CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

337718 Bestemmingsplan Drakenburgergracht Zorg 2022 bijlage 22 Nota beantwoording zienswijzen

Besluit in de Raad 23 februari 2022, gemeente BaarnBij agendapunt: Bestemmingsplan Drakenburgergracht Zorg 20221.518 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactienota Zienswijzen Bestemmingsplan Drakenburgergracht Zorg 2022 gemeente Baarn 1 december 2021

1

Inhoudsopgave Inleiding ............................................................................................................................................................................................ 3 1.1 Ter plaatse geldende bestemmingsplan ................................................................................................ 3 1.2 Procedure .................................................................................................................................................... 3 Samenvatting en reactie op de zienswijzen ............................................................................................................................ 4 2.1 Zienswijze 1 (Gasunie) ............................................................................................................................. 4 2.2 Zienswijze II (Stichting Natuur en Milieu federatie Utrecht).......................................................... 4

2

Inleiding Verandering in de zorgbehoefte en veranderende eisen ten aanzien van de zorg leidt tot een behoefte aan uitbreidingsruimte van de zorginstellingen Sherpa en Amerpoort. Het ontwerpbestemmingsplan is opgesteld om uitbreiding mogelijk te maken binnen de huidige begrenzing van de beide zorgterreinen. De uitbreidingsmogelijkheden bedragen maximaal 20% van de bebouwingsmogelijkheden die het huidige bestemmingsplan Drakenburgergrachtzorg mogelijk maakt.

1.1

Ter plaatse geldende bestemmingsplan

Ter plaatse vigeert het bestemmingsplan 'Drakenburgergracht – Zorg', dat op 27 januari 2010 is vastgesteld door de gemeenteraad van Baarn. Tevens zijn op enkele gedeelten van het plangebied de bij dit bestemmingsplan behorende wijzigingsplannen 'Drakenburgergracht - Zorg, bouwvlakken Amerpoort' en 'Drakenburgergracht - Zorg, bouwvlakken Sherpa' van toepassing. Deze wijzigingsplannen zijn op respectievelijk 11 november 2014 en 7 april 2015 vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarn. Met de wijzigingsplannen zijn enkele wijzigingen aan de bouwvlakken en bebouwingsmogelijkheden gedaan. Er is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk om de uitbreidingsmogelijkheden planologisch juridisch mogelijk te maken.

1.2

Procedure

Om het plan mogelijk te maken is een nieuw bestemmingsplan voorbereid op grond van hoofdstuk 3 Wro. Het ontwerpbestemmingsplan heeft ter inzage gelegen van vrijdag 24 september 2021 tot en met donderdag 4 november 2021

3

Samenvatting en reactie op de zienswijzen Er zijn twee zienswijzen binnen de termijn ingediend. Overzicht inspraakreacties: Wie Onderwerp Zienswijze 1 Leidingtracé Gasunie Zienswijze 2 Diverse

2.1

Ingekomen/verzonden op 1 november 2021 3 november 2021

Zienswijze 1 (Gasunie)

Samenvatting zienswijze 1 a. Een in het plangebied aanwezige leiding is op 1 locatie nabij de Oud-Eemnesserweg niet bestemd (Zie onderstaande afbeelding 1). Wij verzoeken u om het ontbrekende deel van de gastransportleiding alsnog in het plan op te nemen met de dubbelbestemming 'Leiding-Gas'. Reactie gemeente zienswijze 1 a. In het bestemmingsplan zal conform het verzoek een dubbelbestemming ‘Leiding-Gas’ worden opgenomen voor het betreffende deel van de gastransportleiding. Dit overeenkomstig de van Gasunie ontvangen leidinggegevens.

Conclusie zienswijze 1 De zienswijze geeft aanleiding om wijzigingen in het bestemmingsplan aan te brengen.

2.2

Zienswijze II (Stichting Natuur en Milieu federatie Utrecht)

Samenvatting zienswijze II a. Men stelt dat beide zorgparken geen bestaand stedelijk gebied zijn en ook niet als zodanig zijn aan te merken maar dat er ingevolge provinciale regelgeving sprake is van een bebouwingsenclave buiten het stedelijk gebied. Men stelt vervolgens dat binnen deze bebouwingsenclaves aan de huisvestingsbehoefte van de zorginstellingen zou kunnen worden voldaan. Daarmee geeft men aan dat nieuwe bouwmogelijkheden buiten deze bebouwingsenclaves niet aan de laddertoets voor duurzame verstedelijking voldoen. Om de balans tussen rood en groen te borgen geeft men aan dat gestapelde woonbebouwing niet bij voorbaat mag worden uitgesloten. b. Hoewel de stelling uit de notitie stikstofdepositie stelt dat er in geen enkel Natura-2000 gebied sprake is van een depositie van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar aannemelijk is, is dit niet eenvoudig controleerbaar. Men verzoekt de Aerius-berekening in een separaat bestand als bijlage bij bestemmingsplannen te voegen zodat die eenvoudig controleerbaar is. c. In de stedenbouwkundige visies wordt herhaaldelijk gesproken over het verwijderen van onderbegroeiing om het gebied aantrekkelijker en overzichtelijker te maken. Men stelt dat dit op gespannen voet staat met de gezondheid van ecosystemen en dat onderbegroeiing onmisbaar is om een ecosysteem in balans te houden en de kans op plaagsoorten te verkleinen.

Men verzoekt om daar waar mogelijk de onderbegroeiing te behouden en uit te breiden. d. Men stelt dat de herbegrenzing van het NNN niet leidt tot meerwaarde, maar leidt tot nadelige gevolgen voor de wezenlijke kenmerken en waarden, oppervlakte en samenhang van het natuurnetwerk Nederland (NNN). Deze nadelige gevolgen worden onvoldoende gecompenseerd, waardoor deze ontwikkeling niet in deze vorm gerealiseerd kan worden.

4

Reactie gemeente zienswijze II a. De Ladder geldt alleen voor 'nieuwe' stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er volgens het voorheen geldende planologische regime aanwezig was of gerealiseerd kon worden. Ontwikkelingen die geen extra verstedelijking tot gevolg hebben, worden niet gezien als stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Zoals in de toelichting van het bestemmingsplan is aangegeven, neemt het ruimtebeslag van de woon-/zorgparken van Sherpa en Amerpoort niet toe. Er wordt enkel voorzien in ruimere bebouwingsmogelijkheden binnen de gelijkblijvende begrenzing van beide woon-/zorgparken. De beide woon-/zorgparken zijn aan te merken als bestaand stedelijk gebied. Er is dus geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en formeel is een toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking niet benodigd. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is wel gekeken of er een (kwantitatieve) behoefte is aan de beoogde ontwikkeling. Er blijkt sprake van een urgente behoefte aan ruimere bebouwingsmogelijkheden. Deze behoefte vindt zijn grondslag in de ontwikkelingen die plaatsvinden in de zorg, waardoor er steeds meer ruimte per cliënt nodig is.

In de toelichting van het plan wordt eveneens de wijze waarop aan het bepaalde in de Interim Omgevingsverordening van Provincie Utrecht is voldaan, beschreven. In de verordening worden regels gesteld ten aanzien van verstedelijking binnen bebouwingsenclaves, waarbij, gezien het groene karakter en de brede opzet van de woon-/zorgparken, de beide afzonderlijke terreinen in hun geheel, inclusief groene zones, beschouwd worden als bebouwingsenclaves. Met het opstellen van de ruimtelijke- en natuurvisie wordt voldaan aan de regels die gesteld worden aan de verstedelijking binnen bebouwingsenclaves. Men wil gestapelde woonbebouwing niet bij voorbaat uitsluiten. Het huidige zorgbeleid gaat echter, met het oog op de doelgroep, uit van de realisatie van gelijkvloerse woningbouw. Om het ruimtebeslag zoveel mogelijk te beperken, is ervoor gekozen de ondersteunende voorzieningen gestapeld mogelijk te maken. Dit valt ook te herleiden uit de visie. b. Uit de reactie van indienen begrijpen wij dat er een behoefte bestaat om te kunnen controleren of de Aeriusberekening de in het plan opgenomen conclusie ten aanzien van stikstofdeposite onderschrijft. Deze zal derhalve toe worden gevoegd aan het plan. c. Het bestemmingsplan stelt geen regels voor het in standhouden van met ecosystemen samenhangende onderbegroeiing.

Wel is in de bestemmingen ‘Groen’ en ‘Natuur’ een vergunningstelsel opgenomen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. Hier gaat een beschermende werking vanuit ten aanzien van houtopstanden of houtgewas, indien hier een specifieke natuurwaarde voor geldt. Voorwaarde voor vergunningverlening is immers dat is aangetoond dat de natuurwaarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast door werkzaamheden. Gesteld kan worden dat, ook al regelt het bestemmingsplan niet specifiek de bescherming van onderbegroeiing en daarmee samenhangende ecosystemen, het te allen tijde verboden is te handelen in strijd met de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet geldt op zichzelf. Indien werkzaamheden strijdig zijn met Wnb, zal het in dat kader gehandhaafd moeten worden. d. Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is, als het gaat om de aantasting van NNN, gekozen voor de ‘meerwaardebenadering’, zoals in Artikel 6.3 lid 1 onder b als uitzondering wordt benoemd op de ‘Instructieregel geen aantasting Natuur Netwerk Nederland’. Voorwaarden die hier gesteld worden, zijn dat de ontwikkelingen, binnen een samenhangend gebied, binnen tien jaar leiden tot een meerwaarde voor het NNN voor wat betreft kwaliteit, oppervlakte en samenhang.

Het onderzoek dat als bijlage 10 bij het bestemmingsplan gevoegd is, onderbouwt dat sprake is van een samenhangend gebied. Immers, de ontwikkellocaties en de compensatielocaties liggen beiden op het terrein van Amerpoort binnen of grenzend aan de huidige NNN begrenzing. Maatregelen die getroffen worden zijn gericht op het bevorderen van soorten of verbindingsfuncties, die mogelijk negatieve effecten ondervinden als gevolg van de uitvoering van werkzaamheden die met onderhavig bestemmingsplan mogelijk gemaakt worden. Voorts worden maatregelen getroffen die juist de potenties benutten voor binnen het gebied gewenste soorten. Er worden nieuwe arealen met biotopen voor bijzondere soorten gecreëerd. Dit zorgt voor een kwaliteitsverbetering en toename in habitatdiversiteit en daarmee algehele biodiversiteit. Doordat de oppervlakte met natuur minimaal gelijk blijft, en de kwaliteit netto toeneemt is sprake van een meerwaarde voor natuur.

Een en ander is geborgd met een algemene aanduiding ‘overige zone – herbegrenzing NNN’: hierin is opgenomen dat een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen en het uitvoeren van werken of werkzaamheden op gronden met de aanduiding 'overige zone - herbegrenzing NNN' alleen is toegestaan indien bij de aanvraag voor de omgevingsvergunning wordt aangetoond dat natuurcompensatie plaatsvindt binnen de als 'Natuur' aangemerkte gronden […] en waarbij sprake is van meerwaarde na 10

5

jaar, gerekend vanaf het moment van afgifte van de omgevingsvergunning en overeenkomstig de visie zoals deze is opgenomen als Bijlage 1 bij de regels. Voor wat betreft het doortrekken van de Rondweg is dit in het verleden ter sprake geweest en in het kader voor behoud van het natuur niet meer van toepassing. Conclusie zienswijze II De zienswijze geeft geen aanleiding om wijzigingen in het bestemmingsplan aan te brengen anders dan het toevoegen van de aangehaalde Aeriusberekening.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10954542/1