CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

338939 Ontwerpbestemmingsplan Tolweg 2, 4 en 6 bijlage 3 Beoordeling RUD

Besluit in de Raad 26 januari 2022, gemeente BaarnBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan Tolweg 2, 4 en 67.211 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RUD Utrecht

Ruimtelijke ordening milieuonderzoek

Opdrachtgever Adviseur Auteur Projectnummer Aantal pagina’s Rapportagedatum :

: Gemeente Baarn, de heer A. van 't Riet : RUD Utrecht : de heer J.A. Meister : Z-AD-2017-1000/Z-AD-2017-1265 : 25 exclusief bijlagen : 9-6-2017

0

Inhoudsopgave 1.

Algemeen ..................................................................................................................................................... 3

1.1. ........................................................................................................................................... Inleiding 1.2.

Doelstelling milieuonderzoek.................................................................................................................. 3

1.3.

Reikwijdte milieuonderzoek ................................................................................................................... 3

1.4.

Plangebied ........................................................................................................................................... 3

1.5.

Plan .................................................................................................................................................... 4

2.

Bedrijven en milieuzonering ............................................................................................................. 4

2.1.

Relevantie............................................................................................................................................ 4

2.2.

Wettelijk kader ..................................................................................................................................... 4

2.3.

Werkwijze/onderzoek ............................................................................................................................ 4

2.4.

Advies Werkwijze/onderzoek

3.

Bodem ............................................................................................................................................. 6

3.1.

Relevantie............................................................................................................................................ 6

3.2.

Wettelijk kader ..................................................................................................................................... 6

3.3.

bodemonderzoek .................................................................................................................................. 6

3.4.

Advies ................................................................................................................................................. 6

4

3

Externe veiligheid............................................................................................................................... 7

4.1.1

wettelijk kader ........................................................................................................................... 7

4.1.2

Locatie ................................................................................................................................................ 8

4.1.3

Risicokaart ........................................................................................................................................... 8

4.1.4

Inrichtingen ......................................................................................................................................... 9

4.2 Transport van gevaarlijke stoffen ......................................................................................................... 10 Transport gevaarlijke stoffen via de weg ............................................................................................................ 10 Transport gevaarlijke stoffen via de Rijksweg A1 ................................................................................................ 11 Verantwoording groepsrisico ............................................................................................................................. 15 4.3 Buisleidingen ................................................................................................................................... 15 Invloedsgebied ................................................................................................................................................ 15 Berekening...................................................................................................................................................... 16 Verantwoording groepsrisico ............................................................................................................................. 16 Belemmeringenstrook ...................................................................................................................................... 16

1

4.4 Hoogspanningslijnen en zendmasten .................................................................................................... 17 4.5 Conclusie ........................................................................................................................................ 18 5

Geluid ............................................................................................................................................ 19

5.1

Relevantie.......................................................................................................................................... 19

5.2

Wettelijk kader ................................................................................................................................... 19

5.4

Advies ............................................................................................................................................... 21

6

Lucht ............................................................................................................................................. 21

6.1

Relevantie.......................................................................................................................................... 21

6.2

Wettelijk kader ................................................................................................................................... 21

Conclusie ........................................................................................................................................................ 23 7.4

Advies ............................................................................................................................................... 24

2

1.

Algemeen

1.1 Inleiding De gemeente Baarn heeft een ambitieuze woningbouwopgave. Om deze te kunnen realiseren is er ook gekeken naar een gedeelte van het bedrijventerrein De Drie Eiken. Mede vanwege de langdurige leegstand van de bedrijfsgebouwen is het initiatief ontstaan om te beoordelen of wonen of een functie gelijk aan wonen binnen dit gebied mogelijk is. Uit eerder onderzoek blijkt dat een functie wijziging van de bestaande panden financieel niet haalbaar is. De gemeente Baarn heeft op 22 maart 2017 de RUD Utrecht gevraagd een beoordeling te geven ten aanzien van het project Tolweg 2-12 in Baarn. Het project houdt in het omvormen van een deel van het bedrijventerrein De Drie Eiken in Baarn (Tolweg 2 tot en met 12) naar een woonbestemming. Het onderzoek is bedoeld om te onderzoeken en in beeld te brengen wat de milieuaspecten en –gevolgen voor de herontwikkeling van het gebied Tolweg 2 tot en met 12 naar een functie zoals woningbouw mogelijk is en wat de eventuele gevolgen hiervan zijn. De locatie bevind zich tussen de Tolweg en de Eemweg/Bisschopseweg en is onderdeel van het bedrijventerrein De Drie Eiken. In een eerder onderzoek is er beoordeeld of het mogelijk is het pand Tolweg 10 te transformeren naar een indoor speelhal. De vraag die voorligt, is of het gebied geschikt is voor woningbouw of een qua gevoeligheid vergelijkbare functie.

Daarnaast is de vraag of dat gevolgen of beperkingen heeft voor de omliggende ondernemers. En indien dit zo is, wat de gevolgen dan zijn? Op het bedrijventerrein zijn bedrijven toegestaan tot en met categorie 3.1. De locatie ligt in de invloedssfeer van rijksweg A1 en de Bisschopsweg-Eemweg. Direct ten zuidoosten van de locatie ligt een brandstoffenverkooppunt met LPG. Door en langs de locatie liggen een aardgastransportleiding en een drinkwatertransport-leiding. De effecten hiervan moeten worden meegenomen. 1.2 Doelstelling milieuonderzoek Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening zal afgewogen moeten worden of het aanvaardbaar is om een project op een bepaalde locatie te ontwikkelen. Ter voorbereiding op deze ontwikkeling vraagt de gemeente Baarn om inzicht in de verschillende milieu- en omgevingsaspecten die van belang zijn voor het wijzigen van het functiegebruik van een deel van het bedrijventerrein De Drie Eiken. In dat kader is door RUD een milieuonderzoek uitgevoerd waarbij de voorgenomen ontwikkeling beoordeeld wordt op ruimtelijk inpasbaarheid ten aanzien van de milieuaspecten. 1.3 Reikwijdte milieuonderzoek Bij de voorgenomen ontwikkeling zijn de volgende milieuaspecten relevant en zijn binnen dit milieuonderzoek nader uitgewerkt:

- bodem, - externe veiligheid, - geluid, - geur, - luchtkwaliteit

Omdat binnen het project een mogelijke conflict situatie kan ontstaan tussen bestaande/nieuwe bedrijfsactiviteiten en bestaande/nieuwe milieugevoelige bestemmingen zullen in dit onderzoek ook de betreffende bedrijfsactiviteiten worden getoetst aan VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering. 1.4 Plangebied Het project is gepland binnen het bestaande bedrijventerrein De Drie Eiken op de locatie waar de huidige bedrijfspanden Tolweg 2 tot en met 12 zijn gelegen, zie afbeelding. Het plangebied grenst aan het overige deel van het bedrijventerrein De Drie Eiken en woonbebouwing in de bebouwde kom van Baarn. Verder is het plangebied gelegen op korte afstand van de Eem en op 270 meter van de Rijksweg A1. Het gebied kan worden aangemerkt als een gemengd gebied zoals bedoeld in de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering. Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan De Drie Eiken, vastgesteld op 25 september 2013.

3

2

Bedrijven en milieuzonering

2.1 Relevantie In dit plan is er sprake van de aanwezigheid van bedrijven/het ontwikkelen van bedrijfsactiviteiten in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen of andersom het ontwikkelen van milieugevoelige functies nabij bedrijfsactiviteiten. 2.2 Wettelijk kader In het kader van goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in een omgeving met milieugevoelige functies: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen en andere kwetsbare/gevoelige bestemmingen in voldoende mate mee te nemen, wordt gebruik gemaakt van het begrip milieuzonering. Onder milieuzonering wordt verstaan een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige bestemmingen/gebieden, zoals woonwijken. Om het begrip hanteerbaar te maken is gebruik gemaakt van de VNG publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering. De inhoud van de milieuzonering wordt bepaald aan de hand van drie bouwstenen, te weten richtafstandenlijst, omgevingstypen en functiemenging.

In de richtafstandenlijst zijn bedrijven opgenomen, ingedeeld in milieucategorieën, waarbij per bedrijf is aangegeven wat de afstand tot een milieugevoelige bestemming dient te zijn. Deze afstanden kunnen als basis worden gehanteerd, maar zijn indicatief. Er kan, afhankelijk van het omgevingstype, worden afgeweken van deze richtafstanden. Bij het omgevingstype ‘gemengd gebied’ kunnen de afstanden uit de richtafstandenlijst bijvoorbeeld met één afstandstap worden verminderd (dit geldt niet voor externe veiligheid) Bij de externe veiligheid dient dit nader onderzocht te worden en moet beoordeelt worden welke activiteiten en producten binnen de bestaande bedrijven aanwezig zijn en wat de gevolgen zijn voor de omliggende gebouwen en aanwezige personen. 2.3 Werkwijze In bijlage 1 van de VNG publicatie “Bedrijven en Milieuzonering” zijn de richtafstanden gegeven voor omgevingstype “rustige woonwijk”, een woonwijk volgens het principe van functiescheiding (weinig verkeer en praktisch geen bedrijven en/of winkelcentra; woonvlekken zijn vrijwel geheel gescheiden van de werk-, winkelverkeersgebieden). Zoals bij de beschrijving van het plangebied (paragraf 1.4) als is aangegeven, is er geen sprake van een rustige woonwijk maar van een gemengd gebied. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging.

Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. In een gemengd gebied kunnen de richtafstanden, zonder dat dit ten koste gaat van het woonen leefklimaat, met één afstandsstap worden verlaagd. 2.4 Onderzoek Omdat een deel van het bestaande bedrijventerrein De Drie Eiken wordt omgevormd tot een woonbestemming, grenst het toekomstige woongebied aan het resterende deel van het bedrijventerrein. In dit deel van het bedrijventerrein (Tolweg 3, 5, 11 en 15 en Baarnsche Dijk 1 en 4) zijn geen bedrijven gevestigd waarvan verwacht wordt dat deze veel milieuhinder zullen veroorzaken.

4

     

Tolweg 3, alleen kantoren; Tolweg 5, alleen kantoren; Tolweg 11, garagebedrijf; Tolweg 15, farmaceutisch bedrijf (kantoor); Baarnsche Dijk 1, farmaceutisch bedrijf (groothandel en kantoor); Baarnsche Dijk 4, alleen kantoren.

Naast de feitelijk aanwezige bedrijven is ook gekeken naar de mogelijkheden die het vigerende bestemmingsplan biedt. Op de percelen Tolweg 3, 5 en 11 en Baarnsche Dijk 4 zijn bedrijven toegestaan tot en met milieucategorie 3.1. Op de percelen Tolweg 15 en Baarnsche Dijk 1 zijn bedrijven toegestaan tot en met milieucategorie 3.2. In onderstaande tabel is weergegeven met welke richtafstanden rekening moet worden gehouden: Milieucategorie

Rustige woonwijk

Gemengd gebied

3.1 3.2

50 meter 100 meter

30 meter 50 meter

Afstand externe veiligheid ongeacht gebiedstypering 50 meter 100 meter

In onderstaande afbeelding zijn de genoemde richtafstanden als contouren weergegeven:

In de als bijlage bij het bestemmingsplan De Drie Eiken vastgesteld ‘Staat van bedrijfsactiviteiten’ zijn voor zowel milieucategorie 3.1 als voor milieucategorie 3.2 bedrijven opgenomen waarbij de richtafstand voor ‘gevaar’ bepalend is voor de grootste afstand. Zie bijvoorbeeld voor milieucategorie 3.1 Farmaceutische productenfabrieken (formulering en afvullen geneesmiddelen) of voor milieucategorie 3.2 Groothandel in chemische producten. Omdat de contouren van de richtafstanden over grote delen van het plangebied zijn gelegen, worden de omliggende bedrijven in hun mogelijkheden beperkt. Het eventueel terugbrengen van de gevarencontour naar een kleinere richtafstand kan zowel theoretisch als praktisch een beperking zijn voor de bestaande bedrijven. Theoretisch betekent dit dat er in de huidige situatie een mogelijkheid is om de richtafstand te gebruiken en dus het bestaande bedrijf op grond van de huidige bestemming een gevarencontour heeft van 100 meter. Bij het terugdringen van de gevarencontour naar 50 meter kan dit een beperking zijn. In de praktijk lijkt het vanwege het huidige gebruik (opslag, groothandel en kantoor) dat er met een afstand van 50 meter geen gevaar gevolgen zijn binnen deze afstand. Dit dient echter wel onderzocht te worden aan de hand van de aanwezige stoffen en de hoeveelheid opslag.

2.4 Advies Op basis van de functiemenging in dan wel nabij het plangebied, waar naast de functie wonen ook andere (sociale) functies aanwezig zijn, is het te rechtvaardigen om uit te gaan van omgevingstype ‘gemengd gebied’. De richtafstanden van de rondom het plangebied gelegen bedrijfspercelen zijn voor een (groot) deel gelegen over het plangebied. De blauwen en licht blauwen contour op de uitsnede van de bestemmingsplankaart geeft de

5

richtafstand aan van de bebouwingsgrens voor de milieuafstanden behalve voor de afstand voor externe veiligheid. Deze rode en gele contour op de uitsnede van de bestemmingsplankaart geeft de richtafstand aan van de bebouwingsgrens. Afwijken van deze richtafstand voor de externe veiligheid kan, maar dient nader onderbouwd te worden. Voor deze onderbouwing is het noodzakelijk om te beoordelen welke activiteiten binnen deze bestemming plaatsvindt. Op deze tekening staan tevens de afstanden voor het LPG-tankstation. Dit zijn vaste afstanden en kunnen niet verlaagd worden. De beoordeling van het LPG-tankstation komt terug onder het hoofdstuk externe veiligheid. 3 Bodem 3.1. Relevantie Bodem speelt een rol in deze ontwikkeling, vanwege het initiatief om het gebruik deels te veranderen naar wonen of waar mensen langdurig in het gebouw verblijven moet opnieuw bepaald worden of er risico's voor de gezondheid optreden. Uitgangspunten van het landelijk beleid is dat er niet gebouwd wordt op een bodem die dusdanig is verontreinigd dat risico’s voor de gezondheid kunnen ontstaan. Een (recent) onderzoek is nog niet uitgevoerd. Bij de voorbereiding en ontwikkeling van een bestemmingsplan heeft een gemeente een onderzoeksplicht naar verschillende aspecten die bij de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan een rol (kunnen) spelen, waaronder een bodemonderzoek.

Hierbij moet gedacht worden aan een historisch onderzoek (NEN 5725) en verkennend bodemonderzoek (NEN 5740). Mocht uit het verkennend onderzoek blijken dat er voor één of meer stoffen de tussenwaarde danwel interventiewaarde wordt overschreden zal conform de Wbb een nader onderzoek moeten worden uitgevoerd. 3.2. Wettelijk kader Ten aanzien van bodem moet worden getoetst aan het rijksbeleid, het provinciaal beleid en het gemeentelijke beleid voor bodemkwaliteit.

Rijksbeleid

Voor de gemeente zijn de belangrijkste beleidsdoelen uit het Nationaal Milieubeleidsplan 3: 1. de bodemsaneringsproblematiek in circa 25 jaar beheersen door alle verontreinigingen te saneren (meestal verwijderen) of te beveiligen (isoleren); 2. het in kaart brengen van de bodemverontreinigingssituatie, zodat een totaalbeeld ontstaat voor de gemeente (als bijdrage aan het landsdekkende beeld); 3. het monitoren (registreren) van de voortgang van de bodemsaneringsoperatie om de bodem blijvend te beheren; 4. het betrekken van marktpartijen en het stimuleren van investeringen in bodemsanering door derden en het intensiveren (versnellen) van particuliere investeringen in het verbeteren van de bodemkwaliteit; 5. het stimuleren (verstrekken informatie) van maatregelen om bodemverontreinigingen te voorkomen, vooral bij de bedrijfsterreinen. Concreet houden deze doelen voor de gemeente in dat de onderzochte bodemkwaliteit beschreven moet zijn, zodat belanghebbenden ervan op de hoogte zijn.

Provinciaal bodembeleid

Het effect op de bodemkwaliteit dient in overeenstemming te zijn met de Wet bodembescherming en het provinciale bodemsaneringsbeleid. Het provinciale bodemsaneringsbeleid is beschreven in de “Kadernota Ondergrond van 2014 van de provincie Utrecht de”.

Gemeentelijk bodembeleid

De gemeentelijke Bodemkwaliteitskaart geeft een beeld van de diffuse bodemkwaliteit (ook wel achtergrondkwaliteit genoemd) van de gemeente. In het daaraan gekoppelde Bodembeheerplan is aangegeven welke regels gelden met betrekking tot grondverzet binnen de gemeente. 3.3. Bodemonderzoeken Voor het plangebied is er in het bodemloket gekeken naar de reeds aanwezige informatie. Binnen het plangebied zijn er geen verontreiniging aangegeven. Bij het tankstation is de grond gesaneerd.

6

Figuur (bron: bodemloket) Verdachte locaties

Er is geen onderzoek gedaan naar historische bronnen via het Historisch Bodem Bestand. 3.4 Advies Bij het eventueel nader uitwerken van deze ontwikkeling dient er een historisch onderzoek (NEN 5725) en verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) plaats te vinden. Mocht uit het verkennend onderzoek blijken dat er voor één of meer stoffen de tussenwaarde danwel interventiewaarde wordt overschreden zal conform de Wbb een nader onderzoek moeten worden uitgevoerd. Tevens dient er onderzocht te worden of er asbest in en op de bodem aanwezig is. Bij eventuele aanwezigheid van asbest of asbesthoudend materiaal, moet dit worden verwijderd door een daartoe gecertificeerd bedrijf. Na de verwijdering moet aanvullend bodemonderzoek worden gedaan naar de aanwezigheid van asbest. De RUD Utrecht zal bij dit onderzoek betrokken kunnen worden. 4

Externe veiligheid

4.1.1

Wettelijk kader

Externe veiligheid heeft betrekking op de gevaren die mensen lopen als gevolg van een ongeval in de directe omgeving waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen inrichtingen waar gevaarlijke stoffen worden bewaard en/of bewerkt, transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd en ondergrondse buisleidingen. De aan deze activiteiten verbonden risico’s moeten tot een aanvaardbaar niveau beperkt blijven. Het wettelijk kader voor risicobedrijven is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en voor ondergrondse buisleidingen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Op 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) in werking getreden welke het wettelijk kader voor transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen geeft. Bij de beoordeling van de externe veiligheidssituatie zijn twee begrippen van belang: Het plaatsgebonden risico (PR) richt zich als maat voor het risico vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen vooral op de basisveiligheid voor personen in de omgeving van die activiteiten. Aan het PR is een wettelijke grenswaarde verbonden die niet mag worden overschreden. Het PR wordt “vertaald” als een risicocontour rondom een risicovolle activiteit, waarbinnen geen kwetsbare objecten (bijv. woningen) mogen liggen.

Het groepsrisico (GR) is een maat voor de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Rondom een risicobron wordt een invloedsgebied gedefinieerd, waarbinnen grenzen

7

worden gesteld aan het maximaal aanvaardbare aantal personen, de z.g. oriënterende waarde (OW). In het Bevi, het Bevb en het Btev wordt de verantwoordingsplicht voor het bevoegd gezag ten aanzien van de acceptatie van het groepsrisico vanwege inrichtingen wettelijk geregeld. Deze verantwoordingsplicht geldt voor elke toename van het GR, ook als de OW niet wordt overschreden. 4.1.2

Locatie

Ligging

In onderstaande figuur is de globale ligging van de Tolweg 2-12 aangegeven. Dit betreft de in het rood aangegeven gedeelte.

Figuur 1: globale ligging van de Tolweg 2-12 4.1.3 Risicokaart Middels de risicokaart kan worden beoordeeld of een locatie nabij een risicoveroorzakend object is gelegen. Onderstaande figuren is een uitsnede van de risicokaart ter plaatse van het plangebied.

Figuur 2: uitsnede uit de risicokaart. Ten zuiden van het plangebied is met een oranje/geel vierkant een inrichting aangegeven welke onder de werkingssfeer van het Bevi valt. Dit betreft het BP tankstation aan de Eemweg 25. De rode stippellijn betreft een buisleiding voor het transport van aardgas. Ten slotte ligt ten noorden van het plangebied de Rijksweg A1 waar gevaarlijke stoffen overheen worden vervoerd.

8

4.1.4 Inrichtingen BP tankstation, Eemweg 25 Aan de Eemweg 25 is een LPG tankstation gevestigd. Vanwege de verkoop van LPG valt dit tankstation onder de werkingssfeer van het Bevi. In onderstaande figuur is het invloedsgebied van het tankstation vanaf het vulpunt weergegeven.

Figuur 3: invloedsgebied van het BP tankstation aan de Eemweg 25 te Baarn Aangezien dit invloedsgebied over het plangebied ligt dient bij de wijziging van het bestemmingsplan rekening te worden gehouden met het tankstation. Hiervoor is het noodzakelijk dat het groepsrisico voor de huidige situatie en de toekomstige situatie wordt berekend. Voor de inrichting is bij besluit van 30 januari 1990 een revisievergunning inzake de Hinderwet (heden Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) verleend. Bij besluit van 4 juli 2008 is de doorzet aan LPG gemaximaliseerd tot 1000 m3 per jaar. Plaatsgebonden risico LPG tankstations zijn categoriale inrichtingen. Dit wil zeggen dat op grond van het Bevi rekening moet worden gehouden met vaste afstanden voor het plaatsgebonden risico. De afstanden uit tabel 1 van bijlage 1 bij de Revi moeten mede in acht genomen worden bij het nemen van besluiten op grond van de Wet ruimtelijke ordening zoals de vaststelling van een bestemmingsplan. Conform tabel 1 van bijlage 1 van de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) moet worden voldaan aan de afstanden als genoemd in onderstaande tabel.

Tabel 1. Afstanden in meters tot al dan niet geprojecteerde kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten, waarbij wordt voldaan aan de grenswaarde 10–6 per jaar, onderscheidenlijk de richtwaarde 10–6 per jaar . Doorzet (m3) per jaar

Afstand (m) vanaf vulpunt

Afstand (m) vanaf ondergronds of ingeterpt reservoir

Afstand (m) vanaf afleverzuil

≥ 1000

40

25

15

500-1000

35

25

15

< 500

25

25

15

De in tabel 1 vermelde contouren zijn voor het tankstation in onderstaande figuur weergegeven. Eventuele toekomstige woningen moeten buiten deze contouren gerealiseerd worden.

9

Figuur 4: PR contouren BP tankstation Eemweg 25

Deze veiligheidszone ligt gedeeltelijk over het plangebied. De in het bestemmingsplan opgenomen veiligheidszone ligt iets verder over het plangebied dan de contouren op de afbeelding. Dit heeft te maken met een versoepeling van de veiligheidsafstanden in het Revi omdat LPGtankwagens zijn voorzien van een hittewerende coating. Hierdoor is de contour rondom het vulpunt iets kleiner geworden. Groepsrisico Conform de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico is het groepsrisico met behulp van de LPG rekentool bepaald. Bij de berekening is in eerste instantie de populatie overgenomen zoals deze ook voor het bestemmingsplan De Drie Eiken is gebruikt. Voor de nieuwe situatie is in de schil tot 100 meter uitgegaan van het vervangen van de bedrijfsbestemmingen door 30 woningen (deze 30 woningen is een aanname met een oppervlak van circa 200 m2 per woning, deze aanname komt elders in het stuk niet meer terug). De rapportages van de rekentool zijn als bijlage bijgevoegd. Uit de rekentool volgt voor de bestaande situatie een groepsrisico van 0,449 maal de oriënterende waarde. Voor de nieuwe situatie wordt een groepsrisico berekend van 1,011 maal de oriënterende waarde. Omdat conform de rekentool de oriënterende waarde wordt overschreden wordt aanbevolen een berekening met behulp van Safeti te doen.

Naar verwachting zal het groepsrisico hierdoor onder de oriënterende waarde uitkomen omdat in Safeti de locatie van de nieuwe woningen nauwkeurig wordt gemodelleerd in plaats van deze als groep in de schil tussen 0 en 100 meter in de voeren. De berekening is vooralsnog niet uitgevoerd omdat het aantal woningen en de exacte ligging hiervan nog niet bekend is. Conform artikel 13 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen dient het groepsrisico te worden verantwoord en dient de VRU in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen over het groepsrisico. 4.2 Transport van gevaarlijke stoffen Transport gevaarlijke stoffen via de weg Binnen de gemeente Baarn is een route voor het transport van gevaarlijke stoffen vastgesteld. In figuur 3 is middels een rode lijn de vastgestelde route weergegeven.

10

Figuur route voor het vervoer van gevaarlijke stoffen (rode lijn en paarse gebieden) Bij het tankstation aan de Drakenburgerweg wordt geen LPG meer verkocht. Het tankstation aan de Eemweg 25 wordt via de Bisschopweg bevoorraad met LPG (GF3) en benzine (LF2). Hierbij wordt uitgegaan van een bevoorrading met LPG van twee maal per week. In de Handleiding risicoanalyse transport is vermeld dat wegen binnen de bebouwde kom geen 10 -6 contour hebben. Uit tabel 8 van de bijlage bij de Handleiding risicoanalyse transport volgt dat het groepsrisico lager is dan 10% van de oriëntatiewaarde. Hieruit volgt dat er geen belemmering voor het plangebied is vanwege het groepsrisico. Transport gevaarlijke stoffen via de Rijksweg A1 Over de Rijksweg A1 vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats van gevaarlijke stoffen. In de Regeling basisnet is per wegvaknummer aangegeven met hoeveel transport aan gevaarlijke stoffen. In onderstaande figuur zijn de wegvaknummers nabij Baarn aangegeven.

Figuur Wegvaknummers

11

In de Regeling basisnet is aangegeven dat voor wegvak U91 moet worden gehouden met een hoeveelheid van 4000 transporten GF3 (brandbaar gas zoals LPG) per jaar. In tabel 4-2 van de Handleiding risicoanalyse transporten staat vermeld dat voor stofcategorie GF3 rekening moet worden gehouden met een invloedsgebied van 355 meter, gemeten vanuit het hart van de weg. Voor de A1 is een tracébesluit genomen. Rijkswaterstaat gaat de A1 tussen knooppunt Eemnes en de afslag Bunschoten-Spakenburg verbreden van 2 x 2 naar 2 x 4 rijstroken. Op www.rijkswaterstaat.nl zijn visualisaties opgenomen van de geplande verbredingen. Hiervoor wordt de A1 aan de zuidzijde met 4,6 meter verbreed. Het invloedsgebied van de A1 (figuur 7) komt hierdoor 2,3 meter zuidelijker te liggen omdat het invloedsgebied wordt gemeten vanuit het hart van de weg. Onderstaande figuren geven de bestaande situatie en de toekomstige situatie weer.

Figuur, huidige situatie A1 ter hoogte van de Tolweg

Figuur, toekomstige situatie A1 ter hoogte van de Tolweg

12

In onderstaan figuur is het invloedsgebied langs de A1 weergegeven middels de rode contour langs de A1. Hierbij is reeds rekening gehouden met de toekomstige uitbreiding van de A1.

Figuur, Afstand van 355 meter vanaf de Rijksweg A1 Uit bovenstaand figuur valt op te maken dat de Tolweg 2-12 gedeeltelijk binnen het invloedsgebied van de A1 ligt. Zodoende moet bij een wijziging van de bestemming naar wonen rekening worden gehouden met risico’s vanwege het transport van gevaarlijke stoffen over de A1. Plaatsgebonden risico en plasbrandaandachtsgebied. In de Regeling basisnet is aangegeven dat de A1 ter hoogte van de Tolweg een PR 10-6 risicocontour heeft van 0 meter. Zodoende is er geen belemmering vanwege het plaatsgebonden risico. Verder is aangegeven dat rekening moet worden gehouden met een plasbrandaandachtgebied (PAG). De PAG zone bevindt zicht op 30 meter vanaf de weerzijden van de Rijksweg. De Tolweg 2-12 ligt buiten deze zone. Zodoende is er geen belemmering vanwege het plasbrandaandachtgebied. In de Handleiding risicoanalyse transport zijn vuistregels opgenomen om aan te geven wanneer een risicoberekening zinvol is. Bij het vigerende bestemmingsplan voor industrieterrein De Drie Eiken is uitgegaan van de in onderstaande figuur aangegeven bevolking.

13

Figuur, bevolking op industrieterrein De Drie Eiken. De in bovenstaande figuur aangegeven bevolking komt neer op ca 196 personen per hectare. In de Handleiding risicoanalyse transport zijn onderstaande drempelwaarden aangegeven voor de overschrijding van 10% van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico.

14

De afstand van de Rijksweg A1 tot het industrieterrein is ongeveer 150 meter. Uit de vuistregels volgt dat het groepsrisico lager is dan 10% van de oriëntatiewaarde. Er zijn zodoende in de huidige situatie geen belemmeringen zijn vanwege het groepsrisico. Conform de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico wordt voor woningen uitgegaan van 1,2 personen per woning in de dagperiode en 2,4 personen per woning in de nachtperiode. Er van uitgaande dat op de Tolweg 212 maximaal 30 woningen worden gebouwd komt dit neer op 36 personen in de dagperiode en 72 in de nachtperiode. Het grootste gedeelte hiervan bevindt zich buiten het invloedsgebied van de Rijksweg A1. In combinatie met bovenstaande tabel kan geconcludeerd worden dat ook in de toekomstige situatie het groepsrisico vanwege de A1 lager zal blijven dan 10% van de oriënterende waarde. Verantwoording groepsrisico Uit de vuistregels als genoemd in de Handleiding risicoanalyse transport (HART) blijkt dat het groepsrisico vanwege de A1 bij Baarn lager is dan 10 % van de oriëntatiewaarde. Verdere berekening van het groepsrisico is derhalve niet zinvol. Er zijn voldoende vluchtmogelijkheden in tegenovergestelde richting van de A1. Op iets meer dan een kilometer vanaf het plangebied bevindt zich de brandweerpost te Baarn en op circa 1,6 km het Meander Medisch centrum locatie Baarn.

Aangenomen mag worden dat de aanwezigen in woningen zelfredzaam zijn of in het geval van kleine kinderen er afdoende begeleiding van een volwassene aanwezig is. 4.3 Buisleidingen Invloedsgebied Indien een plangebied in het invloedsgebied ligt van een buisleiding moet rekening worden gehouden met risico’s vanwege deze buisleiding. Ten behoeve van het bestemmingsplan De Drie Eiken is het invloedsgebied berekend. Het invloedsgebied van leiding W-500-01 ligt gedeeltelijk over de Tolweg 2-12. De ligging van het invloedsgebied is in onderstaande figuur weergegeven.

Figuur 10: leiding W-500-01. Voor het bestemmingsplan De Drie Eiken is een berekening gemaakt met behulp van Carola, versie 1.0.0.51, parameterbestand 1.2. De rapportage van deze berekening is middels www.ruimtelijkeplannen.nl op te vragen.

15

Berekening Uit de berekening volgt dat de buisleiding W-500-01 geen PR 10-6/jaar contour heeft. Hiermee is er geen belemmering vanwege het plaatsgebonden risico. Het groepsrisico bedraagt in de bestaande situatie per kilometer leiding maximaal 9,8*10 -9 maal de oriënterende waarde. In het gedeelte van de Tolweg dat in het invloedsgebied van leiding W-500-01 ligt zal naar verwachting niet meer dan 8 woningen gerealiseerd worden. Hierdoor kan het groepsrisico slechts gering toenemen. Uit artikel 12, derde lid onder a van het Bevb volgt dat onderdelen c tot en met e van artikel 12 eerste lid niet van toepassing zijn indien het groepsrisico lager is dan 0,1 maal de oriënterende waarde. Wel moet het groepsrisico conform artikel 12, eerste lid, onderdelen a, b, f en g verantwoord worden. Verantwoording groepsrisico Voor het toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten binnen het invloedsgebied van een buisleiding dient een verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden als bedoeld in artikel 12 van het Bevb. Artikel 12 1. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan, op grond waarvan de aanleg van een buisleiding of de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar of een beperkt kwetsbaar object wordt toegelaten, wordt tevens het groepsrisico in het invloedsgebied van de buisleiding verantwoord. In de toelichting bij het besluit wordt vermeld: a.

de aanwezige en de op grond van het besluit te verwachten dichtheid van personen in het invloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken;

- de rapportage van de risicoberekening voor de aanwezige buisleiding is als bijlage bij het bestemmingsplan De Drie Eiken op www.ruimtelijkeplannen.nl in te zien. Hierin is tevens vermeld met welke dichtheid van personen is gerekend. Binnen het invloedsgebied van buisleiding W-500-01 zullen naar verwachting maximaal 8 woningen gerealiseerd worden; b. het groepsrisico per kilometer buisleiding op het tijdstip waarop het besluit wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat besluit toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de hoogte van het groepsrisico, vergeleken met de lijn die de kans weergeeft op een ongeval met 10 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-4 per jaar en de kans op een ongeval met 100 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10 -6 per jaar; -

het groepsrisico bedraagt in de huidige situatie per kilometer leiding maximaal 9,8*10-9 maal de

oriënterende waarde bij 99 slachtoffers. Door het toevoegen van maximaal 8 woningen in het invloedsgebied van leiding W-500-01 kan het groepsrisico niet boven 0,1 maal de oriënterende waarde uitkomen;

c. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval;

- het plangebied bevindt zich op circa 1 kilometer vanaf de brandweerpost aan de Plataanlaan en op circa 1,6 km van het Meander Medisch centrum aan de Molenweg; d. de mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken, om zich in veiligheid te brengen indien zich een ramp of zwaar ongeval voordoet;

- Er zijn vanaf de Tolweg voldoende vluchtmogelijkheden in tegenovergestelde richting van buisleiding W-500-01. Aangenomen mag worden dat aanwezige personen afdoende zelfredzaam zijn of dat afdoende begeleiding van zelfredzame personen aanwezig is. Belemmeringenstrook Conform artikel 14 van het Bevb dient in het bestemmingsplan de ligging van de in het plangebied aanwezige buisleidingen te worden weergegeven, alsmede de daarbij behorende belemmeringenstrook ten behoeve van onderhoud aan de buisleiding. Deze belemmeringenstrook bedraagt ten minste vijf meter, gemeten vanuit het hart van de buisleiding. In artikel 5 van de bij het Bevb behorende regeling is vermeld dat voor gasleidingen met een druk tussen 16 en 40 bar, de belemmeringenstrook ten minste vier meter bedraagt. De gasunie heeft

16

aangegeven dat de in het plangebied aanwezige leiding een druk van 40 bar heeft. De belemmeringenstrook ligt volledig buiten het gebied Tolweg 2-12. 4.4 Hoogspanningslijnen en zendmasten De zones rond het bovengrondse hoogspanningsnet zijn door het RIVM vastgelegd in de Netkaart. Deze Netkaart bevat de breedte van de indicatieve zone. Indien de indicatieve zone een bestemmingsplan overlapt moet nader onderzoek plaatsvinden. Uit onderstaande afbeelding blijkt dat ten oosten van het plangebied de hoogspanningslijn Bunschoten-Soest is gelegen. De indicatieve zone van deze hoogspanningslijn bedraagt aan weerzijden van de lijn 80 meter. Dit ligt ruim buiten het plangebied.

Figuur, Uitsnede uit de Netkaart

17

Uit www.antenneregister.nl blijkt dat in en nabij het plangebied meerdere zendmasten liggen.

Figuur, uitsnede uit het antenneregister Agentschap Telecom, toezichthouder op het gebruik van elektromagnetische velden, voert jaarlijks door heel Nederland steekproefsgewijs veldsterktemetingen uit om na te gaan of de blootstellingslimieten nergens worden overschreden. Uit geen enkele van de veldsterktemetingen blijkt dat de blootstellingslimieten op publiek toegankelijke plaatsen in Nederland worden overschreden. 4.5 Conclusie De Tolweg 2-12 ligt binnen het invloedsgebied van het LPG tankstation aan de Eemweg 25. Indien op deze locatie woningen worden toegelaten dan dienen deze buiten de PR contouren als weergegeven in figuur van deze rapportage gerealiseerd te worden. Ten behoeve van het groepsrisico is een berekening gemaakt met behulp van de LPG rekentool. Uit de berekening volgt dat de huidige situatie de oriënterende waarde voor het groepsrisico niet wordt overschreden. Voor de toekomstige situatie volgt uit de rekentool een groepsrisico van 1,011 maal de oriënterende waarde. Omdat de oriënterende waarde wordt overschreden wordt aanbevolen een berekening met behulp van Safeti-NL te maken. Naar verwachting zal hierdoor het groepsrisico onder de oriënterende waarde komen. Omdat het aantal en de ligging van de eventuele woningen nog niet bekend is, is voor deze rapportage de berekening met Safeti-NL nog niet gemaakt.

Na berekening moet het groepsrisico vanwege het tankstation worden verantwoord. De Tolweg 2-12 ligt gedeeltelijk binnen het invloedsgebied van de Rijksweg A1. De Tolweg 2-12 ligt niet binnen de PR 10-6 contour of PAG zone van de A1. Het groepsrisico vanwege de A1 is in zowel de bestaande als de nieuwe situatie lager dan 10% van de oriënterende waarde. Voor de verantwoording van het groepsrisico wordt verwezen naar paragraaf 4.2.3 van deze rapportage. In en nabij het plangebied liggen meerdere buisleidingen. Hiervan ligt alleen het invloedsgebied van buisleiding W-500-01 over het plangebied. Risico’s vanwege deze buisleiding zijn bepaald met het rekenprogramma Carola. Uit de berekening volgt dat nergens de maatgevende contour van 10 -6 voor het plaatsgebonden risico wordt overschreden. Het groepsrisico bedraagt in de bestaande situatie per kilometer leiding maximaal 9,8*10 -9 maal de oriënterende waarde. Voor de toekomstige situatie zal het groepsrisico 10% van de oriënterende waarde niet overschrijden. De verantwoording voor het groepsrisico is gegeven in paragraaf 4.3.3. Vanwege hoogspanningsleidingen of zendmasten zijn er geen belemmeringen.

18

VRU Voor de volledigheid wordt vermeld dat ingevolge artikel 12, tweede lid van het Bevb, artikel 9 van het Bevt en artikel 13 van het Bevi het bestuur van de VRU in de gelegenheid moet worden gesteld om te adviseren over het groepsrisico. 5 Geluid 5.1 Relevantie Met het voorgestelde plan is het de bedoeling dat er binnen het plangebied woningen, een sportschool en of andere verblijfsgebouwen worden gerealiseerd waar mensen langdurig verblijven. Deze activiteiten hebben tot gevolg dat er een toename is van geluidsgevoelige bestemmingen. 5.2

Wettelijk kader

De Wet geluidhinder (hierna: Wgh)

De Wgh beoogt de burger te beschermen tegen te hoge geluidbelastingen. In deze wet zijn de normen voor geluid als gevolg van weg- en railverkeerslawaai en industrielawaai vastgelegd. Bij ruimtelijke plannen dient rekening gehouden te worden met de in de Wgh opgenomen grenswaarden en bepalingen. In de Wgh gelden voorkeursgrenswaarden en maximaal toelaatbare grenswaarden voor de geluidbelasting op de gevel van een geluidgevoelige bestemming. Tot de geluidgevoelige bestemmingen worden gerekend woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen. In de Wgh zijn (voorkeurs)grenswaarden vastgesteld voor de geluidbelasting afkomstig van verkeerswegen of van een gezoneerd industrieterrein. Bij overschrijding van de voorkeursgrenswaarde maar niet van de maximale ontheffingswaarde kan een ontheffing van de voorkeursgrenswaarde worden aangevraagd bij het bevoegd gezag (art. 110a lid 1 Wgh). Een dergelijke ontheffing wordt een hogere waarde genoemd. In een “Hogere waarde beleid” kan het bevoegd gezag aangeven in welke situaties en onder welke voorwaarden zij zal meewerken aan een verzoek. Wanneer ook de maximale te verlenen ontheffingswaarde wordt overschreden is in principe geen bouw van woningen of andere geluidsgevoelige bestemmingen mogelijk tenzij deze worden voorzien van dove gevels of andere (geluid reducerende) maatregelen.

Bij overschrijding van de voorkeursgrenswaarden moet de effectiviteit van maatregelen worden onderzocht om de geluidbelasting te reduceren tot de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting respectievelijk de voorkeursgrenswaarde.  Wegverkeerslawaai De Wgh stelt eisen aan de in de omgeving van een weg toelaatbaar geachte geluidniveaus. Het gebied aan weerszijden van een weg waarbinnen aandacht aan het geluid dient te worden besteed wordt de geluidzone genoemd. De breedte van de zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving. In onderstaand tabel volgt een overzicht van de diverse grenswaarden die van toepassing zijn voor nieuwe situaties binnen de zone van een weg.

Tabel, overzicht voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde Situatie

Voorkeursgrenswaarde [dB]

Maximale ontheffingswaarde Stedelijk [dB]

Maximale ontheffingswaarde Buiten stedelijk [dB]

bestaande weg

woning nog niet geprojecteerd

48

63

53

bestaande weg

te bouwen woning bij agrarisch bedrijf

48

nvt

58

bestaande weg

vervangende nieuwbouw

48

68

58/63*

nieuwe weg

woning aanwezig of in aanbouw

48

63

58

* De ontheffingswaarde van 63 dB geldt voor vervangende nieuwbouw binnen de zone van een auto(snel)weg gelegen binnen de bebouwde kom.

19

In onderstaande overzichten staan de berekende geluidszones van de rijksweg, de Bisschopsweg/Eemweg en een combinatie van deze twee overzichten.

Geluidscontouren rijksweg A1

Geluidscontouren Bisschopsweg/Eemweg

Combinatie van twee bovenstaande kaarten Uit bovenstaande kaarten blijkt dat het plangebied binnen een geluidszone ligt die niet aan de voorkeurgrenswaarde voldoet. Er zal afgeweken moeten worden van de voorkeursgrenswaarde. Woningbouw op deze locatie is niet ideaal. Een nader onderzoek naar de exacte ontheffingswaarde is noodzakelijk en alleen mogelijk met het juiste bouwvolume, de ligging van de gebouwen en eventuele voorzieningen.

20

Wet milieubeheer/Activiteitenbesluit milieubeheer

De meeste bedrijven op het bestaande bedrijventerrein De Drie Eiken vallen onder het Activiteitenbesluit. Verondersteld wordt dat indien er voldaan wordt aan de richtafstanden uit de VNG publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ er ook voldaan kan worden aan de geluidsvoorschriften uit het Activiteitenbesluit. 5.4 Advies Er dient, indien er binnen de overbleven ontwikkelruimte van het voorgestelde plangebied woningbouw ontwikkeld verder wordt uitgewerkt, een nader onderzoek naar de exacte ontheffingswaarde is noodzakelijk en alleen mogelijk met het juiste bouwvolume, de ligging van de gebouwen en eventuele voorzieningen bekend zijn. 6

Lucht

6.1 Relevantie In het kader van goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het beoogde plan heeft tot gevolg dat er uitstoot plaatsvindt van lucht verontreinigde stoffen. Deze uitstoot is het gevolg van:  vervoersbewegingen;  industriële processen;  landbouwactiviteiten. 6.2 Wettelijk kader Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet Milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer bestaat uit luchtkwaliteitseisen voor de buitenlucht die in bijlage 2 van de Wet milieubeheer zijn vastgelegd. In de onderstaande tabel zijn de meest relevante grenswaarden weergegeven. In onderstaand tabel zijn de meest relevante grenswaarden uit de Wet van 11 oktober 2007 tot wijziging van de Wet milieubeheer (Wet luchtkwaliteit) opgenomen. Stof

Criterium

Grenswaarde

NO2

Jaargemiddelde concentratie 1)

40 μg/m3 18 keer per jaar 40 μg/m3 35 keer per jaar 10.000 μg/m3 5 μg/m3 24 keer per jaar 3 keer per jaar 0,5 μg/m3

PM10 CO Benzeen SO2 Pb

Aantal overschrijdingen van uurgemiddeldegrenswaarde van 200 μg/m3 Jaargemiddelde concentratie Aantal overschrijdingen van 24-uursgemiddeldegrenswaarde van 50 μg/m3 8 uurgemiddelde concentratie Jaargemiddelde concentratie Aantal overschrijdingen van uurgemiddeldegrenswaarde van 350 μg/m3 Aantal overschrijdingen van 24-uursgemiddeldegrenswaarde van 125 μg/m3 Jaargemiddelde concentratie

Op grond van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer volgt dat een voorgenomen ontwikkeling vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit inpasbaar is indien in ieder geval aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1. Er worden geen grenswaarden voor de luchtkwaliteit overschreden: 2. Er treedt geen verslechtering van de luchtkwaliteit op, of er vindt per saldo een verbetering van de luchtkwaliteit plaats door compenserende maatregelen; 3. De voorgenomen ontwikkeling draagt niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; 4. De voorgenomen ontwikkeling is onderdeel van het Nationaal samenwerkingsprogramma luchtkwaliteit (NSL). Figuur ,,, Uitsnede en rekenpunten luchtkwaliteit NSL monitoring

21

Ad 1. Geen overschrijding van grenswaarden

Een voornemen is inpasbaar vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit indien in de situatie met planontwikkeling nu en in de toekomst geen grenswaarden voor de luchtkwaliteit worden overschreden.

Ad 2 De luchtkwaliteit verslechtert niet

Indien de ontwikkeling van een project , inclusief de daarmee samenhangende maatregelen, nergens leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit, of de luchtkwaliteit verbetert ten gevolge van de planontwikkeling, is de voorgenomen ontwikkeling inpasbaar vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit. Daarnaast is het toegestaan een geringe verslechtering van de luchtkwaliteit te compenseren met behulp van compenserende maatregelen (saldobenadering), zodat de luchtkwaliteit per saldo niet verslechtert. Ook in dat

22

geval is de voorgenomen ontwikkeling inpasbaar vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit. In de Regeling projectsaldering is vastgelegd op welke wijze saldering plaats dient te vinden.

Ad 3 Projecten die niet in betekenende mate bijdragen

Projecten die “niet in betekenende mate” (NIBM) een bijdrage leveren aan de luchtverontreiniging, hoeven op grond van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer niet individueel getoetst te worden aan de genoemde grenswaarden. Het is in dit geval voldoende om aan te tonen dat een voorgenomen ontwikkeling “niet in betekenende mate” is. In de Algemene Maatregel van Bestuur “Niet in betekenende mate bijdragen” (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM). Het begrip NIBM is gedefinieerd als 3% van de jaargemiddelde grenswaarde voor NO2 en PM10. Dit komt neer op een bijdrage van 1,2 microgram/m3 voor beide componenten. Dit betekent dat als aangetoond kan worden dat een voorgenomen ontwikkeling niet meer dan 1,2 μg/m3 bijdraagt aan de jaargemiddelde concentratie van zowel NO2 en PM10, het project niet getoetst hoeft te worden aan de grenswaarden en inpasbaar is vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit.

Ad 4 Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)

Projecten die in betekenende mate (IBM) bijdrage aan de luchtverontreiniging zullen in principe zijn opgenomen in het NSL. Kenmerk van het NSL is dat het een pakket van generieke- en locatiespecifieke maatregelen bevat die ervoor zorgen dat alle negatieve effecten van de geplande ruimtelijke ontwikkelingen worden gecompenseerd en er voor zorgen dat alle huidige overschrijdingen worden opgelost. Conclusie In bovenstaand figuur zijn de rekenpunten voor de luchtkwaliteit op basis van de NSL monitoring opgenomen en voorzien van de berekende waarden. Hieruit volgt dat er geen overschrijding van grenswaarden is. Naar verwachting zal de verandering zeker niet meer dan 150 woningen betekenen en is er niet te verwachten dat door de herbestemming van dit gebied de luchtkwaliteit verslechtert. Om het effect op de luchtkwaliteit van een verkeerstoename te bepalen heeft het voormalig ministerie van VROM in samenwerking met InfoMil een specifieke rekentool (NIBM-tool) ontwikkeld. Daarmee kan op eenvoudige wijze snel worden bepaald of een toename van verkeersbewegingen niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een stof in de buitenlucht. Uit de berekeningen waarbij een toename van 1000 extra voertuigbewegingen is opgenomen met deze NIBM tool blijkt dat de toename van verkeersbewegingen met betrekking tot fijn stof binnen de begrenzing van het besluit NIBM valt.

Uit bovenstaande berekening blijkt dat de toename van stikstofdioxide zodanig is dat een nader onderzoek naar de achtergrondconcentratie niet nodig is. Om inzicht te krijgen in de achtergrondconcentraties kan gebruik worden gemaakt van de Atlas Leefomgeving (zie figuur 2). De gegevens voor de kaart, weergegeven in figuur 2.4.3 b, zijn afkomstig van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De kaart is gemaakt door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Uit Figuur 2 figuur blijkt dat de achtergrondconcentratie ligt tussen circa 19 microgram/m3, ruim onder de kwaliteitseis voor stikstofdioxide.

23

7.4 Advies Met betrekking tot de luchtkwaliteit en de toename van een verslechtering van de luchtkwaliteit kan gesteld worden dat er naar verwachting geen overschrijding is en er geen grote toename te verwachten is. Opgenomen vrijwaringszone - dijk 1 en dijk 2 in het Bestemmingsplan. Binnen het zoekgebied zijn twee vrijwaringszones aangegeven. Binnen deze vrijwaringszones zijn er voor wat betreft bouwen, werken in en aan de bodem beperkingen. Dit is geen milieuaspect maar dient wel meegenomen te worden in de beoordeling van de bouwmogelijkheid binnen dit gebied. 9 Conclusie Uit het onderzoek en de adviezen per thema blijkt dat de ruimte om woningbouw te realiseren beperkt wordt door de richtafstanden uit de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering, de geluidscontour van de Rijksweg en de Bisschopsweg/Eemweg en de vaste veiligheidsafstanden van het LPG tankstation. Als indicatie zijn de verschillende contouren over elkaar heen gezet. De ruimte die binnen het plangebied over blijft is beperkt.

Met name het geluidsaspect en de richtafstand voor de externe veilig nemen veel ruimte in Om het aspect geluid nader te onderzoeken zal gekeken moeten worden naar de mogelijkheden van geluidswerende voorzieningen, geluidswerende “dove” gevels en is het van belang om het gewenste bouwvolume en ligging in beeld te brengen. Voor de richtafstanden uit de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering voor het aspect Externe veiligheid, zal indien gewenst op locatie de bestaande bedrijven bezocht moeten worden en na inventarisatie bepaald moeten worden wat de feitelijke veiligheidsafstand is. Dit heeft als consequentie dat de bestaande bedrijven beperkt worden in hun huidige bestaande rechten. De veiligheidsafstanden van het LPG-tankstation zijn vaste afstanden en mogen niet verlaagd worden.

Bijlage(n):

Bijlage 1: Rapportage rekentool LPG tankstations bestaande situatie Bijlage 2: Rapportage rekentool LPG tankstations toekomstige situatie

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10954476/1