549680 Kadernota 2024 VRU bijlage 2 Kadernota VRU 2024
Tekst van het document
Kadernota VRU 2024 Vastgesteld algemeen bestuur 7 november 2022
Colofon Stafafdeling Bestuur & Control Team Planning & Control Documentnummer: Vastgesteld op: Door:
22.0009697 7 november 2022 Algemeen bestuur VRU
Inhoudsopgave
1 1.1 1.2
Inleiding Achtergrond Opbouw kadernota
4 4 4
2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
Financieel kader Bijstelling ijkpuntscores gemeentefonds Loonaanpassing Prijsaanpassing Lasten FLO-overgangsrecht Brede doeluitkering Rampenbestrijding Samenvatting mutaties GBTP financieel kader
5 5 6 7 8 9 10
3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11
Ontwikkelingen en risico’s Bestuursagenda beleidsperiode 2024-2027 Concessievergoeding openbaar meldsysteem (OMS) Omgevingswet Wijziging wet veiligheidsregio Versterking Crisisbeheersing Toekomstbestendigheid brandweer en doorontwikkeling paraatheidsmodellen Gebiedsgerichte opkomsttijden Proef verbeteren dekking Amersfoort Tweede loopbaanbeleid Cyberveiligheid Huisvesting
11 11 11 11 12 13 14 15 15 15 16 16
4
Bijdrage gezamenlijk basistakenpakket
17
5
Vergoeding individueel gemeentelijk pluspakket
19
6 6.1 6.2
Bijlagen Bijlage 1: Uitkering gemeentefonds, onderdeel B&R Bijlage 2: Meerjarenraming bijdragen en vergoedingen 2024-2027
20 20 21
1 Inleiding 1.1
Achtergrond In de kadernota VRU 2024 zijn de financiële en beleidsmatige kaders voor de begroting van 2024 opgenomen conform artikel 4.3 van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Utrecht. De kadernota vormt het startpunt van het proces van begroting en verantwoording (zie figuur 1). Figuur 1: proces begroting en verantwoording VRU
De gemeenten worden in de gelegenheid gesteld om hun zienswijze over de algemene financiële en beleidsmatige kaders naar voren te brengen. Alle zienswijzen worden betrokken bij het opstellen van de begroting van 2024. De begroting 2024 wordt in het voorjaar van 2023 opgesteld. Voordat het bestuur de begroting 2024 definitief vaststelt, wordt deze eveneens voor zienswijzen aan de gemeenten aangeboden. De gemeenten hebben op deze manier twee gelegenheden om invloed uit te oefenen op de begroting van de VRU.
1.2
Opbouw kadernota In de kadernota ligt de nadruk op de ontwikkelingen die effect hebben op de hoogte van de gemeentelijke bijdrage. We maken onderscheid tussen de technische toepassing van het financiële kader (hoofdstuk 2) en de overige ontwikkelingen en risico’s (hoofdstuk 3). In hoofdstuk 4 worden de effecten uit hoofdstuk 2 en 3 op de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket (GBTP) weergegeven. In hoofdstuk 5 wordt de vergoeding voor het individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) per gemeente inzichtelijk gemaakt.
Pagina
4
2 Financieel kader 2.1
Bijstelling ijkpuntscores gemeentefonds Conform artikel 4.2 A van de Gemeenschappelijke Regeling vormen de ijkpuntscores van het Gemeentefonds voor het onderdeel Brandweer en Rampenbestrijding de grondslag voor het relatieve aandeel van de gemeenten in de totale gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket (GBTP). In opdracht van het Rijk is onderzocht hoe het gemeentefonds opnieuw kan worden verdeeld. Het doel van de herziene verdeling is een stabiel verdeelmodel dat zo goed mogelijk aansluit bij de kosten van gemeenten. Het onderzoek is na consultatie en advisering van betrokken partijen afgerond en het moment van invoering van de nieuwe verdeling is 1 januari 2023. De begroting van de VRU wordt jaarlijks gebaseerd op de meest actuele septembercirculaire. De individuele bijdrage per gemeente in de kadernota VRU 2024 is dan ook gebaseerd op de nieuwe verdeling van het gemeentefonds. De nieuwe ijkpuntscores zijn bij het opstellen van de kadernota VRU 2024 toegepast in het verdeelmodel voor de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket. Verdelingsgrondslag gezamenlijk basistakenpakket (GBTP) 2024 In tabel 1 zijn de percentages voor 2024 opgenomen op basis van de septembercirculaire 2022. Tabel 1: verdelingsgrondslag (relatief aandeel ijkpuntscores) gemeentelijke bijdrage GBTP Verdelingsgrondslag bijdrage GBTP Gemeente
Begroting Herijking 2023 gemeentefonds
Mutatie (q) maatstaven
Kadernota 2024
Amersfoort Baarn Bunnik Bunschoten De Bilt De Ronde Venen Eemnes Houten IJsselstein Leusden Lopik Montfoort U Nieuwegein Oudewater Renswoude Rhenen Soest Stichtse Vecht Utrecht Utrechtse Heuvelrug Veenendaal Vijfheerenlanden Wijk bij Duurstede Woerden Woudenberg Zeist
11,25% 1,72% 1,05% 1,28% 2,91% 2,95% 0,62% 3,05% 2,01% 1,90% 0,95% 0,89% 4,51% 0,63% 0,39% 1,32% 2,98% 4,22% 33,55% 3,34% 4,54% 3,69% 1,52% 3,41% 0,77% 4,56%
0,13% 0,18% 0,02% 0,02% 0,22% 0,09% 0,03% 0,12% 0,20% 0,10% -0,08% 0,01% -0,12% 0,04% -0,02% 0,04% 0,21% 0,30% -2,23% 0,23% 0,02% -0,04% 0,12% 0,17% 0,04% 0,20%
0,04% -0,03% 0,00% 0,00% -0,03% -0,02% -0,01% -0,01% -0,02% -0,01% -0,01% -0,01% 0,04% -0,01% 0,00% -0,02% 0,01% -0,07% 0,27% -0,05% 0,01% 0,01% -0,01% -0,04% 0,00% -0,05%
11,42% 1,88% 1,07% 1,29% 3,10% 3,02% 0,64% 3,16% 2,20% 1,99% 0,87% 0,89% 4,43% 0,66% 0,36% 1,34% 3,19% 4,46% 31,59% 3,53% 4,58% 3,65% 1,63% 3,54% 0,81% 4,70%
TOTAAL
100,00%
0,00%
0,00%
100,00%
Pagina
5
Deze ijkpuntscores leiden niet tot een verandering van de totale gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket (GBTP). De ijkpuntscores worden alleen gebruikt om de verdeling tussen de gemeenten onderling te berekenen. Op totaalniveau is de bijstelling van de ijkpuntscores dus per saldo neutraal. Per gemeente kunnen wel verschuivingen plaatsvinden, afhankelijk van de ontwikkeling van de ijkpuntscores. Voor het inzicht zijn het effect van de herijking van het gemeentefonds en de reguliere ontwikkeling van de maatstaven apart weergegeven in tabel 1. De percentages van de ijkpuntscores werken niet een-op-een door in het de mutatie van de gemeentelijke bijdragen voor het gezamenlijk basistakenpakket (GBTP), omdat het compensatiemechanisme binnen de verdeelsystematiek mede van invloed is op de hoogte van de bijdrage. In bijlage 1 zijn de bedragen opgenomen die de gemeenten ontvangen uit het gemeentefonds voor het onderdeel Brandweer en Rampenbestrijding voor de jaren 2021 tot en met 2024, zoals berekend in de septembercirculaires van het gemeentefonds.
2.2
Loonaanpassing De gemeentelijk bijdrage wordt geïndexeerd volgens artikel 4.3 van de Gemeenschappelijke Regeling. De loonaanpassing volgt de algemene loonontwikkeling1. De ontwikkeling van dit indexcijfer en de relatie met de begroting 2023 is weergeven in tabel 2. Tabel 2: Ontwikkeling CPB indexcijfer 'Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers' Loonaanpassing Jaar Begroting Kadernota Bijstelling 2023 2024 2022 2023 Subtotaal
3,1% 2,0% 5,1%
4,8% 2,8% 7,6%
1,7% 0,8% 2,5%
2024 Subtotaal
-
3,9% 3,9%
3,9% 3,9%
Totaal
5,1%
11,5%
6,4%
Voor de jaren 2023 en 2024 is een stelpost voor loonontwikkeling opgenomen, omdat de CAO 2023-2024 nog niet bekend is. Voor de CAO 2023 en premieontwikkelingen is in de vastgestelde begroting al een stelpost van 2% opgenomen die is gebaseerd op de CPB-raming uit de septembercirculaire 2021. Deze stelpost is op basis van de CPB-raming2 voor de loonontwikkeling die het rijk heeft gepubliceerd in de septembercirculaire 2022 nu met 2,5% verhoogd naar 4,5%. Voor 2024 is de loonontwikkeling door het CPB geraamd op 3,9%. De stelposten voor loonontwikkeling worden na vaststelling van de CAO en premiebijdragen in de begroting daaropvolgend verrekend met de gemeentelijke bijdragen, waarbij een eventueel overschot terugvloeit naar gemeenten. In tabel 3 is het financiële effect van de verwachte loonontwikkeling op de bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket (GBTP) opgenomen en op de vergoeding voor het individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP).
1 Bijdrageverordening, artikel 1: de loonontwikkeling conform de Collectieve Arbeidsregeling (CAR) en
mutaties in de premieplichtigen van de werkgever op basis van wet CAR en rechtspositieregeling. 2 Gepubliceerd in Tabel 4.2.2 van de septembercirculaire 2022.
Pagina
6
Tabel 3: financieel effect loonaanpassing Bedragen x € 1.000
Loonaanpassing
Loonaanpassing
Financieel effect 2024 Bijdrage Vergoeding GBTP IGPP
Totaal
Mutatie stelpost looncompensatie 2023 Prognose premieontwikkeling 2023 Inzet stelpost looncompensatie 2023 Mutatie lasten loonaanpassing 2023
2,5% 1,1% -1,1% 2,5%
1.714 720 -720 1.714
20 8 -8 20
1.734 728 -728 1.734
Stelpost looncompensatie 2024 Premieontwikkeling 2024 Mutatie lasten loonaanpassing 2024
3,9% 3,9%
2.726 p.m. 2.726
29 p.m. 29
2.756 p.m. 2.756
Totaal effect
6,4%
4.440
49
4.489
De bijstelling van de stelpost voor looncompensatie voor 2023 is 2,5%. De premieontwikkeling heeft ook invloed op de loonkosten. Op basis van de premieprognose van het ABP van juli 2022 stijgt het werkgeversaandeel in 2023 met ca. 1,1%. Het definitieve besluit over de premie voor 2023 wordt eind november 2022 genomen. Voor 2024 is een stelpost van 3,9% opgenomen. Voor de premieontwikkeling 2024 is een p.m. post opgenomen, omdat hiervoor nog geen premieprognose bekend is. De premiestijgingen worden ten laste van de stelpost voor looncompensatie gebracht. Bij het opstellen van de begroting 2024 en bij actualisatie van de begroting 2023 wordt de loonontwikkeling nog bijgesteld op basis van de dan geldende CAO (mits bekend) en vastgestelde premie’s. Een eventueel positief of negatief effect wordt dan verrekend met de gemeentelijke bijdrage zodat uiteindelijk de werkelijke loon- en premieontwikkeling wordt betaald. Het financiële effect van de loonontwikkeling zoals opgenomen in de kadernota 2024 van de VRU, wordt volgens de huidige systematiek van het gemeentefonds indirect gecompenseerd via de algemene uitkering die gemeenten van het Rijk ontvangen. De loonontwikkeling van het Rijk wordt vertaald naar het accres van de algemene uitkering voor gemeenten. De compensatie voor de loonontwikkeling 2024 van gemeenten wordt bij de meicirculaire 2023 toegekend.
2.3
Prijsaanpassing Voor de prijsaanpassing hanteert de VRU de procentuele mutatie van het Bruto Binnenlands Product zoals berekend door het Centraal Plan Bureau3. Dit is conform artikel 1 sub j van de Bijdrageverordening VRU. Daarbij vindt jaarlijks een correctie plaats op basis van de geactualiseerde cijfers over de voorliggende twee jaren ten opzichte van de begroting. Zo wordt nooit te veel of te weinig geïndexeerd. Voor 2023 bedraagt de prijsaanpassing 4,8% en voor 2024 is de prijsaanpassing op 2,5% geraamd. De cumulatieve prijsaanpassing komt daarmee op 7,3%. De ontwikkeling van dit indexcijfer is weergeven in tabel 4. In tabel 5 is het financiële effect van deze prijsaanpassing opgenomen.
3
Gepubliceerd in Tabel 4.2.2 van de septembercirculaire 2022
Pagina
7
Tabel 4: Ontwikkeling CPB indexcijfer 'Prijs bruto binnenlands product'
Begroting 2023
Prijsaanpassing Kadernota 2024
Bijstelling
2021 2022 2023 Subtotaal
2,3% 1,8% 1,9% 6,0%
2,5% 3,4% 4,9% 10,8%
0,2% 1,6% 3,0% 4,8%
2024 Subtotaal
-
2,5% 2,5%
2,5% 2,5%
6,0%
13,3%
7,3%
Jaar
Totaal
Tabel 5: financieel effect prijsaanpassing Bedragen x € 1.000
Prijsaanpassing
Prijsaanpassing
Financieel effect 2024 Bijdrage Vergoeding GBTP IGPP
Totaal
Mutatie prijsaanpassing 2021 Mutatie prijsaanpassing 2022 Mutatie prijsaanpassing 2023 Mutatie lasten prijsaanpassing 2023
0,2% 1,6% 3,0% 4,8%
67 536 1.006 1.609
4 36 127 167
72 572 1.133 1.776
Prijsaanpassing 2024 Mutatie lasten prijsaanpassing 2024
2,5% 2,5%
877 877
53 53
931 931
Totaal effect
7,3%
2.486
220
2.707
Het financiële effect van de prijsaanpassing zoals opgenomen in de kadernota 2024 van de VRU, wordt volgens de huidige systematiek van het gemeentefonds indirect gecompenseerd via de algemene uitkering die gemeenten van het Rijk ontvangen. De prijsontwikkeling van het Rijk wordt vertaald naar het accres van de algemene uitkering voor gemeenten. De compensatie voor de prijsontwikkeling 2024 wordt bij de meicirculaire 2023 aan gemeenten toegekend.
2.4
Lasten FLO-overgangsrecht Het financiële kader van de lasten FLO-overgangsrecht bestaat uit een structurele en een incidentele component. Schommelingen in de kostenprognose worden geëgaliseerd via de bestemmingsreserve ‘Lasten FLO-overgangsrecht’. De eerstvolgende actualisatie van de kostenprognose wordt verwerkt in de meerjarenraming van de begroting 2024. Op basis van de huidige berichtgeving over de lasten voor het FLO-overgangsrecht is er geen aanleiding het huidig meerjarig financieel kader bij te stellen. Dit betekent dat de budgetten voor het FLOovergangsrecht alleen worden verhoogd met de reguliere loon- en prijsaanpassing. In tabel 6 is de meerjarenraming van de lasten FLO-overgangsrecht weergegeven. Tabel 7 geeft inzicht in het financiële effect op de gemeentelijke bijdrage voor het basistakenpakket (GBTP) voor het jaar 2024.
Pagina
8
Tabel 6: meerjarenraming lasten FLO-overgangsrecht 2024-2027 Bedragen x € 1.000
Meerjarenraming FLO-overgangsrecht
2024
2025
2026
2027
Begroting 2023 La s ten FLO-overga ngs recht Storting/ onttrekki ng res erve FLO-overga ngs recht Lasten FLO-overgangsrecht begroting 2023
3.689 -484 3.205
3.422 -217 3.205
3.135 70 3.205
2.853 352 3.205
Kadernota 2024 La s ten FLO-overga ngs recht Storting/ onttrekki ng res erve FLO-overga ngs recht Lasten FLO-overgangsrecht kadernota 2024
3.487 -157 3.330
3.279 51 3.330
3.206 124 3.330
3.142 188 3.330
125
125
125
125
Mutatie lasten FLO-overgangsrecht
De mutatie van de lasten FLO-overgangsrecht kan worden opgevangen door inzet van de bestemmingsreserve ‘Lasten FLO-overgangsrecht’. De actualisatie van de meerjarenraming leidt niet tot een mutatie van de gemeentelijke bijdrage. Tabel 7: financieel effect mutatie lasten FLO-overgangsrecht Bedragen x € 1.000
Lasten FLO-overgangsrecht
Financieel effect 2024 GBTP Structureel Incidenteel
Totaal
La s ten FLO-overga ngs recht 2023 La s ten FLO-overga ngs recht 2024 Muta ti e l a s ten FLO-overga ngs recht
3.205 3.330 125
-
3.205 3.330 125
Correcti e l oon- en pri js a a npa s s i ng 2024*
-125
-
-125
0
-
0
Totaal effect GBTP 2024
*De loon- en prijsaanpassing met betrekking tot de lasten FLO-overgangsrecht zijn onderdeel van de totale loonaanpassing (zie paragraaf 2.2). Daarom is een correctie toegepast.
2.5
Brede doeluitkering Rampenbestrijding De hoogte van de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) bedraagt voor 2024 op basis van de beschikking van 1 juni 2022 van het rijk € 10,1 miljoen. Dat is € 369K meer dan opgenomen in de huidige meerjarenraming. Het betreft met name de structurele doorwerking van de indexering van de rijksbijdrage voor 2022. Deze extra inkomst wordt in mindering gebracht op de bijdrage van de gemeenten voor het GBTP. De indexering van de BDuR 2023 en 2024 is nog niet bekend en wordt verwerkt zodra deze vastgesteld is. In tabel 8 is het financiële effect van de BDuR opgenomen. Tabel 8: financieel effect mutatie BDuR Bedragen x € 1.000
Brede doeluitkering Rampenbestrijding
Financieel effect 2024 Bijdrage Vergoeding GBTP IGPP
Totaal
Loon- en prijsbijstelling BDuR 2022 Loon- en prijsbijstelling BDuR 2023 Loon- en prijsbijstelling BDuR 2024
-369 p.m. p.m.
-
-369 -
Totaal effect
-369
-
-369
Pagina
9
2.6
Samenvatting mutaties GBTP financieel kader Tabel 9: effect financieel kader op gemeentelijke bijdrage GBTP Bedragen x € 1.000
Mutaties financieel kader 2024
Structureel
Incidenteel
Totaal
Bijstelling ijkpuntscores gemeentefonds* Loonaanpassing Prijsaanpassing Lasten FLO-overgangsrecht Brede doeluitkering Rampenbestrijding
4.440 2.486 -369
-
4.440 2.486 -369
Totaal mutatie bijdrage GBTP
6.557
-
6.557
*De bijstelling van de ijkpuntscores leidt alleen tot onderlinge verschuivingen tussen de bijdragen van gemeenten.
Pagina
10
3 Ontwikkelingen en risico’s 3.1
Bestuursagenda beleidsperiode 2024-2027 Voor de periode vanaf 2024 wordt de gewenste beleidsontwikkeling opgenomen in een Bestuursagenda VRU waarvan de bestuurlijke bespreking en besluitvorming in de eerste helft van 2023 plaatsvindt. De bestuursagenda voor de beleidsperiode 2024-2027 wordt vervolgens in maart 2023 voor de eerste keer behandeld. Daarna worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld om te reageren, zodat deze reacties kunnen worden meegenomen in de definitieve besluitvorming in juli 2023. Eventuele voorstellen voor nieuw of gewijzigd beleid die daaruit voortvloeien zullen op dat moment worden verwerkt in de ontwerp-begroting VRU 2024. In de voorliggende kadernota VRU 2024 zijn daarom alleen de (technische) ontwikkelingen van het financieel kader verwerkt die van invloed zijn op de hoogte van de gemeentelijke bijdragen voor het gezamenlijk basistakenpakket.
3.2
Concessievergoeding openbaar meldsysteem (OMS) De gefaseerde overgang naar de landelijke voorziening voor de ontvangst van meldingen van brandmeldinstallaties is nog niet volledig operationeel, omdat de landelijke voorziening nog niet stabiel functioneert. We hebben vanuit de drie veiligheidsregio's in Midden-Nederland en zes leveranciers gezamenlijk afgesproken dat we pas volledig overgaan op de landelijke voorziening als de doormelding van brandalarmen goed en stabiel functioneert. De intentie is om op 30 april 2024 naar de landelijke voorziening te zijn gemigreerd. De concessievergoeding is met ingang 2022 op nul gesteld, omdat hiervoor juridische grondslag ontbrak. Tijdens het algemeen bestuur van 29 maart 2021 is ingestemd met het instellen van het OMSfonds. Dit fonds voorkomt een stijging van de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket (GBTP) als gevolg van het wegvallen van de OMS-opbrengsten in de beleidsperiode 2020-2023. In de meerjarenraming van de vastgestelde begroting stijgt vervolgens de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket (GBTP) vanaf 2024 met € 1,1 miljoen. Bij zienswijzen op de begroting 2022 is door een aantal gemeenten gevraagd om het wegvallen van de OMS-opbrengsten structureel op te vangen binnen de begroting van de VRU.
In het algemeen bestuur is naar aanleiding daarvan afgesproken om in aanloop naar de nieuwe beleidsperiode de bestuurlijke afweging te maken of de daling van de OMS-opbrengsten vanaf 2024 via een bezuiniging moet worden opgevangen en zo ja, welke keuzes dit vergt in de taakuitvoering. Concrete voorstellen hiervoor worden voorbereid, zodat de bestuurlijke afweging in het voorjaar van 2023 gelijktijdig met de bestuursagenda voor de komende beleidsperiode (2024-2027) kan plaatsvinden. De uitkomst van deze afweging wordt verwerkt in de begroting 2024 die net als de bestuursagenda voor een zienswijze wordt voorgelegd aan de gemeenteraden alvorens deze wordt vastgesteld in juli 2023.
3.3
Omgevingswet Met de invoering van de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. De Omgevingswet bundelt en moderniseert de wetten voor de leefomgeving. Hierbij gaat het onder meer om wet- en regelgeving over bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. Met de komst van de omgevingswet worden we beter en eerder betrokken bij visievorming, planvorming en besluitvorming rondom omgevingsveiligheid om zo onze bijdrage te leveren aan een veilig ontwerp van de fysieke omgeving. We verwachten vooral veel investeringen in de kwaliteit en tijd bij het vooroverleg, dus vanaf het eerste moment dat er gesproken wordt over de (her)inrichting van de fysieke ruimten.
Pagina
11
Onderzoeksbureau Cebeon heeft de (financiële) gevolgen van de stelselherziening als gevolg van de Omgevingswet voor de veiligheidsregio’s in beeld gebracht. Op basis van het Cebeon-rapport kan geconcludeerd worden dat de VRU voor de invoering van de Omgevingswet nog te maken krijgt met incidentele kosten voor implementatie (personele en materiële kosten voor werkprocessen en digitale infrastructuur) en structurele kosten. Cebeon heeft een schatting gemaakt van de omvang van de kosten voor de Veiligheidsregio’s als gevolg van de stelselherziening Omgevingsrecht. Hun schatting is dat de implementatie van de stelselherziening voor alle veiligheidsregio’s samen € 20 tot € 30 miljoen gaat kosten, en dat de structurele gevolgen van de stelselherziening op € 15 tot € 20 miljoen neerkomen. Wij gaan er vooralsnog vanuit dat wij de incidentele kosten binnen onze begroting kunnen opvangen waarbij we gebruik maken van de incidentele middelen die eerder door het bestuur voor dit doel zijn toegekend. De structurele kosten voor de VRU worden nu globaal geschat op € 0,2 tot 0,5 miljoen euro. Deze kosten hebben met name betrekking op personeelskosten. Enerzijds door een nieuw type advies over de omgevingsvisie, -plannen en programma’s (kerninstrumenten).
Anderzijds zullen de kosten per advies stijgen, door toename van de tijdsbesteding aan meer complexe aanvragen en processen en doordat het benodigde kennisniveau (en daarmee de inschaling) van de medewerkers omhoog moet om deze complexe aanvragen te behandelen. Tussen het Rijk en de bestuurlijke partners zijn afspraken gemaakt over het monitoren en evalueren van de financiële gevolgen van de stelselherziening Omgevingswet. De inzet is dat de wet budgetneutraal kan worden ingevoerd, waarbij de minister heeft afgesproken op zoek te gaan naar oplossingen als uit de financiële evaluatie blijkt dat de invoeringskosten substantieel hoger zijn dan eerder voorzien. De invoering van de Omgevingswet is wederom uitgesteld. Het was de bedoeling dat de wet op 1 januari 2023 in zou gaan maar het rijk heeft nu als beoogde invoeringsdatum 1 juli 2023 aangekondigd. De verwachting is dat we vervolgens in de tweede helft van 2023 de eerste ervaringen op kunnen doen, en de effecten van de invoering duidelijker inzichtelijk zullen worden. De ontwikkelingen met betrekking tot de invoering van de omgevingswet worden nauwlettend gevolgd en de verwachte consequenties voor de VRU worden indien nodig bijgesteld bij de eerstvolgende kadernota en begroting van de VRU. Naast de invoering van de Omgevingswet speelt gelijktijdig de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb).
De gevolgen van de invoering van de Wkb lijken vooralsnog beperkt voor de VRU, omdat dit tot en met 2025 alleen meer toezicht op eenvoudige bouwwerken betreft.
3.4
Wijziging wet veiligheidsregio Het samenhangend stelsel van crisisbeheersing en brandweerzorg wordt geschetst door de Wet veiligheidsregio’s (Wvr). Het kabinet heeft in 2019 de Commissie Muller gevraagd de doeltreffendheid en de effecten van Wvr en onderliggende regelgeving in de praktijk te onderzoeken en te bezien of de huidige wet bruikbaar is in het licht van actuele en toekomstige dreigingen, maatschappelijke ontwikkelingen en ontwikkelingen in de crisisbeheersing in het algemeen. De (hoofd)conclusie van de commissie Muller luidt dat de crisisbeheersing en brandweerzorg in Nederland de afgelopen tien jaar sterk geprofessionaliseerd zijn. Daarbij functioneren in geval van lokale en regionale risico’s en crises de veiligheidsregio’s goed. Tegelijkertijd geeft de commissie aan dat Nederland niet goed is voorbereid op de rampen en crises van de toekomst. Hedendaagse crises zijn in toenemende mate complex, grensoverschrijdend en niet altijd plaatsgebonden. Dat geldt niet alleen voor grootschalige crises. Ook constateert de commissie dat bij interregionale, nationale en internationale risico’s en crises, waarbij samenwerking tussen regio’s, crisispartners en de rijkscrisisstructuur van belang is, een verbeterslag noodzakelijk is. Het kabinet heeft in haar standpunt op de wetsevaluatie aangekondigd om met behoud van het goede, zo spoedig
Pagina
12
mogelijk, te komen tot een toekomstbestendig, samenhangend stelsel voor de crisisbeheersing en brandweerzorg. Dit betekent dat de rol van de veiligheidsregio verandert. Nieuwe moderne crises vragen een ander optreden van de overheid en van de veiligheidsregio’s. Op basis van de evaluatie van de wet veiligheidsregio’s is een contourennota4 opgesteld die de grondslag zal zijn voor nieuwe en/of aangepaste wetgeving op het gebeid van crisisbeheersing, rampenbestrijding en brandweerzorg. Uit de contourennota blijkt dat de crisisbeheersing een gemeenschappelijke opgave vergt van de veiligheidsregio’s en haar netwerkpartners. Vanuit de veiligheidsregio’s is een gezamenlijke reactie op de contourennota geformuleerd. Op dit moment is nog niet duidelijk wat daaruit wordt overgenomen in de gewijzigde wet. Hierbij is onze inzet dat het rijk verantwoordelijk is voor de financiering van veranderingen in de taakuitvoering als gevolg van stelselwijzigingen in de wet.
3.5
Versterking Crisisbeheersing Op basis van de ervaringen tijdens corona- en asielcrisis is gebleken dat veiligheidsregio’s zich fors hebben moeten inspannen om tot een adequaat niveau van de crisisbestrijding te komen. Met het oog op rampen en crises van de toekomst, die zich kenmerken door toenemende complexiteit, grenzeloosheid en onvoorspelbaarheid, is het nodig om dit niveau te behouden en te versterken. Vanuit het rijk worden daarvoor structurele middelen via de rijksbijdrage toegekend, oplopend van € 46 miljoen in 2023 tot € 83 miljoen vanaf 2026. Deze middelen zijn bestemd voor de volgende doelen: Veiligheidsregio’s moeten beter in staat worden gesteld zich voor te bereiden op toekomstige (langdurige) rampen en crises door het fundament te versterken met voldoende capaciteit en te investeren in het netwerk, platform en de informatiefunctie. Daarnaast dient professionalisering plaats te vinden door te investeren in capaciteiten, onderzoek, opleiden, trainen en oefenen. Het zwaartepunt van de aanpak van recente en toekomstige crises bevindt zich op het bovenregionale landelijke en nationale niveau, daar dienen de veiligheidsregio’s, het Rijk en andere partners zich gezamenlijk beter op voor te bereiden. Hiertoe zal in flexibele netwerksamenwerking worden geïnvesteerd.
De bovenregionale en landelijke coördinatie op de voorbereiding en aanpak van crises vraagt inrichting van het Knooppunt Coördinatie Regio’s Rijk. Dit knooppunt biedt 24/7 landelijke ondersteuning in coördinatie en informatiemanagement tussen veiligheidsregio’s, Rijk en crisispartners. Een deel van deze middelen wordt landelijk ingezet en een deel wordt via de rijksbijdrage (BDUR) rechtstreeks toegekend aan de veiligheidsregio’s. In tabel 10 is de verdeling van de landelijke budgetten voor de versterking van de bovenregionale en landelijke crisisbeheersing opgenomen. Tabel 11 geeft inzicht wat hiervan het aandeel voor de VRU betreft. De besteding van de structurele extra financiële middelen zal verder worden uitgewerkt op basis van bestuurlijke afstemming tussen de veiligheidsregio’s, het Rijk en andere partners.
4 De contourennota is een nadere uitwerking van het kabinetsstandpunt en schetst op hoofdlijnen het
beoogde toekomstige stelsel van crisisbeheersing en van brandweerzorg (Kabinetsstandpunt Evaluatie Wet veiligheidsregio’s, 3 februari 2021, kst 29 517 nr 198.)
Pagina
13
Tabel 10: landelijke verdeling extra middelen voor versterking crisisbeheersing Bedragen x € 1 miljoen
Versterking crisisbeheersing landelijk
Doelen
2023
Toename 2024-2028
Eindbeeld structureel
Verdeel percentage
Verdeel sleutel
Veiligheidsregio's Vers terki ng cri s i s beheers i ng Informa tievoorzi eni ng per regi o Subtotaal naar veiligheidsregio's
23 13 36
19 10 29
42 23 65
50% 28% 78%
verdel i ng BDUR va s t bedra g per regi o
Landelijk Informa tievoorzi eni ng NIPV Informa tievoorzi eni ng ri jk KCR2 Subtotaal landelijk
5 1 5 10
4 1 4 8
8 2 8 18
10% 2% 10% 22%
va s t bedra g per regi o va s t bedra g per regi o va s t bedra g per regi o
Totaal landelijk
46
37
83
100%
Tabel 11: aandeel VRU verdeling extra middelen voor versterking crisisbeheersing Bedragen x € 1.000
Versterking crisisbeheersing aandeel VRU
Doelen
2023
Toename 2024-2028
Eindbeeld structureel
Verdeel percentage
Verdeel sleutel
Veiligheidsregio Utrecht (VRU) Vers terki ng cri s i s beheers i ng Informa ti evoorzi eni ng per regi o
1.334 516
1.073 416
2.408 928
6% 4%
verdel i ng BDUR va s t bedra g per regi o
Totaal aandeel VRU
1.850
1.489
3.336
10%
Wij verwachten bij de ontwerp-begroting 2024 en de actualisatie van de begroting 2023 (voorjaar 2023) de ophoging van de rijksbijdrage op basis van een beschikking te kunnen verwerken in de begroting, inclusief een voorstel voor de inzet van deze middelen voor de versterking van de crisisbeheersing. De toekenning van deze extra rijksbijdrage is taakgebonden en heeft daarmee geen effect op de hoogte van de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket (GBTP)5.
3.6
Toekomstbestendigheid brandweer en doorontwikkeling paraatheidsmodellen Het Veiligheidsberaad heeft een vervolg gegeven aan het dossier vrijwilligheid door het inrichten van de ‘stuurgroep toekomstbestendig brandweerstelsel’. Deze stuurgroep heeft twee opdrachten gekregen. De eerste opdracht is om voor het onderwerp ‘verplichtend karakter’ van de beschikbaarheid van brandweermedewerkers een implementatieplan uit te werken. De tweede opdracht van de stuurgroep is om te onderzoeken wat andere wenselijke thema’s zijn voor een toekomstbestendig brandweerstelsel. In deze aanvullende opdracht betrekt de stuurgroep ook relevante brandweerontwikkelingen, zoals slagkracht en paraatheid. Vanuit de VRU worden de uitkomsten van de nieuwe stuurgroep gevolgd en daar waar mogelijk actief meegedacht. Het verplicht aanbrengen van onderscheid tussen vrijwilligers en beroepspersoneel heeft consequenties voor de paraatheid van onze vrijwilligers. We mogen op basis van Europese wetgeving namelijk geen gebruik meer maken van roosters, piketten en kazernering van vrijwilligers. Een gevolg hiervan is dat de zekerheid van opkomst waarschijnlijk lager zal worden. 5 Bij de toekenning van de middelen is vanuit het rijk nadrukkelijk aangegeven dat het niet de bedoeling om dit
in te zetten op andere taakgebieden van de veiligheidsregio’s of de gemeentelijke bijdragen aan de veiligheidsregio’s te verlagen.
Pagina
14
Dit betekent dat we gaan nadenken over nieuwe paraatheidsmodellen en beleid gaan maken om te kunnen blijven voldoen aan de verplichte opkomsttijden. Het landelijke plan van aanpak voor het onderwerp ‘verplichtend karakter’ wordt in 2023 verwacht. Op het moment dat dit plan beschikbaar komt gaan we dit vertalen naar de specifieke situatie in onze regio. Hierbij is het uitgangspunt dat eventuele meerkosten door het rijk (als stelselverantwoordelijke) worden betaald.
3.7
Gebiedsgerichte opkomsttijden Op dit moment wordt landelijk nieuw beleid opgesteld met betrekking tot opkomsttijden en brandweerdekking. We gaan van objectgerichte opkomsttijden naar gebiedsgerichte opkomsttijden (GGO). Onderdeel van het systeem van GGO is dat er altijd 3 tankautospuiten binnen 15 minuten ter plaatse moeten kunnen zijn. Het nieuwe kader gebiedsgerichte opkomsttijden zorgt voor een eenduidige werkwijze en landelijke regels omtrent het minimumniveau van brandweerzorg. Medio 2022 heeft de minister van Justitie en Veiligheid aan de tweede kamer gemeld dat het besluit veiligheidsregio’s met betrekking tot de overgang naar gebiedsgerichte opkomsttijden spoedig wordt aangepast. Zodra de nieuwe systematiek van opkomsttijden in wetgeving is omgezet brengen we de effecten daarvan voor onze regio in kaart. Dit zal resulteren in een nieuw dekkingsplan volgens de landelijke systematiek. Dit plan wordt vervolgens bestuurlijk voorgelegd inclusief bestuurlijke keuzes en bijbehorende financiële consequenties. Hierbij is onze inzet dat het rijk verantwoordelijk is voor de financiering van veranderingen in de taakuitvoering als gevolg van stelselwijzigingen in de wet.
3.8
Proef verbeteren dekking Amersfoort Tot eind 2023 vindt een proef ter verbetering van de brandweerdekking in Amersfoort plaats. Deze proef richt zich specifiek op de brandweerdekking in Vathorst en de verdere uitbreiding ten noorden van de A1. De verbetering wordt gerealiseerd met een uitbreiding van beroepsbrandweerpersoneel. Na afronding van de pilot zal bestuurlijke besluitvorming plaatsvinden over de benodigde structurele oplossing. Dit kan op termijn leiden tot een verhoging van de bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket (GBTP). Gelijktijdig heeft de gemeente Amersfoort aangegeven dat zij het gebied waarin de huidige post Centrum ligt wil gaan herontwikkelen en dat deze post dus verplaatst moet worden. Omdat er nabij het centrum geen locatie te vinden is waar de activiteiten die nu in de post Centrum worden uitgevoerd gerealiseerd kunnen worden, wordt gezocht naar een locatie voor een nieuwe post Centrum met een repressieve functie en een andere locatie waarin de huidige overige activiteiten worden uitgevoerd (met name voertuigonderhoud).
Gegeven de huidige afspraken over de repressieve huisvesting (gebruik om niet) is de (her)huisvesting van de brandweerposten in Amersfoort een lokale aangelegenheid, waarbij het uitgangspunt is dat bij een verplaatsing van de huidige brandweerpost in het centrum in principe geen effect heeft op de beschikbare oppervlakte en functionaliteiten voor de VRU of de gemeentelijke bijdrage voor het basistakenpakket. De structurele oplossing voor de brandweerdekking in Amersfoort én de herlocatie van de huidige post Centrum wordt als mogelijk in samenhang met elkaar ontwikkeld. Hierbij wordt gestreefd naar een kostenefficiënte oplossing. Bij de actualisatie van de begroting VRU 2023 en de ontwerpbegroting VRU 2024 volgt een update over dit onderwerp.
3.9
Tweede loopbaanbeleid Sinds 1 januari 2006 is wettelijk vastgelegd dat manschappen hun bezwarende werk voor de duur van maximaal 20 jaar mogen uitoefenen. Daarna volgt hun ‘Tweede Loopbaan’.
Pagina
15
Binnen het Landelijk Overleg Arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio’s (LOAV) zijn tijdelijke afspraken gemaakt over het te voeren tweede loopbaanbeleid. Het akkoord komt er op neer dat brandweermensen die 15 jaar in een repressieve functie werken nu al een verzoek kunnen doen om na 20 jaar werkzaam te blijven in een repressieve brandweerfunctie. De universiteit van Maastricht doet een vierjarig onderzoek naar de duurzame inzetbaarheid van mensen in een repressieve brandweerfunctie. Na afronding van dit zogeheten Semfire-onderzoek wordt een definitieve nieuwe regeling voor het 2e loopbaanbeleid vastgesteld.
3.10
Cyberveiligheid Voortdurende aandacht voor cyberveiligheid wordt als gevolg van digitalisering steeds belangrijker en is voor de bescherming van vitale infrastructuur noodzakelijk vanwege de toenemende activiteit van statelijke en criminele actoren. Doordat de VRU meer in beeld is gekomen bij de diverse landelijke crises en hierin steeds zichtbaarder een cruciale rol heeft, is de VRU een aantrekkelijk doelwit geworden om met cyberaanvallen te blokkeren. Om aanvallen te voorkomen wordt met andere veiligheidsregio’s samengewerkt aan een gezamenlijke oplossing voor het inrichten van monitoring en support bij cyberaanvallen. Gezien de huidige dreiging en noodzaak voor een adequate bescherming van onze vitale infrastructuur kunnen we niet wachten op landelijke initiatieven. Dit betekent dat wij hierop vooruitlopend al starten met 24/7- monitoring en support via een externe service.
3.11
Huisvesting Op 8 november 2021 is in het algemeen bestuur (AB) de evaluatie repressieve huisvesting besproken. Het algemeen bestuur heeft daarbij enerzijds verzocht in samenwerking met de klankbordgroep gemeenten verder te werken aan verbeteringen in de huidige situatie van de repressieve huisvesting en anderzijds besloten in de aanloop naar de nieuwe beleidsperiode het bestuurlijke gesprek te voeren over de wenselijkheid van een onderzoek naar de verschillende scenario’s om de huisvesting van de VRU te organiseren. Op 4 juli 2022 heeft het algemeen bestuur de opdrachtformulering ‘Huisvesting VRU’ vastgesteld, waarin opdracht is gegeven om de huidige situatie en scenario’s voor de toekomstige organisatie van de huisvesting van de VRU in kaart te brengen. Voor de verkenning zijn de volgende bestuurlijke uitgangspunten vastgesteld: Visie op huisvesting is toekomstbestendig. Het sociaal kapitaal en de maatschappelijke waarden van de VRU (en de gemeenten) in de lokale samenleving worden meegenomen. Huisvesting is ondersteunend aan de taakuitvoering. Evenredige verdeling van de huisvestingslasten. Gemeenten en VRU werken in gezamenlijkheid aan het uitvoeren van de opdracht met als resultaat dat de huidige situatie en mogelijke toekomstscenario's in beeld zijn gebracht, waarna het algemeen bestuur een besluit kan nemen om enkele scenario's verdiepend te onderzoeken.
Uiteindelijk wordt toegewerkt naar een bestuurlijk voorstel waarin scenario’s zijn uitgewerkt voor de organisatie van de huisvesting. Hierbij zal naast de inhoudelijke onderbouwing aandacht zijn voor financiële effecten, gemeentelijke (herverdeel-)effecten, risico’s en mogelijke beheersmaatregelen.
Pagina
16
4 Bijdrage gezamenlijk basistakenpakket In de onderstaande tabel is de ontwikkeling van de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket (GBTP) in 2024 opgenomen op basis van de mutaties in het financiële kader (zie hoofdstuk 2). Tabel 12: mutaties gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket (GBTP) Bedragen x € 1.000
Gemeente
Mutaties 2024 Totaal Bijdrage GBTP Mutatie Mutatie Structurele Bijstelling Loon-en Mutaties Bijdrage GBTP begroting VRU CAO-loonaanp. concessieverg. basis begroting ijkpuntscores prijsaanpassing ontwikkelingen kadernota VRU 2023 2023 (inc.) 2023 (inc.) 2024 gemeentefonds (inclusief BDuR) en risico's 2024
Amersfoort Baarn Bunnik Bunschoten De Bilt De Ronde Venen Eemnes Houten IJsselstein Leusden Lopik Montfoort Nieuwegein Oudewater Renswoude Rhenen Soest Stichtse Vecht Utrecht Utrechtse Heuvelrug Veenendaal Vijfheerenlanden Wijk bij Duurstede Woerden Woudenberg Zeist
10.189 1.587 967 1.162 2.713 2.697 583 2.409 1.775 1.684 897 838 3.884 599 369 1.188 2.750 3.951 28.741 3.161 3.302 3.580 1.438 3.092 721 4.212
23 3 2 3 6 6 1 6 4 4 2 2 9 1 1 3 6 9 68 7 9 7 3 7 2 9
118 18 11 13 31 31 7 32 21 20 10 9 47 7 4 14 31 44 353 35 48 39 16 36 8 48
10.330 1.609 981 1.178 2.750 2.734 590 2.448 1.800 1.708 909 849 3.940 607 373 1.204 2.787 4.004 29.162 3.203 3.359 3.626 1.458 3.135 731 4.269
135 119 13 13 159 62 20 2 4 2 -54 8 -2 29 -12 20 172 203 -1.416 165 1 8 87 102 34 125
371 116 74 81 237 253 43 256 137 206 52 58 99 42 21 93 176 341 2.673 286 203 150 130 221 56 180
-
10.837 1.844 1.068 1.272 3.146 3.049 653 2.706 1.941 1.916 907 915 4.038 678 382 1.317 3.135 4.548 30.419 3.654 3.563 3.784 1.675 3.458 821 4.575
Totaal
88.489
203
1.052
89.744
-
6.557
-
96.301
Pagina
17
In tabel 13 is de ontwikkeling van de totale gemeentelijke bijdrage op het gezamenlijk basistakenpakket (GBTP) nader toegelicht. Tabel 13: ontwikkeling gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket Bedragen x € 1.000
Ontwikkeling bijdrage GBTP
Structureel
Incidenteel
Totaal
Bijdrage GBTP vastgestelde begroting VRU 2023 Mutaties in meerjarenraming Mutatie loonaanpassing CAO (wegvallen incidentele dekking 2023) Mutatie concessievergoeding OMS (wegvallen incidentele dekking 2023) Structurele basis 2024 vastgestelde begroting VRU 2023
89.744
-1.255
88.489
89.744
203 1.052 -
203 1.052 89.744
Mutaties financieel kader 2024 (hoofdstuk 2) Mutaties ontwikkelingen en risico's 2024 (hoofdstuk 3) Totaal mutatie kadernota VRU 2024
6.557 6.557
-
6.557 6.557
Bijdrage GBTP kadernota 2024
96.301
-
96.301
De mutaties in de meerjarenraming vloeien voort uit besluiten die zijn genomen bij de vaststelling van de begroting 2022 (concessievergoeding OMS) en 2023 (doorwerking loonaanpassing CAO). De mutaties in het financieel kader hebben betrekking op de technische actualisatie van de loon- en prijscompensatie en de BDuR.
Pagina
18
5 Vergoeding individueel gemeentelijk pluspakket In tabel 14 is per gemeente de ontwikkeling van de vergoeding voor het gemeentelijk pluspakket (IGPP) opgenomen. Vanaf 2018 zijn de taakuitvoeringsovereenkomsten (TUO’s) afgesloten voor onbepaalde tijd. Voor 2024 gaan we daarom uit van voortzetting van de plustaken. De vergoedingen voor 2024 kunnen nog veranderen als er tussentijds nog wijzigingen in de TUO’s worden doorgevoerd. Tabel 14: ontwikkeling vergoeding voor het individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) Bedragen x € 1.000
Vergoeding IGPP begroting VRU 2023
Mutatie TUO incl. loon- & prijsaanpassing 2023
Mutatie TUO incl. loon- & prijsaanpassing 2024
Vergoeding IGPP kadernota VRU 2024
Amersfoort Baarn Bunnik Bunschoten De Bilt De Ronde Venen Eemnes Houten IJsselstein Leusden Lopik Montfoort Nieuwegein Nog toe te rekenen Oudewater Renswoude Rhenen Soest Stichtse Vecht Utrecht Utrechtse Heuvelrug Veenendaal Vijfheerenlanden Wijk bij Duurstede Woerden Woudenberg Zeist *
473 25 20 40 63 16 20 79 1.021 102 71 164 84 144 937
21 1 0 1 1 1 1 3 38 1 2 1 0 6 110
13 1 1 1 -1 -0 1 3 33 0 -3 1 -1 4 27
507 27 21 43 63 17 21 85 1.091 104 70 166 83 155 1.073
Totaal
3.259
187
79
3.526
Gemeente
* De indexatiemethodiek van het maatwerkpakket (met betrekking tot de erfpachtovereenkomst) van de gemeente Zeist wijkt voor 2023 af van de systematiek van algemene prijsaanpassing die de VRU hanteert (paragraaf 2.3). Dit verklaart de relatief grotere mutatie voor 2023 voor de gemeente Zeist. Voor 2024 is vooralsnog uitgegaan van de algemene prijsaanpassing, omdat het specifieke indexcijfer voor dit jaar nog niet beschikbaar is.
Pagina
19
6 Bijlagen 6.1
Bijlage 1: Uitkering gemeentefonds, onderdeel B&R In onderstaande tabel zijn de bedragen opgenomen die de gemeenten in het gemeentefonds ontvangen voor het onderdeel Brandweer en Rampenbestrijding. De bedragen voor 2022-2024 zijn gebaseerd op de septembercirculaire gemeentefonds 2022 (SC 2022). Tabel 15: bedragen GF onderdeel Brandweer en Rampenbestrijding per gemeente Bedragen x € 1.000
Gemeente
Bedrag subcluster Brandweer en Rampenbestrijding 2021 2022 2022 2023 2024 (SC 2021) (SC 2021) (SC 2022) (SC 2022) (SC 2022)
Amersfoort Baarn Bunnik Bunschoten De Bilt De Ronde Venen Eemnes Houten IJsselstein Leusden Lopik Montfoort Nieuwegein Oudewater Renswoude Rhenen Soest Stichtse Vecht Utrecht (gemeente) Utrechtse Heuvelrug Veenendaal Vijfheerenlanden Wijk bij Duurstede Woerden Woudenberg Zeist
11.266 1.724 1.056 1.277 2.915 2.951 622 3.055 2.011 1.901 953 888 4.515 633 387 1.320 2.978 4.233 33.624 3.348 4.549 3.692 1.528 3.412 770 4.563
11.752 1.799 1.101 1.332 3.041 3.078 649 3.187 2.098 1.984 993 926 4.710 660 403 1.376 3.108 4.416 35.058 3.494 4.745 3.851 1.593 3.559 804 4.761
12.388 1.862 1.151 1.401 3.162 3.217 669 3.337 2.187 2.070 1.033 965 4.992 685 420 1.428 3.279 4.565 37.116 3.621 5.001 4.057 1.659 3.699 848 4.944
12.940 2.126 1.207 1.463 3.518 3.422 728 3.586 2.491 2.252 982 1.005 5.020 752 412 1.523 3.619 5.059 35.799 4.002 5.187 4.139 1.844 4.011 917 5.329
13.642 2.242 1.273 1.543 3.709 3.608 768 3.781 2.626 2.374 1.035 1.060 5.293 793 435 1.605 3.815 5.334 37.744 4.219 5.469 4.364 1.944 4.229 967 5.618
Totaal
100.172
104.478
109.756
113.333
119.490
De stand in de septembercirculaire 2022 voor het uitkeringsjaar 2022 is circa 5,1% hoger in vergelijking met de stand in de septembercirculaire 2021. Dit is de optelsom van een hogere algemene bijdrage (accres) vanwege hogere Rijksuitgaven en de ontwikkeling van de basisgegevens van kostenverklarende maatstaven. Voor 2023 en 2024 is een stijging van de objectieve budgetten van respectievelijk 3,3% en 5,4% voorzien. In deze ontwikkeling is rekening gehouden met de gevolgen van de herijking van het gemeentefonds en ontwikkeling van het gemeentefonds voor een hoger geraamde algemene bijdrage (accres). Opgemerkt wordt dat de begroting van gemeenten ten aanzien van de brandweer en rampenbestrijding naast de bijdrage aan de VRU ook bestaat uit andere kosten zoals de huisvestingskosten voor de brandweerposten (voor zover dit niet via het individueel gemeentelijk pluspakket bij de VRU wordt afgenomen), de kosten voor de gemeentelijke crisisbeheersing en de bluswatervoorziening.
Pagina
20
6.2
Bijlage 2: Meerjarenraming bijdragen en vergoedingen 2024-2027 Tabel 16: bijdragen en vergoedingen 2024-2027 per gemeente Bedragen x € 1.000
Gemeente
GBTP 2024
IGPP 2024
Bijdrage 2024
GBTP 2025
IGPP 2025
Bijdrage 2025
GBTP 2026
IGPP 2026
Bijdrage 2026
GBTP 2027
IGPP 2027
Bijdrage 2027
Amersfoort Baarn Bunnik Bunschoten De Bilt De Ronde Venen Eemnes Houten IJsselstein Leusden Lopik Montfoort Nieuwegein Oudewater Renswoude Rhenen Soest Stichtse Vecht Utrecht Utrechtse Heuvelrug Veenendaal Vijfheerenlanden Wijk bij Duurstede Woerden Woudenberg Zeist
10.837 1.844 1.068 1.272 3.146 3.049 653 2.706 1.941 1.916 907 915 4.038 678 382 1.317 3.135 4.548 30.419 3.654 3.563 3.784 1.675 3.458 821 4.575
507 27 21 43 63 17 21 85 1.091 104 70 166 83 155 1.073
11.344 1.870 1.068 1.293 3.146 3.049 697 2.769 1.958 1.916 907 915 4.038 699 382 1.317 3.220 4.548 31.511 3.758 3.632 3.950 1.758 3.612 821 5.648
10.837 1.844 1.068 1.272 3.146 3.049 653 2.706 1.941 1.916 907 915 4.038 678 382 1.317 3.135 4.548 30.419 3.654 3.563 3.784 1.675 3.458 821 4.575
507 27 21 43 62 17 21 85 690 102 62 166 82 155 1.073
11.344 1.870 1.068 1.293 3.146 3.049 697 2.768 1.958 1.916 907 915 4.038 699 382 1.317 3.220 4.548 31.109 3.756 3.624 3.950 1.757 3.612 821 5.648
10.837 1.844 1.068 1.272 3.146 3.049 653 2.706 1.941 1.916 907 915 4.038 678 382 1.317 3.135 4.548 30.419 3.654 3.563 3.784 1.675 3.458 821 4.575
507 27 21 43 61 17 21 85 690 101 62 166 81 155 1.073
11.344 1.870 1.068 1.293 3.146 3.049 697 2.767 1.958 1.916 907 915 4.038 699 382 1.317 3.220 4.548 31.109 3.755 3.624 3.950 1.756 3.612 821 5.648
10.837 1.844 1.068 1.272 3.146 3.049 653 2.706 1.941 1.916 907 915 4.038 678 382 1.317 3.135 4.548 30.419 3.654 3.563 3.784 1.675 3.458 821 4.575
507 27 21 43 61 17 21 85 690 100 62 166 80 155 1.073
11.344 1.870 1.068 1.293 3.146 3.049 697 2.767 1.958 1.916 907 915 4.038 699 382 1.317 3.220 4.548 31.109 3.754 3.624 3.950 1.754 3.612 821 5.648
Totaal
96.301
3.526
99.827
96.301
3.113
99.414
96.301
3.110
99.411
96.301
3.107
99.408
Pagina
21