337718 Bestemmingsplan Drakenburgergracht Zorg 2022 bijlage A Toelichting
Tekst van het document
5.8.2.8 Keur Waterschap Vallei en Veluwe Op 1 januari 2014 is de nieuwe Keur met de Algemene – en Beleidsregels van Waterschap Vallei en Veluwe in werking getreden. Het waterschap stelt deze regels vast ter behartiging van de waterschapstaak en het bereiken van de doelstelling zoals genoemd in artikel 2.1 van de Waterwet. Alle handelingen in of nabij een waterstaatswerk worden hieraan getoetst. 5.8.2.9 Gemeentelijk Water en Rioleringsplan Soest-Baarn2018-2022, versie Baarn Gemeente Soest en Baarn hebben gezamenlijk een rioleringsplan opgesteld. Ontwikkelingen die met onderhavig plan mogelijk gemaakt worden, mogen niet in strijd zijn met dit rioleringsplan. Nieuwe ontwikkelingen op beide woon-/zorgparken worden getoetst aan dit plan. 5.8.2.10
Conclusie
Het bestemmingsplan is opgesteld in overeenstemming met het hierboven beschreven beleid. 5.8.3
Waterbelangen
In het plangebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde A-wateren), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Vanwege de forse omvang van de ontwikkelingen, is aandacht besteed aan de waterbelangen in relatie tot de beoogde plannen voor woon-/zorgparken Sherpa en Amerpoort. Hierbij is rekening gehouden met de kwetsbare doelgroep die op de woon-/zorgparken verblijft, waardoor het toevoegen van oppervlaktewater vanwege veiligheidsaspecten niet de voorkeur heeft. Vanwege de mate van flexibiliteit die het bestemmingsplan biedt in combinatie met een verre planhorizon, is geen sprake van een volledig uitgewerkt plan voor de waterhuishouding in het plangebied. Wel wordt een aantal uitgangspunten meegegeven, waarmee de waterbelangen bij concrete ontwikkelingen in het plangebied kunnen worden geborgd. Hemelwater wordt in het plangebied op basis van de trits 'vasthouden-bergen-afvoeren' zoveel mogelijk ter plaatse vastgehouden. Vanwege het natuurlijke en groene karakter van het plangebied worden hiervoor kansen gezien, bijvoorbeeld in de bosbodem, middels groene daken of door toepassing van infiltratiesystemen. Wanneer dit redelijkerwijs niet mogelijk is, kan worden geloosd op oppervlaktewater.
Deze watergangen en het oppervlaktewater zijn, ter bescherming van de kwetsbare doelgroep, vooral aan de randen van de woon-/zorgparken gesitueerd. Vanwege de aanwezigheid van een drukriool kan hemelwater niet via het riool worden afgevoerd.
Drakenburgergracht Zorg 2022 Pagina 53 van 63
Vanwege de omvang van de ontwikkelingen geldt dat de hoeveelheid te lozen water vanaf verhard oppervlak in oppervlaktewater geen nadelig effect mag hebben op het ontvangend waterlichaam. Dit houdt in dat er conform de Keur van het waterschap nadelige effecten op het watersysteem worden gecompenseerd, er niet meer dan de plaatselijk geldende landelijke afvoer vanuit het plangebied wordt geloosd, er een waterberging van 60 mm per toegenomen m2 verhard oppervlak wordt gerealiseerd in de vorm van een statische berging met een capaciteit 600 m3 per hectare verhard oppervlak of een dynamische berging waarbij rekening wordt gehouden met infiltratie. Waterberging kan bijvoorbeeld worden gerealiseerd door het creëren van overcapaciteit in het ontvangende watersysteem, waarbij moet worden gedacht aan het ophogen/aanpassen van stuwconstructies naar knijpconstructies in de watergangen rond de woon-/zorgparken. Door het realiseren van voldoende waterbergende capaciteit wordt wateroverlast als gevolg van zware regenbuien zoveel mogelijk voorkomen. Er is geen sprake van een overstromingsgevoelig gebied. Bij nieuwbouw op de woon-/zorgparken wordt wel rekening gehouden met de grondwaterstand. Bebouwing wordt aangepast aan het grondwaterregime, niet andersom. Dit betekent dat wordt ontworpen ten opzichte van de GHG (gemiddeld hoogste grondwaterstand).
De ontwateringsnorm voor wegen (kruin van de weg) is 70 cm boven GHG en voor woningen 90 cm (ten opzichte van onderkant vloer). Ook zal er sprake zijn van een grondwater neutrale situatie in de gebruiksfase: structurele drainage of andere middelen om grondwater af te voeren zijn in principe niet toegestaan. Ook worden bij nieuwbouw geen uitlogende materialen gebruikt op plaatsen die in contact kunnen komen met (grond)water. Bij nieuwbouw zal, zoals gebruikelijk in het plangebied, voor de afvoer van afvalwater, niet zijnde 'schoon' hemelwater, worden aangesloten op het riool. Er vinden geen lozingen van afvalwater, niet zijnde 'schoon' hemelwater, plaats op oppervlaktewater of in het grondwater. 5.8.4
Klimaatadaptatie
Het plangebied komt in de klimaateffectatlas (www.klimaatvalleienveluwe.nl) niet naar voren als een potentiële overlastlocatie. Om deze reden hoeven er geen extra maatregelen te worden genomen om woningen en infrastructuur op de woon-/zorgparken aan te passen aan eventuele wateroverlast. Het plangebied is gelegen in de bovenloop van watergangen. Gezien de klimaatveranderingen, waarin steeds vaker en ernstiger verdroging optreedt, is het van belang om water zo lang mogelijk hoog in het systeem vast te houden. Infiltratie van regenwater en het opzetten van stuwpeilen in de watergangen kan hieraan bijdragen. De zorgorganisaties Sherpa en Amerpoort bieden onderdak aan kwetsbare groepen. Vanuit het oogpunt van klimaatverandering en de daardoor toenemende perioden van hittestress (in duur en ernst) is het van belang de nieuwbouwontwikkelingen zo te ontwerpen dat hittestress wordt geminimaliseerd. Dit kan door maatregelen te treffen aan zowel bebouwing als omgeving. Ten aanzien van de omgeving is het van belang zoveel mogelijk schaduw te creëren en de omgeving zo min mogelijk te verharden. De groene daken die eerder genoemd zijn ten aanzien van waterberging, dragen ook bij aan een beter leefklimaat door isolatie van de onderliggende ruimte en verdamping en (dus) verkoeling van de buitenruimte.
Er kan ook worden gedacht aan het creëren van verticaal groen om hittestress in het plangebied te minimaliseren.
Drakenburgergracht Zorg 2022 Pagina 54 van 63
5.8.5
Conclusie
In verschillende overleggen tussen initiatiefnemer, gemeente en waterschap is de planvorming voor de ruimtelijke ontwikkelingen besproken. De gezamenlijke conclusie is dat de waterbelangen in relatie tot de ruimtelijke ontwikkelingen in voldoende mate zijn geborgd, en dat er wat betreft het aspect water sprake is van een uitvoerbaar bestemmingsplan. De gevolgen van het bestemmingsplan op de waterbelangen zijn, met inachtneming van wat is afgestemd met de initiatiefnemers en wat in deze paragraaf is beschreven, beperkt. Op basis daarvan wordt door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies gegeven. Indien voor ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt een watervergunning of melding nodig is, wordt deze aangevraagd door de initiatiefnemers. Een watervergunning van het waterschap is bijvoorbeeld nodig voor het dempen en/of vergraven van watergangen, het lozen van water op oppervlaktewater en het onttrekken van grondwater. Hiermee worden bepaalde waterbelangen in het plangebied nogmaals geborgd.
5.9
Verkeer & parkeren
Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen gevolgen hebben voor de verkeersafwikkeling op het wegennet aansluitend op het plangebied. Ontwikkelingen kunnen namelijk leiden tot extra verkeersbewegingen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet aandacht aan verkeer en parkeren worden besteed in een bestemmingsplan. 5.9.1
Onderzoek
Aan de hand van capaciteitsberekeningen (Bijlage 19) is onderzocht in hoeverre de plannen van Amerpoort en Sherpa gevolgen hebben voor de verkeersafwikkeling van beide zorgorganisaties via het kruispunt met de Zandheuvelweg. De basis voor de capaciteitsberekeningen vormt een verkeerstelling uit 2017, die in opdracht van de gemeente Baarn is uitgevoerd. Op basis van de verkeerstelling en het jaarpercentage autonome groei (0,85 procent per jaar) zijn berekeningen uitgevoerd voor het toetsjaar 2030. Dit is 10 jaar na vaststelling van het bestemmingsplan. Hierbij is uitgegaan van een groei van Sherpa met 100 cliënten voor dagbesteding en met 100 cliënten voor wonen en een gelijkblijvend aantal cliënten/bewoners voor Amerpoort. Uit de berekeningen blijkt dat in 2030 in de avondspits de wachttijd op de Eemeroordlaan relatief hoog is. Met de groei van Sherpa komt de wachttijd, voor verkeer dat linksaf de Zandheuvelweg wil opdraaien in 2030 boven de grenswaarde van 20 seconden uit. Een grenswaarde van 20 seconden wordt over het algemeen aangehouden als aanvaarbare wachttijd bij dit type kruising en weg. Echter, ook zonder de groei van Sherpa, met alleen de autonome verkeerstoename zal de wachttijd in 2030 al de grenswaarde van 20 seconden bedragen. De groei in de wachttijd is dus niet in zijn geheel toe te schrijven aan ontwikkelingen binnen het plangebied.
Gemeente Baarn, Sherpa en Amerpoort werken in overleg met elkaar aan een oplossing voor de verkeersafwikkeling op de Zandheuvelweg. Gemeente Baarn laat een ontwerp opstellen voor het aanpassen van de kruising, met als doel een verbeterde doorstroming. 5.9.2
Conclusie en vertaling in het bestemmingsplan
Autonome groei, zal er samen met de groei van Sherpa in het aantal bewoners, voor zorgen dat de wachttijd op de Eemeroordlaan, op woon-/zorgpark Sherpa, toeneemt tot boven de grenswaarde van 20 seconden. De wachttijden buiten het plangebied nemen niet toe tot boven de grenswaarde. Er zijn geen negatieve effecten op de doorstroming voor verkeer buiten het plangebied. Parallel aan het bestemmingsplantraject voeren de gemeente Baarn en de zorgorganisaties Amerpoort en Sherpa overleg over optimalisering van de ontsluiting op de Zandheuvelweg. Een eventuele aanpassing van de kruising in een later stadium vormt geen belemmering voor de Drakenburgergracht Zorg 2022 Pagina 55 van 63
uitvoerbaarheid van het voorliggende bestemmingsplan. Aanpassing van de kruising vindt plaats buiten het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan, maar zal wel leiden tot een gunstigere situatie binnen het plangebied. Parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Het maximale aantal bewoners bij Amerpoort wordt niet uitgebreid, waardoor er geen extra parkeerbehoefte ontstaat, omdat het aantal medewerkers en bezoekers door het gelijkblijvende aantal bewoners niet noemenswaardig zal toenemen. Voor Sherpa geldt dat een groei van het aantal bewoners ook een groei van het aantal medewerkers en bezoekers met zich meebrengt. De bijbehorende parkeervraag wordt volledig opgevangen op eigen terrein, binnen het plangebied. Op het eigen terrein is namelijk voldoende ruimte beschikbaar voor het realiseren van parkeerplaatsen. Door de flexibele kaders die het bestemmingsplan biedt is op dit moment niet exact duidelijk wat, waar en wanneer er wordt ontwikkeld op woon-/zorgpark Sherpa. Hierdoor is dus ook nog niet bekend wat de exacte parkeerbehoefte zal zijn.
Bij concrete ontwikkelingen die zien op een uitbreiding van het aantal bewoners (bijvoorbeeld nieuwe woningen waardoor het aantal bewoners en dus het aantal personeelsleden en bezoekers toeneemt) zal een aantal parkeerplaatsen worden gerealiseerd conform de parkeernormen in de Nota Parkeernormen 2014-2019 van de gemeente Baarn, of diens wettelijke opvolger. Op dit moment is een zorgorganisatie niet opgenomen in de parkeernormen van de gemeente Baarn, en wordt in de hiervoor genoemde nota verwezen naar publicatie 317 van CROW (‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’). Parallel aan het bestemmingsplan is Sherpa op dit moment bezig met het realiseren van een nieuw parkeerterrein.
5.10
Luchtkwaliteit
5.10.1 Toetsingskader In de Wet milieubeheer (hierna: Wm) zijn eisen opgenomen waaraan de luchtkwaliteit in de buitenlucht moet voldoen. Hierin is onderscheid gemaakt in grenswaarden waaraan nu moet worden voldaan en grenswaarden waarin in de toekomst moet worden voldaan. De meest kritieke stoffen zijn stikstofdioxide en fijnstof. Voor andere in de Wm genoemde stoffen, wordt in Nederland, behoudens bijzondere situaties, overal voldaan aan de vereisten. Kern van het onderdeel luchtkwaliteit van de Wm is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en op welke wijze overschrijdingen van de luchtkwaliteit dienen te worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen, zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. Projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit, hoeven niet meer te worden getoetst aan de hiervoor geldende grenswaarden. De beoordelingscriteria of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in het "Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)".
In dit Besluit is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma, een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m3 NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. In de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' zijn categorieën van gevallen aangewezen die in ieder geval niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Wanneer een ontwikkeling valt onder één van die categorieën is het niet nodig een onderzoek naar de luchtkwaliteit uit te voeren. Op grond van artikel 5.16 Wm wordt een bestemmingsplan enkel vastgesteld wanneer aannemelijk is gemaakt dat: Het bestemmingsplan niet leidt tot het overschrijden van de in de wet genoemde grenswaarden; of
Drakenburgergracht Zorg 2022 Pagina 56 van 63
De luchtkwaliteit als gevolg van het vergunde plan per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft, of, bij een beperkte toename, door een met de ontwikkeling samenhangende maatregel of effect, per saldo verbetert; of Het bestemmingsplan niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een stof waarvoor in de wet grenswaarden zijn opgenomen; of De ontwikkeling is opgenomen of past in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. 5.10.2 Onderzoek De in de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' opgenomen categorieën zijn niet van toepassing. Daarom is met behulp van de NIBM-tool berekend of er sprake is van een project dat NIBM bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Uit de NIBM-tool volgt dat hier inderdaad sprake van is. Het project draagt NIBM bij aan de luchtverontreiniging. Uit Bijlage 19 volgt dat er richting Sherpa op termijn sprake zal zijn van 21 procent toename van de verkeersbewegingen als gevolg van de groei van het aantal personeelsleden ten behoeve van de extra 100 cliënten. Volgens de NIBM-tool is er zelfs bij een onrealistisch hoog aantal extra voertuigbewegingen (1000 per weekdaggemidelde) en een aandeel vrachtverkeer van 5,0 procent sprake van een bijdrage die NIBM is.
Op basis hiervan kan met zekerheid worden gesteld dat dit ook geldt voor de veel lagere groei van het aantal verkeersbewegingen als gevolg van een toenemend cliëntaantal bij Sherpa.
NIBM-tool 5.10.3 Conclusie en vertaling in het bestemmingsplan De ontwikkelingen die met het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt dragen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Er is enkel bij Sherpa op termijn sprake van een groei in het aantal cliënten en de bijbehorende verkeersbewegingen. Verder zal het plan niet leiden tot een groei van het aantal verkeersbewegingen ten opzichte van wat nu in het vigerende bestemmingsplan al mogelijk is. Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
Drakenburgergracht Zorg 2022 Pagina 57 van 63
5.11
M.e.r.-beoordeling
In bijlage D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is een groot aantal activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Eén van de genoemde activiteiten betreft de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen (activiteit D11.2). Ook het wijzigen van twee woon-/zorgparken wordt gezien als een stedelijk ontwikkelingsproject. Het Besluit m.e.r. geeft onder ‘gevallen’ per activiteit aan wat de relevante drempel is voor een m.e.r.-(beoordelings)plicht. De relevante gevallen voor een stedelijk ontwikkelingsproject zijn: een oppervlakte van 100 hectare of meer; een aaneengesloten gebied dat 2.000 of meer woningen omvat; een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de drempelwaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de Europese richtlijn milieueffectbeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten, een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.- beoordeling'. Als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Met voorliggend bestemmingsplan wordt een ontwikkeling mogelijk gemaakt die ruim onder drempelwaarden ligt voor activiteit D11.2. Er is een aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.
opgesteld waarin aandacht is besteed aan de kenmerken van het project en de locatie en de potentiële milieueffecten als gevolg van het project. De aanmeldingsnotitie (concept) is opgenomen in Bijlage 20. Op basis van de aanmeldingsnotitie kan worden gesteld dat er geen noodzaak is voor het doorlopen van een verdere m.e.r.-beoordelingsprocedure. Het college van Burgemeester en Wethouders dient hierover een besluit te nemen voordat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage wordt gelegd.
Drakenburgergracht Zorg 2022 Pagina 58 van 63
Hoofdstuk 6
6.1
Juridische planopzet
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt de juridische regeling van het bestemmingsplan toegelicht. Allereerst volgt een algemene toelichting op de opzet van het bestemmingsplan. Vervolgens wordt de planvorm toegelicht en ingegaan op de relatie met andere bestemmingsplannen en inpassingsplannen. Vervolgens wordt een artikelsgewijze toelichting op de regels gegeven.
6.2
Opzet bestemmingsplan
Dit bestemmingsplan is opgezet conform de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro), zoals die gelden sinds 1 juli 2008. Naast deze toelichting bestaat het bestemmingsplan uit planregels en een verbeelding. Standaard vergelijkbare bestemmingsplannen (SVBP) De regels van dit bestemmingsplan zijn opgezet conform de Wro en het Bro, zoals die gelden sinds 1 juli 2008. Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (hierna: SVBP 2012). De SVBP 2012 maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn conform deze standaarden opgesteld.
6.3
Planvorm
Dit bestemmingsplan komt in de plaats van de andere bestemmingsplannen ter plaatse van het plangebied. De bestemmingen van dit plan vervangen de bestemmingen uit de andere plannen.
6.4
Artikelsgewijze toelichting
6.4.1
Hoofdstuk1 Inleidende regels
In het eerste hoofdstuk van de regels zijn de inleidende regels opgenomen. Deze bestaan uit definities van begrippen in artikel 1 en de wijze van meten in artikel 2. 6.4.2
Hoofdstuk2 Bestemmingsregels
In hoofdstuk twee van de regels zijn per bestemming de bestemmingsregels opgenomen. Het bestemmingsplan kent bestemmingen: Artikel 3 Bedrijf - Nutsvoorziening Met deze bestemming wordt de aanwezigheid van een antenne op woon-/zorgpark Sherpa juridisch geregeld. Artikel 4 Cultuur en Ontspanning - Kinderboerderij Met deze bestemming wordt de aanwezigheid van een kinderboerderij en dagbesteding op woon-/zorgpark Amerpoort juridisch geregeld.
Drakenburgergracht Zorg 2022 Pagina 59 van 63
Artikel 5 Groen Met deze bestemming wordt de kenmerkende groenstructuur op beide woon-/zorgparken juridisch geregeld. Ook voorzieningen ten behoeve van de ontsluiting van de woon-/zorgparken zijn mogelijk binnen deze bestemming, indien daar vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid in relatie tot de kwetsbare bewoners van de woon-/zorgparken behoefte aan blijkt te zijn. Voor werkzaamheden die schadelijk kunnen zijn voor het aanwezige groen op de woon-/zorgparken, is een vergunningenstelsel opgenomen. Artikel 6 Maatschappelijk - Zorg Dit is de hoofdbestemming voor beide woon-/zorgparken. Met deze bestemming is de aanwezigheid van de bestaande zorgfuncties plus de verruiming van de bebouwingsmogelijkheden op beide woon-/zorgparken juridisch geregeld. De bouwvlakken vallen samen met de bestemming. Daarnaast wordt voorzien in een tweetal aanduidingen, waarmee per zorgorganisatie de bebouwingsmogelijkheden in m2 BVO, m2 footprint en m2 bijgebouwen worden geregeld. Artikel 7 Natuur Met deze bestemming wordt het Natuurnetwerk Nederland binnen het plangebied juridisch geregeld. De gronden zijn aangewezen voor instandhouding, aanleg en ontwikkeling van natuurwaarden, waarbij het gaat om het NNN.
(De aanleg van) voorzieningen ten behoeve van de ontsluiting van de woon-/zorgparken en parkeervoorzieningen zijn mogelijk binnen deze bestemming, mits hierdoor de natuurwaarden niet onevenredig aangetast worden en de mogelijkheden voor herstel, versterking of ontwikkeling van natuurwaarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind. Artikel 8 Verkeer - Verblijfsgebied Met deze bestemming wordt de ontsluiting van woon-/zorgpark Amerpoort, met de aansluiting op de Zandheuvelweg, juridisch geregeld. Artikel 9 Water Het belangrijkste oppervlaktewater binnen het plangebied van het bestemmingsplan is als ‘Water’ bestemd. Deze gronden zijn bestemd voor vijvers, kaden, oevers en de waterhuishouding, met de daarbij behorende andere bouwwerken. Artikel 10 Leiding - Gas Deze bestemming ligt op een strook waarin leidingen (hoofd)gastransportleidingen gelegen zijn. Ter weerszijden van de gastransportleidingen is een zogenaamde belemmeringenstrook opgenomen. De breedte van deze belemmeringenstrook hangt af van de druk van de desbetreffende leiding en bedraagt vier of vijf meter ter weerszijden van de hartlijn van de leiding. Binnen de aangegeven strook mogen geen gebouwen en bouwwerken worden gebouwd, anders dan ten behoeve van de leidingen.
De bestemming moet voorkomen dat bebouwing te dicht op leidingen wordt gesitueerd, wat het doelmatig gebruik van de leidingen zou kunnen aantasten. Voor werkzaamheden die schadelijk kunnen zijn voor de gastransportleidingen is een vergunningenstelsel opgenomen. Artikel 11 Leiding - Water In het plangebied bevindt zich een 700 mm hoofdtransportleiding voor water. Deze leidingstrook is onder de bestemming ‘Leiding - Water’ gebracht. De breedte van de strook is gebaseerd op de doorsnede van de leidingen, met aan weerszijden een belemmeringenstrook van vijf meter die onbebouwd, onbeplant en onverhard moeten blijven. Artikel 12 Waarde - Archeologie De bestemming is gericht op het behoud van de mogelijk te verwachten archeologische waarden.
Drakenburgergracht Zorg 2022 Pagina 60 van 63
De dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie’ is gekoppeld aan bouwregels alsmede aan een omgevingsvergunningstelsel. 6.4.3
Hoofdstuk3 Algemene regels
In hoofdstuk drie van de regels zijn de algemene regels opgenomen. In Artikel 13 zijn de algemene aanduidingsregels opgenomen, waarin zaken zijn geregeld omtrent het bouwen in gronden met de aanduiding 'overige zone - herbegrenzing NNN', die nu als 'Maatschappelijk-Zorg' bestemd zijn. In Artikel 14 is de Anti-dubbeltelregel opgenomen. Het Bro stelt de verplichting de antidubbeltelregel over te nemen in bestemmingsplannen. Deze standaardbepaling heeft als doel te voorkomen dat van ruimte, die in een bestemmingsplan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie is mogelijk gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, opnieuw ten tweede male zou kunnen worden gebruikgemaakt. In Artikel 15 zijn de overige regels opgenomen. In de overige regels wordt de verhouding met de onderliggende bestemmingsplannen en inpassingsplannen geregeld. In Artikel 16 zijn de algemene gebruiksregels opgenomen. In de overige regels wordt ingegaan op strijdig gebruik. In Artikel 17 zijn de algemene afwijkingsregels opgenomen. In Artikel 18 zijn de algemene wijzigingsregels opgenomen. Met een wijzigingsbevoegdheid is het verschuiven van de groene assen op het terrein van Amerpoort mogelijk gemaakt. 6.4.4
Hoofdstuk4 Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 4 van de regels zijn de overgangs- en slotregels opgenomen. In Artikel 19 zijn de overgangsregels opgenomen. De overgangsregels zijn voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening. Hiermee worden de bestaande rechten op de gronden beschermd. In Artikel 20 zijn de slotregels opgenomen. Hier wordt de titel van het bestemmingsplan gegeven. De titel waarmee het bestemmingsplan kan worden aangehaald is bestemmingsplan 'Drakenburgergracht Zorg 2022'.
Drakenburgergracht Zorg 2022 Pagina 61 van 63
Hoofdstuk 7
7.1
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Een bestemmingsplan dient maatschappelijk uitvoerbaar te zijn. De ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt met het bestemmingsplan dienen te zijn besproken met belanghebbenden. Dit kunnen zowel (overheids)instanties als burgers en private partijen zijn. Vooroverleg Het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan pleegt daarbij conform artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening overleg met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het kader van het wettelijk vooroverleg is het voorontwerpbestemmingsplan toegezonden aan de vooroverlegpartners. ProRail, Gasunie, de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) en de Provincie Utrecht hebben een vooroverlegreactie ingediend. In Bijlage 21 is de Nota vooroverlegreacties opgenomen, waarin de betreffende vooroverlegreacties zijn samengevat en per inhoudelijk punt is gereageerd op de vooroverlegreacties. Hierbij is aangegeven of de vooroverlegreactie heeft geleid tot een wijziging van het bestemmingsplan. Inspraak & zienswijzen Wettelijk gezien is er vanuit de Wet ruimtelijke ordening (Wro) geen verplichting om een inspraakmogelijkheid te bieden tijdens de voorbereiding van een bestemmingsplan.
Van het voorliggende bestemmingsplan is een voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. Er was gedurende terinzagelegging van het voorontwerp voor eenieder de mogelijkheid voor het indienen van een inspraakreactie. Er zijn geen inspraakreacties ontvangen naar aanleiding van de terinzagelegging van het voorontwerpbestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan heeft ter inzage gelegen van vrijdag 24 september tot en met donderdag 4 november 2021. Gedurende deze periode zijn twee zienswijzen ingediend. De beantwoording van deze zienswijzen is opgenomen in Bijlage 22 van onderhavig bestemmingsplan. Naar aanleiding van de zienswijze van N.V. Nederlandse Gasunie is, met de toevoeging van de dubbelbestemming Leiding-Gas op het terrein van Sherpa, de verbeelding aangepast. Tevens is een geactualiseerde versie van het veldonderzoek naar NNN bijgevoegd. Deze is aangevuld met een afgerond onderzoek naar paddenstoelen. Dit heeft niet geleid tot aanpassingen in onderhavig bestemmingsplan.
Drakenburgergracht Zorg 2022 Pagina 62 van 63
7.2
Economische uitvoerbaarheid
Een bestemmingsplan moet economisch uitvoerbaar zijn. De exploitatiekosten en eventuele planschade moeten gedekt zijn. Exploitatiekosten De kosten van de exploitatie van de woon-/zorgparken blijft, net als in de huidige situatie, voor rekening van de zorgorganisaties Amerpoort en Sherpa. Het plangebied bestaat volledig uit de private percelen van Amerpoort en Sherpa, binnen het plangebied is geen sprake van gemeentegrond. Planschade Bij wijzigingen van het planologisch regime kan er voor belanghebbenden in de nabijheid van het plangebied schade als gevolg van waardedaling ontstaan. Deze schade wordt planschade genoemd. De grondslag voor de tegemoetkoming in planschade wordt gevormd door afdeling 6.1 van de Wro. Tegemoetkoming is aan de orde indien schade ontstaat in de vorm van inkomensderving of vermindering van de waarde van een onroerende zaak door een wijziging van het planologisch regime, die leidt tot een planologisch nadeel voor een belanghebbende. Overigens leidt niet ieder planologisch nadeel tot (voor vergoeding in aanmerking komende) schade. Een tegemoetkoming wordt toegekend voor zover de schade redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en voor zover de tegemoetkoming niet voldoende anderszins verzekerd is. Dit laatste is bijvoorbeeld aan de orde bij de vestiging van zakelijke rechten en de verwerving van objecten.
In deze gevallen is sprake van een volledige schadeloosstelling, inclusief een tegemoetkoming in planschade. De planschade is op die manier anderszins verzekerd. Exploitatie- en planschadeovereenkomst De gemeente Baarn sluit een overeenkomst met de initiatiefnemer over de exploitatiekosten en de eventuele kosten als gevolg van verzoeken om tegemoetkoming in planschade. Deze overeenkomst wordt gesloten voordat het bestemmingsplan wordt vastgesteld. Door het sluiten van een exploitatieovereenkomst kan afgezien worden van een exploitatieplan zoals bedoeld in artikel 6.12 Wro. Het plan wordt hiermee geacht economisch uitvoerbaar te zijn. Een samenvatting van de overeenkomst wordt gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd.
Drakenburgergracht Zorg 2022 Pagina 63 van 63