487350 Vierde wijziging APV Baarn 2019 bijlage 3 Raadsbesluit vierde Wijziging Algemene Plaatselijke 2019
Tekst van het document
Raadsbesluit vierde wijziging Algemene plaatselijke verordening Baarn 2019 Besluit van de raad van de gemeente Baarn tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Baarn 2019 De raad van de gemeente Baarn; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 4 oktober 2022; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 25e van de Alcoholwet; besluit: Artikel I De Algemene plaatselijke verordening Baarn 2019 wordt als volgt gewijzigd: A Na artikel 2:34c wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende: Artikel 2:34d Proeverijen in slijtlokaliteiten 1. Slijtersbedrijven zijn vrijgesteld van het in artikel 3, eerste lid, en het in artikel 14, eerste lid, van de Alcoholwet vervatte verbod, ten behoeve van het tegen betaling organiseren van een proeverij in hun slijtlokaliteit. 2. De vrijstelling geldt buiten de dagen en tijden dat de slijtlokaliteit bij of krachtens de Winkeltijdenwet regulier is opengesteld. B In artikel 2:60, eerste lid en artikel 5:12, eerste lid, wordt ‘opheffing’ vervangen door ‘beëindiging’. C Artikel 2:65 komt te luiden: Artikel 2:65 Bedelarij Het is verboden op een openbare plaats overlast te veroorzaken door te bedelen om geld of andere zaken. D Artikel 5:6, eerste lid, onder a, komt te luiden: a.
langer dan op drie achtereenvolgende dagen, hetzij op één plaats hetzij met enige verandering
van plaats, te plaatsen of te hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar het oordeel van het college buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente;
E Artikel 5:10 vervalt. Artikel II
Dit besluit treedt in werking op 27 december 2022. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 23 november 2022. De voorzitter,
De griffier,
Toelichting Algemeen In de Algemene Plaatselijke Verordening Baarn 2019 wordt een aantal wijzigingen aangebracht. Artikelsgewijs Artikel I, onderdeel A Het is voor slijters verboden in hun slijterij een proeverij te organiseren. Het is alleen toegestaan de klant te laten proeven indien hij daarom verzoekt en dat proeven moet bovendien gratis zijn (artikel 13, tweede lid, van de Alcoholwet). Artikel 25e van de Alcoholwet maakt het mogelijk om bij verordening vrijstelling te verlenen van dit verbod, zodat betaalde proeverijen in slijtlokaliteiten zijn toegestaan. Deze vrijstelling geldt voor alle slijters in de gemeente. Het nieuwe artikel 2:34d voorziet in die vrijstelling. De voorwaarden waaraan een proeverij moet voldoen staan in artikel 6.1 van het Alcoholbesluit. Zo mogen maximaal één proeverij per dag en maximaal drie proeverijen per week worden gegeven. Artikel I, onderdeel B In de artikelen 2:60, eerste lid, en 5:12, eerste lid, wordt ‘opheffing van overlast’ door ‘beëindiging van overlast’ vervangen. Artikel I, onderdeel C Aan artikel 2:65, het bedelverbod, wordt toegevoegd dat bedelen enkel verboden is indien dit gepaard gaat met overlast.
Aanleiding is een uitspraak van het Europese Hof van de Rechten van de Mens, waarin deze oordeelt dat de menselijke waardigheid wordt aangetast als iemand niet beschikt over voldoende bestaansmiddelen en dat deze beschermd wordt door artikel 8 EVRM (het recht op de eerbiediging van het privéleven). Dit recht kan op grond van artikel 8, tweede lid, EVRM beperkt worden, mits deze beperking een legitiem doel dient, een wettelijke basis heeft en noodzakelijk is voor de democratische samenleving. De laatste voorwaarde vereist een afweging van de belangen van het individu en die van de maatschappij. Veiligheidshalve wordt daarom het veroorzaken van overlast aan het verbod toegevoegd, daarmee kan door de politie in specifieke situaties de afweging worden gemaakt of het nodig is om in te grijpen bij het bedelen of niet. Artikel I, onderdeel D In artikel 5:6 is geregeld dat kampeermiddelen niet langer dan drie dagen aan de weg mochten staan. Er bestond enige onduidelijkheid over of het dan toegestaan was om een kampeermiddel drie dagen ergens te parkeren en hem vervolgens één parkeervak op te schuiven, en na drie dagen weer en opnieuw. Om te voorkomen dat de indruk gewekt zou kunnen worden dat dit toegestaan is wordt nu de zinsnede: ‘hetzij op één plaats hetzij met enige verandering van plaats,’ toegevoegd.
Zo is het duidelijk dat het verplaatsen van een kampeermiddel niet een manier is om onder het verbod uit artikel 5:6 uit te komen. In de praktijk lopen de handhavers regelmatig tegen dit probleem aan, door de bovengenoemde zinsnede toe te voegen kan beter gehandhaafd worden op parkeerexcessen door kampeermiddelen. Artikel I, onderdeel E Artikel 5:10 van de APV over het verbod om te parkeren anders dan op de rijbaan vervalt. Zowel het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) als het ministerie van Verkeer en Waterstaat vinden dat de bepaling in strijd is met hogere regelgeving, namelijk artikel 10 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). In verband hiermee is feitelijke handhaving/strafbaarstelling onmogelijk en kan de bepaling dus vervallen.