerp: Akoestisch Onderzoek Sherpa Baarn Projectnummer: 361003 Referentienummer: SWNL02297623 Datum: 06-08-2018
1
Inleiding
1.1 Aanleiding en Situatie In de gemeente Baarn, aan de Zandheuvelweg, bevinden zich de woon/zorgparken van de zorginstellingen Sherpa en Amerpoort. Beide zorginstellingen hebben behoefte aan een nieuw bestemmingsplan voor hun woon/zorgparken. Het vigerende bestemmingsplan voor woon/zorgpark Eemeroord (Sherpa) en voor woon/zorgpark Nieuwenoord (Amerpoort) voldoet namelijk niet meer. Het vigerende bestemmingsplan biedt geen mogelijkheden voor het toevoegen van bebouwing. Om ook in de toekomst de huidige cliëntaantallen te kunnen behouden zijn er echter meer bebouwingsmogelijkheden benodigd. Vanwege veranderingen in de zorg en de wensen van de cliënten, maar ook vanwege strengere eisen op het gebied van bouwen in het bouwbesluit, zijn er namelijk meer vierkante meters per cliënt benodigd. Sherpa heeft daarnaast de wens om in de toekomst uit te breiden. Ook dit is niet passend binnen de bebouwingsmogelijkheden van het vigerende bestemmingsplan. In het kader van het principeverzoek tot wijziging van het bestemmingsplan heeft Sweco Nederland een akoestisch onderzoek uitgevoerd. In dit onderzoek wordt op basis van geluidcontouren inzichtelijk gemaakt wat de geluidbelasting is binnen het plangebied. Met behulp van deze geluidcontouren wordt duidelijk waar vanuit de Wet geluidhinder zonder meer geluidgevoelige objecten kunnen worden gerealiseerd.
Dit onderzoek heeft betrekking op het terrein van Sherpa.
Sweco De Holle Bilt 22 3732 HM De Bilt Postbus 203 3730 AE De Bilt
T +31 88 811 66 00
Sweco Nederland B.V. Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te
Mujgan Omary Adviseur Geluid T +31 88 811 64 11 M +31 6 13 01 22 31 mujgan.omary@sweco.nl 1 (10)
Afbeelding 1.1 Plangebied Sherpa
Het plangebied bevindt zich in de wettelijke geluidzone van Rijksweg A27 en de Zandheuvelweg. In Afbeelding 1.1 is de locatie van het plangebied weergegeven. 1.2 Leeswijzer In deze notitie zijn het wettelijke kader, de uitgangspunten, de berekende geluidcontouren en de conclusie en aanbeveling opgenomen. Een onderzoek naar eventueel mogelijke maatregelen is geen onderdeel van onderhavig onderzoek.
2 (10)
2
Wettelijke Kader
2.1 Wegverkeer Het plangebied ligt in de geluidzone van de Zandheuvelweg en Rijksweg A27. Voor deze wegen dient conform de Wet geluidhinder een akoestisch onderzoek te worden verricht. Conform de wet, dient te worden getoetst aan het tiende jaar na realisatie van de plannen. In de onderhavige situatie is het jaar 2030 als toetsjaar gekozen. De geluidzone aan weerszijden van de weg heeft een breedte die afhankelijk is van het aantal rijstroken en de ligging van de weg in stedelijk of buitenstedelijk gebied (art. 1 Wgh). Voor het bepalen van de zonebreedte dient te worden uitgegaan van de toekomstige situatie. In tabel 2.1 zijn de grenzen van de geluidzones weergegeven. Tabel 2.1 Geluidzones langs wegen Aantal rijstroken Geluidzone Binnenstedelijk gebied Buitenstedelijk gebied 1 of 2 200 meter 250 meter 3 of 4 350 meter 400 meter 5 of meer 350 meter 600 meter
De Zandheuvelweg valt onder buitenstedelijk gebied, de weg heeft twee rijstroken en derhalve een geluidzone van 250 meter aan weerszijde van de weg. De A27 heeft 5 rijstroken en aangezien een autosnelweg per definitie in buitenstedelijk gebied ligt, heeft de A27 een geluidzone van 600 meter aan weerszijden van de weg. 2.2 Gehanteerde correcties Toetsing aan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vindt per weg plaats. Voordat getoetst wordt aan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting dient eerst een correctie toegepast te worden op de berekende geluidbelastingen conform artikel 110g van de Wet geluidhinder. De hoogte van deze aftrek wordt bepaald conform artikel 3.4 van het Rekenen meetvoorschrift geluid 2012. Voor wegen waar de representatief te achten snelheid lager is dan 70 km/uur, wordt een correctie toegepast van 5 dB. Voor wegen waar de toegestane maximumsnelheid hoger of gelijk is aan 70 km/uur is de aftrek afhankelijk van de berekende geluidsbelasting. Indien de geluidbelasting 57 dB bedraagt, is de aftrek 4 dB. Bij een geluidbelasting van 56 dB bedraagt de correctie 3 dB. Indien een andere geluidbelasting wordt berekend bedraagt de correctie 2 dB. Met deze correctie zijn de gepresenteerde waarden rechtstreeks te toetsen aan de in de wet gestelde normen voor de geluidbelasting.
2.3 Ten hoogste toelaatbare geluidbelasting In de Wet geluidhinder wordt onderscheid gemaakt in nieuwe en bestaande situaties. Dit onderzoek heeft alleen betrekking op het regime ‘nieuwe situaties’. Namelijk realisatie van geluidgevoelige bestemmingen langs bestaande wegen.
3 (10)
Tabel 2.2 Ten hoogste toelaatbare geluidbelasting nieuw te projecteren woningen langs bestaande weg Normering ‘Regime nieuwe situaties’ Ten hoogste toelaatbare geluidbelasting 48 dB (art. 82.1) Maximale ontheffing (buitenstedelijk) 53 dB (art. 83.1) Maximale ontheffing (stedelijk) 63 dB (art. 83.2)
In principe dient bij de toetsing van de geluidbelasting aan de normen van de wet uitgegaan te worden van de maximaal toelaatbare geluidbelasting. Indien deze geluidbelasting niet wordt overschreden zijn verdere procedures niet nodig. Bij overschrijding van de maximaal toelaatbare geluidbelasting van 48 dB dienen in eerste instantie mogelijke (aanvullende) geluidreducerende maatregelen te worden onderzocht voordat de mogelijkheid van eventuele hogere waarde procedures wordt onderzocht. In de wet wordt een voorkeur uitgesproken voor de volgorde waarin de haalbaarheid van de diverse categorieën maatregelen onderzocht moet worden. Deze volgorde is: 1. bronmaatregelen (bijvoorbeeld stiller wegdek, lagere intensiteit, lagere snelheid, wijziging vormgeving); 2. overdrachtsmaatregelen (bijvoorbeeld schermen/wallen); 3. maatregelen bij de ontvanger (bijvoorbeeld gevelisolatie). Toepassing van deze maatregel is alleen mogelijk indien via een ontheffingsverzoek aan het college van Burgemeester & Wethouders (B&W) een hogere waarde dan de maximaal toelaatbare geluidbelasting wordt vastgesteld. 2.4 Ontheffingsprocedure Onder bepaalde voorwaarden is ontheffing van de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting mogelijk bij het B&W.
Voor het verkrijgen van een hogere waarde dan de maximaal toelaatbare geluidbelasting dient de procedure gevolgd te worden zoals omschreven is in het ‘Besluit geluidhinder’ (Bgh). Een van de aspecten hierbij is een ter visie legging van de akoestische rapportage. De in de Wet gestelde voorwaarden (Wgh art.110a lid 5) hebben betrekking op het onvoldoende doeltreffend zijn van de mogelijke bron- en overdrachtsmaatregelen, dan wel op het ontmoeten van overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Gekoppeld aan een hogere waarde is toetsing van de gevelwering vereist in verband met het maximumbinnenniveau. De eventuele toetsing van dit binnenniveau is niet in dit onderzoek beschouwd. Indien een hogere waarde wordt aangevraagd, houdt B&W rekening met andere geluidbronnen, zoals andere wegen, railverkeer of industrie (art. 110f Wgh).
4 (10)
3
Uitgangspunten
Het te onderzoeken plangebied is weergegeven in afbeelding 3.1. Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidzone van de wegen Zandheuvelweg en A27, en tussen het spoortraject Hilversum en Baarn.
A27
Zandheuvelweg
Afbeelding 3.1 Ligging onderzochte wegen
De geluidbelasting ten gevolge van de genoemde wegen is bepaald volgens de uitgebreide Standaard Rekenmethode II uit Bijlage 3 van het Reken en Meetvoorschrift Geluid 2012. De geluidbelasting is brekend met het computerprogramma Geomilieu (4.30). De gehanteerde uitgangspunten zijn weergegeven in tabel 3.1. Tabel 3.1 Verkeersgegevens onderzocht wegen (excl. A27)1 Dag
1
Avond
Dag
LV
MZ
ZV
LV
MZ
ZV
LV
MZ
ZV
Zandheuvelweg (oost van Sherpa)
7.088
270
183
144
3
10
15
0
4
Zandheuvelweg (west van Sherpa)
5.740
239
183
135
2
10
13
0
4
De verkeergegevens voor de huidige situatie en de autonome groei per jaar zijn door de gemeente Baarn aangeleverd.
5 (10)
Voor de Zandheuvelweg is voor de prognose van 2030, op basis van het verkeersmodel, een autonome groei aangehouden van 0,85% per jaar voor alle richtingen. Als gevolg van de ontwikkeling is een groei van 8,5% op de prognose van 2030 aangehouden. De wettelijke maximumsnelheid op deze weg bedraagt deels 80 km/uur en bij kruisingen 50 km/uur. De brongegevens en schermen voor de A272 zijn overgenomen uit geluidregister. Bij het opstellen van het rekenmodel zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • de rekenhoogte grid bedraagt 5 meter boven lokaal maaiveld; • de gegevens over de bodemgebieden zijn afkomstig uit TOP10NL versie juni 2016; • de gebouwgegevens (x,y,z-coördinaten) zijn afkomstig uit BAG3D; • voor de Zandheuvelweg is wegdekverharding DAB is aangehouden 3: • de correctie conform art. 110g van de Wet geluidhinder en art. 3.4 van het Reken en meetvoorschrift geluid 2012 bedraagt: ° Rijksweg A27 -2 dB. In dit geval is een worst case benadering toegepast aangezien de geluidbelasting op basis van geluidcontouren is inzichtelijk gemaakt; ° Zandheuvelweg 80 km/uur en A27 -2 dB; ° Zandheuvelweg 50 km/uur -5 dB
2 3
Geluidregister rijkswegen gedownload op 05-06-2018 van https://www.rijkswaterstaat.nl/kaarten/geluidregister.aspx?cookieload=true Google Street view
6 (10)
4
Resultaten
4.1 Wegverkeer De berekende geluidbelasting binnen het plangebied is afgezet tegen de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting van 48 dB en tegen de maximale ontheffingswaarde van 53 dB voor geluidgevoelige objecten in buitenstedelijk gebied. 4.1.1 A27 Op afbeelding 4.1 zijn de geluidcontouren voor A27 weergegeven. Uit de contourenplots van de A27 blijkt dat het plangebied Sherpa zich deels buiten de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting van 48 dB (geluidbelastingklasse 0 – 48 dB) en de maximale ontheffingswaarde van 53 dB voor geluidgevoelige objecten bevindt.
Afbeelding 4.1 Geluidcontouren vanwege verkeer op de A27
Grotendeels bevindt het plangebied zich in de geluidbelastingklasse van 0 - 48 dB en 48 53 dB, maar voor een deel bevindt het plangebied zich ook in de geluidbelastingklasse van 53 - 58 dB en 58 - 63 dB. 4.1.2 Zandheuvelweg Op afbeelding 4.2 zijn de geluidcontouren voor de Zandheuvelweg weergegeven. Uit de contourenplots van de Zandheuvelweg blijkt dat het plangebied Sherpa zich deels buiten de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting van 48 dB (geluidbelastingklasse 0 – 48 dB) en de maximale ontheffingswaarde van 53 dB voor geluidgevoelige objecten bevindt.
7 (10)
Afbeelding 4.2 Geluidcontouren vanwege verkeer op de Zandheuvelweg
Grotendeels bevindt het plangebied zich in de geluidbelastingklasse van 0 - 48 dB en 48 53 dB, maar voor een deel bevindt het plangebied zich ook in de geluidbelastingklasse van 53 - 58 dB en 58 - 63 dB. Het maximaal afstand vanaf de weg tot de geluidbelastingklasse van 0 – 48 dB bedraagt 125 meter. 4.1.3 Conclusie Vanwege het verkeer zowel op de Rijksweg A27 en als op Zandheuvelweg, is het niet mogelijk om binnen geluidbelastingklasse van 53 – 58 dB en 58 – 63 dB zonder extra maatregelen nieuwbouw van geluidgevoelige gebouwen te realiseren.
8 (10)
5
Conclusie en aanbeveling
5.1 A27 Uit de berekeningen blijkt dat ten gevolge van het wegverkeer op de A27 het plangebied Sherpa zich deels buiten de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting van 48 dB en de maximale ontheffingswaarde van 53 dB (geluidbelastingklasse van 0 – 48 dB; 48 – 53 dB) bevindt. Voor een deel bevindt het plangebied zich in de geluidbelastingklassen van 53 – 58 dB en 58 – 63 dB. 5.2 Zandheuvelweg Het plangebied bevindt zich grotendeels buiten de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting van 48 dB en de maximale ontheffingswaarde 53 dB ten gevolge van het wegverkeer op de Zandheuvelweg. Het deel van plangebied langs de Zandheuvelweg, bevindt zich in de geluidbelastingklassen van 48 – 53 dB, 53 – 58 dB en 58 – 63 dB. De maximale afstand vanaf de weg tot de geluidbelastingklasse van 0 – 48 dB bedraagt 125 meter. Realisatie binnen de 48-63 dB geluidcontouren behorend bij de Rijksweg A27 en de Zandheuvelweg is pas mogelijk na afweging van maatregelen zoals omschreven in paragraaf 2.3. Hiervoor zal nader onderzoek gedaan moeten worden. Wanneer geen bronen/of overdrachtsmaatregelen getroffen kunnen worden, is het nodig een hogere waarde procedure te doorlopen. Hierbij dient aanvullend een gevelweringsonderzoek uitgevoerd te worden om de binnenwaarde uit het Bouwbesluit te garanderen.
9 (10)
Verantwoording Titel
Akoestisch Onderzoek Sherpa Baarn
Projectnummer
361003
Referentienummer
SWNL0229762
Revisie
0
Datum
06-08-2018
Auteur
Mujgan Omary
E-mailadres
mujgan.omary@sweco.nl
Gecontroleerd door
Willy Slokkers
Paraaf gecontroleerd
Goedgekeurd door
Derk Jan van Bunnik
Paraaf goedgekeurd
10 (10)
Rapport Projectnummer: 361003 Referentienummer: SWNL0230325 Datum: 10-08-2018
Verkennend natuuronderzoek Sherpa en Amerpoort, Baarn Oriënterend onderzoek in het kader van de wet- en regelgeving voor natuur
Definitief
Verantwoording Titel Subtitel
Verkennend natuuronderzoek Sherpa en Amerpoort, Baarn Oriënterend onderzoek in het kader van de wet- en regelgeving voor natuur
Projectnummer
361003
Referentienummer
20181210 SWNL0230325 rapp Verkennend natuuronderzoek Zorgwijken Sherpa en Amerpoort, Baarn _HN
Revisie
D0
Datum
10-08-2018
Auteur(s)
Yann Horstink
E-mailadres
yann.horstink@sweco.nl
Gecontroleerd door
John van Vliet
Paraaf gecontroleerd
Goedgekeurd door Paraaf goedgekeurd
Tim Verver
Inhoudsopgave 1
Inleiding ............................................................................................................. 4
1.1
Aanleiding ........................................................................................................... 4
1.2
Kader van het onderzoek ..................................................................................... 4
1.3
Ligging plangebied en voorgenomen activiteiten .................................................. 5
2
Wet natuurbescherming: Natura 2000-gebieden ............................................ 10
2.1
Toetsingskader .................................................................................................. 10
2.2
Inventarisatie ..................................................................................................... 11
2.3
Analyse van de mogelijke effecten ..................................................................... 11
3
Wet natuurbescherming: soortenbescherming.............................................. 13
3.1
Toetsingskader .................................................................................................. 13
3.2
Methode ............................................................................................................ 14
3.3
Voorkomende ecotopen ..................................................................................... 15
3.4
Planten .............................................................................................................. 15
3.5
Vleermuizen ...................................................................................................... 16
3.6
Overige zoogdieren ........................................................................................... 17
3.7
Vogels ............................................................................................................... 19
3.8
Amfibieën en Reptielen ...................................................................................... 21
3.9
Vissen ............................................................................................................... 22
3.10
Ongewervelden ................................................................................................. 23
4
Natuurbeleidskaders ....................................................................................... 24
4.1
Toetsingskader .................................................................................................. 24
4.2
Natuurnetwerk Nederland .................................................................................. 24
4.3
Aanvullende vraag vanuit Amerpoort betreffende de NNN .................................. 25
5
Conclusies ....................................................................................................... 28
6
Referenties ....................................................................................................... 30
6.1
Geraadpleegde literatuur ................................................................................... 30
6.2
Geraadpleegde websites ................................................................................... 30