CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

338939 Ontwerpbestemmingsplan Tolweg 2, 4 en 6 bijlage 5 Ecologische quickscan

Besluit in de Raad 26 januari 2022, gemeente BaarnBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan Tolweg 2, 4 en 63.456 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ecol ogi s ch e q u i ck s ca n

Tolweg 2, 4 & 6 te Baarn

Uitvoering

Ruimte voor Advies BV Deventerstraat 179, 8171 NS Vaassen

Opdr.gvr.

Domus

Locatie

Tolweg 2, 4 & 6 3741 LK Baarn

Datum

19 oktober 2018

Status

v1

I N H OU D 1

Inleiding 3

1.1 Aanleiding en doel 1.2 Beschrijving locatie en ingreep 1.3 Opzet onderzoek

2

Resultaten 5

2.1 Vaatplanten 2.2 Broedvogels 2.3 Vleermuizen 3.4 Grondgebonden zoogdieren 3.5 Overige soorten 3

Effecten 7

3.1 Broedvogels 3.2 Vleermuizen 3.3 Overige soorten 4

Gebiedsbescherming 9

4.1 Natuurnetwerk Nederland 4.2 Natura 2000 5

Conclusies en Aanbevelingen 11

5.1 Overzicht van de bevindingen 5.2 Conclusies en aanbevelingen 6

[2]

Wettelijk kader 13

1

INLEIDING 1.1 Aanleiding en doel Voorliggend rapport beschrijft de bevindingen van een ecologische quickscan uitgevoerd aan de Tolweg 2, 4 en 6 te Baarn. De initiatiefnemer wil op het terrein de bestemming laten wijzigen van ‘Bedrijfsvoering’ naar ‘Wonen’. Hij wil de drie bedrijfpanden daarvoor slopen en vervangen door wonen. De ingreep is getoetst aan de Wet natuurbescherming. Voor het onderzoek voldoet in eerste instantie een ‘quickscan’: een kort onderzoek op basis van een beknopt bronnenonderzoek en een veldbezoek, waarbij een deskundige een inschatting maakt van de mogelijke aanwezigheid van beschermde flora en fauna. De quickscan betreft een momentopname, er kan dus geen rekening worden houden met de dynamische aspecten van natuur, zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderd terreingebruik en –beheer na afloop van het onderzoek. De quickscan kan leiden tot uitvoeriger onderzoek of tot een advies voor mitigerende/compenserende maatregelen. De geldigheidsduur van resultaten bedraagt voor zwaarder beschermde soorten maximaal 3 jaar. 1.2 Beschrijving locatie en ingreep De onderzoekslocatie betreft een gebied van ca. 6.550 m2 waarvan ca. 2.300 m2 bebouwing aan de Tolweg 2, 4 en 6 , gelegen in Baarn in de gemeente Baarn (zie afb. 1.1 en 1.2). De bebouwing bestaat uit een drietal bedrijfpanden waarvan de Tolweg 2 en 4 een aaneengesloten gebouw is.

De bedrijven bestaan uit een tweetal kantoorpanden en een autogarage. De bedrijven liggen op het bedrijventerrein De Drie Eiken. Ten zuidwesten van het plangebied is een woonwijk gelegen. Het gehele terrein rondom nr. 2 en 4 is verhard en wordt gebruikt als parkeerplaats en showroom. Het terrein rondom nr. 6 is deels verhard maar ook grotendeels omgeven met strak gemaaid gras. Aan de achterzijde van de bebouwing loopt een slootje. Een speeltuin aan de zuidwestzijde zorgt voor een groene buffer tussen het bedrijventerrein en de woonwijk. Op de locatie wil Domus Projectontwikkeling de bebouwing slopen en vervangen voor een drietal woontoren met in totaal 110 appartementen. Alle ingrepen vallen onder de noemer “ruimtelijke ontwikkeling en inrichting”. 1.3 Opzet onderzoek De ecologische quickscan bestaat uit een beknopt literatuuronderzoek (verspreidingsatlassen, websites etc.), een veldbezoek en rapportage met bevindingen en advies. De locatie is op 22 mei 2018 bezocht door J. Mossink BSc, ecoloog van bureau Ruimte voor Advies. Tijdens dit onderzoek is het terrein verkend op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Daarbij is in het bijzonder gelet op (mogelijke) verblijfplaatsen van gebouwbewonende soorten zoals Huismus, vleermuizen en marters.

Het locatiebezoek is onder bewolkte omstandigheden bij een temperatuur van 20 0C en zwakke tot matige wind uit noordoosterlijke richting.

[3]

Ecologische quickscan Tolweg 2, 4 & 6 te Baarn

19 oktober 2018

6 2

4

Afb. 1.1: Globale begrenzing onderzoekslocatie (rood kader) met daarbij in het rood de betreffende nummers

van de bedrijfspanden. Bron ondergrond: PDOK luchtfoto 2017.

Baarn

Afb. 1.2: Globale ligging onderzoekslocatie Tolweg 2, 4 & 6 te Baarn (rode cirkel). Bron ondergrond: PDOK luchfoto 2017.

[4]

Ecologische quickscan Tolweg 2, 4 & 6 te Baarn

19 oktober 2018

2

RE S U LTATE N BES CHER MDE F LO R A EN FAUNA 2.1 Vaatplanten Op het perceel zijn geen beschermde of bijzondere plantensoorten aangetroffen. Geschikte omstandigheden voor bijzondere vegetatie ontbreken. Een groot deel van de locatie is verhard en goed onderhouden waardoor geen vegetatie zich kan vestigen. De noordzijde van de Tolweg 6 is onverhard maar wordt intensief gemaaid. Het bestaat uit strakke gazons met cultuurlijke soorten. Voor kruiden is zeer beperkte ruimte beschikbaar. Ook hier heeft bijzondere vegetatie niet de kans om zich te ontwikkelen. Het vóórkomen van beschermde of bijzondere plantensoorten is daarmee uitgesloten. 2.2 Broedvogels Vogels met jaarrond beschermde verblijfplaats Van een aantal vogelsoorten is het nest jaarrond beschermd, dus ook buiten het broedseizoen. Het gaat bijvoorbeeld om soorten die niet zelf hun nest bouwen maar voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van menselijke bebouwing, soorten die jarenlang dezelfde locatie gebruiken of soorten waarvan het nest ook buiten de broedperiode gebruikt wordt. De bedrijvenpanden op de onderzoekslocaite zijn echter ongeschikt. Ze zijn niet toegankelijk voor vogels. Het dak bestaat uit een plat, bitumen dak waar de meeste vogels niet nestelen. Beschermde nesten ontbreken er. Mogelijke andere broedlocaties, zoals overstekken of ruimten achter gevelbedekkingen, ontbreken of zijn ontoegankelijk.

Voor vogels zoals de Gierzwaluw, uilen of Huismus zijn er geen mogelijkheden. Huismussen zullen de panden niet als nestlocatie (kunnen) gebruiken. Tijdens het veldbezoek zijn dan ook geen sporen aangetroffen of waarnemingen gedaan van jaarrond beschermde soorten zoals de Huismus, Gierzwaluw, Steenuil of Kerkuil. Overige jaarrond beschermde nesten van roofvogels (horsten) ontbreken binnen invloedssfeer van de onderzoekslocatie. Er zijn geen nesten of potentiële nestlocaties van Ooievaar, Roek, Grote gele kwikstaart aangetroffen in de directe omgeving van het onderzoeksgebied. Overige broedvogels Van de meeste broedvogels is het nest alleen beschermd in de periode dat het voor de voortplanting gebruikt wordt. Door de aanwezigheid van de begoeiing rondom het terrein en door de inrichting met bedrijfstuinen is het terrein geschikt als broedlocatie voor de standaard zangvogelsoorten zoals Merel, Zanglijster, Roodborst, Winterkoning. 2.3 Vleermuizen Alle in Nederland voorkomende vleermuissoorten zijn zwaar beschermd vanuit de Europese Habitatrichtlijn. Geschikte verblijfplaatsen zijn vaak beperkt beschikbaar. Door sloop en renovatie zijn de laatste decennia veel potentiële verblijfplaatsen verdwenen.

Niet alleen verblijfplaatsen maar ook lineaire doorlopende landschapselementen waarlangs vleermuizen zich verplaatsen tussen slaapplek en foerageergebied (zogenaamde vliegroutes) en belangrijk foerageergebied zijn beschermd.

[5]

Ecologische quickscan Tolweg 2, 4 & 6 te Baarn

19 oktober 2018

De te slopen bedrijvenpanden zijn mogelijk geschikt voor vleermuizen. Door de open stootvoegen in de gevel is het gebouw van Tolweg 4 in potentie geschikt. Via deze stootvoegen kunnen voornamelijk Gewone of Ruige dwergvleermuizen de spouwmuren bereiken en deze gebruiken als vaste- rust en verblijfplaats. De Tolweg 6 is ook geschikt voor vleermuizen door de aanwezige ruimte achter de gevelpanelen en openingen bij de hoeken van het gebouw en kieren tussen de panelen. Vleermuizen en met name de Gewone dwergvleermuis kunnen deze ruimtes gebruiken als vaste rust- en verblijfplaats. De locaties kunnen door vleermuizen gebruikt worden als zomer-, kraam- en paarverblijven. De bomen op het projectgebied zijn niet geschikt voor overwegend boombewonende soorten zoals de Rosse vleermuis, Watervleermuis en Franjestaart. Deze soorten komen wel in de omgeving voor maar zullen niet gevestigd zijn op het projectgebied. Daarvoor missen de bomen geschikte holten, stamschuren of zwaardere dode stammen/takken. De aanwezigheid van vaste, jaarrond beschermde verblijfplaasten van vleermuizen is, voor wat betreft de bomen, uitgesloten. Door de aanwezige begroeiing rondom het onderzoeksgebied is het gebied geschikt als foerageergebied. Vleermuizen gevestigd in of rondom de bebouwing gebruiken deze begroeiinig mogelijk als jachtgebieden. Tijdens de werkzaamheden blijven deze echter ongemoeid.

2.4 Grondgebonden zoogdieren Onder “grondgebonden zoogdieren” worden hier bedoeld alle zoogdieren met uitzondering van vleermuizen. Dit zijn knaagdieren, insecteneters, marters en eekhoorns. In te slopen bebouwing wordt soms Steenmarter aangetroffen. De gebouwen in de onderzoekslocatie zijn echter ongeschikt. Zowel in de bebouwing als rondom zijn nergens sporen die duiden op aanwezigheid (latrines, prooiresten, krabsporen, eierschalen) aangetroffen. Ook Boommarter komt met zekerheid niet voor. Van een nestplaats of anderszins belangrijke functie van de Eekhoorn is eveneens geen sprake. Algemene kleine zoogdiersoorten zoals Veldmuis, Bosmuis, Bruine rat en Huisspitsmuis komen vrijwel zeker in het onderzoeksgebied. De begroeide rondom het terrien is ook erg geschikt voor de Egel. Ook kleine marterachtigen zoals Wezel, Hermelijn of Bunzing zouden voor kunnen komen op de locatie, hier zijn echter geen aanwijzingen voor gevonden.Voor deze soorten geldt in de Provincie Utrecht een vrijstelling bij ruimtelijke inrichting en ontwikkeling. Overige beschermde of bijzondere grondgebonden zoogdiersoorten zijn uit te sluiten wegens het ontbreken van potentieel leefgebied. 2.5 Overige soorten Door het ontbreken van oppervlakte water op het terrein is het vóórkomen van vissen uitgesloten. Door dit ontbreken is aantsting van voortplantingshabitat van amfibieën ook uitgesloten.

Het terrein voldoet niet aan de voorwaarden waaraan potentieel leefgebied van reptielen en ongewervelden (libellen, kevers, weekdieren) moet voldoen waardoor aanwezigheid van dergelijke soorten is uitgesloten. Het begroeide deel van het projectgebied is echter wel geschikt als landhabitat voor enkele veelvoorkomende amfibieën (Bruine kikker of Gewone pad), maar in zeer beperkte mate.

[6]

Ecologische quickscan Tolweg 2, 4 & 6 te Baarn

19 oktober 2018

3

E F FE CTEN 3.1 Broedvogels De sloop van de bestaande bebouwing zal niet leiden tot verstoring, aantasting of vernieling van jaarrond beschermde rust- of voortplantingsplaatsen van vogels zoals Huismus, Gierzwaluw of uilen. Tijdens het veldbezoek zijn geen nesten aangetroffen of sporen van jaarrondbeschermde nesten. Vervolgonderzoek naar jaarrondbeschremde nesten is derhalve niet nodig. Tijdens het broedseizoen zijn broedgevallen van algemene broedvogels zoals Merel, Zanglijster, Roodborst en Houtduif in de houtige begroeiing rondom het terrein mogelijk. Een ruwe indicatie van het broedseizoen is de periode half maart - half augustus. Uitsluitend van belang is het feit of bezette nesten aanwezig zijn, ongeacht de periode. Eerdere of latere broedgevallen van met name duiven zijn bijvoorbeeld mogelijk. In geval van bezette nesten moet gewacht worden de werkzaamheden totdat vogels het nest vrijwillig permanent verlaten hebben. De werkzaamheden kunnen leiden tot het verstoren van broedgevallen van algemene broedvogels. Door geluid en trillingen kunnen vogels hun nest verlaten. Het is van belang om de werkzaamheden buiten het broedseizoen te starten...of de omringende beplanting vroegtijdig te verwijderen. 3.2 Vleermuizen Op het terrein zijn potentiële vaste, jaarrond beschermde rust- of voortplantingsplaatsen van vleermuizen aangetroffen.

De bebouwing (Tolweg 2/4 en 6) is geschikt voor vleermuizen en de sloop zal daarom mogelijk tot aantasting of vernieling van verblijfplaatsen of doden/verwonden van individuen leiden. Het begroeide gedeelte van het projectgebied functioneert mogelijk als vaste vliegroute of essentieel foerageergebied, deze blijft echter ongemoeid. Echter kan door de werkzaamheden wel een verstoring optreden door lichtgebruik. Vleermuizen zijn erg gevoelig voor licht, wanneer de begroeiing gebruikt wordt als foerageergebied en vliegroute kan verstoring optreden wanneer men tussen zonsondergang en zonsopgang gebruik maakt van verlichting. Het uitvoeren van nader onderzoeken naar effecten op beschermde rust- of voortplantingsplaatsen en funtionele leefomgeving van vleermuizen is noodzakelijk voor de sloop van de bebouwing. 3.3 Grondgebonden zoogdieren Op de projectlocatie worden voornamelijk kleine, zeer algemene zoogdiersoorten verwacht. De werkzaamheden kunnen tot negatieve effecten op deze soorten leiden, bijvoorbeeld door de aantasting van holen en gangenstelsels. Omdat een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting geldt moet alleen rekening gehouden worden met de algemene zorgplicht die voor alle dieren en planten geldt. Vaste rust- en voortplantingsplaatsen of ander belangrijk leefgebied van marterachtigen en Eekhoorn ontbreken.

De bestemmingsplanwijziging en voorgenomen ingrepen hebben geen effect op beschermde zoogdieren of hun leefgebied. Nader onderzoek naar beschermde zoogdiersoorten is derhalve niet aan de orde.

[7]

Ecologische quickscan Tolweg 2, 4 & 6 te Baarn

19 oktober 2018

3.4 Overige soorten Het vóórkomen van beschermde soorten uit overige soortgroepen (amfibieën, reptielen, vissen, ongewervelden) is op voorhand uitgesloten wegens het ontbreken van geschikt leefgebied of doordat de locatie buiten het bekende verspreidingsgebied valt. Negatieve effecten op beschermde soorten uit overige soortgroepen zijn derhalve op voorhand uit te sluiten. Voor enkele zeer algemene soorten heeft de provincie Utrecht een algemene vrijstelling bij ruimtelijke inrichting en ontwikkeling verleend.

[8]

Ecologische quickscan Tolweg 2, 4 & 6 te Baarn

19 oktober 2018

4

GEBIEDSBESCHERMING

4.1 Nederlands Natuurnetwerk (NNN) De onderzoekslocatie ligt op circa 250m afstand van de dichtbijzijnde NNN (zie 4.1). Het gaat hier om geheel verschillende terreinen. De onderzoekslocatie ligt in de bebouwde omgeving. Een directe verbinding tot het natuurnetwerk ontbreekt. Er is geen sprake van uitwisseling of onderlinge beïnvloeding. Effecten op de kernkwaliteiten of doelstellingen zijn derhalve uitgesloten. Daarvoor verschilt de locatie (cultuurlijk ingericht bedrijventerrein) te zeer van het natuurgebied. Dit in combinatie met het ontbreken van een directe verbinding. 4.2 Natura 2000 De onderzoekslocatie ligt op ongeveer 6 km afstand van Natura 2000-gebied Gebied Eemmeer & Gooimeer Zuidoever, zie afbeelding 4.2. Door de grote afstand zijn externe effecten op doelstellingen van kwalificerende habitattypen en soorten van de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn uitgesloten. Verstoring van het Natura2000-gebied door geluidsoverlast door bouw- en sloopwerkzaamheden zullen niet optreden. De afstand tot het natuurgebied maken dat de bouwwerkzaamheden niet hoorbaar en merkbaar zullen zijn en werkzaamheden leiden met zekerheid niet tot invloed op doelstellingen van broedvogels of andere aangewezen soorten. Gezien de grote afstand van het project ten opzichte van stikstofgevoelige habitattypen blijven effecten achterwege.

De stikstofgevoelige habitattypen ligt ver (meer dan 10 km)buiten de invloedsfeer van het plangebied (zie afb. 4.3).

[9]

Ecologische quickscan Tolweg 2, 4 & 6 te Baarn

19 oktober 2018

Afb. 4.2 : Ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van Nederlands Natuurnetwerk (groen). De locatie ligt op circa 250 m van de NNN. Bron ondergrond: Webkaart provincie Utrecht (https://webkaart.provincie-utrecht.nl/viewer/app/ Webkaart?bookmark=fe39c576c39242e88f028a0ad01af320).

Afb. 4.1: Ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van het Natura2000-gebied ‘Eemmeer & Gooimeer Zuidoever, ten noorden van het plangebied. De minimale afstand tot beschermde natuurgebieden bedraagt ongeveer 6.000 meter. Bron ondergrond: PDOK natura2000.

Afb. 4.3 : De ligging van stikstofgevoelige habitattypen ten opzichte van de plangebied (rode cirkel). Het projectgebied ligt circa 1100 m van stikstofgevoelige habitattypen.

[10]

Ecologische quickscan Tolweg 2, 4 & 6 te Baarn

19 oktober 2018

5

CO N C LU S I E S E N A A N B E V E L I N G E N 5.1. Overzicht van de bevindingen Soortgroep Aanwezig Effect Aanbevelingen Flora - beschermde soorten niet geen geen Vleermuizen - verblijfplaatsen mogelijk mogelijk zie bij 5.2 Vleermuizen - vliegroutes mogelijk mogelijk zie bij 5.2 Vleermuizen - essentieel foerageergebied mogelijk mogelijk zie bij 5.2 Zoogdieren - gebouwbewonend niet geen geen Zoogdieren - grond-/boombewonend niet geen geen Zoogdieren - vrijgestelde soorten zeker negatief zorgplicht Vogels - jaarrond beschermde nesten niet geen geen Vogels - algemene broedvogels mogelijk mogelijk zie bij 5.2 Amfibiëen - vrijgestelde soorten beperkt mogelijk mogelijk zorgplicht Overige beschermde soorten niet geen geen

5.2 Conclusies en aanbevelingen • Sloop van het kan pand kan leiden tot aantasting of vernieling van vaste, jaarrond beschermde rust- of verblijfplaatsen vleermuizen. Nader onderzoek naar deze soortgroep is noodzakelijk omdat de ingrepen kunnen leiden tot negatieve effecten op de functionele leefomgeving.. • Het eventueel verwijderen van opgaande beplanting (bomen, struiken, bodembedekkers) kan tijdens het broedseizoen leiden tot vernieling van nesten van algemene broedvogels. Ook kunnen de werkzaamheden door geluid of trillingen broedgevallen verstoren. Voer dergelijke werkzaamheden daarom buiten het broedseizoen uit of begin buiten het broedseizoen zodat broedgevallen zich niet zullne vestigen. Het broedseizoen is geen vaste periode maar voor de meeste soorten is de periode half maart - half augustus een goede indicatie. Echter, uitsluitend van belang is of broedgevallen aanwezig zijn. Bezette nesten mogen nooit aangetast of vernield worden, wees daarom ook alert buiten de periode 15 maart - 15 augustus en stel werkzaamheden zonodig uit. • Effecten op overige beschermde soorten zijn uitgesloten omdat er geen aanwijzingen zijn dat dergelijke soorten binnen invloedssfeer van de werkzaamheden voorkomen.

• De ontwikkelingen voortvloeiend uit de bestemmingsplanwijziging leiden niet tot tijdelijke of permanente effecten op doelstellingen of kernkwaliteiten van beschermde natuurgebieden (Natura 2000 en Natuurnatuurnetwerk Nederland). 5.3 Overige aspecten • Ten aanzien van alle dieren en planten (beschermd of niet beschermd) geldt dat men zich dient te houden aan de algemene zorgplicht. Dit houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden. In dit specifieke geval zijn naar verwachting geen speciale maatregelen nodig. • Wanneer tijdens werkzaamheden toch beschermde soorten worden aangetroffen dienen werkzaamheden tijdelijk te worden stilgelegd en wordt contact opgenomen met een deskundige (volgens omschrijving van het Ministerie van EZ) op het gebied van flora en

[11]

fauna. Overleg met de deskundige moet duidelijk maken hoe met de ontstane situatie kan worden omgegaan. • Extra: Ruimte voor Advies promoot natuur in stad & land. Zo is het op dergelijke terreinen vaak met relatief weinig moeite mogelijk om huismussen, vleermuizen, zwaluwen en andere dieren een plek te geven. Breng bijvoorbeeld nestvoorzieningen en andere verblijfplaatsen aan, pas inheemse beplanting toe, wees terughoudend met verlichting en bestrating en royaal met groen.

[12]

Ecologische quickscan Tolweg 2, 4 & 6 te Baarn

19 oktober 2018

6

WETTELIJK KADER 6.1 Inleiding In Nederland is de wetgeving omtrent de bescherming van natuurwaarden gesplitst in soortbescherming en gebiedsbescherming. De bescherming was voorheen geregeld in respectievelijk de Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998. Voor houtopstanden gold de Boswet. Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden die de bovenstaande wetten vervangt. Wat betreft gebiedsbescherming is er weinig veranderd. Op het gebied van soortenbescherming hebben zich diverse wijzigingen voorgedaan. Zo zijn veel planten en vissen onder de nieuwe wet niet meer beschermd, terwijl een aantal zeldzame dagvlinders en libellen juist zijn toegevoegd. Verder is het bevoegd gezag in de meeste gevallen GS van de provincie, waar dat eerder de RVO was. De provincies hebben meer zeggenschap over het beleid, wat zich vooral uit in het feit dat er verschillen zijn in de vrijstellingslijsten van soorten waarvoor bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting of bestendig beheer en onderhoud vrijstelling geld. Meer informatie over de Wet natuurbescherming is onder andere terug te vinden op de websites van de Rijksoverheid en de verschillende provincies.

6.2 Gebiedsbescherming Gebiedsbescherming was voorheen opgenomen in de Natuurbeschermingswet 1998 en heeft de bescherming en instandhouding van natuurgebieden in Nederland als doel. Daartoe zijn gebieden aangewezen in het kader van de Vogelrichtlijn (VR-gebieden), Habitatrichtlijn (HR-gebieden) en het Verdrag van Ramsar (Wetlands). Beschermde Natuurmonumenten vervallen onder de Wet natuurbescherming omdat deze vrijwel geheel samenvallen met Natura 2000-gebieden. De VR- en HR-gebieden worden samengevat onder de noemer Natura 2000. Voor de Natura 2000-gebieden worden/zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd voor specifieke vogelsoorten of habitats. Deze kunnen van gebied tot gebied verschillen. De hierboven genoemde gebieden kunnen overlappen. Activiteiten die een negatief effect hebben op Natura 2000-gebieden zijn verboden. Dat geldt ook voor activiteiten buiten de gebieden die een negatief effect hebben binnen het gebied. Voor activiteiten is een vergunning mogelijk. Een vergunning wordt pas afgegeven wanneer een zogenaamde ‘habitattoets’ is doorlopen. Hieruit moet blijken dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast en de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van de soorten niet verslechtert en geen verstoring van soorten optreedt. Een vergunning wordt afgegeven door de betreffende provincie.

Het Natuurnetwerk Nederland (hierna NNN) en de Groene Ontwikkelingszone (hierna GO) komen voort uit het herdefiniëren van de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS) door de provincie Utrecht. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. In het NNN is uitsluitend sprake van een natuurbestemming. Binnen het NNN zijn ruimtelijke ontwikkelingen slechts mogelijk wanneer deze van groot algemeen of provinciaal belang zijn én er geen reële alternatieven zijn. Er geldt dan wel een compensatieverplichting om negatieve effecten teniet te doen. De GO bestaat uit ‘nietnatuurlijke’ elementen van de voormalige EHS zoals infrastructuur en bebouwing. In de GO liggen meer ontwikkelingsmogelijkheden voor bijvoorbeeld bedrijven. De begrenzing en doelstellingen van NNN en GO worden door de provincie vastgesteld en is in verwerkt in de omgevingsvisie en -verordening.

[13]

Ecologische quickscan Tolweg 2, 4 & 6 te Baarn

19 oktober 2018

6.3 Soortenbescherming Onder de Wet Natuurbescherming zijn verschillende beschermingsregimes te onderscheiden: soorten van de Vogelrichtlijn (VR), soorten van de Habitatrichtlijn (HR) en overige beschermde soorten genoemd in bijlage A behorend bij artikel 3.10 van de WNb. Daarnaast hebben provincies de vrijheid om voor bepaalde soorten uit de laatste categorie vrijstelling te verlenen bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer en onderhoud. Gedetailleerde informatie over het onderdeel soortenbescherming, inclusief lijsten van beschermde soorten, is onder meer te vinden op de website van de Rijksoverheid.

6.4 Rode lijsten Rode lijsten geven een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of duidelijk achteruit zijn gegaan. Rode lijsten hebben een signaleringsfunctie en geen juridische status. Plaatsing op de lijst betekent daarom niet automatisch dat de soort beschermd is. Daarvoor is opname van de soort onder de Wet natuurbescherming nodig. De Rode lijsten zijn richtinggevend voor toekomstig beleid. Van overheden en terreinbeherende organisaties wordt verwacht dat zij bij beleid en beheer rekening houden met de Rode lijsten.

[14]

Ecologische quickscan Tolweg 2, 4 & 6 te Baarn

19 oktober 2018

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10954477/1