CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

602741 Begroting Stichting Eemvallei educatief 2023 bijlage 2 Begroting 2023 STEV inclusief meerjarenbegroting 2023-2027

Besluit in de Raad 22 februari 2023, gemeente BaarnBij agendapunt: Begroting Stichting Eemvallei Educatief 202310.614 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Begroting STEV 2023 Inclusief meerjarenraming 2023-2027

Concept 29 november 2022 Versie 1.0

Inhoudsopgave Voorwoord ............................................................................................................................................. 3 Begroting 2023 algemeen ................................................................................................................... 5 Inleiding.............................................................................................................................................. 5 De planning & control cyclus .......................................................................................................... 6 De bekostigingssystematiek in het primair onderwijs ................................................................. 7 Tijdelijke STEV Arbeidsmarkttoelage ............................................................................................ 7 NPO middelen................................................................................................................................... 8 Leerlingen prognoses ...................................................................................................................... 9 Deskundigheidsbevordering .........................................................................................................

10 Huisvesting ...................................................................................................................................... 11 Meerjaren-perspectief per school ................................................................................................ 12 Samenwerkingsverbanden ........................................................................................................... 13 Uitgangspunten Meerjarenbegroting 2023 – 2027........................................................................ 13 Algemene uitgangspunten ............................................................................................................ 13 Uitgangspunten schoolbudget ...................................................................................................... 14 Uitgangspunten gezamenlijke begroting .................................................................................... 14 Landelijke ontwikkelingen ............................................................................................................. 15 Interne allocatie .............................................................................................................................. 15 Meerjarenbegroting 2023 – 2027 exploitatieoverzicht inclusief toelichting ...............................

16 Algemene toelichting kalenderjaarbegroting 2023-2027.......................................................... 16 Rijks)bijdragen OC&W................................................................................................................... 16 Overige overheidsbijdragen .......................................................................................................... 17 Overige baten ................................................................................................................................. 17 Personele lasten ............................................................................................................................. 18 Afschrijvingen.................................................................................................................................. 19 Huisvestingslasten ......................................................................................................................... 20 Overige instellingslasten ............................................................................................................... 21 Meerjarenbegroting 2023-2027 balans inclusief toelichting ........................................................ 21 Meerjaren-balans ...........................................................................................................................

21 Meerjaren-kasstroomoverzicht ..................................................................................................... 22 Meerjaren-kengetallen ................................................................................................................... 23 Bijlage 1

Financiële aandachtspunten en risico’s .................................................................. 25

Bijlage 2

Mogelijk bovenmatige vermogen ............................................................................. 26

Bijlage 3

De gezamenlijk vastgestelde NPO-uitgangspunten ............................................. 27

STEV begroting 2023 v 1.0 2

Voorwoord Het College van Bestuur van de Stichting Openbaar Primair Onderwijs Eem-Vallei Educatief (STEV) biedt hierbij haar begroting 2023 en de meerjaren-prognose aan. In deze begroting is de vereenvoudigde bekostiging-systematiek verwerkt. Dit is gebeurd op basis van de beschikbare modellen en berekening vanuit de PO-raad en het Ministerie van OC&W. Helaas ontvingen we 21 november een brief van het Ministerie waarin zij aankondigen dat de beschikkingen met daarin de vastgestelde bedragen voor 2023 pas begin december beschikbaar komen. We gaan er vooralsnog vanuit dat er weinig verschil zal zitten tussen de opgenomen bekostiging (berekend via de eerder genoemde modellen) en de feitelijke beschikking. Mogelijk ontstaat er een verschil bij de doorrekening van de ‘overgangsregeling’ tussen de vorige en de huidige bekostigingssystematiek. We zullen alleen aanpassingen in de begroting doen, wanneer de verschillen materieel zijn. Het proces voor het opstellen van deze STEV begroting is gestart bij de aanschaf van een nieuw begrotingsinstrument (Cogix). Hiertoe is in het directeurenoverleg voor de zomer een besluit genomen. Dit instrument maakt het mogelijk om na het vaststellen van de begroting de werkelijke uitgaven eenvoudig te monitoren.

Het implementeren van dit nieuwe instrument, tegelijkertijd met de nieuwe begrotingssystematiek als gevolg van de vereenvoudigde bekostiging bleek lastiger dan aanvankelijk gedacht. Hierdoor verliepen de begrotingsgesprekken met de schoolleiders minder efficiënt. Daarnaast zijn er veel scholen binnen STEV die nog veel NPO middelen ‘over’ hebben. De inzet voor dit schooljaar ligt vast, maar de inzet voor het volgend schooljaar is op scholen nog geen onderwerp van gesprek geweest. Dit zorgt ervoor dat het resultaat van STEV in 2023 en 2024 sterk door deze NPO middelen wordt beïnvloed. Het gevolg van al deze zaken is de STEV-begroting later gereed was dan gepland. Bij de begrotingsbespreking met de schoolleiders is het huidige formatieplan als uitgangspunt genomen. Voor het nieuwe schooljaar is de ontwikkeling van het aantal groepen onderwerp van gesprek geweest. Deze twee zaken bepalen een groot deel van de formatie van een school. Naast de personele middelen, vormt het MJOP, het ICT investeringsplan, andere investeringswensen en de werkelijke uitputting van het materiele budget basis van de schoolbegroting voor het nieuwe kalenderjaar. Naast de input van de schoolleiders zijn ook de bij STEV betrokken adviseurs en stafmedewerkers vanuit hun expertises bevraagd. De auditcommissie van de RvT en de financiële commissie van de GMR hebben hun feedback over de concept versie gegeven.

We hebben de (verwachte) financiële ontwikkelingen als uitgangspunten voor deze begroting genomen. Tevens hebben we de huidige einddatum van subsidieregelingen, indien van toepassing, verwerkt.

STEV begroting 2023 v 1.0 3

Het komend jaar begroot we met een fors overschot aan middelen op de gewone exploitatie (€ 427k). Dit zijn vrijwel geheel de NPO middelen (€ 407k). Netto begroten we met een kleine plus van € 20 k. Vorig jaar zijn, na een brede raadpleging, met positief advies van de RvT en met instemming van de P-GMR de arbeidsmarktmiddelen onder alle STEV collega’s verdeeld. De arbeidsmarktmiddelen worden 4 x uitgekeerd. 1 x in 2021, 2 x in 2022 en 1 x in 2023. Door de verdeling van de arbeidsmarktmiddelen over alle STEV collega’s wordt ook een deel van het eigen vermogen ingezet. De verwachting is dat met de arbeidsmarkttoelage van 5,5% (incl. vakantietoelage) er ongeveer € 25.000 bij wordt gezet. Naast de exploitatiebegroting 2023 is ook een investeringsbegroting 2023-2027 opgesteld. Tevens is een meerjaren-balans en een kasstroomoverzicht opgenomen. Maatschappelijke ontwikkelingen vinden ook hun weg naar het onderwijs. Zo zien we een hoger instroom aan nieuwkomers en vangen we ook bij STEV Oekraïense leerlingen op. Op 3 plekken zijn we bij STEV penvoerder voor een tijdelijke voorziening onderwijs (TOV) die is georganiseerd voor de opvang van deze Oekraïense leerlingen. Deze TOV-en zijn gekoppeld aan reguliere scholen, waardoor op deze scholen het leerlingenaantal is toegenomen. Het betreft scholen in Baarn, Woudenberg en Soest.

In de prognoses gaan we ervanuit dat deze kinderen in de loop van 2023 weer grotendeels zullen terugkeren naar hun eigen land of zullen doorstromen naar het reguliere onderwijs. Dit zorgt voor een wat ander beeld dan normaal in de ontwikkeling van de aantallen groepen en de verwachtte inkomsten. Naast deze leerlingengroei, zien we bij een aantal STEV scholen ook groei. Zo is de Startbaan in Soesterberg in 1 jaar boven de opheffingsnorm gekomen. Dit door inzet van team en schoolleider in het vergroten van de zichtbaarheid van de school. Deze ontwikkeling is nog niet overal even zichtbaar, maar we blijven bij STEV vanuit onze visie werken aan steen goed STEV onderwijs. Concreet voorbeeld hiervan is dat sinds dit schooljaar alle STEV scholen werken met het STEVig programma, dat concreet inzet op het thema ´duurzaam wereldburgerschap´ (zie voor meer informatie onze website). Met deze begroting geven we inzicht hoe we onze middelen inzetten om te komen tot steen goed STEV onderwijs. Daarnaast informeren we middels dit document onze relevante externe stakeholders over de financiële invulling van onze ambitie voor 2023 en verder. dr. Karen Peters Voorzitter College van Bestuur Amersfoort, december 2022

STEV begroting 2023 v 1.0 4

Begroting 2023 algemeen Inleiding Het belangrijkste doel voor STEV is het creëren van maatschappelijke meerwaarde. Dit doen de 13 authentieke openbare STEV-basisscholen door in te zetten op een kansrijke ontwikkeling van autonome en initiatiefrijke kinderen binnen een mondiale samenleving. Deze inzet komt tot uiting in ons kernboodschap:

Bij STEV hechten wij veel waarde aan kwalitatief goed onderwijs. Hierbij is kwalitatief goed onderwijs meer dan alleen het aanbod in rekenen en taal (zie ook ons Kwaliteitsstelsel). Wij staan samen met onze stakeholders voor de brede ontwikkeling van onze leerling tot duurzame wereldburger. We focussen bij STEV op een vanuit visie gestuurde professioneel handelende onderwijsprofessional die binnen een rijke onderwijssetting met dynamische instructiegroepen, goede voorzieningen en faciliteiten het beste onderwijs verzorgt dat er is. Alle acties die we bij STEV inzetten zijn erop gericht om het leerrendement en de kwaliteit van ons onderwijs te vergroten. Op dit moment werken we aan een evaluatie van ons strategisch beleid om te komen tot een nieuwe strategische agenda. Tot die tijd blijven we werken aan de volgende vier beleidslijnen gekozen die bijdragen aan kwalitatief goed onderwijs op al onze scholen.

*Zie ook het strategisch beleidsplan STEV 2020-2023

In het verlengde van de besturingsfilosofie en het beleid van STEV is opgenomen dat schoolleiders ontwikkelen naar integraal schoolleider. Daarbij horen ook bevoegdheden op financieel gebied. Zo hebben schoolleiders (en daarmee ook teams) meer invloed op de inzet van de formatie, maar ook bij het gebruik van de huisvesting. Een belangrijke stap hierin was dit najaar de implementatie van een nieuw begrotingsinstrument, Cogix. Om bovenstaande doelen uit ons strategisch beleidsplan op de korte en lange termijn duurzaam te borgen, moeten de baten die wij ontvangen in lijn zijn met uitgaven die we doen. Daarnaast moeten de middelen zo worden gealloceerd dat zij gericht zijn op het STEV begroting 2023 v 1.0 5

verbeteren van onze onderwijskwaliteit en het creëren van maatschappelijke waarde. We willen immers een gezonde, transparante en solide stichting blijven met een passende reserve, een goed en verantwoord bestedingspatroon, een passende begroting en heldere kaders en rapportages volgens de cyclus van planning en control. Onderstaand worden de volgende onderdelen toegelicht: - Planning- en control cyclus; - Bekostigingssystematiek in het primair onderwijs; - Arbeidsmarkttoelage; - Leerlingaantallen; - Financiële aandachtspunten en risico’s; - Toelichting op de begroting in hoofdlijnen.

De planning & control cyclus De begroting 2023 is onderdeel van onze planning- en control-cyclus. Als uitgangspunt wordt de “Planning en Control jaarcyclus” gehanteerd. Elk kwartaal stelt het College van Bestuur een financiële rapportage op t.b.v. de Raad van Toezicht. Deze rapportage bevat een financieel uitputtingsoverzicht van de afgelopen kwartalen in relatie tot de prognose en begroting. Deze kwartaalrapportages worden ook gedeeld met het directeurenplatform. Om zicht te houden op de ontwikkeling van de personele kosten, worden maandelijks de salariskosten geanalyseerd. Deze cijfers zijn de input voor de uitputtingsprognose en vormen de basis voor de nieuwe begroting. Voor de beheersing van de personele baten en lasten wordt een onderscheid in personeelsformatieplan en begroting gemaakt tussen de kostensoorten directie, onderwijzend personeel en onderwijsondersteunend personeel. Daarnaast kijken we naar verschillende salariscomponenten, of het gaat om vaste of tijdelijke dienstbetrekkingen, tijdelijke taakuitbreidingen, vervanging ten laste van eigen middelen en permanente of projectmatige baten en lasten. Ultimo kwartaal 1 wordt het bestuursformatieplan opgesteld. Dit plan is gebaseerd op de begroting van het lopende jaar.

Daarin zijn de volgende categorieën te onderscheiden: • De Rijksbijdragen die door de vereenvoudigde bekostiging bestaat uit een bedrag per kind en een bedrag per brinnummer. Er zijn extra bedragen voor kleine scholen en onderwijsachterstandsmiddelen; • Overige subsidies van OC&W, zoals bijzondere bekostiging 1e opvang vreemdelingen; • Subsidies Passend Onderwijs (arrangementen & basisbekostiging); • Gemeentelijke bijdragen als subsidies voor taalklassen voor nieuwkomers en schakelklassen en ondersteuning passend onderwijs; • Eventuele overige overheidsbijdragen. STEV begroting 2023 v 1.0 6

Het bestuursformatieplan is het kader van waaruit de schoolformatieplannen door de schoolleider worden opgesteld. Na goedkeuring door het College van Bestuur van deze schoolformatieplannen wordt hier door de schoolleider uitvoering aan gegeven. In februari van het lopend schooljaar wordt het schoolformatieplan opnieuw vastgesteld met de dan geldende formatieve inzet. In februari/maart wordt de jaarrekening van het afgelopen kalenderjaar opgesteld.

De bekostigingssystematiek in het primair onderwijs Het Ministerie van OC&W bekostigt met ingang van 1 januari 2023 via een zogenaamde ‘vereenvoudigde bekostigingssystematiek’. Deze systematiek is gebaseerd op de leerlingenaantallen per 1 februari van het voorgaande jaar (t-1). Met andere woorden, voor de bekostiging van het kalenderjaar 2023 zijn de leerlingen per 1 februari 2022 het uitgangspunt. Vanuit de eerder beschreven modellen is: • een bedrag vastgesteld per leerling van ongeveer € 5.800 per leerling. • er een bedrag per BRINnummer (+/- € 104.000) vastgesteld. • er een bekostiging voor nevenvestigingen, kleine scholen en Nederlands Onderwijs Anderstaligen (zogenaamde NOAT leerlingen). De bekostiging voor achterstandsmiddelen loopt ook over de 1 februari-telling vanuit de t-1 systematiek en blijft in stand op het huidige niveau. Afspraak bij deze ‘vereenvoudigde systematiek’ is dat de Rijksbijdragen voorafgaand bekend zijn (de beschikkingen zijn afgegeven). Helaas lukt dat dit jaar nog niet. Bij de invoering van deze nieuwe systematiek is ook afgesproken dat er in september nog een bijstelling kan plaatsvinden op basis van de ontwikkelingen van de Rijksbegroting. De komende 3 jaar is er een overgangsregeling waarbij het Ministerie het verschil tussen de oude en deze bekostiging compenseert.

Bij STEV blijft het patroon van plannen van personele uitgaven nog wel over schooljaren lopen, denk daarbij aan de inzet van de formatie.

Tijdelijke STEV Arbeidsmarkttoelage Zoals in de inleiding al aangegeven ontvangen scholen bij STEV de tijdelijke arbeidsmarkttoelagen. Doel van deze arbeidsmarkttoelage is om leraren zoveel mogelijk te behouden op de scholen met veel leerlingen die te maken hebben met grote achterstanden. Na een brede raadpleging, is na instemming van de P-GMR het besluit genomen om de arbeidstoelage op een andere manier te verdelen binnen STEV. Dit betekent dat personeelsleden in dienst bij STEV in principe tweemaal per jaar voor twee schooljaren een tijdelijke toelage ontvangen. Voor het schooljaar 2021-2022 was het percentage 5%, dat is licht verhoogd tot 5,5% voor het schooljaar 2022-2023. De verwachting is dat er een bedrag van € 25.000 extra nodig is. STEV begroting 2023 v 1.0 7

In het deze zomer afgesproken onderwijsakkoord wordt deze toelage opgenomen in de CAO, waardoor de STEV arbeidsmarkttoelage komt te vervallen.

NPO middelen In 2021 heeft het ministerie aangekondigd dat er extra middelen komen voor het schooljaar 2021-2022 en het schooljaar 2022-2023. Deze middelen zijn bedoeld om de vertraging die is opgelopen door Corona in te halen. De middelen voor het schooljaar 2021-2022 bedroegen € 701,16 per kind en € 251,16 per onderwijsachterstandsscore. In het schooljaar 2022-2023 is een bedrag per kind verlaagd naar € 500 per kind en het bedrag per achterstandsscore verhoogd naar € 464. Ondanks een stevige inspanning die op scholen is geleverd, zijn niet alle middelen die in 2021 zijn toegewezen besteed. Er is een bedrag van € 415.003 dat geoormerkt aan de bestemmingsreserve-NPO is toegevoegd. Ook in 2022 worden niet alle middelen uitgegeven. Tot september 2022 bleek er een overschot van € 474.916. De niet bestede middelen worden (wederom geoormerkt) ook toegevoegd aan de bestemmingsreserveNPO. De verwachting is dat teams ook in 2023 niet alle NPO-middelen kunnen inzetten. Deze middelen (naar verwachting € 407.532) worden ook toegevoegd aan de bestemmingsreserve-NPO. De middelen die scholen over hebben kunnen dan in de lijn van de eerder geformuleerde uitgangspunten in het schooljaar 2023-2024 en verder worden in gezet. Meerjarig verwachten we in 2024 een bedrag van € 157.871 uit de bestemmingsreserve NPO te onttrekken.

Vanuit ons nieuw te formuleren strategische beleid en in lijn met de geformuleerde uitgangspunten (zie bijlage) zullen scholen plannen maken om de komende jaren deze middelen in te zetten. Conform de eisen hebben alle scholen plannen voor de inzet van deze NPO-middelen gemaakt. Hiervoor hebben scholen gebruik gemaakt van het door OCW gepubliceerde keuze-menu. Na breed intern overleg is gezamenlijk en vanuit de bestuurlijke verantwoordelijkheid dit kader aangevuld (zie bijlage) om ervoor te zorgen dat de NPOontwikkelingen ook duurzaam zijn. Naast de NPO-schoolplannen waarop de medezeggenschap van de scholen instemming hebben gegeven, heeft STEV een aantal bovenschoolse ontwikkelingen gedefinieerd waarin we samen optrekken. Dit doen we omdat we uit onderzoek weten dat er winst te behalen is uit het samen optrekken (de Wolf, 2021). Door deze gezamenlijke inzet sluiten we tevens aan bij de collectief gestelde ambities (zie ambitieboek en kwaliteitsstelsel). Alle 13 medezeggenschapsraden hebben wederom ingestemd met de inzet van NPOmiddelen voor onze bovenschoolse ambitie. Naast inzet op STEV brede professionalisering op thema´s als begrijpend lezen, executieve functies en HB, een gezamenlijke IB-opleiding en schoolleider training ter versterking van onze interne kwaliteitscultuur, wordt dit schooljaar ook extra inzet gepleegd door een orthopedagoog.

STEV begroting 2023 v 1.0 8

Daarnaast zien we dat de inzet van de NPO voor de staf enorm veel extra werk oplevert, wat we ondersteunen met een kleine uitbreiding. Tenslotte is nog een relatief groot bedrag gereserveerd voor mogelijke personele kosten zoals transitievergoeding. In totaal heeft STEV een kleine € 110.000 bovenschools voor de inzet van NPO-activiteiten dit schooljaar gereserveerd. Met de MR-en is afgesproken dat daar waar bovenschoolse middelen overblijven deze naar rato terugvloeien naar de scholen.

Leerlingen prognoses In onderstaande tabel staan de geprognosticeerde leerlingenaantallen als ook de realisatie op 1 oktober weergegeven. Totalen 08EM De Uitkijck 08EN Basisschool Kruisrak 10AH Jan Ligthartschool 10SO Griftschool 10SO01 Basisschool De Dorpsbeuk 11FZ Plantijn 11RU OBS De Lijster 12LJ Obs de Regenboog 19JO Openb basissch De Egelantier 19JO De Buut 23BT Daltonschool Corlaer 23DH Vliegenier *) 27NN Obs De Startbaan **) aantal leerlingen

1-10-2018 1-10-2019 1-10-2020 1-10-2021 1-10-2022 1-10-2023 1-10-2024 1-10-2025 1-10-2026 werkelijk prognose 156 132 119 113 119 108 106 113 122 201 198 188 202 201 201 203 199 197 240 229 214 211 232 233 233 229 236 168 159 159 159 188 152 148 159 159 152 158 164 179 175 169 169 170 163 118 119 121 116 103 112 115 117 118 105 93 102 96 106 102 94 96 94 93 96 86 94 91 83 80 80 89 109 103 101 116 163 167 162 159 160 79 87 86 112 110 125 126 132 126 205 213 210 217 204 196 185 180 179 142 148 131 115 112 122 123 122 129 177 168 171 119 137 137 158 167 169 1.945 1.903 1.852 1.849 1.941 1.907 1.902 1.923 1.941

1-10-2027 140 197 244 176 160 115 92 93 160 120 175 126 163 1.961

*) betreft inclusief de leerlingen van Lange Voren tot 2020 **) betreft inclusief de leerlingen van PWA tot 2020.

De leerlingenprognoses zijn tot stand gekomen, door de in-, door- en uitstroom in beeld te brengen. De verwachte instroom is op aangeven van de schoolleiders bepaald. De prognose is vastgesteld op basis van de instroom van de afgelopen jaren, de ontwikkelingen in en om de school en de relevante ontwikkeling in de gemeente. De schoolleiders hebben ambitieuze maar haalbare doelen gesteld. In deze prognose zijn we uitgegaan van de huidige realiteit. De leerlingenaantallen per 1 oktober 2022 is 92 leerlingen hoger dan vorig jaar. Dit heeft voor een groot deel te maken met de instroom van Oekraïense leerlingen. In Baarn en Woudenberg is STEV penvoerder voor de opvang van deze kinderen in een tijdelijke onderwijsvoorziening. In Soest zijn deze leerlingen inmiddels ingestroomd in de reguliere Taalklas. We prognosticeren dat deze kinderen ook op 1 februari nog in Nederland zijn. Vanaf deze zomer stromen ze of het reguliere onderwijs in of keren mogelijk terug naar Oekraïne. Dit heeft als consequentie dat daarmee het leerlingenaantal daalt. Bekijken we de ontwikkelingen per school dan valt het volgende op: De Jan Ligthartschool in Woudenberg laat een groei zien, dat heeft ook te maken met de ontwikkeling van een nieuwbouwwijk in de buurt wat een extra instoom oplevert. Ook de Buut in Soest laat een groei zien.

De instroom is op peil, en de kleinere groepen in de hogere jaren stromen in de komende jaren uit, waardoor de school groeit. Helaas is het gebouw niet toereikend om door te groeien.

STEV begroting 2023 v 1.0 9

De Egelantier ook in Soest groeit doordat er 24 kinderen zijn overgenomen van de Waterinkschool die deze zomer is gesloten. Daarnaast zien we hier ook een groei in de Taalklas door groei aan nieuwkomers. Het Kruisrak in Bunschoten lijkt gelijk te blijven. Op de Vliegenier in Barneveld zien we een stijging in de komende jaren. Dat is de verdienste van het relatief nieuwe team en schoolleider die deze nieuwe school goed op de kaart zetten. Ook het team en schoolleider van de Startbaan (Soesterberg) hebben goed gewerkt aan het op de kaart zetten van deze school. Na één jaar is deze school boven de opheffingsnorm gegroeid. De Lijster laat een lichte groei zien van het aantal leerlingen, dit komt doordat het aantal nieuwkomers is toegenomen. We zien op Plantijn in Barneveld een daling van het aantal leerlingen. Het vermoeden is dat de verbouwing dit voorjaar de instroom heeft beperkt. De verwachting is dat dit in de komende jaren weer wordt omgedraaid. De Griftschool in Woudenberg laat een groei zien, maar dat zijn Oekraïense leerlingen. Op de Dorpsbeuk (Scherpenzeel), de Regenboog (Voorthuizen), Uitkijck (Baarn) en Corlaer (Nijkerk) zien we een lichte daling zien. We zetten actief in op het versterken van de positie van deze scholen. De leerlingen aantallen hebben we nu nog geprognosticeerd op 1 oktober, omdat dat goed de aantallen groepen aangeeft.

Op basis van deze aantallen is een omrekening gemaakt naar de aantallen op 1 februari. Deze aantallen vormen de basis voor deze begroting. De leerlingen op 1 februari liggen altijd hoger vanwege de instroom van de 4 jarige kinderen. (gemiddeld is dat 4,3%).

1-2-2022

Totalen

1-2-2023

1-2-2024

werkelijk

1-2-2025

1-2-2026

1-2-2027

prognose

08EM De Uitkijck

111

122

113

113

120

129

08EN Basisschool Kruisrak

208

209

210

212

208

207

10AH Jan Ligthartschool

224

241

243

243

239

246

10SO Griftschool

166

196

157

155

164

166

10SO01 Basisschool De Dorpsbeuk

180

186

176

176

177

170

11FZ Plantijn

121

112

117

120

122

123

11RU OBS De Lijster

105

115

105

97

99

97

12LJ Obs de Regenboog

96

94

87

84

85

94

19JO Openb basissch De Egelantier

137

167

162

159

160

160

19JO De Buut

116

116

129

130

136

130

23BT Daltonschool Corlaer

220

212

202

192

188

188

23DH Vliegenier

122

120

126

126

130

135

27NN Obs De Startbaan

125

141

146

165

170

174

aantal leerlingen

1.931

2.031

1.973

1.972

1.998

2.019

Deskundigheidsbevordering Vanuit het strategisch beleid hebben we bij STEV vier beleidsthema´s geformuleerd. We hebben voor het komend jaar voor de verdere implementatie van deze vier beleidsthema´s bovenschools in totaal € 40.000 gereserveerd. STEV begroting 2023 v 1.0 10

Conform beleid krijgen scholen op schoolniveau een professionaliseringsbudget. In 2020 en 2021 hadden we actief ingezet op de inrichting en implementatie van de STEV academie. In 2023 bieden we opnieuw trainingen aan vanuit deze huisacademie. Naast deze middelen reserveren we onder andere bovenschools, conform cao, professionaliseringsmiddelen voor schoolleiders en gespecialiseerde opleidingsmiddelen voor onder andere de gymopleiding, reken- en taalspecialisten. Naast de NPO-middelen is er in 2023 € 224 k voor professionalisering beschikbaar.

Huisvesting Medio 2021 hebben we een nieuwe partij -Anculus- gecontracteerd om het onderhoud van de gebouwen te regelen. In oktober 2021 is Anculus gestart om de gebouwen te inspecteren en de MJOP’s op te stellen. De MJOP’s zijn de basis van de uitgaven van de onderhoudskosten per gebouw. Ook zijn in de nieuwe MJOP’s de verschillende componenten ‘groot onderhoud’, ‘contractonderhoud’ en ‘correctief onderhoud’ opgenomen in de begroting per school. In de vorige begroting als ook jaarrekening hebben we de wijziging in de berekening betreffende het MJOP aangekondigd. Dit betreft de al eerder besproken ´componentenbenadering´. We hebben zelf gezegd dat de componenten methode verplicht was per 2023. Deze componentenbenadering gaat uit van specifieke afschrijvingen van onderdelen (componenten) van het schoolgebouw. Helaas is er nog steeds geen helderheid over deze methode. Zolang er geen duidelijkheid is, hanteren we de overgangsregeling. Na analyse van het MJOP is helder geworden dat de jaarlijkse lasten de komende jaren stijgen. STEV had tot nu toe relatief jonge gebouwen, wat zorgt voor lage onderhoudslasten. Door het verstrijken van de jaren, neemt de leeftijd van de gebouwen toe en hebben meer scholen binnen 10 jaar 20 jaar ingrijpend onderhoud nodig.

Hiervoor moeten we voldoende middelen opzij moeten zetten en stijgt de dotatie aan de onderhoudsvoorziening van €300.000 naar € 400.000 op jaarbasis. Vanuit het strategische beleidsplan heeft STEV duurzaamheid hoog in het vaandel staan (zie beleidsthema ´duurzame wereldburgers´). De afgelopen jaren zijn op veel scholen zonnepanelen neergelegd en is de verlichting vervangen door LED verlichting. In het komende jaar onderzoeken we of de laatste scholen ook nog worden voorzien van zonnepanelen en waar we nog meer kunnen verduurzamen. Zoals vorig jaar ook al vermeld heeft een aantal STEV scholen meer m2 dan op basis van hun leerlingenaantal passend. Hierdoor zien we op deze scholen een overschrijdingen op huisvestingsbudget. Tegelijkertijd hebben veel STEV scholen een hoge schoolweging waardoor we relatief kleine klassen formeren. Dit betalen we voor een deel uit de onderwijsachterstand middelen. Daar waar het niet in de pas loopt, moeten we een deel van de personele baten inzetten voor de bekostiging van de huisvesting. STEV begroting 2023 v 1.0 11

Overigens zijn we hierover met schoolleiders in gesprek en daar waar het kan gaan we ook contracten aan met kinderopvangpartijen of zoeken we andere verhuurmogelijkheden.

Meerjaren-perspectief per school Ook dit jaar is er een meerjarenbegroting gemaakt per school. Dit zorgt ervoor dat er inzicht ontstaat in de effecten van een investering in het komend jaar en in de jaren daarna. Dit betekent ook dat we meerjarig inzicht hebben in de resultaten per school (zie onderstaande overzicht). Dit is het overzicht zonder het resultaat op NPO middelen.

Exploitatieresultaten per kostenplaats ex NPO Scholen

2022

2023

2024

2025

2026

2027

08EM

De Uitkijck

9.992-

47.431-

20.123-

73.858-

78.483-

68.455-

08EN

t Kruisrak

99.219

74.365

25.014

11.395

10.982

12.662-

10AH

Jan Ligthartschool

76.360-

46.613-

14.225-

12.598

8.679

2.195-

10SO0

Griftschool

19.075-

22.002-

3.410

74.129-

93.296-

48.889-

10SO1

De Dorpsbeuk

10.818

8.807-

6.122-

14.865

3.544

2.888-

11FZ

Plantijn

49.848

2.038-

8.662-

1.423

392-

88-

11RU

De Lijster

37.563

3.777

2.077

1.724-

12.602-

6.632-

12LJ

De Regenboog

12.279-

12.680-

8.842-

12.448-

11.247

79.057

19JO0

De Egelantier

161.863

35.453

35.427

34.445-

12.041-

11.837

19JO1

De Buut

55.297

44.360

81

28.893

21.168

42.101

23BT

Corlaer

82.736

38.532

34.710-

81.363-

116.453-

142.069-

23DH

De Vliegeniers

140.867

42.980

10.606

25.120

7.224

11.510

27NN

De Startbaan

2.536-

7.228-

715

45.175-

10.739

50.343

AF790

Bestuursbureau

90.810-

73.041-

39.379

223.741

244.774

110.602

Resultaat

427.158

5.106-

5.091

21.571

5.106-

5.091

21.571

Resultaat NPO Totaal resultaat

427.158

19.626

24.026

407.532

157.871-

427.158

133.845-

Het overzicht laat zien dat in 2023 de Jan Ligthart negatief uitkomt, doordat ze groeien starten we met een nieuwe groep. Door de bekostiging komen de middelen echter pas een jaar later binnen. Bij de Griftschool zien we een sterk wisselend beeld tussen de inkomsten en de uitgaven. De Griftschool is een school waar het leerlingenaantal daalt. Echter door opvang van Oekraïense kinderen is nu sprake van groei. Hierdoor ontstaat (tijdelijk) ruimte in de formatie, die na volgend jaar weer leidt tot een sterke daling van formatie. In 2024 komt de Corlaer ook negatief uit. Ondanks de groei in de gemeente, zien we op deze school een daling in leerlingenaantallen. We verwachten dat dit een tijdelijk effect is en dat dit op korte termijn weer wordt teruggedraaid. Vanuit deze verwachting houden we de huidige formatie nog in stand. Omdat het lastig is om goed te voorspellen hoe de leerlingenaantallen er in 2025 uit zien, hebben we ervoor gekozen de formatie op de scholen gelijk te houden. Dat betekent dat we voor de verslaglegging het de zogenaamde de frictiemiddelen bovenschools rapporteren. Hierdoor lijkt het of de middelen op het bestuurskantoor stijgen.

STEV begroting 2023 v 1.0 12

Samenwerkingsverbanden Bij alle drie de bij STEV betrokken samenwerkingsverbanden zijn beleidsontwikkelingen gaande die effect hebben op de besteedbare middelen. Daarnaast krijgen ook de samenwerkingsverbanden te maken met de vereenvoudiging van de bekostiging. De financiële regeling die hierbij past wordt, zo meldt het ministerie, pas medio december 2022 gepubliceerd. Dat maakt dat de begrotingen van alle drie de SWV-en onzeker zijn. Als gevolg daarvan begroten we deze middelen conservatiever dan in de voorafgaande jaren. Het SWV Rijn en Geldersevallei heeft financiële uitdagingen, waardoor arrangementen en mogelijk ook doorverwijzingen (voor een deel) door STEV betaald dienen te worden. Daarnaast is het steunpunt Barneveld/ Scherpenzeel ook bezig met een ontwikkelagenda die voor een deel vanuit de eigen SWV middelen bekostigd moet worden. Naast versobering van de schoolarrangementen vraagt SWV de Eem ook een financiële bijdrage voor bepaalde beleidsontwikkelingen (bijvoorbeeld HB). Ook het bedrag per leerlingen staat onder druk. Bij SWV Zeeluwe is voor de regio Nijkerk / Hoevelaken een externe ondersteuner bezig om met de gezamenlijke besturen tot een ontwikkelagenda te komen. Daarnaast wordt een beleidswijziging voorbereid dat mogelijk op termijn financiële consequenties kan hebben.

Uitgangspunten Meerjarenbegroting 2023 – 2027 Algemene uitgangspunten Bij STEV hanteren we een aantal algemene uitgangspunten. Deze staan hieronder vermeld. 1. We begroten weloverwogen en realistisch. Baten begroten we reëel en lasten als ze bekend zijn. a. Bij de baten maken we gebruik van de laatst bekende bekostigingsgegevens en bekende inkomsten van het samenwerkingsverband. b. Bij de berekening van de loonkosten maken we gebruik van de laatst bekende CAO, rekening houdend met de CAO regelingen, de bekende personele ontwikkelingen en de laatst bekende werkgevers en werknemers premies. 2. De schoolleider is integraal verantwoordelijk voor het schoolbudget. 3. De begroting is na vaststelling taakstellend. 4. De middelen worden toegerekend aan de scholen. 5. De scholen delen naar rato van de omvang en vanuit solidariteit in de gezamenlijke kosten. 6. We kijken kritisch naar wat efficiënter gezamenlijk kan of wat op schoolniveau passender is.

STEV begroting 2023 v 1.0 13

7. STEV heeft op stichtingsniveau een reserve voor het afdekken van risico’s. De huidige reserve is ruim voldoende om alle risico’s af te dekken en we de continuïteit kunnen waarborgen (zie ook bijlage 2). 8. De bestuurder is verantwoordelijk voor het gezamenlijke budget en de STEV begroting.

Uitgangspunten schoolbudget Voor de begroting op schoolniveau hanteren we de volgende uitgangspunten: 1. In beginsel komen alle baten toe aan de scholen, zoals de rijksbijdrage, etc. 2. Bij de twee brinnummers (10SO en 19JO) die ieder twee scholen hebben worden de locaties bekostigd als ware het zelfstandige bekostigde scholen. De middelen komen vanuit het gezamenlijk op basis van solidariteit gevormde budget. 3. De schoolleider is verantwoordelijk voor de schoolbegroting. 4. Het onderhoud voor gebouw verloopt via Anculus en de begrote bedragen worden vanuit het onderhoudsplan begroot. 5. Er is een mogelijkheid om een frictieverzoek te doen. CvB besluit over dit verzoek. De middelen komen vanuit het gezamenlijk op basis van solidariteit gevormde budget.

Uitgangspunten gezamenlijke begroting Vanuit efficiëntie en verhoging van de effectiviteit bekostigen we de volgende activiteiten gezamenlijk: • Bestuur • Kwaliteit • Personeelszaken en professionalisering • Financiële administratie • Huisvesting en ICT • AVG De gezamenlijke begroting bestaat onder andere uit de volgende kosten: • Gezamenlijke lasten voor scholing/professionalisering • Verwachte fricties op school (zoals inhuur interimmers, calamiteiten, overige formatie-verzoeken) • Middelen voor uitvoering strategisch beleid • Middelen voor onderhoud gebouwen • Middelen voor terugdringen personeelstekort zoals het financieren van zij-instroom en additionele opleidingskosten • Middelen voor de bedrijfsvoering • Ziekteverzuim en samenhangende kosten zoals ARBO en vervanging. We zorgen gezamenlijk voor een laag ziekteverzuim en we delen het risico van langdurige zieken.

STEV begroting 2023 v 1.0 14

Landelijke ontwikkelingen CAO ontwikkelingen In 2022 is een tweetal CAO’s getekend. De eerste CAO was erop gericht om de salarissen van het primair onderwijs en het voortgezette onderwijs gelijk te trekken. In de tweede CAO zijn, met ingang van 1 juli 2022, afspraken gemaakt over een algemene verhoging van de salarissen met 4,75%. We gaan in de begroting uit dat de baten en lasten bij een verdere verhoging van de salarissen volgend jaar evenwicht zijn. Daarom nemen we geen indexering op voor de CAO en de Rijksbekostiging. Prijsstijgingen Momenteel is er door de hoge inflatie een enorme prijsstijging. Daarom zijn we in de begroting uitgegaan van een verhoging van rond de 7% voor de materiele kosten. We verwachten niet dat de overheid deze geheel compenseert en hebben daarom alleen de Rijksbijdrage voor het materiele deel met 11% verhoogt. In de begroting 2023 ev gaan we er ook vanuit dat de energieprijzen stijgen. We kopen, voor de meeste STEV scholen collectief energie in bij Energie voor scholen. Een indicaties voor een stijging van de kosten is inmiddels afgegeven. Het betreft de prijzen van de kale leveringen van energie. Hieronder een overzicht van de stijgingen. Tarieven gas en elektra (alles in centen)

2021 2022 2023

elektra hoog 4,91 5,89 10,16

elektra laag 3,79 4,43 7,32

gas kaal 16,62 21,49 44,32

Naast deze kosten zijn er ook nog overheidsheffingen, (net)beheerkosten en de BTWkosten. Hoe deze tarieven zich gaan ontwikkelen is nog niet bekend. Bij gelijkblijvende bedragen zullen de energietarieven stijgen met gemiddeld ongeveer 30%. Dit wordt meegenomen in de begroting. Het gevolg van deze prijsstijgingen is wel dat er (helaas) minder ruimte is voor andere zaken. Gelukkig hebben we op vrijwel alle scholen zonnepanelen liggen die de prijsstijgingen iets dempen. Dat laat onverlet dat, zoals overal, we ook bij STEV nog bewuster moeten zijn t.a.v. ons energieverbruik. In overleg met Anculus zullen we hier waar kan maatregelen op treffen. Het gaat dan om de verwarming lager zetten en zorgen dat in de vakanties en in het weekend de gebouwen niet (of minden) worden verwarmd. Ook wordt aan de schoolleiders/teams gevraagd om hier een voorbeeld rol in te nemen. Interne allocatie In de vereenvoudigde bekostiging is er een bedrag voor zowel het materiele als de personele rijksbijdrage opgenomen. Bij STEV werken we vanuit solidariteit en efficiëntie met gezamenlijke uitgaven. Dat betreft ook effecten zoals de gevolgen van de inflatie. Op basis van de begroting van de gezamenlijke uitgaven, is een bijdrage per school bepaald.

De basis daarvoor is de basisbekostiging, kleine scholentoeslag, NOAT (Nederlands Onderwijs Aan Anderstalige), OAB (Onderwijs AchterstandsBeleid) en het budget voor professionalisering en begeleiding van starters en schoolleiders. Het definitieve percentage is 19%. STEV begroting 2023 v 1.0 15

WW uitkeringen Per 1 augustus is er een nieuw regelement voor het Participatiefonds ingegaan. De basis is dat er nu 50% van de WW uitkering moet worden betaald. Deze kosten belasten we door naar de school waar de medewerker het laatst werkzaam was. Tevens zullen we deze kosten meenemen in het formatieplan van die school. Transitiekosten De kosten horend bij de transitie vergoedingen worden ook toegerekend naar de school waar de werknemer voor het laatst werkzaam was. BAPO kosten en kosten ouderschapsverlof We vereffenen BAPO kosten en ouderschapsverlof. Dat betekent dat we de scholen compenseren voor de kosten van ouderschapsverlof en BAPO verlof. We betalen dat uit een opslag op de loonkosten van 0,9%.

Meerjarenbegroting 2023 – 2027 exploitatieoverzicht inclusief toelichting Algemene toelichting kalenderjaarbegroting 2023-2027 Grootboekrekening 3.1 Rijksbijdragen

Realisatie 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

14.476.982

14.216.594

16.217.736

15.300.227

15.028.727

15.148.129

15.350.546

3.2 Overige overheidsbijdragen

458.673

409.895

405.414

434.765

430.641

426.479

424.846

3.5 Overige baten

450.690

40.924

210.224

97.824

97.824

97.824

97.824

3 Baten

15.386.344

14.667.413

16.833.374

15.832.816

15.557.192

15.672.432

15.873.216

4.1 Personeelslasten

12.151.593

12.617.248

13.902.045

13.460.467

13.069.825

13.151.302

13.378.128

288.011

300.458

322.900

350.434

360.699

365.379

356.181

1.408.810

984.085

1.226.377

1.235.631

1.214.818

1.234.180

1.202.947

4.2 Afschrijvingen 4.3 Huisvestingslasten 4.4 Overige lasten 4 Lasten 6.2 Financiële lasten

1.251.314

837.156

945.893

911.129

907.956

907.480

905.389

15.099.728

14.738.947

16.397.216

15.957.661

15.553.298

15.658.341

15.842.645

20.963

12.000

9.000

9.000

9.000

9.000

9.000

6 Financiële baten en lasten

-20.963

-12.000

-9.000

-9.000

-9.000

-9.000

-9.000

1 Resultaat

265.653

-83.534

427.158

-133.845

-5.106

5.091

21.571

NPO resultaat

415.003

0

407.532

-157.871

0

0

0

19.626

24.026

-5.106

5.091

21.571

Afboeken vordering OCW Resultaat zonder NPO

-612.318 -149.350

-695.852

De begroting voor 2023 komt uit op positief resultaat van € 427.158. Dit wordt voor een totaal bedrag van € 407.532 verklaard uit het nog niet besteden van de NPO inkomsten in 2023. Als we daarvoor corrigeren dan zien we een positief resultaat van € 19.626.

(Rijks)bijdragen OC&W De Rijksbaten zijn ten opzichte van de begroting 2022 fors toegenomen. Dit wordt vooral veroorzaakt door een stijging van de rijksbijdrage van 10%. Deze verhoging komt vooral door de twee CAO verhogingen. Ook de materiele kosten zijn gestegen met 11%. De toekenning van de NPO middelen is licht gedaald. Deze laatste zijn begroot op € 1,3 miljoen in 2023.(€ 1,4 milj. in 2022). En er is ook een stijging van achterstandsmiddelen te STEV begroting 2023 v 1.0 16

constateren van bijna € 0,3 milj. En ook hebben we een bedrag opgenomen van € 110.000 voor de bijzondere bekostiging van asielzoekers en vreemdelingen. We verwachtten dat we structureel meer instroom van deze kinderen zullen hebben in de komende jaren. Grootboekrekening

Realisatie 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

3.1.1 Rijksbijdrage OCW/LNV

13.343.481

13.855.275

15.636.472

14.759.295

14.515.712

14.635.114

14.837.531

3.1.2 Overige subsidies OCW

629.834

27.746

222.454

207.788

179.871

179.871

179.871

3.1.3 Ontv.doorbet. Rijksb. SWV

503.667

333.574

358.810

333.144

333.144

333.144

333.144

14.476.982

14.216.595

16.217.736

15.300.227

15.028.727

15.148.129

15.350.546

3.1 Rijksbijdragen

In 2024 valt de subsidie NPO weg waardoor de inkomsten dalen. In 2023 verwachtten we ook een tijdelijke verhoging van de leerlingen door de Oekraïense kinderen die er naar verwachting op 1 februari 2023 nog zullen zijn. Dit heeft een verhogend effect op de inkomsten in 2024. In 2024 dalen de leerlingen aantallen en daarmee ook de inkomsten in 2025. We verwachten daarna qua leerlingenaantallen weer een stijgende lijn te zien. De ‘Doorbetalingen Rijksbijdrage’ betreffen de subsidies vanuit de verschillende samenwerkingsverbanden (Rijn & Gelderse Vallei, De Eem en Zeeluwe). De baten vanuit de samenwerkingsverbanden zijn hoger dan begroot 2022. In 2022 waren de inkomsten ook zeer terughoudend begroot, waardoor er nu een stijging van de begroting is. De inkomsten van de arrangementen hebben we terughoudend begroot.

Overige overheidsbijdragen

Grootboekrekening

Realisatie 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

3.2.2 Overige overheidsbijdragen

458.673

409.895

405.414

434.765

430.641

426.479

424.846

3.2 Overige overheidsbijdragen en -subsidies

458.673

409.895

405.414

434.765

430.641

426.479

424.846

De gemeentelijke bijdragen bestaan uit subsidies van diverse gemeenten. Het gaat dan vooral om begeleiding/passend onderwijs, taalklassen en loonkostensubsidie OOP. Gemeentelijke ontwikkelingen hebben invloed op de inkomsten. Zo zien we in Soest veel instroom aan kinderen in de Taalklas. In Barneveld start deze zomer er naar alle waarschijnlijkheid een voltijds Taalklas, waardoor daar mogelijk ook de baten stijgen. We sturen sterk dat de baten van de gemeente en de inzet van personeel en huisvesting (lasten) in evenwicht met elkaar zijn.

Overige baten Grootboekrekening

Realisatie 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

3.5.1 Verhuur

45.326

27.500

78.300

82.000

82.000

82.000

82.000

3.5.2 Detachering personeel

94.874

12.392

28.492

12.392

12.392

12.392

12.392

3.5.10 Overige (overige) baten

310.489

1.032

103.432

3.432

3.432

3.432

3.432

3.5 Overige baten

450.690

40.924

210.224

97.824

97.824

97.824

97.824

Onder de overige baten vallen onder andere de verhuurbaten en opbrengsten van gedetacheerde medewerkers. De verhuur inkomsten zijn verhoogd door de vernieuwde contracten met de kinderopvang. In de overige baten is een eenmalig bedrag van € 100.000 opgenomen voor de kinderen die we hebben overgenomen van de Waterinkschool. Met de stichting van de gesloten school is afgesproken dat we een deel van de rijksbijdrage STEV begroting 2023 v 1.0 17

ontvangen. De overige baten zijn ingeschat op basis van de realisaties uit het verleden en huidig inzicht.

Personele lasten Hieronder staan de begrote lasten voor 2023. Hierbij valt op dat met name ´personele lasten´ (lonen en salarissen) in 2023 hoger zijn begroot t.o.v. 2022. Realisatie 2021

Grootboekrekening

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

4.1.1 Lonen en salarissen

10.850.446

11.853.278

12.964.110

12.714.226

12.325.534

12.409.011

12.635.837

4.1.2 Overige personele lasten

1.415.590

838.971

1.012.935

821.241

819.291

817.291

817.291

4.1.3 Af: uitkeringen

-114.443

-75.000

-75.000

-75.000

-75.000

-75.000

-75.000

4.1 Personeelslasten

12.151.593

12.617.249

13.902.045

13.460.467

13.069.825

13.151.302

13.378.128

Het verloop van de personele laten worden hieronder nader toegelicht. Lonen en salarissen De brutosalarissen, sociale lasten en pensioenlasten zijn begroot op basis van de nu geldende formatie, geaccordeerde toekomstmutaties en gebaseerd op de meest actuele cao en vastgestelde premies. De salarislasten omvatten alle betalingen en verplichtingen in het jaar ten behoeve van het personeel in loondienst. In het baten/lasten stelsel worden niet alleen de daadwerkelijke uitgaven, die gedurende het boekjaar worden gedaan, opgenomen, maar ook alle nabetalingen, vakantiegelden, eindejaarsuitkeringen en (nog) te betalen sociale lasten, voor zover deze zijn toe te rekenen aan het boekjaar. We hebben in de begroting voor een bedrag van € 120.000 ruimte opgenomen, om 6 zjjinstromer aan te nemen. Eerst voor een half jaar als onderwijsondersteuners. En dan na de zomer stromen ze dan in, in de formatieve ruimte van de scholen. De stijging van de salarislasten in 2023 ten opzichte van 2022 komt voornamelijk door de extra indexering van de salarissen. FTE

FTE

FTE

FTE

FTE

FTE

werkelijk

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Dir

12,73

13,67

13,48

13,51

13,51

13,51

OP

107,76

109,20

107,12

102,01

101,57

102,98

OOP

35,64

33,73

29,55

28,19

28,19

27,79

Totaal

156,13

156,60

150,15

143,71

143,27

144,28

Overige personele lasten Onder overige personele lasten zijn de niet rechtstreeks uit het salarissysteem betaalde lasten ondergebracht, zoals de lasten van inhuur derden voor o.a. huisvesting, cursuskosten (nascholing), teamontwikkeling, bedrijfsgezondheidszorg/Arbo en lasten voor outplacement. De overige personele lasten zijn verlaagd. Voor deskundigheidsbevordering is zoals eerder benoemd een bedrag opgenomen van € 191.926. De kosten voor inhuur zijn verhoogd, omdat STEV begroting 2023 v 1.0 18

we een aantal vacatures niet hebben kunnen invullen met vast personeel en deze vacatures nu via uitzendbureaus invullen. Uitkeringen Onder ´uitkeringen´ vallen de WAZO uitkeringen van het UWV. Deze zijn, mede op basis van de realisatie 2022, voor 2023 gelijk gehouden aan de begroting 2022.

Afschrijvingen De hoogte van de afschrijvingen wordt bepaald door te kijken naar de gerealiseerde investeringen t/m 2022 en geplande investeringen 2023. Hierbij worden de afschrijvingstermijnen en grondslagen gehanteerd uit de jaarrekening. Inventaris, leermiddelen en andere bedrijfsmiddelen die langer dan een jaar gebruikt worden, worden tegen de aanschafwaarde op de balans geactiveerd. Hierbij is wel de ondergrens van een bedrag van € 1.500 per investering, dit is een verhoging ten opzichte van 2021 toen het bedrag € 500 was. De volgende investeringsbedragen per categorie zijn gepland voor 2023:

Categorie

Aanschaf waarde

Aanschaf waarde

Aanschaf waarde

Aanschaf waarde

Aanschaf waarde

Aanschaf waarde

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Gebouwen en terreinen

56.618

105.000

15.000

Leermiddelen

16.987

123.000

19.000

14.000

36.000

24.000

ICT

142.435

168.075

168.473

198.303

206.933

159.568

Meubilair

34.060

57.000

89.500

30.500

27.500

12.500

Inventaris en apparatuur

22.998

31.500

21.500

3.500

3.500

5.500

Totaal

273.097

484.575

313.473

246.303

273.933

201.568

De investeringen in meubilair en OLP betreffen met name vervangingen. De ICT-investeringen zijn komend jaar hoger dan in 2022. Door betere sturing op deze middelen hebben we een betere grip en zijn de investeringen over de komende 5 jaar inzichtelijk. Doordat we de ICT-middelen collectief aanbesteden, kunnen we een goede prijs bedingen. Onder de post gebouwen vallen ook de aanpassingen aan het schoolplein of interne verbouwingen die scholen willen. Het betreft dus niet de post groot onderhoud (dat valt onder het MJOP). Aanpassingen aan het schoolplein vallen we onder deze post. In 2023 wordt de Corlaer opgeknapt en krijgt de Startbaan zonnepanelen. Dit levert het volgende verhoging van de afschrijvingslast op.

Categorie

Afschrijvings kosten

Afschrijvings kosten

Afschrijvings kosten

Afschrijvings kosten

Afschrijvings kosten

Afschrijvings kosten

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Gebouwen en terreinen

13.954

24.525

29.609

29.775

29.775

Leermiddelen

65.287

56.491

57.654

53.069

47.820

29.775 42.873

ICT

137.783

156.116

168.812

181.299

188.197

186.161

Meubilair

68.759

70.583

77.330

78.581

81.331

80.834

Inventaris en apparatuur

14.675

15.185

17.030

17.974

18.256

16.537

Totaal

300.458

322.900

350.434

360.699

365.379

356.181

STEV begroting 2023 v 1.0 19

Huisvestingslasten De huisvestingslasten bestaan uit onder andere de lasten van schoonmaak, energie, onderhoud en huur. Hieronder volgt voor een aantal posten een nadere toelichting. Grootboekrekening

Realisatie 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

4.3.1 Huur

72.445

69.700

94.033

88.200

88.200

88.200

4.3.2 Verzekeringen

5.518

8.000

12.500

12.500

12.500

12.500

12.500

4.3.3 Onderhoud

192.499

108.500

167.022

186.709

165.896

185.258

164.442

4.3.4 Energie en water

170.995

164.250

184.500

179.900

179.900

179.900

179.900

4.3.5 Schoonmaakkosten

341.667

301.335

329.200

329.200

329.200

329.200

329.200

4.3.6 Heffingen

29.782

28.300

32.022

32.022

32.022

32.022

32.022

4.3.7 Dot.voorziening onderhoud

574.502

300.000

400.000

400.000

400.000

400.000

400.000

4.3.8 Overige huisvestingslasten 4.3 Huisvestingslasten

77.783

21.401

4.000

7.100

7.100

7.100

7.100

7.100

1.408.810

984.085

1.226.377

1.235.631

1.214.818

1.234.180

1.202.947

Totaal De totale kosten zijn hoger vanwege de stijging van de dotatie groot onderhoud, stijging van de onderhoudslasten en verhoging van de energielasten. Huren Deze zijn gebaseerd op de bestaande huurcontracten. De lasten voor 2023 zijn in lijn met 2022. Het betreft met name de huur van het stafkantoor, de huur van de Egelantier Soest en een aantal kleine huurbedragen voor lokalen, opslagruimte. Groot onderhoud Op basis van een meerjaren-onderhoudsplan wordt de meerjaren-voorziening groot onderhoud opgesteld. Aan deze voorziening vindt, ter egalisatie van de jaarlijks fluctuerende uitgaven, een vaste dotatie per jaar plaats. De werkelijke uitgaven aan onderhoud op basis van dit plan worden niet opgenomen in een exploitatiebegroting, maar worden rechtstreeks ten laste gebracht van de voorziening. Op basis van de nieuwe meerjaren onderhoudsplannen is er een verhoging van de dotatie begroot. Veel gebouwen zullen in de komende 10 jaar grondig opgeknapt moeten worden waardoor we meer kosten hebben dan de afgelopen jaar en we de dotatie moeten verhogen. Realisatie

Prognose

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Groot onderhoud

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Stand per 31-12

316.017

781.954

1.000.147

1.280.744

1.254.084

919.131

885.933

dotatie

574.502

300.000

400.000

400.000

400.000

400.000

400.000

-/- uitgaven groot onderhoud

108.565

81.807

119.403

426.660

734.953

433.198

557.925

Stand per 31-12

781.954

1.000.147

1.280.744

1.254.084

919.131

885.933

728.008

Schoonmaakkosten, energie en water De schoonmaakkosten hebben we verhoogd, we gaan er vanuit dat de kosten 10% zullen stijgen. Voor wat betreft de energie kosten gaan we uit van een stijging van 30% (zie eerdere toelichting). In de begroting is die stijging niet als zodanig terug te vinden omdat de deze post bij een aantal scholen voorzichtig is begroot. Daarnaast hebben bijna alle STEVscholen bij de zonnepanelen. STEV begroting 2023 v 1.0 20

Overige instellingslasten Onder deze lasten vallen verschillende grootboekrekeningen die hieronder kort worden toegelicht. Grootboekrekening

Realisatie 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

4.4.1 Administratie- en beheerslasten

436.923

280.705

282.113

280.840

280.840

280.840

4.4.2 Inventaris en apparatuur

170.094

67.050

69.700

63.100

62.850

62.850

62.850

4.4.3 Leer- en hulpmiddelen

588.788

431.237

500.535

495.844

492.921

491.945

491.254

4.4.5 Overige (overige) lasten 4.4 Overige lasten

279.940

55.509

58.164

93.545

71.345

71.345

71.845

71.345

1.251.314

837.156

945.893

911.129

907.956

907.480

905.389

Administratie- en beheerslasten De lasten in deze rubriek lopen licht op. De werkelijke kosten geven aanleiding tot deze lichte verhoging. Inventaris, apparatuur en leermiddelen Het betreft posten die voornamelijk door de scholen zelf worden begroot. Het blijkt elk jaar weer dat het beschikbare materiële budget voor de scholen krap is. Een ontwikkeling die zich verder doorzet is een verschuiving van uitgaven aan onderwijs-leerpakketten naar licenties en kosten software. Tevens hebben we de afschrijvingsgrens voor de investeringen opgetrokken naar € 1.500. Overige instellingslasten Hieronder vallen diverse lasten, waaronder ook de inzet op arrangementen. Die zijn voor 2023 op hetzelfde niveau begroot als in 2022.

Meerjarenbegroting 2023-2027 balans inclusief toelichting Meerjaren-balans Vanuit de jaarrekening 2021 en met de begroting 2022 en deze meerjarenbegroting komen we tot het onderstaande verloop van de balans. Omschrijving

Realisatie

Prognose

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

1 Activa 1.2 Materiële vaste activa Vaste Activa 1.5 Vorderingen

1.597.485

1.570.124

1.731.799

1.694.838

1.580.443

1.488.997

1.334.384

1.597.485

1.570.124

1.731.799

1.694.838

1.580.443

1.488.997

1.334.384

933.874

321.556

321.558

321.558

321.558

321.558

321.558

3.549.376

3.711.396

4.257.474

4.133.930

3.908.267

3.971.605

3.989.863

4.483.250

4.032.952

4.579.032

4.455.488

4.229.825

4.293.163

4.311.421

6.080.735

5.603.076

6.310.831

6.150.326

5.810.267

5.782.160

5.645.806

2.1 Eigen Vermogen

3.596.695

2.900.843

3.328.001

3.194.156

3.189.050

3.194.141

3.215.712

2.2 Voorzieningen

943.591

1.161.784

1.442.381

1.415.721

1.080.768

1.047.570

889.645

4.540.286

4.062.627

4.770.382

4.609.877

4.269.818

4.241.711

4.105.357

1.7 Liquide middelen Vlottende Activa Totaal Activa 2 Passiva

Eigen Vermogen 2.3 Langlopende schulden 2.4 Kortlopende schulden Vreemd Vermogen Totaal Passiva

1.540.449

1.540.449

1.540.449

1.540.449

1.540.449

1.540.449

1.540.449

1.540.449

1.540.449

1.540.449

1.540.449

1.540.449

1.540.449

1.540.449

6.080.735

5.603.076

6.310.831

6.150.326

5.810.267

5.782.160

5.645.806

STEV begroting 2023 v 1.0 21

Opvallend is natuurlijk de vermindering van de vorderingen door de afboeking van de vordering op OCW in 2022 en het oplopen van de voorziening in de eerste jaren, en daarna een daling van de voorziening. Er is een stijging van de materiele vaste activa doordat we komend jaar investeren in ICT middelen en gebouwen. Daarna nemen de investeringen af. De afschrijvingen nemen toe tot 2026 en daarna nemen de afschrijvingen weer af. In 2021 zijn de bedragen negatief door een grote desinvestering. Realisatie

Prognose

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Investeringen (incl desinv.)

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Materiele vaste activa per 01-01

1.479.921

1.597.485

1.570.124

1.731.799

1.694.838

1.580.443

1.488.997

Investeringen (incl desinv.)

-693.793

273.097

484.575

313.473

246.303

273.933

201.568

-/- Afschrijvingen

-811.357

300.458

322.900

350.434

360.699

365.379

356.181

Stand per 31-12

1.597.485

1.570.124

1.731.799

1.694.838

1.580.443

1.488.997

1.334.384

Begroting

Het verloop van de onderhoudsvoorziening is hierboven al toegelicht. De liquide middelen worden beïnvloed door de geprognosticeerde resultaten, gecorrigeerd voor afschrijvingen en dotaties aan de voorzieningen, de geplande investeringsuitgaven en de uitgaven vanuit het meerjaren-onderhoudsplan.

Meerjaren-kasstroomoverzicht Op basis van de meerjaren-balans, het meerjaren-onderhoudsplan en het meerjareninvesteringsplan kan een specificatie worden gemaakt van de doorwerking van de primaire stromen (resultaat, investeringen in activa en onttrekkingen uit voorzieningen) op de beschikbare liquide middelen. Onderstaand is de meerjaren-kasstroom weergegeven volgens de indirecte methode. Dit is dezelfde methode die in de jaarrekening wordt gehanteerd. Omschrijving Saldo baten en lasten (excl. rente)

Realisatie

Prognose

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

286.617

-683.852

436.158

-124.845

3.894

14.091

- Afschrijvingen

288.010

300.458

322.900

- Mut. Voorzieningen

556.980

218.193

280.597

- Vorderingen

-83.711

612.318

- Kortlopende schulden

-87.386

Kasstroom uit bedrijfsoperaties

960.510

1.039.656

30.571

350.434

360.699

365.379

356.181

-26.660

-334.953

-33.198

-157.925

198.929

29.639

346.271

228.826

Aanpassingen voor:

Veranderingen in vlottende middelen:

Ontvangen interest

447.117

0

Betaalde interest

-20.963

-12.000

-9.000

-9.000

-9.000

-9.000

-9.000

Kasstroom uit operationele activiteiten

-20.963

-12.000

-9.000

-9.000

-9.000

-9.000

-9.000

Invest. in materiële vaste activa

-405.576

-273.097

-484.575

-313.473

-246.303

-273.933

-201.568

Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten -405.576

-273.097

-484.575

-313.473

-246.303

-273.933

-201.568

Mutatie liquide middelen

533.971

162.020

546.081

-123.544

-225.664

63.338

18.258 3.971.605

Beginstand liquide middelen

3.015.405

3.549.376

3.711.396

4.257.474

4.133.930

3.908.267

Mutatie liquide middelen

533.971

162.020

546.079

-123.544

-225.664

63.338

18.258

Eindstand liquide middelen

3.549.376

3.711.396

4.257.474

4.133.930

3.908.267

3.971.605

3.989.863

De ontwikkeling van de liquiditeit is ruim voldoende. Gezien de ontwikkeling van de rente kan het in 2023 weer aantrekkelijk worden om middelen in deposito’s te stoppen. STEV begroting 2023 v 1.0 22

Meerjaren-kengetallen Een deugdelijke financiële planning en control is van belang om op een juiste wijze financiële verantwoording af te leggen. Begrotingen zetten we in als sturingsinstrument voor de beheersing van activiteiten. Reserves en voorzieningen worden bewust gevormd en onderbouwd met meerjarenplannen, afwijkingen worden geanalyseerd met als doel te bepalen of er aanvullende acties nodig zijn. De Inspectie van het Onderwijs hanteert een set aan kengetallen bij de beoordeling van de financiële positie van een onderwijsinstelling. Op grond van een analyse van de financiële gegevens uit de jaarrekening, de continuïteitsparagraaf uit het jaarverslag of eventueel signalen, bepaalt de inspectie of de positie van de instelling nader moet worden onderzocht. Bij de analyse gebruikt de inspectie ter detectie van de risico’s een set kengetallen. De kengetallen zijn nadrukkelijk geen normen waaraan schoolbesturen moeten voldoen. De door de inspectie gehanteerde normen staan in de tabel hierna vermeld. In onderstaand overzicht staan de financiële kengetallen van STEV vanaf 2020 tot en met 2027 weergegeven. Deze zijn gebaseerd op de meerjarenbegroting en de meerjaren-balans. Omschrijving Solvabiliteit 2

Realisatie

Prognose

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Signaleringsgrens Inspectie

74,7%

72,5%

75,6%

75,0%

73,5%

73,4%

72,7%

min. 30%

Liquiditeit

2,91

2,62

2,97

2,89

2,75

2,79

2,80

> 0,75

Rentabiliteit

2,7%

0,0%

2,4%

-1,0%

0,0%

0,0%

0,0% > 0% (3 jarig)

Weerstandsvermogen

23,4%

19,8%

19,8%

20,2%

20,5%

20,4%

20,3%

min 5%

Solvabiliteit 2 Bij de solvabiliteit 2 gaat het er om in hoeverre een bevoegd gezag op lange termijn, ook in tijden van tegenspoed, aan haar verplichtingen kan voldoen. Dit blijkt uit de verhouding tussen eigen vermogen, inclusief voorzieningen en het totaal van de passiva. Absolute normen voor solvabiliteit zijn moeilijk te geven. Beoordeling van het eigen vermogen kan niet los worden gezien van de beoordeling van de hoogte van de voorzieningen. Wanneer deze niet toereikend zijn om de toekomstige verplichtingen te dekken, zal aanvulling vanuit het eigen vermogen moeten plaatsvinden. In geval van een gezonde financiële positie, is een ondergrens van 30% wenselijk, aldus de inspectie. De solvabiliteit 2 bevindt zich voor STEV meerjarig op een constant stevig niveau boven de 70% en is daarmee ruimschoots voldoende. Wel moet worden opgemerkt dat de NPO middelen bepalen mede deze ratio, die middelen zullen in de komende jaren worden onttrokken aan het eigen vermogen en dan zal de solvabiliteit iets dalen. Liquiditeit Bij liquiditeit gaat het er om of het bevoegd gezag in staat is om op korte termijn aan haar verplichtingen te voldoen. Dit blijkt uit de verhouding tussen vlottende activa en de kortlopende schulden. Voor een goede liquiditeit zou volgens de inspectie deze minimaal 0,75 moeten zijn. Onze liquiditeit ligt meerjarig boven de inspectienorm en is bovengemiddeld goed.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12328606/3