CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

558423 Rekenkameronderzoek Inburgering en Integratie RVS

Informatie in de Raad 7 december 2022, gemeente BaarnBij agendapunt: Rekenkameronderzoek ‘Inburgering en Integratie’2.185 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL Zaaknummer

558423

Onderwerp

Rekenkameronderzoek ‘Inburgering en Integratie’

Besluit in raad

21 december 2022

Portefeuillehouder(s)

N.v.t.

Naam steller

Jeroen van den Heuvel (rekenkamercommissie Baarn)

Status / Vertrouwelijkheid

Openbaar

Voorgestelde beslispunten: 1. De conclusies en aanbevelingen uit het onderzoeksrapport te onderschrijven. 2. De vijf aanbevelingen die volgen uit het onderzoek over inburgering en integratie over te nemen. Deze aanbevelingen luiden als volgt: I.

II. III. IV.

V.

3.

Het college te verzoeken om een voorstel aan de gemeenteraad te zenden voor (resultaat-, of anders inspannings-)indicatoren waarop de gemeenteraad kan sturen en zaken inzichtelijk krijgt. En om over deze indicatoren structureel in de P&C-cyclus en/of de raadsmonitor sociaal domein te rapporteren. Het college te verzoeken om uiterlijk eind 2023 een evaluatie over de invoering van de nieuwe Wet Inburgering te houden en de resultaten daarvan aan de raad te zenden. Het college te verzoeken om een raadsvoorstel met betrekking tot een (mogelijke) Verordening Inburgering. Het college te verzoeken om te bepalen welke informatie nodig is om goed te kunnen monitoren of de gemeente (via de taken die zijn belegd bij de partners) voldoet aan de invulling van haar (eind)verantwoordelijkheden op het gebied van inburgering. Het college te verzoeken de Adviesraad Sociaal Domein Baarn bij elk van de aanbevelingen 1 t/m 4 te betrekken. Het college verzoeken de aan hem gerichte opmerkingen uit te werken met inachtneming van de bestuurlijke reactie en het nawoord van de rekenkamercommissie.

Samenvatting van het voorstel In de periode rondom de invoering van de nieuwe Wet inburgering heeft de rekenkamercommissie in twee rondes onderzoek gedaan naar inburgering en integratie. In de eerste ronde (m.n. uitgevoerd in periode september – november 2021) is naar het verleden gekeken (om te leren voor de toekomst) en in de tweede ronde (uitgevoerd in de periode eind april – begin juni 2022) is gefocust op de toekomst (de nieuwe Wet inburgering en invoering ervan, incl. de voorbereiding daarop). Aanleiding De rekenkamercommissie Baarn heeft begin 2021 zowel onder de raadsleden als in de samenleving een inventarisatie gehouden naar mogelijke onderzoeksonderwerpen. Eén van de genoemde onderwerpen was ‘Inburgering en Integratie’. In november 2020 werd bekend dat de invoering van de nieuwe Wet 1

inburgering werd uitgesteld. Minister Wouter Koolmees (SZW) vond het op dat moment onverantwoord om het nieuwe inburgeringsstelsel op 1 juli 2021 in werking te laten treden. Echter, op 28 april 2021 werd bekend dat de ingangsdatum van de nieuwe Wet Inburgering per 1-1-2022 definitief was. Naar aanleiding daarvan heeft de rekenkamercommissie toen besloten om onderzoek te doen naar dit onderwerp. Beoogd effect Het doel van het onderzoek is als volgt geformuleerd: “Om inzicht te geven in: - hoe de inburgering van nieuwkomers in de gemeente Baarn de afgelopen jaren is verlopen, - welke lessen kunnen worden getrokken t.a.v.

de nieuwe Wet Inburgering, en - hoe de invoering van de nieuwe Wet Inburgering is verlopen.” De volgende onderzoeksvragen stonden daarbij in het onderzoek centraal: - Welke rol heeft een gemeente in de Wet inburgering (2013-2021) en in de Wet inburgering (2022 en verder)? - Wat was/is/wordt het beleid van de gemeente Baarn op het gebied van inburgering en hoe is hieraan vorm gegeven? - Hoe is de inburgering in de afgelopen jaren in de praktijk verlopen? Wat zijn de resultaten en leerpunten? - Hoe is de invoering van de nieuwe Wet inburgering in de gemeente Baarn verlopen? En hoe geeft de gemeente Baarn invulling aan zijn nieuwe taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden onder de nieuwe Wet inburgering sinds 1-1-2022? Hierbij spelen de wettelijke taken en verantwoordelijkheden van de gemeenten onder zowel de oude Wet Inburgering als de nieuwe Wet Inburgering uiteraard een centrale rol. Het onderzoek richt zich daarbij met name op de inburgering van statushouders en niet op de integratie van minderheidsgroepen in het algemeen. Het onderzoek richt zich ook niet op de opvang van Oekraïners. Dit ging pas een rol spelen op het moment dat het onderzoek al vergevorderd was en zij hebben een andere status dan asielzoekers met daarbij andere geldende wet- en regelgeving en procedures dan die voor asielzoekers/statushouders.

Op basis van het onderzoek heeft de rekenkamer conclusies getrokken en doet de rekenkamercommissie een aantal aanbevelingen ter verbetering van de inburgering en integratie in Baarn en ten behoeve van de controlerende en kaderstellende rol van de raad. Aanbevelingen, reactie college en reactie rekenkamercommissie 1. Vraag het college om een voorstel aan de gemeenteraad voor (resultaat-, of anders inspannings)indicatoren waarop de gemeenteraad kan sturen en zaken inzichtelijk krijgt. Stel deze indicatoren vast en laat ze structureel in de P&C-cyclus en/of de raadsmonitor sociaal domein opnemen. Reactie B&W Het college zal op basis van de landelijke set indicatoren de uitvoering van wet monitoren en hierover via de reguliere kanalen rapporteren aan de gemeenteraad. Reactie rekenkamercommissie

2

De rekenkamercommissie is uiteraard positief over de aansluiting die het college zoekt bij de landelijke set indicatoren. De aanbeveling is gedaan om de indicatoren die uiteindelijk worden gehanteerd expliciet aan de raad voor te leggen, opdat de raad zelf kan vaststellen of hij die indicatoren voldoende vindt en/of mogelijk graag aanpassingen/toevoegingen ziet (bijvoorbeeld monitoring op de termijn voor huisvesting van een statushouder, mócht deze geen onderdeel zijn van de landelijk set indicatoren) om zijn rollen goed te kunnen vervullen. Het expliciet vaststellen middels een raadsbesluit is hier wellicht niet nodig, maar het voorstel kan ook middels een RIB aan de raad worden gezonden, zodat de raad via die wijze wordt geïnformeerd en – indien hij dat wenst – kan reageren. De aanbeveling in het concept-raadsbesluit wordt hierop aangepast. 2. Vraag het college om uiterlijk in het eerste half jaar van 2023 een evaluatie over de invoering van de nieuwe Wet Inburgering te houden en aan de raad te zenden, met als centrale vraag of – ca. een jaar na invoering van de nieuwe Wet – goed invulling is gegeven aan de uitvoering in de praktijk, van de verantwoordelijkheden van de gemeente onder de nieuwe Wet Inburgering, ínclusief hetgeen in het Uitvoeringplan dat in december 2021 door de gemeenteraad is vastgesteld is opgenomen en de monitoring op dit domein.

Reactie B&W Het college is van mening dat de invoering van de nieuwe wet voldoende is onderzocht door de rekenkamercommissie. Het college acht het wel zinvol om op termijn de uitvoering van de wet inburgering te evalueren. Gezien het kleine aantal inburgeraars is 2023 waarschijnlijk te vroeg om zinvol te evalueren. Reactie rekenkamercommissie De rekenkamercommissie waardeert uiteraard de mening van het college dat de invoering van de nieuwe wet voldoende is onderzocht door de rekenkamercommissie. Gegeven nieuwe informatie uit de RIB ‘Stand van zaken invoering Wet Inburgering 2021 (522288/543607 d.d. 2-11-2022), ziet de rekenkamercommissie dat het inderdaad zinvoller is om op een later moment dan reeds begin 2023 een evaluatie van de uitvoering van de wet inburgering te houden. De aanbeveling in het conceptraadsbesluit is daarop aangepast. 3. Vraag het college om een raadsvoorstel met betrekking tot een (mogelijke) Verordening Inburgering. Reactie B&W Deze verordening is niet verplicht in de wet. Deze verordening heeft met name een sturende rol richting inburgeraars, niet zozeer richting de ketenpartners. In die zin sluit de verordening niet aan bij het uitgangspunt om naar de inwoners te werken vanuit vertrouwen. We trekken daarnaast voor inburgering op met de gemeenten Soest en Bunschoten. Ook zij kiezen niet voor het invoeren van een verordening.

Reactie rekenkamercommissie De rekenkamercommissie (h)erkent de argumenten van het college om niet met een verordening te werken en onderschrijft deze argumenten, die reden kunnen zijn om uiteindelijk niet met een Verordening Inburgering te gaan werken. Toch handhaaft de rekenkamercommissie de aanbeveling om drie redenen: 1. Het instellen van een Verordening Inburgering is opgenomen in het Uitvoeringplan nieuwe Wet Inburgering, dat in december 2021 door de gemeenteraad is vastgesteld. Het zou dan naar de mening van de rekenkamercommissie ook de gemeenteraad moeten zijn om expliciet 3

te besluiten om alsnog níet met een dergelijke verordening te willen werken, ook meenemende onderstaande punten. 2. Het format voor de Verordening Inburgering geeft geen opties voor fundamentele / inhoudelijke beleidskeuzes ten aanzien van inburgering. Wel concretiseert het een heel aantal zaken over het inburgeringstraject en beschrijft het de wijze waarop verschillende partijen (gemeente – of samenwerkingspartners van de gemeente – en statushouder/inburgeraar) met elkaar omgaan, zoals: in welke taal er informatie wordt verstrekt, welke termijnen er gelden voor diverse zaken (communicatie / aanleveren van informatie, termijnen tussen bepaalde stappen in het proces, etc.). 3. Als een gemeente een boete op grond van de Wet inburgering 2021 wil kunnen verrekenen met een bijstandsuitkering is een gemeentelijke verordening inburgering noodzakelijk. De wet voorziet hierin namelijk niet. Zonder een gemeentelijke verordening waarin de mogelijkheid tot verrekening is opgenomen, kan een niet betaalde boete wel nog via een dwangbevel geïncasseerd worden. Met de nieuwe verordening hoeft dit niet meer wanneer de inburgeraar een bijstandsuitkering ontvangt. Dat kan de gemeente werk en kosten besparen. E.e.a. is natuurlijk afhankelijk van het aantal (verwachte) verrekeningen. 4.

Vraag het college om een afweging aan de raad te zenden op het vraagstuk of en waarom lokaal een doelgroepenbeleid (aanvullend op de Wet Inburgering die in zichzelf doelgroepgericht is) voor inburgeraars/statushouders wenselijk is, of niet. Reactie B&W Zie kanttekening bij de conclusies. In Baarn is met de Nota Sociaal Domein gekozen voor een integraal beleid voor al onze inwoners. Ad hoc een heroverweging is niet opportuun. Haalt het fundament onder het huidige beleid weg. Reactie rekenkamercommissie Gezien de argumenten van het college én het feit dat de nieuwe Wet Inburgering krachtiger is geworden t.a.v. inburgering in het algemeen en de doelgroep van inburgeraars in het specifiek, o.a. door de gemeente een steviger regierol te geven, laat de rekenkamercommissie deze aanbeveling vervallen t.a.v. de doelgroep van inburgeraars/statushouders. Wel wil de rekenkamercommissie de gemeenteraad in algemene zin meegeven om in de toekomst – waar de gemeenteraad dat van toepassing acht – een bewuste afweging te maken tussen generiek en doelgroepgericht beleid. 5. Bepaal welke informatie nodig is om goed te kunnen monitoren of de gemeente (via de taken die zijn belegd bij de partners) voldoet aan de invulling van haar (eind)verantwoordelijkheden op het gebied van inburgering.

Richt hiervoor vanuit de gemeente als (eind)verantwoordelijke een qua omvang passend monitoringssysteem in, lees; met een zorgvuldige afweging tussen administratieve lasten en nut/noodzaak van indicatoren en gegevens), waarbij naast kwantitatieve data ook – waar nuttig/nodig – gebruik wordt gemaakt van kwalitatieve gegevens (bijvoorbeeld door gesprekken met statushouders over hun inburgering(straject)). En draag er zorg voor dat de betreffende indicatoren worden door vertaald naar de afspraken met de (keten)partners (zowel in hun inhoudelijke opdracht, als de te verstrekken gegevens). Reactie B&W Zie advies 1.

4

Overigens is monitoring niet alleen m.b.v. indicatoren. De feedback van de klankbordgroep inburgering (zie RIB 522288) en de geregelde gesprekken met Vluchtelingenwerk zijn zeker zo belangrijk. Reactie rekenkamercommissie Allereerst hecht de rekenkamercommissie er waarde aan om expliciet te benoemen dat aanbeveling 1 toeziet op de rol van de raad, waar aanbeveling 5 toeziet op de rol van de gemeente als eindverantwoordelijke en de samenwerking met / het opdrachtgeverschap van de gemeente naar de belangrijke (keten)partners. Daarnaast spreekt de rekenkamercommissie waardering uit voor de in de RIB 522288 (opgesteld/verzonden na afronding van het rekenkameronderzoek) genoemde feedback die wordt opgehaald bij de klankbordgroep en de geregelde gesprekken met de belangrijke partner Vluchtelingenwerk Nederland, zoals ook in de aanbeveling van de rekenkamercommissie is opgenomen. De rekenkamercommissie heeft er vertrouwen in dat het college hiermee en met de overige zaken uit deze aanbeveling, goed invulling kan geven aan de (eind)verantwoordelijkheid die de gemeente heeft onder de nieuwe Wet Inburgering en de monitoring daarvoor. 6. Betrek de Adviesraad Sociaal Domein Baarn bij elk van de aanbevelingen 1 t/m 5.

In ieder geval en op zijn minst door hen te vragen en de kans te geven te reflecteren op de voorstellen, waarbij de raad in staat wordt gesteld om tijdig kennis te nemen van deze reflecties zodat deze bij de beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming kunnen worden meegenomen. Reactie B&W Dit is de standaard werkwijze. Reactie rekenkamercommissie Dat klopt. De rekenkamer hecht er waarde aan om deze standaard werkwijze te (blijven) benadrukken, gezien het belang van het betrekken van en de waarde van de adviezen van de Adviesraad Sociaal Domein. Voor de volledige bestuurlijke reactie van het college op de aanbevelingen en het nawoord van de rekenkamercommissie daarbij, wordt verwezen naar het rekenkamerrapport waarin beiden zijn opgenomen. Risico's Niet van toepassing. Kosten, baten en dekking Niet van toepassing. Aanpak / Uitvoering Deze ligt in handen van het college. Duurzaamheid Niet van toepassing. Communicatie De rekenkamercommissie zal zorgdragen voor een persbericht.

5

Evaluatie Het college rapporteert in het jaarverslag over de uitvoering van de door de raad overgenomen aanbevelingen uit rekenkamerrapporten.

Namens de rekenkamercommissie van de gemeente Baarn,

dr. J.A.G.M. van den Heuvel Bijlagen: - Rekenkamerrapport ‘Inburgering en Integratie’ - De reactie van het college van B&W d.d. 15-11-2022 - Het nawoord van de rekenkamercommissie d.d. 16-11-2022

(opgenomen in het rapport) (opgenomen in het rapport)

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12079510/1