CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

644585 Bestemmingsplan Drakenburgergracht Zorg 2022 Bijlage Toelichting - 22 Onderzoek Externe Veiligheid

Besluit in de Raad 29 maart 2023, gemeente BaarnBij agendapunt: Bestemmingsplan Drakenburgergracht Zorg 202218.879 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Rapport Projectnummer: 370914 Referentienummer: SWNL0261739 Datum: 02-06-2020

Externe Veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Drakenburgergracht Zorg 2022 Zorgorganisaties Sherpa en Amerpoort

Definitief

Opdrachtgevers: Amerpoort Afdeling Huisvesting Postbus 10103 3505 AB Utrecht Stichting Sherpa Afdeling Huisvesting Postbus 1090 1200 BB Hilversum

Sweco De Holle Bilt 22 3732 HM De Bilt Postbus 203 3730 AE De Bilt

+31 88 811 66 00 www.sweco.nl

Sweco Nederland B.V. 30129769 De Bilt

Hoi-Yee Man Senior Adviseur HSE +31 88 811 51 38 +31 6 29 09 69 81

Titel

Externe Veiligheidsonderzoek

Subtitel

Zorginstellingen Sherpa en Amerpoort

Projectnummer

370914

Referentienummer

SWNL0261739

Revisie

D1.0

Datum

02-06-2020

Auteur

Hoi-Yee Man

E-mailadres

hoi-yee.man@sweco.nl

Gecontroleerd door

Rik Zegers

Paraaf gecontroleerd

Goedgekeurd door

Peter Matlung

Paraaf goedgekeurd

2 (41)

Inhoudsopgave 1

Inleiding .................................................................................................................. 5

1.1

Aanleiding en situatie .............................................................................................. 5

1.2

Doel ......................................................................................................................... 6

1.3

Leeswijzer ................................................................................................................ 6

2

Toetsingskader externe veiligheid....................................................................... 7

2.1

Beleidsvisie externe veiligheid ................................................................................. 7

2.1.1

Het begrip risico ....................................................................................................................7

2.1.2

Verantwoording groepsrisico.................................................................................................8

3

Risico-inventarisatie risicobronnen .................................................................. 10

3.1

Methodiek .............................................................................................................. 10

3.2

Risicobronnen ........................................................................................................ 10

3.2.1

Plangebied ..........................................................................................................................10

3.2.2

Ligging risicobronnen ..........................................................................................................10

3.2.3

Overzicht risicobronnen ......................................................................................................12

3.3

Conclusie ............................................................................................................... 14

4

Toetsing Spoortraject Hilversum - Baarn ......................................................... 15

4.1

Onderzochte situaties ............................................................................................ 15

4.2

Uitgangspunten risicoberekeningen spoor ............................................................ 15

4.2.1

Eigenschappen spoor .........................................................................................................16

4.2.2

Vervoer gevaarlijke stoffen spoor ........................................................................................16

4.2.3

Bevolkingsgegevens ...........................................................................................................16

4.3

Resultaten risicoberekeningen .............................................................................. 18

4.3.1

Plaatsgebonden risico .........................................................................................................18

4.3.2

Groepsrisico ........................................................................................................................18

4.4

Conclusie ............................................................................................................... 19

5

Toetsing rijksweg A27 ......................................................................................... 20

5.1

Onderzochte situaties ............................................................................................ 20

5.2

Uitgangspunten risicoberekeningen weg .............................................................. 20

5.2.1

Eigenschappen rijksweg A27 ..............................................................................................21

5.2.2

Vervoer gevaarlijke stoffen..................................................................................................22

5.2.3

Bevolkingsgegevens ...........................................................................................................22

5.2.4

Overige uitgangspunten ......................................................................................................22

5.3

Resultaten risicoberekeningen .............................................................................. 22

5.3.1

Plaatsgebonden risico .........................................................................................................22

5.3.2

Groepsrisico ........................................................................................................................23

5.4

Conclusie ............................................................................................................... 24

3 (41)

6

Toetsing aardgastransportleidingen W-500, A-510 en W-533 ......................... 25

6.1

Uitgangspunten risicoberekeningen buisleidingen ................................................ 25

6.1.1

Eigenschappen leidingen ....................................................................................................25

6.1.2

Bevolkingsgegevens ...........................................................................................................26

6.2

Resultaten risicoanalyse ........................................................................................ 27

6.2.1

Plaatsgebonden risico .........................................................................................................27

6.2.2

Groepsrisico ........................................................................................................................28

6.3

Conclusie ............................................................................................................... 32

7

Verantwoording van het groepsrisico ............................................................... 33

7.1

Personendichtheid en groepsrisico ....................................................................... 33

7.1.1

Hogedrukaardgastransportleidingen ...................................................................................33

7.2

Rampenbestrijding en zelfredzaamheid ................................................................ 34

7.2.1

Maatgevende scenario’s .....................................................................................................34

7.2.2

Mogelijkheden tot zelfredzaamheid .....................................................................................36

7.2.3

Mogelijkheden van de hulpverlening ...................................................................................37

7.3

Restrisico ............................................................................................................... 38

8

Conclusie .............................................................................................................. 39

9

Referenties ........................................................................................................... 41

Bijlage 1

Rapportage QRA Spoor Hilversum - Baarn

Bijlage 2

Rapportage QRA weg A27

Bijlage 3

Rapportage QRA-buisleidingen

4 (41)

1

Inleiding

1.1 Aanleiding en situatie In de gemeente Baarn, aan de Zandheuvelweg, bevinden zich de woon/zorgparken van de zorgorganisaties Sherpa en Amerpoort. Beide zorgorganisaties hebben behoefte aan een nieuw bestemmingsplan voor hun woon/zorgparken. Het vigerende bestemmingsplan voor woon/zorgpark Eemeroord (Sherpa) en voor woon/zorgpark Nieuwenoord (Amerpoort) voldoet namelijk niet meer. Het vigerende bestemmingsplan biedt geen mogelijkheden voor het toevoegen van bebouwing. Om ook in de toekomst de huidige cliëntaantallen te kunnen behouden zijn er echter meer bebouwingsmogelijkheden benodigd. Vanwege veranderingen in de zorg en de wensen van de cliënten, maar ook vanwege strengere eisen op het gebied van bouwen in het bouwbesluit, zijn er namelijk meer vierkante meters per cliënt benodigd. Sherpa heeft daarnaast de wens om in de toekomst uit te breiden. Ook dit is niet passend binnen de bebouwingsmogelijkheden van het vigerende bestemmingsplan. Met een nieuw bestemmingsplan kunnen de gewenste ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Eén van de aspecten waar aandacht aan moet worden besteed in het nieuwe bestemmingsplan is externe veiligheid. Er moet worden getoetst aan de normen die volgen uit wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid.

Figuur 1-1 geeft het plangebied van het nieuwe bestemmingsplan weer, met het woon-/zorgpark Eemeroord van zorgorganisatie Sherpa ten noorden van de Zandheuvelweg en woon-/zorgpark Nieuwenoord van zorgorganisatie Amerpoort ten zuiden van de Zandheuvelweg.

Figuur 1-1 Ligging plangebied (bron: Esri)

5 (41)

1.2 Doel Voor een gezonde en veilige leefomgeving en vanuit goede ruimtelijke ordening, is het van belang om de externe veiligheid rondom het plangebied te inventariseren. Het onderzoek Externe Veiligheid geeft inzicht in de risicobronnen rondom het plangebied, de hoogte van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico per risicobron en of deze voldoen aan de normen die volgen uit de wet- en regelgeving externe veiligheid. Uit de toetsing aan de weten regelgeving volgt of er risicobronnen zijn waarvan het groepsrisico verantwoord moet worden. 1.3 Leeswijzer Dit rapport begint in hoofdstuk 2 met een beschrijving van het wettelijke kader externe veiligheid waarbinnen het onderzoek is uitgevoerd. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van de inventarisatie van de risicobronnen en de selectie van de relevante risicobronnen rondom het plangebied. De relevante risicobronnen zijn het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor Hilversum - Baarn, de rijksweg A27, de aardgastransportleidingen W-500-01, A-510-01, W-533-01 en W533-07. In hoofdstuk 4 wordt de risicoanalyse voor de spoorweg Baarn-Hilversum beschreven. Hoofdstuk 5 beschrijft de risicoanalyse van de rijksweg A27 en hoofdstuk 6 de risicoanalyse voor de aardgastransportleidingen. In hoofdstuk 7 wordt een invulling gegeven aan de verantwoording van het groepsrisico. Hoofdstuk 8 bevat de conclusies van de onderzoeken.

Tot slot bevat hoofdstuk 9 de referenties.

6 (41)

2

Toetsingskader externe veiligheid

2.1 Beleidsvisie externe veiligheid Het algemene rijksbeleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege: • het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen); • het transport van gevaarlijke stoffen (openbare wegen, water- en spoorwegen, buisleidingen); • het gebruik van luchthavens. Externe veiligheid heeft betrekking op de veiligheid van degenen die niet bij de risicovolle activiteit zelf zijn betrokken, maar als gevolg van die activiteit wel risico’s kunnen lopen, zoals omwonenden. 2.1.1 Het begrip risico Het begrip risico wordt in beeld gebracht door middel van twee begrippen: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is het risico op een plaats (buiten de inrichting of langs een transportroute), uitgedrukt in de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats (langs een inrichting, een transportroute of een buisleiding) zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval (binnen de inrichting of op de transportroute) waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is (Bevt, artikel 1 [1]; Bevb, artikel 1 [2]; Bevi, artikel 1 [3]).

Bij het beoordelen van gevaarlijke locaties gaat het Rijk uit van een basisnorm: het risico om te overlijden aan een ongeluk met een gevaarlijke stof mag voor omwonenden niet hoger zijn dan één op de miljoen per jaar. Dat betekent dat op een bepaalde plek een omwonende geen grotere kans op zo’n ongeluk mag hebben, dan één op de miljoen per jaar. (Bevt, artikel 4 [1]; Bevb, artikel 11 [2]; Bevi, artikel 8 [3]). De omvang van het risico is een functie van de afstand waarbij meestal geldt: hoe groter de afstand, des te kleiner het risico. De diverse niveaus van het plaatsgebonden risico worden geografisch weergegeven door zogenaamde iso-risicocontouren (lijnen) om een risicovol object of een transportas van gevaarlijke stoffen. Daarbij verbindt elke lijn plaatsen in de omgeving van een risicovol object of een transportas met een even hoog plaatsgebonden risico. Voor kwetsbare objecten1 geldt een grenswaarde van PR 10-6/jaar. Voor beperkt kwetsbare objecten2 geldt een richtwaarde van PR 10-6/jaar. De grenswaarden moeten bij de uitoefening van een aangewezen wettelijke bevoegdheid in acht worden genomen, terwijl met richtwaarden zoveel mogelijk rekening moet worden gehouden (Bevt, artikel 4 [1]; Bevb, artikel 11 [2]; Bevi, artikel 8 [3]).

Afwijking van een richtwaarde is bij alle beperkt kwetsbare objecten mogelijk vanwege zwaarwegende belangen op het gebied van vervoer, ruimtelijke ordening en economie (verder te noemen: gewichtige redenen). Afwijking is ook toegestaan bij het opvullen van kleine open gaten in het bestaand stedelijk gebied of vervangende nieuwbouw in het kader 1 2

Een kwetsbaar object is bijvoorbeeld een woning of een school [1] [2] [3]. Een beperkt kwetsbaar object is bijvoorbeeld een sporthal of een speeltuin [1] [2] [3].

7 (41)

van de herstructurering van stedelijk gebied.Handleiding Besluit externe veiligheid inrichtingen bladzijde 99 [10]. Afwijking is primair een verantwoordelijkheid van het ter zake van een besluit aangewezen bevoegde gezag. Daarbij dient voorafgaand overleg met alle betrokken bestuursorganen plaats te vinden. In de motivering bij het betrokken besluit moet het bevoegd gezag aangegeven waarom wordt afgeweken van de norm. Groepsrisico Het groepsrisico is de cumulatieve kans per jaar dat een groep van ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van aanwezigheid in het invloedsgebied (van een inrichting of van een transportroute) en een ongewoon voorval (binnen die inrichting, of langs die transportroute) waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is. (Bevt, artikel 1 [1]; Bevb, artikel 1 [2]; Bevi, artikel 1 [3]) Het groepsrisico geeft de aandachtspunten op een transportroute (ook bij buisleidingen) aan waar zich mogelijk een ramp met veel slachtoffers kan voordoen en houdt daarmee rekening met de aard en dichtheid van de bebouwing in de nabijheid van de risicobron. Dit laatste geldt ook voor inrichtingen. Het groepsrisico wordt weergegeven in een grafiek waarin op de verticale as de cumulatieve kans op het aantal doden per jaar en op de horizontale as het aantal doden logaritmisch is weergegeven.

De oriëntatiewaarde voor het groepsrisico bij het vervoer van gevaarlijke stoffen is per transportsegment (geldt ook voor buisleidingen) gemeten per kilometer en per jaar: • 10-4 voor een ongeval met ten minste 10 dodelijke slachtoffers; • 10-6 voor een ongeval met ten minste 100 dodelijke slachtoffers; • 10-8 voor een ongeval met ten minste 1.000 dodelijke slachtoffers. (Bevt, artikel 1 [1]; Bevb, artikel 12 [2].) De oriëntatiewaarde voor het groepsrisico bij inrichtingen is per inrichting gemeten en per jaar: • 10-5 voor een ongeval met ten minste 10 dodelijke slachtoffers; • 10-7 voor een ongeval met ten minste 100 dodelijke slachtoffers; • 10-9 voor een ongeval met ten minste 1.000 dodelijke slachtoffers. (Bevi, artikel 12 [3].) Bij de toetsing moet worden bezien of de kans per inrichting of per kilometer route of tracé op een bepaald aantal slachtoffers groter is dan bovengenoemde oriëntatiewaarden. Deze oriëntatiewaarden gelden in alle situaties. 2.1.2 Verantwoording groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt een invulling gegeven in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag.

Door de verantwoordingsplicht wordt het bevoegd gezag gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen. Ook bestaat er een plicht voor het bevoegd gezag om de veiligheidsregio (voorheen regionale brandweer) in de gelegenheid te stellen advies uit te brengen.

8 (41)

De verantwoordingsplicht behelst onder meer de volgende aspecten: • de mogelijkheden van zelfredzaamheid; • de mogelijkheden van de bestrijdbaarheid; • aanwezigheidsdichtheid binnen het invloedsgebied; • nut en noodzaak van de ontwikkeling; • mogelijke maatregelen; • restrisico. Voor inrichtingen geldt dat voor elke verandering van het groepsrisico een volledige verantwoording moet worden afgelegd (Bevi, artikel 12 [3]). In sommige gevallen hoeft alleen punt 1 en 2 behandeld te worden en dit noemen we de beperkte verantwoording van het groepsrisico. Hieronder wordt aangegeven in welke gevallen dat is. Voor vervoer van gevaarlijke stoffen over spoor, water en weg geldt volgens artikel 7 van het Bevt [1] dit bij elk plan binnen het invloedsgebied in elk geval een beperkte verantwoording moet worden uitgevoerd. Wanneer het plan binnen de 200 meter van de transportas ligt, moet een uitgebreide verantwoording worden uitgevoerd, tenzij: • het groepsrisico lager is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde of • wanneer het groepsrisico ligt tussen de 0,1 en 1 maal de oriëntatiewaarde en de toename van het groepsrisico minder is dan 10% (Bevt, artikel 7 [1]). Voor buisleidingen geldt volgens artikel 12 van het Bevb [2] dat bij elk plan binnen het invloedsgebied in elk geval een beperkte verantwoording moet worden uitgevoerd.

Wanneer het plan binnen de 100% letaliteitsgrens (voor brandbare stoffen) of binnen de PR 10 -8/jaarcontour (voor toxische stoffen) ligt, moet een uitgebreide verantwoording worden uitgevoerd, tenzij: • het groepsrisico lager is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde, of • wanneer het groepsrisico tussen de 0,1 en 1 maal de oriëntatiewaarde ligt en de toename van het groepsrisico minder dan 10% bedraagt (Bevb, artikel 12 [2]).

9 (41)

3

Risico-inventarisatie risicobronnen

In dit hoofdstuk zijn de risicobronnen beschreven die mogelijk relevant zijn voor het bestemmingsplan. Tevens is getoetst of de betreffende risicobronnen daadwerkelijk relevant zijn en met welke risico’s rekening gehouden moet worden. 3.1 Methodiek Allereerst is onderzocht in hoeverre externe veiligheid een rol speelt binnen het plangebied. Hiertoe wordt gekeken of het plangebied externe veiligheidsrisico’s oplevert op voor de omgeving (als risicobron) en of het plangebied kwetsbaar of beperkt kwetsbare objecten toe laat. Vervolgens is onderzocht of er (buiten het plangebied) risicobronnen zijn die voor de ontwikkeling van het plangebied relevant zijn. In dit geval wordt onderzocht of er risicobronnen zijn waarvan het invloedsgebied of de veiligheidsafstand van de risicobron over het plangebied (met daarin (beperkt) kwetsbare objecten) is gelegen. Wanneer hiervan sprake is, is de risicobron of het plangebied relevant vanuit het oogpunt van externe veiligheid en moet getoetst worden aan de eisen die vanwege de externe veiligheid worden gesteld. 3.2 Risicobronnen 3.2.1 Plangebied Binnen het plangebied is het mogelijk om gebouwen ten behoeve van de zorginstellingen Sherpa en Amerpoort te realiseren. De exacte locaties van de gebouwen staan in deze fase van het plan niet vast. De gebouwen kunnen een functie hebben van (zorg)wonen maar ook van kantoor of andere type (zorg)functies.

Omdat het plan geen exacte bouwlocaties weergeeft en meerdere functies toelaat, is er gekozen voor de meest strikte functie, namelijk woningen. Conform artikel 1 uit het Bevi worden woningen aangeduid als kwetsbaar object. Er is aangenomen dat het hele plangebied als kwetsbaar object wordt beschouwd. (Potentiële) risicobronnen met een invloedsgebied over het plangebied (over de kwetsbare en beperkt kwetsbare bestemmingen) zijn relevant voor externe veiligheid. 3.2.2 Ligging risicobronnen Inrichtingen met opslag van gevaarlijke stoffen (PGS15-opslagen), sporen en (nietbasisnet)wegen waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd kunnen een invloedsgebied hebben tot 4.000 meter, waterwegen tot 1.070 meter en Brzo-bedrijven kunnen zelfs een nog groter invloedsgebied hebben. Ruimtelijke ontwikkelingen op een afstand groter dan 2.000 meter van een risicobron hebben echter geen relevante invloed op de hoogte van het groepsrisico. Daarom vindt de risico-inventarisatie plaats tot 2.000 meter van het plangebied. Voor het plangebied is een risico-inventarisatie van de risicobronnen uitgevoerd met behulp van de Risicokaart van Nederland [4].

Hierbij is binnen 2.000 meter afstand van het plangebied gekeken naar de volgende aspecten, die van invloed kunnen zijn op het plangebied: • transport van gevaarlijke stoffen over een weg, waterweg of spoorweg; • inrichtingen met gevaarlijke stoffen; • buisleidingen;

10 (41)

• luchthavens. In figuur 3.1 is het plangebied met een buffer van 2000 meter van het plangebied weergegeven. In Figuur 3-2 zijn de risicovolle transportroutes en inrichtingen binnen deze contour weergegeven.

Figuur 3-1 Plangebied met buffer van 2.000 meter

11 (41)

Figuur 3-2 Risicovolle transportroutes en inrichtingen binnen bufferzone van 2.000 meter

3.2.3 Overzicht risicobronnen Binnen het inventarisatiegebied van het plangebied bevinden zich de volgende risicobronnen: 1. Transport van aardgas door een aardgastransportleiding W-500-01. 2. Transport van aardgas door een aardgastransportleiding A-510-01. 3. Transport van aardgas door een aardgastransportleiding A-533-01. 4. Transport van aardgas door een aardgastransportleiding A-533-07. 5. Transport van gevaarlijke stoffen over het spoortraject Hilversum – Baarn. 6. Transport van gevaarlijke stoffen over de rijksweg A27. 7. Transport van gevaarlijke stoffen over de rijksweg A1. 8. LPG-tankstation BP-tankstation ‘De Witte Bergen’. 9. LPG-tankstation Esso-tankstation ‘t' Groeneveld. 10. Consumentenvuurwerk ‘Witte tentenverhuur’. Buiten de 2.000 meter zijn geen risicobronnen gelegen die invloed hebben op het plangebied.

12 (41)

Aardgastransportleidingen In en om het plangebied liggen diverse hogedrukgasleidingen van de Gasunie. In onderstaande tabel zijn de diameter en druk van de aardgastransportleidingen, de afstand tot aan de beoogde locatie voor het plangebied en het invloedsgebied van de hogedruk aardgastransportleidingen gegeven. Tabel 3-1 Overzicht aardgastransportleidingen nabij plangebied Naam buisleiding

Druk [bar]

Diameter [inch]

Invloedsgebied [m]

Indicatieve afstand plangebied Sherpa [m]

W-500-01 A-510-01 W-533-01 W-533-07

40 66,2 40 40

12 18 12 16

140 240 140 170

20 88 14 5

Indicatieve afstand plangebied Amerpoort [m] 10 0 50 0

Uit bovenstaande tabel kan worden opgemaakt dat het plangebied voor zowel Sherpa als Amerpoort is gelegen binnen het invloedsgebied van de aardgastransportleidingen A-51001, W-500-01, W-533-01 en W-533-07. De aardgastransportleidingen W-500-01, A-510-01, W-533-01 en W-533-07, zijn relevant vanuit het oogpunt van externe veiligheid voor het te ontwikkelen bestemmingsplan. Transport van gevaarlijke stoffen over het spoortraject Hilversum - Baarn Het plangebied (Amerpoort) ligt op ongeveer 12 m van de spoorlijn Hilversum - Baarn. Over deze spoorlijn worden gevaarlijke stoffen vervoerd. Het invloedsgebied van de spoorlijn wordt bepaald door het vervoer van zeer toxische vloeistoffen (D4) over de spoorlijn. De grens van het invloedsgebied van de stof D4 ligt op meer dan 4000 meter3. Aangezien het plangebied (Amerpoort en Sherpa) zich hierbinnen bevinden, is deze bron relevant voor de planontwikkeling vanuit het oogpunt van externe veiligheid. Transport van gevaarlijke stoffen over de rijksweg A27 Het plangebied (Sherpa) ligt op ongeveer 60 m van de rijksweg A27. Over de A27 worden gevaarlijke stoffen vervoerd. Het invloedsgebied van de A27 wordt bepaald door het vervoer van brandbare gassen vloeistoffen (GF3) over de A27. De grens van het invloedsgebied van de stof GF3 ligt op 355 meter3.

Aangezien het plangebied (Sherpa en Amerpoort) zich hierbinnen bevindt, is deze bron relevant voor de planontwikkeling vanuit het oogpunt van externe veiligheid. Transport van gevaarlijke stoffen over de rijksweg A1 Het plangebied (Sherpa) ligt op ongeveer 910 m van de rijksweg A1. Over de A1 worden gevaarlijke stoffen vervoerd. Het invloedsgebied van de A1 wordt bepaald door het vervoer van brandbare gassen (GF3) over de A1. De grens van het invloedsgebied van de stof GF3 ligt op 355 meter3. Het plangebied (zowel Sherpa als Amerpoort) bevindt zich buiten deze afstand, daarom is deze bron niet relevant voor het plangebied vanuit het oogpunt van externe veiligheid. LPG-tankstations Binnen het inventarisatiegebied bevinden zich twee LPG-tankstations, namelijk BPtankstation ‘De Witte Bergen’ en Esso tankstation ‘t' Groeneveld’. Deze LPG-tankstations bevinden zich op een afstand van minimaal 1100 meter van het plangebied. Op basis van het REVI geldt voor LPG-tankstations een invloedsgebied van 150 meter rondom het 3

Bron handleiding risicoanalyse transport van november 2017.

13 (41)

vulpunt en reservoir. Aangezien het plangebied zich buiten de 150 meter bevindt van beide LPG-tankstations zijn deze risicobronnen niet relevant vanuit het oogpunt externe veiligheid. Consumentenvuurwerk ‘Witte tentenverhuur’ Binnen het inventarisatiegebied bevindt zich de vuurwerkinrichting “Witte tentenschuur”, waar consumentenvuurwerk wordt opgeslagen. Deze vuurwerkinrichting bevindt zich op een afstand van minimaal 860 meter van het plangebied. De maximale veiligheidsafstand 4 van de bufferbewaarplaats van “Witte tentenschuur” is 48 meter. Aangezien plangebied (zowel Sherpa als Amerpoort) zich buiten de genoemde veiligheidsafstanden bevindt, is deze bron niet relevant voor de planontwikkeling vanuit het oogpunt van externe veiligheid. 3.3 Conclusie Voor het plangebied zijn de onderstaande risicobronnen relevant: • Transport van aardgas door een aardgastransportleiding W-500-01. • Transport van aardgas door een aardgastransportleiding A-510-01. • Transport van aardgas door een aardgastransportleiding W-533-01. • Transport van aardgas door een aardgastransportleiding W-533-07. • Transport van gevaarlijke stoffen over het spoortraject Hilversum – Baarn. • Transport van gevaarlijke stoffen over de rijksweg A27. Voor deze risicobronnen is nader onderzoek noodzakelijk.

Voor het transport van gevaarlijke stoffen over het spoor en de weg dienen risicoberekeningen te worden uitgevoerd met het rekenprogramma RBMII. Voor de buisleidingen dienen risicoberekeningen te worden uitgevoerd met het rekenprogramma CAROLA.

4

Veiligheidsafstand opgenomen in het Vuurwerkbesluit

14 (41)

4

Toetsing Spoortraject Hilversum - Baarn

Uit hoofdstuk 3 is gebleken dat het spoor relevant is voor de externe veiligheid. De plaatsgebonden risicocontour van het spoor is vastgelegd in de Regeling basisnet (Rbn). De hoogte van het groepsrisico dient berekend te worden voor zowel de huidige als de toekomstige situatie. Dit hoofdstuk geeft inzicht in het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van het spoortraject Hilversum – Baarn. 4.1 Onderzochte situaties De externe veiligheidseffecten veroorzaakt door het spoor worden inzichtelijk gemaakt door de externe veiligheidssituatie van de huidige en de toekomstige situatie te beschouwen en met elkaar te vergelijken. In het geval van het spoortraject Hilversum - Baarn zijn de huidige en toekomstige situatie gelijk omdat de transportaantallen gevaarlijke stoffen toekomstbestendig zijn. Alleen de bevolkingsdichtheid rond het spoor verandert in de toekomstige situatie vanwege nieuwe ontwikkelingen binnen het plangebied. Onderstaande tabel geeft de onderzochte situaties weer: Tabel 4-1 Onderzochte situaties spoor Item Infrastructuur

Huidige situatie Huidige infrastructuur

Toekomstig situatie Wijzigt niet t.o.v. huidige infrastructuur

Vervoersaantallen

Basisnet

Basisnet

Populatie

Huidige situatie: huidige bevolking inclusief nog ingevulde bestemmingsplancapaciteit

Huidige situatie aangevuld met de ruimtelijke ontwikkeling van het plan

4.2 Uitgangspunten risicoberekeningen spoor Het risico als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over een spoor wordt berekend volgens de rekenmethodiek uit het HART en het rekenprogramma RBMII. Dit rekenprogramma is een gestandaardiseerde rekenmethodiek voor het berekenen van risico’s van het vervoer van gevaarlijke stoffen voor de omgeving. RBMII berekent op basis van een aantal invoerparameters, zoals bevolkingsgegevens, ongevalsgegevens en aard en omvang transporten gevaarlijke stoffen, de externe risico’s van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de hoofdspoorwegen. Met de berekeningsresultaten kan worden aangetoond in hoeverre de transportroute met gevaarlijke stoffen over het spoor over een kilometer voldoet aan de in het externe veiligheidsbeleid vastgestelde normering. In deze paragraaf zijn de volgende parameters nader toegelicht: • eigenschappen van het transporttracé spoor; • aantal en type vervoer van gevaarlijke stoffen; • bevolkingsgegevens langs het transporttracé spoor. Tenslotte is het weerstation ook een invoerparameter dat invloed heeft op de resultaten van de risico’s. De windrichting bepaalt namelijk de richting waar een (giftige of brandbare) wolk naar toe drijft.

15 (41)

4.2.1

Eigenschappen spoor

Gehanteerde spoor lengte en breedte Conform de HART [5] is zowel één kilometer spoor ten westen als één kilometer ten oosten van het plan meegenomen in de berekening. De breedtecategorie van het spoor is vastgelegd in bijlage II van de Rbn. Het transporttracé is een onderdeel van Route 30, Diemen – Amersfoort Oost, met als deelroute DQ: Hilversum – Baarn. De breedtecategorie bij dit spoortracé is 0-24 meter. Conform de toelichting van het tabel in bijlage II Rbn dient bij deze breedtecategorie gerekend te worden met een standaard rekenbreedte van 9 meter. Wisseltoeslag Voor het traject DQ: Hilversum – Baarn geldt geen wisseltoeslag (Rbn [6]). Er is daarom geen verhoging van de faalkans van een passerende trein. Snelheid Voor het traject DQ: Hilversum – Baarn geldt geen lage snelheid, maar een hoge snelheid (Rbn [8]). Er is daarom geen verlaging van de faalkans van een passerende trein. 4.2.2 Vervoer gevaarlijke stoffen spoor Over dit spoortraject worden gevaarlijke stoffen vervoerd. Zowel de stofcategorie als de bijhorende maximale aantallen zijn opgenomen in bijlage II van de Rbn en weergegeven in tabel 4.1. Tabel 4.1

Transporten gevaarlijke stoffen spoor

Stofcategorie A B2 C3 D3 D4

Type stof Brandbaar gas (LPG) Toxisch gas (Ammoniak) Zeer brandbare vloeistof (Pentaan) Toxische vloeistof (Acrylnitril) Zeer toxische vloeistof (Acroleine)

Vervoersaantallen per jaar 1440 910 6020 1110 180

Voor stofcategorie A geldt een Warme/Koude Bleveverhouding van 0 en voor stofcategorie B2 geldt een Warme/Koude Bleveverhouding van 0,84. Verder heeft dit traject een Plasbrand aandachtsgebied (PAG). 4.2.3

Bevolkingsgegevens

Algemeen Het groepsrisico wordt bepaald door het aantal aanwezige personen binnen het invloedsgebied. Het invloedsgebied van stofcategorie D4 is 4.000 meter. Echter, het groepsrisico wordt voornamelijk bepaald door de bevolkingsdichtheid in de nabijheid van het spoor. Daarom zijn de bevolkingsgegevens bepaald tot de primaire zone van 4605 meter (voor brandbare gassen) rondom het spoortraject. Een grotere afstand heeft nauwlijks invloed op de hoogte van het groepsrisico. De bevolkingsgegevens zijn opgevraagd bij de Basis administratie gemeenten (BAG) populatieservice [11]. Het teruggestuurde bestand is vervolgens ingelezen in RBMII. Voor het plangebied zijn de huidige situatie en de toekomstige situatie onderzocht.

5

Conform de handleiding risicoanalyse transport (versie 1.2 d.d. 2017)

16 (41)

Voor de onderzochte risicobronnen is één bevolkingsbestand opgesteld voor de huidige en toekomstige situatie. Huidige situatie Voor de beide woon-/zorgparken zijn populatiegegevens bekend in de Populatorservice. Voor de huidige situatie zijn alleen de gegevens van de Populatorservice gebruikt. Er is onderzocht of er nog niet ingevulde bestemmingsplancapaciteit ontbreekt, maar dat blijkt niet het geval te zijn. De gegevens van de Populatorservice volstaat voor de huidige situatie. Toekomstige situatie In de toekomst wil zorgcentrum Sherpa haar het aantal cliënten/ bewoners uitbreiden naar 400 personen. Het verzorgend personeel en de ondersteunende diensten die daarvoor nodig zijn is geschat op 869 personen (waarvan 600 zorgmedewerkers, 190 personen ondersteunende diensten). In totaal kunnen zich 400 + 869 = 1.190 personen op het terrein aanwezig zijn. Aangenomen is dat er nog eens een uitbreiding is van 10%, waardoor het maximale aantal personen binnen Sherpa uitkomt op (1,1 x 1.190 =) 1.309. Het te ontwikkelen bestemmingsplan geeft geen exacte locaties aan waar bebouwing kan komen. Daarom is ervoor gekozen dat alle personen (1.309 personen) binnen het plangebied aanwezig kunnen zijn plus de huidige bevolking die reeds door de Populatorservice is afgegeven.

Dit is een worstcase benadering, want hierdoor ontstaat een hogere persoonsdichtheid dan wat er in de werkelijkheid zal zijn. In de dagsituatie is aangenomen dat alle verplegend personeel en bewoners aanwezig zijn in het plangebied. In de nachtsituatie zijn alle bewoners (400 plus 10% toename = 404) aanwezig inclusief 10% van het verplegend personeel (10% x 790 = 79 verplegend personeel). In totaal zijn in de nachtsituatie 404 + 79 = 483 personen aanwezig. Het zorgcentrum Amerpoort heeft nog geen plannen om het aantal bewoners (en personeel) uit te breiden. Echter, om het bestemmingsplan toekomstbestendig te maken, is voor de toekomstige bevolking van Amerpoort een groei aangenomen. Het zorgcentrum heeft aangegeven in dit geval tot circa 454 cliënten/bewoners te groeien. Het benodigde verplegend personeel hiervoor is 1200 personen. Aangenomen dat er nog 10% extra personeel nodig is, is er in totaal 1320 man verplegend personeel aanwezig. In totaal kunnen er 454 + 1320 = 1.774 verplegend personeel en bewoners aanwezig zijn binnen het terrein van Amerpoort. Voor Amerpoort is dezelfde methodiek gebruikt als voor Sherpa ten aanzien van de aanwezigheid van personen in het plangebied voor de toekomstige situatie (huidige bevolking plus uitbreiding van extra bewoners en personeel). Hierdoor ontstaat een worst case benadering.

Ook is dezelfde methodiek gebruikt voor de verdeling van de aanwezigheid van personen in de dag- en nachtsituatie. Dit betekent dat overdag 100% aanwezigheid is van de mensen (1.774 personen) en in de nachtsituatie 586 personen (454 +10%x1.320 = 586) aanwezig. Weerstation Voor de berekeningen is het weerstation Soesterberg aangehouden conform bijlage II van de Rbn.

17 (41)

4.3

Resultaten risicoberekeningen

4.3.1 Plaatsgebonden risico In bijlage II van de Rbn [6] zijn de PR 10-6-plafondcontour, de PR 10-7-plafondcontour en de PR 10-8-plafondcontour opgenomen, gemeten vanuit het midden van de doorgaande spoorbundel. In onderstaande tabel zijn de afstanden weergegeven voor het traject DQ. Tabel 4-2 PR-plafond

PR- plafondcontouren spoortraject Hilversum - Baarn Gemiddelde afstand vanaf as spoor

10-6/jaar 10-7/jaar 10-8/jaar

Traject DQ 1m 15 m 142 m

Het plaatsgebonden risico 10-6/jaar is maximaal 1 meter (gerekend vanaf het hart van de spoorbundel). Het te realiseren plangebied ligt hierbuiten. Daarmee wordt voldaan aan de eisen die het Bevt stelt aan het plaatsgebonden risico. 4.3.2 Groepsrisico Het groepsrisico van een spoor wordt berekend per kilometer. Hierbij wordt het kilometer spoor met het hoogste groepsrisico gebruikt om de toename van het groepsrisico te toetsen. Het hoogste groepsrisico per kilometer wordt gepresenteerd in onderstaande tabel ten opzichte van de orientatiewaarde per situatie. Tabel 4-3 Hoogste groepsrisico t.o.v. oriëntatiewaarde per kilometer spoor Variant/situatie GR-grafieken Hoogste GR als factor van de oriëntatiewaarde per km Huidige situatie Figuur 4-1 0,000 (67 doden) Toekomstige plansituatie Figuur 4-2 0,001 (88 doden)

Figuur 4-1 Groepsrisco huidige situatie plangebied – spoor

18 (41)

Figuur 4-2 Groepsrisico toekomstige situatie plangebied - spoor

Uit de berekeningen van het groepsrisico voor het spoor blijkt dat het hoogste groepsrisico per kilometer licht toeneemt bij de realisatie van het plan. Het hoogste groepsrisico per kilometer blijft voor zowel de huidige situatie als de toekomstige plansituatie onder de 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Dat betekent dat in dit geval, conform artikel 8 uit het Bevt [1], het groepsrisico niet volledig verantwoord hoeft te worden. Een beperkte verantwoording volstaat. In bijlage 1 is een rapportage opgenomen van de RMBII berekeningen en resultaten van het spoortraject Hilversum - Baarn. 4.4

Conclusie

• Het plaatsgebonden risico van het transport van gevaarlijke stoffen over het spoortraject Hilversum – Baarn (DQ) vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van het plan. • Het groepsrisico van het transport voor gevaarlijke stoffen over het spoortraject Hilversum – Baarn geeft zowel in de huidige als in de toekomstige situatie geen overschrijding van de oriëntatiewaarde en blijft onder 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Op basis hiervan dient het groepsrisico conform het Bevt beperkt verantwoord te worden. In hoofdstuk 7 wordt nader ingegaan op de beperkte verantwoording.

19 (41)

5

Toetsing rijksweg A27

Uit hoofdstuk 3 is gebleken dat de rijksweg A27 relevant is voor de externe veiligheid. Daarom is een risicoberekening uitgevoerd met het rekenprogramma RBMII (versie 1.3) voor de rijksweg A27. Dit hoofdstuk geeft het plaatsgebonden risico en het groepsrisico weer van de rijksweg A27. 5.1 Onderzochte situaties De externe veiligheidseffecten veroorzaakt door de rijksweg A27 worden inzichtelijk gemaakt door de externe veiligheidssituatie van de huidige en de toekomstige situatie te beschouwen en met elkaar te vergelijken. In het geval van de rijksweg A27 zijn de huidige en toekomstige situatie gelijk omdat de transportaantallen gevaarlijke stoffen toekomstbestendig zijn. Alleen de bevolkingsdichtheid rond de rijksweg A27 verandert in de toekomstige situatie vanwege de ontwikkelingen binnen het plangebied. Onderstaande tabel geeft de onderzochte situaties weer: Tabel 5-1

Onderzochte situaties - weg

Item Infrastructuur

Huidige situatie Huidige infrastructuur

Vervoersaantallen

Basisnet (GF3)

Populatie

Huidige situatie: huidige bevolking inclusief nog ingevulde bestemmingsplancapaciteit

Toekomstig situatie Wijzigt niet t.o.v. huidige infrastructuur Basisnet (GF3), geen groei t.o.v. huidige situatie Huidige situatie aangevuld met de ruimtelijke ontwikkeling van het plan

5.2 Uitgangspunten risicoberekeningen weg Het risico veroorzaakt door transport met gevaarlijke stoffen over een weg wordt berekend met de rekenmethodiek HART en het rekenprogramma RBMII. Dit rekenprogramma is een gestandaardiseerde rekenmethodiek voor het berekenen van risico’s van het vervoer van gevaarlijke stoffen voor de omgeving. RBMII berekent op basis van een aantal invoerparameters, zoals bevolkingsgegevens, ongevalsgegevens en aard en omvang transporten gevaarlijke stoffen, de externe risico’s van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de transportwegen. Met de berekeningsresultaten kan worden aangetoond in hoeverre de transportroute met gevaarlijke stoffen over de weg over een kilometer voldoet aan de in het externe veiligheidsbeleid vastgestelde normering. In deze paragraaf zijn de volgende parameters nader toegelicht: • eigenschappen van de transportroute (zoals breedte weg, faalfrequentie); • aantal vervoer van gevaarlijke stoffen; • bevolkingsgegevens langs de transportroute. Ook is het weerstation een invoerparameter die invloed heeft op de resultaten van de risico’s. De windrichting bepaalt namelijk de richting waar een (giftige of brandbare) wolk naar toe drijft.

20 (41)

5.2.1

Eigenschappen rijksweg A27

Gehanteerde weglengte en breedte Voor de berekening van het groepsrisico ter hoogte van het plangebied is een deel van de A27, ter hoogte van knooppunt Eemnes – afrit 33 Hilversum (wegvak N67), meegenomen in de berekening. Conform de HART [5] is één kilometer ten noorden en één kilometer ten zuiden van het plangebied meegenomen in de berekening. Zie onderstaande figuur voor de ligging van de ingevoerde weg. De breedte is de gemeten afstand tussen de buitenste kantstrepen en bedraagt 25 meter. Ten noorden van de rijksweg A27 is een verbinding naar de rijksweg A1 door middel van verbindingsbogen. Conform het HART dienen de verbindingsbogen meegenomen te worden als ze in de nabije omgeving van het plangebied liggen. Aangezien de verbindingsbogen verder liggen dan de primaire zone afstand van 355 meter, zijn deze verbindingsbogen niet meegenomen in de risicoberekeningen.

Figuur 5.1: ligging weg

Ongevalsfrequentie De ongevalsfrequentie is afhankelijk van het type weg. Er wordt een onderscheid gemaakt in wegen ‘binnen de bebouwde kom’, ‘wegen buiten de bebouwde kom’ en ‘snelwegen’. Aangezien de A27 een rijksweg is, is de A27 beschouwd als ‘snelweg’. De ongevalsfrequentie van dit type wegen is 8,3 x 10-8 per vgt.km.

21 (41)

5.2.2 Vervoer gevaarlijke stoffen Over de wegen worden gevaarlijke stoffen vervoerd, zowel de stofcategorie als de bijhorende maximale aantallen zijn opgenomen in bijlage II van de Regeling basisnet [6]. Voor het risico’s over de weg zijn het aantal GF3 (LPG) transporten van belang. Tabel 5-2 Aantal transporten gevaarlijke stoffen weg Stofcategorie Huidige situatie A27 (N67) Knp Eemnes – afrit 33 Hilversum GF3 4.000

Toekomstige situatie A27 (N67) Knp Eemnes – afrit 33 Hilversum 4.000

5.2.3 Bevolkingsgegevens In paragraaf 4.2.3 zijn de uitgangspunten voor de bevolkingsgegevens nader toegelicht voor de huidige en toekomstige situatie. Voor de toekomstige situatie rijksweg A27 is de aanwezigheid van 1.774 personen respectievelijk 1.309 personen aangehouden voor het plangebied van Amerpoort respectievelijk Sherpa plus de huidige populatie die door de Populatorservice is afgegeven. Dit is een worstcase benadering. 5.2.4 Overige uitgangspunten Voor de modellering van de wegen zijn de standaard uitgangspunten gehanteerd zoals deze in RBMII zijn opgenomen voor een snelweg. In Tabel 5-3 is een overzicht van deze uitgangspunten weergegeven. Tabel 5-3

Overzicht overige uitgangspunten – weg

Weerstation Transport vervoer verhouding dag/nacht Transport verhouding werkweek/weekend

5.3

Soesterberg 70/30% 100/0%

Resultaten risicoberekeningen

5.3.1 Plaatsgebonden risico In bijlage II van de Regeling basisnet [6] zijn de PR 10-6-plafondcontour, de PR 10-7plafondcontour en de PR 10-8-plafondcontour opgenomen, gemeten vanuit het midden van de doorgaande weg. In onderstaande tabel zijn de afstanden weergegeven voor het wegtraject A27, knpt Eemnes – afrit 33 Hilversum (wegvak N67). Tabel 5-4

PR- plafondcontouren wegen

PR-contouren 10-6/jaar 10-7/jaar

Gemiddelde afstand vanaf as weg A27 (wegvak N67) 0 meter 82 meter

Het plaatsgebonden risico 10-6/jaar is 0 meter (gerekend vanaf het hart van de doorgaande weg). Het te realiseren plangebied ligt hierbuiten. Daarmee wordt voldaan aan de eisen die het Bevt stelt aan het plaatsgebonden risico.

22 (41)

5.3.2 Groepsrisico Het groepsrisico van een weg wordt berekend per kilometer. Hierbij wordt de kilometer weg met het hoogste groepsrisico gebruikt om de toename van het groepsrisico te toetsen. Het hoogste groepsrisico per kilometer wordt gepresenteerd in onderstaande tabel ten opzichte van de orientatiewaarde per situatie. Tabel 5-5

Hoogste groepsrisico t.o.v. oriëntatiewaarde per kilometer weg

Variant/situatie Huidige situatie Toekomstige plansituatie

GR-grafieken Figuur 5-1 Figuur 5-2

Figuur 5-1

Groepsrisco huidige situatie plangebied – weg

Figuur 5-2

Groepsrisco toekomstige situatie plangebied – weg

Hoogste GR als factor van de oriëntatiewaarde per km 0,242 (179 doden) 0,252 (179 doden)

Uit de berekeningen van het groepsrisico voor de weg blijkt dat het hoogste groepsrisico per kilometer toeneemt bij de realisatie van het plan. Het groepsrisico ligt boven de 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Echter, de toename van het groepsrisico is minder dan 10% ten opzichte van de huidige situatie. Het hoogste groepsrisico per kilometer blijft voor zowel de huidige

23 (41)

situatie als de toekomstige plansituatie onder de 1,0 maal de orientatiewaarde. Dat betekent dat in dit geval, conform artikel 8 lid 2 uit het Bevt [1], het groepsrisico beperkt verantwoord mag worden. In bijlage 2 is een rapportage opgenomen van de RMBII-berekeningen en resultaten van de A27. 5.4

Conclusie

• Het plaatsgebonden risico van het transport van gevaarlijke stoffen de rijksweg A27, knpt Eemnes, afrit 33 Hilversum (wegvak N67) vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van het plan. • Het groepsrisico van het transport voor gevaarlijke stoffen over de rijksweg A27 geeft zowel in de huidige als in de toekomstige situatie geen overschrijding van de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico ligt boven de 0,1 maal oriëntatiewaarde, maar de toename van het groepsrisico is minder dan 10% ten opzichte van de huidige situatie. Op basis hiervan dient het groepsrisico conform het Bevt beperkt verantwoord te worden. In hoofdstuk 7 wordt nader ingegaan op de beperkte verantwoording.

24 (41)

6

Toetsing aardgastransportleidingen W-500, A-510 en W533

Uit de risico-inventarisatie van hoofdstuk 3 zijn de aardgastransportleidingen W500-01, A510-01, W-533-01 en W-533-07 relevant voor het plangebied Sherpa en Amerpoort met betrekking tot het aspect externe veiligheid. Dit hoofdstuk beschrijft de uitgangspunten en de uitkomsten van de risicoberekeningen van deze aardgastransportleidingen. 6.1 Uitgangspunten risicoberekeningen buisleidingen Het risico van buisleidingen wordt berekend met de rekenmethodiek buisleidingen bestaande uit het modeleringprogramma CAROLA en de handleiding risicoberekeningen Bevb [8]. Het programma CAROLA is een gestandaardiseerde rekenmethodiek voor het berekenen van risico’s van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen. Het programma berekent op basis van een aantal invoerparameters, zoals bevolkingsgegevens, ongevalsfrequenties van de leidingen en druk en diameter van de leiding, de externe risico’s van de buisleiding. Met de berekeningsresultaten kan worden aangetoond in hoeverre het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen over een kilometer voldoet aan de in het externe veiligheidsbeleid vastgestelde normering. In deze paragraaf zijn de volgende parameters nader toegelicht: • eigenschappen van de buisleidingen; • bevolkingsgegevens langs de buisleidingen. 6.1.1 Eigenschappen leidingen Rondom het plangebied ligt een aantal hogedruk aardastransportleidingen.

De gegevens van deze leidingen zijn opgevraagd bij N.V. Nederlandse Gasunie, door het interessegebied (plangebied) te selecteren in CAROLA en deze te versturen naar Gasunie. Het teruggestuurde bestand bevat leidinggegevens, zoals druk en diameter van de leiding, de 1% en de 100% letaliteitsafstanden. Het bestand van Gasunie bevat meer leidingen dan in eerste instantie uit de risico-inventarisatie naar voren is gekomen. In onderstaande tabel zijn de relevante leidingen met leidingeigenschappen en letaliteitsgebieden voor de risicoberekeningen samengevat. De schuingedrukte leidingen zijn door Gasunie toegevoegd en zijn additioneel ten opzichte van de risico-inventarisatie. Voor de risicoberekeningen zijn alle onderstaande leidingen meegenomen. Tabel 6-1

Letaliteitsgebied aardgastransportleidingen

Naam buisleiding W-500-01 W-500-03 W-500-04 A-510-01 W-533-01 W-533-07

Druk [bar] 40 40 40 66,2 40 40

Diameter [inch] 12 6 13 18 13 16

100% letaliteitsgebied [m] 70 40 65 110 65 85

1% letaliteitsgebied [m] 140 75 140 245 140 175

25 (41)

6.1.2 Bevolkingsgegevens De bevolkingsgegevens binnen het 1% letaliteitsgebied van de aardgastransportleidingen zijn opgevraagd bij de Populatorservice. Het teruggestuurde bestand is vervolgens ingelezen in CAROLA. Voor het plangebied zijn de huidige situatie en de toekomstige situatie onderzocht. Huidige situatie Voor de huidige situatie zijn de bevolkingsgegevens opgevraagd bij de Populatorservice voor het gebied binnen het 1% letaliteitsgebied van de aardgastransportleidingen. De tekstbestanden van de Populatieservice geven de verdeling aan van de aanwezigheid van mensen in de dag en nachtsituatie. Deze verdeling is één op één overgenomen in de parameters van CAROLA. Toekomstige situatie In de toekomst wil woon-/zorgpark Sherpa het aantal bewoners uitbreiden naar 400 personen. Het verzorgend personeel en de ondersteunende diensten die daarvoor nodig zijn, is geschat op 869 personen (waarvan 600 zorgmedewerkers en 190 personen ondersteunende diensten). In totaal kunnen zich 400 + 869 = 1.190 personen op het terrein aanwezig zijn. Aangenomen is dat er nog eens een uitbreiding is van 10%, waardoor het maximale aantal personen binnen Sherpa uitkomt op (1,1 x 1.190 =) 1.309. Het bestemmingsplan waarvoor deze berekening wordt uitgevoerd bevat geen specifieke bouwvlakken (valt samen met de ‘bestemmingsvlakken’) en geeft daarmee geen exacte locaties waar bebouwing kan komen.

Daarom is ervoor gekozen dat alle personen (1.309 personen) binnen de 1% letaliteitgrens van de buisleidingen aanwezig kunnen zijn plus de huidige bevolking die reeds door de Populatorservice is afgegeven. Dit is een worstcase benadering, want hierdoor ontstaat een hogere persoonsdichtheid dan wat er in de werkelijkheid zal zijn. In de dagsituatie is aangenomen dat al het verplegend personeel en alle bewoners aanwezig zijn in het plangebied (100% aanwezigheid). In de nachtsituatie zijn alle bewoners (plus 10% toename) aanwezig inclusief 10% van het verplegend personeel (10% x 790 = 79 verplegend personeel). In totaal zijn in de nachtsituatie 404 + 79 = 483 personen aanwezig. Dit is 33% ten opzichte van de dagsituatie. Daarom is in Carola 33% gehanteerd voor de aanwezigheid gedurende de nachtsituatie. Amerpoort heeft geen plannen om het aantal inwoners uit te breiden. Echter, om het bestemmingsplan toekomstbestendig te maken, is voor de toekomstige bevolking van Amerpoort een groei aangenomen. Het woon-/zorgpark heeft aangegeven in de toekomst ruimte te bieden aan 454 cliënten/bewoners. Het benodigde verplegend personeel hiervoor is 1.200 personen. Aangenomen dat er nog 10% extra personeel nodig is, is er in totaal 1.320 verplegend personeel aanwezig. In totaal kunnen er 454 + 1.320 = 1.774 verplegend personeel en bewoners aanwezig zijn binnen het terrein van Amerpoort.

Voor Amerpoort is dezelfde methodiek gebruikt als voor Sherpa voor de aanwezigheid van personen binnen het 1% letaliteitsgebied van de buisleidingen voor de toekomstige situatie (1.774 personen plus de huidige populatie). Hierdoor ontstaat een worst case benadering. Ook is dezelfde methodiek gebruikt voor de verdeling van de aanwezigheid van personen in de dag- en nachtsituatie. Dit betekent dat overdag 100% aanwezigheid is van de mensen en in de nachtsituatie 37% (454 +10% x 1.320 = 586 personen aanwezig. Dit is 37% ten opzichte van de dagsituatie).

26 (41)

6.2 Resultaten risicoanalyse Deze paragraaf geeft de resultaten van de risicoberekeningen aan de hogedruk aardgastransportleidingen. In bijlage 3 zijn de rapportages opgenomen van de Carolaberekeningen en resultaten van de aardgastransportleidingen. 6.2.1 Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico per jaar is alleen afhankelijk van de eigenschappen van de transportleiding (o.a. type gevaarlijke stof, diameter en werkdruk van de leiding). Het plaatsgebonden risico is daarom berekend voor de huidige situatie. De eigenschappen van de transportleiding zullen niet wijzigen in de toekomstige situatie en daarom volstaat de berekening van de huidige situatie. In Figuur 6-1, Figuur 6-2 en Figuur 6-3 zijn het plaatsgebonden risico per jaar van de aardgastransportleidingen weergegeven. Plaatsgebonden risico

Figuur 6-1

PR-contouren A-510-01

Figuur 6-2

PR-contouren W-500-01

27 (41)

Figuur 6-3

Figuur 6-4

PR-contouren W-533-01

PR-contouren W-533-07

6.2.2 Groepsrisico Het groepsrisico wordt voor de drie buisleidingen berekend voor twee situaties, namelijk: 1. Huidige situatie. 2. Toekomstige situatie (inclusief plangebied). Om in één oogopslag een indruk te krijgen van het groepsrisico, wordt het groepsrisico gescreend alvorens voor specifieke segmenten FN-curves te visualiseren. Voor elk van de leidingen wordt per stationing de overschrijdingsfactor van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico weergegeven. Deze is berekend door rondom elk punt op de leiding één kilometer segment te kiezen die gecentreerd ligt ten opzichte van dit punt. Voor deze kilometer leiding is een FN-curve berekend en voor deze FN-curve de overschrijdingsfactor. Carola geeft namelijk het hoogste kilometer groepsrisico weer, echter in sommige gevallen betreft dat niet het deel ter hoogte van het plangebied maar op een ander deel van het buisleidingtracé, waar de bevolking het hoogst is. Daarom is dát leidingdeel gekozen die het dichtstbij het plangebied ligt.

28 (41)

Huidige en toekomstige situatie W-500-01 Het groepsrisico is berekend voor één kilometer in de nabijheid van het plangebied. In onderstaande figuur is weergegeven welk stuk leidingdeel dit betreft. In Tabel 6-2 is het groepsrisico van de huidige en de toekomstige situatie weergegeven.

Figuur 6-5

Ligging leidingdeel W-500-01 ter hoogte van plangebied (zie groene lijn)

Groepsrisico huidige en toekomstige situatie – Buisleiding W-500-01 Huidige situatie Toekomstige situatie Weergave GR

Tabel 6-2

Overschrijdingsfactor

GR << 0,01

GR <<0,01

Huidige en toekomstige situatie A510-01 Het groepsrisico is berekend voor één kilometer in de nabijheid van het plangebied. In onderstaande figuur is weergegeven welk stuk leidingdeel dit betreft. In Tabel 6-3 is het groepsrisico van de huidige en de toekomstige situatie weergegeven.

Figuur 6-6

Ligging leidingdeel A-510-01 ter hoogte van plangebied (zie groene lijn)

29 (41)

Tabel 6-3

Groepsrisico huidige en toekomstige situatie – Buisleiding A-510-01 Huidige situatie

Toekomstige situatie

Weergave GR

Overschrijdingsfactor

GR << 0,01

GR 0,043

In de huidige situatie is het groepsrisico nihil. Dat komt doordat zich binnen het invloedsgebied een groene strook bevindt met beperkte bevolking. In de toekomstige situatie is aangenomen dat alle bevolking zich binnen het invloedsgebied bevindt, waardoor het groepsrisico toeneemt. Huidige en toekomstige situatie W-533-01 Het groepsrisico is berekend voor één kilometer in de nabijheid van het plangebied. In onderstaande figuur is weergegeven welk stuk leidingdeel dit betreft. In Tabel 6-3 is het groepsrisico van de huidige en de toekomstige situatie weergegeven.

Figuur 6-7

Ligging leidingdeel W-533-01 ter hoogte van plangebied (zie groene lijn

30 (41)

Tabel 6-4

Groepsrisico huidige en toekomstige situatie – Buisleiding W-533-01 Huidige situatie

Toekomstige situatie

GR 0,071

GR 0,091

Weergave GR

Overschrijdingsfactor

Huidige en toekomstige situatie W-533-07 Het groepsrisico is berekend voor één kilometer in de nabijheid van het plangebied. In onderstaande figuur is weergegeven welk stuk leidingdeel dit betreft. In Tabel 6-5 is het groepsrisico van de huidige en de toekomstige situatie weergegeven.

Figuur 6-8

Ligging leidingdeel W-533-07 ter hoogte van plangebied (zie groene lijn

Groepsrisico huidige en toekomstige situatie – Buisleiding W-533-07 Huidige situatie Toekomstige situatie Weergave GR

Tabel 6-5

Overschrijdingsfactor

GR 0,000037

GR 0,00011

Overige toegevoegde aardgastransportleidingen door Gasunie Bij het opvragen van de buisleidinggegevens heeft Gasunie additionele aardgastransportleidingen toegevoegd in het Carola-bestand. Deze aardgastransportleidingen geven geen veranderingen in het groepsrisico voor de huidige als toekomstige situatie als gevolg van het te realiseren plangebied. Daarom zijn deze aardgastransportleidingen niet verder beschouwd.

31 (41)

6.3

Conclusie

• Het plaatsgebonden risico van de hogedrukaardgastransportleidingen W-500-1, A-51001, W-533-01 en W-533-07 vormen geen belemmering voor de ontwikkeling van het plan. • Het groepsrisico van de hogedrukaardgastransportleidingen W-500-1, A-510-01, W-53301 en W-533-07 geeft zowel in de huidige als in de toekomstige situatie geen overschrijding van de oriëntatiewaarde en is kleiner dan 0,1 maal oriëntatiewaarde. Op basis hiervan dient het groepsrisico conform het Bevb beperkt verantwoord te worden. In hoofdstuk 7 wordt nader ingegaan op de beperkte verantwoording.

32 (41)

7

Verantwoording van het groepsrisico

Op basis van het Bevt [1] dient het groepsrisico van het vervoer met vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor (Hilversum – Baarn) en de weg (A27) verantwoord te worden. Deze verplichting geldt ook voor de hogedrukaardgastransportleidingen W-500-01, A-510-01, W-533-01 en W-533-07 op basis van het Bevb [2]. Zoals gebleken is uit de risicoberekeningen van de risicobronnen, volstaat een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Het groepsrisico blijft onder de 0,1 van de oriëntatiewaarde, behalve voor de rijksweg A27. Daar ligt het groepsrisico boven de 0,1 van de oriëntatiewaarde, maar beneden de 1,0 van de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico neemt minder dan 10% toe als gevolg van het te ontwikkelen plangebied, waardoor een beperkte verantwoording van het groepsrisico volstaat. De elementen voor een beperkte verantwoording van het groepsrisico is voor een hogedrukaardgasleiding anders dan voor vervoer gevaarlijke stoffen per spoor of (vaar)weg. In onderstaande tabel zijn de elementen per risicobron weergegeven. Tabel 7-1

Overzicht elementen beperkte verantwoording groepsrisico

Elementen beperkte verantwoording groepsrisico Dichtheid van personen binnen invloedsgebied Hoogte van het groepsrisico (per kilometer) De mogelijkheden voor het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten De mogelijkheden voor zelfredzaamheid van personen binnen het invloedsgebied

Risicobron Bevt6 X X

Bevb7 X X X X

In dit hoofdstuk wordt het groepsrisico van de risicobronnen beperkt verantwoord. 7.1 7.1.1

Personendichtheid en groepsrisico Hogedrukaardgastransportleidingen

Personendichtheid Binnen het invloedsgebied van de hogedrukaardgastransportleidingen W-500-01 (140 meter), A-510-01 (245 meter), W-533-01 (140 meter) en W533-07 (175 meter) bevinden zich delen van het plangebied. Het te ontwikkelen plangebied geeft geen exacte locaties aan waar bebouwing kan komen. Daarom is een worstcasesituatie gekozen waarbij al het verzorgend personeel en de bewoners/cliënten zich binnen de 1% letaliteitgrens bevinden. Voor zorgcentrum Sherpa betekent dat er 1.309 personen aanwezig zijn en 1.774 personen voor zorgcentrum Amerpoort. Door het plangebied neemt de bevolkingsdichtheid toe. Groepsrisico Het groepsrisico is in paragraaf 6.2.2 nader toegelicht voor de hogedrukaardgastransportleidingen. Uit de berekeningen blijkt dat de realisatie van het plangebied Sherpa en Amerpoort leidt tot een toename van het groepsrisico. De 0,1 van de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico wordt niet overschreden voor zowel de huidige als de toekomstige situatie.

6 Artikel 7 Bevt 7

Artikel 12, lid 3 bevb

33 (41)

Onderstaand is het groepsrisico voor de huidige als de toekomstige situatie van de hogedrukaardgasleidingen samengevat. Tabel 7-2

Groepsrisicoresultaten aardgastransportleidingen

Leidingnaam leiding-W-500-01-deel-1 leiding-A-510-01-deel-1 leiding-W-533-01-deel-1 Leiding W-533-07-deel-1

Maximale waarde ten opzichte van oriëntatiewaarde Huidig situatie Toekomstige situatie <0,01 <0,01 <0,01 0,043 0,071 0,091 0,000037 0,00011

7.2 Rampenbestrijding en zelfredzaamheid Op basis van het Bevt en het Bevb dient voor het spoortraject Hilversum – Baarn, de A27 en de hogedrukaardgasleidingen inzicht gegeven te worden in de mogelijkheden voor de zelfredzaamheid en rampenbestrijding. In dit hoofdstuk worden voor de maatgevende scenario’s de rampenbestrijding en de zelfredzaamheid beoordeeld op basis van het scenarioboek externe veiligheid [9]. 7.2.1 Maatgevende scenario’s Als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over spoor en weg en door buisleidingen kunnen zich diverse scenario’s met vervolgeffecten voordoen. Tabel 7-3 geeft het overzicht van de type vervolgeffecten per modaliteit. Tabel 7-3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12442214/1