479618 Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2023-2025 bijlage 2 Indexering begroting 2023
Tekst van het document
Indexering begroting 2023 versus indexering voorgaande jaren. Hoogte van de indexering en wijze van indexering Tot 2020 werden de werkbudgetten geïndexeerd op basis van de prijsindex materiele overheidsconsumptie (IMOC). Vanaf 2021 is voor indexatie de consumentenprijsindex gehanteerd. De afgelopen drie jaar is er niet of, zo bleek achteraf, onvoldoende geïndexeerd. Index van loon- en prijs wijken van elkaar af en indexen werden achteraf door het CPB voor het betreffende jaar hoger of lager vastgesteld. Het gebruik van de huidige consumentenprijsindex voor 2022 is gezien de huidige inflatiecijfers niet wenselijk. Het voorstel is om voor het indexeren van onze budgetten voor 2023 een onderscheid te maken tussen, loongevoelige budgetten, prijsgevoelige budgetten en een mix tussen deze twee (subsidies). Hierbij uitgaande van de door het CPB verwachtte percentages voor 2023. In de berekening van de indexatie wordt een correctie van voorgaand jaar opgenomen indien de index achteraf hoger of lager blijkt te zijn. De wijze waarop wij de indexeringen voortaan willen berekenen is voor invoering voorgelegd aan de provincie. De hoogte van de percentage zijn opgenomen in de perspectiefnota onder het kopje indexeringen van de begroting 2023.
Toegepaste indexen begroting 2022 1) Voor de exploitatielasten, OZB en de subsidies is de Consumentenprijsindex gebruikt op basis van de gemiddelde prijsindex 2022 t.w. 1,5%. 2) Voor de regionaal ingekochte Jeugdzorg en de Wmo is in verband met de sterk stijgende zorgkosten en de loonkosten in de zorg een percentage toegepast van 2,5% 3) De stijging van de salariskosten 2021 en 2022 (totaal 1,8%) zijn bij de begroting van 2021 al verwerkt. Voor 2022 zijn deze niet geïndexeerd. 4) Voor de investeringsuitgaven wordt gerekend met de berekende omslagrente. De omslagrente was berekend op 0,38% voor de begroting is dit naar boven naar 0,5% afgerond . Indexering voor begroting 2023 en verder. Jaarlijks moeten de inkomsten en uitgaven van de begroting geactualiseerd worden. De nieuwe manier van indexeren zorgt ervoor dat over de jaren heen budgetten voldoende worden geïndexeerd. Deze nieuwe manier sluit veel beter aan bij ons uitgangspunt van reëel ramen. Het voorstel voor de indexatie is om voortaan drie soorten budgetten te onderscheiden: 1) Loongevoelige budgetten 2) Prijsgevoelige budgetten 3) Subsidie budgetten Voor de indexering maken we dan gebruik van kerngegevenstabel MEV gepubliceerd door het Centraal Economisch Plan bureau (CEP) tabel Prijzen, overheid nationale cpi en cao-loon marktsector (overheid).
Het voorstel is om jaarlijks de loon-en prijsbijstelling voor het jaar (t) vastgesteld op basis van de voorlopige ramingen voor het jaar t+1 op te nemen. Omdat de loon- prijsbijstelling pas achteraf definitief wordt vastgesteld in het macrokader (t-1) zal dit in het jaar volgend worden gecorrigeerd. (dus in 2022 vaststelling over 2021 en in 2023 vaststelling over 2022) Omdat 2023 het eerste jaar is dat wij de systematiek hanteren is er in het geval van loongevoelige budgetten een uitzondering gemaakt. Ook omdat het percentage van de cao gemeenten en jeugdzorg voor 2023 bekend zijn, hebben wij deze percentages overgenomen.
Voorbeeld Indexatie begroting 2022 Voor de exploitatielasten, OZB en de subsidies is de Consumentenprijsindex gebruikt op basis van de gemiddelde prijsindex 2022 t.w. 1,5%.
Berekening prijsindex percentage begroting 2023 wijze voorgaande jaren Budget uit de vastgestelde begroting 2022 jaarschijf 2023 + 1,6%
Voor 2022 zijn onze budgetten met 1,5% geïndexeerd op basis van de eerste tabel uit maart 2021 met het verwachte percentage voor 2022. De feitelijke indexatie van dit jaar staat op dit moment geraamd op 6.3% (nog niet definitief vastgesteld) dit betekent dat onze budgetten met 4,8% te laag zijn geïndexeerd waardoor onze budgetten onvoldoende zijn om de kosten te dekken. Dit verschil wordt in de lopende begrotingen niet meer gecorrigeerd. Met de nieuwe manier van indexeren wordt dit voorkomen, door elk jaar terug te kijken naar de door het CEP vastgestelde indexatie van het voorgaande jaar en de in de begroting opgenomen indexatie en het verschil te corrigeren. Zie voorbeeld hieronder. Op de “oude manier” zou de begroting voor komend jaar geïndexeerd worden met 1.6%.
Nieuwe manier van indexeren Uitgangspunt is de indexering van prijzen, overheid, nationale cpi en cao-loon marktsector (loon overheid)
Toegepaste indexatie 2021 is 1,5% De indexatie van 2021 is in 2022 definitief vastgesteld op 2,5% en de raming voor 2022 staat op 6.3%. Door jaarlijks het verschil tussen het vastgestelde percentage t-1 en toegepaste percentage van de huidige begroting t percentage te corrigeren voor de nieuwe begroting t+1 worden de budgetten met terugwerkende kracht bij geraamd.
Prijsgevoelige budgetten (op basis overheid nationale CPI / CEP maart 2022) Berekening prijsindex percentage begroting 2023 CPI 2023 op basis van het CEP 2022 Vastgestelde index 2021 op basis van CEP 2,5% Begrote index gemeente Baarn vastgestelde begroting 2022 1 1,5% Te weinig geïndexeerd -1,0% Prijsindex Begroting 2023
1,6 %
1,0 %+ 2,6 %
Voor de begroting 2023 zou betekenen dat de prijsgevoelige budgetten geïndexeerd moeten worden met 2,6%.
Subsidies Veel organisaties aan wie wij subsidie hebben zowel personeelslasten als overige vaste lasten. De cao loonstijging zijn hoger dan de indexatie van de prijzen daarom is er voor gekozen een combinatie van de twee indexen te nemen. Subsidies hebben te maken met inflatie van zowel loongevoelige als prijsgevoelige budgetten hier wordt een mixpercentage gebruikt van de 2/3 loonvoet sector overheid en 1/3 consumentenprijsindex. Loongevoelig deel 2/3 * 3,6% = 2,40% Prijsgevoelig deel 1/3 * 2,6%2 = 0,86% Prijsindex Begroting 2023 = 3,26% Indexatie van de subsidies voor de begroting 2023 komt hiermee afgerond op 3,26% Hoe ziet dit eruit in praktijk. Rekenvoorbeeld op basis van voorgaande jaren (fictieve getallen) Prijsindexatie budgetten Opbrengsten OZB (indexatie voor 2022 1,5%) Vastgestelde indexatie In 2021 te weinig geindexeerd
Begroting 2020 Indexatie 2021 Begroting 2021 Indexatie 2022 begroting 2022 Indexatie 2023 begroting 2023 5.874 1,50% 5.962 1,50% 6.164 1,60% 6.263 2,50% 1,00% 62 6.324
Rekenvoorbeeld nieuwe methode (uitgavenbudgetten) Begroting 2020 Indexatie 2021 Begroting 2021 Indexatie 2022 begroting 2022 Indexatie 2023 begroting 2023 Opbrengsten OZB (indexatie voor 2022 1,5%) 5.874 1,50% 5.962 1,50% 6.164 1,60% 6.324 Vastgestelde indexatie 2,50% Te weinig geindexeerd 1,00% Correctie indexatie in 2023 1,00% Correctie indexatie in 2024 2,60%
Rekenvoorbeeld subsidie Subsidie (fictief bedrag) vastegestelde subsidie
Rekenvoorbeeld nieuwe methode (subsidie)
Begroting 2020 Indexatie 2021 Begroting 2021 Indexatie 2022 begroting 2022 Indexatie 2023 begroting 2023 165.885 1,50% 168.373 1,50% 170.899 1,60% 173.633
Begroting 2020 Indexatie 2021 Begroting 2021 Indexatie 2022 begroting 2022 Indexatie 2023 begroting 2023 165.885 1,50% 168.373 1,50% 170.899 3,26% 176.470
Voor de berekening bij het gebruikte percentage van de subsidie (getal onderste regel in het rood) verwijzen wij naar bovenstaande berekening. *** gebruikte indexen CPB kennisgegevens raming maart 2022 CEP 1 2
De begrote index uit de begroting 2022 is op basis van CPI 2021 verwachting voor 2022) Voor de totstandkoming van deze index zie berekening hierboven.