CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

338135 Eindevaluatie omgekeerd inzamelen Bijlage 1 Eindevaluatie omgekeerd inzamelen

Besluit in de Raad 26 januari 2022, gemeente BaarnBij agendapunt: Eindevaluatie omgekeerd inzamelen7.391 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Eindevaluatie omgekeerd inzamelen

Gemeente Baarn 21-12-2021

Inhoud 1. Inleiding .............................................................................................................................................................. 2 2. Milieu .................................................................................................................................................................. 3 2.1 Ontwikkeling ingezamelde hoeveelheden ................................................................................................. 3 2.2 Kwaliteit PMD .......................................................................................................................................... 5 2.3 Circulariteit PMD ...................................................................................................................................... 6 2.4 Conclusie ................................................................................................................................................... 7 3. Kosten ................................................................................................................................................................. 8 3.1 Uitrol en investeringen ..............................................................................................................................

8 3.2 Kostenontwikkeling .................................................................................................................................. 9 3.3 Conclusie ................................................................................................................................................. 12 4. Service............................................................................................................................................................... 13 4.1 Opbrengst enquête en leeswijzer ............................................................................................................. 13 4.2 Afvalinzameling algemeen ...................................................................................................................... 14 4.3 Restafval.................................................................................................................................................. 16 4.4 Plastic, metaal en drankenkartons (PMD) ............................................................................................... 17 4.5 Informatievoorziening ............................................................................................................................. 19 4.6 Opvattingen over beleidsalternatieven ....................................................................................................

20 4.7 Conclusie ................................................................................................................................................. 21 5. Conclusies en toekomstscenario’s ..................................................................................................................... 22 5.1 Conclusies ............................................................................................................................................... 22 5.2 Toekomstscenario’s................................................................................................................................. 23

1

1. Inleiding In oktober 2015 heeft de gemeenteraad het Gemeentelijk Grondstoffenplan 2015-2025 (GGP) vastgesteld. Daarin staat dat Baarn zich committeert aan de landelijke doelstellingen op het gebied van afvalscheiding: 75% gescheiden inzameling in 2020 en minder dan 100 kilogram restafval per inwoner per jaar in 2025. De strategie die gekozen werd om deze doelstelling te bereiken, is de invoering van een serviceprikkel: omgekeerd inzamelen. Uitgangspunt daarbij was dat deze en eventuele aanvullende maatregelen niet tot een verhoging van de afvalstoffenheffing mochten leiden. De manier waarop omgekeerd inzamelen in Baarn zou worden geïmplementeerd, is vervolgens verder uitgewerkt en in september 2017 door de raad vastgesteld. Op basis van het door Reinigingsbedrijf Midden Nederland (RMN) opgestelde plan van aanpak, was de verwachting dat een positief effect van €189.000 zou ontstaan. De implementatie is gestart in 2018 en afgerond in april 2020. Inmiddels worden het restafval en het PMD ruim anderhalf jaar volgens de nieuwe methode ingezameld. Deze eindevaluatie beschrijft de resultaten van de eerste anderhalf jaar dat omgekeerd inzamelen bij alle laagbouw in de gemeente is ingevoerd. Daarbij wordt, net als bij de tussenevaluatie van januari 2021, ingegaan op de deelgebieden milieu, kosten en service.

Op basis van de behaalde resultaten worden conclusies getrokken over de mate waarin de beoogde effecten van de beleidskeuzes behaald zijn. Het laatste hoofdstuk van deze evaluatie bevat scenario’s voor mogelijke toekomstige beleidskeuzes.

2

2. Milieu Met het verhogen van de service op grondstoffen en het verlagen van de service op restafval worden inwoners verleid om hun afval beter te scheiden. Dit deel van de eindevaluatie gaat in op de ontwikkeling van de ingezamelde hoeveelheden van de diverse afvalstromen, en wat dit betekent voor het scheidingspercentage. Ook wordt ingegaan op de kwaliteit van het ingezamelde PMD en de mate waarin dit gerecycled wordt. 2.1 Ontwikkeling ingezamelde hoeveelheden Onderstaande grafiek laat de ingezamelde hoeveelheden restafval, GFT, PMD en papier zien tussen 2014 en 2021, op basis van de meest recente gegevens van RMN. In dit rapport genoemde jaarcijfers over 2021 zijn prognoses, gebaseerd op de gerealiseerde hoeveelheden in de eerste negen maanden (januari tot en met september) van dit jaar. Verder is gebruik gemaakt van de definitieve cijfers over 2020, waar in de tussenevaluatie nog voorlopige cijfers voor dat jaar zijn gebruikt.

Hoevelheden afval (kg/inw)

250

200

150

100

50

0 2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Astitel Fijn restafval

GFT

PMD

papier

Grafiek 1. Ontwikkeling ingezamelde hoeveelheden De blauwe lijn laat zien dat de implementatie van het omgekeerd inzamelen niet tot een trendbreuk in de restafvalreductie heeft geleid. Het fijn restafval laat sinds 2016 een stabiele neerwaartse lijn zien, met een gemiddelde afname van 12,8 kilogram per inwoner per jaar. Met 134 kilogram fijn restafval per inwoner per jaar is Baarn naar verwachting in 2021 wederom de best presterende RMN-gemeente. Als de afname van restafval in dit tempo doorzet, wordt de grens van 100 kilogram per inwoner per jaar in 2024 gepasseerd. In de toename van de ingezamelde hoeveelheid PMD is het eerste jaar van omgekeerd inzamelen wel een trendbreuk te zien: deze stroom nam toe van 18,8 kilogram per inwoner in 2019 naar 28 kilogram per inwoner in 2020. In 2021 neemt dit licht toe, naar 29 kilogram. Ook in dit opzicht is Baarn de best presterende RMN-gemeente. Opvallend is dat ook het GFT flink is toegenomen. Dit kan een positief effect zijn van de aandacht voor afvalscheiding rondom de implementatie van het omgekeerd inzamelen. Het 3

hoge inzamelresultaat voor GFT blijft in 2021 behouden. De ingezamelde hoeveelheid papier blijft de laatste jaren schommelen rond de 50 kilogram per inwoner. Al met al is het percentage brongescheiden afval de afgelopen jaren met 9 procentpunt toegenomen, van 63 procent in 2014 naar 72 procent in 2021. Dit is het hoogste recyclingpercentage van de RMN-gemeenten. Het aandeel brongescheiden afval stijgt de afgelopen jaren gemiddeld met iets meer dan één procent per jaar. De doelstelling uit het GGP van 75 procent gescheiden inzameling in 2020 is daarmee dus niet gehaald. De wijzigingen in ingezamelde hoeveelheden sinds 2020 zijn niet alleen toe te schrijven aan omgekeerd inzamelen, maar ook voor een deel aan corona: de maatregelen rondom het virus hebben in veel gemeenten tot meer aanbod van huishoudelijk afval geleid. Mogelijk is dit deels een structureel effect. Met de ingang van 2021 vindt voor het restafval additionele nascheiding plaats. Dat betekent dat de natte fractie (GFT) en nog resterende kunststoffen en drankenkartons zo goed als mogelijk worden afgescheiden, voordat het restafval wordt verbrand. Tot en met het derde kwartaal van 2021 is op deze manier 99 ton aan kunststof verpakkingen en drankenkartons uit het restafval gehaald. In de tussenevaluatie is gebruik gemaakt van sorteeranalyses van het restafval en het PMD, uitgevoerd in 2020.

Over 2021 zijn deze analyses helaas nog niet beschikbaar. Daarom worden hieronder de gegevens uit de tussenevaluatie getoond.

40 35

4

Kilogram per inwoner

30 25 21

18

16

11

20 33

15 10 5

12

14

16

19

0 2016

2017 Apart ingezameld

2018

2019

2020

Nog in restafval

Grafiek 2. Ontwikkeling PMD Waar grafiek 1 liet zien dat er meer gescheiden PMD vrijkomt, toont bovenstaande grafiek aan dat dit gepaard gaat met steeds minder PMD in het restafval. In 2020 is 89% van het vrijgekomen PMD gescheiden ingezameld en zat er gemiddeld nog maar 4 kilogram PMD per inwoner in het restafval. De grafiek laat ook zien dat de totale hoeveelheid PMD in 2020 is toegenomen, waarschijnlijk als gevolg van covid-19. 4

2.2 Kwaliteit PMD Voor een goede verwerking van grondstoffen is het van belang dat de kwaliteit van de ingezamelde stromen goed is, anders kunnen er problemen ontstaan bij de verwerker. De afvalstromen mogen dus niet teveel vervuiling bevatten. In augustus 2020 is in opdracht van de AVU door Eureco een sorteeranalyse uitgevoerd van het PMD dat is ingezameld in minicontainers bij laagbouw en het PMD dat is ingezameld in zakken bij hoogbouw. De resultaten van de steekproeven, elk met een omvang van 5 kubieke meter, zijn weergegeven in grafiek 3 en tabel 1. Het aandeel stoorstoffen wordt beoordeeld op gewicht. Dat betekent dat de percentages snel kunnen oplopen, want de meeste stoorstoffen zijn zwaarder dan schoon PMD. 100% 16%

90% 80%

4%

39%

70% 60%

6%

50% 40% 30%

80% 55%

20% 10% 0% Laagbouw mc Verpakking PMD

Hoogbouw zak Niet verpakking

Stoorstoffen

Grafiek 3. Sorteeranalyse PMD

Stoorstoffen Klein chemisch/gevaarlijk afval Met gevarenlogo Kadavers Thuiszorg en PMD corona Totaal type 1

Laagbouw mc 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,04%

Hoogbouw zak 0,1% 0,4% 0,0% 0,1% 0,62%

Plastic folie te groot, te zwaar Plastic voorwerpen te groot, te zwaar Metaal te groot, te zwaar Som type 2a

1,2% 2,3% 0,0% 3,5%

2,5% 0,3% 0,0% 2,9%

Volle verpakkingen Papier, hout, glas, textiel, etc. Zakken niet gescheiden afval Som type 2b Totaal type 2

0% 28% 8% 35% 39%

3% 8% 1% 12,4% 15% 5

Tabel 1. Samenstelling PMD Uit de sorteeranalyse blijkt dat de inzameling middels een minicontainer leidt tot aanzienlijk meer vervuiling van het PMD. De grootste groep stoorstoffen bestaat uit grondstoffen die in een andere (verzamel)container thuishoren, zoals papier, hout, glas en textiel. Deze categorie stoorstoffen (type 2b) wordt het residu genoemd. Het percentage residu in de minicontainers is hoog in vergelijking met de benchmark. Dit kan te maken hebben met het serviceniveau van de verschillende grondstoffen. De inzamelfrequentie van PMD in Baarn is hoger dan gemiddeld bij gemeenten met vergelijkbaar beleid. Daarnaast is in Baarn het serviceniveau van PMD hoger dan van de afvalstromen in het residu. Het ingezamelde PMD wordt op het overslagstation visueel beoordeeld. Stoorstoffen die geconcentreerd aanwezig zijn en eenvoudig en veilig geheel verwijderd kunnen worden, worden uit de vracht verwijderd. Als daarna nog meer dan 15 procent van de vracht uit stoorstoffen bestaat, dan wordt deze afgekeurd. Het percentage toegestane stoorstoffen wordt conform landelijke afspraken afgebouwd tot 10 procent in 2025. In de praktijk blijken relatief veel stoorstoffen uit het PMD verwijderd te kunnen worden, want in 2020 is slechts 3 procent van het Baarnse PMD afgekeurd. Verwijderde stoorstoffen en afgekeurd PMD worden geregistreerd als fijn huishoudelijk restafval.

2.3 Circulariteit PMD Op weg naar een circulaire economie, waarin grondstoffen zo hoogwaardig mogelijk worden hergebruikt, zijn schone afvalstromen essentieel, maar niet afdoende. Betere afvalscheiding leidt pas tot betere milieuresultaten als de ingezamelde stromen ook daadwerkelijk gerecycled worden. Naast gemeenten en andere overheden spelen ook consumenten en producenten een belangrijke rol in het sluiten van grondstoffenketens. Vanwege de vele schakels in de afvalketen, het internationale karakter van de markt voor afvalverwerking en de beperkte transparantie, is de vraag naar de mate van daadwerkelijk hergebruik van gescheiden ingezameld PMD helaas niet eenvoudig te beantwoorden. Van het Baarnse PMD werd volgens de Benchmark Huishoudelijk afval in 2020 64 procent gerecycled, waarvan 33 procent hoogwaardig en 31 procent laagwaardig. Het meetpunt voor de circulariteit ligt voor PMD bij de output van sortering. Deze meetmethode vloeit voort uit Europese regelgeving, maar kent ook zijn beperkingen. Het zegt namelijk weinig over de mate waarin recyclebare stromen ook daadwerkelijk gerecycled worden op de internationale afvalmarkt. Vanaf 2021 wordt daarom in de Europese Unie een nieuwe meetmethode gebruikt, waarbij het meetpunt voor kunststofverpakkingen later in het recyclingproces komt te liggen.

Bij een gelijkblijvende situatie zal dit leiden tot een lager recyclingpercentage. Sinds april 2020 zijn de AVU-gemeenten in het kader van de nieuwe afspraken binnen de Raamovereenkomst Verpakkingen overgestapt op een nieuw regiemodel, waarin zij enkel nog verantwoordelijk zijn voor de inzameling. De Utrechtse gemeenten ontvangen van het Afvalfonds Verpakkingen een vergoeding voor de inzameling van PMD. De verantwoordelijkheid voor de sortering en vermarkting van PMD ligt bij het Afvalfonds Verpakkingen, die de verpakkingsindustrie vertegenwoordigt en uitvoering geeft aan de producentenverantwoordelijkheid. Regie Kunststoffen Nederland (RKN), een publieke 6

organisatie waarin de AVU participeert en die circa 200 gemeenten vertegenwoordigt, is hierin contractpartner van het Afvalfonds. 2.4 Conclusie De introductie van omgekeerd inzamelen in Baarn heeft geleid tot een toename van PMD en een afname van fijn restafval. Een positief neveneffect is dat ook het GFT beter wordt gescheiden. De prognose over 2021 laat een verdere afname van het restafval zien die in lijn is met de trend van de afgelopen jaren. De doelstelling uit het GGP van 75 procent gescheiden inzameling in 2020 is niet behaald en lijkt in dit tempo rond 2024 gerealiseerd te worden. De doelstelling van minder dan 100 kilogram restafval per inwoner per jaar in 2025 wordt ook in 2024 behaald, als de huidige trend doorzet. Hoewel de kwantiteit van het PMD fors is toegenomen, gaat de kwaliteit van het ingezamelde PMD achteruit bij de overstap van zakkeninzameling naar inzameling met minicontainers. Van het gescheiden ingezamelde PMD wordt uiteindelijk ongeveer twee derde voor recycling aangeboden. Hoewel het restafval in 2021 nog afneemt ten opzichte van 2020, blijven de ingezamelde hoeveelheden grondstoffen ongeveer gelijk. Deze stabilisatie van het milieuresultaat in 2021 is niet onverwacht: uit benchmarkgegevens blijkt dat de milieuprestatie in het jaar na implementatie van omgekeerd inzamelen stabiliseert of zelfs verslechtert.

Vaak komt dat doordat er minder aandacht is voor afval, waardoor het gewenste gedrag bij inwoners langzaam wegzakt. De resultaten over 2021 zijn in dit licht relatief goed te noemen.

7

3. Kosten Dit hoofdstuk bevat de financiële evaluatie van de invoering van omgekeerd inzamelen in Baarn. Achtereenvolgens wordt ingegaan op de ontwikkeling van de investeringen in inzamelmiddelen en de veranderingen in de opbouw van de kosten van het afvalbeheer. Van de gemeenten waarmee in de tussenevaluatie door Royal Haskoning DHV is gebenchmarkt, zijn veel gegevens over 2021 nog niet bekend. In dit hoofdstuk is daarmee geen actualisatie van die benchmark opgenomen. 3.1 Uitrol en investeringen Onderstaande tabel geeft weer welke investeringen in 2018 gepland waren en welke investeringen in de praktijk zijn gedaan. Geplande investeringen (2018) Aantal Prijs/stuk Totaal Nieuwe minicontainers PMD PMD formaat wissel Ondergrondse containers Restafval Overige investeringen Projectmanagement RMN Projectmanagement Baarn Recyclingcoach RMN Opbrengst oude rest mini’s Totaal

Praktijk tot heden (1-10-2021) Aantal Prijs/stuk Totaal

6.738 -

€31 -

€208.878 -

8.566 1.100

€25 €25

€214.150 €27.500

22

€8.000

€176.000

20

€8.500

€170.000

-

-

€51.700 €74.000 €14.400 €526.000

1.600

€2,25

€75.000 €74.000 €14.400 -€3.600 €571.450

Tabel 2. Overzicht investeringen 2018 – 2021 in de nieuwe inzamelstructuur Er zijn 8.566 minicontainers voor PMD geplaatst. Daarnaast hebben er omwisselingen van formaat plaatsgevonden van 240 naar 140 liter en zijn er circa 1.100 extra containers van 140 liter verstrekt. Er zijn meer huishoudens dan begroot aangesloten op een minicontainer voor PMD, maar de stuksprijs was lager dan begroot. Voor de laagbouwwoningen met geen of een kleine tuin zijn 20 ondergrondse restafvalcontainers geplaatst. Het aantal gerealiseerde containers is iets lager dan begroot en de stuksprijs is als gevolg van een aanbesteding is hoger dan begroot. De overige investeringen betreffen de uren van projectmanagers en recyclingcoaches. Daarnaast is er een kleine opbrengst van de vervallen minicontainers voor restafval. Deze investeringen zijn ongewijzigd ten opzichte van de tussenevaluatie.

8

3.2 Kostenontwikkeling Door de nieuwe inzamelstructuur is de kostenopbouw van het afvalbeheer veranderd. In deze paragraaf worden de effecten daarvan op een rij gezet. Om het financiële effect te kunnen duiden, worden steeds drie situaties vergeleken: 1. De situatie in 2017, het jaar voordat werd begonnen met de implementatie van omgekeerd inzamelen; 2. De basissituatie 2021 (systeem en milieuprestaties 2017, tarieven 2021); 3. Omgekeerd inzamelen 2021 (systeem 2021, milieuprestaties prognose 2021, tarieven 2021). Dit is gedaan om een eerlijke vergelijking te kunnen maken: ook zonder de implementatie van omgekeerd inzamelen zouden de kosten in 2021 anders zijn geweest dan in 2017, onder meer door prijsindexaties en veranderende markttarieven. 3.2.1 Verwerkingskosten Omgekeerd inzamelen heeft effect om de ingezamelde hoeveelheden afval, zie hoofdstuk 3. Dit vertaalt zich financieel in een minder sterke stijging van de verwerkingskosten. Stroom Rest GFT PMD Papier Totaal

Kg/inw 176 99 14 51 341

2017 €/ton 63,07 52,66 -220 -89,19

€ totaal €275.280 €128.897 -€77.862 -€113.121 €213.194

Basissituatie 2021 Kg/inw €/ton € totaal 176 151,81 €662.620 99 84,90 €208.446 14 -245 -€85.064 51 -130 -€164.424 341 €621.578

Omgekeerd inzamelen 2021 Kg/inw €/ton € totaal 134 151,81 €504.495 115 84,90 €242.135 29 -245 -€176.204 51 -130 -€164.424 329 €406.002

Tabel 3. Effect verwerkingskosten door de implementatie van omgekeerd inzamelen Bovenstaande tabel laat zien dat ten opzichte van de basissituatie de verwerkingskosten met €216.000 zijn gedaald. Per huishouden is dit ongeveer €20 per jaar. Dit komt voornamelijk door de gedaalde hoeveelheid restafval (besparing €158.000) en de extra opbrengsten PMD (€91.000). Per saldo zijn de verwerkingskosten wel fors gestegen; dit is het effect van hogere verwerkingstarieven voor restafval en GFT en lagere opbrengsten voor papier. Zonder omgekeerd inzamelen waren de kosten echter nog sterker gestegen. Door de hogere verwerkingstarieven is de relatieve besparing groter dan bij de tussenevaluatie.

9

3.2.2 Inzamelkosten Onderstaande drie tabellen laten zien wat het effect is van de invoering van het omgekeerd inzamelen op de inzamelkosten bij de laagbouw. Situatie 2017 Stroom

Methode

Aantal

Frequentie (#/jr)

Tarief (€/keer)

Aan huis Rest Minicontainer 8.500 26 €1,10 GFT Minicontainer 8.500 26 €1,00 PMD Zakken 8.500 26 €0,77 Papier Minicontainer 8.500 13 €0,77 Totaal Tabel 4. Inzamelkosten op basis van inzamelsysteem en tarieven 2017 Basissituatie (situatie 2017, tarieven 2021) Stroom Methode Aantal

Frequentie (#/jr)

Tarief (€/keer)

Aan huis Rest Minicontainer 8.500 26 €1,32 GFT Minicontainer 8.500 26 €1,19 PMD Zakken 8.500 26 €0,92 Papier Minicontainer 8.500 13 €1,14 Totaal Tabel 5. Inzamelkosten op basis van inzamelsysteem 2017 en tarieven 2021 Omgekeerd inzamelen (2021) Stroom Methode Aantal

€ totaal €243.827 €220.156 €169.672 €84.836 €718.491

€ totaal €291.720 €262.990 €203.320 €125.970 €884.000

Frequentie (#/jr)

Tarief (€/keer)

€ totaal

13 26 26 13

€1,32 €1,19 €1,19 €1,14

€118.404 €262.990 €262.990 €125.970

52

€15,02

€15.621

Totaal Tabel 6. Inzamelkosten op basis van inzamelsysteem en tarieven 2021

€785.975

Aan huis Rest GFT PMD Papier Brengen Rest

Minicontainer Minicontainer Minicontainer Minicontainer

6.900 8.500 8.500 8.500

Ondergrondse 20 container

De inzamelkosten zijn sinds 2017 met 9,4 procent gestegen. Was omgekeerd inzamelen niet ingevoerd, dan waren de kosten echter nog sterker gestegen. Door het nieuwe inzamelsysteem is ten opzichte van de basissituatie €98.000 bespaard op de inzamelkosten. Dit is ongeveer €9 per huishouden per jaar.

10

3.2.3 Extra kapitaalkosten De kapitaallasten zijn door RMN berekend op basis van de volgende uitgangspunten. Deze zijn ongewijzigd ten opzichte van de tussenevaluatie. • Rentepercentage: 1% • Afschrijftermijn: 10 jaar • Afschrijfmethode: lineair Stroom

2017 Aantal €/stuk € totaal Minicontainers (nog niet afgeschreven) Rest 8.500 2,65 €22.500 (vervallen mini’s) PMD Ondergrondse containers Rest Overige inzamelmiddelen Zakken 8.500 €15.600 PMD Totaal €38.100

Basissituatie 2021 Aantal €/stuk € totaal 8.500

-

2,65

-

8.500

€22.500

Omgekeerd inzamelen 2021 Aantal €/stuk € totaal 6.900

2,65

€18.300

8.494

2,65

€22.500

-

20

925

€18.500

€15.600

-

-

-

€38.100

€59.300

Tabel 7. Extra kapitaalkosten door investeringen OI Door de nieuwe minicontainers voor PMD en de extra ondergrondse containers voor restafval zijn de kapitaalkosten gestegen, netto met circa €38.000 op jaarbasis. Het verminderde aantal minicontainers voor restafval en de vervallen PMD-zakken voor laagbouw leveren een besparing op. Het totale effect op de kapitaalkosten is een verhoging van €21.200 op jaarbasis, ofwel ongeveer €2 per huishouden. 3.2.4 Onderhoudskosten Stroom

2017 Aantal Tarief Minicontainers Rest 8.500 1,5 PMD Ondergrondse containers Rest 38 240 Totaal

€ totaal

Basissituatie 2021 Aantal Tarief € totaal

Omgekeerd inzamelen 2021 Aantal Tarief € totaal

€12.750 -

8.500 -

1,6 -

€13.600 -

6.900 8.500

1,6 1,6

€11.040 €13.600

€9.120 €21.870

38

446

€16.948 €30.548

58

446

€25.868 €50.508

Tabel 8. Extra onderhoudskosten door implementatie OI Uit het overzicht blijkt dat de onderhoudskosten zijn toegenomen. Dit is het gevolg van het toegenomen aantal minicontainers en ondergrondse containers, en van de stijging van het tarief per container, met name bij de ondergrondse containers. De stijging van de onderhoudskosten door de implementatie van omgekeerd inzamelen ten opzichte van 2017 bedraagt €29.000. De stijging ten opzichte van de basissituatie bedraagt €20.000. Dit is ongeveer €1,80 per aansluiting.

11

3.2.5 Overzicht kostenontwikkeling Kostenpost

2017

Basissituatie

Omgekeerd inzamelen Verwerking €213.000 €622.000 €406.000 Inzameling €718.000 €884.000 €786.000 Kapitaal €38.000 €38.000 €59.000 Onderhoud €22.000 €31.000 €51.000 Totaal €991.000 €1.575.000 €1.302.000 Tabel 9. Totaaloverzicht kostenontwikkeling door omgekeerd inzamelen In bovenstaande tabel wordt de ontwikkeling van de kostensoorten samengevat. Uit de tabel blijkt dat het kostenniveau sinds 2017 fors is gestegen, namelijk met 31,4 procent. Dit komt hoofdzakelijk door de sterk gestegen verwerkingstarieven. Zonder omgekeerd inzamelen zouden de kosten echter nog meer gestegen zijn. Ten opzichte van de basissituatie is een besparing gerealiseerd van €273.000. 3.3 Conclusie De invoering van omgekeerd inzamelen heeft een dempend effect gehad op de stijging van de kosten voor het afvalbeheer. De verwerkingskosten zijn ten opzichte van de basissituatie met €20 per aansluiting gedaald en de inzamelkosten met €9 per aansluiting. Daar staat tegenover dat de kapitaallasten met €2 per aansluiting gestegen en de onderhoudskosten met ongeveer €1,80. In totaal is een besparing gerealiseerd van €273.000. De beoogde besparing van €189.000 is daarmee ruimschoots behaald. De afvalstoffenheffing was zonder de invoering van omgekeerd inzamelen met ongeveer €25 extra gestegen.

12

4. Service Omgekeerd inzamelen is primair een serviceprikkel: de service voor grondstoffen wordt verhoogd en de service voor restafval wordt verlaagd. Het veranderen van het serviceniveau is een middel om doelen op het gebied van milieu en kosten te realiseren. Desalniettemin is het relevant om te meten hoe inwoners de nieuwe manier van afvalinzameling ervaren, hoe belangrijk zij het vinden om afval te scheiden en welke suggesties zij doen voor verbetering. Draagvlak voor het afvalbeleid is essentieel: het zijn immers de inwoners zelf die met hun scheidingsgedrag in belangrijke mate bepalen of het beleid succesvol is. 4.1 Opbrengst enquête en leeswijzer Om de tevredenheid van inwoners met het huidige inzamelsysteem te meten, is een enquête uitgevoerd. Deze is verspreid via de sociale mediakanalen van de gemeente en de lokale krant. Daarnaast zijn duizend willekeurige huishoudens via een persoonlijke brief uitgenodigd om de enquête in te vullen, met als doel het aantal reacties en de representativiteit van de resultaten te vergroten. De enquête is tussen medio augustus en medio september 2021 840 keer ingevuld. Dit is ruim anderhalf keer zoveel als bij de tussenevaluatie. Het aantal respondenten is voldoende voor een betrouwbaar resultaat.

De helft van de respondenten is via sociale media bij de enquête terecht gekomen, een kwart via de krant, 18 procent via de brief en 6 procent via een andere weg. Van de respondenten heeft 81 procent thuis een minicontainer voor restafval en maakt 19 procent gebruik van een verzamelcontainer voor restafval. Deze verhouding is representatief voor de populatie. In een aantal andere opzichten zijn de respondenten wat minder representatief: bewoners van een huis met een tuin en senioren (65+) zijn wat oververtegenwoordigd en eenpersoonshuishoudens zijn wat ondervertegenwoordigd. Ondanks deze tekortkomingen geven de resultaten een aardig beeld van hoe Baarnaars de afvalinzameling op dit moment waarderen. De enquête kent overeenkomsten met die van de tussentijdse evaluatie, maar ook verschillen. De doelgroep is uitgebreid van enkel bewoners van grondgebonden woningen naar bewoners van alle type woningen, en er is via de brief gerichter uitgenodigd. Ook de set vragen is uitgebreid, met vragen over onder meer inzameling bij hoogbouw en een aantal beleidsopties. De resultaten geven hierdoor niet alleen een beeld van omgekeerd inzamelen, maar ook van het afvalbeleid in het algemeen.

Voor zover de resultaten van deze enquête afwijken van de resultaten van de vorige, komt dit waarschijnlijk voor een belangrijk deel door over tijd veranderende opvattingen onder inwoners, maar verschillen kunnen mogelijk ook deels verklaard worden door de verschillen in de onderzoeksopzet. De volgende pagina’s bevatten de belangrijkste resultaten van de enquête. Eerst worden de resultaten van een aantal algemene vragen over afval scheiden gepresenteerd, vervolgens specifieke resultaten over restafval, PMD en informatievoorziening. Daarna wordt de houding beschreven van de respondenten over enkele mogelijke beleidskeuzes. Tot slot wordt een kort overzicht gegeven van de meest voorkomende opmerkingen die door respondenten aan het eind van de enquête zijn gemaakt.

13

4.2 Afvalinzameling algemeen

7%

9%

17%

15%

18%

18%

16% 1 (zeer ontevreden)

2

3

4

5

6

7 (zeer tevreden)

Grafiek 4. Tevredenheid met de manier waarop het afval nu wordt ingezameld Bovenstaande grafiek laat zien dat inwoners erg verdeeld zijn over de manier waarop de inzameling van het huishoudelijk afval nu plaatsvindt: 42 procent respondenten is tevreden en 42 procent is ontevreden, waarbij de antwoorden relatief gelijkmatig over de 7 antwoordcategorieën verdeeld zijn. Dit beeld is vergelijkbaar met het beeld in de tussenevaluatie. Over het belang van afval scheiden bestaat onder de respondenten meer eensgezindheid: 76 procent van de respondenten geeft aan het belangrijk te vinden om zijn afval te scheiden. Slechts 10 procent is het in meer of mindere mate oneens met de stelling. Ook dit resultaat is vergelijkbaar met het resultaat in de tussenevaluatie. 2% 4%

4% 14%

38%

14%

24%

1 (helemaal oneens)

2

3

4

5

6

7 (helemaal eens)

Grafiek 5. In hoeverre bent u het eens met de volgende stelling: “Ik vind het belangrijk om mijn afval te scheiden.” 14

Hoewel de respondenten afval scheiden in meerderheid belangrijk vinden, maakt niet iedereen gebruik van alle scheidingsmogelijkheden die er zijn. Onderstaande tabel laat zien dat de drie afvalstromen die bij laagbouw aan huis worden ingezameld, het meest worden gescheiden. Afvalstromen met een lager serviceniveau worden minder vaak gescheiden. Afvalsoort Oud papier en karton Plastic, metaal en drankenkarton Groente, fruit en tuinafval Glas Grofvuil Textiel Elektronische apparaten en klein chemisch afval Incontinentiemateriaal

Percentage 96% 96% 93% 83% 77% 63% 60% 4%

Tabel 10. Welke soorten afval respondenten momenteel scheiden Omgekeerd inzamelen is gericht op afval scheiden aan de bron, onder meer vanwege het verwachte positieve milieuresultaat. Naast milieu spelen ook de kosten en het serviceniveau een rol bij de afvalinzameling. Aan de respondenten is gevraagd: “Als u één aspect moest kiezen, wat vindt u dan het belangrijkste aan een goede afvalinzameling?” 54 procent koos voor ‘goed voor het milieu’, 26 procent voor ‘lage kosten’ en 20 procent voor ‘hoge service’. Dit lijkt aan te sluiten bij de strategie van het GGP, namelijk om in eerste instantie maatregelen uit te voeren die kostenbesparend zijn en een positief milieueffect hebben.

15

4.3 Restafval Met de invoering van het omgekeerd inzamelen hebben bewoners van laagbouw met een perceel tot 130 vierkante meter hun minicontainer voor restafval in moeten leveren. Zij hebben een pas ontvangen om gebruik te kunnen maken van een ondergrondse verzamelcontainer, die op maximaal 300 meter van de woning geplaatst is. Deze situatie is van toepassing op ongeveer 20 procent van de inwoners van de laagbouw en ook op ongeveer 20 procent van de respondenten. De overige inwoners van de laagbouw heeft de minicontainer voor restafval behouden. Deze wordt eens in de vier weken geleegd; voorheen was dat eens in de twee weken. Beide groepen zijn in de enquête apart bevraagd over hun ervaringen met de inzameling van het restafval. In afwijking op de tussenevaluatie, is in deze enquête ook de groep bewoners van gestapelde bouw bevraagd. Ook deze groep maakt gebruik van een verzamelcontainer voor restafval; hierin is voor hen met de invoering van omgekeerd inzamelen niets veranderd. Ondergrondse container voor restafval Onderstaande grafiek toont de mate van (on)tevredenheid met diverse aspecten rondom het gebruik van ondergrondse containers voor restafval. 100% 90% 80%

14%

11%

17%

21%

8% 19% 21% 18%

70% 60% 50%

12%

10%

15%

12%

40%

12%

30%

13%

13% 26%

25%

8% 11%

9%

8%

20% 10%

8%

13%

7%

25%

23% 13%

12%

0% Het gebruiksgemak van de ondergrondse container

Het gebruik van de afvalpas

1 (zeer ontevreden)

2

3

De loopafstand van mijn Hoe schoon de directe woning naar de omgeving van de ondergrondse container container is 4

5

6

7 (zeer tevreden)

Grafiek 6. Tevredenheid met diverse aspecten van de ondergrondse containers N=160 Ook hier valt op dat de respondenten verdeeld zijn. Het gebruiksgemak van en de loopafstand naar de ondergrondse container springen er in negatieve zin uit: daarover is respectievelijk 48 procent en 44 procent (zeer) ontevreden. Gevraagd naar een rapportcijfer voor de inzameling van hun restafval, geeft deze groep respondenten gemiddeld circa een 5. De tevredenheid is dus beperkt, maar net iets hoger dan in de tussenevaluatie.

16

Minicontainer voor restafval De 679 respondenten die een minicontainer hebben voor restafval, beoordelen de inzameling van deze stroom nagenoeg gelijk: ook deze inzamelmethode krijgt een onvoldoende (5). 58 procent van deze respondenten vindt dat de grijze container niet vaak genoeg geleegd wordt. De respondenten zijn hierover wat negatiever dan in de tussenevaluatie. Dit blijkt ook uit het opmerkingenveld aan het eind van de enquête: veel respondenten maken van de gelegenheid gebruik om daar (nogmaals) te benoemen dat de restafvalcontainer vaker geleegd zou moeten worden. De meeste van deze respondenten hebben daarbij een voorkeur voor de inzamelfrequentie zoals die was voor invoering van het omgekeerd inzamelen, te weten eens in de twee weken. Redenen die hiervoor genoemd worden, zijn dat de container anders te snel vol is, te zwaar wordt en/of gaat stinken. Een aantal inwoners vindt dat laatste met name in de zomer een probleem, en vindt dat de inzamelfrequentie alleen in de warme maanden verhoogd hoeft te worden. Dit beeld is hetzelfde als in de tussenevaluatie. 4.4 Plastic, metaal en drankenkartons (PMD) Met de invoering van het omgekeerd inzamelen kregen bewoners van de laagbouw in Baarn een container voor PMD. Deze kwam in de plaats van de zakkeninzameling. Inwoners van wijken met enkel grote percelen, ontvingen de container met oranje deksel al medio 2018 (fase 1).

Inwoners van wijken met gemengde perceelgrootten, gebruiken deze container sinds april 2020 (fase 2). Inwoners van gestapelde bouw kunnen hun PMD aanbieden in plastic afvalzakken die aan de weg gezet kunnen worden. Minicontainer voor PMD De 758 respondenten die een minicontainer voor PMD hebben, waarderen de inzameling van hun PMD gemiddeld met een rapportcijfer 6. Grafiek 7 laat zien dat inwoners over het algemeen tevreden zijn met het gebruiksgemak van de PMD-container: bijna driekwart van de respondenten geeft hiervoor een 5 of hoger op een schaal van 1 tot 7. Dit komt vrijwel overeen met de tevredenheid over de inzamelfrequentie. Ten opzichte van de tussenevaluatie is het rapportcijfer iets lager, maar de tevredenheid over de stellingen in grafiek 7 iets hoger. 100% 90%

23%

25%

80% 70% 60%

29%

31%

50% 40%

15% 16%

30% 16% 20% 10% 0%

18% 9% 6% 3% 2% Het gebruiksgemak van de PMD-container 1 (zeer ontevreden)

2

3

6% 3% Hoe vaak de PMD-container wordt geleegd 4

5

6

7 (zeer tevreden)

Grafiek 7. Tevredenheid met diverse aspecten van de PMD-container 1/2 17

Een nadeel van de PMD-container ten opzicht van andere inzamelmethoden, is dat deze extra ruimte inneemt in de tuin. Uit grafiek 5 blijkt dat inwoners hierover verdeeld zijn: een grote minderheid vindt dat er onvoldoende plek in de tuin is voor alle containers; een vergelijkbare groep heeft er wel genoeg plek voor. Respondenten doen in het opmerkingenveld diverse suggesties voor het terugbrengen van het aantal containers: sommigen zien graag dat de gemeente overstapt op nascheiding van PMD, of de mogelijkheden hiertoe onderzoekt. Een andere oplossing die door enkele respondenten wordt aangedragen om het aantal minicontainers per huishouden te verminderen, is om meer gebruik te maken van (ondergrondse) verzamelcontainers voor restafval, PMD en/of papier. Een ander nadeel van bronscheiding van PMD kan zijn dat inwoners het soms lastig vinden om te beoordelen welke verpakkingen bij het PMD mogen. Er zijn namelijk veel uitzonderingen op de regels. Twee derde van de respondenten denkt echter goed te weten welke soorten plastics, metaal en drankenkartons in de container met oranje deksel gedeponeerd mogen worden. Hoewel dit een meerderheid is, laat dit ook nog ruimte voor verbetering. 100% 90%

13%

20%

80% 70%

25%

60% 50%

44% 18%

40% 30%

25%

17%

20% 10%

15%

19%

4%

0% Er is voldoende plek in mijn tuin voor de containers Helemaal oneens

Oneens

Het is voor mij duidelijk wat er wel en niet in de PMD-container mag Neutraal

Eens

Helemaal eens

Grafiek 8. Tevredenheid met diverse aspecten van de PMD-container 2/2

Plastic afvalzakken voor PMD Vijftig respondenten hebben geen minicontainer voor PMD en bieden dit afval in plastic zakken aan. De ervaringen van deze groep zijn wisselend. Zij geven de inzameling van hun PMD een 5,5, de helft is tevreden met het gebruiksgemak van de zakken en de helft is tevreden met hoe vaak de zakken worden opgehaald. Omdat dit een kleine groep is, zijn de resultaten hierover minder betrouwbaar.

18

4.5 Informatievoorziening Met de invoering van omgekeerd inzamelen zijn er meerdere aspecten van de afvalinzameling veranderd. Inwoners zijn daarover op meerdere momenten door de gemeente en door RMN geïnformeerd. Grafiek 6 laat zien hoe tevreden respondenten zijn met de informatie die zij hebben ontvangen over de (veranderingen in) de afvalinzameling. 40 procent is tevreden, 30 procent is neutraal en 30 procent is ontevreden. Respondenten zijn hiermee wat negatiever dan in de tussenevaluatie. Uit grafiek 7 blijkt dat 6 op de 10 respondenten weten waar ze terecht kunnen met vragen over de afvalinzameling. De Recyclingcoaches van RMN zijn echter nog erg onbekend.

6%

5% 9%

18% 15%

17%

29%

1 (zeer ontevreden)

2

3

4

5

6

7 (zeer tevreden)

Grafiek 9. Tevredenheid met informatie over (veranderingen in) de afvalinzameling 100%

4%

10% 90%

17%

80% 70%

17%

42%

60% 23%

50% 40% 30%

30% 42%

20% 10% 0%

14% 4% Het is voor mij duidelijk waar ik terecht kan met vragen over afval Helemaal oneens

Oneens

Ik ben bekend met de Recyclingcoaches van RMN en wat ze doen

Neutraal

Eens

Helemaal eens

Grafiek 10. Stellingen over informatievoorziening 19

4.6 Opvattingen over beleidsalternatieven In de enquête is een aantal vragen toegevoegd over de toekomst van de afvalinzameling. Om te beginnen is gevraagd wat respondenten vinden van het idee van gedifferentieerde tarieven (DIFTAR), waarbij huishoudens die hun afval beter scheiden minder afvalstoffenheffing betalen dan huishoudens die hun afval minder goed scheiden. Onderstaande grafiek laat zien dat de groep die hier positief tegenover staat of het een kans wil geven, groter is dan de groep die ertegen is of het liever niet ziet in Baarn. Enkele inwoners geven in de opmerkingen aan de grondslag van huishoudgrootte oneerlijk te vinden en liever terug te gaan naar de oude opbouw van de afvalstoffenheffing.

19%

29%

20% 32%

Goed idee, hierdoor ga ik beter afval scheiden Ik twijfel of ik hierdoor beter ga scheiden, maar geef het idee het voordeel van de twijfel Ik twijfel of ik hierdoor beter ga scheiden, ik zie dit liever niet in de gemeente Baarn Slecht idee, hier ben ik heel erg op tegen

Grafiek 11. Opvattingen over gedifferentieerde tarieven Ook is respondenten de vraag gesteld wat hun voorkeur heeft bij de inzameling van PMD. Uit onderstaande grafiek blijkt dat de groep die voorstander is van nascheiding net iets groter is dan de groep die voorstander is van bronscheiding. 1 op de 5 respondenten heeft geen voorkeur of weet het niet.

22% 41%

37%

PMD bij het restafval (nascheiding)

Zelf PMD apart aanbieden (bronscheiding)

Geen voorkeur/ik weet het niet

Grafiek 12. Voorkeur bij de inzameling van PMD

20

Tot slot is aan bewoners van gestapelde bouw gevraagd of zij gebruik zouden maken van de mogelijkheid om hun GFT te scheiden, als de gemeente dit mogelijk zou maken. Van de 86 respondenten die deze vraag heeft beantwoord, zeg 44 procent ‘ja’, 12 procent ‘misschien’ en 40 procent ‘nee’. Een zeer veel gemaakte opmerking bij de open vraag aan het eind van de enquête, komt van respondenten die al een minicontainer voor GFT hebben. Hun wens is dat deze container vaker geleegd wordt, in ieder geval in de zomer. 4.7 Conclusie Uit de enquête blijkt dat inwoners verdeeld zijn over heden en toekomst van de afvalinzameling. Respondenten vinden afvalscheiding in grote getalen belangrijk, en een kleine meerderheid vindt een goed milieuresultaat ook belangrijker dan lage kosten en een hoog serviceniveau. Dit lijkt aan te sluiten op de beleidsmatige uitgangspunten van het omgekeerd inzamelen, maar over hoe dit in de praktijk uitpakt is men niet erg tevreden. De inzameling van het restafval krijgt een onvoldoende, zowel bij de groep die een minicontainer gebruikt als bij de groep die het restafval naar een verzamelcontainer brengt. De inzameling van PMD krijgt een krappe voldoende, zowel bij de groep die een minicontainer met oranje deksel heeft als bij de (kleine) groep die het PMD in zakken aanbiedt. Veel respondenten hebben liever minder containers, die vaker geleegd worden.

Met name de minicontainers voor restafval en GFT zouden wat veel respondenten betreft vaker geleegd mogen worden. Over twee belangrijke beleidsalternatieven, namelijk DIFTAR en nascheiding van PMD, zijn de respondenten ook verdeeld: zij hebben overwegend een voorkeur voor DIFTAR en een zeer lichte voorkeur voor nascheiding.

21

5. Conclusies en toekomstscenario’s In dit hoofdstuk worden de conclusies van voorgaande hoofdstukken op een rij gezet en vergeleken met de gestelde doelen. Vervolgens wordt op hoofdlijnen een aantal mogelijk beleidskeuzes geschetst voor in de toekomst. 5.1 Conclusies Het belangrijkste doel van de implementatie van omgekeerd inzamelen was het verbeteren van het milieuresultaat. In het GGP zijn doelstellingen opgenomen van 75 procent gescheiden inzameling in 2020 en minder dan 100 kilogram restafval per inwoner per jaar in 2025. De prognose is dat in 2021 134 kilogram restafval per inwoner wordt ingezameld en een scheidingspercentage van 72 procent. Als de huidige trend doorzet, lijken beide doelen rond 2024 behaald te worden. Het scheidingspercentage is de afgelopen jaren met iets meer dan 1 procent per jaar toegenomen. Dit komt vooral doordat er vanaf 2020 substantieel meer PMD en ook meer GFT aan de bron wordt gescheiden. De kwaliteit van het PMD is echter achteruit gegaan. Van het gescheiden ingezamelde PMD wordt uiteindelijk ongeveer twee derde voor recycling aangeboden. Een ander belangrijk doel van de implementatie van omgekeerd inzamelen was het realiseren van een kostenbesparing. Bij het besluit tot invoering uit september 2017 was de verwachting dat ongeveer €189.000 bespaard zou kunnen worden.

Dit doel is ruimschoots behaald: ten opzichte van de basissituatie is een kostenreductie van €273.000 gerealiseerd. In de basissituatie wordt gerekend met het inzamelsysteem van 2017 en de actuele kosten voor onder meer inzameling en verwerking. Hoewel de totale kosten voor het afvalbeheer de afgelopen jaren fors zijn gestegen, blijkt uit de evaluatie dat omgekeerd inzamelen een dempend effect heeft gehad op de kostenstijging. Resultaten op het gebied van milieu en kosten zijn voor een groot deel afhankelijk van het aanbiedgedrag van inwoners. Uit de inwonersenquête blijkt dat zij uiteenlopende ervaringen hebben met het huidige inzamelsysteem en ook uiteenlopende opvattingen hebben over hoe het verder moet met het afvalbeleid. Respondenten vinden afvalscheiding belangrijk en milieuresultaat overwegend belangrijker dan kosten en serviceniveau. Hoewel respondenten hiermee de uitgangspunten van omgekeerd inzamelen lijken te steunen, zijn zij niet erg tevreden met hoe dit systeem in de praktijk uitpakt. De inzameling van restafval krijgt een onvoldoende en die van PMD een krappe voldoende. Veel respondenten hebben liever minder containers, die vaker geleegd worden. Met name de inzamelfrequentie van restafval en GFT zou wat hen betreft omhoog moeten. Opvallend is dat een meerderheid van de respondenten min of meer positief staat tegenover DIFTAR.

Over nascheiding van PMD zijn inwoners meer verdeeld: de groep die hier voorstander van is, is net iets groter dan de groep tegenstanders.

22

5.2 Toekomstscenario’s De eindevaluatie omgekeerd inzamelen laat zien dat de milieudoelstellingen uit het GGP niet worden gehaald. Om het recyclingpercentage verder te verhogen en de kosten te beheersen, zullen aanvullende maatregelen getroffen moeten worden. De hieronder beschreven scenario’s zijn gebaseerd op de Regionale bestuurlijke visie op grondstoffeninzameling 20212025 van RMN en de RMN-gemeenten. Omgekeerd inzamelen optimaliseren Omgekeerd inzamelen betekent een hoog serviceniveau voor grondstoffen en een laag serviceniveau voor restafval. Het serviceniveau voor grondstoffen zou in meerdere opzichten verder verhoogd kunnen worden: • Inwoners van gestapelde bouw hebben minder mogelijkheden om hun afval te scheiden. De meesten hebben geen gelegenheid om groente, fruit en etensresten (GFE) gescheiden aan te bieden. GFE is een belangrijk aandeel in het huidige restafval en is een fractie die volgens Europese regelgeving in principe gescheiden moet worden. Het optimaliseren van bronscheiding bij hoogbouw zou volgens RMN kunnen leiden tot een reductie van het restafval van ongeveer 26 kilo per inwoner per jaar. • Inwoners van grondgebonden woningen geven in de enquête vaak aan dat de GFTcontainer vaker geleegd zou moeten worden. De inzamelfrequentie zou verhoogd kunnen worden naar één keer per week, eventueel alleen in de zomermaanden.

Sommige respondenten zien ook graag een hogere ledigingsfrequentie van de papiercontainer. • Ook voor fracties die niet of niet overal aan huis worden ingezameld, zou het serviceniveau verhoogd kunnen worden. Dit kan bijvoorbeeld door meer verzamelcontainers voor papier bij appartementen te plaatsen en door het toevoegen van inzamelpunten voor onder meer incontinentiemateriaal en elektronisch afval. Gedifferentieerde tarieven Geen enkele gemeente in Nederland haalt de landelijke doelstellingen met alleen omgekeerd inzamelen. Aanvullend op deze serviceprikkel, zou ook een financiële prikkel ingezet kunnen worden, door de hoogte van de afvalstoffenheffing op huishoudensniveau afhankelijk te maken van hoeveel restafval wordt aangeboden. Het idee van gedifferentieerde tarieven (afgekort DIFTAR) is dat de productie van (ongewenst en duur) restafval eerlijk wordt afgerekend, in plaats van de kosten hiervoor over alle huishoudens te verdelen. De afvalstoffenheffing bestaat bij DIFTAR uit een vast deel dat iedereen betaalt, en een variabel deel. De hoogte van het variabele deel wordt bepaald door de hoeveelheid restafval die inwoners aanbieden. Er bestaan verschillende vormen van DIFTAR. • DIFTAR op basis van volume of frequentie.

Hierbij wordt het variabele tarief bepaald door de volume-inhoud van de restafvalcontainer (zoals in Baarn tot 2021 gebeurde) of door het aantal keer dat het restafval wordt aangeboden. Deze vorm van DIFTAR gaat goed samen met omgekeerd inzamelen. Volgens RMN kan dit leiden tot een reductie van het restafval van ongeveer 63 kilo per inwoner per jaar. • DIFTAR op basis van gewicht. Hierbij wordt het aangeboden restafval gewogen en kan preciezer de hoogte van het variabele deel van het tarief bepaald worden. Deze vorm van DIFTAR vraagt hogere investeringen en gaat goed samen met nascheiding. Belangrijke voorwaarden voor DIFTAR zijn dat iedereen de mogelijkheid heeft om zijn afval goed te scheiden (zie optimalisatie omgekeerd inzamelen) en dat er maatwerk mogelijk is voor inwoners met bijvoorbeeld veel medisch afval. De enquête laat zien dat inwoners niet onwelwillend tegenover deze beleidsoptie staan. 23

Nascheiding PMD Nascheiding van PMD betekent dat inwoners hun PMD bij het restafval doen en het PMD vervolgens machinaal door een zogenaamde nascheidingsinstallatie weer uit het restafval wordt gehaald. Nascheiding is een techniek die in ontwikkeling is en enkel toegepast kan worden op PMD. De bruikbaarheid van nagescheiden PMD voor recycling is vergelijkbaar met de bruikbaarheid van brongescheiden PMD. De strategie van nascheiding sluit niet aan bij omgekeerd inzamelen en wijkt ook af van het GGP. Er is bij nascheiding namelijk geen onderscheid op serviceniveau tussen PMD en restafval. Daarnaast levert nascheiding minder PMD op: gemiddeld 11 kilo per inwoner per jaar. Verder is nascheiding geen goedkope maatregel: hoewel er op inzamelkosten bespaard kan worden, leidt het tot hogere verwerkingskosten, als gevolg van de toename van restafval en de veel lagere vergoeding voor nagescheiden PMD. RMN verwacht per saldo een nadeel van ongeveer €116.000 per jaar. Een voordeel van nascheiding is dat het tegemoet komt aan de wens van veel respondenten om het aantal minicontainers per huishouden te verminderen. Flankerend beleid Handhaving en communicatie kunnen, aanvullend op en onafhankelijk van bovenstaande scenario’s, ingezet worden om gewenst gedrag te stimuleren.

Deze maatregelen kunnen bijdragen aan het verhogen van de kwantiteit en kwaliteit van gescheiden ingezamelde grondstoffen en mogelijk ook leiden tot een betere klanttevredenheid. Voor het succesvol invoeren van grotere systeemwijzigingen zoals DIFTAR zijn inzet van handhaving en communicatie essentieel. • Het is inmiddels ruim anderhalf jaar geleden dat de wijziging van het inzamelsysteem werd afgerond. Sindsdien is er in de communicatie minder aandacht geweest voor afval en grondstoffen. Uit de eindevaluatie blijkt dat inwoners hun scheidingsgedrag in 2021 niet veel verder verbeteren ten opzichte van het jaar ervoor. Intensievere communicatie over het waarom en hoe van afvalscheiding kan bijdragen aan het optimaliseren van de resultaten. • Een kleine groep inwoners zegt in de enquête afvalscheiding niet belangrijk te vinden. Dit blijkt ook uit de praktijk: sommige mensen blijven slecht scheidingsgedrag vertonen. Dit leidt tot vervuilde afvalstromen en hogere verwerkingskosten. De inzet van handhaving kan bijdragen aan het veranderen van het gedrag van deze groep. Ook zou handhaving kunnen bijdragen aan het verminderen van het aantal bijplaatsingen bij ondergrondse containers. • Op weg naar een circulaire economie is betere recycling van grondstoffen belangrijk, maar ook het voorkomen van grondstofgebruik is van belang.

Preventieve maatregelen zoals repareren en lenen van producten en het stimuleren van verpakkingsvrij winkelen kunnen helpen om het afvalaanbod terug te dringen.

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10971374/1