384895 Pilot wijkuitvoeringsplan aardgasvrij verwarmen bijlage 3 Wijkuitvoeringsplan aardgasvrij verwarmen Eemdal-Noord
Tekst van het document
Plan van Aanpak - Wijkuitvoeringsplan aardgasvrij verwarmen Eemdal-Noord
Opgesteld door
datum portefeuillehouder
Sibren Lochs - Projectmanager Energietransitie Nancy Rullens - Communicatieadviseur duurzaamheid Floris Eigenhuis - Programmamanager duurzaamheid
3 mei 2022 Wethouder Vissers
Samenvatting Baarn heeft de ambitie om zoveel mogelijk klimaatneutraal te worden. Een belangrijk onderdeel hiervan is het aardgasvrij verwarmen van de gebouwde omgeving. Eind 2020 is de Transitievisie Warmte (TvW) vastgesteld, waarin de Staatsliedenwijk en Eemdal-Noord zijn aangemerkt als kansrijke wijken om als eerste van het aardgas af te gaan. Met de Kansenverkenning is de TvW in de Staatsliedenwijk verder uitgewerkt. Uit de Kansenverkenning bleek dat een collectief warmtenet (bronnet) met een ondergrondse warmte-koudeopslag (WKO) en warmte uit de Eem (aquathermie) voor heel Baarn veel potentie kan hebben, maar dat de Staatsliedenwijk niet de beste wijk was om daarmee te beginnen. Daarom volgde het advies om de potentie voor aquathermie verder te onderzoeken in Eemdal-Noord. Dit wijkuitvoeringsplan (WUP) vormt de basis om EemdalNoord als eerste Baarnse woonwijk van het aardgas af te halen. In het WUP wordt, in samenwerking met de bewoners, invulling gegeven aan diverse bouwstenen van de warmtetransitie, zoals techniek, financiën, organisatie, participatie, planning en koppelkansen. Nadat het WUP doorlopen is, is alle informatie verzameld om een uitvoeringsprogramma op te stellen. Het doel van het ‘Wijkuitvoeringsplan aardgasvrij verwarmen Eemdal-Noord’ is tweeledig: 1. Met bewoners en andere belanghebbenden een aardgasvrije warmteoplossing kiezen in Eemdal-Noord. 2.
Verder verkennen of een bronnet met aquathermie een haalbare en betaalbare aargasvrije warmteoplossing (voor heel Baarn) kan zijn. De definitieve keuze voor een aardgasvrije warmteoplossing ligt altijd bij de bewoners zelf. Die kan niet worden afgedwongen. Hoewel op basis van de Kansenverkenning in de Staatsliedenwijk veel potentie kan worden gezien in een bronnet met aquathermie, kan de uitkomst van het ‘Wijkuitvoeringsplan aardgasvrij verwarmen Eemdal-Noord’ een andere aardgasvrije warmteoplossing zijn. Een goede samenwerking tussen de bewoners en de gemeente is dus belangrijk. Daarom is een intensief particpatietraject opgezet.
Het ‘Wijkuitvoeringsplan aardgasvrij verwarmen Eemdal-Noord’ bestaat uit drie fasen. Tijdens de eerste fase, tot oktober, wordt de business case voor verschillende beschikbare warmteoplossingen voor Eemdal-Noord concreet inzichtelijk gemaakt. Ook worden de fysieke en sociale aspecten van de wijk in beeld gebracht. Dit is nodig om het participatietraject (fase 2) op maat in te richten. De eerste stap in het participatietraject is samen met de bewoners van Eemdal-Noord bepalen hoe zij in dit proces betrokken willen worden. Vervolgens wordt een aardgasvrije warmteoplossing gekozen. Dit is stap twee. Zodra de warmteoplossing gekozen is, wordt de organisatie- en financieringsstructuur bepaald in de laatste stappen van het participatietraject. In de derde fase wordt overgegaan tot de uitvoering. Alle bouwstenen uit fase 1 en fase 2 worden samengevoegd tot een uitvoeringsprogramma. De gemeenteraad is ook een belangrijk onderdeel van het wijkuitvoeringsplan. Op verschillende momenten zal de raad dan ook worden betrokken. Zo zal de gemeenteraad gevraagd worden om in te stemmen met een voorstel voor de samenwerking in dit traject tussen de bewoners, de gemeente en andere partijen (Q1 2023) en over de organisatie- en financieringsstructuur voor de gekozen aardgasvrije warmteoplossing (Q3 2023).
Daarnaast zal de gemeenteraad via raadsinformatiebrieven op de hoogte worden gehouden van de uitkomsten van de technische analyse (Q3 2022) en de aardgasvrije warmteoplossing waar de voorkeur voor is (Q2 2023).
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ........................................................................................................................ 1 1.1 Het wijkuitvoeringsplan ................................................................................................ 1 1.2 Eemdal-Noord ............................................................................................................. 2 1.3 Het doel van het wijkuitvoeringsplan ............................................................................ 3 1.4 Organisatie uitvoering wijkuitvoeringsplan ................................................................... 4 1.5 Bewoners kiezen warmteoplossing .............................................................................. 6 1.6 Uitgangspunten wijkuitvoeringsplan ............................................................................. 6
2.
Aanpak .......................................................................................................................... 8 2.1 Omgevingsanalyse ...................................................................................................... 9 2.2 Technische analyse ................................................................................................... 10 2.3 Rolbepaling partijen – Wie neemt het initiatief ........................................................... 12 2.4 Keuze voor aardgasvrije oplossing ............................................................................ 12 2.5 Organisatiestructuur bepalen ..................................................................................... 13 2.6 Financieringsstructuur bepalen .................................................................................. 13 2.7 Besluitvorming en informatievoorziening gemeenteraad ............................................ 14
3.
Participatie ................................................................................................................. 16 3.1 Uitgangspunten participatie ....................................................................................... 16 3.2 Aanpak participatie .................................................................................................... 16
4.
Communicatie ............................................................................................................ 18
5.
Planning...................................................................................................................... 21
6.
Begroting wijkuitvoeringsplan .................................................................................. 22
7.
Begrippenlijst ............................................................................................................. 23
1. Inleiding Baarn heeft de ambitie om zoveel mogelijk klimaatneutraal te worden. Een belangrijk onderdeel hiervan is het aardgasvrij verwarmen van de gebouwde omgeving. Dit doen we niet van vandaag op morgen, maar stap voor stap. Na de kansenverkenningen in de woonwijk Staatsliedenwijk en op de bedrijventerreinen willen we aan de slag: het is tijd om de eerste aardgasvrije wijk van Baarn te realiseren. Eind 2020 is de Transitievisie Warmte (TvW) vastgesteld. Daarin is een eerste aanzet gedaan voor een aardgasvrij Baarn. In de TvW zijn de Staatsliedenwijk en Eemdal-Noord als kansrijke wijken aangemerkt om als eerste van het aardgas af te gaan. Om de duurzame warmteoplossingen in kaart te brengen, is in de Staatsliedenwijk een kansenverkenning uitgevoerd. Het doel van dit onderzoek was om de betaalbaarheid en technische haalbaarheid van verschillende duurzame warmteoplossingen inzichtelijk te maken. Voor de Staatsliedenwijk, maar potentieel ook als blauwdruk voor de rest van Baarn. Uit de Kansenverkenning bleek dat een collectief warmtenet (bronnet) met een warmtekoudeopslag (WKO) en warmte uit de Eem (aquathermie) veel potentie zou kunnen hebben om heel Baarn van aardgasvrije warmte te voorzien, maar dat de Staatsliedenwijk niet de beste wijk is om daarmee te beginnen. De Staatsliedenwijk ligt relatief ver van de Eem en de woningen daar zijn minder goed geïsoleerd.
Eemdal-Noord zou daarentegen meer geschikt zijn voor zo een collectieve aardgasvrije warmteoplossing. Met dit wijkuitvoeringsplan gaan we de potentie van aquathermie voor Baarn concreter in beeld brengen en verder onderzoeken of het een geschikte en betaalbare warmtebron kan zijn. Het ‘Wijkuitvoeringsplan aardgasvrij verwarmen Eemdal-Noord’ vormt de basis om EemdalNoord als eerste Baarnse woonwijk van het aardgas af te halen. Dat zullen we samen met de bewoners van de woonwijk doen. Het is geen vooraf ingevulde routekaart, want er moeten nog een aantal keuzes worden gemaakt. Het is een proces dat met elke stap concreter en duidelijker wordt, met als einddoel een aardgasvrij Eemdal-Noord.
1.1 Het wijkuitvoeringsplan Een wijkuitvoeringsplan (WUP) is een verdiepingsslag op de TvW, die met alle belanghebbenden gemaakt wordt om een wijk, buurt of dorp aardgasvrij te maken. In het wijkuitvoeringsplan wordt invulling gegeven aan diverse bouwstenen van de warmtetransitie, zoals techniek, financiën, organisatie, participatie, planning en koppelkansen. Het WUP geeft dus een totaaloverzicht van de stappen die door alle betrokken partijen moeten worden gezet om de isolatieaanpak en/of om het gekozen alternatief voor aardgas voor een wijk te realiseren. Op basis van het WUP wordt een uitvoeringsprogramma gemaakt. Onderdelen van een wijkuitvoeringsplan zijn bijvoorbeeld: ▪ Onderbouwen van de techniek ▪ Onderbouwing van de kosten ▪ Onderbouwing van de organisatie ▪ Beoogde samenwerking tussen partijen en de eigendomsverhoudingen 1
▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Financiering (investeringen, uitgewerkt aanbod en subsidies) Participatie van overige belanghebbenden Communicatie Aanbestedingsstrategie Besluitvormingsproces
1.2 Eemdal-Noord Met behulp van adviesbureau BOOM - Hoogers zijn mogelijke warmteoplossingen voor de Staatsliedenwijk in kaart gebracht. Uit de Kansenverkenning bleek dat een collectief warmtesysteem met de Eem als warmtebron (aquathermie) op relatief korte termijn een kansrijke warmteoplossing zou kunnen zijn voor Baarn. Aquathermie is een warmteoplossing waarbij warmte uit oppervlaktewater (thermische energie uit oppervlaktewater (TEO)) wordt gewonnen. In Baarn zouden we die energie mogelijk ondergronds kunnen opslaan en vervolgens kunnen oppompen om onze gebouwen te verwarmen. De Staatsliedenwijk is op dit moment niet de beste wijk om te beginnen met een collectieve warmteoplossing. De woonwijk ligt relatief ver van de Eem en de woningen hebben een relatief lage isolatiewaarde (minder goed energielabel). Ook bleek dat de grote warmtevragers, zoals het zwembad de Trits en het Woonzorgcentrum, op de korte termijn niet aardgasvrij verwarmd kunnen worden. Zij kunnen dus niet als aanjager fungeren, zoals in de TvW werd aangenomen. Er is daarom gekeken naar andere wijken, waar eventueel direct kan worden gestart met een collectieve aardgasvrije warmtevoorziening. Eemdal-Noord lijkt daarvoor het meest geschikt: ●
Eemdal-Noord was in de TvW aangeduid als een potentiële eerste aardgasvrije woonwijk; ● Eemdal-Noord ligt aan de Eem, daardoor zullen de investeringen in een eventueel collectief warmtenet met aquathermie lager zijn dan voor de Staatsliedenwijk; ● De meeste woningen in Eemdal-Noord hebben een recenter bouwjaar (tussen 19802005) dan de woningen in de Staatsliedenwijk en zijn daardoor beter geïsoleerd. De woningen zijn hierdoor al geschikt voor verwarming met lage temperaturen of er zijn minder aanpassingen/isolatie stappen nodig om die woningen daarvoor geschikt te maken; ● Ook nabijgelegen wijken bevatten woningen met een hogere isolatiegraad. De pilot is daardoor makkelijker uit te breiden. Eemdal-Noord lijkt een geschikte wijk om concreet met de warmtetransitie te beginnen. In Eemdal-Noord is een grote variëteit aan warmteoplossingen mogelijk, waaronder de warmteoplossing die de potentie lijkt te hebben om heel Baarn versneld van het aardgas af te halen: een collectief warmtenet met de Eem als warmtebron. De Eem heeft meer dan voldoende potentie om enkele wijken binnen Baarn van warmte te voorzien, zie figuur 1. Desondanks heeft elke warmteoplossing voor- en nadelen. Het is aan de inwoners om de warmteoplossing van hun voorkeur te kiezen. 2
Figuur 1. Potentiekaart Aquathermie (Warming-UP aqauthermieviewer), hierin zie je de maximale ontrekking in GJ per jaar van de Eem weergegeven. De rode kleur geeft aan dat de potentie groot is.
1.3 Het doel van het wijkuitvoeringsplan Het doel van dit plan is om toe te werken naar een zoveel mogelijk klimaatneutraal Baarn. Dat willen we op de volgende manier bereiken: 1. Met bewoners en andere belanghebbenden een aardgasvrije warmteoplossing kiezen in Eemdal-Noord. 2. Verder verkennen of een bronnet met aquathermie een haalbare en betaalbare aargasvrije warmteoplossing (voor heel Baarn) kan zijn. Het is belangrijk om te benoemen dat bewoners zelf de keuze maken voor een aardgasvrije warmteoplossing en voor de benodigde investeringen. In paragraaf 1.5 gaan we hier verder op in. Door de stappen uit het wijkuitvoeringsplan te doorlopen, worden de beoogde aardgasvrije oplossing, en de organisatie en financiering van die warmteoplossing uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma. De doelen en de uitvoering van het wijkuitvoeringsplan zijn schematisch weergegeven in Figuur 2.
3
Figuur 2. Schematische weergave van de doelen van het wijkuitvoeringsplan.
1.4 Organisatie uitvoering wijkuitvoeringsplan Voor de organisatie van het wijkuitvoeringsplan is het van belang om afspraken te maken over de samenwerking tussen bewoners, interne belanghebbenden en projectpartners. De gemeente wil graag dat inwoners actief betrokken zijn en zich verantwoordelijk voelen voor hun leefomgeving. Daarom wordt er in de organisatie van dit plan veel ruimte geboden voor maatschappelijke initiatieven. De rol van de gemeente, de bewoners en andere belanghebbenden zal gezamelijk worden bepaald met de bewoners in de wijk. Wat is de rol voor de gemeente? De gemeente fungeert minimaal als aanjager en samenwerkingspartner. Afhankelijk van de uitkomst van de eerste stap van het participatietraject kan de rol van de gemeente veranderen: enkel als aanjager en samenwerkingspartner of juist naar een regisserende rol. De verschillende rollen staan hieronder nader toegelicht: •
Aanjager en samenwerkingspartner: De gemeente zorgt voor de totstandkoming van de particicpatie en speelt een rol bij het ontstaan van buurtinitiaiteven en kennis/informatie voorziening. De gemeente nodigt mensen en maatschappelijke instellingen uit om gezamenlijk een maatschappelijk initiatief te starten.
•
De netwerker: Sommige maatschappelijke initiatieven ontstaan vanzelf en hebben niet of nauwelijks hulp nodig vanuit de gemeente. Hierbij past een netwerkende rol. De gemeente brengt partijen en partners met elkaar samen en stelt haar netwerk beschikbaar.
•
De facilitator: Andere maatschappelijke initiatieven hebben behoefte aan wat hulp. Dan past een faciliterende rol van de gemeente, bijvoorbeeld door mee te denken, de weg te wijzen, een startsubsidie of grond beschikbaar te stellen. 4
•
Regisseur: De gemeente neemt het initiatief en doet met behulp van verschillende stakeholders en externe expertise een passend aanbod voor een aardgasvrije oplossing aan de bewoners. Bewoners kunnen meedenken en input leveren voor dit aanbod.
Wat is de rol van de bewoners? Het is van belang om te onderzoeken hoe bewoners willen worden betrokken bij het wijkuitvoeringsplan. Uit de ervaringen tot nu in het Programma Aardgasvrije wijken komt naar voren dat het belangrijk is om (eigenaar-)bewoners en andere belanghebbenden zeggenschap te geven bij het procesontwerp van de participatie. Tijdens de gesprekken in de wijk, vragen we bewoners op welke manier zij willen meedoen en vanuit welke rol. •
In een buurtinitiatief: Hierbij gaan de bewoners zelf met de wijk werken naar de voorkeursoplossing voor duurzame warmte, vanuit de uitgangspunten/kaders uit hoofdstuk 1 en gefaciliteerd vanuit de gemeente.
•
Actief samenwerken met de gemeente: Bij het onderzoek naar de voorkeursoplossing, bijvoorbeeld met joint fact finding. Daarbij onderzoeken gemeente en bewoners samen welke oplossingen mogelijk zijn en welke oplossingen het meest geschikt zijn. Hierdoor ontstaat meer vertrouwen in de uitkomsten en informatie over de voorkeursoplossing.
•
Passieve rol: De gemeente doet een aanbod met de voorkeursoplossing aan bewoners. Daarbij is de gemeente helder over de uitgangspunten en planning en hoe inwoners op de hoogte worden gehouden.
Wie gaat wat doen? – Een projectgroep Voor een soepele voortgang van het project is het goed om aan het begin van het traject afspraken te maken over de samenwerking met bewoners, interne belanghebbenden en projectpartners. Zodra de rol van de verschillende partijen duidelijk is, kan er een projectgroep worden ingericht. In de projectgroep wordt duidelijk wat partijen verwachten van elkaar. Ook wordt er in de projectgroep besproken wie welke taken op zich neemt. Bij een buurtinitiatief zal de projectgroep er anders uitzien dan bij een meer passieve rol van de bewoners. In Figuur 3 is het verloop van het proces bij het inrichten van het projecteam weergegeven.
5
Figuur 3. Projectorgansitie en het inrichten van een projectgroep
1.5 Bewoners kiezen warmteoplossing Het is altijd aan inwoners om zelf voor een warmteoplossing te kiezen. De gekozen warmteoplossing kan een flinke impact hebben op de directe leefomgeving. Zo kunnen individuele warmtepompen geluid maken en nemen ze ruimte in in huis, en brengen collectieve oplossingen veranderingen in de wijk met zich mee. Daarnaast zullen inwoners altijd te maken hebben met werkzaamheden en kosten. Een bepaalde keuze kan daarom niet worden afgedwongen: als bewoners niet willen meewerken, dan kunnen in de woningen geen aanpassingen worden gedaan. Er wordt daarom een uitgebreid participatietraject ingericht om samen met inwoners op zoek te gaan naar de warmteoplossing die het beste past bij de bewoners van Eemdal-Noord. Zie hiervoor de hoofdstukken ‘Participatie’ en ‘Communicatie’.
1.6 Uitgangspunten wijkuitvoeringsplan In de Transitievisie Warmte zijn een aantal uitgangspunten opgesteld. Deze uitgangspunten vormen het kader waarbinnen de warmtetransitie in Baarn tot uitvoering moet komen. Deze uitgangspunten gelden ook voor dit wijkuitvoeringsplan. De uitgangspunten zijn terug te zien in Figuur 4.
6
Figuur 4. Uitgangspunten wijkuitvoeringsplan (gebaseerd op Transitievisie Warmte).
1. Maatwerk en synergie Het wijkuitvoeringsplan is maatwerk. We sluiten aan bij de lokale situatie en bij kansen om te versnellen. Daarbij wordt er ook gekeken naar de kansen voor andere wijken en de kansen over onze gemeentegrenzen. Zo kunnen we een synergie creëren die de warmtetransitie en andere ontwikkelingen in de wijk versnellen. 2. Betaalbaar Het principe waarvan we uitgaan is de ‘laagste maatschappelijke kosten’, waarbij de balans wordt gevonden tussen degene die de investering doet en degene die daarvan profiteert. De warmtetransitie moet voor iedereen betaalbaar zijn. 3. Samen De keuze voor een aardgasvrije oplossing moet worden gedragen binnen de wijk. We zoeken daarom samen met de bewoners en andere betrokken partijen naar de beste warmteoplossing. Alle bewoners mogen meepraten en alle bewoners moeten de stap naar een aardgasvrije oplossing kunnen maken. 4. Duurzaam We streven naar een zo duurzaam mogelijk alternatief voor aardgas. Uiterlijk in 2040 is Eemdal-Noord aardgasvrij, al is het streven om dit eerder te realiseren. Daarbij is het ook van belang dat het om een toekomsbestendige warmteoplossing gaat. 5. Integraal & Aantrekkelijk Met de warmtetransitie als aanjager kunnen we Baarn nóg mooier maken. Dit wijkuitvoeringsplan kan de aanleiding zijn om direct te werken aan biodiversiteit, waterberging en andere maatschappelijke opgaven binnen de wijk.
In de planvorming wordt gezocht naar zulke koppelkansen. 7
2. Aanpak Het wijkuitvoeringsplan is opgebouwd uit drie fasen. In de eerste fase wordt een omgevingsanalyse en technische verkenning gedaan. In de tweede fase wordt het participatietraject doorlopen. De derde fase staat in het teken van de uitvoering. Deze fase in deze WUP weinig beschreven, omdat het een planmatige uitwerking van de eerder opgehaalde bouwstenen is. Nu is nog weinig te zeggen over hoe dat eruit zal zien. Zie Figuur 5 voor een schematische weergave van de stappen. In dit hoofdstuk zal de aanpak verder worden toegelicht. Het stappenplan: • Fase 1 – Omgevingsanalyse en technische verkenning 1. Omgevingsanalyse 2. Technische analyse •
Fase 2 – Participatie 1. Rolbepaling partijen – Wie neemt het initiatief 2. Keuze voor aardgasvrije oplossing 3. Organisatiestructuur bepalen 4. Financieringsstructuur bepalen 5. Besluitvorming
•
Fase 3 - Uitvoering 1. Opstellen uitvoeringsprogramma 2. Uitvoering
Aan het einde van fase 1 hebben we inzicht in: 1. De business case van de verschillende beschikbare warmteoplossingen in EemdalNoord. In deze fase wordt ook de definitieve scope bepaald. 2. De fysieke en sociale aspecten van de wijk: de diverse in- en externe belanghebbenden, hun interesses en belangen, andere maatschappelijke problemen en relevante informatie uit de wijk. Aan het einde van fase 2 hebben we inzicht in: 1. De wensen van de bewoners van Eemdal-Noord over de mate en vorm van hun betrokkenheid bij de warmtetransitie in hun wijk. 2. De keuze voor een of meerdere warmteoplossing(en) voor de wijk. 3. De organisatie voor de invoering van de warmteoplossing(en) en hoe dit gefinancierd wordt. Daarnaast zal er als eindproduct van het WUP een uitvoeringsprogramma worden opgesteld, om daadwerkelijk tot uitvoering van de aardgasvrije warmteoplossing over te gaan. De gezamenlijke inzichten en afspraken die zijn gemaakt tijdens dit traject zullen worden vastgelegd in een uitvoeringsprogramma. Ook zal er een samenwerkingsovereenkomst gesloten worden tussen de verschillende partijen die de aardgasvrije oplossing moeten gaan realiseren. Hierover volgt meer in het hoofdstuk ‘Besluitvorming’.
8
Figuur 5. Stappenplan voor het wijkuitvoeringsplan
2.1 Omgevingsanalyse De omgevingsanalyse helpt ons om het wijkuitvoeringsplan op maat in te richten. De omgevingsanalyse bestaat uit een technisch gedeelte waarin de bebouwing wordt geanalyseerd, uit een analyse over kwesties (issueanalyse) die spelen in de wijk en uit een sociaal component, waarmee de sociaaleconomische aspecten en actoren van de wijk in kaart worden gebracht. Op basis van het technische gedeelte wordt de definitieve scope van het wijkuitvoeringsplan bepaald. Er zou nog een deel van aangelegen wijken Eemdal-Zuid of Schoonoordpark kunnen worden betrokken in het pilotgebied. De omgevingsanalyse is ook de basis voor de verdere participatie en communicatie; nodig om in te spelen op wat leeft bij wijkbewoners (maatwerk). De omgevingsanalyse bestaat uit de volgende onderdelen: ● Wijk in beeld brengen Type bewoners (leeftijd, sociaal-economisch), huur/koopwoningen, bouwjaar, etc.) en huidige isolatie en afgiftesysteem van de woningen. Het schouwen van een aantal woningtypen is ook onderdeel van deze analyse. In de analyse van de bebouwing bekijken we het type woningen, de bouwjaren, type afgiftesysteem, warmtevraag etc.
● Stakeholderanalyse maken Wat zijn de verschillende belanghebbenden in de wijk en in de omgeving van het project, welke informatiebehoefte en welke belangen hebben zij? Belanghebbenden in de wijk zijn natuurlijk bewoners (al dan niet actief in de wijk, huurder of woningeigenaar, VVE), maar 9
bijvoorbeeld ook de roeivereniging, ondernemers en sleutelfiguren. In de projectomgeving hebben we onder meer ook met de gemeenteraad, regio, provincie en buurgemeenten aan de Eem te maken, net als de pers. Deze stakeholderanalyse maken we met projectpartners zoals verhuurders, PIT Baarn, Stedin, Waterschap, Energiek Baarn en met collega’s met kennis van de wijk. ● Betrekken interne belanghebbenden Binnen onze eigen organisatie zullen we moeten kijken op wat voor een manieren we al betrokken zijn bij de wijk, Wat is opgenomen in de beleidskaders van het IBOR (Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2021-2030)? We gaan ook in gesprek met het sociaal domein over aandachtspunten en initiatieven in de wijk op sociaaleconomisch niveau, en met andere afdelingen zoals RO of juridische zaken. We werken cross-sectoraal samen met verschillende domeinen binnen de gemeente. In deze fase maken we daarover afspraken met de betreffende teams. ● Issueanalyse Het beleidsdoel ‘aardgasvrij’ sluit niet zonder meer aan bij doelen die bewoners hebben met betrekking tot hun woning en wijk, dat kunnen hele andere onderwerpen zijn. Het is daarom van belang te weten hoe verduurzaming leeft in de wijk en welke andere onderwerpen spelen.
Welke maatregelen hebben bewoners al genomen: zonnepanelen, isolatie, warmtepompen? Of nog niets? Zijn CV-ketels aan vervanging toe? Welke zaken spelen nog meer bij inwoners en andere belanghebbenden die invloed kunnen hebben op het project, zoals energiearmoede of wantrouwen naar de overheid of verhuurder? Welke zorgen en kansen zijn er voor de wijk? Waar kun je op aanhaken om mensen te betrekken; zijn inwoners bijvoorbeeld bezig met groen of veiligheid in de wijk? Wat vinden inwoners prettige manieren voor communicatie? Hoe willen inwoners worden betrokken?
2.2 Technische analyse In de technische analyse onderzoeken we de haalbaar- en betaalbaarheid van verschillende aardgasvrije alternatieven. Op een aantal randvoorwaarden is nog geen volledig zicht, terwijl die wel duidelijk moeten zijn alvorens we het gesprek met de bewoners aangaan over de mogelijkheden. De volgende randvoorwaarden worden onderzocht: ●
● ●
Business case analyse van de warmteoplossingen. Wat is er in EemdalNoord mogelijk en wat zijn de individuele en collectieve kosten? ○ Vergelijking van individuele systemen met verschillende type laagtemperatuur (bronnet) systemen. Scope bepalen pilotwijk. Bodemgeschiktheid en capaciteit voor warmte-koude-opslag (WKO) bepalen.
Scope bepalen De scope voor de wijk (of een groter gebied) wordt in de technische analyse definitief bepaald op basis van de omgevingsanalyse en de onderzoeken naar de business cases van de aardgasvrije warmteoplossingen. Afhankelijk van de uitkomsten is het mogelijk dat ook een deel van de aangrenzende wijken Eemdal-Zuid of Schoonoordpark worden meegenomen (zie figuur 6). Dat heeft dan ook gevolgen voor het participatietraject, want die zal dan ook breder opgezet worden. 10
De scope van het wijkuitvoeringsplan wordt bepaald op basis van: •
•
Het ‘volloopscenario’. Dit is de zekerheid die er al dan niet is over hoeveel gebouwen worden aangesloten op een collectieve warmteoplossing. Daarvoor zullen aannames worden gedaan op basis van huidige praktijksituaties. Een beter volloopscenario, betekent in veel gevallen ook een betere business case voor een collectief systeem. Isolatie van de woningen en het type afgiftesysteem, zoals radiatoren of vloerverwaming. Woningen met vloerverwarming en betere isolatie zijn al in grote mate geschikt voor een warmtepomp met een lagere afgiftetemperatuur.
Bodemenergie voor een collectieve oplossing Voor een collectief systeem, zoals een bronnet met aquathermie, is het waardevol om de warmte die in de zomer kan worden ontrokken, bijvoorbeeld aan de Eem, op te slaan in de bodem. Zodat deze warmte in de winter weer benut kan worden. Dit kan door middel van een warmte-koudeopslag (WKO). Een WKO slaat energie (warmte) op in een aquifer (een waterhoudende zand- en/of kiezellaag) in de bodem. Hierop kunnen meerdere bronnen worden aangesloten. Voor Baarn zal dat in eerste instantie alleen de Eem zijn, maar dat kan later worden uitgebreid met gebouwen, zoals de Trits of het Woonzorgcentrum. Het voordeel van een bronnet in combinatie met WKO is dat er in de zomer ook koeling kan worden geleverd aan de woningen. Het biedt dus extra wooncomfort.
Figuur 6. De wijk Eemdal-Noord met de aangrenzende wijken.
Een WKO is belangrijk in de samenstelling van een bronnet met aquathermie, omdat het de opslagplaats is voor de warmte die uit de verschillende bronnen wordt ontrokken. Het is dus een belangrijke randvoorwaarde beschikbaarheid van deze warmteoplossing. Hoewel een
11
eerste indicatie positief lijkt, zal nader onderzocht worden of de bodem in Eemdal-Noord geschikt is voor WKO. De gemeenteraad zal met een raadsinformatiebrief op de hoogte worden gesteld van de uitkomsten van de omgevings- en technische analyse. Meer over betrokkenheid van de gemeenteraad is te lezen in paragraaf 2.7.
2.3 Rolbepaling partijen – Wie neemt het initiatief Na de technische verkenning start het participatietraject. De eerste stap van het participatietraject is samen met de bewoners en belanghebbenden van het pilotgebied bepalen welke rol zij in de warmtetransitie in hun wijk willen spelen. Afhankelijk van de te kiezen benadering (bottom-up, top-down of een combinatie hiervan) pakt de gemeente de rol van een meer sturende of van een meer faciliterende en informerende procesregisseur. Praktijkervaringen elders laten zien dat het lastig te bepalen is hoe de energietransitie ingestoken moeten worden. Doen we dit bottom-up of top-down? Beide manieren hebben voor- en nadelen. Daarbij is ook de vraag of inwoners erop zitten te wachten. Bottom-up:
Top-down:
Willen mensen wel zelf de keuze maken? Hebben bewoners zelf de tijd en de energie om in dit proces te steken? Komt er een plan dat past bij de doelstellingen en belangen van de gemeente? Is er genoeg draagvlak voor de keuze die de gemeente voor de bewoners maakt? Vertrouwen inwoners dat de gemeente de beste keuze maakt? Zijn inwoners bereid om te investeren in een keuze die ze niet zelf hebben gemaakt?
In deze eerste stap van het participatieproces willen we inwoners zelf de keuze geven om te bepalen hoe zij betrokken willen worden. Een externe partij zal worden gevraagd om hier een proces voor op te tuigen en om samen met steutelfiguren en bestaande netwerken in de wijk tot een conclusie te komen: bottom-up, top-down of een eventuele combinatievorm. Verschillende partijen kunnen verschillende rollen innemen. In het wijkuitvoeringsplan zal op basis van onderlinge afstemming hierover de rolverdeling duidelijk worden gemaakt. Om de organisatiestructuur vorm te geven, zal er een projectgroep worden ingericht. De gemeenteraad zal in Q1 van 2023 een voorstel worden voorgelegd voor de uitwerking van de samenwerking tussen bewoners, de gemeente en eventuele andere belanghebbenden (zie paragraaf 2.7). De uitkomst hiervan zal een grote invloed hebben op de verdere verloop van het proces.
2.4 Keuze voor aardgasvrije oplossing De tweede stap van het participatietraject draait om het kiezen van een (of meerdere) warmteoplossing(en). Er zal op basis van de kennis en inzichten uit de omgevings- en technische analyse een keuze worden gemaakt voor een aardgasvrije oplossing. Hoe deze 12
keuze gemaakt gaat worden is afhankelijk van hoe het participatietraject is ingestoken: bottom-up, top-down of in een combinatievorm. In het geval van een bottom-up organisatie, moeten wij als gemeente de inwoners helpen om ze de keuze te laten maken. Hierbij willen de bewoners eventueel zelf nog de nodige vragen uitdiepen, die niet aan bod zijn gekomen in de technische analyse. Als gemeente kunnen wij informatie- en coördinatiekracht verschaffen en zullen wij de bewoners ook op andere manieren zo goed mogelijk faciliteren. De rol van de gemeente is in deze fase beperkt, evenals de mogelijkheid om op de uitkomst te sturen. In het geval van een top-down scenario kiest de gemeente de aardgasvrije warmteoplossing van voorkeur. Er zal dan een zo goed mogelijk aanbod komen voor de bewoners, dit wordt gedaan op basis van de uitgangspunten beschreven in paragraaf 1.6. Middels een raadsinformatiebrief wordt de gemeenteraad op de hoogte gesteld van de gekozen aardgasvrije warmteoplossing (zie paragraaf 2.7). Deze raadsinformatiebrief kan in Q2 van 2023 worden verwacht.
2.5 Organisatiestructuur bepalen De gekozen warmteoplossing heeft grote invloed op de verdere organisatie. Niet alleen op de organisatie van het uitvoeringsprogramma, maar ook op de eventuele exploitatie van de warmteoplossing. In het participatieproces wordt er met de bewoners een wenselijke aardgasvrije warmtevoorziening gekozen. Op basis van deze keuze kan de rol van verschillende partijen en bewoners bepaald worden. Bij een keuze voor individuele aardgasvrije warmteoplossingen zal er weinig gemeenschappelijk geregeld moeten worden, maar het tegenovergestelde is van toepassing bij een collectieve aardgasvrije warmteoplossing. Bij individuele warmteoplossingen liggen de verantwoordelijkheden en de effecten voornamelijk bij de huishoudens. Wel zal er goede afstemming met Stedin moeten plaatsvinden, omdat deze keuze grote gevolgen zal hebben voor de elektriciteitsvraag. Bij een collectieve warmteoplossing is dat anders. Los van de aanpassingen die goed gepland in huizen gedaan moeten worden, zal er ook een nieuw buizenstelsel aangelegd moeten worden. Er moeten afspraken worden gemaakt over wie dit buizenstelsel gaat exploiteren en onderhouden. Hetzelfde geldt voor de warmtelevering, wordt dit uitbesteed aan inwoners, een marktpartij of gaat de gemeente dit zelf doen? Een nadere invulling kan pas worden gegeven als een aardgasvrije warmteoplossing is gekozen.
De gemeenteraad zal in Q3 van 2023 een voorstel voor een organisatie- en financieringsstructuur worden voorgelegd (zie paragraaf 2.7).
2.6 Financieringsstructuur bepalen De gekozen warmteoplossing bepaalt voor een groot gedeelte waar het gewicht van de investering komt te liggen. Zo zal er bij individuele warmteoplossing meer investeringen worden gevraagd van inwoners, terwijl een collectief systeem van de samenleving een 13
hogere investering vereist. Daarbij moet ook rekening worden gehouden dat niet iedereen, ook de gemeente niet, de gevraagde/gewenste investeringen zomaar kan doen. De lasten moeten dus op een eerlijke manier verdeeld worden, zodat iedereen mee kan doen. Op drie verschillende niveaus zal gekeken worden naar financieringsmogelijkheden: 1. De investering voor de aanleg van de gekozen warmteoplossing; 2. De verdeling van de lasten tussen inwoners en overheid, en 3. De daarbij passende financieringsmogelijkheden (zoals eventueel een lening). Over het algemeen zijn aanzienlijke investeringen nodig om een collectieve warmtevoorziening te ontwikkelen. Het realiseren van een hernieuwbare of duurzame bron is namelijk kostbaar. Daarnaast moet er ook gekeken worden naar welke partijen de risico’s dragen en hoe deze kunnen worden gemitigeerd. Hierbij kun je denken aan een garantstelling van partijen zoals de gemeente of de woningcorporatie voor hun eigen woningvoorraad. Er zijn vele investeringsmogelijkheden voor een collectief systeem. Zo zou de gemeente de investering voor het bronnet kunnen realiseren en het als een soort nutsvoorziening beschouwen, zoals bij de riolering het geval is. In het geval van het eerste zou de investering kunnen worden terugverdiend met een vastrechttarief. Het onderhoud en de exploitatie van het bronnet kan daarbij alsnog bij een andere partij liggen.
Het is natuurlijk ook mogelijk om alles aan de markt te laten of om een woningcoöperatie aan te wijzen. Ook voor een individuele oplossing zullen er investeringen moeten worden gedaan. Natuurlijk zullen de warmtesystemen in de woningen moeten worden aangepast, maar een all-electric oplossing heeft ook een grote impact op het elektriciteitsnet. De projectgroep zal met een voorstel komen voor de financieringsconstructie waarin de lasten op een manier zijn verdeeld dat de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk zijn, maar dat wel iedereen mee kan doen. In Q3 van 2023 kan de gemeenteraad hierover een voorstel verwachten (zie paragraaf 2.7).
2.7 Besluitvorming en informatievoorziening gemeenteraad De gemeenteraad speelt een belangrijke rol in dit traject. Om de raad goed mee te nemen zijn verschillende beslis- en informatiemomenten in het traject ingebouwd. Zie Figuur 7 voor een schematische weergave. •
Raadsmoment 1 – beslismoment (Q2 – 2022) Raadsvoorstel voor ‘Wijkuitvoeringsplan aardgasvrij verwarmen Eemdal-Noord’.
•
Raadsmoment 2 – informatiemoment (Q3 – 2022) Raadsinformatiebrief over de uitkomsten van de omgevings- en technische analyse. Zie paragraaf 2.1 en paragraaf 2.2.
•
Raadsmoment 3 – beslismoment (Q1 – 2023) Raadsvoorstel over de samenwerking tussen inwoners, gemeente en eventuele andere belanghebbenden. Zie paragraaf 2.3. 14
•
Raadsmoment 4 – informatiemoment (Q2 – 2023) Raadsinformatiebrief over de gekozen aardgasvrije warmteoplossing. Zie paragraaf 2.4.
•
Raadsmoment 5 – beslismoment (Q3 – 2023) Raadsvoorstel over de organisatie- en financieringsstructuur van de gekozen aardgasvrije warmteoplossing. Zie paragraaf 2.5 en paragraaf 2.6.
•
Raadsmoment 6 (Q4 – 2023)
Figuur 7. Beslis en informatiemomenten gemeenteraad.
15
3. Participatie Een aardgasvrije oplossing heeft impact op de directe woonomgeving en vergt vaak ook aanpassingen in de woning van inwoners. Om tot een aardgasvrije wijk te komen is draagvlak binnen de wijk daarom essentieel. Hierbij speelt participatie, ondersteund met passende communicatie, een belangrijke rol. De basis hiervoor vormt de omgevingsanalyse. Participatie en communicatie is immers maatwerk.
3.1 Uitgangspunten participatie In het participatietraject voor Eemdal-Noord hanteren we de volgende uitgangspunten: ●
Participatiedoelstelling Draagvlak genereren voor duurzame oplossingen (stappen zetten naar aardgasvrij verwarmen) en inwoners activeren/empoweren om mee te denken en mee te beslissen over een duurzame oplossing voor de wijk.
●
Ruimte voor participatie Bij de Transitievisie Warmte is bepaald dat inwoners zelf beslissen over de warmteoplossing voor hun woning. Dat geldt voor alle wijken, dus ook voor EemdalNoord. De gemeente biedt ondersteuning aan inwoners bij deze keuze in de vorm van kennis, proces-, organisatie- en communicatieondersteuning en waar nodig budget voor aanvullend onderzoek.
●
Uitgangspunten Bij het maken van de keuze voor een oplossing zijn de uitgangspunten/kaders voor het wijkuitvoeringsplan Eemdal-Noord leidend.
●
Betrokkenheid gemeenteraad De gemeenteraad beslist over de uitgangspunten en wordt na elke mijlpaal geinformeerd over de uitkomsten van het participatietraject.
●
Maatwerk Elk participatietraject is verschillend en daarom is flexibiliteit in de aanpak nodig. Als uit reacties of anders signalen blijkt dat de gekozen aanpak onvoldoende effectief is, dan is er ruimte om daar - binnen het budget - op in te spelen.
●
Gemeente als regisseur De gemeente heeft de regierol en zorgt voor heldere afstemming over de participatie en communicatie tussen de verschillende lokale partijen.
3.2 Aanpak participatie Hieronder staan de grote lijnen van de participatieaanpak. De concrete invulling per fase in het project maken we op basis van de inzichten uit de wijk- en de omgevingsanalyse (zie paragraaf 2.1) en daarna steeds op basis van ervaringen uit het voorgaande traject. Zo spelen we in op de ervaringen en sentiment in de wijk op dat moment. Op basis van de informatie die we hebben opgehaald in de eerste fase van het partcipatietraject, werken we de participatiestrategie uit (bottom-up, top-down of een
16
combinatievorm). Daarbij nemen we eerder opgedane ervaringen uit het Programma Aardgasvrije Wijken mee: ●
Koppelkansen: We haken aan bij de interesses en belangen van bewoners, en proberen deze te verbinden met de energietransitie.
●
Transparant: We maken steeds expliciet duidelijk hoe en en wanneer bewoners invloed kunnen uitoefenen, welke kaders er zijn en hoe de planning en besluitvorming er uit ziet. Dat doen we voordat concrete plannen zijn uitgewerkt.
●
Doelgroepen: Op basis van de omgevingsanalyse kunnen we de doelgroepen bepalen. Daarbij houden we ook rekening met bijvoorbeeld interesses/belangen en meedenken/meedoen. Door voor diverse groepen passende participatieactiviteiten te ontwikkelen, bieden we iedereen de gelegenheid om mee te doen.
Activiteiten tijdens het participatietraject: ● Brede startbijeenkomst en kleinere bijeenkomsten/activiteiten om bewoners mee te nemen in de energietransitie en duurzame warmte in Eemdal-Noord. ●
Wijk/buurtgesprekken over duurzame warmte en de participatieaanpak. Daarbij, waar zinvol, aanhaken bij andere interesses/thema’s in de wijk en lokale sleutelpersonen/netwerken inzetten.
●
Inzet website (Mett-communicatie en participatieplatform) met planning, activiteiten, achtergrondinformatie, interviews etc en mogelijkheden voor participatie (enquête, polls, stemmen). Ook dit platform inzetten om te vragen hoe woningeigenaren willen meedoen.
●
Bijeenkomst over wat is opgehaald in de wijk. Bij een buurtinitiatief kunnen de deelnemers zich meteen presenteren.
Vervolg participatie Afhankelijk van de gekozen invalshoek voor participatie, wordt deze verder uitgewerkt. Bij een bewonersinitiatief verzorgen de deelnemers aan het initiatief de verdere participatie, al dan niet begeleid door een externe partij (betaald door de gemeente). De gemeente deelt hierbij de technische analyse en ondersteunt desgevraagd bij communicatie en participatie. Bij een aanbod door de gemeente is het belangrijk om alle inwoners te bereiken. Daarvoor moeten alle middelen, gebaseerd op de omgevingsanalyse worden ingezet. Van bredere bijeenkomsten tot keukentafelgesprekken, ondersteund door actieve communicatie.
17
4. Communicatie Communicatie is belangrijk voor het succes van het participatieproject en de samenwerking met belanghebbenden. Belangrijkste uitgangspunt daarbij is dat we helder en transparant communiceren. Uit eerdere ervaringen in de proeftuinen blijkt dat het noodzakelijk is voor het begrip, houding en gedrag (participatie) van bewoners dat het standpunt van de gemeente duidelijk is. De gemeente wordt gezien als eindverantwoordelijke en meest gezaghebbende in het hele transitieproces. Zorg dat duidelijk is wat de gemeente wil, kan en nog van plan is. Dat vraagt ook helderheid over de randvoorwaarden, mogelijkheden en de garanties van de gemeente. Ook de timing is belangrijk: communiceer niet te vroeg. Vanaf de aankondiging van een project willen bewoners weten waar ze aan toe zijn. Wat is het tijdspad? Wat is de einddatum? Wat zijn de persoonlijke consequenties? Welke rol wordt van de bewoners verwacht? Door vooraf goed na te denken over mogelijke vragen en daar een antwoord op te hebben, kunnen eventuele zorgen bij bewoners worden weg genomen. Met name als het gaat om kosten, overlast en keuzevrijheid is het belangrijk om goed voorbereid te zijn. Verder is het belangrijk om steeds ook Baarn-breed over de stappen naar een aardgasvrij Baarn te communiceren, zodat inwoners weten dat Eemdal-Noord als eerste aan de beurt is en dat andere wijken zullen volgen.
Ook is het belangrijk om snel paraat te hebben hoe en wanneer de overige wijken aan de beurt zijn. Communicatiedoelstelling project: Bewoners van Eemdal-Noord en andere belanghebbenden weten wat de energietransitie is, waarom deze nodig is en dat we in Eemdal-Noord samenwerken aan oplossingen voor aardgasvrije warmte, wat dit voor hen betekent en hoe ze kunnen meedoen. Communicatiedoelstelling participatietraject Bewoners van Eemdal-Noord en andere belanghebbenden doen actief mee aan participatieactiviteiten: aanwezig bij bijeenkomsten, invullen enquêtes, vragen stellen en andere contactmomenten. Doelgroepen Deze onderscheiden we op basis van de omgevingsanalyse (zie ook hoofdstuk 3 participatie). Kernboodschap (en afgeleide boodschappen) Het is belangrijk om met een duidelijk en positief frame te werken, waarin we het hoofddoel gebruiken: Eemdal-Noord op weg naar aardgasvrij. Als uit de omgevingsanalyse blijkt dat het goed is om aan te haken bij een andere thema, dan kun je kiezen voor een combinatie, bijvoorbeeld: Groene wijk, Groen en duurzaam of Groen en aardgasvrij. Als kostenbesparing een belangrijke drijfveer is, kun je ook besparen op de energierekening als focuspunt nemen. Communicatiestrategie Bij de inrichting van de communicatie gaan we uit van de volgende strategie: 18
• • • •
• •
•
Communicatie is helder en transparant en start wanneer we de belangrijkste vragen van bewoners kunnen beantwoorden. Maak het praktisch en concreet. Zoveel mogelijk persoonlijke communicatie (in gesprek), ondersteund door schriftelijke en online communicatie, die je actief aanbiedt. Communiceer regelmatig (neem mensen mee), in elk geval voorafgaand aan mijlpalen en besluitvorming en zorg dat er dan nog ruim voldoende tijd is voor eventuele inbreng. Vraag sleutelfiguren en bewoners die al veel hebben gedaan aan verduurzaming om mee te werken als ambassadeur. Kies uiteenlopende communicatiemiddelen zodat je de diverse groepen in de wijk aanspreekt: van bijeenkomsten voor de bewoners die graag meepraten tot doeactiviteiten voor bewoner die liever doen. Gebruik inzichten uit de gedragswetenschap, zoals ‘sociale norm’: als bewoners zien dat de transitie breed in de wijk wordt gedragen, is de kans groot dat zij ook meedoen. Communiceer daarom over een grote opkomst bij informatieavonden, aantal woningen dat al klaar is voor duurzame warmte etc.
Communicatiestijl: • Maak het zichtbaar wat aardgasvrij inhoudt. Denk bijvoorbeeld aan een modelwoning of maak een tour door de buurten met een container waarin opstellingen staan. Laat de concrete stappen zien. • Maak het begrijpelijk. Gebruik begrijpelijke taal en zet beeldmateriaal in om complexe zaken uit te leggen, zoals infographics en (animatie)video’s. • Laat voorbeelden zien, liefst uit de eigen buurt. Wat hebben buurtbewoners al gedaan? Dit kan door open huizen, maar bijvoorbeeld ook door een bord bij de woning met de maatregelen en welke besparing op de energierekening dit oplevert. • Maak het herkenbaar: gebruik bijvoorbeeld in de communicatie foto’s uit de buurt. Communicatiemiddelen Op basis van de strategie zetten we een breed scala aan middelen in: • Wijkbijeenkomsten en kleinere bijeenkomsten in straat of buurt. Om de opkomst te bevorderen is het handig om de bijeenkomst op een bekende plek in de wijk te organiseren. En maak het aantrekkelijk, zorg voor interactie (stemmen bijvoorbeeld), tafelgesprekken, een hapje en een drankje. • Gebruik de fysieke ruimte voor communicatie: bijvoorbeeld sandwichborden met een QR-code naar de website voor meer informatie of borden bij woningen die al verduurzaamd zijn met de verlaging van de energierekening.
• Evenementen: we kunnen aanhaken bij bestaande acties of evenementen (van kleedjesmarkt tot een sportieve activiteit) in de wijk of buurt met een kraam, energiecaravan of container of een andere activiteit – of zelf een evenement organiseren om in gesprek te gaan met wijkbewoners. • In de brievenbus: persoonlijk geadresseerde brieven, flyers (afzender(s) herkenbaar), kaartjes waarbij je aanhaakt aan vakantie of feestdagen, uitnodigingen etc. In deze middelen kan voor meer informatie worden doorverwezen naar het online Mett-platform.
19
• •
•
Spreekuur in de wijk en/of telefonisch spreekuur al dan niet samen met sleutelfiguren in de wijk. Mett-communicatie en participatieplatform (website): met planning, activiteiten, achtergrondinformatie, interviews etc en mogelijkheden voor participatie (enquête, polls, stemmen). Ook dit platform inzetten om te vragen hoe woningeigenaren willen meedoen. Gebruikmaken van de middelen van partners, zoals nieuwsbrieven van de woningcorporatie, of posters ophangen in (liften) van de appartementencomplexen.
Organisatie van de communicatie Bij een top-down benadering coordineert de gemeente de communicatie en stemt die af met projectpartners. Bijvoorbeeld met een woningcorporatie over de inzet van hun nieuwsbrief. Tussentijds wordt de communicatie geevalueerd: bereiken we bewoners, is de communicatie helder en begrijpelijk, zetten we juiste middelen in? Op basis daarvan kunnen aanpassingen in de aanpak worden gedaan. Bij een bottom-up benadering verzorgt het buurtinitiatief de communicatie naar bewoners, desgewenst ondersteund door de gemeente. Naast de interne communicatie met betrokken afdelingen houden we de collega’s van de gemeente bij de belangrijkste mijlpalen op de hoogte via intranet en houden we een online themabijeenkomst.
20
5. Planning Het wijkuitvoeringsplan zal naar verwachting ongeveer een jaar in beslag nemen. Het uitvoeringsprogramma zal eind 2023 worden afgerond. Het is de verwachting dat er in 2024 wordt overgegaan tot uitvoering en dat we dan met de eerste schep de grond in gaan. Het traject is opgedeeld in kwartalen. Per kwartaal wordt een belangrijke stap gezet in het traject en de volgende bouwsteen voor het uitvoeringsprogramma gelegd. De gemeenteraad wordt per bouwsteen, dus bijna elk kwartaal, betrokken met een raadsinformatiebrief of met een raadsvoorstel. Zie voor een schematische weergave van de planning Figuur 8.
•
•
•
Fase 1 – Omgevingsanalyse en technische verkenning 1. Omgevingsanalyse 2. Technische analyse
Q3 - 2022 Q3 - 2022
Fase 2 – Participatie 1. Rolbepaling partijen – Wie neemt het initiatief 2. Keuze voor aardgasvrije oplossing 3. Organisatiestructuur bepalen 4. Financieringsstructuur bepalen
Q4 - 2022 Q1 - 2023 Q2 - 2023 Q2 - 2023
Fase 3 - Uitvoering 3. Opstellen uitvoeringsprogramma 4. Uitvoering
Q3/Q4 - 2023 2024
Figuur 8. Planning van het wijkuitvoeringsplan.
21
6. Begroting wijkuitvoeringsplan Voor het wijkuitvoeringsplan zal de gemeente zowel in de fase van de omgevingsanalyse en technische verkenning als voor de particpatie fase externe expertise en begeleiding moeten inwinnen. Een wijkuitvoeringsplan is een intensief traject, waarbij het team duurzaamheid niet de benodigde capaciteit en expertise heeft om beide fases zelfstandig te doorlopen. Op basis van opgevraagde offertes konden we een inschatting maken voor een begroting voor dit wijkuitvoeringsplan.
Fase
Actie
Begroting
Omgevingsanalyse Business case analyse Overige randvoorwaarden
€5.000 €10.000 €10.000
Stappen 1 t/m 4
€30.000 €55.000
1. Omgevingsanalyse en Technische verkenning
2.Participatietraject Totaal
Subsidiemogelijkheden Op basis van gesprekken met de provincie Utrecht is er gebleken dat er zowel voor de eerst als tweede fase subsidie mogelijk. Hoeveel subsidie er verleend wordt hangt af van het benodigd budget voor de verschillende fases en de beschikbaarheid van financiële middelen binnen de subsidiepot van de provincie. Ook de verlening van eventuele subsidie hangt af van een goed uitgewerkt plan. Uiteraard zal de gemeente een beroep doen op eventuele subsidie vanuit de provincie Utrecht waar nodig.
22
7. Begrippenlijst Afgiftesysteem Het afgiftesysteem bestaat uit de leidingen en afgiftepunten van warmte binnen de woning, zoals radiatoren of vloerverwarming. Het afgiftesysteem ontvangt warm water uit het verwarmingstoestel, zoals een CV-ketel of warmtepomp, en verspreid dit binnen het gebouw. Aquathermie Is het verwarmen en koelen van gebouwen door het gebruik van warmte en koude uit oppervlaktewater, afvalwater of drinkwater. Thermische energie uit oppervlaktewater wordt ook wel afgekort met TEO. Bronnet Bij een bronnet wordt water op een laag temperatuur niveau ingezet (<30°C). Het water wordt door de woning gebruikt als bron om warmte te onttrekken voor een warmtepompsysteem, ook zou je de woning hiermee kunnen koelen. Collectief systeem Van een collectief systeem wordt gesproken als meerdere woningen op dezelfde warmtevoorziening worden aangesloten. Hier tegenover bestaan ook individuele systemen, waarbij de koppeling niet wordt gerealiseerd. Draagvlak (en participatie) Draagvlak is de acceptatie van een nieuwe oplossing of nieuwe aanpak. Voor de warmtetransitie is draagvlak nodig voor een nieuwe warmtevoorziening in Baarn. Ook participatie speelt hierin een rol, dit houdt in dat bewoners actief meedoen en meedenken aan deze nieuwe oplossing.
Energielabel Een energielabel geeft aan hoe energiezuinig een woning/gebouw is en welke energiebesparende maatregelen er nog mogelijk zijn. Meer info over het energielabel is te vinden op www.rvo.nl/energielabel-woningen. Gigajoule (GJ) De joule (symbool J) is de internationale natuurkundige eenheid van energie. Een gigajoule is gelijk aan 109 joule, weergegeven met symbool GJ. De warmtevraag voor ruimteverwarming ligt voor een gemiddelde woning tussen de 30 en 35 GJ per jaar. Klimaatneutraal Klimaatneutraal, of ook wel CO₂-neutraal genoemd, zijn termen die aangeven dat een proces niet bijdraagt aan klimaatverandering op aarde. Bij het proces vindt dus netto geen uitstoot van broeikasgassen plaats.
23
Maatschappelijke kosten Onder maatschappelijke kosten verstaan we kosten voor de maatschappij als geheel. Dit zijn dus zowel de private kosten plus kosten uit de overheid die worden gemaakt. Hieronder valt dus de verrekening van de externe effecten. Transitievisie Warmte (TVW) Gemeenten zijn volgens het ontwerp Klimaatakkoord de regisseurs van de warmtetransitie voor de gebouwde omgeving. Samen met vastgoedeigenaren, bewoners, netbeheerders en medeoverheden moesten zij voor eind 2021 een transitievisie warmte (TVW) klaar hebben. Daarin staan voorstellen voor duurzaam aardgasvrij verwarmen en koken voor de gebouwde omgeving. De Transitievisie Warmte is in Baarn in december 2020 vastgesteld door de gemeenteraad. Meer informatie over de TVW vind u hier: www.rvo.nl/transitievisie-warmte. Warmtenet Een warmtenet is een systeem van leidingen, waarin ook regel- en opslagsystemen en voorzieningen voor bijstook (en back-up) zijn voorzien. Met een warmtenet wordt een warmtebron verbonden met de woningen door middel van leidingen waar warm water doorheen stroomt in de ondergrond. Een warmtenet is mogelijk op wijk-, stad- of regioniveau en kent verschillende varianten. Zo zijn er verschillende temperatuur niveaus voor een warmtenet denkbaar (HT/MT/LT, Hoge, midden en lage temperatuur).
Warmtevraag De warmtevraag is de hoeveelheid energie die er nodig is voor het verwarmen van een woning en wordt uitgedrukt in het getal, kilowattuur per vierkante meter per jaar (kWh/m2/jaar). WKO (warmte- en koudeopslag) WKO staat voor ‘warmte- en koude opslag’ en wordt ook wel een open bodemenergiesysteem genoemd. Een WKO slaat warmte (in de zomer) en koude (in de winter) uit het gebouw of de omgeving op in de bodem.
24