CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

330684 Bestemmingsplan Jacob van Lenneplaan 39 bijlage 2 regels en bijlage regels

Besluit in de Raad 22 december 2021, gemeente BaarnBij agendapunt: Bestemmingsplan Jacob van Lenneplaan 399.381 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Jacob van Lenneplaan 39

bestemmingsplan Jacob van Lenneplaan 39

Inhoudsopgave

REGELS

3

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

4 4 8

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels Tuin Wonen Waarde - Beschermd Dorpsgezicht

9 9 10 14

Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

15 15 16 17 18 19

Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

20 20 21

2

Inhoudsopgave (vastgesteld)

bestemmingsplan Jacob van Lenneplaan 39

REGELS

REGELS (vastgesteld)

3

bestemmingsplan Jacob van Lenneplaan 39

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

plan:

het bestemmingsplan Jacob van Lenneplaan 39 met identificatienummer NL.IMRO.0308.BP0089-VG01 van de gemeente Baarn; 1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3

de plankaart/ verbeelding

de gewaarmerkte kaart met bijbehorende verklaring, waarop de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden zijn aangewezen; 1.4

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding, indien het een vlak betreft; 1.6

bebouwing:

één of meer gebouwen, bijbehorende bouwwerken en/of andere bouwwerken; 1.7

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.8

bedrijf:

het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten; 1.9

beroep aan huis:

een beroep, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.10

beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlakte:

de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor beroep aan huis c.q. een bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke; een daaraan vastgebouwde of er deel van uitmakende woning wordt niet meegeteld; 1.11

bestaand gebruik

het op het tijdstip van het in werking treden van het plan aanwezige gebruik; 1.12

bestaande bouwwerken

bouwwerken, die op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan zijn of worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet;

4

REGELS (vastgesteld)

bestemmingsplan Jacob van Lenneplaan 39

1.13

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak; 1.14

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.15

bijbehorend bouwwerk:

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.16

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.17

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak; 1.18

bouwlaag:

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.19

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.20

bouwperceelgrens:

de grens van een bouwperceel; 1.21

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.22

bouwwerk:

een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en bedoeld is om ter plaatse te functioneren; 1.23

cultuurhistorische waarden:

de aan een gebied toegekende waarden, gekenmerkt door de ten gevolge van een vroeger cultuur- of levenspatroon ontstane in het terrein waarneembare vormen van landschap en bebouwing, welke hetzij van waarde zijn voor de wetenschap, hetzij een zodanige historiche waarde bezitten dat het behoud van belang is te achten; 1.24

detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waaronder zijn begrepen grootschalige detailhandel, volumineuze detailhandel en een tuincentrum;

REGELS (vastgesteld)

5

bestemmingsplan Jacob van Lenneplaan 39

1.25

dienstverlening:

het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij, het publiek rechtstreeks al dan niet via een balie te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder zijn begrepen belwinkels, internetcafés, kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting; 1.26

eerste bouwlaag:

de bouwlaag op de begane grond; 1.27

erf:

al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct gelegen is bij een hoofdgebouw; 1.28

erotisch getinte vermaaksfunctie:

een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal; 1.29

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.30

hoofdgebouw:

een gebouw dat op een kavel door zijn ligging, constructie, afmetingen of functie als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken; 1.31

kantoor:

een ruimte of complex van ruimten, welke dient voor het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder is begrepen congres- en vergaderaccommodatie; 1.32

kelder:

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat wordt afgedekt door een vloer, waarvan de onderkant niet boven peil is gelegen; 1.33

landschappelijke waarde

de aan een gebied toegekende waarde in verband met de waarneembare verschijningsvorm van dat gebied; 1.34

maatschappelijke voorzieningen:

educatieve, medische, sociaal-medische, culturele, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en ondergeschikte horeca ten dienste van deze voorzieningen; 1.35

monumenten:

alle vóór tenminste 50 jaar vervaardigde zaken, welke van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarden; 1.36

natuurwetenschappelijke waarde

de aan een gebied toegekende waarde in verband met geologische, bodemkundige en biologische elementen voorkomende in dat gebied;

6

REGELS (vastgesteld)

bestemmingsplan Jacob van Lenneplaan 39

1.37

opslag:

het bewaren van goederen, materialen en stoffen zonder dat ter plaatse sprake is van productie, bewerking, verwerking, handel en/of activiteiten van administratieve aard; 1.38

overig bouwwerk:

een bouwkundige constructie van enige omvang, geen gebouw of bijbehorend bouwwerk zijnde; 1.39

peil:

a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c. indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil); 1.40

prostitutie:

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.41

seksinrichting:

een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden; onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan:een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.42

sociale veiligheid:

de mogelijkheid om zich in een omgeving te kunnen bevinden zonder bedreigd te worden of het gevoel te hebben persoonlijk lastig te worden gevallen; 1.43

standplaats:

het vanaf een vaste plaats op of aan de weg of op een andere voor het publiek toegankelijke en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of het anderszins aanbieden van goederen of diensten, al dan niet gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel, waarbij onder een standplaats niet worden verstaan vaste plaatsen op jaarmarkten of markten, vaste plaatsen op evenementen, vaste plaatsen op snuffelmarkten en een permanente voorziening in de vorm van een bouwwerk; 1.44

stedenbouwkundig beeld:

het beeld dat wordt opgeroepen door het samengaan van gebouwde elementen, beplantingselementen en onbebouwde ruimten; 1.45

voorgevelrooilijn

de bouwgrens gericht naar de weg en waarop de bebouwing is georiënteerd; 1.46

woning:

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, waarbij inwoning is toegestaan; 1.47

zijerf

gedeelte van het erf tussen een zijgevel en/of zijgevellijn en de aan die zijde van het gebouw gelegen erfgrens;

REGELS (vastgesteld)

7

bestemmingsplan Jacob van Lenneplaan 39

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

de dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2

de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3

de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.5

de vloeroppervlakte van een woning:

binnenwerks op de vloer van de ruimten die worden of kunnen worden gebruikt voor wonen; 2.6

lengte, breedte of diepte van een bouwwerk

tussen (de lijnen, getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van gemeenschappelijke scheidingsmuren). 2.7

ondergeschikte bouwdelen die buiten beschouwing gelaten moeten worden:

Bij het meten worden ondergeschikte bouwonderdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwvlak- of bestemmingsgrenzen of maximaal toegelaten bebouwingsoppervlakte niet meer dan 1 m bedraagt.

8

REGELS (vastgesteld)

bestemmingsplan Jacob van Lenneplaan 39

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Tuin

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuin behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen woningen, met daarbijbehorende andere bouwwerken en paden. 3.2

Bouwregels

Op de tot 'Tuin' bestemde gronden mogen uitsluitend worden gebouwd andere bouwwerken ten dienste van de bestemming, met dien verstande dat: a. b. c. d. e.

de bouwhoogte van erfafscheidingen niet meer dan 1 m mag bedragen; de bouwhoogte van speeltoestellen niet meer dan 3 m mag bedragen; de bouwhoogte van pergola's niet meer dan 2,50 m mag bedragen; de bouwhoogte van overige andere bouwwerken niet meer dan 2 m mag bedragen; er geen overkappingen en zwembaden mogen worden gebouwd.

3.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bouwwerken, ten behoeve van: a. b. c. d.

een goede woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

3.4

Afwijken van de bouwregels

3.4.1

Afwijkingsbevoegdheid

Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, kan met omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in 3.2 ten behoeve van de bouw van: a. erker, entree- of tochtportaal aan het op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouw, met dien verstande dat: 1. de diepte niet meer dan 1,50 m bedraagt; 2. de breedte ten hoogste 50% van de breedte van het hoofdgebouw bedraagt; 3. de erker niet hoger mag zijn dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,25 m2. b. luifels, met dien verstande dat de bouwgrens van de aangrenzende woningen met niet meer dan 1,50 meter wordt overschreden; c. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, tot een afstand van tenminste 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel van de aangrenzende woning, met dien verstande dat: 1. de regels met betrekking tot aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen van de naastgelegen woonbestemming van overeenkomstige toepassing zijn, mits de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen op het betreffende bouwperceel binnen de bestemmingen 'Tuin' en 'Wonen' niet meer bedraagt dan in artikel 4 is toegestaan. 3.4.2

Toetsingscriteria

De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de te beschermen waarden van het beschermd dorpsgezicht; b. het straat- en bebouwingsbeeld; c. de woonsituatie.

REGELS (vastgesteld)

9

bestemmingsplan Jacob van Lenneplaan 39

Artikel 4 4.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. een aan huis verbonden beroep en een aan huis verbonden kleinschalige bedrijfsmatige activiteit; met de daarbij behorende gebouwen, andere bouwwerken, tuinen, erven, wegen en paden en waterhuishouskundige doeleinden. Onder de uitoefening van aan-huis-verbonden beroepen en aan-huis-verbonden kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten in samenhang met het wonen wordt verstaan het gebruik van gedeelten van woningen ten behoeve van aan-huis-verbonden beroepen en aan-huis-verbonden kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, voor zover: het vloeroppervlak ten behoeve van aan-huis-verbonden beroep en de aan-huis-verbonden kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten niet groter is dan 25% van het vloeroppervlak van de woning tot een maximum van 50 m²; ten behoeve van de uitoefening van aan-huis-verbonden beroep en de aan-huis-verbonden kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien; de aan-huis-verbonden kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en niet gepaard gaan met horeca en detailhandel, uitgezonderd beperkte verkoop die ondergeschikt is aan de uitoefening van de betrokken aan-huis-verbonden kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten. 4.2

Bouwregels

Op de tot 'Wonen' bestemde gronden mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken ten dienste van de bestemming, met dien verstande dat: 4.2.1

Hoofdgebouwen

voor hoofdgebouwen de volgende regels gelden: a. een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het aantal woningen in een bouwvlak mag niet meer dan één bedragen; c. in afwijking van het bepaalde in onder b. mag het aantal woningen ten hoogste het ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal bedragen; d. de goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen mogen niet meer dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte bedragen; e. de dakhelling van hoofdgebouwen mag niet minder dan 25° en niet meer dan 60° bedragen; f. in afwijking van het bepaalde onder d. en e. geldt dat afwijkingen in de genoemde maten, zoals die bestonden op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan, gelden als minimale dan wel maximale maat. 4.2.2

Aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen

voor aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen de volgende regels gelden: a. aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen dienen met een minimale afstand van 3 m achter de voorgevellijn te worden gebouwd; b. de afstand tot de zijdelingse perceelgrens mag niet minder dan 1 m bedragen, tenzij in de perceelgrens wordt gebouwd; c. de goothoogte van een aanbouw, uitbouw, bijgebouw of overkapping mag niet meer dan 3 m bedragen, met dien verstande dat de goothoogte mag worden verhoogd tot niet meer dan 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw d. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen; e. de bouwhoogte van een aanbouw, uitbouw, bijgebouw of overkapping mag niet meer dan 5 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte minimaal 2 m lager is dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw of ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte (m)' de aangegeven hoogte; f. in afwijking van het bepaalde onder e mag de bouwhoogte van een aanbouw, uitbouw, bijgebouw of

10

REGELS (vastgesteld)

bestemmingsplan Jacob van Lenneplaan 39 overkapping niet hoger zijn dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw, indien dat hoofdgebouw bestaat uit maximaal 1 bouwlaag; g. de maximale gezamenlijke oppervlakte aan aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedraagt 80 m² per perceel, met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte niet meer mag bedragen dan 50% van de oppervlakte van het achter de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan gelegen bouwperceel, verminderd met de oppervlakte van het hoofdgebouw; h. in afwijking van het bepaalde onder g. mag, indien het perceel een oppervlakte van tenminste 1.000 m² heeft, de gezamenlijke oppervlakte van aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en/of overkappingen 90 m² per perceel bedragen; i. in afwijking van het bepaalde onder a. tot en met h. geldt dat afwijkingen in de genoemde maten, zoals die bestonden op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan, gelden als minimale dan wel maximale maat. 4.2.3

Overige andere bouwwerken

voor overige andere bouwwerken de volgende regels gelden: a. de gezamenlijke oppervlakte van onoverdekte zwembaden mag niet meer dan 50 m² bedragen, met dien verstande dat deze oppervlakte niet meer mag bedragen dan 50% van de oppervlakte van het achter de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan gelegen bouwperceel, verminderd met de oppervlakte van het hoofdgebouw, tenzij de bestaande oppervlakte meer bedraagt, in welk geval de bestaande oppervlakte als maximum geldt; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen mag, indien zij vóór de voorgevel of een naar de weg gekeerde zijgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan worden opgericht, niet meer dan 1 m bedragen; c. in overige gevallen mag de bouwhoogte van erfafscheidingen niet meer dan 2 m bedragen; d. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken mag niet meer dan 3 meter bedragen. 4.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bouwwerken, ten behoeve van: a. b. c. d.

een goede woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

4.4 Voorwaardelijke verplichting in verband met de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen Er mag pas dan tot de sloop van de bestaande woning worden overgegaan indien a. op basis van het aanvullende onderzoek naar vleermuizen is gebleken, dat hiertegen geen bezwaren zijn en/of; b. er met voldoende zekerheid gewaarborgd kan worden, dat eventueel noodzakelijke mitigerende en/of compenserende maatregelen ten behoeve van vleermuizen uitgevoerd zijn voordat er met de sloop wordt begonnen. 4.5

Afwijken van de bouwregels

4.5.1

Afwijkingsbevoegdheid

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. het bepaalde in 4.2.1 onder a. in die zin dat het hoofdgebouw ook buiten het bouwvlak wordt gebouwd tot een maximale diepte van 12 m, mits de afstand van het hoofdgebouw tot de achterste perceelsgrens ten minste 10 m bedraagt en achter de voorgevel of het verlengde daarvan wordt gebouwd; b. het bepaalde in 4.2.1 onder b. in die zin dat het aantal woningen in een bouwvlak meer dan één bedraagt, met dien verstande dat: 1. zelfstandige bewoning in de kapverdieping niet is toegestaan; 2. de karakteristiek en typologie van het hoofdgebouw in stand wordt gelaten; 3. parkeren slechts is toegestaan op het eigen terrein;

REGELS (vastgesteld)

11

bestemmingsplan Jacob van Lenneplaan 39 c. het bepaalde in 4.2.1 onder e. in die zin dat ten behoeve van afwijkende dakvormen een hogere of geringere dakhelling is toegestaan; d. het bepaalde in 4.2.1 onder a. in die zin dat een aanbouw, uitbouw, bijgebouw of overkapping tot minimaal 1 m achter de voorgevel of het verlengde daarvan wordt gebouwd. 4.5.2

Toetsingscriteria

De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b. c. d. e.

de te beschermen waarden van het beschermd dorpsgezicht; een goede woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

4.6

Specifieke gebruiksregels

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van een hoofdgebouw voor meer dan één woning, tenzij het aantal woningen meer bedraagt, in dat geval geldt het ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' als maximum aantal; b. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van bedrijfsmatige activiteiten, anders dan in de vorm van een aan huis verbonden beroep; c. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een aan huis verbonden beroep, zodanig dat: 1. de beroepsvloeroppervlakte meer bedraagt dan 25% van de totale gezamenlijke begane grondvloeroppervlakte van de aanwezige bebouwing op het bouwperceel; 2. de vloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden beroep meer bedraagt dan 50 m². 4.7

Afwijken van de gebruiksregels

4.7.1

Afwijkingsbevoegdheid

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. het bepaalde in lid 4.6 onder a. in die zin dat de gronden en bouwwerken worden gebruikt voor meer dan één woning per hoofdgebouw, met dien verstande dat: 1. in de kapverdieping geen zelfstandige bewoning zal plaatsvinden; 2. de karakteristiek en typologie van de woning behouden blijft; 3. dit niet leidt tot een onevenredige verhoging van de parkeerdruk of tot extra autoverkeer in een mate, waardoor het woonklimaat in onevenredige mate kan worden aangetast; b. het bepaalde in 4.6 onder b. in die zin dat in combinatie met het wonen de gronden en bouwwerken worden gebruikt ten behoeve van kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten die zijn genoemd in bijlage 2, dan wel naar de aard en de invloed van de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijven, met dien verstande dat: 1. de woonfunctie als overwegende functie op het betreffende perceel en/of in de betreffende woning niet wordt aangetast; 2. dit niet leidt tot een onevenredige verhoging van de parkeerdruk of tot extra autoverkeer in een mate, waardoor het woonklimaat in onevenredige mate kan worden aangetast; 3. voor zover de vergunning betrekking heeft op bijgebouwen, ten minste een berging ten behoeve van de woonfunctie aanwezig is met dien verstande dat deze berging grondgebonden dient te zijn en de oppervlakte ten minste 6 m² bedraagt; 4.

de bedrijfsvloeroppervlakte van de gebouwen niet meer dan 25% van de totale vloeroppervlakte van de desbetreffende woning bedraagt, met een maximum van 50 m²; c. het bepaalde in 4.6 onder c. in die zin dat een ruimte in een woning, die is aangewezen als monument, ten behoeve van kantoor-, dienstverlenings- of maatschappelijke doeleinden wordt gebruikt, mits: 1. de betreffende functie noodzakelijk is in verband met de instandhouding van het monument; 2. de woonfunctie als overwegende functie op het betreffende perceel en/of in de betreffende woning

12

REGELS (vastgesteld)

bestemmingsplan Jacob van Lenneplaan 39 niet wordt aangetast; 3. dit niet leidt tot een onevenredige verhoging van de parkeerdruk of tot extra autoverkeer in een mate, waardoor het woonklimaat in onevenredige mate kan worden aangetast; 4. voor zover de vergunning betrekking heeft op bijgebouwen, ten minste een berging ten behoeve van de woonfunctie aanwezig is met dien verstande dat deze berging grondgebonden dient te zijn en de oppervlakte ten minste 6 m² bedraagt; 5. de bedrijfsvloeroppervlakte van de gebouwen die gebruikt worden voor kantoor-, dienstverlenings- of maatschappelijke doeleinden niet meer dan 50% van de totale vloeroppervlakte van de desbetreffende woning bedraagt met een maximum van 200 m²; d. het bepaalde in 4.6 onder c. in die zin dat een ruimte ten behoeve van een aan huis verbonden beroep is toegestaan, tot een oppervlakte van maximaal 100 m², met dien verstande dat: 1. de woonfunctie als overwegende functie op het betreffende perceel en/of in de betreffende woning niet wordt aangetast; 2. dit niet leidt tot een onevenredige verhoging van de parkeerdruk of tot extra autoverkeer in een mate, waardoor het woonklimaat in onevenredige mate kan worden aangetast; 3.

voor zover de vergunning betrekking heeft op bijgebouwen, ten minste een berging ten behoeve van de woonfunctie aanwezig is met dien verstande dat deze berging grondgebonden dient te zijn en de oppervlakte ten minste 6 m² bedraagt; 4. de oppervlakte van de gebouwen die gebruikt en/of verbouwd worden voor de beroepsvloeroppervlakte niet meer dan 25% van de totale vloeroppervlakte van de desbetreffende woning bedraagt. 4.7.2

Toetsingscriteria

De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b. c. d. e. f.

de te beschermen waarden van het beschermd dorpsgezicht; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; waterwingebied.

REGELS (vastgesteld)

13

bestemmingsplan Jacob van Lenneplaan 39

Artikel 5 5.1

Waarde - Beschermd Dorpsgezicht

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Beschermd dorpsgezicht' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, het herstel en de uitbouw van de cultuurhistorische, ruimtelijke en stedenbouwkundige waarden en voor het behoud en herstel van de infrastructuur, groenstructuur en bebouwingsstructuur van het beschermde gezicht. 5.2

Bouwregels

De voor 'Waarde - Beschermd dorpsgezicht' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding van de bestaande nokrichting en kapvorm bij het bouwen van gebouwen en andere bouwwerken. 5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.3.1

Vergunningplicht

Op de tot 'Waarde - Beschermd dorpsgezicht' bestemde gronden is voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden een omgevingsvergunning vereist: a. b. c. d.

het aanleggen, verbreden, verleggen of verharden van wegen en paden; het aanbrengen of wijzigen van oppervlakteverhardingen; het verwijderen van karakteristieke hekwerken en stoepen; het wijzigen van de inrichting van wegen en paden.

5.3.2

Uitzonderingen

Het bepaalde in 5.3.1 geldt niet voor: a. werken en werkzaamheden, binnen het kader van het op de bestemming gerichte normale onderhoud en beheer; b. werken en werkzaamheden die op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt, in uitvoering zijn. 5.3.3

Voorwaarde

Alvorens de omgevingsvergunning kan worden verleend wordt overleg gepleegd met de welstandscommissie. 5.3.4

Toetsingscriteria

De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien door de werken en werkzaamheden als bedoeld in lid 5.3.1, dan wel de gevolgen daarvan, geen onevenredige aantasting ontstaat of kan ontstaan van de waarden van het beschermd dorpsgezicht.

14

REGELS (vastgesteld)

bestemmingsplan Jacob van Lenneplaan 39

Hoofdstuk 3 Artikel 6

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

REGELS (vastgesteld)

15

bestemmingsplan Jacob van Lenneplaan 39

Artikel 7

Algemene bouwregels

7.1

Onderkeldering

7.1.1

Ondergrondse gebouwen

Ondergrondse gebouwen zijn uitsluitend toegestaan onder het hoofdgebouw, mits: a. de bouwdiepte niet meer dan 5 m bedraagt; b. de inrit achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw wordt gerealiseerd; c. de bouwhoogte van de keermuren ten behoeve van de inrit niet meer dan 1,2 m bedraagt, gemeten vanaf peil; d. in afwijking van a t/m c geldt dat als de bestaande situatie anders is, deze situatie is toegestaan. 7.1.2

Afwijkingsmogelijkheid

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 7.1.1 in die zin dat ondergrondse gebouwen worden gebouwd buiten het hoofdgebouw, mits: a. uitsluitend bovengrondse bouwwerken worden onderkelderd, met aansluitend daaraan 15 m2; b. de ondergrondse gebouwen maximaal de oppervlakte hebben van de bebouwing die op basis van het bestemmingsplan bovengronds is toegestaan, vermeerderd met 15 m2; c. de gezamenlijke oppervlakte van bouwwerken, ondergronds danwel bovengronds, niet meer bedraagt dan 50% van de oppervlakte van het achter de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan gelegen bouwperceel, verminderd met de oppervlakte van het hoofdgebouw; d. de afstand van ondergrondse bouwwerken tot de zijdelingse perceelgrens minimaal 1 m bedraagt; e. de bouwdiepte van ondergrondse gebouwen niet meer dan 5 m bedraagt; f. de inrit achter (het verlengde van) de achtergevel van het hoofdgebouw wordt gerealiseerd; g. de bouwhoogte van de keermuren ten behoeve van de inrit niet meer dan 1,2 m bedraagt, gemeten vanaf peil; h. het gebruik van de ondergrondse gebouwen niet strijdig is met de bestemming; i. de ondergrondse gebouwen niet gebruikt worden als zelfstandige woning. 7.1.3

Toetsingscriteria

De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b. c. d.

16

de te beschermen waarden van het beschermd dorpsgezicht; het groene karakter van het perceel; de ruimtelijke kwaliteit van het openbaar gebied; de verkeersveiligheid.

REGELS (vastgesteld)

bestemmingsplan Jacob van Lenneplaan 39

Artikel 8 8.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik

Tot een gebruik, strijdig met de gegeven bestemmingen, wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruik van de gronden voor de stalling en opslag van (aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken) voer-, vaar- en/of vliegtuigen; b. het gebruik van de gronden voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond, bodemspecie en puin voor het storten van vuil, anders dan ten behoeve van de uitvoering krachtens de bestemming toegelaten bouwactiviteiten en werken en werkzaamheden; c. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; d. het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen; e. het wonen in vrijstaande bijgebouwen. 8.2

Niet strijdig gebruik

Tot een gebruik, strijdig met de gegeven bestemmingen, wordt in ieder geval niet gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van weekmarkten, jaarmarkten, evenementen, festiviteiten, manifestaties en horecaterrein, indien en voor zover daarvoor ingevolge een wettelijk voorschrift, vergunning is verleend.

REGELS (vastgesteld)

17

bestemmingsplan Jacob van Lenneplaan 39

Artikel 9 9.1

Algemene afwijkingsregels

Afwijkingsbevoegdheid

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. de bij recht in het plan gegeven maten, afmetingen, percentages, tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. de bestemmingsregels in die zin dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; c. de bestemmingsregels in die zin dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft, dit tot een maximum van 1 m; d. de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in die zin dat deze hoogte ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 40 m; e. de bestemmingsregels in die zin dat de grenzen van het bouwvlak naar de buitenzijde worden overschreden door: 1. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatie kanalen en schoorstenen; 2. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken; 3. ingangspartijen; mits de overschrijding van bouwvlak- of bestemmingsgrenzen of het maximale bebouwingsoppervlak niet meer dan 1,5 meter bedraagt; f.

het oprichten van antennemasten, die onderdeel zijn van een gebouw, mits de voor dat gebouw toegestane bouwhoogte met niet meer dan 6 m wordt overschreden; g. het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen in die zin dat de hoogte van de gebouwen wordt vergroot ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, dit tot een maximum van 2 meter; h. de bestemmingsregels in die zin dat licht- en vlaggenmasten mogen worden gebouwd mits de bouwhoogte niet meer dan 6 m bedraagt. 9.1.1

Toetsingscriteria

De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b. c. d.

18

de te beschermen waarden van het beschermd dorpsgezicht; het groene karakter van het perceel; de ruimtelijke kwaliteit van het openbare gebied; de verkeersveiligheid.

REGELS (vastgesteld)

bestemmingsplan Jacob van Lenneplaan 39

Artikel 10

Overige regels

10.1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.1.1 Vergunningplicht Voor de volgende werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: a. het uitvoeren van grondwerkzaamheden ten behoeve van het realiseren van op- en afritten naar ondergrondse gebouwen. 10.1.2 Uitzondering Het bepaalde in 10.1.1 geldt niet voor: werken en werkzaamheden die op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt, in uitvoering zijn tenzij daarvoor ook een omgevingsvergunning nodig was. 10.1.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het karakter van de tuin en de ruimtelijke kwaliteit van het openbare gebied.

REGELS (vastgesteld)

19

bestemmingsplan Jacob van Lenneplaan 39

Hoofdstuk 4 Artikel 11 11.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

11.1.1 Bouwen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 11.1.2 Afwijken Bij een omgevingsvergunning kan eenmalig worden afgeweken van het bepaalde in artikel 11.1.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 11.1.1 met maximaal 10%. 11.1.3 Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken Artikel 11.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.2

Overgangsrecht gebruik

11.2.1 Voortzetting strijdig gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 11.2.2 Verbod verandering strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 11.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 11.2.3 Verbod hervatting strijdig gebruik Indien het gebruik, bedoeld in artikel 11.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 11.2.4 Uitzondering op het overgangsrecht gebruik Artikel 11.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan.

11.2.5 Hardheidsclausule Voor zover toepassing van het overgangsrecht gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan grond en bouwwerken gebruikten in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan, kan met het oog op beëindiging op termijn van die met het plan strijdige situatie, ten behoeve van die persoon of personen bij een omgevingsvergunning van dat overgangsrecht worden afgeweken.

20

REGELS (vastgesteld)

bestemmingsplan Jacob van Lenneplaan 39

Artikel 12

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Jacob van Lenneplaan 39'.

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Baarn in de vergadering van 22 december 2021 nummer xxxxxxx

REGELS (vastgesteld)

21

Jacob van Lenneplaan 39

bestemmingsplan Jacob van Lenneplaan 39

Inhoudsopgave

BIJLAGE BIJ REGELS

3

Bijlage 1

4

2

Staat van Bedrijfsactiviteiten

Inhoudsopgave (vastgesteld)

bestemmingsplan Jacob van Lenneplaan 39

BIJLAGE BIJ REGELS

BIJLAGE BIJ REGELS (vastgesteld)

3

bestemmingsplan Jacob van Lenneplaan 39

Bijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten

4

BIJLAGE BIJ REGELS (vastgesteld)

Bijlage IV: Staat van Bedrijfsactiviteiten

geluid

gevaar

afstand

categorie

01 014

0

014

1

- algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o. > 500 m² - plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven:

30

10

50

10

50

3.1

014

3

b.o. > 500 m2

30

10

50

10

50

3.1

02 020

-

BOSBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. BOSBOUW Bosbouwbedrijven

10

10

50

0

50

3.1

100

0

100

50

100

3.2

100 50

0 0

100 50

50 10

100 50

3.2 3.1

50

0

50

10

50

3.1

LANDBOUW LANDBOUW

EN

DIENSTVERLENING

T.B.V.

grootste

-

stof

AFSTANDEN IN METERS

geur

OMSCHRIJVING nummer

SBI-CODE

DE

Dienstverlening t.b.v. de landbouw:

VERVAARDIGING

VAN

VOEDINGSMIDDELEN

15 151

0

DRANKEN Slachterijen en overige vleesverwerking:

151

1

- slachterijen en pluimveeslachterijen

EN

- vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. > 1000 m²

151 151

4 7

151

8

kant-en-klaar-maaltijden met p.o. < 2.000 m²

152 152

0 2

Visverwerkingsbedrijven: - conserveren

200

0

100

30

200

4.1

152

5

- verwerken anderszins: p.o. <= 1000 m²

100

10

50

30

100

3.2

152 1532, 1533

6 0

- verwerken anderszins: p.o. <= 300 m² Groente- en fruitconservenfabrieken:

50

10

30

10

50

3.1

1532, 1533 1532, 1533

1 2

- jam - groente algemeen

50 50

10 10

100 100

10 10

100 100

3.2 3.2

1532, 1533

3

- met koolsoorten

100

10

100

10

100

3.2

200

30

100

30

200

4.1

1541 1541

0 1

- loonslachterijen - vervaardiging van snacks en vervaardiging van

Vervaardiging van ruwe plantaardige en dierlijke oliën en vetten: - p.c. < 250.000 t/j Raffinage van plantaardige en dierlijke oliën en vetten:

1542 1542 1543

0 1 0

- p.c. < 250.000 t/j Margarinefabrieken:

200

10

100

100

200

4.1

1543

1

- p.c. < 250.000 t/j

100

10

200

30

200

4.1

1551 1551

0 3

Zuivelprodukten fabrieken: - melkprodukten fabrieken v.c. < 55.000 t/j

50

0

100

50

100

3.2

1552

1

Consumptie-ijsfabrieken: p.o. > 200 m²

50

0

100

50

100

3.2

1552 1561

2 0

- consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m² Meelfabrieken:

10

0

30

0

30

2

1561

2

- p.c. < 500 t/u

100

50

200

50

200

4.1

1561 1562

50

100

200

50

200

4.1

0

Grutterswarenfabrieken Zetmeelfabrieken:

1562 1571

1 0

- p.c. < 10 t/u Veevoerfabrieken:

200

50

200

30

200

4.1

1571

5

- mengvoeder, p.c. < 100 t/u

200

50

200

30

200

4.1

1572 1581

200

100

200

30

200

4.1

0

Vervaardiging van voer voor huisdieren Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen:

1581

1

- v.c. < 2500 kg meel/week

30

10

30

10

30

2

1581 1582

2

- v.c. >= 2500 kg meel/week Banket, biscuit- en koekfabrieken

100 100

30 10

100 100

30 30

100 100

3.2 3.2

afstand

categorie

30 30

50 10

30 10

100 50

3.2 3.1

Koffiebranderijen en theepakkerijen: - theepakkerijen

100

10

30

10

100

3.2

1587

Vervaardiging van azijn, specerijen en kruiden

200

30

50

10

200

4.1

1589 1589.1

Vervaardiging van overige voedingsmiddelen Bakkerijgrondstoffenfabrieken

200 200

30 50

50 50

30 50

200 200

4.1 4.1

100 200

10 50

50 50

10 30

100 200

3.2 4.1

1584

0

chocolade- en suikerwerk:

1584 1585

5

- Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. > 200 m²

1586 1586

0 2

Verwerking

cacaobonen

en

grootste

gevaar

100 50

-

nummer

geluid

AFSTANDEN IN METERS

stof

OMSCHRIJVING

geur

SBI-CODE

vervaardiging

Deegwarenfabrieken

1589.2

0

Soep- en soeparomafabrieken:

1589.2 1589.2

1

- zonder poederdrogen Bakmeel- en puddingpoederfabrieken

1592

0

Vervaardiging van ethylalcohol door gisting:

1592 1593

1

- p.c. < 5.000 t/j

200

30

200

30

200

4.1

Vervaardiging van wijn, cider e.d. Mineraalwater- en frisdrankfabrieken

10 10

0 0

30 100

0 50

30 100

2 3.2

t/m

1595 1598 16

-

VERWERKING VAN TABAK 200

30

50

30

200

4.1

-

Tabakverwerkende industrie VERVAARDIGING VAN TEXTIEL Bewerken en spinnen van textielvezels

10

50

100

30

100

3.2

0 1

Weven van textiel: - aantal weefgetouwen < 50

10

10

100

0

100

3.2

173 174, 175

Textielveredelingsbedrijven Vervaardiging van textielwaren

50 10

0 0

50 50

10 10

50 50

3.1 3.1

1751

Tapijt-, kokos- en vloermattenfabrieken

100

30

200

10

200

4.1

176, 177

Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen

0

10

50

10

50

3.1

30

0

50

0

50

3.1

160 17 171 172 172

VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN 18 181

-

VERVEN VAN BONT Vervaardiging kleding van leer Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl.

182

van leer) Bereiden en verven van bont; vervaardiging van

10

10

30

10

30

2

183

artikelen van bont VERVAARDIGING VAN

50

10

10

10

50

3.1

50 50

10 10

30 50

10 10

50 50

3.1 3.1

19

-

192 193

LEER

EN

LEDERWAREN

(EXCL. KLEDING) Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel) Schoenenfabrieken HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN

20 2010.1

-

VAN HOUT, RIET, KURK E.D. Houtzagerijen

0

50

100

50

100

3.2

2010.2 2010.2

0 1

Houtconserveringsbedrijven: - met creosootolie

200

30

50

10

200

4.1

2010.2

2

- met zoutoplossingen

10

30

50

10

50

3.1

Fineer- en plaatmaterialenfabrieken Timmerwerkfabrieken, vervaardiging

100

30

100

10

100

3.2

artikelen van hout

0

30

100

0

100

3.2

Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER-

10

10

30

0

30

2

200

100

200

50

200

4.1

202 203, 205

204, 0

205 21 2111

-

overige

EN KARTONWAREN Vervaardiging van pulp

geluid

gevaar

afstand

categorie

2112

0

Papier- en kartonfabrieken:

2112

1

- p.c. < 3 t/u

50

30

50

30

50

3.1

2112

2

- p.c. 3 - 15 t/u

100

50

200

50

200

4.1

212 2121.2

30

30

100

30

100

3.2

0

Papier- en kartonwarenfabrieken Golfkartonfabrieken:

2121.2 2121.2

1 2

- p.c. < 3 t/u - p.c. >= 3 t/u

30 50

30 30

100 200

30 30

100 200

3.2 4.1

22 221

-

VAN OPGENOMEN MEDIA Uitgeverijen (kantoren)

0

0

10

0

10

1

2221

Drukkerijen van dagbladen

30

0

100

10

100

3.2

2222 2222.6

Drukkerijen (vlak- en rotatie-diepdrukkerijen) Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen

30 10

0 0

100 30

10 0

100 30

3.2 2

Grafische afwerking Binderijen

0 30

0 0

10 30

0 0

10 30

1 2

2224

Grafische reproduktie en zetten

30

0

10

10

30

2

2225 223

Overige grafische aktiviteiten Reproduktiebedrijven opgenomen media

30 0

0 0

30 10

10 0

30 10

2 1

50

0

100

30

100

3.2

200

0

200

200

200

4.1

100

0

200

100

200

4.1

50 10

10 10

50 30

50 10

50 30

3.1 2

grootste

-

stof

AFSTANDEN IN METERS

geur

OMSCHRIJVING nummer

SBI-CODE

UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE

2223 2223

A B

AARDOLIE-/STEENKOOLVERWERK.

IND.;

23 2320.2

A

BEWERKING SPLIJT-/KWEEKSTOFFEN Smeeroliën- en vettenfabrieken

24

-

VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN

2411 2412

0

Vervaardiging van industriële gassen: Kleur- en verfstoffenfabrieken

2414.1 2414.1

B0 Methanolfabrieken: B1 - p.c. < 100.000 t/j

2442

0

Farmaceutische produktenfabrieken:

2442 2442

1 2

- formulering en afvullen geneesmiddelen - verbandmiddelenfabrieken

2462

0

Lijm- en plakmiddelenfabrieken:

2462 2464

1

- zonder dierlijke grondstoffen Fotochemische produktenfabrieken

100 50

10 10

100 100

50 50

100 100

3.2 3.2

2466 2466

A B

Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken Overige chemische produktenfabrieken n.e.g.

50 200

10 30

50 100

50 200

50 200

3.1 4.1

25 2512

0

KUNSTSTOF Loopvlakvernieuwingsbedrijven:

2512

1

- vloeropp. < 100 m2

50

10

30

30

50

3.1

2512 2513

2

- vloeropp. >= 100 m2 Rubber-artikelenfabrieken

200 100

50 10

100 50

50 50

200 100

4.1 3.2

252 252

0 1

Kunststofverwerkende bedrijven: - zonder fenolharsen

200

50

100

100

200

4.1

VERVAARDIGING VAN PRODUKTEN VAN RUBBER EN

VERVAARDIGING 26 261

0

261

VAN

GLAS,

AARDEWERK,

CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN Glasfabrieken:

1

- glas en glasprodukten, p.c. < 5.000 t/j

30

30

100

30

100

3.2

2615 262, 263

10

30

50

10

50

3.1

0

Glasbewerkingsbedrijven Aardewerkfabrieken:

262, 263

1

- vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW

10

10

30

10

30

2

262, 263 264

2 A

- vermogen elektrische ovens totaal >= 40 kW Baksteen en baksteenelementenfabrieken

30 30

50 200

100 200

30 30

100 200

3.2 4.1

264

B

Dakpannenfabrieken

50

200

200

100

200

4.1

2652

0

Kalkfabrieken:

gevaar

afstand

categorie

200

30

200

4.1

- p.c. < 100.000 t/j Betonwarenfabrieken:

30

200

200

30

200

4.1

1

- zonder persen, triltafels en bekistingtrille

10

100

200

30

200

4.1

0 1

Kalkzandsteenfabrieken: - p.c. < 100.000 t/j

10

50

100

30

100

3.2

Mineraalgebonden bouwplatenfabrieken

50

50

100

30

100

3.2

10

50

100

100

100

3.2

10

50

100

50

100

3.2

2652

1

- p.c. < 100.000 t/j

2653

0

Gipsfabrieken:

2653 2661.1

1 0

2661.1 2661.2 2661.2 2662

0 1

Betonmortelcentrales: - p.c. < 100 t/u Vervaardiging van produkten (vezel)cement en gips:

van

grootste

geluid

200

nummer

30

-

2663, 2664 2663, 2664

AFSTANDEN IN METERS

stof

OMSCHRIJVING

geur

SBI-CODE

beton,

2665, 2666 2665, 2666

0 1

267

0

Natuursteenbewerkingsbedrijven: - zonder breken, zeven en drogen: p.o. > 2.000

267

1

m2

10

30

100

0

100

3.2

2681 2682

Slijp- en polijstmiddelen fabrieken B0 Isolatiematerialenfabrieken (excl. glaswol):

10

30

50

10

50

3.1

- p.c. < 100 t/d

2682

B2 - overige isolatiematerialen

200

100

100

50

200

4.1

2682 2682

C Minerale produktenfabrieken n.e.g. D0 Asfaltcentrales: p.c.< 100 ton/uur

50 100

50 50

100 200

50 30

100 200

3.2 4.1

28 281

0

Constructiewerkplaatsen:

281 281

1 2

- gesloten gebouw - in open lucht, p.o. < 2.000 m2

30 30

30 50

100 200

30 30

100 200

3.2 4.1

2821

0

Tank- en reservoirbouwbedrijven: 30 10 50

30 30 30

200 200 100

30 30 30

200 200 100

4.1 4.1 3.2

50 30

50 200

100 200

50 30

100 200

3.2 4.1

VERVAARD. VAN PRODUKTEN VAN METAAL (EXCL. MACH./TRANSPORTMIDD.)

Vervaardiging van verwarmingsketels, radiatoren en stoomketels

2822, 2830 284 284

A B

Stamp-, pers-, dieptrek- en forceerbedrijven Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d.

2851

0

Metaaloppervlaktebehandelings-bedrijven:

2851 2851

1 - algemeen 10 - stralen

2851

11 - metaalharden

30

50

100

50

100

3.2

2851 2851

12 - lakspuiten en moffelen 2 - scoperen (opspuiten van zink)

100 50

30 50

100 100

50 30

100 100

3.2 3.2

2851

3

- thermisch verzinken

100

50

100

50

100

3.2

2851

4

- thermisch vertinnen - mechanische oppervlaktebehandeling (slijpen,

100

50

100

50

100

3.2

2851 2851

5 6

polijsten) - anodiseren, eloxeren

30 50

50 10

100 100

30 30

100 100

3.2 3.2

2851

7

- chemische oppervlaktebehandeling

50

10

100

30

100

3.2

2851

8

- emailleren galvaniseren

100

50

100

50

100

3.2

(vernikkelen,

verchromen,

2851

9

30

30

100

50

100

3.2

2852 287

1 Overige metaalbewerkende industrie A0 Grofsmederijen, anker- en kettingfabrieken:

10

30

100

30

100

3.2

287 287

A1 - p.o. < 2.000 m2 B Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.

30 30

50 30

200 100

30 30

200 100

4.1 3.2

30

30

100

30

100

3.2

verzinken, verkoperen ed)

29

-

VERVAARDIGING VAN MACHINES EN APPARATEN

29 29

0 1

Machine- en apparatenfabrieken: - p.o. < 2.000 m2

afstand

categorie

30

200

30

200

4.1

30

10

30

10

30

2

APPARATEN EN BENODIGDH. Elektromotoren- en generatorenfabrieken

200

30

30

50

200

4.1

312

Schakel- en installatiemateriaalfabrieken

200

10

30

50

200

4.1

313 314

Elektrische draad- en kabelfabrieken Accumulatoren- en batterijenfabrieken

100 100

10 30

200 100

100 50

200 100

4.1 3.2

315

Elektrotechnische industrie n.e.g. VERVAARDIGING VAN AUDIO-, VIDEO-, TELECOM-

30

10

30

10

30

2

30 50

0 10

50 50

30 30

50 50

3.1 3.1

30

0

30

0

30

2

29

2

- p.o. >= 2.000 m2 VERVAARDIGING

30 30

A

VAN

KANTOORMACHINES

grootste

gevaar

50

-

nummer

geluid

AFSTANDEN IN METERS

stof

OMSCHRIJVING

geur

SBI-CODE

EN

COMPUTERS Kantoormachines- en computerfabrieken VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES,

31 311

32

-

-

APPARATEN EN -BENODIGDH. Vervaardiging van audio-, video- en telecomapparatuur e.d.

321 t/m 323 3210

Fabrieken voor gedrukte bedrading

33

-

VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN

33

A

34 341

0

EN OPLEGGERS Autofabrieken en assemblagebedrijven

341

1

- p.o. < 10.000 m2

100

10

200

30

200

4.1

3420.1 3420.2

Carrosseriefabrieken Aanhangwagen- en opleggerfabrieken

100 30

10 10

200 200

30 30

200 200

4.1 4.1

343

Auto-onderdelenfabrieken

30

10

100

30

100

3.2

Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. VERVAARDIGING VAN AUTO'S, AANHANGWAGENS

VERVAARDIGING VAN TRANSPORTMIDDELEN (EXCL. AUTO'S, AANHANGWAGENS)

35 351 351

0 1

Scheepsbouw- en reparatiebedrijven: - houten schepen

30

30

50

10

50

3.1

351

2

- kunststof schepen

100

50

100

50

100

3.2

351 352

3 0

- metalen schepen < 25 m Wagonbouw- en spoorwegwerkplaatsen:

50

100

200

30

200

4.1

352

1

- algemeen

50

30

100

30

100

3.2

353 353

0 1

Vliegtuigbouw en -reparatiebedrijven: - zonder proefdraaien motoren

50

30

200

30

200

4.1

354

Rijwiel- en motorrijwielfabrieken

30

10

100

30

100

3.2

355

Transportmiddelenindustrie n.e.g. VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN

30

30

100

30

100

3.2

OVERIGE

36 361

1

GOEDEREN N.E.G. Meubelfabrieken

50

50

100

30

100

3.2

361

2

Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2

0

10

10

0

10

1

Fabricage van munten, sieraden e.d. Muziekinstrumentenfabrieken

30 30

10 10

10 30

10 10

30 30

2 2

362 363 364

Sportartikelenfabrieken

30

10

50

30

50

3.1

365 3661.2

Speelgoedartikelenfabrieken Vervaardiging van overige goederen n.e.g.

30 30

10 10

50 50

30 30

50 50

3.1 3.1

45 45

0

BOUWNIJVERHEID Bouwbedrijven algemeen: b.o. > 2.000 m2

10

30

100

10

100

3.2

45

1

- bouwbedrijven algemeen: b.o. <= 2.000 m2

10

30

50

10

50

3.1

2

Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o. > 1000 m2

10

30

50

10

50

3.1

5

afstand

-

HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS

gevaar

1000 m2

geluid

3

stof

45

geur

-

categorie

AFSTANDEN IN METERS grootste

OMSCHRIJVING nummer

SBI-CODE

0

10

30

10

30

2

servicebedrijven Groothandel in vrachtauto's (incl. import)

10 10

0 10

30 100

10 10

30 100

2 3.2

- aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.<

50 501,

502,

Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en

504 502 5020.4

A

Autoplaatwerkerijen

10

30

100

10

100

3.2

5020.4 5020.4

B C

Autobeklederijen Autospuitinrichtingen

0 50

0 30

10 30

10 30

10 50

1 3.1

Autowasserijen Handel in auto- en motorfietsonderdelen en -

10

0

30

0

30

2

accessoires

5020.5 503, 504

0

0

30

10

30

2

505 505

0 1

Benzineservisestations: - met LPG > 1000 m3/jr

30

0

30

200

200

4.1

505

2

- met LPG < 1000 m3/jr

30

0

30

50

50

3.1

505 51

3 -

- zonder LPG GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING

30

0

30

10

30

2

Handelsbemiddeling (kantoren)

0

0

10

0

10

1

0

Grth in akkerbouwprodukten en veevoeders Grth in bloemen en planten

30 10

30 10

50 30

30 0

50 30

3.1 2

Grth in levende dieren Grth in huiden, vellen en leder

50 50

10 0

100 30

0 0

100 50

3.2 3.1

30

10

30

50

50

3.1

511 5121 5122 5123 5124

Grth 5125, 5131

in

ruwe

tabak,

groenten,

consumptie-aardappelen Grth in vlees, vleeswaren,

fruit

en

zuivelprodukten,

5132, 5133

eieren, spijsoliën

10

0

30

50

50

3.1

5134 5135

Grth in dranken Grth in tabaksprodukten

0 10

0 0

30 30

0 0

30 30

2 2

5136 5137

Grth in suiker, chocolade en suikerwerk Grth in koffie, thee, cacao en specerijen

10 30

10 10

30 30

0 0

30 30

2 2

5138, 5139

Grth in overige voedings- en genotmiddelen

10

10

30

10

30

2

514 5151.1

Grth in overige consumentenartikelen Grth in vaste brandstoffen:

10

10

30

10

30

2

0

5151.1

1

- klein, lokaal verzorgingsgebied

10

50

50

30

50

3.1

5151.2 5151.2

0 1

Grth in vloeibare en gasvormige brandstoffen: - vloeistoffen, o.c. < 100.000 m3

50

0

50

200

200

4.1

Grth minerale olieprodukten (excl. brandstoffen)

100

0

30

50

100

3.2

5151.3 5152.1 5152.2 /.3

0

Grth in metaalertsen: Grth in metalen en -halffabrikaten

0

10

100

10

100

3.2

5153 5153

0 1

Grth in hout en bouwmaterialen: - algemeen: b.o. > 2000 m2

0

10

50

10

50

3.1

5153.4

4

zand en grind:

5153.4

5

- algemeen: b.o. > 200 m2 Grth in ijzeren

0

30

100

0

100

3.2

50 30

10 100

50 100

3.1 3.2

metaalwaren

en

5154

0

verwarmingsapparatuur:

5154 5155.1

1

- algemeen: b.o. > 2.000 m2 Grth in chemische produkten

0 50

0 10

Grth in overige intermediaire goederen

10

10

30

10

30

2

5157

0

Autosloperijen: b.o. > 1000 m2

10

30

100

30

100

3.2

5157.2/3 5162

0 0

10

30

100

10

100

3.2

5156

Overige groothandel in afval en schroot: b.o. > 1000 m2 Grth in machines en apparaten:

geluid

gevaar

afstand

categorie

5162

1

- machines voor de bouwnijverheid

0

10

100

10

100

3.2

5162

2

- overige

0

10

50

0

50

3.1

0

0

30

0

30

2

0

0

10

10

10

1

0 10

0 0

30 100

0 0

30 100

2 3.2

0

0

100

30

100

3.2

0

0

50

30

50

3.1

binnenvaart: - stukgoederen

0

10

100

50

100

3.2

517 52 527 60

Overige grth (bedrijfsmeubels, vakbenodigdheden e.d. -

6022 6023 6024

emballage,

REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen)

-

VERVOER OVER LAND Taxibedrijven Touringcarbedrijven

0

6024 63

1 -

6311.2 6311.2

0 2

Goederenwegvervoerbedrijven schoonmaken tanks): b.o. > 1000 m2

(zonder

-

(zonder

Goederenwegvervoerbedrijven

schoonmaken tanks) b.o. <= 1000 m2 DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER Laad-,

6312

grootste

-

stof

AFSTANDEN IN METERS

geur

OMSCHRIJVING nummer

SBI-CODE

los-

en

overslagbedrijven

t.b.v.

Veem- en pakhuisbedrijven, koelhuizen

30

10

50

50

50

3.1

64 641

-

POST EN TELECOMMUNICATIE Post- en koeriersdiensten

0

0

30

0

30

2

642

A

Telecommunicatiebedrijven VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES,

0

0

10

0

10

1

71

-

10

0

30

10

30

2

711

ANDERE ROERENDE GOEDEREN Personenautoverhuurbedrijven Verhuurbedrijven voor transportmiddelen (excl.

712

personenauto's)

10

0

50

10

50

3.1

713 714

Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g.

10 10

0 10

50 30

10 10

50 30

3.1 2

0

0

10

0

10

1

30

10

30

30

30

2

0

0

10

0

10

1

72

-

72

A

bureau's e.d.

73

-

SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK Natuurwetenschappelijk speur-

731 732 74

COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE Computerserviceen informatietechnologie-

en

ontwikkelingswerk Maatschappijonderzoek

en

geesteswetenschappelijk

-

OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING

A

Overige zakelijke dienstverlening: kantoren Reinigingsbedrijven voor gebouwen

0 50

0 10

10 30

0 30

10 50

1 3.1

7481.3 7484.3

Foto- en filmontwikkelcentrales Veilingen voor landbouw- en visserijprodukten

10 50

0 30

30 200

10 50

30 200

2 4.1

7484.4

Veilingen voor huisraad, kunst e.d.

0

0

10

0

10

1

0

0

50

0

50

3.1

50

30

50

10

50

3.1

30

30

50

30

50

3.1

74 747

OPENBAAR BESTUUR, SOCIALE VERZEKERINGEN

OVERHEIDSDIENSTEN,

75 7525

-

90

-

9001

RWZI's en gierverwerkingsinricht., met afdekking A0 voorbezinktanks:

9002.1

A

9002.1 9002.2

B Gemeentewerven (afval-inzameldepots) A0 Afvalverwerkingsbedrijven:

Brandweerkazernes MILIEUDIENSTVERLENING

Vuilophaal-, straatreinigingsbedrijven e.d.

geluid

gevaar

afstand

categorie

9002.2

A2 - kabelbranderijen

100

50

30

10

100

3.2

9002.2

A4 - pathogeen afvalverbranding (voor ziekenhuizen)

50

10

30

10

50

3.1

9002.2 9002.2

A5 - oplosmiddelterugwinning A7 - verwerking fotochemisch en galvano-afval

100 10

0 10

10 30

30 30

100 30

3.2 2

9002.2

C0 Composteerbedrijven:

9002.2 9002.2

C3 - belucht v.c. < 20.000 ton/jr C4 - belucht v.c. > 20.000 ton/jr

100 200

100 200

100 100

10 30

100 200

3.2 4.1

9002.2

C5 - GFT in gesloten gebouw

200

50

100

100

200

4.1

93 9301.1

A

OVERIGE DIENSTVERLENING Wasserijen en strijkinrichtingen

30

0

50

30

50

3.1

9301.1 9301.2

B

Tapijtreinigingsbedrijven Chemische wasserijen en ververijen

30 30

0 0

50 30

30 30

50 30

3.1 2

9301.3

A

Wasverzendinrichtingen

0

0

30

0

30

2

grootste

-

stof

AFSTANDEN IN METERS

geur

OMSCHRIJVING nummer

SBI-CODE

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10789578/1