CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

337718 Bestemmingsplan Drakenburgergracht Zorg 2022 bijlage 1 Principeverzoek

Besluit in de Raad 23 februari 2022, gemeente BaarnBij agendapunt: Bestemmingsplan Drakenburgergracht Zorg 202213.101 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

35

Voorstel nieuwe indeling Natuurnetwerk Nederland (zie verder paragraaf 7.4). De provincie Utrecht kent verschillende methoden om ontwikkelingen in het NNN-gebied mogelijk te maken. Het betreft: ‘Plussen en minnen’, de ‘Saldobenadering’ en de ‘Herbegrenzing’. In alle gevallen zal onderbouwd moeten worden waarom en hoe de ontwikkeling bijdraagt aan de verbetering van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN, dit zowel in kwantiteit als in kwaliteit. Op basis van de hoeveelheid te bieden nieuwe natuur (waarbij tenminste een gelijke oppervlakte natuur terug moet komen, maar bij voorkeur een plus gegenereerd moet worden) en een sterke onderbouwing van nut, noodzaak en verbetering voor het NNN, kan medewerking worden verleend aan ontwikkelingen in het NNN-gebied. In de bestemmingsplanfase worden de ontwikkelingen in het NNN-gebied en de te compenseren natuur in samenwerking met de gemeente Baarn en de provincie Utrecht meer geconcretiseerd. 6.2 Oude bosgroeiplaatsen en oude boskernen Een groot deel van Nieuwenoord en enkele gedeelten van Eemeroord zijn door de provincie aangemerkt als Oude bosgroeiplaats. Hierbinnen liggen enkele oude boskernen. Een Oude bosgroeiplaats is een boslocatie die in het midden van de negentiende eeuw als bos op de historische kaarten staat aangegeven en tot op heden onafgebroken een boslocatie is gebleven.

Deze locaties zijn waardevol vanwege de bosbodemontwikkeling en daarmee samenhangende flora en fauna. Een Oude boskern is een actuele groeiplaats van autochtone bomen en struiken die afstammelingen zijn van de oorspronkelijk inheemse flora die na de ijstijd op eigen kracht

36

Nederland heeft bereikt. De groeiplaats kan zowel een bos betreffen als een houtwal of een enkele boom of struik die als relict van het oorspronkelijk bos te beschouwen is. Belangrijk is de aanwezigheid van een bosbodem van 150 jaar of ouder. Voor Oude bosgroeiplaatsen geldt dat geen ontheffing van herplantplicht wordt gegeven bij bomenkap. Herbeplanting kan niet op andere gronden plaatsvinden, maar dient op dezelfde gronden plaats te vinden (Beleidsregels natuur en landschap 2017). Bij herbeplanting geldt tevens een toeslag, gebaseerd op de leeftijd van de Oude bosgroeiplaats. In Oude boskernen gaat de Provincie gelet op de biodiversiteitsdoelstellingen zeer terughoudend om met het toestaan van kap. Oude bosgroeiplaatsen en Oude boskernen in relatie tot de uitbreidingsplannen Omdat er nog onduidelijkheid is rondom dit provinciale beleid en op welke situaties het wel of niet van toepassing is, kunnen op dit moment nog geen definitieve uitspraken worden gedaan omtrent dit onderwerp. In het bestemmingsplan zullen de effecten van dit beleid voor het project nader in beeld worden gebracht en worden uitgewerkt. 6.3 Beleid houtopstanden Uitgangspunt van Sherpa en Amerpoort is om alleen de hoogstnoodzakelijke kapwerkzaamheden uit te voeren. Amerpoort en Sherpa hechten namelijk zeer veel waarde aan de aanwezige beplanting op de terreinen.

Voor eventueel noodzakelijke kapwerkzaamheden wordt getoetst aan de geldende wetgeving en het geldende gemeentelijke beleid. Gemeentelijk beleid De terreinen van Amerpoort en Sherpa bevinden zich in een groene, bosrijke omgeving. Het is bij ontwikkelingen van belang om rekening te houden met de aanwezige bomen en beplanting op de terreinen. Om al in een vroeg stadium inzicht te krijgen in eventuele maatregelen op het gebied van houtopstanden is er getoetst aan het gemeentelijk beleid voor houtopstanden. Het gemeentelijk beleid voor houtopstanden is vastgelegd in drie beleidsstukken: • Bomenverordening gemeente Baarn 2016; • Uitvoeringsbeleid Bomenverordening gemeente Baarn 2016; • Bomenbeleidsplan 2013 – 2023 Baarn. Het Bomenbeleidsplan 2013 – 2023 Baarn geldt enkel binnen de bebouwde kom van de gemeente Baarn, zoals bedoeld in de Boswet (thans de Wet natuurbescherming). De terreinen van Sherpa en Amerpoort zijn gelegen buiten de bebouwde kom van de gemeente Baarn, zoals bedoeld in de Boswet. Hierdoor is het Bomenbeleidsplan 2013 – 2023 niet van toepassing. Volgens de Bomenverordening gemeente Baarn 2016 is voor het kappen van houtopstanden een omgevingsvergunning noodzakelijk. Deze omgevingsvergunning heeft een beperkte geldigheidsduur van drie jaar.

De omgevingsvergunning kan worden geweigerd op grond van: • de natuurwaarde van de houtopstand; • de landschappelijke waarde van de houtopstand; • de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon; • de beeldbepalende waarde van de houtopstand; • de cultuurhistorische waarde van de houtopstand. Mogelijk dienen er in de toekomst bomen geveld te worden om bepaalde ontwikkelingen mogelijk te maken. Op voorhand is echter niet bekend of en op welk moment en op welke manier binnen de ruimte die het bestemmingsplan biedt, ontwikkelingen plaatsvinden. Hierdoor, maar ook vanwege de beperkte houdbaarheid van een omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden is het niet mogelijk om vooraf de benodigde vergunning aan te vragen. Bij de uitvoering van de ontwikkelingen

37

die het bestemmingsplan mogelijk maakt, moet worden voldaan aan het beleid houtopstanden en zal, indien nodig, vergunning worden aangevraagd. Dit hoeft niet geborgd te worden in het bestemmingsplan, eenieder is namelijk gebonden aan de gemeentelijke bomenverordening. Wel zal hier in de toelichting van het bestemmingsplan melding van worden gemaakt. Wet natuurbescherming Naast het gemeentelijk beleid is er de Wet natuurbescherming, waarin in hoofdstuk 4 de bescherming van bomen buiten de bebouwde kom is geregeld. Volgens de Wet natuurbescherming is het verboden een houtopstand te vellen zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten. Er geldt in de provincie Utrecht een herplantplicht, waarbij binnen drie jaar na velling herbeplanting verplicht is. Bij de uitvoering van de ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, moet worden voldaan aan de Wet natuurbescherming. Op dat moment wordt, indien noodzakelijk, een melding gedaan. Hier geldt, net als bij het gemeentelijk beleid, dat eenieder is gebonden aan deze wet en dit niet in het bestemmingsplan geborgd hoeft te worden. 6.4 Conclusie beleidstoets Het voorliggende principeverzoek past binnen de kaders van de beleidsstukken waaraan in dit stadium is getoetst, of er zijn mogelijkheden om af te wijken van de beleidskaders.

In de toelichting van het bestemmingsplan wordt een uitgebreid beleidskader opgenomen, waarin ook het overig gemeentelijk beleid aan bod komt. Dit betreft, zoals reeds afgestemd met de gemeente, de volgende beleidsstukken: • Woonvisie 2016; • Nota Ruimtelijke kwaliteit; • Gemeentelijk Water en Rioleringsplan Baarn en Soest 2018-2022; • Parkeernormennota 2014 – 2019; • Toekomstvisie Baarn 2030 (Structuurvisie); • Actieplan Duurzaamheid 2015 – 2018.

38

7

Verkeer, geluid, ecologie en archeologie

7.1 Inleiding Voor het op te stellen bestemmingsplan dient onderzoek gedaan te worden naar de planologische haalbaarheid van de toekomstige ontwikkelingen. In dat kader is voor het principeverzoek alvast onderzoek gedaan naar de aspecten verkeer, geluid en ecologie. In het verleden heeft de gemeente Baarn reeds ecologisch onderzoek laten uitvoeren waarin de beide terreinen zijn meegenomen. De in het kader van dit principeverzoek reeds uitgevoerde onderzoeken zijn gericht op de gehele terreinen van beide zorginstellingen. De daadwerkelijke ontwikkelingen zullen plaats gaan vinden op diverse locaties op de beide terreinen. Mede op basis van de uitgevoerde onderzoeken is de eerder in dit principeverzoek besproken ruimtelijke visie opgesteld. In dit hoofdstuk worden de bevindingen uit de onderzoeken gepresenteerd. Voor de onderzoeken zelf wordt verwezen naar de bijlagen 7 tot en met 11. 7.2 Verkeer Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen gevolgen hebben voor de verkeersafwikkeling op het wegennet. Aan de hand van capaciteitsberekeningen is daarom onderzocht in hoeverre de plannen van Amerpoort en Sherpa gevolgen hebben voor de verkeersafwikkeling van beide zorginstellingen via het kruispunt met de Zandheuvelweg. De basis voor de capaciteitsberekeningen vormt een verkeerstelling uit 2017, die door de gemeente Baarn is verstrekt.

Ook heeft de gemeente Baarn aangegeven dat er kan worden uitgegaan van 0,85 procent autonome groei per jaar. Op basis van de verkeerstelling en het jaarpercentage autonome groei zijn berekeningen uitgevoerd voor het toetsjaar 2030. Dit is 10 - 11 jaar na vaststelling van het bestemmingsplan. Hierbij is uitgegaan van een groei van Sherpa met 100 cliënten voor dagbesteding en met 100 cliënten voor wonen en een gelijkblijvend aantal cliënten voor Amerpoort. Uit de berekeningen blijkt dat in 2030 in de avondspits de wachttijd op de Eemeroordlaan relatief hoog is. Met de groei van Sherpa komt de wachttijd, voor verkeer dat linksaf de Zandheuvelweg wil opdraaien in 2030 boven de grenswaarde van 20 seconden uit. Een grenswaarde van 20 seconden wordt over het algemeen aangehouden als aanvaarbare wachttijd bij dit type kruising en weg. Echter, ook zonder de groei van Sherpa, met alleen de autonome verkeerstoename zal de wachttijd in 2030 al de grenswaarde van 20 seconde bedragen. De groei in de wachttijd is dus niet in zijn geheel toe te schrijven aan ontwikkelingen binnen het plangebied. De gemeente Baarn, Sherpa en Amerpoort werken in overleg met elkaar aan een oplossing voor de verkeersafwikkeling op de Zandheuvelweg. De gemeente laat een ontwerp opstellen voor het aanpassen van de kruising, met als doel een verbeterde doorstroming.

Het betreft een ontwerp waarbij de kruising volledig wordt voorzien van verkeerslichten. Ook de mogelijkheid voor verplaatsing van de bushaltes naar weerszijden van de Zandheuvelweg wordt afgewogen. Een eventuele aanpassing van de kruising vormt geen belemmering voor het voorliggende principeverzoek en de bestemmingsplanherziening. Voor het aanpassen van de kruising en het mogelijk verplaatsen van de bushaltes geldt dat mogelijk de eigendomssituatie aangepast dient te worden. Het profiel van de Zandheuvelweg biedt mogelijk te weinig ruimte voor het aanpassen van de kruising, waardoor mogelijk een aanpassing van de eigendomssituatie nodig is. Ook voldoet het Bestemmingsplan Drakenburgergracht, dat van

39

toepassing is ter plaatse van de Zandheuvelweg mogelijk niet. Hiervoor kan in een later stadium een planologische procedure gestart worden door de gemeente. 7.3 Akoestiek Voor dit principeverzoek is akoestisch onderzoek uitgevoerd. In het akoestisch onderzoek is op basis van geluidcontouren inzichtelijk gemaakt wat de geluidsbelasting is binnen het plangebied. Met behulp van deze geluidcontouren wordt duidelijk waar vanuit de Wet geluidhinder zonder meer geluidgevoelige objecten kunnen worden gerealiseerd en waar dit mogelijk is mits aanvullende akoestische procedures doorlopen worden. In de gebieden waar de geluidsbelasting onder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB blijft, is ontwikkeling van geluidgevoelige functies (zoals wonen) mogelijk. Er is enkel gevelonderzoek nodig. Als ook het geluidsniveau op de gevel onder de maximale voorkeusgrenswaarde blijft, zijn geen maatregelen nodig. Voor de gebieden met hogere geluidsbelastingen geldt dat ontwikkeling van geluidgevoelige functies alleen mogelijk is na maatregelen. Indien het haalbaar is om met maatregelen de geluidsbelasting onder de maximale ontheffingswaarde te krijgen, kan eventueel een verzoek tot een besluit hogere waarde worden ingediend bij de gemeente Baarn. In de onderstaande afbeelding zijn de geluidcontouren ter plaatse van het plangebied, voor wegverkeer en railverkeer gecombineerd weergegeven.

De geluidcontouren geven een indruk van de locaties in het plangebied waar de geluidsbelasting onder de wettelijke grenswaarden blijft en waar dus zonder akoestische maatregelen ontwikkelingen kunnen plaatsvinden. Ook blijkt uit de figuur op welke locaties enkel ontwikkeld kan worden na akoestische maatregelen en/of een besluit hogere waarde.

Geluidcontouren plangebied In de onderzoeksrapportages in bijlage 8 en 9 zijn voor de terreinen van Amerpoort en Sherpa de geluidcontouren, uitgesplitst voor wegverkeer en railverkeer, opgenomen.

40

Voor het bestemmingsplan zal akoestisch onderzoek naar de geluidsbelasting ter plaatse van de daadwerkelijk in het bestemmingsplan op te nemen bouwvlakken worden uitgevoerd (gevelberekening). Voor bouwvlakken waar de geluidsbelasting boven de voorkeursgrenswaarde uit komt wordt vervolgens onderzoek naar maatregelen uitgevoerd. Indien maatregelen niet haalbaar zijn vanwege bijvoorbeeld financiële, technische of (steden)bouwkundige aspecten zal het noodzakelijk zijn om een besluit hogere waarde vast te stellen voor wegverkeer en/of spoorwegverkeer. Nieuwe geluidsgevoelige functies (woningen) dienen in dat geval, conform het gemeentelijk geluidbeleid, te beschikken over een geluidluwe gevel. Het aspect geluid levert geen onoverkomelijke problemen op voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Indien nodig worden hogere waarden aangevraagd, waarbij de geluidsgevoelige functies worden voorzien van een geluidluwe gevel. 7.4 Ecologie Voor dit principeverzoek is een quickscan ecologie uitgevoerd naar de mogelijke effecten van de bestemmingsplanherziening op eventueel aanwezige beschermde natuurwaarden in en om het plangebied (zie bijlage 10). Ook is een nader onderzoek naar het voorkomen en gebruik van de terreinen door beschermde soorten uitgevoerd (zie bijlage 11). Natura 2000 Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een beschermd Natura 2000-gebied.

Ook in de nabijheid van het plangebied bevinden zich geen Natura 2000-gebieden. Er zijn derhalve door de gewenste bestemmingsplanherziening geen effecten te verwachten op Natura 2000-gebieden. Externe effecten op Natura 2000-gebieden door de depositie van stikstof worden in de gebruiksfase niet verwacht, aangezien de toename van verkeersbewegingen zeer beperkt is. In de aanlegfase wordt de stikstofdepositie beperkt doordat gefaseerd wordt gebouwd. Soortenbescherming Er zijn (mogelijk) verschillende beschermde soorten aanwezig in of nabijheid van het plangebied. Dit betreffen vleermuizen, das, boommarter, eekhoorn, huismus, gierzwaluw, sperwer, ransuil, buizerd, havik, overige broedvogels, hazelworm, ringslang en kamsalamander. De voorgenomen werkzaamheden hebben mogelijk effect op enkele beschermde soorten. Dit betreft de vleermuizen, huismus en gierzwaluw. Mogelijk is er voor deze soorten een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk voor uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling. Nader onderzoek naar het voorkomen van deze laatstgenoemde soorten is uitgevoerd om inzicht te krijgen in de noodzaak en verleenbaarheid van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming. Met het nader onderzoek is de aanwezigheid van verblijfsfuncties van vleermuizen en huismussen vastgesteld. Aanwezigheid van de gierzwaluw is niet vastgesteld.

Verkrijgen van ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming voor deze soorten wordt mogelijk geacht. Er zijn op de terreinen en in de uitvoering van de werkzaamheden ruime mogelijkheden om effectieve maatregelen te nemen. Zo kan bijvoorbeeld worden overgegaan op het gestuurd ongeschikt maken van huidige verblijfslocaties. Hierdoor wordt het bestemmingsplan uitvoerbaar geacht in het kader van de Wet natuurbescherming. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt deels onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Er wordt een herindeling van het NNN voorgesteld rond het terrein van Amerpoort. Op een aantal locaties kan Amerpoort een kwalitatieve bijdrage leveren aan het NNN, door het ‘teruggeven’ van delen van het

41

terrein aan het NNN en door het realiseren van hoogwaardige natuur. Hiermee wordt ondanks enkele ontwikkelingen binnen de begrenzing van het NNN een kwaliteitswinst voor het NNN behaald. De onderzochte locaties voor het realiseren van natuur zijn weergegeven in de figuur op de volgende pagina. De locaties aangeduid met een ‘A’ betreft de locaties waar mogelijk ontwikkeld zou kunnen worden in het NNN. De locaties aangeduid met een ‘B’ betreft de locaties waar als tegenprestatie natuur gerealiseerd zou kunnen worden. Een daadwerkelijke keuze hierin wordt gemaakt in het bestemmingsplan.

Ontwikkelingslocaties in natuur en locaties voor natuurrealisatie.

42

7.5 Archeologie In 2010 is in opdracht van de gemeente Baarn door Vestigia een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd, waarbij onder andere het gehele woon-/zorgpark van Amerpoort en het gehele woon/zorgpark van Sherpa tot het onderzoeksgebied behoorden. Dit onderzoek is te raadplegen via de website van de gemeente Baarn (zie bijlage 12). Voor vrijwel het gehele plangebied van het bestemmingsplan Drakenburgergracht – Zorg is de archeologische verwachting op basis van het onderzoek naar beneden bijgesteld tot 'laag'. Voor twee kleine gebieden op het terrein van Amerpoort is op basis van het onderzoek de verwachtingswaarde bijgesteld naar ‘middelhoog’. Voor een kleine zone aan de westzijde van het terrein van Sherpa is een hoge verwachtingswaarde van toepassing. Dit geldt ook voor een klein bosperceel aan de oostzijde van het terrein van Amerpoort. Op basis van eerder uitgevoerd onderzoek wordt geconcludeerd dat er op een groot gedeelte van beide terreinen geen aanwezigheid van archeologische waarden wordt verwacht. Slechts op enkele kleine gedeelten van het plangebied geldt een hoge of middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Er geldt ter plaatse van de hoge archeologische verwachtingswaarde een nadere onderzoekseis in geval van bodemroerende werkzaamheden dieper dan 50 cm en groter dan 100 m2.

Ter plaatse van de middelhoge archeologische verwachtingswaarde geldt een archeologische begeleidingsplicht bij bodemroerende werkzaamheden dieper dan 50 cm en groter dan 100 m2. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de haalbaarheid van de gewenste bestemmingsplanherziening. Ontwikkelingen zijn op de locaties met een hoge archeologische verwachtingswaarde namelijk niet per definitie onmogelijk. Voor de uitvoering van ontwikkelingen op deze locaties zal archeologisch onderzoek uitgevoerd moeten worden, om aan te tonen of er daadwerkelijk archeologische waarden aanwezig zijn. De ontwikkelingen kunnen dan eventueel worden aangepast naar aanleiding van het archeologisch onderzoek. Ook kan er voor worden gezorgd dat er bij ontwikkelingen geen bodemroerende werkzaamheden worden uitgevoerd die dieper zijn dan 50 cm en groter zijn dan 100m 2.

43

8

Vertaling in het bestemmingsplan

8.1 Inleiding Voorliggend principeverzoek vormt de basis voor een bestemmingsplanherziening. Het voorgestelde bestemmingsplan maakt het voor Amerpoort en Sherpa mogelijk om ook in de toekomst de zorg te blijven bieden waar behoefte aan is, zonder dat er bij elke ontwikkeling hoeft te worden afgeweken van het bestemmingsplan. 8.2 Systematiek 8.2.1 Flexibiliteit Het bestemmingsplan biedt flexibiliteit om in te spelen op toekomstige behoeften. In tegenstelling tot het vigerende bestemmingsplan, worden in het bestemmingsplan geen strakke bouwvlakken meer vastgelegd. Het bestemmingsplan voorziet in ruime bouwvlakken met bebouwingspercentages, die voldoende ruimte bieden om de ruimtelijke visies (zie hoofdstuk 4) te vertalen in daadwerkelijke ontwikkelingen. Daarnaast worden de hoofdstructuren van het terrein vastgelegd in het bestemmingsplan. 8.2.2 Bebouwing binnen Maatschappelijk - Zorg Op basis van de ruimtelijke visie wordt het terrein op de verbeelding van het bestemmingsplan ingedeeld in een aantal bouwvlakken, binnen de bestemming Maatschappelijk – Zorg. Per deelgebied wordt bepaald welk percentage in de toekomst bebouwd kan worden. Bij het opstellen van het bestemmingsplan zullen de bebouwingspercentages worden bepaald.

8.2.3 Andere bestemmingen Naast de bestemmingen Maatschappelijk en Cultuur en Ontspanning, waar bebouwing mogelijk is, worden de bestemmingen Groen, Verkeer en Natuur voorgesteld. Binnen deze andere bestemmingen is in principe geen bebouwing mogelijk, behoudens de bestaande bebouwing die in de huidige situatie al aanwezig is. 8.3 Milieu- en omgevingsaspecten In het bestemmingsplan wordt ingegaan op de relevante milieu- en omgevingsaspecten. In deze paragraaf wordt per aspect een korte toelichting gegeven op de wijze waarop hier in relatie tot het bestemmingsplan mee wordt omgegaan. Archeologie Zoals aangegeven in hoofdstuk 6 gelden er op enkele locaties een hoge en een middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Er geldt ter plaatse van de hoge archeologische verwachtingswaarde een nadere onderzoekseis in geval van bodemroerende werkzaamheden dieper dan 50 cm en groter dan 100 m 2. Ter plaatse van de middelhoge archeologische verwachtingswaarde geldt een archeologische begeleidingsplicht bij bodemroerende werkzaamheden dieper dan 50 cm en groter dan 100 m2. Het bestemmingsplan zal middels een tweetal dubbelbestemmingen de onderzoeksplicht en archeologische begeleidingsplicht regelen op de betreffende locaties. Hiermee wordt het behoud van eventueel aanwezige archeologische waarden geborgd in het bestemmingsplan.

Bodem In de toelichting van het bestemmingsplan wordt aandacht besteedt aan het aspect bodem. De bodemkwaliteit dient geschikt te zijn voor de beoogde functie. Omdat de terreinen al in gebruik zijn ten behoeve van een zorgfunctie worden er op voorhand geen belemmeringen verwacht. Desondanks wordt een historisch bodemonderzoek uitgevoerd om inzicht te verkrijgen in eventuele

44

aanleidingen voor vervolgonderzoek. Ecologie Voor het principeverzoek is een quickscan ecologie uitgevoerd. Ook is een nader onderzoek naar het voorkomen en gebruik van de terreinen door beschermde soorten uitgevoerd. In de toelichting van het bestemmingsplan worden de uitkomsten van deze onderzoeken beschreven. Ook wordt aangegeven hoe er in relatie tot een flexibel bestemmingsplan omgegaan zal worden met ontheffingen in het kader van de Wet natuurbescherming en het beleid houtopstanden van de gemeente. Daarnaast zal dieper worden ingegaan op de kwaliteitsverbetering van het NNN. Ook zal in het bestemmingsplanprocedure aandacht moeten worden besteed aan de mogelijke effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Geluid Voor het bestemmingsplan zal akoestisch onderzoek naar de geluidsbelasting ter plaatse van de daadwerkelijk in het bestemmingsplan op te nemen bouwvlakken worden uitgevoerd. In de toelichting van het bestemmingsplan worden de resultaten van het onderzoek toegelicht. Voor bouwvlakken waar de geluidsbelasting boven de voorkeursgrenswaarde uit komt, wordt vervolgens onderzoek naar maatregelen uitgevoerd. Indien maatregelen niet haalbaar zijn vanwege bijvoorbeeld financiële, technische of (steden)bouwkundige aspecten zal het noodzakelijk zijn om een besluit hogere waarde vast te stellen voor wegverkeer en/of spoorwegverkeer.

Nieuwe geluidsgevoelige functies (woningen) dienen in dat geval, conform het gemeentelijk geluidbeleid, te beschikken over een geluidluwe gevel. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt dit toegelicht. Indien nodig wordt dit in de regels van het bestemmingsplan geborgd. Luchtkwaliteit In de toelichting van het bestemmingsplan wordt ingegaan op het aspect luchtkwaliteit. Door middel van een kwalitatieve beschrijving wordt gemotiveerd dat de uitbreiding van het aantal bewoners bij Sherpa geen negatieve invloed heeft op de luchtkwaliteit. Verkeer In de toelichting van het bestemmingsplan wordt ingegaan op de verkeersafwikkeling op de Zandheuvelweg. Dit gebeurt op basis van het onderzoek dat reeds is uitgevoerd voor het principeverzoek. De gemeente kijkt in overleg met Sherpa en Amerpoort naar een oplossing voor de verkeersafwikkeling. Indien de plannen voor het kruispunt met de Zandheuvelweg bekend zijn, worden deze beschreven in de toelichting van het bestemmingsplan. Water Voor het bestemmingsplan wordt het watertoetsproces doorlopen. Hierbij zal onder andere aandacht worden besteed aan eventueel benodigde watercompensatie. Indien nodig wordt dit in de regels van t bestemmingsplan geborgd. Externe veiligheid In de omgeving van het plangebied bevinden zich de A27 en de spoorlijn tussen Baarn en Hilversum.

Deze maken beide onderdeel uit van basisnet voor vervoer van gevaarlijke stoffen. Het spoor is tevens een plasbrandaandachtsgebied, waardoor specifieke eisen worden gesteld aan bebouwing binnen 30 meter van de buitenste spoorstaven. Ook bevindt zich op het terrein van Amerpoort een ondergrondse gastransportleiding. Er zal een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) worden uitgevoerd. Aangezien het met name gaat om een uitbreiding van de bebouwingsmogelijkheden, en in mindere mate van een uitbreiding van het aantal personen, is de verwachting dat het aspect externe veiligheid geen belemmeringen zal betekenen voor de ontwikkelingen De resultaten worden beschreven in de toelichting van het bestemmingsplan, waarbij wordt ingegaan op het groepsrisico en het plaatsgebonden risico. Indien nodig worden maatregelen geborgd in de regels van het

45

bestemmingsplan om te voorkomen dat er ontwikkelingen plaatsvinden op locaties waar dat gezien eventuele veiligheidsrisico’s niet wenselijk is. De veiligheid van alle bewoners, gebruikers en bezoekers van de terreinen is van zeer groot belang voor beide zorginstellingen. Milieueffectrapportage Er zal een vormvrije m.e.r.-aanmeldingsnotitie worden opgesteld, waarin de mogelijke milieueffecten als gevolg van het bestemmingsplan worden beschreven. Het doel van de vormvrije m.e.r.beoordeling is om op objectieve wijze informatie te verzamelen en te presenteren over mogelijk relevantie milieugevolgen. Op basis van de aanmeldingsnotitie dient de gemeenteraad een m.e.r.beoordelingsbesluit te nemen. Het uitgangspunt hierbij is ‘nee, tenzij’. Dit betekent dat er geen m.e.r. nodig is, tenzij er sprake is van ‘belangrijke nadelige gevolgen’ voor het milieu. Het m.e.r.beoordelingsbesluit dient tegelijk met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage te worden gelegd. Indien uit de aanmeldingsnotitie blijkt dat er ‘belangrijke nadelige gevolgen’ voor het milieu zijn, dan kan de gemeenteraad besluiten dat een uitgebreidere m.e.r. procedure van toepassing is.

46

9

Conclusie

Om ook in de toekomst te kunnen blijven voorzien in goede zorg hebben de zorginstellingen Amerpoort en Sherpa de behoefte aan een bestemmingsplanherziening. Door ontwikkelingen in de zorg en aangescherpte eisen op het gebied van bouwen is er namelijk meer bebouwingsruimte nodig dan er wordt geboden in het vigerende bestemmingsplan. Om binnen de bestaande begrenzing van beide terreinen ontwikkelingen mogelijk te maken is een bestemmingsplanherziening nodig. De aspecten verkeer, geluid, ecologie en archeologie vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het gewenste bestemmingsplan. Voor geluid geldt dat nog nader onderzoek nodig is naar de exacte geluidsbelasting ter plaatse van de in het bestemmingsplan op te nemen bouwvlakken en eventueel te treffen maatregelen. Nader ecologisch onderzoek geeft inzicht in het voorkomen van eventuele beschermde soorten in het plangebied, waarvoor mogelijk ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming benodigd is. De mogelijk benodigde ontheffing wordt verleenbaar geacht. De behoefte van Sherpa en Amerpoort aan een bestemmingsplanherziening is getoetst aan het ruimtelijk beleid van de provincie Utrecht. Hieruit blijkt dat er enkele aandachtspunten zijn met betrekking tot het landelijk gebied, Natuurnetwerk Nederland, Oude bosgroeiplaatsen en Oude boskernen, welke in de bestemmingsplanprocedure verder aan bod zullen komen.

9.1 Verzoek tot starten van bestemmingsplanprocedure Concreet is er behoefte aan een bestemmingsplan dat twintig procent extra bebouwingsmogelijkheden biedt bovenop het vigerende bestemmingsplan en tevens meer flexibiliteit biedt. Dit betekent dat het de wens van initiatiefnemers is dat het verzoek binnen de kaders van het provinciale beleid blijft. Meer flexibiliteit wordt in het nieuwe plan bereikt door ruimere bouwvlakken te gebruiken, die aansluiten op de ruimtelijke visie, waarbinnen bebouwingspercentages worden gebruikt om de hoeveelheid bebouwing te reguleren. De totale uitbreiding mag echter nooit meer zijn dan 6.780 m 2 BVO voor Amerpoort en niet meer dan 6.951 m 2 BVO voor Sherpa. Door percentages per deelgebied op te nemen wordt een flexibele invulling van deze oppervlakken op de terreinen mogelijk gemaakt. De definitieve bebouwingspercentages zullen in het bestemmingsplan worden opgenomen. Op basis van het voorliggende principeverzoek wordt dit bestemmingsplan haalbaar geacht. Amerpoort en Sherpa verzoeken de gemeenteraad om goedkeuring te verlenen aan het principeverzoek en over te gaan tot het starten van de bestemmingsplanprocedure.

47

10

Samenvatting

Ruimte voor goede zorg op Eemeroord en Nieuwenoord Voor de woon-/zorgparken Eemeroord en Nieuwenoord hebben de zorginstellingen Sherpa en Amerpoort gezamenlijk een visie op de toekomst van de terreinen opgesteld. Daarbij is nagedacht over vragen als: wat is de zorgvraag nu en wat is de zorgvraag in de toekomst? Hoe gaan de zorginstellingen invulling geven aan de uitdagingen zonder daarbij de uniciteit te verliezen? Hoe kan de ruimtelijke kwaliteit op en rondom de terreinen worden versterkt? Duidelijk is dat de beide zorginstellingen grote waarde hechten aan een gezonde leefruimte. Zij willen bijvoorbeeld zoveel mogelijk de natuurlijke en historische waarde behouden en waar mogelijk versterken. Duurzaamheid staat hoog op de agenda en zal in de komende jaren steeds belangrijker worden. Daarnaast hebben beide organisaties de wens om de woon-/zorgparken autoluw te maken. Veranderingen in de zorgbehoefte, veranderende eisen ten aanzien van de zorg en een steeds strenger wordende wet- en regelgeving voor gebouwen leidt tot een behoefte aan uitbreidingsruimte op de woon-/zorgparken. Het huidige bestemmingsplan ‘Drakenburgergracht – Zorg’, dat op 27 januari 2010 voor de woon-/zorgparken Eemeroord en Nieuwenoord is vastgesteld, biedt onvoldoende ruimte om de gewenste kwaliteit aan de parken toe te voegen.

Bovendien is het plan te beperkt om toekomstige maatschappelijke ontwikkelingen op te vangen en daardoor niet toekomstbestendig. Beide zorginstellingen lopen dagelijks tegen de beperkingen van het bestemmingsplan aan. Om kwalitatief goede zorg te kunnen blijven bieden voor de huidige en toekomstige bewoners is meer flexibiliteit gewenst en zijn meer bebouwmogelijkheden nodig. Een herziening van het huidige bestemmingsplan is daarvoor noodzakelijk. Concreet hebben Amerpoort en Sherpa ieder de behoefte aan twintig procent extra bebouwingsmogelijkheden bovenop het vigerende bestemmingsplan. De toename van bebouwing bestaat voornamelijk uit woonzorgruimtes en ruimtes voor voorzieningen zoals dagbesteding en sport. Het huidige bestemmingsplan biedt geen ruimte om deze uitbreiding te realiseren. Een herziening van het bestemmingsplan is daarom hoognodig. Het nieuwe bestemmingsplan stelt Amerpoort en Sherpa in staat om flexibel in te spelen op ontwikkelingen in de zorg. Zo kan ook in de toekomst de gewenste zorg geboden worden. Als onderdeel van het principeverzoek is voor beide terreinen een ruimtelijke visie opgesteld. De ruimtelijke visie geeft het gewenste toekomstbeeld van de terreinen waarbij een evenwicht is gezocht tussen het versterken van de bestaande kwaliteiten en natuurwaarden en het realiseren van de benodigde uitbreiding op beide terreinen.

Ook is getoetst aan het geldende beleid en de wet- en regelgeving met betrekking tot milieu- en omgevingsaspecten. Hieruit blijkt dat het gewenste bestemmingsplan planologisch haalbaar is.

48

11

Bijlagen

Bijlage 1 – Lange termijn Visiekaart Nieuwenoord (Amerpoort) Bijlage 2 – Lange termijn Visiekaart Eemeroord (Sherpa) Bijlage 3 – Kaart bestaande situatie woon-/zorgpark Nieuwenoord Bijlage 4 – Kaart bestaande situatie woon-/zorgpark Eemeroord Bijlage 5 – Toets provinciaal beleid Bijlage 6 – Toets beleid houtopstanden Bijlage 7 – Notitie verkeersafwikkeling Bijlage 8 – Akoestisch onderzoek woon-/zorgpark Nieuwenoord Bijlage 9 – Akoestisch onderzoek woon-/zorgpark Eemeroord Bijlage 10 – Quickscan Ecologie Bijlage 11 – Aanvullend soortenonderzoek Bijlage 12 – Archeologisch onderzoek V10-1902 V798 Plangebied Drakenburgergracht in de Gemeente Baarn Te raadplegen via de website van de gemeente Baarn: http://bestemmingsplannen.baarn.nl/5FE78A8F-4EBA-49D4-AD9A3621E20020FD/tb_NL.IMRO.0308.000019-VA01_8.pdf Bijlage 13 – Presentatie Ruimtelijke Visie Nieuwenoord Bijlage 14 – Presentatie Ruimtelijke Visie Eemeroord Bijlage 15 – Voorbeeld mogelijke systematiek bestemmingsplan Eemeroord (Amerpoort) Bijlage 16 – Voorbeeld mogelijke systematiek bestemmingsplan Nieuwenoord (Sherpa)

49

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10954533/1