378579 Jaarstukken 2021 en Begroting 2023 RID Utrecht Bijlage 2 Begroting 2023
Tekst van het document
Programmabegroting 2023 Meerjarenraming 2024-2026
1
Voorwoord In deze programmabegroting van de Regionale ICT-Dienst Utrecht (RID) staan de doelen, de activiteiten en de budgetten voor 2023. Ook geeft het zicht op de verdere toekomst, in de vorm van de meerjarenraming. De kadernota 2023-2026 is eind 2021 vastgesteld. Deze gaf een vooruitblik op de verwachte ontwikkeling van de begrotingspositie voor 2022 en verder. Vanuit het vastgestelde nieuwe beleid en het bestaande beleid van afgelopen jaren is de programmabegroting opgesteld die nu voor u ligt. Samenstelling AB Bij het opstellen van deze begroting zijn weliswaar de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen 2022 bekend, maar is de coalitievorming uiteraard nog niet afgerond. Daarmee heeft de RID ook nog geen zicht op mogelijke wijzigingen in de samenstelling van haar algemeen bestuur. Vaststelling van deze begroting medio juli kan daarmee door een deels nieuw AB worden gedaan. Daar waar van toepassing verwelkomen wij daarom graag de nieuwe bestuursleden en kijken uit naar een constructieve samenwerking de komende jaren.
Jubileumjaar GR RID Het jaar 2022 is voor de GR RID en haar deelnemers een bijzonder jaar. De RID zag in 2012 het levenslicht en dat maakt 2022 een jubileumjaar. In deze 10 jaar is veel veranderd, medewerkers kwamen en gingen, de technologie ontwikkelde zich exponentieel en we gingen van één vaste werkplek op kantoor naar mobiel (thuis)werken op diverse apparaten. En dat is nog maar een kleine greep uit een decennium RID. Wat al die jaren ongewijzigd is gebleven, is het vereiste om als professioneel opdrachtgevers vanuit het collectief te handelen om de gedeelde behoefte zo goed mogelijk ingevuld te krijgen. Door dit gezamenlijk te doen kunnen we bovendien middelen, mensen en materiaal efficiënt inzetten. Middels een participatief traject met de deelnemers wordt daarom in gezamenlijkheid in 2022 gewerkt aan een nieuwe koers waarin we de richting voor de komende jaren helder verwoorden. Uiteraard zorgen we voor een koers die nauw aansluit bij de i-visie en de uitgesproken en bekrachtigde bestuurlijke wens om te komen tot verdergaande harmonisatie van applicaties om de ICT-samenwerking verder te intensiveren. Gezamenlijk op naar de volgende 10 jaar!
Blijvend aandacht voor Informatieveiligheid Een leven zonder digitalisering is inmiddels ondenkbaar en informatietechnologie een zegen gebleken, met schier onbeperkte mogelijkheden die ons (werk)leven makkelijker en aangenamer maken. Maar al die technologie heeft ook een keerzijde, bijvoorbeeld op het gebied van privacy en informatiebeveiliging. Vanuit informatiebeveiligingsoogpunt wordt de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) gehanteerd als een basis. Pas wanneer zowel de RID als de deelnemers álles doen wat de BIO voorschrijft op het gebied van proces, mens en techniek hebben we als collectief de basis bereikt op het gebied van informatiebeveiliging. Uw AB heeft daarom begin 2022 ingestemd met een investerings- en bestedingsvoorstel van de RID over de belangrijkste onderwerpen met het hoogste risico op het gebied van informatiebeveiliging waarop vanuit de RID geïnvesteerd moet worden ten behoeve van het collectief. Naast de RID moet uiteraard ook nog vanuit de deelnemende organisaties geïnvesteerd worden om aan de BIO te voldoen. Gezien de technische ontwikkelingen blijft informatiebeveiliging bovendien altijd een punt van (bestuurlijke) aandacht.
Komende jaren Op macroniveau zijn we in de ogenschijnlijke staart van de 2-jarige Covid-pandemie geconfronteerd met een verschuivende geopolitiek, waarvan de consequenties op (de kosten van) ons dagelijks leven zichtbaar en voelbaar zijn. Wat de impact op de langere termijn gaat zijn is nog onzeker. We weten wel dat inwoners én het rijk steeds meer van de lokale overheid vragen en verwachten. De ambities en taken van decentrale overheden worden steeds complexer door de vele maatschappelijke opgaven en het samenwerken met veel stakeholders in verschillende netwerken en ketens. Omdat deze veranderende rol veel vraagt van onze aangesloten organisaties, ontzorgen wij u graag vanuit de RID als uw ICT-partner. In deze programmabegroting leest u hoe de RID zich verder ontwikkelt naar een ICT-partner die meegroeit en inspeelt op uw (gezamenlijke) wensen als deelnemende organisaties. Doorn, 7 april 2022, D. Govaerts, Directeur RID-Utrecht.
2
Inhoud 1.
2.
3.
Inleiding ........................................................................................................................................................... 4 1.1.
Missie ...................................................................................................................................................... 4
1.2.
Bestuur ................................................................................................................................................... 4
1.3.
Proces ..................................................................................................................................................... 5
1.4.
Opbouw begroting ................................................................................................................................... 5
1.5.
Wijze van totstandkoming en opzet ........................................................................................................... 5
1.6.
Situatie kadernota 2022-2025 ................................................................................................................... 6
1.7.
Toelichting mutaties begroting 2020-2021 ................................................................................................. 6
Programma: dienstverlening .............................................................................................................................. 7 2.1.
Gewenste resultaten (wat willen we bereiken? En wat gaan we daarvoor doen?) ........................................... 7
2.2.
Wat mag het kosten ............................................................................................................................... 10
2.3.
Toelichting mutaties begroting 2021-2022 ............................................................................................... 11
Hoofdstuk Overhead ....................................................................................................................................... 12 3.1.
Toelichting mutaties begroting 2021-2022 ............................................................................................... 12
4.
Hoofdstuk algemene dekkingsmiddelen ........................................................................................................... 13
5.
Recapitulatie .................................................................................................................................................. 14
6.
Ontwikkelingen 2022 en verder ........................................................................................................................ 15
7.
Paragrafen ..................................................................................................................................................... 16 7.1.
Paragraaf lokale heffingen ...................................................................................................................... 16
7.2.
Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing................................................................................. 16
7.3.
Onderhoud kapitaalgoederen ................................................................................................................. 19
7.4.
Financiering en treasury.......................................................................................................................... 19
7.5.
Bedrijfsvoering....................................................................................................................................... 20
7.6.
Verbonden partijen ................................................................................................................................ 20
7.7.
Grondbeleid ........................................................................................................................................... 20
3
1.
Inleiding
In 2017 hebben de deelnemers geconcludeerd dat de RID-Utrecht de strategische oprichtingsdoelstellingen heeft behaald. In 2018 hebben de deelnemers in samenspraak met het bestuur afgesproken dat de RID zich gaat ontwikkelen van een IT-beheerorganisatie naar een servicepartner op het gebied van ICT en informatievoorziening. Deze richting is in 2019 nader uitgewerkt in het bestuurlijk document ‘strategisch kader 2019 -2022’. In 2021 heeft de RID met haar bestuur de visie geëvalueerd, die voor een groot deel nog steeds van kracht was. Daarom is in gezamenlijkheid besloten pas in 2022 een nieuwe visie op te leveren.
1.1.
Missie
“Wij zijn uw ICT-partner die ervoor zorgt dat medewerkers hun werkzaamheden effectief en veilig kunnen uitvoeren.”
Visie: Wij zorgen ervoor dat medewerkers hun werkzaamheden effectief en veilig kunnen uitvoeren. Hiervoor leveren wij diensten en oplossingen op het gebied van ICT en informatievoorziening. Uw vraag staat centraal! Wij overtreffen verwachtingen en gaan voor het maximale. Met deze gedrevenheid zorgen wij ervoor dat medewerkers beschikken over goede digitale vaardigheden en betrouwbare voorzieningen. Zo dragen wij bij aan de kwaliteit van de dienstverlening aan burgers en bedrijven. De RID is uw partner met kennis van de digitale gemeente, focus op lokale overheden en begrip van uw processen. Samen met u maken wij innovaties met ICT mogelijk.
1.2.
Bestuur
De colleges van de gemeenten Baarn, De Bilt, Bunnik, Soest, Utrechts Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en het algemeen bestuur van de Regionale Sociale Dienst Kromme Rijn Heuvelrug nemen deel in de gemeenschappelijke regeling RID-Utrecht. Het bestuur zet de beleidslijnen uit en spreekt over de voortgang van de dienstverlening, de exploitatiebegroting en de verantwoording hierover. Het bestuur heeft de zorg voor de continuïteit en de kwaliteit van de organisatie. Ten tijde van het opstellen van deze begroting, staan we aan de vooravond van de formatie na de gemeenteraadsverkiezingen 2022. De resultaten hiervan kunnen van invloed zijn op de samenstelling van het algemeen bestuur van de RID. Medio juli 2022 wordt deze begroting definitief vastgesteld door het (nieuwe) AB.
1.3.
Gezamenlijk opdrachtgeverschap
Naast de bestuurlijke lijn heeft het AB op 4 juli 2019 een toepassing IV-governance vastgesteld. Hierin is bepaald dat er een Chief Information Team (CIT) werd opgericht. Het CIT was bedoeld om de samenwerking van een gedeelde IV-functie vorm te gaan geven. In 2021 heeft het CIT zichzelf opgesplitst in het SOO (strategisch opdrachtgeversoverleg) en het GDO (gemeenschappelijk directeurenoverleg). Het SOO wordt gevormd door de IV-managers van de aangesloten organisaties met als linking pin de servicelevelmanager van de RID. De samenstelling van het GDO bestaat uit de gemeentesecretarissen van de aangesloten organisaties en de directeur van de RID. Vanuit het GDO wordt één GDO-lid aangewezen als linking-pin/adviseur voor het bestuur.
4
1.1. Kadernota
Proces Begroting
Begrotings wijzigingen (bestuurs rapportage)
Jaarstukken
De begroting 2023-2026 schetst de financiële ontwikkelingen in relatie tot de toekomstige ontwikkelingen.
1.2.
Opbouw begroting
In deze programmabegroting van de Regionale ICT-Dienst Utrecht (RID) staan de doelen, de activiteiten en de budgetten voor 2023. Ook geeft het zicht op de verdere toekomst, in de vorm van de meerjarenraming. De kadernota 2023-2026 is eind 2021 vastgesteld. Deze gaf een vooruitblik op de verwachte ontwikkeling van de begrotingspositie voor 2023 en verder. Vanuit het vastgestelde nieuwe beleid en het bestaande beleid van afgelopen jaren is de programmabegroting opgesteld die nu voor u ligt.
Hoofdstuk 2: Programma Dienstverlening
Hoofdstuk 3: Overhead
Hoofdstuk 4: Algemene Dekkingsmiddelen
Hoofdstuk 5: Recapitulatie
1.3.
Hoofdstuk 6: ontwikkelingen 2022 ev.
Hoofdstuk 7: Paragrafen
Wijze van totstandkoming en opzet
Het algemeen bestuur heeft op 6 december 2021 de kadernota 2023-2026 vastgesteld. De kadernota gaf een vooruitblik op de te verwachten ontwikkeling van de begrotingspositie voor 2023 en volgende jaren. Vanuit het vastgestelde nieuwe beleid en het bestaande beleid van afgelopen jaren is deze programmabegroting opgesteld.
5
1.4.
Situatie kadernota 2023-2026
Alle jaren van de kadernota sluiten met een saldo van 0. Kadernota 2023-2026 Bedragen x € 1000 Meerjarig perspectief vanuit begroting 2022-2025
2023
2024
2025
2026
7.801
7.801
7.801
7.801
Salariscompensatie
82
82
82
82
Inflatiecorrectie
44
44
44
44
-56
-73
-129
-149
270
270
270
270
8141
8.124
8.068
8.048
7.801
7.801
7.801
7.801
70
53
-3
-23
Uitwerking PM post kadernota*
270
270
270
270
Totale dekkingsmiddelen
8141
8.124
8.068
8.048
Saldo Kadernota 2023
0
0
0
0
Onttrekking bestemmingsreserve
0
0
0
0
Gerealiseerd resultaat kadernota 2023
0
0
0
0
Flexibilisering werkplekken Uitwerking PM post kadernota
*
Totale lasten Totale dekkingsmiddelen meerjarig perspectief vanuit begroting 2022-2025 Kadernota effecten op dekkingsmiddelen
*In de kadernota hadden we een PM post opgenomen voor informatiebeveiliging. De uitwerking heeft inmiddels plaatsgevonden. Een investeringsvoorstel is met het Algemeen Bestuur besproken. Verdere uitwerking staat ook in hoofdstuk 2 van deze begroting.
1.5.
Toelichting mutaties begroting 2022-2023
Het verschil tussen de begroting 2022 en 2023 wordt toegelicht, als het verschil groter is dan € 20.000, bij de uitwerking per programma/hoofdstuk. Zoals te zien is bij de verschillende toelichtingen worden de afwijkingen veroorzaakt door de kadernota.
6
2.
Programma: dienstverlening
2.1. Gewenste resultaten (wat willen we bereiken? En wat gaan we daarvoor doen?) De RID ontwikkelt zich naar een ICT-servicepartner die zorgt dat medewerkers beschikken over betrouwbare voorzieningen, zodat ze veilig en effectief kunnen werken. De bedrijfsvoering en dienstverlening van onze deelnemers zijn daar immers volledig afhankelijk van. Samen met de deelnemers hebben we daarom het doel bepaald en werken daar als RID op verschillende manieren naar toe.
RID naar serviceprovider Om toe te werken van een RID, die uitsluitend de harde ICT levert, naar de servicepartner die ontzorgt op het gebied van ICT en informatievoorziening, werken we conform 5 beleidssporen; te weten samenwerking, organisatie, diensten, processen en projecten. Met deze beleidssporen als leidend principe leggen we de focus de komende jaren op de volgende ontwikkelingen:
Bundeling van opdrachtgeverschap Bij de transitie naar servicepartner houden we rekening met de invulling en vorming van de governance in de verhoudingen eigenaar GR, opdrachtgever en opdrachtnemer. De RID is als GR ingericht om te werken voor een collectief van organisaties met een samenhangende en generieke behoefte op het gebied van de ICT. Omdat professioneel opdrachtgeverschap belangrijk is vanuit alle RID-deelnemers, zijn de krachten als opdrachtgevers gebundeld om vanuit een Regionale IV-ontwikkeling te komen tot eenduidige vraagontwikkeling, -formulering en -articulatie. Vanuit de opdrachtgevers zal hiervoor de IV-strategie en het IV-beleid bepaald worden, met inbreng van alle betrokken deelnemers vanuit het perspectief van de eigen, naar gelijksoortige bedrijfsvoering. Deze inbreng is voorwaardelijk voor het opstellen van een vernieuwde koers vanuit de GR RID. Vooruitlopend hierop zijn de aangesloten organisaties overeengekomen meer in te willen zetten op een samenwerking die verder gaat dan de activiteiten die al in de GR RID zijn ondergebracht. Het gaat hierbij over de doorontwikkeling van de samenwerking op het gebied van informatievoorziening en informatieveiligheid. Door de deelnemers en het bestuur van de RID is dit voornemen vertaald in een concreet “Samenwerkingsconvenant Informatievoorziening en applicatieharmonisatie”.
Hiermee is in 2021 een stap in de goede richting gezet voor het harmoniseren van applicaties en het professionaliseren van het gezamenlijk opdrachtgeverschap en de gewenste samenwerking.
Informatieveiligheid Informatieveiligheid is steeds belangrijker binnen de (lokale) overheid en de lat wordt op dit gebied dan ook hoger gelegd. Vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid borgen de deelnemers en de RID dit deels door een gezamenlijk Information Security Team. Vanaf 2020 werken wij bovendien conform de nieuwe baseline informatiebeveiliging overheid (BIO 1). De BIO is het verplichte normenkader voor informatieveiligheid en voorziet dat iedereen werkt conform dezelfde ambities en veiligheidsstandaarden. Door het informatiebeveiligingsbeleid van de RID te baseren op de BIO is de aansluiting op de inrichting van de BIO binnen de deelnemers in principe gerealiseerd. Dit neemt niet weg dat de verantwoordelijkheid voor informatieveiligheid bij de deelnemende organisaties blijft. De afgelopen jaren is door de RID al fors geïnvesteerd in digitale weerbaarheid. Er zijn niet alleen grote stappen gezet op het gebied van informatieveiligheidsbeleid, disaster recovery en backup-restore, maar ook op het beveiligen van mobiele werkplekken en het gedeeltelijk implementeren van netwerksegmentatie.
Investeren voor noodzakelijke inhaalslag Gezien de toename van digitale mogelijkheden, maar ook hacks en ransomware en daarmee de risico’s op kwetsbaarheden, heeft de RID bij vaststelling van de kadernota 2023 afgesproken met haar AB om te inventariseren wat nodig is om de informatiebeveiliging bij de RID op het vereiste basispeil van de BIO te brengen. 1 https://www.informatiebeveiligingsdienst.nl/project/baseline-informatiebeveiliging-overheid/
7
Voordat de inventarisatie volledig was afgerond, werden we begin december 2021 opgeschrikt door het bericht van de IBD over de wereldwijde kwetsbaarheid in Log4j. Deze crisis bevestigde wederom de noodzaak tot extra stappen en een versnelling om de vereiste inhaalslag te maken op de basis van de huidige informatiebeveiliging. De inventarisatie is vertaald in een investerings- en bestedingsvoorstel dat aan het AB is voorgelegd ter besluitvorming. Dit voorstel betrof de belangrijkste onderwerpen met het hoogste risico op het gebied van informatiebeveiliging waarop vanuit de RID geïnvesteerd moet worden ten behoeve van het collectief. Met deze investeringen zou de RID de noodzakelijke stappen zetten in het verder beveiligen van de bedrijfsvoering. Vanuit informatiebeveiligingsoogpunt wordt de BIO gezien als een basislijn; dus pas wanneer zowel de RID als de deelnemers álles doen wat de BIO voorschrijft op het gebied van proces, mens en techniek hebben we als collectief bereikt wat we minimaal moeten doen op het gebied van informatiebeveiliging. Dat vraagt dus ook vanuit de deelnemende organisaties nog om investeringen. Toekomstige (human) (pen)testen en toetsen bij de RID en de deelnemers moeten vaststellen of met de opzet, het bestaan en de werking van maatregelen de basis op orde is gebracht en de Baseline daadwerkelijk wordt bereikt.
Benodigde investering vanuit de RID Een inventarisatie bestaat per definitie voor een deel uit financiële inschattingen. Verantwoording over de daadwerkelijke financiële consequenties vindt uiteraard plaats via de reguliere P&C-documenten. De benodigde investering voor extra formatie voor informatiebeveiliging omvat 2,3 fte en betreft een bedrag van € 190.000,-. Daarnaast is € 80.000,- voor structurele invulling van de tijdelijke fte voor het nieuwe (mobiele) werken meegenomen in het investeringsvoorstel. Opgeteld ziet u derhalve 3,3 fte in deze begroting terugkomen voor een totaalbedrag van € 270.000,-. Voor een uitgebreide toelichting en de benodigde context verwijzen wij u naar het complete investeringsvoorstel dat met u is besproken op 28 februari 2022. Naast de investering in de RID is door de RID-deelnemers afzonderlijk ook een inventarisatie uitgevoerd wat er individueel of in de samenwerking benodigd is. Deze impact wordt in de eigen begroting van de RIDdeelnemers verwerkt. Blijvende bestuurlijke aandacht nodig De RID voldoet aan de wettelijke normen en heeft een kwaliteitsslag gemaakt op strategisch en tactisch niveau. Informatieveiligheid wordt echter nooit afgerond maar is een continu proces. Recente ervaringen in de praktijk met bepalende, externe factoren hebben dat wederom duidelijk gemaakt.
Voorbeelden die nog vers in het geheugen liggen zijn de Log4j-crisis, het hacken van de gemeente Hof van Twente en het Exchange lek. Blijvende (bestuurlijke) aandacht voor informatiebeveiliging is dus ook buiten uw AB noodzakelijk om een veilige, digitale omgeving voor de dienstverlening aan burgers en ondernemers te kunnen faciliteren.
Het bieden van flexibiliteit, continuïteit en veiligheid op verschillende omgevingen Citrix is van oudsher het platform waar gemeentelijke applicaties op draaien. En ondanks het feit dat als gevolg van technische ontwikkelingen zoals SaaS applicaties, apps en mobiel werken, het gebruik van Citrix steeds verder zal afnemen, blijft Citrix de aankomende jaren nog een belangrijk onderdeel binnen onze infrastructuur. Mede omdat de huidige versie verouderd was en de apparaten waarmee gewerkt wordt steeds sneller worden, was aanpassing wel noodzakelijk. De oude Citrix omgeving is dan ook vervangen door een volledig nieuwe omgeving. Daarnaast heeft de RID, op verzoek van de aangesloten organisaties, in 2020 gezorgd dat het platform MS365 technisch gereed is voor versnelde uitrol van deelnemers in 2021. De verandering door corona in de wijze waarop én waar we werkten, heeft zich in 2021 verder ontwikkeld tot een structurele, andere manier van werken. Door de deelnemende organisaties zijn hiervoor mobiele apparaten zoals laptops, tablets en mobiele telefoons aan hun medewerkers verstrekt. Inmiddels zijn er zo’n 1600 laptops uitgeleverd aan eindgebruikers en beschikt vrijwel iedereen over een mobiele telefoon. Het mobiele werken vraagt extra aandacht en inzet op het gebied van informatieveiligheid.
Vanuit de RID vindt dus inmiddels ondersteuning en beheer op verschillende omgevingen naast elkaar plaats.
Vergroten van de innovatiekracht De samenleving verandert en dat gaat in een toenemend tempo. Steeds vaker maken technologische innovaties nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Ontwikkelingen die nodig zijn om flexibel te kunnen omgaan met verschillende scenario’s, als de omstandigheden daartoe noodzaken. Innovatie is daarmee geen luxe maar een must. Zonder innovatie zouden de deelnemers op ICT-gebied stil komen staan en stilstand is nou eenmaal
8
achteruitgang. En hoewel onze invloed op externe of extreme factoren minimaal is, kunnen we wél door innovatie de kans vergroten dat de bedrijfscontinuïteit gegarandeerd blijft. Kortgezegd: door te zorgen voor een infrastructuur die altijd bij blijft en bovendien schaalbaar en flexibel is, kunnen wij sneller innovaties voor de deelnemers mogelijk maken. Of het nu gaat om innovaties voor mobiel werken, i-overheid of ketensamenwerkingen; de RID is er klaar voor!
Dienstverlening aan raadsleden Door veranderde wetgeving worden gemeenten verplicht om ICT-voorzieningen aan hun raadsleden beschikbaar te gaan stellen. In 2021 heeft de RID daarom aan de raadsleden een uitvraag gedaan om de benodigde ondersteuning in kaart te kunnen brengen. Daarnaast is gekeken naar de gewenste functionaliteiten voor hun nieuwe digitale werkomgeving. Daarmee is een start gemaakt om binnen de regio zowel de digitale werkomgeving als de dienstverlening voor ca 250 raadsleden te inventariseren, hierover te adviseren en te standaardiseren. Realisatie staat gepland na de verkiezingen van maart 2022.
VNG Realisatie Ook in 2022 zullen we gezamenlijk gebruik maken van collectieve voorzieningen vanuit de VNG die de afgelopen jaren gecontracteerd zijn door de RID namens de deelnemers. Het gaat hierbij om: • GT Connect (telefooncentrale): De RID biedt als dienst een telefooncentrale aan waar alle deelnemers actief gebruik van maken. De RID heeft geparticipeerd in GT Connect en zou in 2021 overgaan naar de nieuwe telefooncentrale. Door leveranciersproblemen is een gerechtelijke procedure opgestart en heeft de VNG eenzijdig de overeenkomst opgezegd. Een alternatieve aanbesteding is in 2021 opgestart en de VNG verwacht rond oktober 2022 de gunningsbeslissing te kunnen nemen. Aansluitend gaat de RID nadenken over de invulling van een vervangingstraject. Tot realisatie blijft de bestaande Mitel telefonie omgeving operationeel • GP Print De RID verzorgt voor de deelnemers dat iedereen kan printen/scannen. Dit contract loopt af. Door per 1-1-2023 gebruik te gaan maken van GT Print, een aanbesteding vanuit VNG Realisatie, kunnen wij tegen betere condities deze dienst aanbieden aan onze deelnemers.
Nieuw DVO door toename vraag en complexiteit Bij de oprichting van de RID zijn afspraken met de organisaties over dienstverlening (over Thinclients en Citrix) vastgelegd in DVO’s en SLA’s. Gezien de door corona ontstane urgentie en het belang van de extra diensten, werd in 2020 door de RID in hoog tempo extra en nieuwe dienstverlening én technologie gerealiseerd zonder hierover afspraken in een DVO of SLA vast te leggen. Door de deelnemende organisaties zijn inmiddels zo’n 1600 laptops uitgeleverd aan eindgebruikers en beschikt vrijwel iedereen over een mobiele telefoon. Het mobiele werken vraagt extra aandacht op het gebied van informatieveiligheid én zorgt voor een structurele toename in de ondersteuningsvraag aan de RID. Daarnaast wordt de RID steeds meer geconfronteerd met een toename van Saas applicaties, waarvan het contractbeheer met de externe leverancier is belegd bij de deelnemers. Hierdoor is extra afstemming en onderzoek nodig bij storingen. De hierdoor benodigde langere oplostijden waren ook nog niet verwerkt in een SLA. Tenslotte moet ook de nieuwe dienstverlening aan de raadsleden vertaald worden in een DVO. In 2022 wordt daarom, in samenwerking met ICT-regie en het SOO, een geactualiseerd DVO opgeleverd, met een aangepast proces om wijzigingen of aanvullingen eenvoudiger te kunnen verwerken en daarmee de actualiteit van het DVO op peil te houden.
De mogelijke consequenties hiervan vertalen we uiteraard in de P&C-cyclus.
Prestatie-indicatoren dienstverlening RID Ook in 2022 leveren wij onze dienstverlening nog conform onderstaande, vastgestelde prestatie-indicatoren. Omschrijving Norm Oplossend vermogen Servicedesk 1e lijn Tijdigheid wijzigingen Tijdigheid verstoringen P1 Tijdigheid verstoringen P2/4
>70% >80% >90% >80%
9
ISAE 3402 type 2
2.2.
goedgekeurd
Wat mag het kosten
Kostenoverzicht programma Dienstverlening Bedragen x € 1.000 Realisatie
Begroting
Meerjarenbegroting
Personeelslasten Salarissen en vervangingsbudget Opleidingen Totaal personeelslasten
2021 2.985 134 3.119
2022 2.857 115 2.972
2023 3.193 118 3.311
2024 3.193 118 3.311
2025 3.193 118 3.311
2026 3.193 118 3.311
Overige lasten Gemnet Telefonie/ internet Glasvezelring Fotokopieerapparatuur Onderhoud telefooncentrale Onderhoud Hardware/ software Kapitaallasten Informatieveiligheid Electra Overige lasten
2021 79 69 70 78 29 1.522 1.330 90 44 3.311
2023 98 77 108 184 27 1.459 1.550 81 44 3.628
2023 100 78 110 187 27 1.484 1.494 82 45 3.607
2024 100 78 110 187 27 1.484 1.477 82 45 3.590
2025 100 78 110 187 27 1.484 1.421 82 45 3.534
2026 100 78 110 187 27 1.484 1.401 82 45 3.514
Totaal Programma dienstverlening
6.430
6.600
6.918
6.901
6.845
6.825
6.918
6.901
6.845
6.825
Waarvan bestaand beleid Waarvan nieuw beleid
Plusdiensten Bovenstaande bedragen is het saldo van de baten en lasten. Om de totale deelnemersbijdrage inzichtelijk te maken worden ook de plusdiensten begroot. In de volgende tabel hebben we per deelnemer weergegeven welke plusdiensten er worden doorbelast aan de deelnemers (inschatting op basis van 2021). Bedragen x € 1.000 Baarn Bunnik De Bilt Soest RSD Utrechtse Heuvelrug Wijk bij Duurstede Totaal
Telefonie 13 10 11 31 13 27 13 118
Wifi
Ehrm 25 11 26 31 12 25 21 151
51 0 72 99 41 105 47 415
MDM 8 6 9 19 6 15 7 70
MS365* 32 25 47 66 28 59 25 282
Totaal 107 35 132 192 80 192 90 828
* Dit betreffen de kosten voor beheer en extra licentiekosten voor O365 op basis van het aantal accounts zoals deze is op 1 maart 2022.
10
Naast bovenstaande doorbelastingen worden ook nog hard- en softwarekosten doorbelast (bijvoorbeeld werkplek Hardware en applicaties). Deze zijn lastiger voor de RID in te schatten en daarmee te begroten, derhalve deze niet opgenomen in bovenstaande overzicht. Wel kan iedere deelnemer afzonderlijk aan de RID vragen om mee te denken wat de juiste inschatting is voor de deelnemer eigen begroting. Bij het bepalen van de koers voor 2019-2022 is bepaald dat de gemeenschappelijk begroting zo laag mogelijk gehouden wordt, en de plusdiensten te verrekenen op basis van de gebruiker betaalt. In onderstaande plaatje is weergegeven hoe dit eruit ziet. Linksonder is de basisbegroting.
2.3.
Toelichting mutaties begroting 2022-2023
De lasten ten opzichte van 2022 zijn € 318.000 hoger. Dit is als volgt te verklaren: Lijst van afwijkingen ten opzichte van begroting 2022 Afwijking (bedragen x € 1.000) Uitwerking PM Post vanuit kadernota (kadernota 2023-2026) Verwachte CAO stijging voor 2023 (kadernota 2023-2026) Inflatiecorrectie (kadernota 2023-2026) Flexibilisering werkplekken Totaal
Bedrag 270 69 35 56 318
In de kadernota was een PM post opgenomen voor de benodigde investering in informatiebeveiliging. De investeringen in informatiebeveiliging zijn onderdeel geworden van de reguliere netwerkvervanging. In hoofdstuk 2.1 is meer terug te lezen over informatiebeveiliging, maar vanuit de investeringsvoorstellen is gebleken dat alleen de investering in ondersteuning en beheer niet gedekt kon worden vanuit de huidige meerjarenraming. Deze kosten ad € 270.000 zijn dan ook verwerkt in deze begroting. Wij hebben het investeringsplan besproken met de AB-leden.
11
H H H L H
3.
Hoofdstuk Overhead
Op basis van de BBV-voorschriften is het verplicht een overzicht van de overheadkosten op te nemen in de begroting. In het programma dienstverlening staan alleen nog de kosten vermeld die betrekking hebben op het primaire proces. Kostenoverzicht overhead Bedragen x € 1.000 Realisatie
Begroting
meerjarenbegroting
Personeelslasten Salarissen en vervangingsbudget Opleidingen Overige personeelslasten Totaal personeelslasten
2021 583 7 14 604
2022 593 12 19 624
2023 607 12 19 638
2024 2025 607 607 12 12 19 19 638 638
2026 607 12 19 638
Overige lasten Huisvesting/facilitair Ondersteuning Gemeente De Bilt Advieskosten ICT kosten Innovatie Bedrijfsauto’s Overige lasten
2021 141 70 157 13 17 4 402
2022 149 71 228 21 100 8 577
2023 152 72 232 21 100 8 585
2023 152 72 232 21 100 8 585
2023 152 72 232 21 100 8 585
2023 152 72 232 21 100 8 585
Totaal Overhead
1.006
1.201
1.223
1.223 1.223
1.223
3.1.
Toelichting mutaties begroting 2022-2023
De kosten van 2023 zijn 22.000 hoger ten opzichte van 2022. Dit is als volgt te verklaren: lijst van afwijkingen ten opzichte van begroting 2022 Afwijking (bedragen x € 1.000) Verwachte CAO stijging voor 2021 (kadernota 2021-2024) Inflatie (zie kadernota 2021-2024) Totaal
12
Bedrag 14 8 22
H H H
4. Hoofdstuk algemene dekkingsmiddelen De algemene dekkingsmiddelen bestaan uit de deelnemersbijdrage van de verschillende deelnemers. In de kadenota 2023-2026 hebben wij een uiteenzetting gemaakt van de totstandkoming van de bijdragen. De fluctuaties van de deelnemersbijdragen zijn te verklaren door enerzijds de extra kosten vanuit de kadernota, maar ook door de jaarlijkse herijking van de verdeelsystematiek. Naast de bijdrage vanuit de kadernota is ook de uitwerking van de PM post meegenomen, zoals beschreven op pagina 12, meegenomen. Deze extra financiële consequentie ten opzichte van de kadernota is als volgt: Bijdragen RID-deelnemers (bedragen x € 1.000) Gemeente Baarn Gemeente Bunnik Gemeente De Bilt Gemeente Soest Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug Gemeente Utrechtse Heuvelrug Gemeente Wijk bij Duurstede Totaal
33 24 41 63 28 55 26 270
Onderstaand is de totaalbijdrage opgenomen. Overzicht algemene dekkingsmiddelen Bijdragen RID-deelnemers (bedragen x € 1.000) Gemeente Baarn Gemeente Bunnik Gemeente De Bilt Gemeente Soest Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug Gemeente Utrechtse Heuvelrug Gemeente Wijk bij Duurstede Totaal
13
2021 2022 2023 2024 2025 2026 952 931 954 953 947 945 609 622 659 657 653 652 1.363 1.329 1.362 1.318 1.348 1.344 1.689 1.710 1.801 1.797 1.785 1.780 911 847 861 858 850 847 1.686 1.588 1.682 1.680 1.671 1..668 786 774 822 782 814 812 7.996 8.141 8.124 8.068 8.048
5.
Recapitulatie
Lasten en baten (x € 1.000) Lasten Programma dienstverlening Overhead Totaal lasten Baten Algemene dekkingsmiddelen Totaal Baten Gerealiseerd totaal van baten en lasten voor reserve mutaties Onttrekking/toevoeging reserve Gerealiseerd resultaat
realisatie 2021
Begroting 2022 2023
2024
meerjarenraming 2025 2026
6.430 1.006 7.436
6.600 1.201 7.801
6.918 1.223 8.141
6.901 1.223 8.124
6.845 1.223 8.068
6.825 1.223 8.048
7.996 7.996
7.801 7.801
8.141 8.141
8.124 8.124
8.068 8.068
8.048 8.048
560 114 446
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
Tabel incidentele baten en lasten: Lasten en baten (x € 1.000) Lasten Programma dienstverlening Overhead Totaal lasten
2022
Baten Algemene dekkingsmiddelen Totaal Baten
14
2023
2024
2025
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
6.
Ontwikkelingen 2022 en verder
Opstellen nieuwe visie RID In 2017 is er een gezamenlijke strategische koers opgesteld die in 2021 is geëvalueerd met de deelnemers. Afgesproken is om de richting voor de komende jaren helder te krijgen en daarvoor in 2022 een nieuwe koers op te gaan stellen, die vervolgens vertaald wordt in de kadernota. Middels een participatief traject met de deelnemers wordt in gezamenlijkheid in 2022 gewerkt aan deze nieuwe koers, die nauw aansluit bij de verdere ontwikkeling van de door de deelnemers opgestelde i-visie en de uitgesproken en bekrachtigde bestuurlijke wens om te komen tot verdergaande harmonisatie van applicaties om de ICT samenwerking verder te intensiveren. Ook de eventuele financiële consequenties van de nieuwe visie worden vertaald in de kadernota.
Digitale Agenda De overheid heeft in 2020 de Agenda Digitale Overheid 2024 (NLDigiBeter) vastgesteld, de opvolger van ADO2015-2020. Een agenda die alle overheidslichamen verbindt en samenbrengt. Voor de gemeentelijke overheid is de meerjarenstrategie en GGU 2020 – 2024 een nadere detaillering van deze ambities. De RID ondersteunt en participeert hierin.
Common Ground Door een gecompliceerd systeem van koppelingen is het applicatielandschap van onze deelnemers complex. Het maakt hun applicaties weinig flexibel, kwetsbaar en duur en staat daarmee een optimale dienstverlening aan burgers en ondernemers in de weg. Dit besef zette een beweging in gang voor de stapsgewijze ontwikkeling van een nieuwe, toekomstbestendige gemeentelijke ICT-infrastructuur. Deze beweging werd enthousiast omarmd door de ‘Taskforce Samen Organiseren’ van VNG Realisatie en kreeg de toepasselijke naam ‘Common Ground’. Het grote voordeel van dit model is dat het niet alleen goedkoper is, maar ook meer ruimte biedt om sneller en gemakkelijker te innoveren. Common Ground maakt bovendien gemeenten minder afhankelijk van hun vaste leveranciers en geeft burgers en ondernemers ook nog beter inzicht in de wijze waarop met hun gegevens wordt omgegaan. Met Common Ground wordt een grote stap gezet in de richting van een open, transparante overheid waarbinnen, met inachtneming van de privacyregels, gegevens sneller en veiliger kunnen worden uitgewisseld, zowel intern als extern. De RID en de deelnemers zien Common Ground dan ook als een goede strategie.
Omgevingswet In 2023 wordt naar verwachting de nieuwe Omgevingswet van kracht. Het doel van deze wet is minder regels en meer samenhang, meer overzicht en meer ruimte voor lokale initiatieven. Dit vraagt om een integraal omgevingsrecht met nieuwe instrumenten, andere werkwijzen, een andere samenwerking met ketenpartners en dus ook een andere informatievoorziening en ICT-behoefte. Digitalisering stelt burgers, bedrijven en overheden in staat om eenvoudiger informatie uit te wisselen en biedt kansen voor snellere en betere besluitvorming. Alhoewel het Gemeentelijk Digitaal Stelsel Omgevingswet zich begint uit te kristalleren, is het nog onbekend wat de financiële effecten exact zullen zijn voor de RID.
15
7.
Paragrafen
Doel van de paragrafen is om het Algemeen Bestuur een instrument te geven om de beleidskaders van de diverse onderdelen vast te stellen en om de uitvoering te kunnen controleren.
7.1.
Paragraaf lokale heffingen
Dit is voor de RID niet van toepassing.
7.2. Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemeen De RID heeft veel geïnvesteerd in ICT-middelen en heeft derhalve veel (im)materiële vaste activa op de balans staan. Dit wordt in de paragraaf financiële risico’s verder uitgewerkt. Een eventueel negatief exploitatiesaldo wordt door de RID-deelnemers afgewikkeld conform de artikelen 26 tot en met 28 van de gemeenschappelijke regeling (GR). In feite zijn daarmee alle financiële risico's afgedekt. De RID-deelnemers worden door middel van de huidige P&C -documenten geïnformeerd over de financiële stand van zaken. Daarnaast heeft de RID een ISAE3402 rapport dat zich sterk richt op risicobeheersing.
Financiële Risico’s Groei naar één geconsolideerde infrastructuur De RID is gefaseerd en projectmatig gegroeid naar de eindsituatie. Bij iedere fase is onderzocht welke risico’s de RID of de deelnemers lopen alvorens tot uitvoering over te gaan. Zo moet bijvoorbeeld bij het consolideren van licenties precies in beeld zijn gebracht wat de juridische en financiële consequenties zijn. Daarnaast moet de RID ook steeds bepalen of bijvoorbeeld aan de Europese aanbestedingsrichtlijnen wordt voldaan. Met inhuur van expertise op dit vlak is in de begroting rekening gehouden. Het risico op vernietiging of vervreemding van de activa door brand of diefstal wordt gemitigeerd door het afsluiten van verzekeringen. In de aanbesteding van Software is ook de dienst licentiebeheer meegenomen.
Renterisico Er wordt rekening gehouden met een rente voor nieuw op te nemen geldleningen van 0,7%. Het risico bestaat dat het werkelijke rentepercentage waarvoor leningen worden afgesloten hoger is. Gelet op de rentestand en verwachte renteontwikkeling is die kans nog altijd beperkt.
Risico’s voor dienstverlening Opdrachtgeverschap Professioneel opdrachtgeverschap is belangrijk voor alle RID-deelnemers. Dit wordt organisatorisch ingevuld vanuit de Gemeenschappelijke Regeling die aan de RID ten grondslag ligt. Hierin is het eigenaarschap van de RID belegd bij het Algemeen Bestuur en afgeleid daarvan het Dagelijks Bestuur. De RID is dus als GR ingericht om te werken voor een collectief van organisaties met een samenhangende en generieke behoefte op het gebied van de ICT. Omdat professioneel opdrachtgeverschap belangrijk is vanuit alle RID-deelnemers, hebben ze ingestemd met bundeling van de krachten als opdrachtgevers. Vanuit deze collectieve benadering moet invulling gegeven worden aan het uitgangspunt “zoveel mogelijk dezelfde vraag (1x7) in plaats van een iets gewijzigde vraag vanuit elke deelnemer (7x1)”. Mede daarom zijn de aangesloten organisaties overeengekomen meer in te willen zetten op een samenwerking die verder gaat dan de activiteiten die al in de GR RID zijn ondergebracht. Door de deelnemers en het bestuur van de RID is dit voornemen vertaald in een concreet “Samenwerkingsconvenant Informatievoorziening en applicatieharmonisatie”. Hiermee lijkt in 2021 16
een stap in de goede richting te zijn gezet voor het harmoniseren van applicaties en het professionaliseren van het gezamenlijk opdrachtgeverschap en de gewenste samenwerking. De blijvende en specifieke wensen per organisatie zorgen nog in de praktijk nog steeds voor onnodige dynamiek die kan leiden tot ongewenst uitloop in majeure projecten. Blijvende inzet op professioneel opdrachtgeverschap is een vereiste om dit patroon te doorbreken.
Het voeren van regie op de dienstverlening van de RID Nadat een automatiseringsproject is afgerond, gaat de RID beheerdiensten verlenen. In alle gevallen worden hierover afspraken vastgelegd in een Servicelevel Agreement (SLA). Hierbij spelen de contractmanagers van de RID-deelnemers een prominente rol als verbindende schakel tussen de deelnemer en de RID. Zij maken afspraken met de RID over dienstverleningsniveaus, zien toe op de naleving daarvan (zowel door de RID als door de eigen organisatie) en vormen een escalatiekanaal voor zowel de gebruikers als de RID. De basis hierbij is de dienstverleningsovereenkomst (DVO) die met de deelnemers is afgesloten.
Het uitvoeren van Functioneel Beheer Het technisch beheer van applicaties is belegd bij de RID. Het functioneel beheer van applicaties is echter primair een taak van de RID-deelnemers (met uitzondering van de kantoorautomatisering en de diensten die zijn uitbesteed aan de RID, zoals e-Hrm). Daartoe zou voor iedere applicatie per organisatie een functioneel beheerder aangewezen moeten zijn, die zorg draagt voor het zodanig functioneren van de applicatie, dat deze het proces goed ondersteunt. Tijdens de Log4j crisis werd echter een kwetsbaar patroon zichtbaar aan achterstallig onderhoud op het applicatielandschap van de deelnemende organisaties, door het gebrek aan functioneel beheerders. Dit heeft tot gevolg dat er een groot aantal applicaties zijn die niet meer ondersteund worden door de leverancier of die niet zijn bijgewerkt naar de meest recente versie. Dit leidt tot grote aantallen kwetsbaarheden in onze infrastructuur. Op al deze applicaties is dus extra aandacht voor functioneel beheer, patchmanagement en lifecyclemanagement noodzakelijk. Pas kan dan goede afstemming plaatsvinden tussen functioneel en technisch beheer.
Door de mogelijkheid te onderzoeken van het centraliseren van functioneel beheer wordt de kracht van het collectief benut en genieten alle deelnemers voordelen op het gebied van continuïteit, verminderde kwetsbaarheid, verbeterde kwaliteit en minder meerkosten.
Krapte op de ICT-arbeidsmarkt De krapte op de arbeidsmarkt voor ICT-medewerkers, neemt de laatste jaren hand over hand toe. De verdere digitalisering van ons leven en werk, toenemende eisen op het gebied van informatiebeveiliging en dalende werkeloosheidscijfers, maken het een werknemersmarkt. Voor overheden en kleinere organisaties wordt het boeien en binden van gekwalificeerde en gespecialiseerde medewerkers daardoor steeds lastiger. Dit kan van invloed zijn op de benodigde arbeidsmarkttoelagen of de kosten voor inhuur van medewerkers.
Conclusie Afhankelijk van de risicoanalyse, waarin een inschatting wordt gemaakt wat de kans is dat een risico zich voordoet, wordt de omvang van het weerstandsvermogen bepaald. Overeenkomstig de Gemeenschappelijke Regeling mag het weerstandsvermogen maximaal 10% van de apparaatskosten bedragen. De weerstandscapaciteit is op dit moment beperkt (alleen de Algemene Reserve ad € 87.000), echter doordat begrotingstekorten worden opgevangen door de deelnemers (op basis van de GR) is dit voldoende om de risico’s af te dichten. Wel wordt periodiek de stand van zaken gemonitord. Op basis van vorenstaande bepalingen zijn er geen materiële risico’s waardoor het weerstandsvermogen ontoereikend zou zijn.
Ratio Weerstandsvermogen De BBV schrijft voor om een verplichte basisset van 5 financiële kengetallen op te nemen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Deze 5 kengetallen zijn: 1. 2. 3. 4. 5.
Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. De solvabiliteitsratio Kengetal grondexploitatie (niet van toepassing voor RID) Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit (niet van toepassing voor RID)
17
Ratio Netto schuldquote. Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Begroting 2023 44% 1,51% 0
Begroting 2022 46% 1,70% 0
2021
2020
39% 8,38% 0
59% 1,11% 0
De RID is een organisatie met veel vaste activa op de balans. De RID heeft een beperkte Algemene Reserve, waardoor de RID moet lenen om te kunnen investeren. Hierdoor is de Netto schuldquote hoog en de solvabiliteitsratio laag. Wij verwachten geen structurele exploitatieruimte voor 2022 en 2023.
18
7.3.
Onderhoud kapitaalgoederen
In de jaarrekening is deze paragraaf bedoeld om te verantwoorden hoe het onderhoud van kapitaalgoederen is georganiseerd. Bij de RID is sprake van een beperkt aantal kapitaalgoederen (met name ICT gerelateerde zaken). Hierdoor is deze paragraaf niet van toepassing.
7.4.
Financiering en treasury
Inleiding De financieringsparagraaf is, in samenhang met het treasurystatuut, een belangrijk instrument voor het transparant maken, sturen, beheersen en controleren van de financiële middelen. De uitwerking hiervan vindt zijn weerslag in de financieringsparagraaf in de begroting en in de jaarrekening. In het treasurystatuut is geregeld dat nieuwe leningen en uitzettingen worden afgestemd op de liquiditeitenplanning. Deze afstemming op de liquiditeitenplanning beoogt om bedragen slechts te lenen c.q. uit te zetten gedurende de periode dat zij daadwerkelijk nodig c.q. beschikbaar zijn. Hiermee worden de rentekosten zoveel mogelijk beperkt en de rentebaten geoptimaliseerd.
Rentevisie Financiering via kortlopende geldleningen is goedkoper dan via langlopende geldleningen. Daarom trekt de RID pas een langlopende geldlening aan als de kasgeldlimiet over langere periode overschreden dreigt te worden. Om een te risicovolle financieringspositie te voorkomen zijn wettelijk normen vastgelegd, uitgedrukt in de kasgeldlimiet en de risiconorm.
Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet bepaalt het maximale bedrag aan kortlopende geldleningen dat mag worden aangetrokken. Het uitgangspunt voor de kasgeldlimiet is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten door een grens te stellen aan korte financiering (< 1 jaar). Juist voor korte financiering kan het renterisico aanzienlijk zijn. Op grond van de wet Fido (Financiering decentrale overheden) wordt de informatie over de kasgeldlimiet opgenomen in de financieringsparagraaf bij de begroting en het jaarverslag. In het jaarverslag betreft deze informatie ten minste de kasgeldlimiet bij aanvang van het verslagjaar en de gemiddelde netto vlottende schuld in elk van de kalenderkwartalen van dat jaar. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage van de jaarbegroting en geldt voor het hele jaar. De kortlopende schuld mag niet verder oplopen dan 8,2% van het begrotingstotaal aan lasten voor bestemming. Dit houdt in dat de kasgeldlimiet voor het begrotingsjaar 2023 8,2% van 8.141.000 = € 668.000 bedraagt. De gemeenschappelijke regeling mag dus korte termijn financiering aantrekken tot aan deze bedragen.
Rente risiconorm Via de rente risiconorm wordt bepaald welk renterisico de RID loopt op zijn vaste schuld (leningen met een looptijd van langer dan 1 jaar). Voor het begrotingsjaar 2023 is de rente risiconorm bepaald op 20% van het begrotingstotaal. Dit houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het totaal van de lasten op de begroting. Hiermee wordt voorkomen dat een groot deel van de leningen tegelijk opnieuw moet worden afgesloten, met het risico van snel oplopende rentelasten. De rente risiconorm voor 2023 bedraagt 20% van € 8.141.000, hetgeen uitkomt op € 1.628.000 met een minimum van € 2.500.000.
Financiering (leningenportefeuille) In 2015 is 1 lening aangetrokken van respectievelijk € 1.500.000 (looptijd 6 jaar) en is in 2021 afgelost. In 2016 is een lening aangetrokken van € 1.000.000 (looptijd 5 jaar) en is in 2021 volledig afgelost. In 2017 is een lening aangetrokken van € 1.000.000 (looptijd 5 jaar). In 2019 zijn 2 leningen aangetrokken van € 1.500.000 en € 1.000.000 (looptijd beiden 5 jaar). In 2020 zijn 2 leningen aangetrokken van € 1.000.000 en € 1.500.000 (looptijd 5 jaar) en in 2021 is een lening aangetrokken van € 2.000.000 (looptijd 5 jaar). Alle leningen worden lineair afgelost. De gemiddelde rente op deze leningen bedraagt circa 0,1%.
19
Vennootschapsbelasting Met betrekking tot de VPB-plicht maakt de RID gebruik van de vrijstelling rondom samenwerkingsverbanden.
7.5.
Bedrijfsvoering
Deze paragraaf omvat de besturing en beheersing van, het toezicht op en de verantwoording over de bedrijfsprocessen binnen de RID Utrecht. Onze ambitie is om de partner te zijn die diensten en oplossingen levert op het gebied van zowel ICT als de informatievoorziening. Wij zorgen ervoor dat medewerkers van onze opdrachtgevers hun werkzaamheden effectief en veilig kunnen uitvoeren. Om dit te bereiken zijn in 2019 bestaande functies en samenhangende activiteiten herschikt tot een meer geconsolideerde functionele structuur. Eenvoudiger gesteld, de basis van onze organisatiestructuur bestaat per 1 december uit twee teams; het team Diensten en team Support & Operations. Team Diensten is verantwoordelijk is voor de architectuur, security en functionaliteit van diensten en oplossingen op het gebied van de informatievoorziening. Dit is een beleidsvormend, organiserend, regisserend en controlerend team dat ervoor zorgt dat de diensten en oplossingen van de RID blijven voldoen aan de functionele vereisten van de business. Team Support & Operations, S&O, is integraal verantwoordelijk voor het leveren, adequaat functioneren en gebruik van diensten en oplossingen op het gebied van de ICT. Dit is een beherend, regisserend en ondersteunend team dat ervoor zorgt dat de diensten en oplossingen van de RID voldoen aan gebruikersvereisten en door de gebruikers optimaal worden benut.
De herschikking van functies en activiteiten in deze twee teams stelt ons beter in staat om nieuwe diensten te ontwikkelen, nieuwe technologie in te zetten en tegelijkertijd de bestaande operationele prestaties te continueren. Onze verwachting is ook dat duidelijkheid over de focus en verantwoordelijkheid van beide teams positief zal bijdragen aan aspecten zoals innovatie, intrinsieke motivatie, leren en ontwikkelen, laagdrempelige collegiale communicatie en snel schakelen met korte lijnen. Zonder de illusie te hebben dat alleen een herschikking in structuur voldoende is, hebben we hiermee wel voldaan aan een belangrijke voorwaarde voor de verdere ontwikkeling van onze organisatie.
7.6.
Verbonden partijen
Deze paragraaf is voor de RID niet van toepassing. De verbonden partijen die de RID heeft, zijn de deelnemende organisaties.
7.7.
Grondbeleid
Grondbeleid is voor gemeenten van belang in verband met realisaties van programma’s als ruimtelijke ordening, landschap, verkeer en vervoer, economische structuur etc. Gezien deze achtergrond is deze paragraaf niet van toepassing voor de RID.
20
Geprognotiseerde balans Geprognosticeerde balans (x € 1.000)
2021
2022
2023
2024
2025
Activa Immateriële vaste activa
1.648
1.200
800
400
1.800
Materiële vaste activa
2.204
3.000
2.700
2.700
2.500
Financiële vaste activa
470
500
500
500
500
Vorderingen op openbare lichamen
1.802
1.000
1.000
1.000
1.000
Overige vorderingen
-
-
-
-
-
Liquide middelen
903
-
-
-
-
Overlopende activa
611
750
750
750
750
7.638
6.450
5.750
5.350
6.550
Totaal activa Passiva Algemene Reserve
87
87
87
87
87
Bestemmingsreserve
560
-
-
-
-
Voorzieningen
-
-
-
-
-
Vaste Schulden
5.700
4.700
4.000
3.600
4.800
Netto vlottende schulden
1.291
1.663
1.663
1.663
1.663
7.638
6.450
5.750
5.350
6.550
2025
overlopende passiva Totaal Passiva
EMU saldo EMU Saldo (x € 1.000)
2021
Exploitatiesaldo voor mutaties reserve Bij: Afschrijvingen ten laste van de exploitatie Bij: dotatie aan de post voorzieningen Af: Investeringen in (im)materiële vaste activa die worden geactiveerd Bij: baten uit bijdragen aan andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4 Af: Aankoop van grond en uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan Bij: Baten bouwgrondexploitatie voorzover niet op exploitatie verantwoord Af: Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties met derden betreffen Totaal
2022
2023
2024
560
-
-
-
1.330
1.550
1.494
1.477
-
-
-
-
391
1.569
535
700
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
1.499
-19
959
777
1.421
2.445
-1.024
Overzicht van baten en lasten per taakveld Verdeling per taakveld (x € 1.000)
2021 Taakveld
baten
2022 lasten
baten
2023 laten
baten
2024 lasten
Programma dienstverlening
0.4 Overhead
6.430
6.600
6.918
Overhead
0.4 Overhead
1.006
1.201
1.223
Algemene dekkingsmiddelen
0.4 Overhead
Totaal
7.996
7.801
7.996
7.436
21
7.801
8.141 7.801
8.141
baten
lasten 6.901 1.223
8.124 8.141
8.124
8.124
Vaststellingsbesluit
22