387752 Ontwerp Programmabegroting 2023 RUD Utrecht bijlage 1 Ontwerp Programmabegroting 2023 RUD Utrecht
Tekst van het document
Ontwerp Programmabegroting 2023 31 maart 2022
Inhoud 1.
Inleiding .......................................................................................................................................2
2.
Algemeen......................................................................................................................................3
3.
4.
5.
2.1.
Uitgangspunten van de begroting 2023 ......................................................................................3
2.2.
Verwerking beleidsmatige ontwikkelingen en keuzes zoals beschreven in de kadernota ..................3
2.3.
Financiële positie per 31 december 2023 ....................................................................................3
2.4.
Staat van baten en lasten over 2023..........................................................................................4
Programma’s ................................................................................................................................7 3.1.
Indicatoren..............................................................................................................................7
3.2.
Programma Handhaving ...........................................................................................................9
3.3.
Programma Vergunningverlening ...............................................................................................9
3.4.
Programma Bedrijfsvoering .......................................................................................................9
Paragrafen .................................................................................................................................. 12 4.1.
Weerstandsvermogen en risicomanagement ............................................................................. 12
4.2.
Financiering ........................................................................................................................... 14
4.3.
Bedrijfsvoering ...................................................................................................................... 15
4.4.
Onderhoud Kapitaalgoederen .................................................................................................. 15
4.5.
Incidentele baten en lasten ..................................................................................................... 15
Bijlagen ...................................................................................................................................... 16 5.1.
Meerjarenperspectief financiële positie ..................................................................................... 16
5.2.
Meerjarenperspectief staat van baten en lasten ........................................................................ 17
5.3.
Begrotingswijziging ................................................................................................................ 18
5.4.
Ontwikkeling variabele bijdrage ............................................................................................... 19
Ontwerp Programmabegroting 2023 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2022
Pagina 1 van 19
1. Inleiding Voor u ligt de Programmabegroting 2023 van de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD Utrecht). De Programmabegroting 2022 is sluitend, evenals het meerjarenperspectief voor de periode 2022 – 2026. Er zijn echter nog wel enkele ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op de begroting 2023, die nog niet financieel verwerkt zijn in deze begroting. Dit betreft een gedeelte van de effecten die de invoering van de Omgevingswet op de RUD Utrecht zal gaan hebben. Bij de invoering van de Omgevingswet moet dan gedacht worden aan nieuwe of veranderde producten en diensten alsmede de verschuiving van bodemtaken. Vooral de verschuiving van bodemtaken brengt voor de RUD Utrecht en haar deelnemers een risico met zich mee. Onder de Omgevingswet verschuift het bevoegd gezag van de provincie naar de gemeenten. Over de financiering van deze taken is echter nog geen volledige duidelijkheid gegeven vanuit het Rijk. Hiermee lopen gemeenten momenteel het risico dat zij geen, niet op tijd, of onvoldoende middelen hebben om hun bodemtaken uit te voeren. De invoeringsdatum van de Omgevingswet is op dit moment 1 januari 2023. Het jaar 2023 zal dus naar alle waarschijnlijkheid het eerste volledige jaar onder de Omgevingswet zijn.
Het Algemeen Bestuur heeft op 30 september 2021 besloten in te stemmen met het vastzetten van de variabele bijdrage voor het jaar waarin de Omgevingswet in werking zal treden. De komst van de Omgevingswet is namelijk een uitdaging voor zowel gemeenten als provincie, maar ook de RUD Utrecht moet voldoende geëquipeerd zijn om onder de nieuwe wetgeving het werk op een goede manier uit te kunnen voeren. De invoering van de Omgevingswet is de uitgelezen kans om de eerste belangrijke stappen te zetten op het gebied van de ontwikkelrichting voortkomend uit ‘Kleur bekennen’ en het traject ‘Samen op weg’. De expertise, kennis en data die bij de RUD Utrecht aanwezig is zal steeds meer worden ingezet om beleidskeuzes van de deelnemers te ondersteunen en faciliteren. De verandering heeft zowel personele effecten (onder meer gewenste competenties en gedrag), maar stelt ook andere eisen aan bijvoorbeeld systemen. De financiële consequenties die de invoering van de Omgevingswet op de deelnemers zal hebben zijn nog niet volledig inzichtelijk met betrekking tot de verschuiving van bodemtaken (Bevoegd gezag van Provincie naar gemeenten). Momenteel is de RUD Utrecht met haar deelnemers in gesprek over de verwachte omvang van deze taken. De laatste inzichten daaruit zijn financieel door vertaald in deze begroting.
Het Algemeen Bestuur heeft besloten dat de RUD-gemeenten in principe hun bodemtaken (basis- en plustaken) die van de provincie overkomen bij de RUD zullen gaan beleggen. Daarnaast heeft de RUD de intentie om op het gebied van bodemtaken meer samen te gaan werken met de OdrU. Hiernaast is het ook nog niet volledig duidelijk hoe het (basis)takenpakket er per deelnemer uit zal gaan zien onder de Omgevingswet. Zowel binnen het programma Omgevingswet als het traject ‘Samen op weg’ is de RUD druk bezig om dit in samenwerking met alle deelnemers uit te werken. Gedurende 2022 zal het toekomstig takenpakket onder de Omgevingswet steeds verder uitgekristalliseerd gaan worden. De effecten die dit mogelijk zal gaan hebben op de variabele en vast bijdrage van onze deelnemers zal duidelijk moeten worden en zal middels eventuele begrotingswijzingen worden voorgelegd voor besluitvorming. Bij dit alles blijft de doelstelling dat opdrachtgevers, bedrijven en bewoners optimaal kunnen profiteren van het bundelen van de krachten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. De RUD Utrecht wil een betrouwbare partner zijn die meer kwaliteit levert en eenvoudiger werkt dan met twaalf afzonderlijke afdelingen mogelijk was, en zo een structurele bijdrage blijven leveren aan een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving.
Ontwerp Programmabegroting 2023 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2022
Pagina 2 van 19
2. Algemeen 2.1.
Uitgangspunten van de begroting 2023
In deze programmabegroting is in hoofdstuk 2.2 een toelichting opgenomen over de verwerking van de beleidsmatige ontwikkelingen en keuzes zoals beschreven in de kadernota. Er is een onderdeel dat echter nog teveel onzekerheid kent om financieel vertaald te worden in deze begroting: - Eventuele nog niet voorzienbare gevolgen van inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2023. De belangrijkste financiële uitgangspunten zijn: - De voor 2023 gehanteerde financieringssystematiek is onveranderd en conform de recentelijk uitgevoerde evaluatie outputfinanciering; - Het Algemeen Bestuur heeft op 30 september 2021 besloten in te stemmen met het vastzetten van de variabele bijdrage voor het jaar waarin de Omgevingswet ingaat. Naar verwachting is dit het begrotingsjaar 2023; - De uren zoals vastgelegd in de op dit moment geldende DVO’s (en uitvoeringsplannen 2022) en de ingeschatte afname van bodemtaken zijn het uitgangspunt voor de verdeling van de vaste bijdrage en de basis voor de opgenomen variabele bijdragen; - Er is nog geen rekening gehouden met eventuele aanvullende opdrachten, danwel mogelijke wijzigingen in de DVO's voor het jaar 2023; - Er wordt gebruik gemaakt van een tweetal tarieven, één voor handhaving: € 64,00 (2022: € 61,75) en één voor vergunningverlening: € 69,50 (2022: € 68,00).
Voor het vaststellen van de tarieven is gekeken naar de CAO-stijging die in de Septembercirculaire provinciefonds 2021 door de Rijksoverheid voor 2023 is vastgesteld (+2,3%). Verder is de som van de individuele stijgingen in relatieve salarispositie van de medewerkers hierin meegenomen (+0,7%). Gemiddeld stijgen de tarieven met 2,9%. - Voor aanvullende opdrachten wordt op basis van de kosten (inhuur of eigen medewerkers) een voorstel gedaan aan de opdrachtgever. Dit uurtarief is minimaal € 75,00, maar kan (aanzienlijk) hoger zijn indien specialistische kennis moet worden ingehuurd; - Er is nog geen rekening gehouden met de wijzigingen aan (de afgenomen) producten en diensten die voort zullen vloeien uit de overgang naar de Omgevingswet; - Er is naar de laatste inzichten rekening gehouden met de toename van bodemtaken bij de gemeenten als gevolg van de invoering van de Omgevingswet, waardoor het bevoegd gezag verschuift.; - Er is nog geen rekening gehouden met hoe het pakket van basistaken zal gaan veranderen onder de Omgevingswet en welke effecten dat zal hebben op de afname en bijdrage van deelnemers. Wijziging van de DVO alsmede ontwikkelingen met betrekking tot de hierboven genoemde onzekerheden kunnen zowel een effect gaan hebben op de variabele als vaste bijdrage van onze deelnemers.
Deelnemers zijn ook afhankelijk, met betrekking tot de hoogte van hun vast bijdrage, van de keuzes die andere deelnemers maken.
2.2.
Verwerking beleidsmatige ontwikkelingen en keuzes zoals beschreven in de kadernota
Voor de (beleidsmatige) ontwikkelingen van de RUD Utrecht in het jaar 2023 verwijzen we naar de kadernota 2023. De hierin beschreven richting en voorstellen zijn financieel verwerkt in deze programmabegroting. Eventuele onzekerheden die nog bestaan en niet financieel konden worden vertaald zijn in deze begroting tekstueel toegelicht.
2.3.
Financiële positie per 31 december 2023
In deze paragraaf is de geprognosticeerde financiële positie per 31 december 2023 opgenomen inclusief bijbehorende toelichtingen. Voor het meerjarenperspectief van de financiële positie voor 2022 – 2026 wordt verwezen naar bijlage 4.1. Meerjarenperspectief financiële positie.
Financiële positie per 31 december 2023 Ontwerp Programmabegroting 2023 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2022
Pagina 3 van 19
ACTIVA Vaste activa - Investeringen met een economisch nut
Materiële vaste activa
PASSIVA Vaste passiva - Algemene reserve 442.000 - Bestemmingsreserves - Gerealiseerd resultaat
€ € €
776.000 1.281.000 4.000
442.000 Totaal vaste passiva Vlottende passiva - Overige schulden
€
272.000
31 december 2023 €
442.000
€
31 december 2023
Eigen vermogen
Totaal vaste activa Vlottende activa - Vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen in 's Rijks schatkist
Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar
€ € €
673.000 2.202.000
Overlopende activa - Banksaldi
Liquide middelen
€
250.000
Totaal vlottende activa Totaal generaal
€
Netto vlottende schulden met een rente 2.875.000 typische looptijd korter dan één jaar
€
215.000 Overlopende passiva
€
250.000
€ €
3.340.000 Totaal vlottende passiva 3.782.000 Totaal generaal
€
2.061.000
€
2.061.000
€
272.000
€
1.449.000
€ €
1.721.000 3.782.000
De financiële positie per 31 december 2023 In de financiële positie per 31 december 2023 zijn geen uitgangspunten verwerkt buiten de reguliere activiteiten van de RUD Utrecht. Onderhanden zaken ontstaan in verband met het afrekenen onder outputfinanciering. In de financiële positie zijn deze niet weergegeven, omdat er zowel een schuldpositie als voorschotten van éénzelfde omvang bestaan.
2.4.
Staat van baten en lasten over 2023
In deze paragraaf is de geprognosticeerde staat van baten en lasten over 2023 opgenomen inclusief bijbehorende toelichtingen. Voor het meerjarenperspectief van de staat van baten en lasten voor 2022 – 2026 wordt verwezen naar bijlage 4.2. Meerjarenperspectief staat van baten en lasten. Programma 1 Handhaving
Baten
Lasten
Saldo
€
6.416.000 €
6.443.000
€
-27.000
Directe variabele kosten
€
5.232.000 €
5.259.000
€
-27.000
Directe vaste kosten
€
1.184.000 €
1.184.000
€
-
2 Vergunningverlening
€
5.013.000 €
4.982.000
€
31.000
Directe variabele kosten
€
4.098.000 €
4.068.000
€
30.000
Directe vaste kosten
914.000 €
1.000
€
915.000
3 Bedrijfsvoering
€
4.040.000 €
€
Totaal programma's
4.040.000
€
-
€ 15.465.000
€
15.469.000
€
4.000
Stelpost loon- en prijscompensatie
€
50.000
€
50.000 €
-
Onvoorzien
€
225.000
€
225.000 €
€
15.744.000
€
-
€
15.744.000
Totaal saldo van baten en lasten
€ 15.740.000
-
€
4.000
- €
-
Toevoegingen en onttrekking aan reserves: Gerealiseerd resultaat
Ontwerp Programmabegroting 2023 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2022
€
€ 15.740.000
€
4.000
Pagina 4 van 19
Toelichting op de staat van baten en lasten over 2023 Ten opzichte van de Kadernota 2023 hebben we de begroting aangepast op basis van de nieuwste uitvoeringsplannen, aangezien dit een realistischere inschatting is voor het jaar 2023. De afname binnen de DVOafspraken is verlaagd. Als gevolg hiervan zijn de variabele bijdragen van deze deelnemers en de daarmee samenhangende salariskosten binnen de programma's Handhaving en Vergunningverlening aangepast. Bij de berekening van de vaste en variabele bijdrage is gebruik gemaakt van de DVO’s voor die deelnemers waar de DVO’s opnieuw zijn vastgesteld. In totaal is de variabele bijdrage met € 45.000 verhoogd ten opzichte van de begroting van 2022 (eerste begrotingswijziging 2022). Ten opzichte van de Kadernota 2023 is de variabele bijdrage met € 78.000 verlaagd. Tegenover bovengenoemde dalingen in variabele bijdrage staat een stijging van de regionale en provinciale taken. De tarieven voor de consignatiediensten (grijs, groen, zwemwater) zijn al een aantal jaar niet meer geïndexeerd. De vergoedingen voor consignatie zijn in de tussentijd echter wel verhoogd en daarom in deze begroting verwerkt. De structurele verlaging van de DVO m.b.t. Bedrijven Vergunningverlening (Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Woudenberg), zoals is besloten in het Algemeen Bestuur van 3 december 2021, is verwerkt in de variabele bijdrage.
Voor 2022 is afgesproken dat dit nog geen effect zal hebben op de eigendomspercentages en daarmee op de verdeling van de vaste bijdrage over de deelnemers. Vanaf 2023 is dit dus wel het geval. Op de volgende pagina vindt u de nieuwe verdeling van de vaste bijdrage. In bijlage 5.4 is een analyse opgenomen van de ontwikkeling van de variabele bijdrage van de begroting 2023 ten opzichte van de begroting 2022. De ‘Stelpost loon- en prijs compensatie’ betreft de prijscompensatie. De looncompensatie is al doorgerekend in de programma’s. Hiermee sluiten wij beter aan bij de werkelijke kosten per programma. De post Onvoorzien is gelijk gebleven aan vorig jaar. Wij hebben geconstateerd dat deze post mede vanwege het vroege moment van begroten ook ieder jaar vrijwel volledig is ingezet. Het streven is om maximaal 2% van de totale kosten aan te houden; de post Onvoorzien komt voor 2023 uit op 1,4% van de totale kosten en ligt daarmee nog ruim onder de 2% grens. De begrotingswijziging ten opzichte van de Kadernota 2023 is opgenomen in bijlage 5.3. Begrotingswijziging.
Ontwerp Programmabegroting 2023 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2022
Pagina 5 van 19
De bijdrage per opdrachtgever voor 2023 wordt in de volgende tabel gepresenteerd: Opdrachtgever: Amersfoort
Variabele bijdrage 2023
Vaste bijdrage 2023:
Percentage Eigenaarschap:
Totale bijdrage 2023:
1.116.000
768.000
1.884.000
12,0%
Baarn
265.000
183.000
448.000
2,9%
Bunschoten
316.000
219.000
535.000
3,4%
Eemnes
138.000
95.000
233.000
1,5%
Houten
228.000
157.000
385.000
2,4%
Leusden
270.000
187.000
457.000
2,9%
Lopik
306.000
211.000
517.000
3,3%
Nieuwegein
232.000
161.000
393.000
2,5%
Provincie
4.732.000
3.241.000
7.973.000
50,5%
Soest
454.000
313.000
767.000
4,9%
Utrecht
1.059.000
730.000
1.789.000
11,4%
Woudenberg Totaal
214.000
148.000
362.000
2,3%
9.330.000
6.413.000
15.743.000
100%
Met het invoeren van de Omgevingswet zal het bevoegd gezag van de bodemtaken verschuiven van de provincie naar de gemeenten. Voor de provincie is rekening gehouden in het DVO met de afname van de bodemtaken aangezien hier afspraken over zijn gemaakt. Van verschillende gemeenten hebben we hier echter nog geen toezegging op. Wel is er een inschatting van de afname per gemeente gehanteerd in de begroting. Deze inschatting (zie de tabel hier onder) is gebaseerd op lopende gesprekken tussen de deelnemende gemeenten en de RUD Utrecht. Naar verwachting is in 2023 de eerste verschuiving van bevoegd gezag zichtbaar. Aangezien de inschatting van de afname van bodemtaken nog niet definitief is voor onze deelnemende gemeenten, moet er rekening mee gehouden worden dat de variabele en vaste bijdragen nog kunnen veranderen. Frictiekosten zullen ontstaan indien de afname van bodemtaken te veel worden verlaagd. De huidige gesprekken met gemeenten leveren nog geen aanleiding op hier op dit moment al vanuit te gaan. Daarnaast is de begroting nog gebaseerd op de uitvoeringsplannen onder de oude wetgeving. Naar het einde van 2022 zal er meer bekend zijn met betrekking tot de uitvoeringsplannen onder de Omgevingswet en dit zal mogelijk nog tot wijzigingen in de begroting leiden.
Opdrachtgever
Uren bodem 2023
Uren bodem 2022
Verschil variabele bijdrage Bodemtaken 2022/2023
Verschil 2022/2023
Amersfoort Baarn Bunschoten Eemnes Houten Leusden Lopik Nieuwegein PU Soest Utrecht Woudenberg
3.641 980 715 481 950 750 1.047 678 12.351 1.237 4.000 967
4.079 459 524 233 370 345 976 729 17.338 377 3.778 535
-438 521 191 248 580 405 71 -51 -4987 860 222 432
-29.000 35.000 14.000 17.000 39.000 27.000 5.000 -4.000 -370.000 58.000 6.000 29.000
Totaal
27.797
29.743
-1.946
-173.000
Ontwerp Programmabegroting 2023 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2022
Pagina 6 van 19
3. Programma’s De RUD Utrecht levert een bijdrage aan een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving door de uitvoering van VTH-taken en advisering op het gebied van milieu. Het is onze ambitie om door te groeien naar een Omgevingsdienst die eenvoud, kwaliteit en betrouwbaarheid als uitgangspunten hanteert en die haar opdrachtgevers centraal stelt. Voor ons betekent dit in de eerste plaats dat wij het maximale halen uit de door onze opdrachtgevers beschikbaar gestelde middelen. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de programma’s die de kaders vormen waarin de RUD Utrecht die bijdrage levert.
3.1.
Indicatoren
In deze paragraaf kijken we voor de RUD- indicatoren vooruit naar onze prestaties voor het jaar 2023. We hebben de aantallen en de aard van de indicatoren slechts een beperkte update gegeven ten opzichte van 2022 aangezien de indicatoren onze eigenaren een goed beeld geven over de prestaties van de RUD Utrecht. Voornamelijk de indicator over de tevredenheid van onze opdrachtgevers is verbeterd. De belangrijkste onderdelen van de RUD Utrecht meten we op een structurele wijze via Key Performance Indicators (KPI’s). We hebben in samenwerking met een aantal van onze eigenaren voor verschillende onderdelen van de RUD Utrecht KPI’s vastgesteld. Hieronder zijn de KPI’s voor de RUD Utrecht weergegeven: Interne processen en kwaliteit werk Wat
Indicator
Handhavingsbeschikkingen en vergunningen voldoen aan inhoudelijke en juridische kwaliteit
Sturing op: We streven ernaar om bij handhavingsbeschikkingen geen inhoudelijke en/of juridische gebreken te hebben. Meting van: Dit blijkt uit het feit dat bij bezwaar- en beroepsprocedures in tenminste 80 procent van de gevallen geen inhoudelijke en/of juridische gebreken aan de beschikking worden geconstateerd.
Voldoen aan kwaliteitscriteria 2.2
Sturing op: Het professionaliseren van onze toezichthouders, handhavers en vergunningverleners zorgt naast een kwaliteitsverbetering ook voor een hogere betrouwbaarheid. Meting van: Voor alle activiteiten voldoen we voor 100% aan de kwaliteitscriteria 2.2
Ontwerp Programmabegroting 2023 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2022
Pagina 7 van 19
Afnemers Wat
Indicator
Beoordeling door opdrachtgevers
Sturing op: We streven naar tevreden opdrachtgevers. Meting van: De individuele opdrachtgever geeft de RUD Utrecht een algemene tevredenheidsscore van een 7 of hoger. De onderbouwing van de cijfermatige KPI blijkt uit een gedegen evaluatief onderzoek naar de tevredenheid bij onze opdrachtgevers. De reguliere VTH dienstverlening, communicatie, rapportage en advisering van de RUD Utrecht zullen onderdeel zijn van dit onderzoek. De bevindingen uit dit onderzoek zullen o.a. dienen als feedback voor onze organisatie en ons extra faciliteren in onze ontwikkelingsopgave in lijn met de kadernota.
Beoordeling door inwoners en ondernemers
Sturing op: We streven naar tevreden ondernemers en inwoners bij de uitvoering van ons werk. Meting van: Minimaal 70% van de inwoners en ondernemers geven bij reactie op het klantentevredenheidsonderzoek (KTO) aan tevreden (een ruim voldoende) te zijn over de dienstverlening van de RUD Utrecht.
Financieel en HRM Wat
Indicator
Uitvoeren jaarprogramma’s 2023 van de partners conform de DVO’s
Sturing op: Het realiseren van de DVO’s
Ziekteverzuim
Meting van: De DVO’s worden binnen de range van 90% 110% gerealiseerd in geld. Sturing op: Een gezonde organisatie met gezonde medewerkers. Meting van: Het ziekte percentage ligt niet hoger dan 5%.
Verdere financiële KPI’s over onder andere liquiditeit en het weerstandsvermogen zijn verwerkt in hoofdstuk 3
Paragrafen.
Ontwerp Programmabegroting 2023 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2022
Pagina 8 van 19
3.2.
Programma Handhaving
Het programma Handhaving wordt ingezet om adequaat toezicht te houden bij bedrijven, op locaties, op bodem, in de afvalstofketen en in het vrije veld. De Omgevingswet zal 1 januari 2023 in werking treden. In 2023 vindt handhaving daarom hoogstwaarschijnlijk plaats op grond van de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening en de gemeentelijke omgevingsplannen. Waar nodig wordt, afhankelijk van het verleende mandaat, een sanctie opgelegd of voorbereid. Met de milieuklachtentelefoon wordt 24-uurs bereikbaarheid voor klachten en calamiteiten gerealiseerd. De werkprocessen worden uitgevoerd conform de kwaliteitseisen van de partners en het Dossier Afspraken en Protocollen (DAP). Naast toezicht en handhaving adviseren wij individuele opdrachtgevers, afhankelijk van de gemaakte afspraken, op het gebied van specialistische milieuonderwerpen, informatie gestuurde handhaving, uitvoeringsbeleid, Omgevingswet en nieuwe ontwikkelingen. Wat mag het kosten? Op basis van de ontwerp Programmabegroting 2023 is het budget voor het programma Handhaving als volgt: Programma
Baten
Handhaving
3.3.
€
Lasten 6.416.000
€
Saldo 6.443.000
€
-27.000
Programma Vergunningverlening
Het programma Vergunningverlening wordt ingezet om adequate vergunningverlening en afhandeling van meldingen voor activiteiten bij bedrijven en op locaties uit te voeren. Het gaat daarbij met name om vergunning op grond van de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordeningen en de gemeentelijke omgevingsplannen. Hierbij is uitgegaan van de verwachting dat de Omgevingswet op 1 januari 2023 in werking treedt. Bij de vergunningverlening worden de beleidsregels van het bevoegde gezag gevolgd. Afhankelijk van het verleende mandaat stellen wij hiervoor adviezen op of geven we de beschikkingen af (binnen het mandaat). Vergunningaanvragen moeten binnen wettelijke termijnen worden afgehandeld en meldingen moeten beoordeeld worden op juistheid en volledigheid. De werkprocessen worden uitgevoerd conform de kwaliteitseisen van de partners en het Dossier Afspraken en Protocollen (DAP), onderdeel van de dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) met de deelnemende partijen. Naast vergunningverlening adviseren wij individuele opdrachtgevers, afhankelijk van de gemaakte afspraken, op het gebied van de Omgevingswet, externe veiligheid, milieuzaken in omgevingsplannen, specialistische milieuonderwerpen, bodem, uitvoeringsbeleid en nieuwe ontwikkelingen.
Wat mag het kosten? Op basis van de ontwerp Programmabegroting 2023 is het budget voor het programma Vergunningverlening als volgt: Programma Vergunningverlening
3.4.
Baten €
Lasten 5.013.000
€
Saldo 4.982.000
€
31.000
Programma Bedrijfsvoering
Binnen de RUD hebben we alle ondersteunende diensten samengevoegd binnen bedrijfsvoering. Hierbij moet gedacht worden aan zaken als financiën, ICT en Informatievoorziening (IV), HRM, communicatie, secretariaat en accountmanagement. Al deze onderdelen hebben gemeen dat ze niet direct werkzaam zijn voor de vakgebieden, maar daaraan ondersteuning bieden. Voor 2023 zijn er meerdere doelen en doelstellingen die de afdeling bedrijfsvoering wil behalen. Voor de begroting zouden wij er enkele in het bijzonder willen toelichten. 1. ICT en IV Binnen de RUD is begin 2022 een nieuw VTH-zaaksysteem geïmplementeerd dat ook geschikt is om te gebruiken bij de Omgevingswet. De data die in dit systeem worden opgeslagen geven samen met externe (openbare) bronnen meer inzicht voor onze medewerkers. Wij gebruiken sinds 2019 systemen om onze medewerkers te ondersteunen door diverse databronnen te koppelen en hiermee data te transformeren tot informatie. Door de ontwikkelrichting van de RUD en de snel veranderende wereld om ons heen zal de afdeling ICT en IV in 2023 extra aandacht besteden om op deze onderdelen een doorontwikkeling te maken ter ondersteuning van de primaire teams. De doorontwikkeling zal investeringen vragen, maar ook leiden tot effectiever en efficiënter werken. 2.
Accountmanagement
Ontwerp Programmabegroting 2023 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2022
Pagina 9 van 19
Samenwerking wordt steeds belangrijker. Onze opdrachtgevers zijn de basis voor ons bestaan. Het is daarom van essentieel belang dat de gedachten en wensen uit het programma Samen op Weg ook zijn weerslag gaan vinden in de manier waarop we met elkaar afstemmen, rapporteren en besluiten nemen. Accountmanagement is hierin het smeermiddel. Voor 2023 verwachten wij dat door de ervaring met het werken onder Omgevingswet de wens gaat ontstaan om de samenwerking op enkele punten te aan te passen. Accountmanagement heeft hierin een belangrijke rol. Samenwerking gaat echter verder dan het accountmanagement. Met een breder taakveld is het ook van belang dat bijvoorbeeld strategisch managers, omgevingsmanagers en specialistisch adviseurs de samenwerking met de opdrachtgevers intensiveren. Dit gaat niet alleen om de samenwerking met milieu (VTH), maar ook bijvoorbeeld met Ruimtelijke Ontwikkeling. Dit is noodzakelijk om op een goede wijze uitvoering te geven aan onze taken en te kunnen adviseren daar waar nodig of gewenst. 3. HRM De RUD Utrecht wil een aantrekkelijke werkgever zijn, waar een ieder zijn talenten en kwaliteiten optimaal kan inzetten. Van haar medewerkers verwacht de RUD Utrecht dat zij hoogwaardige resultaten opleveren, samenwerking stimuleren, veranderbereid (flexibel) en ontwikkelingsgericht zijn.
Ze heeft een bedrijfscultuur waar vertrouwen is en waarin het management de medewerkers de ruimte geeft om verantwoordelijkheid te nemen. De strategisch managers sturen op resultaat en faciliteren de medewerkers. Als een medewerker knelpunten ervaart in zijn inzetbaarheid hanteert de RUD Utrecht uitgangspunten die gericht zijn op preventie om zoveel mogelijk weg te blijven van het curatieve traject (Wet verbetering poortwachter). In het strategisch HRMplan heeft de RUD Utrecht beschreven hoe ze met HRM de koers van de organisatie kan ondersteunen en kan anticiperen op ontwikkelingen. Dit heeft een duidelijke overlap met de gewenste cultuurverandering die de Omgevingswet vraagt. HRM ondersteunt de ontwikkelrichting van de RUD op diverse thema's.
1. Organisatie en Talent ontwikkeling: De RUD ontwikkelt zich voortdurend om zo wendbaar te kunnen blijven op ontwikkelingen. HRM faciliteert het organisatieontwikkelingsproces om te kunnen ontwikkelen naar een technisch adviserende uitvoeringsdienst en te kunnen blijven werken onder de Omgevingswet . Daarnaast heeft HRM een talenten programma opgesteld.
2. Werving en selectie. Er zijn grote ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, we hebben te maken met een ongekende krapte op de arbeidsmarkt. Des te groter is het belang van duurzame werving en selectie. Dan gaat het niet alleen om het invullen van een vacature, maar ook om het zorgen voor een duurzame plaatsing van een kandidaat. HRM ondersteunt dit door een Wervings- en Selectie strategie en kennis van de arbeidsmarkt.
3. Duurzame inzetbaarheid: We investeren in de duurzame inzetbaarheid van onze medewerkers door talentontwikkeling, opleidingen en ontwikkelmogelijkheden binnen de organisatie. Door een opleidingsprogramma en POB academy investeren we in de ontwikkeling van kennis, competenties alsmede de persoonlijke ontwikkeling. Tevens wil de RUD Utrecht structureel blijven voldoen aan de kwaliteitscriteria 2.2.
4. Diversiteit en Inclusie. Waar diversiteit gericht is op het herkennen van verschillen, gaat het bij inclusie om het creëren van een werkomgeving waarin iedereen welkom is en zichzelf kan zijn. Werknemers moeten zich volwaardig deel van de organisatie voelen en er tot hun recht komen. De RUD Utrecht heeft deze thema's hoog in het vaandel staan. HR ondersteunt dit vanuit een programma. Onder meer via het tweejaarlijkse medewerkerstevredenheidsonderzoek stellen we vast hoe medewerkers de RUD Utrecht als medewerker waarderen. Op basis van de uitkomsten sturen we waar nodig bij. Uitgangspunt hierbij blijft dat de medewerkers verantwoordelijk zijn voor hun eigen loopbaan en daar zelf op sturen. De RUD Utrecht ondersteunt de medewerkers waar nodig hierbij. Wat mag het kosten? Op basis van de ontwerp Programmabegroting 2023 is het budget voor het programma Bedrijfsvoering als volgt: Programma Bedrijfsvoering
Baten €
Lasten 4.040.000
€
Saldo 4.040.000
€
-
De vaste bijdrage is met 5,0% gestegen ten opzichte van de begroting van 2022. Hoewel er enkel een indirect verband is tussen de uren in de uitvoeringsplannen en de vaste bijdrage (ter dekking van de vaste kosten en Ontwerp Programmabegroting 2023 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2022
Pagina 10 van 19
bedrijfsvoering), is er wel een indirect verband met de te maken kosten. Naast het feit dat de loonkosten met ongeveer 3% stijgen (voornamelijk door CAO-wijzigingen), is er structureel € 130.000 aan de begroting toegevoegd vanuit het programma Samen op Weg. De verwachting is dat met deze stijging de afdeling bedrijfsvoering in dit overgangsjaar voldoende ondersteuning kan blijven bieden aan het primaire proces.
Ontwerp Programmabegroting 2023 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2022
Pagina 11 van 19
4. Paragrafen Door het BBV wordt een zevental paragrafen voorgeschreven die moeten worden opgenomen in de begroting, tenzij het betreffende onderdeel niet van toepassing is. Bij de RUD Utrecht zijn de volgende onderdelen niet van toepassing: Lokale heffingen; Verbonden partijen; en Grondbeleid. De overige onderdelen zullen in dit hoofdstuk nader worden toegelicht.
4.1.
Weerstandsvermogen en risicomanagement
Het weerstandsvermogen is een maatstaf voor de mate waarin de gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht in staat is om de gevolgen van risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt. Om adequaat en effectief te kunnen reageren op de financiële gevolgen van risico’s die zich voordoen, moet de RUD Utrecht een financiële buffer hebben. Hierdoor is de RUD Utrecht in staat risico’s zelf financieel op te vangen. Er hoeft dan geen afzonderlijk beroep gedaan te worden op de deelnemers. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s die de RUD Utrecht loopt. Het gaat hier over niet kwantificeerbare risico’s. Voor kwantificeerbare risico’s worden voorzieningen gevormd. In artikel 31 van de gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht is bepaald dat de algemene reserve maximaal 5 procent van de jaaromzet bedraagt. Op basis van de begrote financiële positie per 31 december 2023 bedraagt de algemene reserve € 758.000, dit is onder de norm van 5%. Jaarlijkse exploitatieoverschotten worden toegevoegd aan de algemene reserve en verhogen het weerstandsvermogen. Een exploitatietekort wordt opgevangen binnen het weerstandsvermogen, tenzij het weerstandsvermogen hiervoor onvoldoende is.
In dat geval dragen de deelnemers hun deel naar rato van de uren uit de DVO (van de betreffende deelnemer) ten opzichte van de totale begrote uren van het betreffende jaar. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit is het totaal van de middelen waarover de RUD Utrecht beschikt om onvoorziene kosten te dekken. Voor de RUD Utrecht is de algemene reserve aan te merken als beschikbare incidentele weerstandscapaciteit. Deze dient als buffer tegen onvoorziene risico’s. Op basis van de begrote financiële positie per 31 december 2023 bedraagt de algemene reserve € 758.000. Daarnaast bestaat de weerstandscapaciteit uit de post Onvoorzien. In de begroting is rekening gehouden met een structurele post Onvoorzien ter hoogte van € 225.000. De totale weerstandscapaciteit bedraagt naar verwachting € 983.000 (= € 758.000 + € 225.000). Risicomanagement Risicomanagement is het effectief omgaan met de kansen en bedreigingen die de realisatie van de organisatiedoelstellingen kunnen beïnvloeden. Hiervoor is het van belang dat er een continu proces wordt ingericht van identificeren, prioriteren en beheersen.
Hierdoor kunnen goed onderbouwde keuzes gemaakt worden met betrekking tot: • Welke risico’s kunnen gedragen worden? • Welke beheersmaatregelen kunnen getroffen worden? • Welke middelen moeten, ter afdekking van risico’s, gereserveerd worden? Door de koppeling van het risicomanagement aan de planning & control-cyclus van de RUD Utrecht zal drie keer per jaar over risico’s worden gerapporteerd. Dat is bij de programmabegroting, de bestuurlijke voortgangsrapportage (alleen significante afwijkingen) en de jaarrekening. Algemene risico’s Het risicoprofiel van de RUD Utrecht bestaat uit bedrijfsspecifieke risico’s en meer algemene risico’s. Bij deze laatste kan onder meer gedacht worden aan macro-economische ontwikkelingen en loon- en prijsontwikkelingen. Ook zijn er natuurlijk onzekerheden over (toekomstig) rijksbeleid en ontwikkelingen in wet- en regelgeving. Al deze ontwikkelingen kunnen risico’s en onzekerheden met zich meebrengen, deze zijn echter nagenoeg niet beïnvloedbaar noch kwantificeerbaar. Deze risico’s worden in principe niet opgenomen in de risicoanalyse zolang ze niet leiden tot meer specifieke en kwantificeerbare risico’s voor de RUD Utrecht.
Ontwerp Programmabegroting 2023 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2022
Pagina 12 van 19
Specifieke risico’s De specifieke risico’s zijn de risico’s die op de RUD Utrecht van toepassing zijn. Net als vorig jaar zijn middels sessies met MT en medewerkers de risico’s in kaart gebracht en is een inschatting gemaakt van de kans dat de gebeurtenis daadwerkelijk plaatsvindt en de (financiële) impact daarvan. Dit heeft geresulteerd in onderstaande risicoanalyse:
I/S
Kans %
Impact x € 1000
Restrisico x € 1.000
De productie (producten) zoals afgesproken in de DVO’s wordt niet gerealiseerd (kwantitatief of 1. Outputfinanciering: kwalitatief) waardoor de inkomsten lager zijn dan productie, achterblijvende begroot. 1% minder productie is bijna € 100.000 vraag minder inkomsten. Een deel van de productie is vraag gestuurd. De kosten om deze productie te realiseren is echter wel vast en betreft voornamelijk loonkosten.
S
25%
€ 400
€ 100
2. Outputfinanciering: onvoldoende productiviteit
Binnen de RUD is ervan uitgegaan dat medewerkers 1.360 declarabele uren per jaar maken in de primaire teams. Iedere 1% minder declarabiliteit RUD-breed levert € 90.000 minder inkomsten op.
S
50%
€ 400
€ 200
3. Outputfinanciering: kengetallen
De kentallen in de PDC komen niet overeen met de werkelijke uren voor een product waardoor er meer of minder kosten gemaakt worden.
I
15%
€ 300
€ 45
4. Ziekteverzuim
Bij de begroting is ervan uitgegaan dat de productieve medewerkers 1.360 declarabele uren per jaar realiseren. Die aanname is o.m. gebaseerd op een maximaal verzuim van 5%. Elk procent boven deze norm kost rond de € 90.000.
S
25%
€ 190
€ 48
5. Wet- en regelgeving: Algemeen
Als gevolg van nieuwe wet- en regelgeving zoals de Omgevingswet zullen werkprocessen, systemen en producten aangepast moeten worden en medewerkers bijgeschoold.
S
40%
€ 300
€ 120
6. Wet- en regelgeving: Invoering Omgevingswet transitie bodemtaken
Als gevolg van de invoering van de Omgevingswet zal het bevoegd gezag van de bodemtaken verschuiven van de Provincie naar de verschillende gemeentes. Als deze verschuiving betekent dat er minder bodemtaken bij de RUD Utrecht worden belegd zullen er frictiekosten gaan ontstaan, aangezien de RUD Utrecht in dat geval gedwongen afscheid zal moeten nemen van vast personeel.
I
30%
€ 1.200
€360
Risico
Omschrijving
Totaal restrisico:
€ 873
Tegenover de bestaande risico’s staat de weerstandscapaciteit zoals hierboven besproken ter hoogte van € 983.000. De hierbij behorende ratio is: 1,13 (minimaal 1,0 is gewenst). De weerstandscapaciteit ligt daarmee op een voldoende niveau om de specifieke risico’s op te kunnen vangen.
Ontwerp Programmabegroting 2023 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2022
Pagina 13 van 19
Financiële kengetallen Gezien het stijgende belang van toekomstbestendigheid van lokale overheden moet in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing een basis set van vijf financiële kengetallen worden opgenomen. Het opnemen van kentallen past in het streven naar meer transparantie en inzicht in de financiële positie. Voor de RUD Utrecht zijn de volgende drie kengetallen van toepassing: a. Netto schuldquote: geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen; b. Solvabiliteitsratio: geeft inzicht in de mate waarin de organisatie in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen (eigen vermogen als percentage van het totale financiële positietotaal); en c. Structurele exploitatieruimte: is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te kunnen dragen. Kengetallen
A Netto schuldquote B Solvabiliteitsratio C Structurele exploitatieruimte
a. b.
c.
4.2.
Verloop van de kengetallen % Jaarrekening Begroting 2022 Begroting 2023 2021 -12,58 29,79 3,84
-2,74 34,49 0,07
-5,66 43,44 0,53
Voldoende <100 >50 >0,6
Norm VNG % Matig
Onvoldoende
>100 / <130 <50 / >30 <0,6 / >0
>130 <30 0
De netto schuldquote is erg goed. Reden hiervoor is dat de RUD Utrecht nog geen leningen heeft hoeven afsluiten voor het financieren van investeringen. Voor 2023 wordt dit evenmin nodig geacht. De solvabiliteit toont aan dat de RUD Utrecht matig in staat is om aan haar verplichtingen te voldoen. In artikel 31 van de gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht is echter bepaald dat de algemene reserve maximaal 5 procent van de jaaromzet mag bedragen. Als gevolg hiervan is deze ratio slechts in beperkte mate beïnvloedbaar. De structurele exploitatieruimte van de RUD Utrecht is matig. De RUD Utrecht kan met de structurele baten haar structurele lasten dekken. De RUD streeft hiernaar, zonder hierbij een (positief) exploitatiesaldo te realiseren.
Financiering
Deze paragraaf gaat over de financiering van de RUD Utrecht op de korte en de lange termijn. Daarin worden
betrokken het schatkistbankieren, de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Het doel is om onder gunstige voorwaarden en met beperkte risico’s over voldoende financiële middelen beschikken.
Financiering korte termijn In de bijdrageverordening is het volgende vastgelegd: a. De deelnemers betalen uiterlijk 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober een voorschot in de lasten van het lopende begrotingsjaar van 25 procent van de totale bijdrage (vaste bijdrage + begrote variabele bijdrage); en b. Naar aanleiding van de liquiditeitspositie in de afzonderlijke kwartalen kan het Dagelijks Bestuur bepalen dat van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, een afwijkend voorschot wordt betaald. Hierdoor is verzekerd dat de RUD Utrecht voor de korte termijn voldoende financiële middelen heeft. Doen zich hierbij tijdelijk overschotten voor dan heeft de RUD Utrecht te maken met schatkistbankieren. De overschotten mogen alleen in rekening-courant en via deposito’s bij de schatkist (het Rijk) worden belegd (of uitgeleend aan andere decentrale overheden). De RUD Utrecht mag de eerste € 1.000.000 buiten de schatkist houden. De RUD Utrecht heeft een financieringsovereenkomst (krediet- en depotarrangement) afgesloten met de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). Er geldt een intra-daglimiet van € 600.000. Doordat automatische afroming van bedragen boven de € 250.000 naar deposito’s bij de schatkist (het Rijk) plaatsvind is het saldo liquide middelen op basis van de begrote financiële positie per 31 december 2023 € 250.000.
Financiering lange termijn Wanneer de RUD Utrecht investeringen doet en deze activeert op de financiële positie kan het nodig zijn om deze te financieren met geldleningen met een looptijd langer dan één jaar. Hierbij moet rekening worden gehouden met de renterisiconorm van het Rijk, die voorziet in spreiding van de looptijden van geldleningen, waardoor renterisico’s beperkt worden. Langlopende geldleningen in de komende jaren zijn afhankelijk van omvang en tempo van de investeringen (in bijvoorbeeld ICT) en de ontwikkeling van de reservepositie van de RUD Utrecht. Op dit moment is de verwachting dat in ieder geval tot en met 2023 geen leningen zullen hoeven worden afgesloten.
Ontwerp Programmabegroting 2023 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2022
Pagina 14 van 19
4.3.
Bedrijfsvoering
4.4.
Onderhoud Kapitaalgoederen
De overhead wordt door de RUD Utrecht geregistreerd binnen het programma Bedrijfsvoering. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 2.4. Programma Bedrijfsvoering.
Artikel 59 tot en met 65 van het BBV zijn van toepassing op het waarderings- , activerings- en afschrijvingsbeleid van de RUD Utrecht. In de financiële verordening van de RUD Utrecht is per soort actief vastgelegd hoe dit beleid wordt toegepast. Materiële vaste activa met economisch nut De materiële vaste activa met economisch nut worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs inclusief direct toerekenbare kosten, onder aftrek van lineaire afschrijvingen gedurende de verwachte toekomstige gebruiksduur en bijzondere waardeverminderingen. Activa met een verkrijgingprijs van minder dan of gelijk aan € 10.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd (meet)apparatuur. De materiële vaste activa met economisch nut worden afgeschreven in maximaal: 15 jaar : technische installaties en apparatuur in gebouwen 10 jaar : kantoormeubilair, veiligheidsvoorzieningen en verbouwingen 5 jaar : transportmiddelen, aanhangwagens en personenauto's 3 jaar : (automatiserings)apparatuur en telefooninstallaties 1 jaar : (meet)apparatuur waarbij 50% van de jaarafschrijving wordt verantwoord in het jaar van aanschaf en/of technische/economische ingebruikname. Bij het bepalen van de afschrijving wordt geen rekening gehouden met een restwaarde. Bij een eventuele verkoop van materiële vaste activa wordt de opbrengst via de resultaatbestemming toegevoegd aan de algemene reserve van de RUD Utrecht.
De economische levensduur is beëindigd op het moment dat de aan het actief toe te rekenen jaarlasten hoger zijn dan de aan het actief toe te rekenen jaaropbrengsten. De rente wordt berekend over de boekwaarde per 1 januari.
4.5.
Incidentele baten en lasten
Vanwege de afspraken die gemaakt zijn binnen de Gemeenschappelijke regeling, zijn alleen de structurele baten (DVO’s) en bijbehorende structurele lasten, inclusief overhead, verwerkt. Eventueel aanvullende middelen voor tijdelijke projecten, aanvullende opdrachten en programma’s zijn hierin nog niet verwerkt. Wanneer deze middelen middels een begrotingswijziging worden aangevraagd zullen deze ook als zodanig worden verwerkt en weergegeven onder de incidentele baten en lasten. Ook de huidige positie rondom de bodemtaken kent in principe een structureel karakter.
Ontwerp Programmabegroting 2023 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2022
Pagina 15 van 19
5. Bijlagen 5.1.
Meerjarenperspectief financiële positie
Meerjarenperspectief financiële positie Ter kennisname presenteren wij hierbij het meerjarenperspectief van de financiële positie voor 2022 – 2026. ACTIVA Vaste activa - Investeringen met een economisch nut
Materiële vaste activa
Totaal vaste activa Vlottende activa - Vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen in 's Rijks schatkist
Uitzettingen met een rente typische looptijd korter d éé j
31 december 2022 €
€ €
482.000
673.000 2.160.000
Overlopende activa - Banksaldi
Liquide middelen
€
250.000
Totaal vlottende activa Totaal generaal PASSIVA Vaste passiva - Algemene reserve - Bestemmingsreserves* - Gerealiseerd resultaat
Eigen vermogen
31 december 2023
€
482.000
€
482.000
€
2.833.000
€
205.000
€
250.000
€ €
3.288.000 3.770.000
€
€ € €
769.000 1.281.000 7.000
€
2.057.000
€
274.000
Overlopende passiva
€
Totaal vlottende passiva Totaal generaal
€ €
€
274.000
442.000
673.000 2.202.000
250.000
€
442.000
€
442.000
€
2.875.000
€
215.000
€
250.000
€ €
3.340.000 3.782.000
€
€ €
€
31 december 2023
2.057.000
Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar
€ €
31 december 2022
€
Totaal vaste passiva Vlottende passiva - Overige schulden
€
€ € €
776.000 1.281.000 4.000
2.061.000
€
2.061.000
€
272.000
1.439.000
€
1.713.000 3.770.000
€ €
272.000
398.000
673.000 2.246.000
250.000
€
398.000
€
398.000
€
2.919.000
€
237.000
€
250.000
€ €
3.406.000 3.804.000
€
€ €
€
31 december 2024
€
€
31 december 2025
31 december 2024
€ € €
780.000 1.281.000 5.000
2.066.000
€
2.066.000
€
269.000
1.449.000
€
1.721.000 3.782.000
€ €
269.000
673.000 2.291.000
250.000
€
358.000
€
358.000
€
2.964.000
€
241.000
€
250.000
€ €
3.455.000 3.813.000
€
€ €
€
31 december 2025
€
€
358.000
31 december 2026
€ € €
785.000 1.281.000 5.000
2.071.000
€
2.071.000
€
268.000
1.469.000
€
1.738.000 3.804.000
€ €
268.000
673.000 2.276.000
250.000
€
387.000
€
387.000
€
2.949.000
€
190.000
€
250.000
€ €
3.389.000 3.776.000
31 december 2026
€
€
387.000
€ € €
790.000 1.281.000 5.000
€
2.076.000
€
2.076.000
€
276.000
1.474.000
€
1.424.000
1.742.000 3.813.000
€ €
1.700.000 3.776.000
€
276.000
Toelichting op het meerjarenperspectief financiële positie In het meerjarenperspectief van de financiële positie voor 2022 – 2026 zijn geen uitgangspunten verwerkt buiten de reguliere activiteiten van de RUD Utrecht. Onderhanden zaken ontstaan in verband met het afrekenen onder outputfinanciering. Op de financiële positie zijn deze niet weergegeven, omdat er zowel een schuldpositie als voorschotten van éénzelfde omvang bestaan. Algemene reserve: de resultaten zijn jaarlijks toegevoegd aan de algemene reserve. Volgens de 5% norm die wordt gehanteerd zou dit kunnen betekenen dat in de jaren 2022 en verder afroming tot het maximum plaatsvindt door middel van terugbetaling aan opdrachtgevers of door het vormen van bestemmingsreserves. Gezien het feit dat de werkelijke opbrengsten leidend zijn voor de maximum hoogte van de reserve is dit nog niet in bovenstaand overzicht verwerkt. *Bestemmingsreserves zullen worden onttrokken voor de doeleinden waarvoor deze gevormd zijn in het jaar waarbinnen de kosten worden gemaakt. Hierop zal een zienswijze van toepassing zijn.
Ontwerp Programmabegroting 2023 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2022
Pagina 16 van 19
5.2.
Meerjarenperspectief staat van baten en lasten
Meerjarenperspectief staat van baten en lasten Ter kennisname presenteren wij hierbij het meerjarenperspectief van de staat van baten en lasten voor 2022 – 2026. Begroting 2022
Begroting 2023
Baten
Lasten
Saldo
5.660.000
5.700.000
-40.000
6.416.000
6.443.000
Directe variabele kosten handhaving
4.614.000
4.654.000
-40.000
5.232.000
Directe vaste kosten handhaving
1.046.000
1.046.000
-
-
-
-
Programma's 1 Handhaving
ISV 2 Vergunningverlening
Baten
Lasten
Begroting 2024 Saldo
Begroting 2025
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
-27.000
6.493.000
6.520.000
-26.000
6.571.000
6.598.000
5.259.000
-27.000
5.295.000
5.322.000
-26.000
5.359.000
1.184.000
1.184.000
-
1.198.000
1.198.000
-
-
-
-
-
-
-
Begroting 2026 Saldo
Baten
Lasten
-26.000
6.650.000
6.677.000
Saldo -26.000
5.386.000
-26.000
5.423.000
5.450.000
-26.000
1.212.000
1.212.000
-
1.227.000
1.227.000
-
-
-
-
-
-
-
5.748.000
5.701.000
47.000
5.013.000
4.982.000
31.000
5.073.000
5.043.000
30.000
5.134.000
5.104.000
30.000
5.195.000
5.165.000
30.000
Directe variabele kosten vergunningverlening
4.671.000
4.624.000
47.000
4.098.000
4.068.000
30.000
4.147.000
4.118.000
29.000
4.197.000
4.168.000
29.000
4.247.000
4.218.000
29.000
Directe vaste kosten vergunningverlening
1.077.000
1.077.000
-
915.000
914.000
1.000
926.000
925.000
1.000
937.000
936.000
1.000
948.000
947.000
1.000
3 Bedrijfsvoering
3.919.000
3.919.000
-
4.040.000
4.040.000
-
4.088.000
4.088.000
-
4.137.000
4.137.000
-
4.187.000
4.187.000
-
Totaal programma's
15.327.000
15.320.000
7.000
15.469.000
15.465.000
4.000
15.654.000
15.651.000
4.000
15.842.000
15.839.000
4.000
16.032.000
16.029.000
4.000
Loon- en prijscompensatie
100.000
100.000
-
50.000
50.000
-
51.000
51.000
-
52.000
52.000
-
53.000
53.000
-
Onvoorzien
225.000
225.000
-
225.000
225.000
-
225.000
225.000
-
225.000
225.000
-
225.000
225.000
-
15.652.000
15.645.000
7.000
15.744.000
15.740.000
4.000
15.930.000
15.927.000
4.000
16.119.000
16.116.000
4.000
16.310.000
16.307.000
4.000
15.652.000
15.645.000
7.000
15.744.000
15.740.000
4.000
15.930.000
15.927.000
4.000
16.119.000
16.116.000
4.000
16.310.000
16.307.000
4.000
Totaal saldo van de baten en lasten Toevoeging/onttrekking aan reserves: Gerealiseerde resultaat
Toelichting op het meerjarenperspectief staat van baten en lasten In het meerjarenperspectief van de staat van baten en lasten voor 2022 – 2026 is nog geen rekening gehouden met eventuele nog niet voorzienbare gevolgen vanuit de overgang naar de Omgevingswet per 1 januari 2023.
Ontwerp Programmabegroting 2023 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2022
Pagina 17 van 19
5.3.
Begrotingswijziging
Op basis van de ontwerp Begroting 2023 wordt de volgende wijziging voorgesteld: Programma 1 Handhaving
Baten
Lasten
Saldo
€
138.000
€
97.000
€
41.000
Directe variabele kosten
€
142.000
€
102.000 €
40.000
Directe vaste kosten
€
-5.000
€
1.000
2 Vergunningverlening
€
Directe variabele kosten
€
Directe vaste kosten
-4.000 € -285.000
€
-248.000
€
-37.000
-220.000 €
-183.000
€
-37.000
€
-65.000 €
-65.000
€
-
3 Bedrijfsvoering
€
71.000
€
71.000
€
-
Totaal programma's
€
-76.000 €
-80.000
€
4.000
Stelpost loon- en prijscompensatie
€
-
€
- €
-
Onvoorzien
€
-
€
- €
-
Totaal saldo van baten en lasten
€
-76.000 €
-80.000
€
4.000
- €
-
Toevoegingen en onttrekking aan reserves: Gerealiseerd resultaat
€ €
Ontwerp Programmabegroting 2023 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2022
-
€
-76.000 €
-80.000
€
4.000
Pagina 18 van 19
5.4.
Ontwikkeling variabele bijdrage
De variabele bijdrage van de opdrachtgevers is gebaseerd op de verwachte afname van producten en diensten zoals deze is opgenomen in de dienstverleningsovereenkomsten (DVO) van 2022. Daarnaast bestaat de variabele bijdrage uit gemeenschappelijke regionale taken en extra opdrachten voor de provincie. Hier onder hebben we het verschil inzichtelijk gemaakt tussen de variabele bijdrage zoals die van de begroting 2023 en de variabele bijdrage van de begroting 2022 (eerste begrotingswijziging 2022).
Opdrachtgever:
Variabele bijdrage 2023:
Variabele bijdrage 2022:
Verklaard door tariefstijging:
Verschil:
Verklaard door aanpassingen DVO:
waarvan bodemtaken
waarvan str.verlaging Bedrijven VV
Verklaard door verhoging regionale en provinciale taken
Amersfoort Baarn Bunschoten Eemnes Houten Leusden Lopik Nieuwegein Provincie Soest Utrecht Woudenberg
1.116.000 265.000 316.000 138.000 228.000 270.000 306.000 232.000 4.732.000 454.000 1.059.000 214.000
1.126.000 253.000 303.000 118.000 183.000 236.000 292.000 228.000 4.934.000 384.000 1.024.000 204.000
-10.000 12.000 13.000 20.000 45.000 34.000 14.000 4.000 -202.000 70.000 35.000 10.000
31.000 8.000 9.000 4.000 6.000 8.000 8.000 7.000 139.000 13.000 29.000 6.000
-43.000 4.000 3.000 16.000 38.000 25.000 5.000 -3.000 -364.000 56.000 4.000 4.000
-29.000 35.000 14.000 17.000 39.000 27.000 5.000 -4.000 -370.000 58.000 6.000 29.000
-15.000 -31.000 -10.000
-26.000
2.000 1.000 1.000 1.000 1.000 23.000 1.000 2.000 -
Totaal
9.330.000
9.285.000
45.000
268.000
-255.000
-173.000
-82.000
32.000
De veranderingen t.o.v. de begroting 2022 bestaan uit de stijging van het uurtarief (+), verlaging van de DVO’s (-) en verhoging van de regionale en provinciale taken (+). We hebben de Programmabegroting 2023 aangepast op basis van de uitvoeringsplannen voor 2022. Hierdoor is de variabele bijdrage veranderd. Hierboven staat een overzicht van de indicatieve variabele bijdrage per opdrachtgever voor 2023. De verlaging van de DVO’ s worden voor een groot deel verklaard door de verschuiving van bevoegd gezag van de provincie naar de gemeentes m.b.t. de bodemtaken. De huidige inzichten laten een daling van ongeveer 1.950 uur aan bodemtaken zien in 2023 t.o.v. 2022. Ook het besluit in het Algemeen Bestuur van 3 december 2021 omtrent de structurele verlaging van de DVO bij Bedrijven Vergunningverlening (Amersfoort, Baarn, Bunschoten en Woudenberg) heeft effect op de variabele bijdrage; bijna 1.200 uur is de verlaging vanaf 2023. Tegenover bovengenoemde dalingen in variabele bijdrage staat ten slotte een stijging van de regionale en provinciale taken. De tarieven voor de consignatiediensten (grijs, groen, zwemwater) zijn al een aantal jaar niet meer geïndexeerd. De CAO-tarieven voor consignatie zijn in de tussentijd echter wel verhoogd en daarom zouden we in deze begroting 2023 een indexatie voor willen stellen.
Ontwerp Programmabegroting 2023 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2022
Pagina 19 van 19