CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

340146 MEMO HBR-advocaten Advies uitwerking raadsbesluit en amendementen van 29 september 2021

Besluit in de Raad 23 februari 2022, gemeente BaarnBij agendapunt: Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk7.264 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO Aan: Betreft: Datum: Van:

De raad van de gemeente Baarn Advies uitwerking raadsbesluit en amendementen van 29 september 2021 28 januari 2022 Saskia de Boer en Bernadette Raaijmaakers - HBR advocaten Henk Hoogmoed - Twynstra Gudde

Geachte leden van de raad, Het ontwerp bestemmingsplan ‘Landgoed Paleis Soestdijk’ heeft van 8 oktober 2021 tot en met 18 november 2021 ter inzage gelegen. Bij besluit van 29 september 2021 heeft u als raad van de gemeente Baarn naast de instemming met de terinzagelegging via een aantal amendementen besloten om het college verschillende opdrachten te geven. Deze opdrachten zien op het maken van aanvullende afspraken met MeyerBergman Erfgoed Groep B.V. (“MBE”) over door uw raad genoemde onderwerpen, en over het (nader) borgen van enkele aspecten in het vast te stellen bestemmingsplan. De amendementen houden, kort samengevat, het volgende in: - Amendement 9A: Verduidelijking maximaal 40 evenementen voor het gehele landgoed; - Amendement 9E: Aanpassen redactie voorwaardelijke verplichting renovatie in relatie tot woningbouw; - Amendement 9G: Opbrengsten Alexanderkwartier; - Amendement 9H: Publieke toegankelijkheid landgoed en paleis; - Amendement 9I: Maatregelen Natuurcompensatie Landgoed Paleis Soestdijk; - Amendement 9J: Kwaliteitseisen restauratie Paleis Soestdijk; - Amendement 9K: Inzetten externe adviseur door de raad. Ter uitvoering van laatstgenoemd amendement 9K heeft u ons opnieuw gevraagd om u te ondersteunen in de (juridische) beoordeling van het bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk.

Hiertoe heeft u een opdracht aan ons geformuleerd, inhoudende om te beoordelen of: 1. De aangenomen amendementen op een goede manier zijn geborgd in het bestemmingsplan; 2. De door de raad gevraagde aanpassingen in de anterieure overeenkomst op een adequate manier zijn verwerkt en eenduidig zijn voor zowel de gemeente Baarn als MBE. In dit memo geven wij u de gevraagde beoordeling. Ons memo is als volgt opgebouwd: 1. Ter beoordeling ontvangen stukken en werkwijze 2. Samenvatting 3. Uitwerking van de beoordeling per amendement. 1

1.

Ter beoordeling ontvangen stukken en werkwijze

Wij hebben de volgende stukken ontvangen en beoordeeld: a. Concept Overeenkomst borging realisatie en instandhouding NNN-meerwaardemaatregelen Soestdijk tussen Provincie Utrecht en MeyerBergman Erfgoed Made by Holland B.V. d.d. 19 augustus 2021 met Bijlage 2 overzicht maatregelen (“Overeenkomst NNN”); b. Brief wethouder Jansma aan de raad d.d. 22 december 2021; c. Concept Overeenkomst restauratie Paleis Soestdijk in relatie met de woningbouw tussen Provincie Utrecht, MeyerBergman Erfgoed Made by Holland B.V. en Gemeente Baarn versies zoals toegezonden op 22 december 2021 en 18 januari 2022 (“Overeenkomst Restauratie”); d. Concept Anterieure Overeenkomst tussen Gemeente Baarn en MeyerBergman Erfgoed Made by Holland d.d. 9 december 2021 (“Anterieure Overeenkomst”); e. Raadsvoorstel ten behoeve van besluit in raad op 23 februari 2022; f. Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk bijlage 1 Toelichting; g. Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk bijlage 2 Bijlagen bij de toelichting; h. Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk bijlage 3 Regels; i. Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk bijlage 4 Bijlagen bij de regels; j. Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk bijlage 5 Verbeelding; k. Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk bijlage 6 Zienswijzennota l. Uitvergroting plankaart evenementenzone paleis; m. Uitvergroting plankaart evenementenzone parade n.

Uitvergroting plankaart gebiedsaanduidingen evenementen met bestemmingen Natuur en Gemengd. In het kader van de opdracht hebben wij voorts gesprekken gevoerd met medewerkers van de Provincie Utrecht, de gemeente Baarn, en MBE. 2.

Samenvatting

Ten aanzien van Amendement 9A (evenementen) concluderen wij dat het planvoorschrift is aangepast maar naar onze mening nog verder aangescherpt zou moeten worden. De plankaart is adequaat aangepast, de verwijzing naar een splitsing van het landgoed is achterwege gebleven. Een dergelijke verwijzing achten wij ook niet nodig. Ten aanzien van Amendement 9E (voorwaardelijke verplichting renovatie) geldt dat de redactie van het planvoorschrift aanzienlijk is gewijzigd. De uitleg van eerder gehanteerde termen is daarom achterwege gebleven. Wij achten de aanpassing passend in de bedoeling van het amendement en stellen nog een kleine aanpassing van de redactie voor. Voor Amendement 9G (opbrengsten Alexanderkwartier) vermelden wij dat in de Anterieure Overeenkomst afspraken zijn opgenomen over de netto opbrengst, maar dat de definiëring van dit begrip nog (te) veel ruimte voor discussie laat. We doen een aantal suggesties voor aanscherping. Ditzelfde geldt voor Amendement 9H (publieke toegankelijkheid). De afspraken over publieke toegankelijkheid laten nog veel open. Wij geven een aantal aanpassingen in overweging. Amendement 9I (Maatregelen Natuurcompensatie) is zeer uitvoerig uitgewerkt in diverse controleerbare bestemmingsplanvoorschriften en overeenkomsten.

Het amendement is niet letterlijk in alle onderdelen gevolgd maar de geest van dit amendement achten wij hiermee goed tot zijn recht komen. Conform Amendement 9J (kwaliteitseisen restauratie) is de verplichting in de anterieure overeenkomst opgenomen dat de Rijksdienst voor het Culturele Erfgoed de restauratie begeleidt. 2

3.

Uitwerking per amendement

Amendement 9A, verduidelijking aantal evenementen Het aangenomen amendement 9A luidt voluit als volgt: “In het bestemmingsplan op te nemen dat het maximum aantal evenementendagen, dat zijn er 40 per jaar, voor het gehele landgoed geldt en dit tevens aan te passen op de verbeelding en de verwijzing in het voorschrift 16.1.1. Tevens toevoegen dat dit ook geldt na eventuele splitsing van het landgoed.” Conclusie: Ten aanzien van Amendement 9A (evenementen) concluderen wij dat het planvoorschrift is aangepast maar naar onze mening nog verder aangescherpt zou moeten worden. De plankaart is adequaat aangepast, de verwijzing naar een splitsing van het landgoed is achterwege gebleven. Een dergelijke verwijzing achten wij ook niet nodig. Inhoudelijke beoordeling Het amendement bestaat uit drie delen: I maximum aantal evenementendagen in de voorschriften II aanpassen verbeelding III vermelden consequentie bij splitsing landgoed. Ad I maximum aantal evenementendagen Het oorspronkelijk aan uw raad voorgelegde artikel luidde als volgt: 16.1.1 Aantal a. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - evenementen' mogen in totaal maximaal 40 dagen per jaar evenementen worden gehouden (exclusief op- en afbouwdagen).

Na de raadsvergadering van 29 september 2021 is de tekst van dit artikel aangepast, zodat een gewijzigde tekst als voorschrift in het ontwerp bestemmingsplan ter inzage heeft gelegen: 16.1.1 Aantal a. Ter plaatse van de aanduidingen 'overige zone - evenementen' en 'overige zone – evenementen Parade' mogen in totaal maximaal 40 dagen per jaar evenementen worden gehouden (exclusief open afbouwdagen). Aan deze tekst is de (door ons) onderstreepte tekst toegevoegd. Daarnaast is in de toelichting op het plan (op p. 70) het volgende vermeld: Er zijn in het nieuwe bestemmingsplan voor Landgoed Paleis Soestdijk twee gebiedsaanduidingen opgenomen waarbinnen evenementen zijn toegestaan. Er is vastgelegd dat binnen beide gebiedsaanduidingen samen in totaal maximaal 40 evenementdagen per jaar mogen plaatsvinden. Naar onze mening is de aangepaste tekst van artikel 16.1.1 nog wel voor discussie vatbaar, hoewel de zone op de Parade daar nu ook bij staat vermeld. Bij het lezen van de tekst van het voorschrift kan 3

immers (nog steeds) de vraag rijzen of zowel op de “overige zone – evenementen” als op de “overige zone- evenementen Parade” elk in totaal 40 dagen per jaar evenementen mogen worden gehouden. De tekst in de toelichting is wel duidelijk en geeft de bedoeling precies goed aan, maar deze tekst uit de toelichting is niet bindend zoals een voorschrift dat wel is. Om alle discussie op voorhand weg te nemen raden wij aan om in de tekst van artikel 16.1.1 voor de woorden “in totaal” ook nog het woord “samen” op te nemen, of de zinsnede “voor beide zones samen”. Ad II plankaart Op de plankaart zijn beide zones nu afzonderlijk opgenomen en als zodanig aangeduid op de plankaart, met verschillende arceringen:

Op het pdf bestand van de kaart, zoals u die heeft ontvangen (gewijzigde versie), is deze arcering bij een uitvergroting te ontwaren. Op de interactieve kaart zoals deze op ruimtelijkeplannen.nl zal komen te staan zullen de verschillende zones afzonderlijk van elkaar te zien moeten zijn wanneer zij worden aangeklikt. Ad III vermelden consequentie splitsen landgoed In het voorschrift is niet opgenomen dat dit ook geldt na eventuele splitsing van het landgoed. In planologisch opzicht is dat ook niet nodig, omdat een bestemmingsplan geldt ongeacht de eigendomssituatie van de grond of status van een landgoed. Voor de volledigheid vermelden we dat in de toelichting op het bestemmingsplan daarover evenmin een opmerking is gemaakt. Ten slotte vermelden wij ten overvloede nog dat de definities van het begrip evenement als enerzijds vermeld in artikel 1.22 van het bestemmingsplan en anderzijds opgenomen in het gemeentelijk evenementenbeleid1 niet zijn aangepast en niet op elkaar aansluiten. Dat betekent dat evenementen met minder dan 500 bezoekers voor zover zij wel op grond van het beleid zijn toegestaan binnen het plangebied plaats kunnen vinden; dat betekent dat er dan dus ook meer dan 40 evenementen per jaar, voor zover het gaat om minder dan 500 bezoekers per dag, mogelijk zijn.2 In uw amendement was hiertoe ook geen verzoek of aanwijzing opgenomen.

Amendement 9E, aanpassen redactie voorwaardelijke verplichting bij woningbouw Het aangenomen amendement luidt voluit als volgt: “Het college opdracht geven om in het bestemmingsplan op te nemen wat exact wordt verstaan onder “moet plaatsvinden” en “significante voortgang” van de renovatie als voorwaardelijke verplichting voor de start van de woningbouw op het Alexanderkwartier in artikel 8.4.4.” 1 2

Uitvoeringsbesluit APV Baarn Beleidsregels Evenementen Wij verwijzen naar ons advies d.d. 20 augustus 2021, p. 23-24.

4

Conclusie: Ten aanzien van Amendement 9E (voorwaardelijke verplichting renovatie) geldt dat de redactie van het planvoorschrift aanzienlijk is gewijzigd. De uitleg van eerder gehanteerde termen is daarom achterwege gebleven. Wij achten de aanpassing passend in de bedoeling van het amendement en stellen nog een kleine aanpassing van de redactie voor. Inhoudelijke beoordeling In de tekst van het ontwerp bestemmingsplan luidde artikel 8.4.4 als volgt: De start van de bouw van de woningen zoals bedoeld in 8.1 onder e van dit artikel moet plaatsvinden na significante voortgang van de renovatie van het Paleis Soestdijk. Binnen vijf jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan dient deze renovatie te zijn afgerond. Deze tekst is nu volledig veranderd en luidt in het aan u voorgelegde vast te stellen artikel 8.4.4: Het vellen van de houtopstand op de oude bosgroeiplaatsen mag niet eerder plaatsvinden dan nadat: a. de ontheffing van Gedeputeerde Staten van Utrecht inzake de herbeplanting op andere grond (ex artikel 4.5 lid 1 Wet natuurbescherming jo. artikel 4.4 lid 1 Beleidsregels natuur en landschap Provincie Utrecht 2017) onherroepelijk is geworden; b. de casco restauratie van Paleis Soestdijk minimaal 3 maanden voor het vellen van de houtopstand is gestart. De termen “moet plaatsvinden” en “significante voortgang” zijn dus verdwenen.

In het artikel wonen, op grond waarvan (ook) gebouwd mag worden op een oude bosgroeiplaats, is nu een voorwaarde opgenomen. In de praktijk ziet die voorwaarde op dat deel van de woningbouw waarvoor kap van de oude bosgroeiplaatsen nodig is. Dit artikel is in overleg met de provincie geformuleerd. De provincie heeft daarvoor in een zienswijze ook aandacht voor gevraagd.3 Voorop staat dat kap van de oude bosgroeiplaatsen pas mag plaatsvinden wanneer de provinciale ontheffing daarvoor is verleend. Daarnaast stelt het bestemmingsplan nu een aanvullende ruimtelijke voorwaarde, gerelateerd aan de herplant elders en aan de casco restauratie van het paleis. Ten aanzien van onderdeel a. van artikel 8.4.4 lichten wij het volgende toe. In het kader van herplant na vellen is de hoofdregel dat deze herplant op dezelfde grond plaatsvindt. De Beleidsregels natuur en landschap Provincie Utrecht 2017 bepalen dat van die hoofdregel onder omstandigheden kan worden afgeweken, maar niet in geval van kap van oude bosgroeiplaatsen: de Beleidsregels bepalen (in artikel 4.4) dat de ontheffing van de herplantplicht op andere grond dan niet mag worden verleend. Tegelijk geldt dat bestuursorganen op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb, artikel 4:84) over een zogeheten “inherente afwijkingsbevoegdheid” beschikken.

Op grond daarvan mogen zij van beleidsregels afwijken voor het geval dat handelen conform de beleidsregel voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die onevenredig zouden zijn in verhouding tot de met die beleidsregel te dienen doelen. Gedeputeerde Staten willen

3

Zie zienswijzennota onder 20.2, p. 84-85

5

in dit geval van deze afwijkingsbevoegdheid gebruik maken.4 Zij doen dat onder in de Overeenkomst NNN vastgelegde voorwaarden. Tevens is daartoe tussen de provincie, gemeente en MBE de Overeenkomst Restauratie gesloten. Op deze overeenkomsten omtrent natuurcompensatie en restauratie komen wij verder terug bij de behandeling van Amendement 9I (maatregelen natuurcompensatie). In het bestemmingsplan is dus in artikel 8.4.4, op aanwijzing van de provincie, het volgende vastgelegd: pas als onherroepelijk vast staat dat de kap èn de herplant elders beiden inderdaad onherroepelijk kunnen worden toegestaan mag vellen van de houtopstand op de oude bosgroeiplaats plaatsvinden. De ontheffing voor kap, en herplant elders, wordt in één alomvattend provinciaal besluit opgenomen. Pas als dat besluit onherroepelijk is mag de kap van de oude bosgroeiplaats, om volgens het bestemmingsplan woningbouw mogelijk te maken, ook daadwerkelijk plaatsvinden. Aanvullend geldt dat dit alleen mag indien ook aan onderdeel b is voldaan. Op de vraag of aan beide voorwaarden moet zijn voldaan of volstaan kan worden met een van beide voorwaarden komen wij hierna nog terug. Eerst duiden we onderdeel b waarin is bepaald dat de casco restauratie van het paleis ten minste 3 maanden moet zijn gevorderd voordat het vellen mag plaatsvinden.

De definitie van casco restauratie is in artikel 1.18 van de voorschriften opgenomen: Met behoud van monumentale cultuurhistorische waarden alle werkzaamheden die nodig zijn om Paleis Soestdijk wind- en waterdicht te maken en te behouden voor de komende generaties, conform afspraken te maken met RCE. Dit betreft het herstel van: de buitenschil (gevels, kap, goten, wandopeningen (inclusief kozijnen, ramen en deuren)) en de constructieve bouwdelen (zoals: balklagen, funderingen, kolommen en trappen). Dit alles exclusief wand-, plafond- en vloerafwerkingen en installaties maar inclusief de wandafwerkingen van de buitenmuren (het pleisterwerk). In de brief van het college aan uw raad d.d. 22 december 2021 is toegelicht, dat voor de eis van casco restauratie is gekozen omdat deze vorm van restauratie gezien kan worden als ruimtelijk relevant: het paleis op zich moet immers bruikbaar blijven. Wij onderschrijven deze redenering. Of het interieur ook mooi wordt gerestaureerd is niet per definitie ruimtelijk relevant en de eis daarvoor kan daarom in een bestemmingsplan niet worden opgenomen. Voor de volledigheid: deze voorwaardelijke verplichting geldt dus niet voor dat deel van de woningbouw waarvoor de kap van de oude bosgroeiplaats niet is vereist. Dat lijkt ook niet onlogisch, in het vigerende plan mag in het Alexanderkwartier immers ook worden gebouwd.

Ook kunnen wij ons voorstellen dat deze voorwaarde het resultaat is van onderhandelingen. MBE zal immers ook opbrengsten uit woningbouw moeten kunnen genereren om de restauratie (deels) te bekostigen. Hoewel de oorspronkelijk, op verzoek van uw raad nader te omschrijven, eis van “significante voortgang van de renovatie” niet meer terugkomt in het bestemmingsplan, is er nu wel in de 4

Ook dit wordt toegelicht in de provinciale zienswijze, zie p. 84-85. De provincie heeft bovendien eerder uiteengezet dat zij bereid is om van de afwijkingsbevoegdheid gebruik te maken, en onder welke voorwaarden. Zie daarvoor de brief van het college van GS aan PS d.d. 28 april 2020

6

Overeenkomst Restauratie een duidelijke eindtermijn gesteld voor de voltooiing van de restauratie: MBE dient deze te hebben voltooid binnen vijf jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan en het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunningen voor de restauratie van Paleis Soestdijk en de woningbouw. Op de niet-nakoming van deze afspraak staat een boete van EUR 5 miljoen. Wij merken op dat getwist zou kunnen worden over de vraag of de termijn van vijf jaar begint te lopen na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan, of van de omgevingsvergunningen. De gemeente is geen partij bij dit deel van de Overeenkomst Restauratie. Zou dat wel zo zijn geweest, dan hadden wij aanbevolen om hierover expliciet te bepalen wanneer de termijn aanvangt. Voor de duiding van deze overeenkomst verwijzen wij verder naar de inhoudelijke uitwerking van Amendement 9G. Mogelijk zou ten aanzien van artikel 8.4.4 van het bestemmingsplan ten slotte nog gediscussieerd kunnen worden over de vraag de onderdelen a. (herplant) en b. (restauratie) gezamenlijk gelden, of alternatief, dus dat slechts een van beide onderdelen voldoende zou zijn om te mogen vellen.

In de “Aanwijzingen voor de regelgeving”, aanwijzingen voor wetgevingstechniek die formeel gelden voor regelingen die onder ministeriële verantwoordelijkheden tot stand komen, maar uiteraard ook gebruikt kunnen worden door de lagere wetgever, staat (in aanwijzing 3.60) het volgende: Indien dit voor de duidelijkheid nodig is, wordt door gebruik van het woord ‘of’ dan wel ‘en’ aan het slot van het voorlaatste onderdeel van een opsomming het alternatieve, onderscheidenlijk cumulatieve karakter van de opsomming tot uitdrukking gebracht. In zo'n geval wordt in afwijking van aanwijzing 3.59, eerste lid, onderdeel c, het voorlaatste onderdeel afgesloten met ‘; of’ dan wel ‘; en’. Uit de formulering van het artikel blijkt of een opsomming een limitatief of een enuntiatief karakter heeft. Het woord “of” is in de voorgestelde tekst niet opgenomen, maar om iedere discussie te voorkomen raden wij aan om na onderdeel a het woord “en” toe te voegen.

Amendement 9G, opbrengsten Alexanderkwartier Het aangenomen amendement luidt voluit als volgt: “Het college de opdracht te geven om in de anterieure overeenkomst op te nemen dat het netto resultaat van de woningbouw op het Alexanderkwartier zal worden aangewend voor de renovatie van het paleis.” Conclusie: Voor Amendement 9G (opbrengsten Alexanderkwartier) vermelden wij dat in de Anterieure Overeenkomst afspraken zijn opgenomen over de netto opbrengst, maar dat de definiëring van dit begrip nog (te) veel ruimte voor discussie laat. We doen een aantal suggesties voor aanscherping. Inhoudelijke beoordeling Aan dit amendement is invulling gegeven door in de concept versie van de Anterieure Overeenkomst een aantal toevoegingen en wijzigingen op te nemen. Vergeleken met de anterieure overeenkomst in de eerdere versie van 8 juli 2021 levert dit voor dit Amendement 9G het volgende op. 7

Er zijn definities opgenomen van de begrippen: Casco-renovatie (Artikel 1.4 Anterieure Overeenkomst); Netto-opbrengsten (Artikel 1.5 Anterieure Overeenkomst); Totale restauratie (Artikel 1.10 Anterieure Overeenkomst). Verder is er een nieuw Artikel 5 toegevoegd aan de Anterieure Overeenkomst, getiteld: Voorwaardelijke verplichting restauratie. Van dit Artikel 5 heeft lid 1 betrekking op dit Amendement 9G. Het luidt als volgt: De woningbouwontwikkeling op het Alexanderkwartier is in het Plan opgenomen om de restauratie van Paleis Soestdijk te kunnen bekostigen. De Netto-opbrengsten van de woningbouw op het Alexanderkwartier zullen door MBE worden aangewend voor de restauratie van Paleis Soestdijk. Indien daartoe noodzakelijk kan MBE aan de Gemeente tijdens de Casco-restauratie inzage verstrekken in de Netto-opbrengsten. Ten aanzien van de opgenomen definities signaleren wij in zijn algemeenheid dat deze zeer ruim zijn omschreven. Een aanscherping van de formulering in de definities zal meer recht doen aan de wens van de raad bij dit Amendement 9G. Met name de definitie van Netto-opbrengsten in Artikel 1.5 behoeft naar onze mening meer aanscherping. Dat zou kunnen met de volgende aanpassingen: •

• •

•

Bij omzet is niet goed omschreven wat daaronder dient te worden verstaan. Dit zou kunnen worden opgelost door te preciseren dat het gaat om: de “vrij-op-naam”-verkoopopbrengst van de appartementen en de parkeerplaatsen verminderd met de daarover af te dragen omzetbelasting. Bij de omschrijving van alle genoemde kosten is het goed om toe te voegen dat deze worden verminderd met de eventueel daarover betaalde omzetbelasting. Bij de grondkosten is niet duidelijk hoe deze post cijfermatig bepaald gaat worden. Aan te raden is om hiervoor op voorhand een bedrag af te spreken en vast te leggen. Als uitgangspunt stellen we voor de door MBE bij de levering op 20 december 2017 betaalde koopprijs ad EUR 1.711.033,00 te hanteren. Dit bedrag kan worden verhoogd met een marktconforme rente vanaf 17 december 2017 tot aan de start van de bouw. Er is verder in de definitie een veelheid aan kostenposten benoemd, zonder enige nadere precisering. Dit geeft heel veel ruimte voor interpretatie en daarmee discussie in het geval dat de gemeente gebruik maakt van het recht op inzage in de Netto-opbrengsten tijdens de Casco-restauratie, als omschreven in Artikel 5 Anterieure Overeenkomst. Het is aan te raden om voor deze kosten zoveel mogelijk concrete criteria en handvaten op te nemen, dit ter voorkoming van langdurige en mogelijk vervelende discussie achteraf.

Daarbij valt te denken aan de vermelding dat alle opgevoerde kosten marktconform moeten zijn. Als alternatief is ook denkbaar dat er op voorhand een vast percentage wordt afgesproken en vastgelegd voor met de onderdelen “algemene kosten” en voor het onderdeel “financieringskosten”.

Ten aanzien van Artikel 5.1 Anterieure Overeenkomst merken wij op dat de eerste zin niet zozeer een afspraak is tussen partijen, maar meer een weergave van de achtergrond en motieven van de plannen van MBE. Het is gebruikelijk om deze achtergronden, doelen en motieven te vermelden in de overwegingen. De overwegingen dienen als uitleg bij de overeenkomst en daarmee maken deze meteen bij het begin van de overeenkomst duidelijk waarom bepaalde afspraken worden gemaakt.

8

De overwegingen geven context aan de afspraken van partijen. De afspraken zelf staan in de artikelen, die bij elkaar het lichaam van de overeenkomst worden genoemd. Wat daarvan ook zij, de vermelding in de Anterieure Overeenkomst maakt de relatie tussen de opbrengsten van de woningbouw en de bekostiging van de restauratie van Paleis Soestdijk wel duidelijk. De tweede zin van Artikel 5.1 Anterieure Overeenkomst bevat wel een afspraak . Deze ziet op de uitvoering van het hier aan de orde zijnde Amendement 9G en is de nagenoeg letterlijke verwoording ervan. De verwoording is nog vrij algemeen. Denkbaar is dat deze wordt aangescherpt op de navolgende punten: •

•

Nu er in de Anterieure Overeenkomst definities zijn opgenomen over restauratie kan daarbij worden aangehaakt en zo duidelijk gemaakt worden wat wordt verstaan onder “restauratie”. Is bedoeld de Casco-renovatie, zoals gedefinieerd in Artikel 1.4 Anterieure Overeenkomst, of de Totale restauratie, zoals gedefinieerd in Artikel 1.5 Anterieure Overeenkomst, of nog een andere vorm van restauratie? Door invoeging van het woord “uitsluitend” na “MBE” in de tweede zin kan worden verzekerd dat er geen andere bestemming is voor de Netto-opbrengsten dan de restauratie van Paleis Soestdijk.

De laatste zin van Artikel 5.1 Anterieure Overeenkomst geeft de gemeente weliswaar de mogelijkheid om inzage te verkrijgen in de Netto-opbrengsten, maar ook hier is ruimte voor discussie. Om te beginnen is het de vraag wanneer het noodzakelijk is of er inzage is in de kosten en wie dat bepaalt. Aannemende dat MBE hierin transparant wil zijn, verdient het de voorkeur dat hier wordt vermeld dat MBE op eerste verzoek van de gemeente inzage verstrekt in de Nettoopbrengsten. Verder is ook de vraag op welke wijze inzage wordt verstrekt: worden er (digitale) kopieën verstrekt? Wie krijgt de inzage: is dat de afdeling financiën, welke personen, of mogelijk ook een externe accountant of andere financieel deskundige? De Artikelen 5.2 tot en met 5.5 Anterieure Overeenkomst zijn nieuw toegevoegd in deze versie van 9 december 2021. Ofschoon deze wel zien op datgene wat het amendement beoogt te bereiken, namelijk het leggen van een relatie tussen de woningopbrengsten en de restauratie van Paleis Soestdijk, bevatten deze bepalingen een beschrijving van de omgevingsrechtelijke aspecten van deze relatie, zoals vastgelegd in het ontwerp bestemmingsplan en in de Overeenkomst Restauratie. Deze bepalingen bevatten verder geen rechten en plichten die op grond van de Anterieure Overeenkomst gelden tussen de gemeente Baarn en MBE.

Het is in ieder geval niet zo dat met deze bepalingen in de Anterieure Overeenkomst een voorwaardelijke verplichting met betrekking tot de restauratie van MBE jegens de gemeente Baarn ontstaat. Het opnemen van deze bepalingen in de Anterieure Overeenkomst levert ook geen extra borging van dit Amendement 9G op ten opzichte van hetgeen in het bestemmingsplan en de Overeenkomst Restauratie is vastgelegd. Wel is het natuurlijk zo dat deze bepalingen voor zover daar verplichtingen uit voortvloeien voor MBE zijn vastgelegd in de Overeenkomst Restauratie tussen provincie en MBE. In de brief van het college van 22 december 2021 is vermeld dat de punten die vanuit de Overeenkomst Restauratie voortvloeien naar de Anterieure Overeenkomst zijn terug te vinden in Artikelen 5.2 tot en met 5.5 Anterieure Overeenkomst. Dat is op zichzelf juist, maar heeft geen betekenis voor de afspraken tussen de gemeente en MBE. 9

Op dit punt verwijzen we naar de Overeenkomst Restauratie. Hierin zijn afspraken opgenomen over toepassing van de inherente afwijkingsbevoegdheid door gedeputeerde staten (Artikel 5.2 Anterieure Overeenkomst en Artikel 2 Overeenkomst Restauratie) en over de voltooiing van de restauratie binnen een bepaalde termijn (Artikel 5.4 Anterieure Overeenkomst en Artikel 3.6 Overeenkomst Restauratie). Het verschil tussen de Anterieure Overeenkomst en de Overeenkomst Restauratie is dat de Overeenkomst Restauratie daadwerkelijk afspraken en verplichtingen van MBE op deze punten bevat. Het betreft dan verplichtingen van MBE die de provincie wel kan afdwingen en de gemeente niet. De gemeente is namelijk slechts partij bij de Overeenkomst Restauratie voor zover dit het bestemmingsplan betreft. Dit blijkt uit de vermelding bij de partijen die de overeenkomst ondertekenen. Bij de gemeente is daar vermeld: En – uitsluitend in verband met artikel 4.3 van deze overeenkomst (opnemen voorwaardelijke verplichting in het Bestemmingsplan) -. De Gemeente is slechts Partij bij deze Overeenkomst om reden van bevoegdheden bij de totstandkoming en vaststelling van het Bestemmingsplan. De gemeente is niet verantwoordelijk of aansprakelijk voor wat de beide andere partijen doen of nalaten in het kader van de uitvoering van deze Overeenkomst.

Het vaststellen van een bestemmingsplan is een bevoegdheid van de raad. Daarom is de opname in het bestemmingsplan van de voorwaardelijke verplichting restauratie in Artikel 4.3 Overeenkomst Restauratie geformuleerd als een inspanningsverplichting van het college van burgemeester en wethouders. Dit is een juiste handelwijze die op een goede manier rekening houdt met de bevoegdheidsverdeling bij de vaststelling van een bestemmingsplan. Amendement 9H, publieke toegankelijkheid landgoed en paleis Het aangenomen amendement luidt voluit als volgt: “Het college de opdracht te geven om in de anterieure overeenkomst expliciete afspraken over de invulling van het begrip “voor een zo groot en breed mogelijk publiek toegankelijk te maken”. Conclusie: Voor Amendement 9H (publieke toegankelijkheid) geldt dat de afspraken over publieke toegankelijkheid nog veel open laten. Wij geven een aantal aanpassingen in overweging. Inhoudelijke beoordeling De invulling van dit amendement is terug te vinden in een nieuw Artikel 6 Anterieure Overeenkomst, luidend: MBE zet in op een zo groot mogelijke openbare toegankelijkheid van Landgoed Paleis Soestdijk, rekening houdend met de beperkingen die voortvloeien uit ecologisch, cultuurhistorisch en landschappelijk oogpunt. Het gehele landgoed is voor iedereen toegankelijk na betaling van de toegangsprijs.

Landgoed Paleis Soestdijk ambieert daarnaast jaarlijks deelname aan de monumentendag (gratis toegang). Beperkingen en openstelling zijn verder beargumenteerd in de toelichting op het bestemmingsplan. Bij de beoordeling van deze bepaling is het in de eerste plaats van belang te bedenken dat, zoals ook blijkt uit de toelichting bij het bestemmingsplan (p.31, 115), het Paleisbos momenteel niet publiek 10

toegankelijk is en wordt aangemerkt als rustzone. Ook in de toekomst zal het Paleisbos omwille van behoud van de natuurwaarden niet worden opengesteld voor het publiek. Ook overigens geldt dat uit de voorschriften bij het bestemmingsplan voor het gehele landgoed niet blijkt van een langdurige publiekrechtelijke waarborg tot, dus afdwingbare, openbare toegankelijkheid. Dit zo zijnde is het vervolgens de vraag of Artikel 6 voldoet aan de wens van de raad bij dit amendement om te komen tot expliciete afspraken over de publieke toegankelijkheid van Landgoed Paleis Soestdijk. Er is in ieder geval geen sprake van expliciete afspraken. De gekozen bewoordingen (“zet in op” en “ambieert”) zijn niet dwingend en zijn juridisch te kwalificeren als (de lichtste vorm van) inspanningsverplichting. Dat betekent dat MBE haar best zal doen om te komen tot een zo groot mogelijke openbare toegankelijkheid van Landgoed Paleis Soestdijk, maar dat verder geen enkele toezegging, laat staan voorzien resultaat wordt gegeven. Daarbij komt dat deze bepaling in de Anterieure Overeenkomst met de vermelding dat het gehele landgoed voor iedereen toegankelijk is, in tegenspraak lijkt met de hiervoor genoemde toelichting bij het bestemmingsplan.

Het verdient aanbeveling om dit te verduidelijken door de toegankelijkheid nog veel explicieter in te vullen, bijvoorbeeld door aan te geven wat de hoogte zal zijn van de (maximum) toegangsprijs, door duidelijk op een kaart in te tekenen welke delen van het Landgoed zijn aan te merken als rustzone en welke delen wel openbaar toegankelijk zullen zijn, al dan niet afhankelijk van ecologische, cultuurhistorische en landschappelijke aspecten. Zo blijkt uit Artikel 7.1 Anterieure Overeenkomst dat de openbare wegen aan de gemeente als openbaar gebied worden overgedragen. Dat is dus het gebied van het Alexanderkwartier en dit roept de vraag op hoever de openbaarheid zich uitstrekt en hoe de afbakening is: komen er hekken of anderszins? Ook zou het aantal dagen per jaar dat het landgoed of de onderdelen daarvan publiek toegankelijk moeten zijn, kunnen worden afgesproken. Voor de volledigheid merken wij op dat er ten aanzien van dit onderwerp geen veranderingen in de voorschriften van het bestemmingsplan zijn opgenomen. De opdracht daartoe was in het amendement ook niet opgenomen.

Amendement 9I, maatregelen natuurcompensatie Het aangenomen amendement luidt voluit als volgt: “In goede samenwerking met de provincie Utrecht zorg te dragen voor een reële en substantiële compensatie van de natuur die recht doet aan de inbreuk van de bouw van de geplande woningen in het natuurnetwerk (“het Borrebos”). Deze compensatie dient SMART (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden) te worden geformuleerd opdat deze goed controleerbaar is en de door HBR (in haar memo van 15 september 2021) benoemde open einden, welke niet precies genoeg zijn omschreven, alsnog voldoende precies te worden uitgewerkt. Ook dient te worden verwezen naar precieze beheer- en inrichtingsplan. Aanvullend dient, conform het advies van HBR advocaten, te worden bepaald hoe, wanneer en onder wiens toezicht de maatregelen nader moeten worden uitgewerkt en te worden bepaald wanneer dat voldoende is.

11

Bijlage 7 (van de conceptovereenkomst tussen MBE en de provincie) dient, ten aanzien van de “nader uit te werken maatregelen” letterlijk te verwijzen naar de vereiste toestemming van de inhoud van die uitwerking door de provincie, en te verwijzen naar de overeenkomst met de provincie waarin deze maatregelen worden uitgewerkt en waardoor de voorschriften, via het bestemmingsplan, concreter en beter afdwingbaar worden.” Conclusie: Amendement 9I (Maatregelen Natuurcompensatie) is zeer uitvoerig uitgewerkt in diverse controleerbare bestemmingsplanvoorschriften en overeenkomsten. Het amendement is niet letterlijk in alle onderdelen gevolgd maar de geest van dit amendement achten wij hiermee goed tot zijn recht komen. Inhoudelijke beoordeling Het amendement bestaat dus uit drie onderdelen: I met de provincie zorgdragen voor controleerbare compensatie, verwijzen naar beheer- en inrichtingsplan II vastleggen hoe maatregelen moeten worden uitgevoerd en wanneer dat voldoende is III aanpassen van Bijlage 7 bij de voorschriften en verwijzen naar overeenkomst met provincie ten behoeve van afdwingbare voorschriften bestemmingsplan Ad I en III In samenwerking met de provincie controleerbare compensatie, verwijzing, afdwingbaarheid In het bestemmingsplan zijn op drie plaatsen specifieke gebruiksregels opgenomen, mede op aanwijzing van de provincie.

Dat betreft de artikelen 3 (gemengd), 4 (maatschappelijk – scouting) en 8 (wonen). Bij deze drie artikelen is steeds ook een voorwaardelijke verplichting natuurontwikkeling opgenomen. We citeren de verplichting zoals deze in artikel 8 ten aanzien van woningbouw staat opgenomen: 8.4.3 Voorwaardelijke verplichting natuurontwikkeling a. Binnen drie jaar na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning voor bouwen van de woningen zoals bedoeld in 8.1 onder e, moeten de maatregelen worden uitgevoerd en in stand worden gehouden, zoals opgenomen in Bijlage 7 Natuurmaatregelen Alexanderkwartier; b. Indien niet is voldaan aan sub a. wordt het wonen gezien als strijdig gebruik met de bestemming. c. De uitvoering van de maatregelen, bedoeld in 8.4.3 onder a, dienen binnen tien jaar te resulteren in een meerwaarde voor het Natuurnetwerk Nederland. Ten aanzien van het (door ons onderstreepte) woord “worden” merken wij nog op, dat dit in de bij de artikel 4 (4.4.1) behorende voorwaardelijke verplichtingen ook zo staat opgenomen, maar dat in de tekst zoals die bij artikel 3 (3.4.2) het woord “zijn” is vermeld, dus: de maatregelen moeten binnen drie jaar zijn uitgevoerd. Deze zelfde verschillen waren ook in de vorige versie van de tekst, in het ontwerp bestemmingsplan, te zien.

Dat het gerealiseerd zijn de bedoeling is blijkt bovendien ook uit het aan gemeenten gegeven voorschrift in de Interim Omgevingsverordening van de provincie:

12

Artikel 6.6 Borging compensatie aantasting natuurnetwerk Nederland 1. De realisatie van de compensatie, de ontwikkeling, de instandhouding en het beheer zijn verzekerd op het moment van vaststelling van het besluit waarmee de activiteit mogelijk wordt gemaakt. 2. De realisatie van de compensatie wordt in het bestemmingsplan zeker gesteld door middel van een voorwaardelijke verplichting waarin de aard en omvang van de compensatie is vastgesteld en waarin is bepaald dat de uitvoering van benodigde compensatie zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval gegarandeerd binnen drie jaar na de ruimtelijke ontwikkeling, is uitgevoerd, gerealiseerd en daarna in stand wordt gehouden. Om discussie te voorkomen en om de tekst van de artikelen 3.4.2, 4.4.1 en 8.4.3 gelijk te laten lopen menen wij dat het woord “zijn” het duidelijkst aangeeft dat een resultaat moet zijn bereikt, en de te treffen maatregelen ook door de gemeente zelf concreet afdwingbaar zijn. Zijn die maatregelen binnen drie jaar niet uitgevoerd, dan is er sprake van strijd met het bestemmingsplan en kan het college handhaven. Met het woord “worden” kan getwist worden over de vraag of binnen drie jaar in ieder geval moet worden begonnen met de uitvoering maar dat ze nog niet in een bepaald stadium van vordering hoeven te verkeren. Handhaven is dan mogelijk toch discutabel.

De tekst in Bijlage 7 (en overigens ook in Bijlage 5 en 6 behorend bij de artikelen 3 en 4) is zodanig aangepast dat daarin nu concreet wordt verwezen naar te treffen maatregelen, en waar deze staan opgenomen: Natuurmaatregelen Alexanderkwartier Maatregelen voor meerwaarde Voor het bereiken van de meerwaarde voor het NNN zijn hieronder de maatregelen beschreven die moeten worden genomen. Deze maatregelen zijn opgenomen in het Beheeren inrichtingsplan landgoed Paleis Soestdijk (Eelerwoude, 14 juni 2021) en daarin nader uitgewerkt. Als bijlage5 bij dit Beheer- en inrichtingsplan is een concreet uitgewerkt overzicht van de te treffen maatregelen per onderdeel van plangebied (bijvoorbeeld voor het park, de oude boskernen, het grasland) opgenomen. Het Beheer- en inrichtingsplan landgoed Paleis Soestdijk maakt als bijlage 10 onderdeel uit van de toelichting op het bestemmingsplan. Via de voorschriften is nu duidelijk omschreven wat de verplichtingen zijn: -

Binnen drie jaar uitvoeren van maatregelen (zie de opmerkingen over “worden” of “zijn”) Dit betreft de maatregelen uit Bijlage 7 Bijlage 7 verwijst zonder voorbehoud naar het Beheer- en inrichtingsplan dat onderdeel uitmaakt van het bestemmingsplan

5

Dit is Bijlage 2 bij dit plan. In het pdf document “Landgoed Paleis Soestdijk bijlagen bij de toelichting” is het te vinden op p. 774, in de bijlage zoals die bij het raadsvoorstel ter inzage ligt onder nummer 340146 is dit p. 745. Deze bijlage maakt ook onderdeel uit van de “Overeenkomst borging realisatie en instandhouding NNNmeerwaardemaatregelen Soestdijk” tussen de provincie en MBE.

13

Ten slotte is de gemeente partij bij de Overeenkomst Restauratie, op basis waarvan de voorwaardelijke verplichting met betrekking tot het onherroepelijk zijn van de ontheffing ten aanzien van kap en herplant en de start van de renovatie in artikel 8.4.4 in het bestemmingsplan zijn opgenomen. Ad II wijze van vastleggen en beoordeling In de tekst van het bestemmingsplan of de bijlage is in dit kader niets veranderd. In de (concept) “Overeenkomst borging realisatie en instandhouding NNN-meerwaardemaatregelen Soestdijk” tussen de provincie en MBE is wel precies uitgewerkt welke maatregelen op welk moment worden uitgevoerd, en dat de provincie daarop (ook weer binnen gestelde termijnen) controleert en zo nodig aanvullende maatregelen oplegt. De provincie kan dat op grond van deze overeenkomst doen indien naar haar oordeel onvoldoende uitvoering is gegeven aan de uit te voeren maatregelen.6 Afgesproken is dus, wanneer de maatregelen moeten worden en zijn uitgevoerd en daarbij bepaalt de provincie of de uitvoering van de overeenkomen maatregelen ook voldoende is.

Zo is opgenomen dat MBE een aantal specifiek geduide maatregelen “volledig uitvoert binnen drie jaar nadat de eerste van de omgevingsvergunningen die nodig zijn voor de realisatie van de plannen van Paleis Soestdijk onherroepelijk is geworden” en van andere maatregelen dat deze al direct na het ondertekenen van de overeenkomst worden uitgevoerd. De formulering van deze tekst volgt uit het voorschrift 6.6 van de Interim Omgevingsverordening. Voor de volledigheid wijzen wij in dit kader ook weer op de termen “worden” of “zijn” uitgevoerd zoals hierboven op p. 12 en 13 benoemd. Bij deze overeenkomst tussen de provincie en MBE is onder meer een tabel met uit te voeren maatregelen opgenomen die eveneens als bijlage onderdeel uitmaakt van het Beheer- en inrichtingsplan. Deze maatregelen moeten op deze manier zowel via de stappen uit het bestemmingsplan, als op grond van de overeenkomst worden uitgevoerd. Wij merken op dat de gemeente hierbij geen partij is. Gelet op het feit dat de provincie het bevoegd gezag is als het gaat om het NNN en op grond van de Interim Omgevingsverordening een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan moet worden opgenomen, hetgeen is gebeurd, en een overeenkomst tussen de provincie en de initiatiefnemer moet worden gesloten, kunnen wij ons voorstellen dat daarmee wordt voldaan aan dit onderdeel van het amendement.

Wij hebben vernomen dat deze overeenkomst op 28 januari 2022 wordt ondertekend. Zie daarvoor ook hierboven (op p. 13), bij het citaat van artikel 6.6 Interim Omgevingsverordening: de overeenkomst moet zijn getekend voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan. Ook hier geldt uiteraard dat de gemeente wel partij is bij de Overeenkomst Restauratie, op basis waarvan de voorwaardelijke verplichting met betrekking tot het onherroepelijk zijn van de ontheffing 6

Wij verwijzen in dit kader naar ons memo d.d. 20 augustus p.18-21. In de concept versie van de overeenkomst van 19 augustus 2021 is overigens nog een aantal aanvullende voorwaarden en meer precisering opgenomen in vergelijking met de voorgaande versie van 19 juli 2021 die wij hebben beoordeeld voor ons eerdere advies aan u.

14

ten aanzien van kap en herplant en de start van de renovatie in artikel 8.4.4 in het bestemmingsplan zijn opgenomen. Ad III aanpassen van Bijlage 7 bij de voorschriften en verwijzen naar overeenkomst met provincie Bijlage 7 is zodanig aangepast dat concreet verwezen wordt naar het Beheer- en inrichtingsplan. Zie daarvoor onze bevindingen als verwoord op p. 13. In Bijlage 7 wordt niet letterlijk verwezen naar de tussen de provincie en MBE gesloten overeenkomst. Gelet op het feit dat nu wel letterlijk naar het Beheer- en inrichtingsplan wordt verwezen, dat de maatregelen uit dat plan moeten worden uitgevoerd op grond van het bestemmingsplan en dat deze maatregelen op grond van de Interim Omgevingsverordening moeten zijn verzekerd en dat ook zijn via de overeenkomst tussen de provincie en MBE, kunnen wij ons voorstellen dat daarmee voldoende waarborgen voor de natuurcompensatie zijn vastgelegd. Amendement 9J, kwaliteitseisen restauratie Het amendement luidt voluit als volgt: “Het college de opdracht te geven om, conform het advies van HBR advocaten (memo d.d.

15 september 2021), de rol van de Rijksdienst voor het Culturele Erfgoed in relatie tot de monumentenvergunning en het toezicht daarop in de anterieure overeenkomst op te nemen, opdat de rol van de Rijksdienst voor het Culturele Erfgoed eveneens privaatrechtelijk wordt geborgd.” Conclusie: Conform Amendement 9J (kwaliteitseisen restauratie) is de verplichting in de anterieure overeenkomst opgenomen dat de Rijksdienst voor het Culturele Erfgoed de restauratie begeleidt. Inhoudelijke beoordeling Aan dit amendement is invulling gegeven door in de Anterieure Overeenkomst een nieuw lid 3 toe te voegen aan Artikel 3. Dit Artikel 3.3 luidt: MBE zal het paleisgebouw (“Paleis Soestdijk”) restaureren overeenkomstig het bepaalde in de subsidiebeschikking van de Provincie Utrecht d.d. 15 december 2020, kenmerk 821BFB71 (“de Totale restauratie”). Gelet op de specifieke aard van de werkzaamheden zal MBE, conform de Erfgoedwet, hierover overleg voeren met de specialisten van de RCE en de uitvoering van de werkzaamheden door hen laten monitoren. Met deze toevoeging is inderdaad voldaan aan de letterlijke tekst van het amendement. De gemeente heeft hiermee een handvat om van MBE af te dwingen dat de restauratie plaatsvindt conform de subsidiebeschikking.

Gelet op het feit dat het amendement ziet op het privaatrechtelijk waarborgen van de rol van de RCE zou het logisch zijn om ook privaatrechtelijk afspraken te maken over rapportage of terugkoppeling aan de gemeente door MBE over de voortgang van de restauratie, het overleg met RCE en het oordeel van RCE over de restauratie. Dit naast de publiekrechtelijke bepalingen in de subsidiebeschikking en nog te verleningen omgevingsvergunningen. 15

Een ander aspect is of de gemeente instrumenten heeft om de nakoming van deze verplichting van MBE af te dwingen. Wij merken op dat de Anterieure Overeenkomst geen boetebedingen bevat. Normaal gesproken zal bij niet nakoming van contractuele verplichtingen door een partij, de andere partij schadevergoeding kunnen vorderen. Voorwaarde is wel dat deze partij kan aantonen ook daadwerkelijk schade te hebben. Vaak is dat lastig. Een vooraf overeengekomen contractueel boetebeding biedt dan het voordeel dat het enkele feit van het niet nakomen van een verplichting al voldoende kan zijn om aanspraak te maken op de contractueel overeengekomen boete. Een contractueel boetebeding kan daarmee voor beide partijen voordeel bieden, omdat er van aanvang af duidelijkheid is over de (geldelijke) gevolgen van niet nakoming en er daarmee veel minder discussie zal zijn over de vraag of er wel of geen schade is geleden door de niet nakoming. Ook hiervoor geldt echter dat de publiekrechtelijke besluiten hiervoor ook handvaten bieden. Slotopmerkingen in relatie tot de amendementen In het bovenstaande hebben wij aan de hand van de amendementen wijzigingen in de stukken met betrekking tot Landgoed Paleis Soestdijk belicht en van een reactie voorzien. Omdat de amendementen de leidraad zijn, blijven wijzigingen die niet vallen binnen het bereik van de amendementen, hier buiten beschouwing.

Er is in ieder geval één wijziging die wij desondanks onder uw aandacht willen brengen. Het betreft het wegvallen van het oorspronkelijke Artikel 7 Garantie uit de versie van 8 juli 2021 van de Anterieure Overeenkomst. Het ging om een concerngarantie van MBE als zekerheid voor de nakoming van alle voor MBE uit de Anterieure Overeenkomst voortvloeiende verplichtingen ter hoogte van de helft van de door MBE aan de gemeente te betalen exploitatiebijdrage. Het is ons niet duidelijk geworden wat de reden is van het verwijderen van deze concerngarantie. Verder hebben wij begrepen dat de overeenkomsten die wij in concept hebben gezien en waar wij in dit memo nader op ingaan, getekend worden op 28 januari 2022. Dit blijkt overigens niet uit de aan de raad aangeboden stukken. Voor zover het gaat om de Anterieure Overeenkomst is te begrijpen dat deze wordt getekend voorafgaand aan de vaststelling door u als raad van het bestemmingsplan. Immers, er is anders niet voldaan het wettelijke vereiste dat het verhaal van kosten van de grondexploitatie moet zijn verzekerd bij de vaststelling van het bestemmingsplan7. Ook de overeenkomst met betrekking tot de natuur moet worden getekend voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan. Dit wettelijk vereiste geldt niet ten aanzien van de Restauratie Overeenkomst, hoezeer het ook pragmatisch is om alle overeenkomsten tegelijk te tekenen.

Ofschoon wijziging of aanvulling van reeds getekende overeenkomsten mogelijk is, hechten we eraan u erop te wijzen dat partijen daarover dan opnieuw tot overeenstemming moeten komen. Lukt dat niet, dan zijn de getekende overeenkomsten definitief en geldend. Tot slot Wij hopen u met bovenstaande uitwerking een volledige beoordeling en toetsing van de in de amendementen genoemde opdrachten aan het college te hebben gegeven. Tijdens de raadsinformatieavond van 2 februari 2022 zullen wij een mondelinge toelichting op dit memo geven en ingaan op uw nadere vragen.

7

Artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11092968/3