478464 2. Mogelijkheden voor meer grip op gemeenschappelijke regelingen
Tekst van het document
Mogelijkheden voor meer “grip” op gemeenschappelijke regelingen voor de gemeenteraad Aan Onderwerp Van
: Nieuwe gemeenteraad 2022 : Grip op GR-en en invulling raadsrapporteurschap : Werkgroep invulling raadsrapporteurschap
Datum
: 15 februari 2022
Mogelijkheden voor meer “grip” op gemeenschappelijke regelingen Dit document behandeld vraag 1 van de werkgroep: “wat zijn de mogelijkheden om meer zicht op, betrokkenheid en mogelijkheden tot sturing van een GR te krijgen”. Dit is geen uitputtende lijst maar geeft wel een globale blik hierop. De Nederlandse Vereniging voor Raadsleden stelt in hun reactie op de wijzigingen op de Wgr (Wet gemeenschappelijke regelingen) dat voor raadsleden het tekort aan grip en invloed op gemeenschappelijke regelingen één van de grootste knelpunten is in hun werkzaamheden. Veel gemeenschappelijke regelingen zijn voor raadsleden een black box, dan wel de invloed daarop is beperkt. Het gaat om een structureel knelpunt, uit onderzoeken van de vereniging uit 2013 en uit 2017 is gebleken dat het overgrote deel van de raadsleden klaagt over een gebrek aan grip en controle op gemeenschappelijke regelingen. Dat binnen de gemeenteraad van Baarn er ook een tekort aan grip en invloed op gemeenschappelijke regelingen wordt ervaren is dus geen verrassing. Mogelijk helpt het al iets door meer inzicht te krijgen in welke mogelijkheden er voor raadsleden zijn om meer “grip” te krijgen op gemeenschappelijke regelingen.
Het woord “grip” staat tussen haakjes omdat het doel van de werkgroep is om meer inzicht te krijgen van en op gemeenschappelijke regelingen, meer betrokkenheid te krijgen met gemeenschappelijke regelingen en meer inzicht te krijgen in de mogelijkheden tot sturing op gemeenschappelijke regelingen. Het “grip” krijgen op kan de werkgroep op zichzelf niet leveren, dat is aan de nieuwe raad samen met de andere gemeenteraden van de GR-en. De werkgroep probeert wel het inzicht op gemeenschappelijke regelingen te vergroten door onder andere het instrumentarium wat je hebt als raadslid voor de nieuwe raad goed in kaart te brengen. Er zijn talloze onderzoeken, boeken, Webinars en artikelen verschenen over het onderwerp “grip” op gemeenschappelijke regelingen. De werkgroep kan dan ook geen uitputtend overzicht leveren, maar probeert voor de nieuwe raad de mogelijkheden zo overzichtelijk mogelijk in kaart te brengen.
1
Hieronder volgt een globale opsomming van de mogelijkheden om meer zicht te krijgen op, meer betrokkenheid te krijgen met en meer inzicht te krijgen in de mogelijkheden tot sturing op gemeenschappelijke regelingen door gemeenteraden: 1) De formele instrumenten Een overzicht van alle formele (wettelijke) instrumenten is te vinden in een bijlage bij deze memo. De formele instrumenten, zijn de instrumenten die de raad heeft op basis van met name de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Gemeentewet. Het gaat hierbij om informatieve instrumenten, verantwoordingsinstrumenten en bijsturingsinstrumenten. Hierin wordt o.a. het aanspreken van de eigen vertegenwoordiger in het AB benoemd, het indienen van zienswijzen en het verzoeken om een rekenkameronderzoek. Het gaat bij de formele instrumenten ook over het instellingsbesluit van een gemeenschappelijke regelingen en het vaststellen van eigen verordeningen/beleidsplannen. De kaders en doelen voor een gemeenschappelijke regeling leg je als gemeenteraad vast bij het aangaan van een gemeenschappelijke regeling en in je eigen verordeningen en beleidsplannen. 2) Uitnodigen directeur of lid van het DB voor een vergadering. Raden kunnen i.p.v.
alleen de eigen vertegenwoordiger (een lid van het college) in het AB ook de directeur of een ander lid van het DB uitnodigen voor een commissie en/of raads- vergadering om daar het gesprek mee te voeren. 3) Gemeenteraden heb meer aandacht voor samenwerking! De Raad voor het Openbaar Bestuur adviseerde al in hun rapport “Naar een betere wisselwerking tussen gemeenteraden en de bovengemeentelijke samenwerking” dat gemeenteraden zich zouden moeten concentreren op het vertalen van vragen en problemen van de samenleving in bestuurlijke oplossingen. Daarvoor is het nodig om schakelkracht te ontwikkelen: het vermogen om lokale belangen én regionale belangen te behartigen. En ook een andere houding is benodigd, van statisch naar dynamisch Niet alle samenwerkingsverbanden behoeven even veel aandacht, kies en prioriteer. De aandacht kan het best geconcentreerd worden op de samenwerkingsverbanden waar grote financiële belangen spelen, beleidsmatige verschillen van inzicht zijn, of in het verleden misging. Er kan worden afgesproken om de aandacht voor deze samenwerkingsverbanden te verdelen, bijvoorbeeld dat één van de deelnemende gemeenteraden een laag geprofileerd samenwerkingsverband in de gaten houdt en daarover rapporteert aan de collega-gemeenteraden.
Verder denkt de Raad voor het Openbaar Bestuur dat gemeenteraden effectiever kunnen opereren als ze met elkaar goede spelregels afspreken over informatievoorziening en vergaderagenda’s.
2
4) Het invoeren van raadsrapporteurs. Deze mogelijkheid wordt door velen benoemd. In bijna alle artikelen, Webinars en onderzoeken komt deze optie naar voren en is het een helder voorbeeld van een middel om in te zetten om meer “grip” te kunnen krijgen bij gemeenschappelijke regelingen. Bij de deelnemende raadsleden in het live-Webinar van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden van 8 maart 2021 vond zelfs 75 procent het een goed idee om een stelsel van raadsrapporteurs, zoals o.a. in het Europees Parlement, in te voeren om als raad beter te kunnen sturen op regionale afspraken. Uit het onderzoek “Grip in de regio, onderzoek naar de toepassing van de methode Duisenberg in de jeugdzorg regio West-Brabant West”, uitgevoerd door Sharon Broekman van de Erasmus Universiteit Rotterdam, pakt het werken met een raadsrapporteur volgens de methode-Duisenberg positief uit voor gemeenteraden. De informatiepositie van de raadsleden wordt beter, raadsleden krijgen meer inzicht in wat ze willen weten en ze krijgen een beter beeld van het betreffende onderwerp. Raadsleden kunnen daardoor hun controlerende taak beter uitvoeren.
De methode-Duisenberg, vernoemd naar het voormalige Tweede Kamerlid Pieter Duisenberg, houdt in dat één of meer rapporteurs worden aangewezen in een vakcommissie of uit de volksvertegenwoordiging om bijvoorbeeld de begroting of een bepaald thema voor te bereiden en vragen te inventariseren die namens de gehele commissie of volksvertegenwoordiging worden gesteld aan de verantwoordelijke bestuurder. In plaats van controleren op basis van incidenten wordt door de inzet van de rapporteur de controlerende rol versterkt door naar het hele beleid te kijken. 5) Gemeenteraden zoek elkaar op! Gemeenteraden zouden meer invloed kunnen uitoefenen als ze actief overeenkomsten in visie/beleid met andere raden of raadsleden opzoeken. Volgens Marcel Boogers helpt het als raadsleden vooraf aangeven welke informatie zij nodig hebben om een politiek oordeel te vormen over het regionale beleid. Wat zijn relevante regionale ontwikkelingen en op welke manieren kan daarop worden ingespeeld? Welke regionale doelen moet de raad stellen om zijn eigen beleidsuitgangspunten te kunnen realiseren? En als teruggekeken wordt: in welke mate zijn regionale doelen bereikt en wat is ervoor nodig om dat te verbeteren? Raadsleden zullen volgens hem pas een sterkere rol krijgen in regionale besluitvormingsprocessen als ze meer regionaal opereren.
Het overstijgen van het lokale belang en vormgeven van het regionale belang vraagt in de tweede plaats om passende (informele) structuren. Met hulp van griffiers en via gelijkgestemde partijen en fracties kunnen raadsleden samenwerken en gezamenlijk optrekken met hun collega’s uit andere gemeenten. Dat gebeurt ook al, maar er is meer nodig. 6) Gezamenlijk met meerdere gemeenteraden zienswijzen indienen Als raden met elkaar met vergelijkbare officiële reacties komen en dezelfde passages in hun zienswijze opnemen, moet het bestuur van de gemeenschappelijke regeling toch wel van goede huizen komen om dat te negeren. Door samen op te trekken heb je meer invloed dan wanneer je allemaal op eigen houtje gaat
3
reageren. Een voorbeeld hiervan is de Zuid-Holland Zuid jeugdzorgregio: “Er zijn door een werkgroep van raadsleden vanuit verschillende gemeenten ‘bouwstenen’ voor zienswijzen geformuleerd, die door gemeenteraden daadwerkelijk zijn aangenomen” 7) “Gezamenlijke regionale besluitvorming door gemeenteraden”. Dit is tussen haakje gezet omdat in verreweg de meeste gevallen de besluitvorming apart in de afzonderlijke raden plaatsvindt, maar wordt wel het “voorwerk” gedaan in andere gezamenlijke gremia. De meeste gremia zijn informele vormen/netwerken. Er is/was altijd één hele bekende formele variant waarin de besluitvorming niet in de afzonderlijke raden plaatsvond, dat is de Drechtraad. De Drechtraad wordt per 1 januari 2022 opgeheven. In de Drechtraad zijn raadsleden uit alle Drechtsteden maandelijks bijeen om fractiegewijs te discussiëren en besluiten over regionaal beleid. Er zijn vele informele vormen in het land te vinden. We zullen enkele voorbeelden hiervan benoemen. De raden van Regio Rivierenland initieerden bijvoorbeeld de Raadskring Regio Rivierenland. Een orgaan waarin de deelnemende raden van Regio Rivierenland (en de griffiers) zijn afgevaardigd. Raadsleden in Twente kunnen een paar keer per jaar naar een themabijeenkomst: de Twenteraad.
Een platform voor uitwisseling van informatie en mening, De bijeenkomsten van de Twenteraad worden voorbereid door een presidium, met de burgemeester van Enschede als voorzitter en uit elke raad een lid plus de griffier. Een andere vorm is de regionale raadscommissie. De regio IJmond en de Kempengemeenten hebben hier ervaring mee opgedaan, met wisselend succes. De beelden oordeelsvorming over regionale onderwerpen vindt hier plaatst in een regionale commissie met vertegenwoordigers uit alle raden, die een gezamenlijk advies geven aan de afzonderlijke gemeenteraden. De gedachte is dat raden zo een veel grotere regionale invloed hebben dan in de meeste regio’s het geval is. West-Brabant richtten raadsleden een brainstormclub op, ten behoeve van een beter en uniformer besluitvormingsproces in de afzonderlijke raden. Met steun van griffiers is een soort ‘dropbox’ ingericht, die dient om relevante documenten aan elkaar beschikbaar te stellen. Daarnaast zijn de griffiers inmiddels bezig om ook het uitwisselen van ideeën en standpunten te faciliteren. Zo kunnen zienswijzen op elkaar worden afgestemd en staan raden sterker. Regio Utrecht heeft een paar keer per jaar U10-Beraden. Dit zijn openbare bijeenkomsten, gericht op voor raadsleden. Afwisselend neemt één van de griffiers het voortouw in de organisatie.
Op de U10-Beraden kunnen raadsleden rond een bepaald thema met elkaar van gedachten wisselen. Soms is er een verband met besluitvorming die daarna in de afzonderlijke raden zal plaatsvinden en soms is het thema meer informerend van of wordt een onderwerp inhoudelijk uitgediept. In al deze informele vormen die door gemeenteraden zijn geïnitieerd wordt door de gemeenteraden gezocht naar meer sturing vooraf, vroegtijdige betrekken van, één meer gedragen beleid en een sterkere positie van de raden door gezamenlijk meer een vuist te kunnen maken.
4
8) Een aparte raadscommissie verbonden partijen instellen (artikel 82 Gemeentewet) Dit is dus een raadscommissie van één gemeenteraad en niet een gezamenlijke commissie. Een raadscommissie kan een raadsvergadering voorbereiden maar uiteraard geen besluiten nemen. Een raadscommissie kan natuurlijk wel overleggen met het college of met andere gemeenteraden of raadscommissie(s) van andere gemeenten overleggen om zo tot betere informatievoorziening te komen. Onder andere de gemeente Houten werkt met een raadscommissie verbonden partijen. Deze (advies)commissie verbonden partijen adviseert de gemeenteraad ten aanzien van de sturing van en het toezicht op de verbonden partijen en formuleert een advies aan de gemeenteraad over de inhoud van de zienswijze op de (ontwerp) begroting en (ontwerp) kadernota 9) Vergaderingen van het AB bezoeken en online toegankelijkheid tot de algemeen bestuursvergaderingen in de regio. De vergaderingen van het AB van Gemeenschappelijke Regelingen zijn in principe openbaar (zie Wgr art 22 lid 3), dus het staat iedere raadslid vrij om deze te bezoeken. Online vergaderingen zou ervoor kunnen zorgen dat raadsleden overdag beter en sneller deze bestuursvergaderingen kunnen volgen. Wettelijk is de vergadering van het algemeen bestuur openbaar, maar vaak vinden de vergaderingen toch vaak achter gesloten deuren plaats.
Daarom is het belangrijk dat raadsleden beter gefaciliteerd worden, bijvoorbeeld door het online toegankelijk maken van deze regionale bestuursvergaderingen 10) Sturing vanuit eigenaarschap van regionale taken en verbonden partijen In het Webinar van de Vereniging voor Raadsleden van 8 maart 2021 betoogde Harry ter Braak, expert van Wagenaar Hoes op het gebied van sturing op regionale samenwerking, dat het cruciaal is voor het creëren van meer en betere sturing op regionale samenwerking dat raadsleden vanuit eigenaarschap naar regionale taken kijken. Te vaak benaderen raadsleden regionale taken als opdrachtgever. “Als hoogste bestuursorgaan is het belangrijk dat raadsleden niet alleen met de eigen gemeente bezig zijn, maar vooral ook samen doelen stellen voor regionale taken.” 11) Nieuwe informatieprotocols Niet afwachten, maar zelf de regie pakken is het allerbelangrijkste”, zo luidde het advies van Steven de Vries, voormalig raadslid uit Utrecht in het Webinar van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden van 8 maart 2021. De Vries analyseerde afgelopen jaar de wijzen waarop in diverse regio’s raadsleden grip en controle proberen te krijgen en ontwikkelde een overzichtelijk informatieprotocol. Dit informatieprotocol is als bijlage bijgevoegd. Het format functioneert als een oplegger op stukken van de gemeenschappelijke regeling.
Hierdoor is de informatie eenvoudig te vinden en wordt deze eenduidig gepresenteerd voor alle gemeenschappelijke regelingen. De afstemming met andere volksvertegenwoordigingen wordt eenvoudiger als de partijen in de regio de format gebruiken. En voor de gemeenschappelijke regeling is het relatief
5
eenvoudig om de deelnemers te bedienen met uniforme informatie. Het college moet formeel die informatie leveren. In de praktijk zullen de ambtelijke organisatie en de gemeenschappelijke regeling moeten zorgen voor het vullen van de format. Als alle raden met dezelfde format werken is dit ook voor de gemeenschappelijke regeling efficiënt 12) Als raad bepalen wat je wil met samenwerkingsverbanden. De raad zou gezamenlijk moeten bepalen wat je als raad wil met de samenwerkingsverbanden en op welke manier de raad de grip en controle wil uitvoeren om de democratische legitimatie te waarborgen. Door de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden is er een handreiking ‘Grip en controle op regionale samenwerking’ ontwikkelt waarin zes vragen en subvragen staan die hierbij kunnen helpen. 1. Waarom wil je als raad taken in een samenwerkingsverband uitvoeren? Zorg voor een visie op de identiteit van de samenwerking. 2. Welke positie heeft de gemeenteraad in het speelveld van de samenwerking, in het bijzonder in de gemeenschappelijke regeling? 3. Op welke wijze wil je sturen en invloed op de uitvoering van de gemeenschappelijke regeling uitoefenen? 4. Hoe wil je als gemeenteraad toetsen en controleren of dat wat is afgesproken ook wordt uitgevoerd in de gemeenschappelijke regeling? 5.
Hoe hou je als gemeenteraad zicht op risico’s in de gemeenschappelijke regeling en welke voorwaarden moeten worden vervuld als je de regeling wilt beëindigen? 6. Hoe regel je de monitoring en verantwoording op de uitvoering van de taken van de gemeenschappelijke regeling? 13) Uit de Handreiking Nederlandse Vereniging voor Raadsleden In de handreiking vanuit de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden staan ook een aantal mogelijkheden benoemd m.b.t. het grip krijgen op gemeenschappelijke regelingen. De meesten zijn al in deze memo aan de orde gekomen. Concreet worden hier de volgende opties benoemd: o De organisatie van de informatievoorziening o Rapporteurs uit een van de gemeenteraden o Gemeenschappelijke agenda’s o Gemeenschappelijke raadscommissie o Gemeenschappelijke griffier o Gemeenschappelijk regionaal raadsinformatiesysteem o Regionaal enquêterecht (budget reserveren) o Inzet van hulptroepen zoals een (gezamenlijke) rekenkamer o Afspraken met de accountant?
6