338613 Ontwerp Kadernota 2023 RUD Utrecht Beantwoording technische vragen PvdA
Tekst van het document
Memo Aan Onderwerp Portefeuillehouder Datum
: Gemeenteraad Baarn : Technische vragen over Ontwerp Kadernota RUD 2023 : Jannelies Vissers : 14-02-2022
Geachte raadsleden en steunfractieleden, De fractie van de PvdA heeft technische vragen gesteld bij de Ontwerp Kadernota RUD 2023. Hieronder de vragen en de antwoorden. Naar aanleiding van de Ontwerp Kadernota RUD 2023 en het eindrapport “Om de leefomgeving” van de Adviescommissie Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving, (hierna de Adviescommissie) de volgende technische vragen. Kaders • Bij brief van 6 november 2008 1heeft de Minister van VROM, namens het kabinet aan de Tweede Kamer dat het advies van de commissie-Mans wordt overgenomen. Dit advies luidt samengevat: “Het kabinet zet in op een eind beeld waarin sprake is van maximaal 25 regionale uitvoeringsorganisaties (onder de noemer van «omgevingsdiensten»). Het kabinet gaat ervan uit dat deze diensten kunnen worden ingericht met hetzelfde grondgebied als de politie- en veiligheidsregio’s. De diensten worden belast met de ambtelijke voorbereiding van de Wabo-vergunningverlening door gemeenten en provincies, waarbij aan de regio’s de mogelijkheid wordt geboden om maatwerk te leveren bij de inrichting van taken in de zogenoemde front- en backoffice. Verder voeren de diensten het toezicht uit voor gemeenten en provincies op de naleving van de VROM-regelgeving, inclusief de Wabo, tot en met de voorbereiding van de sanctionering van een groot aantal overtredingen van de VROM-regelgeving.
Het perspectief bestaat om bovenstaande taken van de omgevingsdiensten in de toekomst uit te breiden met andere uitvoerende taken van gemeenten en provincies en met bepaalde toezichtstaken die nu op rijksniveau worden uitgevoerd.” •
1
De Adviescommissie zegt in haar eindrapport het volgende: “De commissie is van oordeel dat het stelsel niet goed functioneert en niet voldoet aan de oorspronkelijke bedoeling van de commissie-Mans. --- Het Stelsel wordt -nog steeds- gekenmerkt door fragmentatie en vrijblijvendheid.”
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-22343-215.pdf
1
•
De Adviescommissie heeft een aantal scherpe conclusies in haar eindrapport 2. Deze zijn terug te vinden in de samenvatting van het eindrapport. Een korte opsomming: o o o
o o
Onafhankelijkheid van de omgevingsdiensten bij het uitvoeren van hun taak, is ten onrechte ondergeschikt gemaakt aan nabijheid bij het bevoegd gezag. Informatie-uitwisseling en kennisontwikkeling zijn onder de maat voor het opbouwen van deskundigheid en voldoende specialisatie. Omgevingsdiensten zijn onvoldoende robuust om hun rol te kunnen spelen door o.a. ▪ Een te kleine schaal van diensten. ▪ Te grote diversiteit in takenpakket waardoor een handhavingsstrategie niet van de grond komt. Het interbestuurlijk toezicht functioneert onvoldoende om de noodzakelijke checks en balances te garanderen. In de afgelopen jaren is gebleken dat ‘doorontwikkeling’ niet de weg is om de noodzakelijke verbeteringen in het stelsel te implementeren. Daarvoor zijn dwingender ingrepen nodig om de hoofdproblemen van vrijblijvendheid en fragmentatie aan te pakken.
Daarnaast constateert de adviescommissie dat enkele omgevingsdiensten naar beneden zijn afgeweken van het door de commissie-Mans gewenste schaalniveau, waaronder Utrecht. Uit de Ontwerp Kadernota
De RUD geeft hier invulling door: • VTH als fundament voor onze dienstverlening in te zetten. • Kennis te delen voor alle milieuthema’s. • De impact van keuzes en ambities op milieu en omgeving inzichtelijk te maken. • De verbinding te leggen met andere thema’s in de fysieke leefomgeving. • Samenwerking te zoeken. • Mee te denken aan de voorkant. • Data om te zetten in informatie. 2
https://www.ipo.nl/media/nqecexxk/eindrapport-om-de-leefomgeving-1.pdf
2
Vraag 1 Is het college op de hoogte van de conclusies van het eindrapport “Om de leefomgeving”? Antwoord Het college is via zijn portefeuillehouder geïnformeerd over de resultaten van het in maart 2021 opgeleverde eindrapport “Om de leefomgeving” van de commissie Van Aartsen. Vraag 2 Zijn deze conclusies besproken binnen het AB van de RUD? Antwoord: De conclusies zijn in juli 2021 in de vergadering van het Algemeen Bestuur van de RUD besproken en in november 2021 in het ‘Bestuurlijk Provinciebreed Samenwerkingsoverleg VTH’. Vraag 3 Reflecterend op de organisatie, hoe sluiten de conclusies aan op de situatie bij de RUD? Antwoord In de jaarstukken van 2019, 2020 en begroting 2021 van de RUD heeft u kennis kunnen nemen van het traject ‘Kleur Bekennen’. Hierin wordt de doorontwikkeling van de organisatie in relatie tot de van haar verwachte taken tegen het licht gehouden door de opdrachtgevers en de RUD onder begeleiding van een organisatieadviesbureau Berenschot. De conclusies van de commissie Van Aartsen worden hierin nadrukkelijk betrokken. Vraag 4 Op welke manier heeft u invulling aan uw horizontale toezicht om u als B&W te kwijten van uw VTH-taken. Kunt u daarbij aangeven welk stelsel van checks & balances u daarbij gebruikt? Antwoord De werkzaamheden van de RUD worden jaarlijks opgenomen in op de dienstverleningsovereenkomst gebaseerd jaarplan.
Hierover wordt per kwartaal ambtelijk gerapporteerd en zonodig bestuurlijk besproken. Deels maken de werkzaamheden onderdeel uit van het uitvoeringsprogramma Toezicht en Handhaving. Deze wordt jaarlijks geëvalueerd. Op dit moment is een besluit in voorbereiding over een voor de provincie Utrecht dekkend gezamenlijk opgesteld regionaal uniform Uitvoerings- en Handhavingsstrategie voor de taken die bij de uitvoeringsdiensten RUD en ODR belegd zijn. Ook deze zal jaarlijks geëvalueerd worden. Daarnaast wordt door de provincie de gemeente via het Interbestuurlijk Toezicht gewezen op haar rol om als (gezamenlijk) eigenaar, en beoordeelt het IBT toepassing van de Verordening kwaliteit VTH. Vraag 5 In de ambities die de RUD heeft staat informatiedelen en uitbreiding van taken op het gebied van informatieverstrekking centraal. De adviescommissie is heel stellig en stelt dat de basis hier niet op orde is. Daarmee lijkt een uitbreiding voor nu niet opportuun en moet eerst gewerkt worden aan het benodigde kennisniveau. Hoe kijkt het college naar de conclusies uit het eindrapport van de adviescommissie en hoe ziet het college dit in relatie tot de ambities van de RUD. Antwoord De conclusies van de commissie Van Aartsen zijn gebaseerd op een landsbreed onderzoek. Onze ervaringen van de afgelopen jaren geven echter geen bewijs dat de basis hier structureel niet op orde zou zijn.
Wij streven ernaar waar mogelijk de bedrijfsvoering van de RUD te verbeteren waar dat noodzakelijk en mogelijk is, en hen ook ruimte bieden om zich te ontwikkelen in de toekomst als het nodig is daarin krachten te bundelen. Zie ook de beantwoording van vraag 3.
3
Vraag 6 Het eindrapport concludeert dat niet alle omgevingsdiensten een zodanige kritische massa of robuustheid hebben dat ze in staat zijn om de VTH-taken uit te voeren. Ook de Ontwerp Kadernota gaat in op de kritische massa van de RUD. Is er binnen het AB gesproken over de gewenste minimumomvang van de RUD? Antwoord Zie beantwoording van vraag 5 Vraag 7 In de Ontwerp Kadernota valt te lezen dat de kosten voor de gemeente Baarn met 17%/20% toenemen. Vallen deze toenemende kosten weg uit onze eigen begroting door het overdragen van taken? Antwoord Deze kosten worden veroorzaakt door overdracht van de bodemtaken van de provincie naar de gemeenten als onderdeel van de implementatie van de Omgevingswet. Via het gemeentefonds ontvangt de gemeente hiervoor een vergoeding van het Rijk. In de Bruidsschat bij de Omgevingswet zijn deze taken globaal omschreven. Precisering daarvan vindt nog plaats, evenals bepaling van de invoeringsdatum van de Omgevingswet. Derhalve zijn het nog richtbedragen. Het bestuurlijk uitgangspunt is altijd geweest dat dit voor de gemeenten budgettair-neutraal tot stand moet komen (hetgeen overigens voor de gehele Omgevingswet afgesproken is). Op dit moment kan de garantie of de middelen die het Rijk de gemeenten geeft toereikend zijn, echter nog niet gegeven worden. Vraag 8 In het raadsvoorstel valt te lezen dat dit nog richtbedragen zijn.
Waarom is nu nog niet precies te zeggen welk bedrag het correcte bedrag moet zijn? Antwoord Zie beantwoording van vraag 7.
Ik ga er van uit u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Jannelies Vissers Wethouder
4