503223 Principeverzoek Oude Utrechtseweg 4A - Paaskerk bijlage 3 Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
4.8.
Bedrijven en milieuzonering Algemeen In planologische procedures waarin de vestiging van woningen in de nabijheid van bedrijven mogelijk wordt gemaakt, moet rekening worden gehouden met ruimtelijk relevante milieuhygienische aspecten van die bedrijven. In het bestemmingsplan staat het begrip "een goede ruimtelijke ordening" centraal. Ook het milieubeleid beoogt handhaving en bevordering van een goede kwaliteit van het leefmilieu. Om dit te realiseren wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. Milieuzonering zorgt voor een voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) in ruimtelijke plannen en heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen: 'zware' bedrijven zullen verder van gevoelige bestemmingen worden gesitueerd dan 'lichte' bedrijven. Milieuzonering heeft met name betrekking op milieuaspecten die een ruimtelijke dimensie hebben, te weten geur, stof, geluid en gevaar. Een belangrijk hulpmiddel om hiermee rekening te houden is de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering', die voor het eerst in 1986 verscheen en voor het laatst in 2009 geactualiseerd.
In deze brochure is een omvangrijke lijst van bedrijven opgenomen, waarin per bedrijf voor een aantal aspecten de mate van ruimtelijk relevante hinderlijkheid is weergegeven. Voor dit bestemmingsplan zijn de richtafstandenlijst en omgevingstypen belangrijkste bouwstenen van milieuzonering: richtafstandenlijst In de richtafstandenlijst zijn bedrijven op grond van hun potentiële milieubelasting ingedeeld in zes categorieën. De categorie 1 staat voor de laagste potentiële milieubelastingen en de categorie 6 staat voor de hoogste potentiële milieubelasting. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat
Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Oude Utrechtseweg 4a
27
uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. Bij activiteiten met ruimtelijk duidelijk te onderscheiden deelactiviteiten (zoals productie, opslag, kantoren, parkeerterreinen) kunnen deze deelactiviteiten desgewenst als afzonderlijk te zoneren activiteiten worden beschouwd, bijvoorbeeld bij ligging van de activiteit binnen zones met een verschillende milieucategorie. omgevingstype Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten, is onder meer afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is ingericht volgens het principe van de functiescheiding: afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor; langs de randen is weinig verstoring door verkeer. Wanneer sprake is van het omgevingstype gemengd gebied kunnen de richtafstanden tussen milieubelastende functies en richtafstanden met één afstandsstap verlaagd worden, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Het plangebied ligt in een omgeving die gelet op het karakter is aan te merken als 'gemengd gebied'.
Op grond van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' is er sprake een gemengd gebied als er verschillende milieubelastende bestemmingen in de (directe) omgeving van het plangebied zijn gesitueerd. Om deze reden kunnen kortere afstanden worden aangehouden tussen woningen en bedrijven ten opzichte van een rustige woonwijk. Gelet op de aanwezigheid van de kerk op het belendende perceel is om te bepalen of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de toekomstige bewoners onderzoek5 uitgevoerd met als doel om vast te stellen of er mogelijk hinder ontstaat voor de toekomstige bewoners in het plan. In de Paaskerk wordt alleen onversterkte muziek ten gehore gebracht tijdens kerkdiensten, koren en concerten. Het ten gehore brengen van onversterkte muziek is uitgesloten van toetsing in het Activiteitenbesluit (zie paragraaf 2.3). In de APV van Baarn is voor onversterkte muziek een apart toetsingskader gegeven. Daarom is het ten gehore brengen van onversterkte muziek apart getoetst van de andere activiteit, parkeren. Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,Ltt Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidbelasting vanwege het parkeren van personenauto's op het parkeerterrein voldoet aan de grenswaarden van 50 en 45 dB(A) voor respectievelijk de dag- en avondperiode uit het Activiteitenbesluit.
De hoogst berekende waarde bedraagt ten hoogste 32 dB(A) in de dag- en 34 dB(A) in de avondperiode.
5
LBPSIGHT, Ontwikkelingsplan Paaskerk in Baarn Akoestisch onderzoek, R073423ab.194CC0K.dvNieuwegein, 2 mei 2019
Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Oude Utrechtseweg 4a
28
De geluidbelasting vanwege onversterkte muziek bedraagt ten hoogste 35 dB(A) in zowel de dag- als avondperiode. Hiermee wordt voldaan aan de grenswaarden van 50 en 45 dB(A) voor respectievelijk de dag- en avondperiode zoals opgenomen in de APV. De APV schrijft niet voor dat een straftoeslag van 10 dB toegepast moet worden. Echter, ook inclusief deze straftoeslag wordt voldaan aan de grenswaarden. Maximale geluidniveaus LAmax De maximale geluidniveaus door het dichtslaan van portieren bedragen ten hoogste 73 dB(A) in zowel de dag- als de avondperiode. De grenswaarden van 70 en 65 dB(A) voor de dag- en avondperiode worden hiermee overschreden. De volgende principemaatregelen zijn mogelijk: Afscherming Afschermende maatregelen zijn in dit geval niet mogelijk aangezien de bewoners van de nieuwbouw gebruik maken van het parkeerterrein van de kerk om de nieuwbouw te bereiken. Vermijden delen van het parkeerterrein voor parkeerdoeleinden Wanneer het deel nabij de nieuwbouw niet meer gebruikt wordt als parkeerterrein voor de bezoekers van de kerk worden de overschrijdingen vermeden. Dit heeft echter gevolgen voor het aantal parkeerplekken voor de kerk op het parkeerterrein. Maatwerkvoorschrift Door een maatwerkvoorschrift kunnen de geluidpieken vanwege de personenauto’s op het parkeerterrein uitgesloten worden van toetsing.
Hiervoor kunnen de volgende motivaties gehanteerd worden: de bewoners maken zelf gebruik van de parkeerplaats als route naar woningen. De kans dat de bewoners zelf ook dergelijke geluidpieken veroorzaken is aanwezig. Dit is afhankelijk van waar en op welke wijze deze bewoners parkeren; het gaat om een beperkt aantal parkeerplaatsen nabij de nieuwbouw en ook om slechts enkele auto’s per etmaal die de geluidpieken veroorzaken; het dichtslaan van portieren is een bekend en geaccepteerd geluid in een stedelijke omgeving. De kans dat daadwerkelijk hinder ondervonden wordt van deze geluidpieken is klein. Zeker gezien de verwachte aantallen. Het gebruik van het parkeerterrein als overpad voor de bewoners van de nieuwbouw biedt voldoende aanleiding de geluidpieken vanwege de personenauto's op het parkeerterrein uit te sluiten van toetsing. Gezien de rekenresultaten is de kans op hinder vanwege de activiteiten in en rondom de kerk klein. Conclusie Uit het oogpunt van milieuzonering zijn er –als een maatwerkvoorschrift voor het gebruik van het parkeerterrein wordt vastgesteld- geen belemmeringen voor de planontwikkeling.
4.9.
Vormvrije mer-beoordeling Het is niet nodig om voor alle nieuwe activiteiten een mer-procedure te volgen. De verplichting voor een mer-procedure ontstaat als de voorgenomen activiteit is vermeld in bijlage C van het
Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Oude Utrechtseweg 4a
29
Besluit mer, de activiteit daarbij in omvang minimaal gelijk is aan de daarbij vermelde drempelwaarden en de activiteit mogelijk wordt gemaakt in één van de in het Besluit mer aangewezen wettelijke plannen of besluiten. Daarnaast kan een activiteit mer-beoordelingsplichtig zijn op basis van het Besluit mer. Dit is het geval wanneer de voorgenomen activiteit is vermeld in bijlage D van het Besluit mer, de activiteit minimaal gelijk is aan de vermelde drempelwaarden en de activiteit mogelijk wordt gemaakt in de aangewezen plannen of besluiten. Voor plannen geldt overigens al een directe planmer-plicht wanneer het plan een kader vormt voor activiteiten uit bijlage D van besluit mer die de (indicatieve) drempelwaarden overschrijden. Voor activiteiten ónder de drempelwaarde van bijlage D, bestaat sinds de wijziging van het Besluit mer van 1 april 2011 de verplichting tot een zogenaamde vormvrije mer-beoordeling. Het project omvat sloop van bestaande bebouwing en de realisatie van 8 woningen. Daarmee is het project significant kleiner dan het aantal van 2000 woningen genoemd in de D-lijst van het Besluit mer. Bovendien zijn in de directe omgeving van het plangebied geen andere projecten bekend die gelijktijdig in ontwikkeling worden genomen. Versterking van eventuele effecten worden derhalve niet verwacht.
De consequentie van deze regeling is dat in elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst aandacht moet worden besteed aan mer. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die beneden de drempelwaarden vallen uit de D-lijst, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de merregelgeving, wordt de term vormvrije mer-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije merbeoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen mer(-beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een merbeoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor mer De in dit hoofdstuk beschreven onderzoeksresultaten voldoen niet alleen aan de onderzoeksverplichting van het Besluit ruimtelijke ordening, maar kunnen ook worden opgevat als de vormvrije mer-beoordeling. Het in de voorgaande paragrafen beschreven onderzoek naar milieuaspecten geeft aan dat belangrijke nadelige milieugevolgen, als gevolg van de in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen, zijn uitgesloten. Geconcludeerd kan worden dat er geen mer(-beoordeling) noodzakelijk is.
4.10. Duurzaamheid Bij het vaststellen van de Visie Wonen 2016 is raadsbreed een amendement aangenomen waarin aan het college van burgemeester en wethouders wordt verzocht om in te zetten op de ontwikkeling van energieneutrale woningen. Op grond van dit amendement dient voor alle nieuwbouwwoningen, zowel particulier als van de corporaties, te worden gestreefd naar een EPC van 0,2 en dienen daarbij alle maatregelen te worden ingezet die binnen de wettelijke ka-
Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Oude Utrechtseweg 4a
30
ders mogelijk zijn. Op grond van constante jurisprudentie heeft de regeling in afdeling 5.1 van het Bouwbesluit 2012, waarin regels zijn neergelegd over energiezuinigheid die bij de bouw van woningen in acht moeten worden genomen, volgens de Afdeling Bestuursrechtsspraak een uitputtend karakter, zodat geen ruimte bestaat in het bestemmingsplan / bij verlening van de omgevingsvergunning op dit punt een nadere regeling te treffen. Vanaf 1 januari 2021 gelden er nieuwe energieprestatie-eisen voor nieuwbouw. In de plaats van de EPC gelden er nieuwe energieprestatie-eisen voor nieuwbouw: 'bijna energieneutrale gebouwen' (BENG). De BENG-eisen zijn een aanscherping ten opzichte van de EPC. In BENG wordt de energieprestatie van een gebouw uitgedrukt met drie indicatoren: BENG 1 Energiebehoefte: de hoeveelheid energie die een gebouw nodig heeft voor verwarming en koeling uitgedrukt in kWh per m² gebruiksoppervlakte per jaar. Deze indicator gaat over het beperken van de energievraag van het gebouw zelf. Aandachtspunten: stedenbouwkundig ontwerp, oriëntatie, compact ontwerp, schilisolatie, luchtdichtheid, zomernachtventilatie, ventilatiesysteem en zonwering. BENG 2 Primair energiegebruik: de hoeveelheid fossiele brandstof in kWh per m2 gebruiksoppervlakte per jaar die nodig is voor verwarming, koeling, warm water en installaties.
Let op: voor netstroom wordt het rendement van elektriciteitsproductie verrekend. Aandachtspunten: effi te installaties, warmteafgifte op lage temperatuur, warmwater met korte leidingen en warmteterugwinning en toepassing van hernieuwbare energie (ook BENG 3). BENG 3 Aandeel hernieuwbare energie: het percentage (in procenten) hernieuwbare energie van het totale energiegebruik. Aandachtspunten: toepassing van PV, zonneboiler, bodemenergie, omgevingswarmte, biomassa en externe warmtelevering (mits hernieuwbaar). Uit een BENG-beoordeling van het woningbouwontwerp blijkt dat wordt voldaan aan de gestelde eisen conform Bouwbesluit 2012.
Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Oude Utrechtseweg 4a
31
5.
Uitvoerbaarheid
5.1.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Op grond van artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) is op de voorbereiding van een omgevingsvergunning die wordt verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3, van de wet is artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) van overeenkomstige toepassing. Artikel 3.1.1 van het Bro bepaalt dat het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan daarbij overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen, die in het bestemmingsplan in het geding zijn. Binnengekomen vooroverlegreacties worden deze te zijner tijd samengevat en beantwoord in deze paragraaf. In het kader van de buurtparticipatie zal een bijeenkomst in de Paaskerk worden georganiseerd. Hiervoor worden de directe omwonende uitgenodigd. Daarnaast zal de initiatiefnemer langs gaan bij direct omwonenden en hen persoonlijk de beoogde planontwikkeling toelichten. Een verslag van de buurtparticipatie zal te zijner tijd in deze paragraaf worden opgenomen.
5.2.
Economische uitvoerbaarheid Conform artikel 6.12, lid 1 Wro dient de gemeenteraad een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop een bouwplan gerealiseerd wordt. Volgens artikel 6.2.1. van het Bro wordt hier in ieder geval de bouw van één of meerdere hoofdgebouwen onder verstaan. Voor de ontwikkeling van het plangebied dient derhalve in principe een exploitatieplan te worden vastgesteld. Conform artikel 6.12, lid 2 Wro kan de gemeenteraad besluiten om geen exploitatieplan vast te stellen indien het verhaal van de kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluiten begrepen gronden anderszins verzekerd is. De initiatiefnemers en de gemeente Baarn zullen een anterieure overeenkomst sluiten, waarmee voldaan wordt aan artikel 6.12, lid 2 Wro. Derhalve is het niet noodzakelijk om een exploitatieplan conform artikel 6.12, lid 1 Wro vast te stellen. In de anterieure overeenkomst worden tevens afspraken vastgelegd betreffende eventuele planschade. Op deze wijze is de financiële haalbaarheid van het plan gegarandeerd.
Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Oude Utrechtseweg 4a
32
6.
Conclusie Het zalencentrum Het Brandpunt zal worden gesloopt. Het te handhaven deel zal worden verbouwd ten behoeve van activiteiten van de Paaskerk. De vrijkomende locatie is met name door de ligging achter bestaande woningen en met het oog op het woon- en leefklimaat van de bewoners daarvan met name geschikt voor woningbouw. Gelet op de ligging aan de rand van het centrum heeft een invulling met woningen die geschikt zijn voor senioren daarbij de voorkeur. Derhalve worden drie levensloopbestendige woningen gebouwd. Het woningbouwprogramma en architectuur, en de maatvoering van de woningen sluiten aan bij de bestaande stedenbouwkundige opzet van de omgeving. Het binnengebied wordt openbaar toegankelijk. Uit de uitgevoerde (milieu)onderzoeken zijn geen belemmeringen naar voren gekomen, die deze ontwikkeling in de weg staan. De ontwikkeling past eveneens in het gemeentelijk beleid, om door middel van inbreiding woningen mogelijk te maken. In ruimtelijk-functioneel opzicht zijn er derhalve geen belemmeringen voor de realisatie van de woning.
Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Baarn - Oude Utrechtseweg 4a