644585 Bestemmingsplan Drakenburgergracht Zorg 2022 Bijlage Toelichting - 24 Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling
Tekst van het document
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Sherpa/Amerpoort Onderwerp: M.e.r.-beoordeling Projectnummer: 370914 Referentienummer: 370914/Aanmeldingsnotitie/14-05-2020 Datum: 14-05-2020
1
Inleiding
Aan de Zandheuvelweg in de gemeente Baarn bevinden zich de woon-/zorgparken van de zorginstellingen Amerpoort en Sherpa. Voor de komende jaren hebben beide zorginstellingen een forse opgave om op de wensen van huidige en toekomstige bewoners van de beide woon-/zorgparken te kunnen inspelen. De huidige huisvesting sluit niet meer aan op de behoefte, er is namelijk in groeiende mate behoefte aan zorg in een beschermde omgeving. Tevens groeit de vraag naar zelfstandige woonruimte met eigen sanitair, hebben nieuwe cliënten vaak een complexere zorgvraag, maar zijn veel nieuwe cliënten ook veelal jonger dan de gemiddelde bestaande cliënten. Dit resulteert in de noodzaak tot het starten met nieuwe woongroepen voor jongere cliënten. Daarbij moet rekening worden gehouden met de steeds hoger wordende eisen in het Bouwbesluit met betrekking tot duurzaamheid. Bovengenoemde redenen leiden ertoe dat er per cliënt meer vierkante meters benodigd zijn om de gewenste goede zorg te bieden. Hiervoor zijn nieuwe faciliteiten noodzakelijk, welke niet passen binnen de vigerende bestemmingen in het bestemmingsplan Drakenburgergracht Zorg 2010. Er wordt daarom een nieuw bestemmingsplan opgesteld: Drakenburgergracht Zorg 2022.
Om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming van het bestemmingsplan, moet worden getoetst of in het kader van deze ontwikkeling een milieueffectrapportage nodig is. Uit het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) volgt dat voor deze ontwikkeling een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. In deze aanmeldingsnotitie is de vormvrije m.e.r.-beoordeling van de voorgenomen activiteit opgenomen. Achtereenvolgens wordt ingegaan op het voornemen (hoofdstuk 2) de m.e.r.-procedure (hoofdstuk 3) en de potentiële effecten van de voorgenomen activiteit (hoofdstuk 4).
2
Voornemen
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het voornemen van de initiatiefnemers. Beide zorginstellingen hebben de behoefte aan een bestemmingsplan dat meer en flexibeler mogelijkheden biedt voor toekomstige ontwikkelingen. De uitbreiding van de bebouwingsmogelijkheden voor Amerpoort en Sherpa bedraagt maximaal deze 20 procent ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan, waarin de bouwmogelijkheden in de vorm van bruto-vloeroppervlakte (BVO) zijn vastgelegd. In deze m.e.r.-beoordeling is het voornemen dan ook gehanteerd als zijnde 20% uitbreiding van de momenteel aanwezige bruto-vloeroppervlakte. Voor zorginstelling Amerpoort geldt een maximale toename in BVO van 6.780 m² en voor zorginstelling Sherpa geldt een maximale toename in BVO van 6.951 m².
Sweco De Holle Bilt 22 3732 HM De Bilt Postbus 203 3730 AE De Bilt
T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl
Sweco Nederland B.V. Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt
Jules van Riel Adviseur T +31 88 811 49 73 M +31 6 30 57 14 96 1 (2)
Figuur 1. Globale ligging van het plangebied (Eigen creatie, luchtfoto: Pdok) Relatie met provinciaal verstedelijkingsverbod In de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (PRS) en de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) is het plangebied aangewezen als landelijk gebied. Voor het landelijk gebied geldt vanuit de PRV een verstedelijkingsverbod. Om de kwaliteit en vitaliteit van het landelijk gebied te behouden, moet een ongebreidelde uitwaaiering van stedelijke functies voorkomen worden. Binnen deze context zijn nieuwe vormen van verstedelijking niet
2
toelaatbaar. Voor bestaande stedelijke functies, anders dan wonen, die zich in het landelijk gebied bevinden geldt dat deze mogen worden uitgebreid met maximaal 20% van de bebouwingsmogelijkheden onder het vigerende planologisch regime. Van deze maximale uitbreiding kan afgeweken worden mits er sprake is van een economische noodzaak. Ook het bestemmingsvlak kan worden uitgebreid indien er sprake is van een economische noodzaak. In het geval van het planvoornemen van de zorginstellingen Sherpa en Amerpoort is er sprake van een gecombineerde (bedrijfs)economische en maatschappelijke noodzaak voor het uitbreiden van de bebouwingsmoglijkheden voor beide zorginstellingen. Een onderbouwing hiervan is opgenomen in de toelichting behorende bij het bestemmingsplan Drakenburgergracht Zorg 2020.
3
Toets aan het Besluit m.e.r.
3.1 Welke m.e.r.-procedure is van toepassing Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieu een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) geeft aan of voor een project een m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht van toepassing is. Voor de activiteiten die zijn opgenomen in de C-lijst van het Besluit m.e.r. geldt de zogenoemde m.e.r.-plicht. Deze activiteiten worden gekenmerkt door het feit dat zij over het algemeen belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Voor de activiteiten die zijn opgenomen in de D-lijst van het Besluit m.e.r. geldt de zogenoemde m.e.r.-beoordelingsplicht. Voor deze activiteiten geldt dat zij, afhankelijk van de omstandigheden, nadelige milieugevolgen kunnen hebben. De ontwikkeling van de zorginstellingen Sherpa en Amerpoort, te Baarn, wordt aangemerkt als de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen, wat als activiteit D11.2 is opgenomen in het Besluit m.e.r. (zie tabel 1).
Omdat de uitbreiding van deze zorginstellingen niet meer dan 2.000 woningen omvat, niet gaat om een oppervlakte van 100 hectare of meer, of om een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling om te bepalen of (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen op kunnen treden. Tabel 1. Activiteit D11.2 uit het Besluit m.e.r. – d.d. 14 mei 2020
D11.2
Kolom 1 Activiteiten De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.
Kolom 2 Gevallen In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of
Kolom 3 Plannen De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
Kolom 4 Besluiten De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
3°. een bedrijfsvloeroppervlakte
3
van 200.000 m2 of meer.
Het Besluit m.e.r. geeft onder ‘gevallen’ per activiteit aan wat de relevante drempel is voor een m.e.r.-(beoordelings)plicht. Voor beide activiteiten geldt dat de (indicatieve) drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. niet worden overschreden, aangezien het planvoornemen voor de uitbreiding van de zorginstellingen minder dan 2.000 woningen omvat. Op basis hiervan geldt er geen m.e.r.-plicht. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de drempelwaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de ‘Europese richtlijn milieueffectbeoordeling’ te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten, een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.beoordeling'. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-plichtig. 3.2 Te volgen procedure Deze aanmeldingsnotitie geeft het bevoegd gezag (college van B&W van de gemeente Baarn) de informatie die nodig is om te beoordelen of een m.e.r. nodig is voor de in paragraaf 3.1 genoemde activiteit. Op basis van deze aanmeldingsnotitie dient het bevoegd gezag een beslissing nemen of voor deze activiteit, omwille van belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Het bevoegd gezag neemt uiterlijk zes weken na de datum van ontvangst van de aanmeldingsnotitie een m.e.r.-beoordelingsbeslissing1.
Dit besluit moet in ieder geval zijn genomen voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Het besluit wordt niet gepubliceerd in de Staatscourant 2. Op dit besluit is geen bezwaar/beroep mogelijk. Eventuele bezwaren kunnen worden ingediend in de procedure van het bestemmingsplan. 3.3 Doel van de aanmeldingsnotitie De vormvrije m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te bepalen of er bij de voorgenomen activiteit mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. In het kader van een vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt een aanmeldingsnotitie opgesteld. In een aanmeldingsnotitie wordt op objectieve wijze de informatie verzameld en gepresenteerd die voor deze afweging noodzakelijk is. Op basis van de informatie in de aanmeldingsnotitie besluit het bevoegd gezag of een uitgebreide m.e.r-procedure nodig is. Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient het bevoegd gezag expliciet te beoordelen of zij het noodzakelijk acht om de m.e.r.-procedure te doorlopen. Er kunnen twee uitkomsten zijn: • belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen niet uitgesloten worden → er dient een m.e.r.-procedure te worden doorlopen; • belangrijke nadelige milieugevolgen treden niet op → er wordt gemotiveerd aangegeven dat geen m.e.r.-procedure wordt doorlopen. Het uitgangspunt bij deze beoordeling is: Nee, tenzij …. (zie hiervoor verder kader 3.1).
Dit uitgangspunt betekent dat er geen nadere m.e.r. nodig is, tenzij er sprake is van mogelijke ‘belangrijke nadelige gevolgen’ voor het milieu op basis waarvan een dergelijke procedure wel noodzakelijk moet worden geacht. Deze ‘belangrijke nadelige gevolgen’
1
Indien het bevoegd gezag tevens initiatiefnemer is, neemt het in een zo vroeg mogelijk stadium de m.e.r.beoordelingsbeslissing. 2 Dit is bepaald in het Besluit m.e.r. in artikel 2.5 onder b.
4
moeten worden beoordeeld op basis van het toetsingskader van Bijlage III EU richtlijn milieubeoordeling projecten. Het project dient te worden getoetst aan: 1. Kenmerken van de activiteit a: Omvang van het project b: Cumulatie met andere projecten c: Gebruik natuurlijke hulpbronnen d: Productie afvalstoffen e: Verontreiniging en hinder f: Risico op ongevallen 2. Plaats van de activiteit a: Bestaand grondgebruik b: Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied c: Opnamevermogen milieu met aandacht voor specifieke gevoelige gebieden 3. Kenmerken van het potentiële effect a: Bereik van het effect b: Grensoverschrijdend karakter c: Orde van grootte en complexiteit effect d: Waarschijnlijkheid effect e: Duur, frequentie en omkeerbaarheid effect
5
In hoofdstuk 4 wordt de toetsing behandeld. Eerst wordt een beschrijving gegeven van de kenmerken van de activiteit en de plaats van de activiteit en de potentiële effecten die daaruit naar voren komen. Vervolgens wordt ingegaan op de kenmerken van de gevolgen van deze effecten. Hierbij wordt gekeken of er mogelijk (belangrijke) nadelige milieugevolgen ontstaan en of er verzachtende mitigerende maatregelen kunnen worden genomen om eventueel het milieueffect te verminderen of teniet te doen.
KADER 3.1: UITLEG AANMELDINGSNOTITIE Zoals aangegeven is het uitgangspunt bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling het ‘nee, tenzij’ principe. Dit heeft gevolgen voor inhoud en diepgang van deze aanmeldingsnotitie. In dit kader wordt kort toegelicht hoe deze aanmeldingsnotitie is opgebouwd en op welke wijze naar de inhoud moet worden gekeken. Waarom Nee, tenzij? Dat het ‘nee, tenzij’ principe geldt, vloeit voort uit het feit dat het een activiteit betreft uit de D-lijst van het Besluit m.e.r., waarvoor tevens geldt dat de activiteit onder de drempelwaarde ligt zoals in deze D-lijst genoemd. In het Besluit m.e.r. zijn alle activiteiten die mogelijk gevolgen hebben op het milieu verdeeld over twee lijsten: de C en de D lijst. Activiteiten uit de C-lijst worden gekenmerkt door het feit dat zij over het algemeen belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Voor deze activiteiten geldt dan ook een directe m.e.r.-plicht. Voor activiteiten uit de D-lijst geldt dat deze afhankelijk van de omstandigheden nadelige milieugevolgen kunnen hebben. Wanneer de activiteit op de D-lijst staat én onder de drempelwaarde blijft zoals in die lijst opgenomen, is de verwachting dat deze activiteit waarschijnlijk geen belangrijk nadelige milieugevolgen oplevert. Op voorhand geldt voor deze activiteiten daarom ook geen m.e.r.-plicht.
Dit moet echter wel worden getoetst middels de vormvrije m.e.r.-beoordeling. In bepaalde gevallen kan een activiteit met een kleinere omvang namelijk wel degelijk belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Dat kan bijvoorbeeld doordat die activiteit in of bij een kwetsbaar gebied is gepland. Inhoud aanmeldingsnotitie Voor een aanmeldingsnotitie die wordt opgesteld in het kader van de vormvrije m.e.r.beoordeling bestaan geen vereisten voor de diepgang van het onderzoek. In de meeste gevallen kan de vormvrije m.e.r.-beoordeling worden gebaseerd op ‘expert judgement’, zonder (model)berekening of (veld)onderzoek. Het uitgangspunt is dat de aanmeldingsnotitie kort en bondig is en alleen inzoomt op die kenmerken en gevolgen die mogelijk kunnen leiden tot nadelige gevolgen voor het milieu. In veel gevallen zal snel helder zijn dat een activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft (vanwege grote afstand tot gevoelige gebieden, de locatie en de omgeving hebben geen bijzondere kenmerken waardoor er een verwaarloosbare kans is op belangrijke nadelige effecten, de activiteit leidt niet tot grote emissies, heeft een klein ruimtebeslag e.d.). Dan is ook geen uitgebreide motivering nodig: er wordt dan beknopt beschreven dat naar alle Europese criteria is gekeken
6
4
M.e.r.-beoordeling
4.1 Kenmerken van het project In deze paragraaf wordt ingegaan op de kenmerken van de activiteit. In tabel 2 is een overzicht van de kenmerken van de activiteit opgenomen. Hierbij zijn de criteria gehanteerd uit Bijlage III van de Europese Richtlijn. In de daaropvolgende paragrafen worden de relevante kenmerken van het project nader toegelicht. Tabel 2 - Kenmerken van de activiteit Criteria Omvang van het project (relatie met drempel D-lijst)
Beschrijving Activiteit D11.2 uit het Besluit m.e.r. De gestelde drempelwaarden zijn: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Conclusie: het totaal oppervlak van de gewijzigde ontwikkeling blijft onder de 100 hectare, tevens gaat het niet om 2.000 woningen of meer, en tot slot is de maximaal uit te breiden vloeroppervlakte 13.731 m² en blijft daarmee dus ver onder de gestelde drempelwaarde.
Cumulatie met andere projecten Gebruik natuurlijke hulpbronnen
Productie afvalstoffen
Verontreiniging en hinder
Het project blijft onder de drempelwaarden van D.11.2. Daarom is voor dit project geen ‘formele’ m.e.r.-beoordeling, maar een ‘vormvrije’ m.e.r.-beoordeling nodig. In de nabijheid van dit project zijn geen andere projecten bekend die tot cumulatieve effecten zouden kunnen leiden. Bij de aanleg van de voorgenomen activiteit zullen grondstoffen als hout, steen en andere bouwstoffen gebruikt worden. De voorgenomen activiteit betreft echter geen productieproces waarbij vervaardiging van producten centraal staat. Afgezien van de realisatie worden weinig grondstoffen gebruikt. Er zijn geen andere natuurlijke hulpbronnen in het gebied aanwezig die invloed ondervinden van de voorgenomen activiteit. Bij de aanleg van de voorgenomen activiteit zal bouwafval tot de restproducten behoren. Er is geen sprake van productie van (gevaarlijke) afvalstoffen met nadelige milieugevolgen. Verontreiniging: Tijdens de aanlegfase kan door bouwverkeer mogelijk een tijdelijke verslechtering van de luchtkwaliteit ontstaan. Hierop wordt nader ingegaan in paragraaf 4.3. In de gebruiksfase van het voorgenomen plan voor de uitbreiding van de zorginstellingen zijn er geen relevante stikstofemissies of andere bronnen van verontreiniging en hinder. Het aantal verkeersbewegingen neemt in vergelijking met de huidige situatie namelijk nauwelijks toe.
Hinder: Tijdens de aanleg kan als gevolg van sloop- en bouwwerkzaamheden, het bouwverkeer en de
7
Risico op ongevallen
4.2
aanlegwerkzaamheden verkeershinder en geluidhinder optreden. Op mogelijke effecten als gevolg van hinder wordt nader ingegaan in paragraaf 4.3. In de gebruiksfase van het voorgenomen plan wordt geen toename van hinder voorzien. Er wordt geen toename van het risico op ongevallen verwacht omdat er geen sprake is van een risicovolle inrichting.
Plaats van het project
Tabel 3 - Plaats van het project Criteria Het bestaande grondgebruik
Beschrijving Nieuwenoord, Amerpoort: Nieuwenoord is een groen en levendig woon-/zorgpark waar mensen met een verstandelijke beperking in een beschutte en veilige omgeving kunnen wonen, werken, logeren en elkaar kunnen ontmoeten. Verder heeft Nieuwenoord een paramedisch centrum, een cultureel centrum, sporthal, zwembad, restaurant, supermarkt, kwekerij en een boerderij. Het terrein is in de afgelopen jaren gefragmenteerd en organisch uitgegroeid. Het ruim 65 jaar bestaande woon-/zorgpark biedt inmiddels woonruimte aan circa 400 cliënten met een verstandelijke beperking. Eemeroord, Sherpa: Woon-/zorgpark Eemeroord is als een dorp: midden in de natuur, waar mensen van jong tot oud, met uiteenlopende mogelijkheden, wonen en samenwerken. Alle voorzieningen zijn binnen handbereik. Er zijn onder andere een supermarkt, kledingwinkel, bakkerij, zwembad, gymzaal en een gezondheidscentrum. Voor de bewoners worden verschillende vormen van dagbesteding geboden, zowel recreatieve activiteiten als arbeidsmatige taken. Woon/zorgpark Eemeroord bestaat inmiddels ruim 50 jaar en biedt plaats aan circa 300 cliënten en wil weer groeien naar 400 cliënten van de oorspronkelijk 520 cliënten die er gewoond hebben Beide zorginstellingen bevinden zich in een beboste omgeving, waardoor de instellingen als landschappelijk geïsoleerd kunnen worden beschouwd.
De relatieve rijkdom aan, de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen in het gebied
Onder natuurlijke hulpbronnen van het gebied wordt verstaan alle van nature aanwezige stoffen die van economisch nut kunnen zijn (zoals zoet water, delfstoffen, bos als houtleverancier). De ligging in bebost gebied duidt op hout als natuurlijke hulpbron in het gebied (houtleverancier). Binnen het grondgebruik van de percelen is dit echter geen productiebos.
8
Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: a. wetlands b. kustgebieden c. berg- en bosgebieden d. reservaten en natuurparken e. gebieden die in de wetgeving van lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones door de lidstaten aangewezen volgens Richtlijn 79/409/EEG (= Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (= Habitatrichtlijn) f. gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen over milieukwaliteit reeds worden overschreden; g. gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid h. landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang
Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een grondwaterbeschermingsgebied. In het plangebied komen geen verdere bijzondere natuurlijke hulpbronnen voor. Natuur Natura 2000 Er zijn geen Natura 2000-gebieden aanwezig in of in de nabijheid van het plangebied. Derhalve zijn er geen directe effecten te verwachten op deze gebieden. Middels een AERIUS-berekening is onderzocht of er een effect kan ontstaan op Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie. Hierop wordt nader ingegaan in paragraaf 4.3. Soortenbescherming Het plangebied is potentieel geschikt voor verschillende beschermde soorten zoals vleermuizen, das, boommarter, eekhoorn, huismus, gierzwaluw, sperwer, ransuil, buizerd, havik, overige broedvogels, hazelworm, ringslang en kamsalamander. Uit een verkennend natuuronderzoek blijkt dat het plangebied potentieel geschikt is voor verblijfplaatsen van vleermuizen. Mogelijke effecten zijn op deze soort niet uit te sluiten en verder beschreven in paragraaf 4.3. Er zijn geen maatregelen nodig om effecten te voorkomen op broedvogels met jaarrond beschermde nesten, deze zijn niet aangetroffen. Als er in de toekomst wel aanwezigheid van broedvogels te verwachten is, dan zijn belangrijke nadelige effecten te voorkomen door buiten het broedseizoen te werken.
Natuurnetwerk Nederland De voorgenomen werkzaamheden op het terrein van Amerpoort vinden deels plaats in het Natuurnetwerk Nederland. Negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van de gebieden zijn niet uit te sluiten (zie paragraaf 4.3). Gebieden met natuurwaarden buiten het NNN In de PRV zijn naast Natura 2000-gebieden en NNN ook enkele andere natuurgebieden aangewezen. Het plangebied ligt niet in een ganzenfoerageergebied en/of weidevogelleefgebied. De voorgenomen werkzaamheden hebben geen effect op beschermde gebieden met natuurwaarden buiten het NNN gelegen. Er treden daarom geen belangrijk nadelige effecten op overige natuurgebieden op. Bodem Uit voorgaande bodemonderzoeken in het plangebied zijn enkele lichte bodemverontreinigingen in de bovengrond
9
aangetroffen. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen. In het grondwater zijn tevens licht verhoogde concentraties gemeten. Er zijn echter geen grote verontreinigingen aangetroffen die schadelijk kunnen zijn voor de volksgezondheid. De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde uitbreiding van de zorgfunctie. Er vinden momenteel voor zover bekend geen bodembedreigende activiteiten plaats op de beide terreinen. Ook als gevolg van het voornemen is er geen risico op verontreiniging van de bodem.
Tenslotte zijn er geen aardkundige waarden aanwezig die door het voornemen worden aangetast. Negatieve effecten op de bodem(kwaliteit) kunnen als gevolg van het voornemen worden uitgesloten. Water In het plangebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde A-wateren), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Bij nieuwbouw zal, zoals gebruikelijk in het plangebied, voor de afvoer van afvalwater, niet zijnde 'schoon' hemelwater, worden aangesloten op het riool. Er vinden geen lozingen van afvalwater, niet zijnde 'schoon' hemelwater, plaats op oppervlaktewater of in het grondwater. De gevolgen van het voornemen op de waterbelangen zijn, met inachtneming van wat is afgestemd met de initiatiefnemers, beperkt. Negatieve effecten zijn derhalve ook niet te verwachten. Mede daarom heeft het waterschap een positief wateradvies gegeven. Archeologie Op het grootste gedeelte van de terreinen is op basis van het archeologisch onderzoek weinig tot geen aanleiding voor de aanwezigheid van archeologische waarden. Op enkele locaties is wel een hoge archeologische verwachtingswaarde aanwezig. Ontwikkelingen zijn op deze locaties niet op voorhand uitgesloten. Indien er een concreet plan is voor een ontwikkeling op een locatie met een hoge archeologische verwachtingswaarde is aanvullend onderzoek nodig.
Op locaties met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde kan worden ontwikkeld met archeologische begeleiding van de werkzaamheden. Verkeer Er zijn geen negatieve effecten op de doorstroming voor verkeer buiten het plangebied te verwachten. Er zal geen
10
relevante verandering optreden in de verkeersaantrekkende werking.
4.3
Kenmerken van het potentiële effect
Criteria Het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking)
Beschrijving Hieronder wordt ingegaan op de potentiële effecten die in paragraaf 4.1 en 4.2 zijn genoemd. In het algemeen wordt geconcludeerd dat de effecten beperkt en zeer lokaal van aard zijn. Stikstof Als gevolg van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden ontstaat mogelijk een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden in de omgeving. Met een Aerius-berekening is aangetoond dat er bij een uitstoot van mobiele werktuigen van maximaal 366 kg NOx per jaar geen toename van stikstofdepositie is op Natura 2000-gebieden in de omgeving. Binnen deze maximale uitstoot wordt het planvoornemen uitvoerbaar geacht, waardoor er geen negatieve gevolgen zijn voor Natura 2000-gebieden in de omgeving. Hinder bouwverkeer In de aanlegfase is als gevolg van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden mogelijk sprake van hinder. Dit kan optreden in de vorm van geluidhinder, stof en trillingen en beperkt zich met name tot het plangebied. De effecten als gevolg van bouwverkeer zijn tijdelijk. Door de redelijk geïsoleerde ligging van de twee terreinen zal er slechts beperkt hinder optreden op bestaande woningen in de omgeving. Natuur Soortenbescherming De voorgenomen werkzaamheden hebben mogelijk een effect op vleermuizen. Het effect bestaat uit het verstoren en beschadigen of vernietigen van vaste rust- en verblijfplaatsen. Dit is een overtreding van artikel 3.5 lid 2 en 4 van de Wet natuurbescherming.
Geadviseerd wordt om verstoring van eventueel foeragerende of passerende vleermuizen te voorkomen. Hiervoor dient uitstraling van licht op de watergangen te worden voorkomen. Door het treffen van de juiste maatregelen, zijn effecten op vleermuizen te voorkomen. Deze maatregelen worden geborgd door middel van de ontheffing Wet natuurbescherming die moet worden aangevraagd. Verkrijgen van de ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming wordt mogelijk geacht.
11
Natuurnetwerk Nederland De realisatie van de ruimtelijke visie voor Nieuwenoord (Zorginstelling Amerpoort) kan aantasting van natuurwaarden binnen het Natuurnetwerk Nederland tot gevolg hebben. In het rapport ‘Verkenning compensatie terreinen binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) op terrein Amerpoort, Baarn’ (Sweco, 2020) wordt beschreven hoe aanpassingen kunnen worden gedaan in het NNN zonder dat daarbij belangrijke verbindende functies verloren gaan of er sprake is van de vermindering van de samenhang tussen bosgebieden in de NNN. De beoogde ontwikkellocaties hebben wel lokaal hoge waarden, onder andere vanwege de aanwijzing als oude boskern en oude bosgroeiplaats. Ecologisch gezien kunnen de te realiseren NNN-gebieden met een juist beheer op termijn eenzelfde vergelijkbare natuurwaarde krijgen. De aan het NNN toe te voegen of te verbeteren gebieden hebben allen potenties om meer ecologische waarde te krijgen dan ze in de huidige situatie hebben en zijn zo gelegen dat ze bijdragen aan de robuustheid van het NNN.
Grensoverschrijdende karakter van het effect De waarschijnlijkheid van het effect
De duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect
In achtneming van deze aanpassingen zorgen ervoor dat negatieve effecten zijn uit te sluiten. Uit de beschrijving van het bereik van de potentiële effecten blijkt dat de beperkte effecten die optreden lokaal van aard zijn. Er is geen sprake van grensoverschrijdende effecten. In de aanlegfase zullen effecten optreden. Effecten treden op met betrekking tot luchtkwaliteit, hinder, werkzaamheden binnen NNN (en mogelijke verstoring van soorten als gevolg daarvan). Deze zijn tijdelijk en lokaal van aard. In de gebruiksfase zijn er geen effecten te verwachten. In de aanlegfase zullen effecten optreden. Effecten treden op met betrekking tot luchtkwaliteit, hinder, werkzaamheden binnen NNN (en mogelijke verstoring van soorten als gevolg daarvan). Deze zijn tijdelijk en lokaal van aard. Daarnaast zijn de effecten door het treffen van maatregelen sterk te beperken, waardoor er geen belangrijk nadelige effecten worden verwacht. In de gebruiksfase zijn er geen effecten te verwachten.
5
Conclusie
In deze notitie zijn de milieueffecten als gevolg van de uitbreidingen van zorginstellingen Sherpa en Amerpoort beschreven. Gezien de omvang van de activiteiten in relatie tot de drempelwaarden en te verwachten effecten, zijn belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu uit te sluiten. Er is daarom geen nader onderzoek in een MER noodzakelijk.
12
Verantwoording Titel
M.e.r.-beoordeling
Projectnummer
370914
Referentienummer
370914/Aanmeldingsnotitie/14-05-2020
Revisie
D1
Datum
14-05-2020
Auteur
Jules van Riel
E-mailadres
jules.vanriel@sweco.nl
Gecontroleerd door
Matthijs Vrij Peerdeman
Goedgekeurd door
Lourens Hogenbirk
Klik of tik om tekst i n te voeren.
13