318186 Bestemmingsplan Ericastraat 16-18 bijlage 1 Bestemmingsplan Ericastraat 16-18 incl. bijlagen
Tekst van het document
Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kleine kantoren, winkels, horeca en parkeerterreinen. De volledige lijst wat onder (beperkt) kwetsbaar wordt verstaan is in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) opgenomen. Plaatsgebonden risico en groepsrisico Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in een contour van 10-6 als grenswaarde. Het realiseren van kwetsbare objecten binnen deze contour is niet toegestaan. Het realiseren van beperkt kwetsbare objecten binnen deze contour is in principe ook niet toegestaan. Echter, voor beperkte kwetsbare Pagina 25 Bestemmingsplan Ericastraat 16-18 te Baarn
objecten is deze 10-6 contour een richtwaarde. Mits goed gemotiveerd kan worden afgeweken van deze waarde tot de 10-5 contour. Bij groepsrisico is niet een contour bepalend, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen de effectafstand van een risicovolle activiteit ophoudt. Bij groepsrisico wordt gewerkt met een oriëntatiewaarde en niet met een grenswaarde. Hoe meer mensen dicht op de bron zijn bij een bepaalde calamiteit, hoe groter het effect. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) stelt dat bij elk bestemmingsplan, waar een relevant groepsrisico aanwezig is, dit risico moet worden verantwoord, ook wanneer dit onder de oriëntatiewaarde ligt. Hierbij geldt hoe hoger het groepsrisico des te zwaarder de verantwoording is. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor (de omgeving van) de meest risicovolle bedrijven is het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' (Bevi) van belang. Het Bevi legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor mensen buiten de inrichting. Het Bevi is opgesteld om de risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle bedrijven, te beperken. Het besluit heeft tot doel zowel individuele als groepen burgers een minimaal (aanvaard) beschermingsniveau te bieden.
Via een bijhorende ministeriële regeling (Revi) worden diverse veiligheidsafstanden tot kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten gegeven. Aanvullend op het Bevi zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden. Het Bevi is gericht aan het bevoegd gezag inzake de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening en heeft onder meer tot doel om bij nieuwe situaties toetsing aan de risiconormen te waarborgen. Voor de toepassing van het Bevi, wordt een nieuw ruimtelijk besluit gezien als een nieuwe situatie. Vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor Het toetsingskader voor het onderdeel transportroutes gevaarlijke stoffen is het Besluit transportroutes externe veiligheid (Btev). Dit besluit is op 1 april 2015 in werking getreden. Bepaald moet worden of binnen de invloedsfeer van deze transportassen gevoelige functies mogelijk zijn. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in plaatsgebonden risico en groepsrisico. Voor sommige transportassen wordt rekening gehouden met het Plasbrandaandachtsgebied (PAG). Het PAG is het gebied tot 30 meter van de transportas waarin, bij de realisering van kwetsbare objecten, rekening dient te worden gehouden met de effecten van een plasbrand.
Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) zijn op 1 januari 2011 in werking getreden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. Op basis van het Bevb wordt het voor gemeenten verplicht om bij de vaststelling van een bestemmingsplan, op basis waarvan de aanleg van een buisleiding of een kwetsbaar object of een risicoverhogend object mogelijk is, de grenswaarde voor het PR in acht te nemen en het GR te verantwoorden. Het Bevb vervangt hiermee de circulaires Zonering langs hogedruk aardgasleidingen (1984) en Zonering langs transportleidingen voor brandbare vloeistoffen (1991). Planspecifiek Om te beoordelen of er risico’s Externe Veiligheidsrisico’s zijn, is de risicokaart van de provincie geraadpleegd. De risicokaart toont dat er geen Bevi-inrichtingen, en buisleidingen aanwezig zijn nabij het plangebied. Het plan ligt dan ook niet binnen plaatsgebonden risicocontouren van risicobronnen. Het plangebied ligt wel binnen het invloedsgebied van het spoor Amsterdam – Amersfoort. Over deze route vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats. Het spoor ligt op 530 meter.
Gezien de afstand tot het spoor en grote hoeveelheid woningen tussen het spoor en het plangebied heeft de beoogde Pagina 26 Bestemmingsplan Ericastraat 16-18 te Baarn
ontwikkeling nihil gevolgen voor de berekening van het groepsrisico. Het is dan ook aannemelijk dat het groepsrisico niet zal toenemen zoals bedoeld in artikel 8 lid 2 van het Besluit externe veiligheid transportroutes.
Figuur 10. Overzicht risicokaart. Plangebied in rode cirkel.
Bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, zal de brandweer inzetten op het beperken of voorkomen van effecten. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij dat incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert. Bij het genoemde incidentscenario is het advies om te schuilen in een gebouw en de ramen, deuren en ventilatieopeningen te sluiten. In het plangebied zijn voldoende mogelijkheden aanwezig om dit advies tijdig op te volgen. Gezien bovenstaande conclusies zijn van uit het aspect Externe veiligheid geen aanvullende randvoorwaarden van toepassing op het plan. Het aspect Externe Veiligheid vormt geen belemmering voor het plan.
Pagina 27 Bestemmingsplan Ericastraat 16-18 te Baarn
Waterbeheer Het aspect water is van groot belang binnen de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast (waaronder ook risico van overstromingen e.d.) voorkomen worden en de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Op Rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan.
Wettelijk kader Op rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport ‘Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw’ (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: • vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Vervolgens wordt zo nodig het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren wordt het water afgevoerd. • schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan het bod. Waterwet Centraal in de Waterwet staat een integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteembenadering’.
Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Het doel van de waterwet is het integreren van acht bestaande wetten voor waterbeheer. Door middel van één watervergunning regelt de wet het beheer van oppervlaktewater en grondwater en de juridische implementatie van Europese richtlijnen, waaronder de Kaderrichtlijn Water. Via de Waterwet gelden verschillende algemene regels. Niet alles is onder algemene regels te vangen en daarom is er de integrale watervergunning. In deze integrale watervergunning zijn zes vergunningen uit eerdere wetten (inclusief keurvergunning) opgegaan in één aparte watervergunning. Nationaal Waterplan Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan vastgesteld door het kabinet. Het Nationaal Waterplan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016-2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water. Het geeft maatregelen die in de periode 2016-2021 genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten.
Pagina 28 Bestemmingsplan Ericastraat 16-18 te Baarn
Waterschap Vallei en Veluwe Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap Vallei en Veluwe. In het Waterbeheerprogramma 2016-2021 geeft het waterschap de acties aan om het rivierengebied veilig te houden tegen overstromingen, om voldoende en schoon water te hebben en om het afvalwater effectief te zuiveren. Het Waterschap is verantwoordelijk voor en werkt aan een duurzaam waterbeheer voor een veilig en leefbare ‘Vallei en Veluwe’. Bij alle in- en uitbreidingsplannen adviseert en toetst het Waterschap op hydrologische effecten, waarbij het hydrologisch neutraal ontwikkelen het uitgangspunt is. Kortom, het initiatief mag niet leiden tot een verandering in de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse en in de directe omgeving. Naast het beheerplan beschikt het Waterschap over een verordening: de Keur voor waterkeringen en wateren. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een watervergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels. Deze watervergunning wordt vervolgens door het waterschap verleend of geweigerd. Ook is het mogelijk dat nadere eisen worden gesteld aan de vergunningverlening. Planspecifiek Beheer watersysteem en waterketen In en om het plangebied zijn geen watergangen aanwezig.
Lozen van afvalwater In voorliggend plan betreft het enkel huishoudelijk afvalwater. Het systeem voor huishoudelijk afvalwater zal worden aangesloten op het (bestaande) vuilwaterriool van het perceel. Hemelwater Lozen van hemelwater – Het hemelwater wordt afgevoerd op eigenterrein, via een infiltratiesysteem. Toename verharding - Een groot gedeelte van het perceel ter plaatse van en rondom het gebouw is in de huidige situatie verhard. Op het perceel wordt het gebouw gesloopt. In de beoogde situatie blijft de verharding ten bate van verkeer en parkeren nagenoeg gelijk. Het gebouw (met binnentuin) wordt vervangen door twee rijen woningen met achtertuinen. Het verharde oppervlak zal afnemen van 3.350 m2 tot 2.845 m2, zoals ook te zien is in onderstaande afbeelding. Vanwege de afname van verharding zijn geen water compenserende maatregelen nodig.
Figuur 11. Overzicht van verharding in bestaande situatie en nieuwe situatie. (Bron: Centrum Architecten)
Pagina 29 Bestemmingsplan Ericastraat 16-18 te Baarn
Uitloging van bouwmaterialen - Bij de nieuwbouw van de woningen zullen geen uitloogbare materialen worden toegepast. Kunststof en EPDM zijn daarin de oplossingen voor zink en lood. Conclusie Gezien bovenstaande vormt het aspect Water geen belemmering voor onderhavig plan.
Verkeer en parkeren Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur en het parkeren in en rondom het plangebied. Planspecifiek In voorliggend plan worden 28 woningen gebouwd. Twee van deze woningen zijn reeds mogelijk op basis van het vigerende bestemmingsplan. De overige 26 woningen komen in plaats van een bedrijfsgebouw. Voor de 26 woningen dient beredeneerd te worden of de parkeervoorzieningen en verkeersstructuur voldoende zijn. Parkeereis en parkeervoorziening De parkeernormen zijn gebaseerd op de normen van de gemeente Baarn. De parkeereis voor de woningen wordt berekend voor rijtjes koopwoningen (hoek/tussen) in rest bebouwde kom in matig stedelijk gebied. De parkeereis komt daarmee op (1,7 +0,3 bezoekersparkeren is) 2,0 pp per woning. In totaal worden er nieuwe 26 woningen bestemd. Dit betekent dat de gemiddelde parkeereis uitkomt op (2,0 x 26 =) 52 parkeerplaatsen. In het plangebied worden 52 parkeerplaatsen gerealiseerd. Er is dus voldoende parkeergelegenheid in het plangebied voor de woningen. Verkeersgeneratie De verkeersgeneratie als gevolg van de bouw van 26 woningen is volgens het CROW gemiddeld 7,1 vervoersbewegingen per dag per woning. In totaal betekent dit een verkeersgeneratie van 184,6 vervoersbewegingen per dag in en rondom het plangebied.
De huidige verkeersstructuur is berekend op de vervoersbewegingen van de functie van het bestaande gebouw. Planologisch gezien mag op de locatie een bedrijf/kantoor zitten. De verkeersgeneratie voor een bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief (zoals industrie, werkplaats) is 9,1-10,9 ritten per 100 m2 bvo (in matig stedelijk gebied en rest bebouwde kom). Indien uitgegaan wordt van een kantoorfunctie zonder balie betreft de verkeersgeneratie 6,3-8,1 ritten per 100 m2 bvo (in matig stedelijk gebied en rest bebouwde kom). Het gebouw heeft een oppervlakte van 1.730 m2 en is drie verdiepingen hoog. Het pand heeft een bvo van 5.190 m2 (1.730x3). Uitgaande van een arbeidsintensief bedrijf bedraagt de verkeersgeneratie 519 ritten per werkdag (10 x 5.190/100). Wanneer uitgegaan wordt van een kantoorfunctie bedraagt de verkeersgeneratie 374 ritten per werkdag (7,2 x 5.190/100). In beide gevallen bedraagt de verkeersgeneratie als gevolg van de bedrijfs- of kantoorfunctie minstens het dubbele dan de verkeersgeneratie door de woningen. De verkeersgeneratie door de bouw van woningen legt niet meer belasting op het verkeer dan de bestaande functie van het gebouw. Het aspect Verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor voorliggend plan.
Pagina 30 Bestemmingsplan Ericastraat 16-18 te Baarn
Duurzaamheid Europees- en Rijksbeleid De overheid zet in op klimaatadaptie en klimaatmitigatie. Klimaatadaptatie betekent dat er maatregelen worden genomen om Nederland te beschermen tegen de risico’s ten gevolge van klimaatverandering. Daarnaast is er klimaatmitigatie om verdere klimaatverandering te beperken door de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.
De opgaven voor klimaatneutraliteit zijn: Energiebesparing Hernieuwbare energie Energie-efficiëntie
het energiegebruik sterk verminderen door besparingen en innovaties de energie die we nog nodig hebben duurzaam opwekken energie- of warmte vragende en energie- of warmte leverende functies bij elkaar brengen
Toetsingskader Het Rijk heeft ambitieuze klimaatdoelen gesteld die via diverse convenanten en akkoorden (zowel met het bevoegd gezag, bedrijfsleven en marktpartijen) zijn geborgd. Alleen via het Bouwbesluit geldt een wettelijke verplichting om bij bestemmingsplannen aandacht te besteden aan (duurzame) energie. Er zijn wel mogelijkheden beschikbaar om aandacht te besteden aan energie in het bestemmingsplan onder meer door de Energieprestatie op Locatie (EPL) en Energieprestatieadvies (EPA) en door het bieden van mogelijkheden voor de productie van duurzame energie. Provinciaal beleid De provincie stelt in de provinciale verordening: Wij streven bij gebiedsontwikkelingen naar zelfvoorzienendheid voor energie. Wij nemen bij uitleglocaties en transformatieopgaven de voorwaarde op dat gemeenten en initiatiefnemers in ruimtelijke plannen dienen te beschrijven op welke wijze invulling wordt gegeven aan energiebesparing en de inzet van duurzame energie, waarbij onder meer wordt gedacht aan toepassing van restwarmte, warmte- en koudeopslag, aardwarmte, zonne-energie en biomassa. Wij hebben de ambitie om in 2040 het grondgebied van de provincie Utrecht klimaatneutraal georganiseerd te hebben. Het gaat hierbij niet alleen om CO2 -reductie, maar ook om het onafhankelijk zijn van beperkt beschikbare fossiele brandstoffen.
De opgaven voor klimaatneutraliteit zijn: • het energiegebruik sterk verminderen door besparingen en innovaties; • de energie die we nog nodig hebben duurzaam opwekken; • energie- of warmte vragende en energie- of warmte leverende functies bij elkaar brengen. Opties voor verduurzaming: • Zongericht bouwen: Met zongericht bouwen kan de zon optimaal worden benut door vergrote glasgeveldelen een oriëntatie te geven tussen het zuidoosten en zuidwesten. Op deze manier kan de zon in de winter worden gebruikt voor verwarming en kunnen zonnepanelen maximaal opwekken. Om oververhitting te voorkomen door de invloed van de zon, wordt aan geraden een vaste overstek (zonwering) toe te passen. • Extra isolatie en een uitstekende naad- en kierdichting boven de wettelijke eis. Door in de gehele woning extra isolatie en verbeterde naad- en kierdichting toe te passen, kunnen energieverliezen worden beperkt. Let hierbij vooral op dat gekozen wordt voor beide, aangezien het rendement van beide stijgt bij gezamenlijke toepassing. • Een collectieve bodemwarmtepomp: Een warmtepomp kan als bron gebruik maken van lucht of bodem. Bodem als energiebron heeft een beter rendement. In combinatie met PV-panelen kan de benodigde energie van externe bronnen tot een minimum beperkt worden. Door een Pagina 31 Bestemmingsplan Ericastraat 16-18 te Baarn
•
•
collectieve bodemwarmtepomp worden schaalvoordelen benut en kan gebruik worden gemaakt van zonnewarmte waardoor de warmtepomp alleen bij te onvoldoende zonne-energie zal functioneren. Zonnecollector: Een zonnewarmte systeem kan optimaal jaarlijks circa 50% van de warmtapwater behoefte verzorgen. Een combinatie van de zonnecollector met een warmtepomp is ideaal door de structurele verhoging van het rendement van de warmtepomp en hiermee de energiebehoefte van de warmtepomp. PV-panelen: Door elektriciteit duurzaam op de eigen woning op te wekken kan worden bespaard op inkoop en elektriciteit en de energiebelasting.
Planspecifiek Bij de bouw van de woningen zal minimaal aan de huidige bouweisen voldaan worden. Verder zullen de woningen gasloos worden uitgevoerd. Voor de verwarming en tapwater zal gebruik gemaakt worden van een luchtwarmte pomp. Verder zullen zonnepanelen op het dak geïnstalleerd worden. Dit plan voldoet daarmee aan de ambities van het rijk en de provincie op het gebied van duurzaamheid.
Pagina 32 Bestemmingsplan Ericastraat 16-18 te Baarn
5 Juridische planbeschrijving Plansystematiek Het bestemmingsplan ‘Ericastraat 16-18 te Baarn’ heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor de bebouwing en het gebruik van de gronden binnen het plangebied. Het bestemmingsplan is gericht op het mogelijk maken van 28 extra woningen na de sloop van een kantoorpand. Bij het opstellen van voorliggend bestemmingsplan is aansluiting gezocht op het direct aangrenzende bestemmingsplan ter plaatse ‘Nieuwe Oosterhei’ en bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Gestreefd is naar uniformering en standaardisering van bestemmingen en planregels. De Wet ruimtelijke ordening biedt mogelijkheden voor het opstellen van verschillende bestemmingsplanvormen, van zeer gedetailleerd tot zeer globaal. Voor iedere bestemming is een toegesneden bebouwingsregeling opgenomen. In het kader van de landelijke uniformering en standaardisering voldoet het plan aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012.
Opzet van de regels Overeenkomstig de SVBP2012 zijn de regels van voorliggend bestemmingsplan onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. In hoofdstuk 2 zijn de bestemmingsregels opgenomen. Hoofdstuk 3 en 4 bevatten de algemene regels respectievelijk de overgangs- en slotregels. Hierna wordt de inhoud van de regels per hoofdstuk kort toegelicht. In paragraaf 6.3 wordt nader ingegaan op de bestemmingen die in het bestemmingsplan zijn opgenomen. Hoofdstuk 1 - Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In het eerste artikel zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van het plan. Het tweede artikel betreft de wijze van meten, waarin wordt aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn regels gegeven voor de binnen het plangebied voorkomende bestemmingen, zoals die zijn aangegeven op de verbeelding. Per bestemming zijn in de bestemmingsomschrijving de toegelaten gebruiksvormen van de gronden aangegeven. Daarnaast is per bestemming bepaald welke vormen van bebouwing zijn toegestaan. In beginsel zijn hoofdgebouwen uitsluitend toegestaan binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken, waarbij dient te worden voldaan aan de voorgeschreven maatvoering (met name de maximale goot- en/of bouwhoogte).
De verschillende bestemmingen bevatten, indien nodig, specifieke gebruiksregels. Per bestemming is daarnaast bepaald in welke gevallen burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bestemmingsplan. In paragraaf 6.3 wordt nader ingegaan op de afzonderlijke bestemmingen. Hoofdstuk 3 - Algemene regels Dit hoofdstuk bevat de volgende algemene regels: • de anti-dubbeltelbepaling; • algemene bouwregels; • algemene aanduidingsregels; • algemene afwijkingsregels; • algemene wijzigingsregels; • overige regels.
Pagina 33 Bestemmingsplan Ericastraat 16-18 te Baarn
Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 van de regels bevat twee artikelen. In het eerste artikel is het overgangsrecht opgenomen, zoals dat ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Het tweede artikel bevat de slotregel. In de slotregel is aangegeven hoe de regels kunnen worden aangehaald.
De bestemmingen In het plangebied zijn verschillende bestemmingen weergegeven. Hieronder wordt een nadere beschouwing gegeven van deze bestemmingen. Artikel 3 Tuin De bestemming Tuin regelt wat toegestaan is aan bebouwing en bouwwerken geen gebouwen zijnde voor de voorgevel. Uitgangspunt hierbij is om te hoge erfascheiding en of bebouwing te voorkomen die aantasting van het straatbeeld kunnen opleveren. De regels zijn gebaseerd op het bestemmingsplan ‘Nieuwe Oosterhei’. De regels uit het bestemmingsplan ‘Nieuwe Oosterhei’ die niet van toepassing zijn, zijn niet overgenomen in dit plan. Artikel 4 Verkeer – Verblijfsgebied De bestemming Verkeer - Verblijfsgebied is opgenomen voor de straten en stoepen in het bestemmingsplangebied. Hieronder vallen ook groenstroken en de parkeerplaatsen. In deze bestemming wordt een veilige afwikkeling van verkeer mogelijk gemaakt, een goede straatinrichting en mogelijkheden voor openbare nutsvoorzieningen. De regels zijn gebaseerd op het bestemmingsplan ‘Nieuwe Oosterhei’. De regels uit het bestemmingsplan ‘Nieuwe Oosterhei’ die niet van toepassing zijn, zijn niet overgenomen in dit plan. Artikel 5 Wonen De bestemming wonen maakt het gebruik en de bebouwing voor de woonfunctie mogelijk. De regels zijn gebaseerd op het bestemmingsplan ‘Nieuwe Oosterhei’. De toegestane goot- en bouwhoogten zijn op de verbeelding opgenomen.
De regels uit het bestemmingsplan ‘Nieuwe Oosterhei’ die niet van toepassing zijn, zijn niet overgenomen in dit plan.
Pagina 34 Bestemmingsplan Ericastraat 16-18 te Baarn
6 Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid Naast ruimtelijke uitvoerbaarheid wordt de beoogde ontwikkeling van het plangebied ook getoetst aan economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.
Economische uitvoerbaarheid Op grond van de Grondexploitatiewet dient een exploitatieplan te worden vastgesteld bij het vaststellen van het bestemmingsplan of ander ruimtelijk plan, tenzij de economische uitvoerbaarheid anderszins is gegarandeerd. De procedurekosten voor het plan worden middels de gemeentelijke legeskosten op initiatiefnemer verhaald. Tevens wordt een anterieure overeenkomst en of een planschadeovereenkomst gesloten met de initiatiefnemer van het plan. Hiermee zijn kosten en risico’s verdeeld. Vanuit het plan vloeien geen overige kosten of risico’s voort die voor rekening van de gemeente zijn. De economische uitvoerbaarheid van het plan is daarmee verzekerd.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Verslag inspraak en artikel 3.1.1 Bro overleg Het ontwerpbestemmingsplan is in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) toegezonden aan organisaties die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Verslag zienswijzen Het plan is tevens gedurende de ontwerpfase in het kader van art 3.8 Wro en volgens afdeling 3.4 van de Awb ter inzage gelegd. Het plan heeft van 30 juli 2021 tot en met 9 september 2021 in ontwerp ter inzage gelegen. Er is 1 zienswijze binnengekomen (zie bijlage 6). De zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het plan.
Pagina 35 Bestemmingsplan Ericastraat 16-18 te Baarn
7 Bijlagen 1. Verkennend Ecologisch Onderzoek, Ericastraat 12-16 te Baarn, Watersnip Advies, Rapport 20A087, oktober 2020 2. Aanvullend Ecologisch Vleermuisonderzoek, Ericastraat 12 – 16 Baarn, Watersnip Advies, Rapport 21A001, augustus 2021 3. Asbestinventarisatie kantoorpand Ericastraat 18 te Baarn, Klaver Asbestinventarisaties B.V., projectnummer KL-2017-5003-2, 1 april 2021 4. Verkennend onderzoek Asbest in grond, Ericastraat 16-18 te Baarn, Amos Milieutechniek B.V., rapportnummer 174.181.BR.11.ROS, 27 augustus 2018 5. Nota betreft Aanvullend afperkend bodemonderzoek, Ericastraat 16-18 te Baarn, Amos Milieutechniek B.V., rapportnummer 174.181.BR.11.ROS, 27 augustus 2018 6. Reactienota Zienswijzen Bestemmingsplan Ericastraat 16-18, Gemeente Baarn, 14 september 2021
Pagina 36 Bestemmingsplan Ericastraat 16-18 te Baarn
Bijlage 1
Verkennend Ecologisch Onderzoek Ericastraat 12-16 te Baarn
Rapport 20A087 Uitgave oktober 2020
Colofon Titel
Verkennend Ecologisch Onderzoek
Subtitel
Ericastraat 12-16 Baarn
Status rapport
Concept
Projectnummer
20A087
Datum uitgave
Oktober 2020
Samengesteld door
Heidi van der Welle, adviseur Watersnip Advies John van Gemeren, senior adviseur Watersnip Advies
Foto’s
Watersnip Advies
Naam en adres opdrachtgever
Plannen-makers Abstederdijk 36 3582 BN Utrecht
Contactpersoon opdrachtgever
Dhr. C. Vaartjes
Alle auteursrechten ten aanzien van dit rapport worden uitdrukkelijk voorbehouden. Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van Watersnip Advies, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.
20A087 VEO Ericastraat 12-16 Baarn
Inhoudsopgave 1
INLEIDING .................................................................................................................. 3
2
LOCATIEBESCHRIJVING ........................................................................................... 6 2.1 2.2
3
Huidige situatie ............................................................................................................. 6 Plannen .......................................................................................................................... 6
TOETSINGSKADER.................................................................................................. 10 3.1 3.2
Europese richtlijnen .................................................................................................... 10 Landelijk natuurbeleid- en wetgeving........................................................................ 10
3.2.1 3.2.2 3.2.3
4
RESULTATEN ONDERZOEK ................................................................................... 17 4.1 4.2 4.3
Methode ...................................................................................................................... 17 Flora ............................................................................................................................. 17 Fauna ........................................................................................................................... 18
4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.3.4 4.3.5 4.3.6 4.3.7
5
Vogels ................................................................................................................... 18 Vissen ................................................................................................................... 18 Amfibieën ............................................................................................................. 19 Reptielen............................................................................................................... 19 Grondgebonden zoogdieren ............................................................................... 20 Vleermuizen.......................................................................................................... 20 Overige soorten ................................................................................................... 22
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN...................................................................... 24 5.1 5.2
6
Wet Natuurbescherming 2017 (Wnb) ................................................................. 10 Natuurnetwerk Nederland ................................................................................... 13 Ontwerp Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 (herijking 2016) .... 14
Conclusies en aanbevelingen ..................................................................................... 24 Algemene Zorgplicht .................................................................................................. 25
BRONNEN ................................................................................................................ 26
Watersnip Advies
20A087 VEO Ericastraat 12-16 Baarn
Watersnip Advies
20A087 VEO Ericastraat 12-16 Baarn
1 Inleiding Aan de Ericastraat 12-16 is men voornemens 26 nieuwe woningen te realiseren. Het huidige, leegstaande kantoorpand zal hiervoor afgebroken worden. Hiervoor dient het bestemmingsplan aangepast te worden. De initiatiefnemer van de voorgenomen plannen dient te verkennen of er mogelijk schadelijke gevolgen zijn voor beschermde natuurwaarden in het plangebied. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen beschermde soorten en beschermde gebieden. Concreet betekent het dat nagegaan moet worden of: Er overtreding van de verbodsbepalingen voor beschermde soorten plaatsvindt (toetsing Wet Natuurbescherming-Wnb). Er schade optreedt aan beschermde dieren en/of planten. Beschermde plantensoorten mogen niet vernietigd of beschadigd worden. Beschermde diersoorten mogen niet gedood, verwond of opzettelijk verontrust worden. Daarnaast mogen hun nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfsplaatsen niet beschadigd, vernield, uitgehaald, weggenomen of verstoord worden en mogen hun eieren niet vernietigd of vernield worden; Er mogelijke significante gevolgen zijn voor beschermde gebieden (eveneens toetsing Wet Natuurbescherming); Er wezenlijke waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk Nederland aangetast worden (Toetsing Natuurnetwerk Nederland, Toepassing Ontwerp Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028).
Om te onderzoeken of bovenstaande bepalingen overtreden of aangetast worden dient het plangebied onderzocht te worden, middels een bureaustudie en onderzoek naar de aanwezige flora en fauna door een deskundige op het gebied van ecologie. In oktober 2020 hebben gekwalificeerde medewerkers van Watersnip Advies een Flora- en fauna-inventarisatie verricht in het plangebied. Hierbij werd met name gelet op het voorkomen van beschermde planten- en diersoorten. Daarnaast zijn de verschillende biotopen binnen het plangebied beoordeeld met betrekking tot potentieel voorkomende beschermde soorten. Dit rapport geeft een overzicht van de voor het plangebied geldende natuurwetgeving, de aanwezigheid van beschermde gebieden in de nabije omgeving en de aanwezige en verwachte flora en fauna in het plangebied. Vervolgens wordt aangegeven of er bij het realiseren van de voorgenomen plannen schade verwacht wordt aan beschermde soorten. Met het oog op de algemene zorgplicht, die geldt voor alle planten- en diersoorten, worden waar mogelijk maatregelen beschreven, gericht op het voorkómen van schade. In het samenvattende schema op de volgende pagina wordt aangegeven of er overtreding plaatsvindt aan beschermde planten- en diersoorten en beschermde gebieden.
Watersnip Advies
3
20A087 VEO Ericastraat 12-16 Baarn
Conclusies en aanbevelingen In onderstaand schema volgt een opsomming van de conclusies en aanbevelingen uit hoofdstuk 5. Daarnaast wordt er aangegeven of er bij het realiseren van de nieuwbouwplannen schade verwacht wordt aan de beschermde soorten binnen het plangebied. Natuurgebieden H.3 Natura2000 §3.2.1 - Habitattypen
- Soorten NNN-gebieden §3.2.2 Structuurvisie Utrecht §3.2.3 Soortgroep H.4 Flora §4.2 Algemeen §4.3.3 en 4.3.5
Vogels §4.3.1
Vissen §4.3.2 Amfibieën §4.3.3
Reptielen §4.3.4 Zoogdieren §4.3.5 Vleermuizen §4.3.6
Overige soorten §4.3.7
Watersnip Advies
Gevolgen Negatieve effecten op de doelsoorten van de Natura2000gebieden ‘Arkemheen’ en ‘Eemmeer & Gooimeer Zuidoever’ zijn niet aan de orde. Nee Nee Nee Overtreding verbodsbepalingen Nee Voor de beschermde soorten, Bastaardkikker, Eekhoorn en Egel geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming door de provincie Utrecht. Er hoeft voor deze soorten geen ontheffing aangevraagd te worden. Wel dient voor deze soorten de algemene zorgplicht in acht genomen te worden. Nee. Indien bomen en struiken verwijderd worden, dient dit bij voorkeur buiten het broedseizoen van vogels te gebeuren, zodat overtreding van de Wet natuurbescherming wordt voorkomen. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli. De Wnb hanteert echter geen standaard periode voor het broedseizoen; van belang is of een nest bewoond is. Indien een bewoond nest wordt aangetroffen, mogen er geen werkzaamheden uitgevoerd worden die het nest verstoren. Vogelnesten die jaarrond beschermd worden door de Wnb, zijn niet aangetroffen of te verwachten binnen het plangebied. Voor aanvang van werkzaamheden tijdens het broedseizoen dient een terzake kundige een inspectie uit te voeren ten aanzien van eventuele broedende vogels.
Nee Nee, mits voorkomen wordt dat er gedurende de voortplantingsperiode van de Rugstreeppad (globaal half april – augustus) water stagneert en er plassen en poelen ontstaan waar de Rugstreeppad haar eieren in af kan zetten. Tevens dient voorkomen te worden dat er lang zand/grond braak ligt gedurende de overwinteringsperiode (globaal van november – maart). Dit om ingraven voor overwintering te voorkomen. Nee Nee De aanwezigheid van vleermuizen binnen het plangebied kan niet worden uitgesloten. Aanvullend jaarrond onderzoek is noodzakelijk. Nee
4
20A087 VEO Ericastraat 12-16 Baarn
Watersnip Advies
5
20A087 VEO Ericastraat 12-16 Baarn
2 Locatiebeschrijving 2.1
Huidige situatie
Het plangebied ligt in de kilometervakken met de Amersfoortse coördinaten: 148, 467. Het betreft een kantoorpand met drie verdiepingen en een plat dak. Aan de noordwestzijde bevindt zich een parkeerplaats, die momenteel overwoekerd is door verschillende plantensoorten, waaronder grassoorten. In het midden van het gebouw bevindt zich een binnentuin. Het plangebied bevindt zich midden in een woonwijk en wordt aan de zuid-, west- en noordzijde begrensd door woningen. Aan de oostzijde van het plangebied bevindt Figuur 1 Plangebied (rode contour) 149 zich een speeltuinvereniging achter een straat met woningen. Het kantoorpand is in 1995 grondig gerenoveerd. Er heeft onder meer een drukkerij in gevestigd. Nu staat het pand al zo’n ruim zes jaar leeg. Afgelopen zomer heeft er een flinke brand in het pand gewoed. Een klein deel van het gebouw is hierdoor van binnen volledig vernietigd. Zie de gevolgen van de brand ook in figuur 5. 2.2
Plannen
De initiatiefnemer is voornemens 26 woningen te realiseren. Het betreft tien hoekwoningen en 16 tussenwoningen. Daarbij zullen 55 parkeerplaatsen gerealiseerd worden.
Figuur 2 Overzicht plangebied (rode contour) (Bron: maps.google.nl)
Watersnip Advies
6
20A087 VEO Ericastraat 12-16 Baarn
Figuur 3 Af te breken kantoorpand
Figuur 4 Zicht op binnentuin en Ginkgo
Watersnip Advies
7
20A087 VEO Ericastraat 12-16 Baarn
Figuur 5 Gevolgen brand in af te breken pand
Watersnip Advies
8
20A087 VEO Ericastraat 12-16 Baarn
Watersnip Advies
9
20A087 VEO Ericastraat 12-16 Baarn
3 Toetsingskader 3.1
Europese richtlijnen
Binnen de Europese Unie vormen de Natura2000-gebieden een netwerk van beschermde natuur. Het doel van deze gebieden is het behoud van de biodiversiteit in Europa. Het beschermen van kwetsbare planten en dieren en hun leefgebieden is hierbij het uitgangspunt. De richtlijnen zijn in Europa uitgewerkt in de Vogel- en Habitatrichtlijn. In de Nederlandse wetgeving zijn deze geïmplementeerd in de Wet Natuurbescherming. Deze wet is van kracht geworden op 1 januari 2017. 3.2
Landelijk natuurbeleid- en wetgeving
3.2.1 Wet Natuurbescherming 2017 (Wnb) In de Wet Natuurbescherming zijn per 1 januari 2017 drie wetten opgenomen, te weten de Natuurbeschermingswet, Flora- en faunawet en Boswet.
Natura2000-gebieden
In Nederland zijn gebieden aangewezen als speciale beschermingszones. Deze gebieden vallen onder de Vogelrichtlijn en/of de Habitatrichtlijn en worden aangeduid als Natura2000-gebieden. Voor deze gebieden zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd. Per provincie is het college van Gedeputeerde Staten verantwoordelijk voor het treffen van instandhoudingsmaatregelen en passende maatregelen. Tevens heeft de provincie de bevoegdheid om bijzondere landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen, mits deze niet reeds onder een Natura2000-gebied vallen. Activiteiten die mogelijk negatieve gevolgen hebben voor de kwaliteit van de natuurlijke habitats, of die habitats van soorten kunnen verslechteren of een significant verstorend effect zouden kunnen hebben op aangewezen soorten binnen een gebied, zijn vergunningsplichtig.
Soorten
De soortenbescherming is bedoeld om in het wild levende planten- en diersoorten te beschermen als er werkzaamheden plaatsvinden in en rond het leefgebied van een soort. In de Wet Natuurbescherming worden drie beschermingsregimes onderscheiden; Europees beschermde soorten vallen onder beschermingsregimes soorten ‘Vogelrichtlijn (Wnb-vrl) en beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn’ (Wnb-hrl) en nationaal beschermde soorten vallen onder beschermingsregime ‘andere soorten’ (Wnb- andere soorten). Werkzaamheden die schade kunnen veroorzaken aan soorten zijn, o.a.; (ver)bouwen, slopen, of wegen aanleggen, water dempen en graven. Voor werkzaamheden die geen schade veroorzaken aan beschermde soorten, hoeft vooraf niets geregeld te worden. Als het echter onmogelijk is om schade aan beschermde soorten te voorkomen, dan moet vooraf bepaald worden of er een vrijstelling geldt of dat er een ontheffing moet worden aangevraagd. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of ontheffing zijn afhankelijk van de mate van bescherming van de planten- en diersoorten die binnen het plangebied voorkomen. Wanneer in geval van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting schade ontstaat aan beschermde planten en dieren, is het mogelijk te werken met een goedgekeurde Watersnip Advies
10
20A087 VEO Ericastraat 12-16 Baarn
gedragscode die toepasbaar is voor de geplande activiteiten en de aangetroffen soorten. Indien dit niet het geval is en er schade ontstaat aan beschermde soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd. Ontheffingen worden aangevraagd bij de provincie. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of ontheffing zijn afhankelijk van de mate van bescherming van de planten- en diersoorten die binnen het plangebied voorkomen. Een ontheffing wordt alleen toegekend als de werkzaamheden het voortbestaan van de soort niet in gevaar brengen. Het integreren van ecologische maatregelen in het plan kan een ontheffingsaanvraag voorkomen. Hierbij gaat het om het consolideren van het leefgebied van populaties. Deze maatregelen dienen voorafgaande aan de werkzaamheden uitgevoerd te worden om zo de functionaliteit van het plangebied voor de beschermde soort(en) ten allen tijden te behouden. Het gaat daarbij dus om het voorkómen van schade (zie figuur 6). Deze ecologische maatregelen dienen opgesteld te worden door of in samenwerking met een ter zake kundige.
Figuur 6: Stappenplan onderzoek Wet natuurbescherming (Bron: www.regelink.net)
In het kader van de Wet natuurbescherming zijn alle vogels beschermd. Tijdens het broedseizoen zijn de nesten van alle vogels beschermd en mogen niet verontrust worden. Nesten van sommige vogelsoorten zijn jaarrond beschermd. Ten aanzien van jaarrond beschermde nesten onderscheidt de Wnb vijf categorieën: nesten die buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (1), nesten van koloniebroeders die jaarlijks dezelfde vaste broedplaats hebben (2), nesten van vogels die niet in kolonie
Watersnip Advies
11
20A087 VEO Ericastraat 12-16 Baarn
broeden maar wel jaarlijks dezelfde vaste broedplek hebben (3), nesten van vogels die jaarlijks gebruik maken van hetzelfde nest (4) en ten slotte nesten van vogels die geneigd zijn terug te keren naar de broedplek van het vorige jaar, maar wel flexibel genoeg zijn om zich elders te vestigen indien nodig (5). De nesten van de vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd. De nesten van de soorten in categorie (5) zijn jaarrond beschermd als er onvoldoende alternatieven zijn of als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen.
Algemene zorgplicht (artikel 1.11)
Voor Natura2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende planten- en diersoorten geldt de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor Natura2000gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten, of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt.
Houtopstanden, hout en houtproducten
Het is verboden om een houtopstand buiten de grenzen van de bebouwde kom geheel of gedeeltelijk te kappen, zonder hier voorafgaande aan de werkzaamheden melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Indien er houtopstand gekapt moet worden geldt er een herplantplicht. Let wel, hakhoutbeheer geldt als bestendig beheer. Het gaat om kappen ter verwijdering op korte of langere termijn. Toetsing Wet Natuurbescherming 2017 Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura2000-gebied of bijzondere provinciale natuurgebied.
Figuur 7 Ligging Natura2000-gebieden t.o.v. plangebied (rood) (bron: natura2000.nl)
Watersnip Advies
12
20A087 VEO Ericastraat 12-16 Baarn
Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied is ‘Arkemheen’ en bevindt zich op 7,3 km afstand van het plangebied. Natura2000-gebied ‘Eemmeer & Gooimeer Zuidoever’ ligt op 7,5 km afstand van het plangebied. Doelsoorten van Natura2000-gebied ‘Arkemheen’ zijn Kleine zwaan en Smient. Doelsoort van Natura2000-gebied ‘Eemmeer & Gooimeer Zuidoever’ is Visdief. Een deel van deze soorten is alleen binnen het Natura2000-gebied aanwezig. Het plangebied ligt echter ook binnen de actieradius van de Smient. Het plangebied is echter niet geschikt als leefgebied voor deze soort. Het plangebied bevindt zich midden in een woonwijk en is sterk verhard. Er zijn geen brede sloten en open graslanden aanwezig waar deze soort kan foerageren. Negatieve effecten op de doelsoorten van de Natura2000gebieden zijn derhalve niet aan de orde. Negatieve effecten op de doelsoorten van de Natura2000-gebieden zijn derhalve niet aan de orde. Een uitgebreide beschrijving van de flora en fauna binnen het plangebied is te vinden in hoofdstuk 4. Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van de gemeente Baarn. Er is geen sprake van het kappen van houtopstanden. De herplantplicht in het kader van de Wet Natuurbescherming is daarom niet aan de orde.
3.2.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland, in de wet benoemd als de (voormalige) Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is een netwerk van natuurgebieden in Nederland om de biodiversiteit te behouden en te versterken. Via dit netwerk kunnen planten en dieren zich verspreiden, waardoor de kans op uitsterven of inteelt verkleind wordt. De NNN bestaat uit: Natura 2000 gebieden; bestaande natuurgebieden, zoals de Nationale Parken; gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; landbouwgebieden, die beheerd worden volgen agrarisch natuurbeheer en; grote wateren, zoals meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en Waddenzee. De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan van 1990, en via de planologische kernbeslissing Nota Ruimte van de voormalige Ministeries van VROM, LNV, V&W en EZ (2006) voortgezet in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, opgesteld door het Ministerie van I&M (2012). In 1995 werden de doelsoorten en natuurdoeltypen gedefinieerd, die in 2000 werden doorgevoerd in de provinciale plannen. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de uitvoering van de NNN. De natuur in de NNN is beschermd middels een ‘nee, tenzij’-regime.
Binnen de NNN zijn nieuwe projecten, plannen en handelingen met een significant negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN niet toegestaan, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang en reële alternatieven ontbreken. Eventuele schade moet zoveel mogelijk worden gemitigeerd en/of gecompenseerd.
Watersnip Advies
13
20A087 VEO Ericastraat 12-16 Baarn
Toetsing Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen deel uit van een NNN-gebied (zie figuur 8). Ook zijn er geen bijzondere landschapselementen aanwezig in het plangebied. De ruimtelijke ingrepen die verband houden met de sloop van het kantoorpand en de bouw van de woning(en) zullen vanwege de ligging van het plangebied en de afstand tot de NNN-gebieden geen schade veroorzaken aan de NNN.
Figuur 8 Ligging NNN-gebieden en Weidevogelkerngebieden t.o.v. het plangebied (bron: www.ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl)
3.2.3 Ontwerp Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 (herijking 2016) Op 4 februari 2013 is de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 vastgesteld door Provinciale Staten van Utrecht. De Structuurvisie geeft op regionaal niveau invulling aan de ruimtelijke ordening en maatregelen op het gebied van verkeer en vervoer. In 2016 heeft een herijking van deze Structuurvisie plaatsgevonden. In december 2018 is een tweede partiële herziening van de structuurvisie vastgesteld. Het ruimtelijk beleid van de Provincie is gericht op drie pijlers: Een duurzame leefomgeving Vitale dorpen en steden Landelijk gebied met kwaliteit Uitgangspunten voor het Landelijk gebied met kwaliteit zijn: 1. Uitnodigende zones die stad en land verbinden en bijdragen aan de kwaliteit van het binnenstedelijk leefmilieu. 2. Behouden en versterken van de kernkwaliteiten van het landschap en behoud van aardkundige waarden. 3. Behouden en ontwikkelen van een vitaal en samenhangend stelsel van natuurgebieden. 4. Een economisch vitale en duurzame landbouwsector. 5. Behouden en ontwikkelen van de mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding (recreatie en toerisme). 6. Behouden van gebieden waar rust en stilte kan worden ervaren. Het Natuurnetwerk Nederland (EHS) is reeds in hoofdstuk 2.2.3 ter sprake geweest. Er liggen ook natuurwaarden buiten de EHS en de groene contour. Deze dragen veelal bij aan
Watersnip Advies
14
20A087 VEO Ericastraat 12-16 Baarn
de essentiële gebiedskenmerken en aan de regionale biodiversiteit en dienen daarom behouden te blijven. Een specifieke categorie van natuurwaarden buiten de EHS zijn weidevogel-kerngebieden. Weidevogels zijn karakteristiek in het traditioneel open (veen)weidelandschap. Om de weidevogels en het cultuurlandschap waarin zij verblijven te behouden, beschermt de Provincie deze landschappen tegen inbreuken op de openheid en verkavelingsstructuur. Toetsing Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie In de directe omgeving van het plangebied bevindt zich geen Weidevogelkerngebied (zie figuur 8). Er zal daarom geen schade ontstaan door de geplande nieuwbouwplannen.
Watersnip Advies
15
20A087 VEO Ericastraat 12-16 Baarn
Watersnip Advies
16
20A087 VEO Ericastraat 12-16 Baarn
4 Resultaten onderzoek 4.1
Methode
Voordat begonnen is met het verkennend veldonderzoek, is een korte, grondige bureaustudie uitgevoerd, waarbij diverse internetsites, relevante artikelen en verspreidingskaarten (o.a. RAVON) zijn geraadpleegd, om te bepalen welke beschermde planten- en diersoorten in het plangebied zouden kunnen voorkomen. Soorten die op een afstand van 0 tot 1km zijn waargenomen worden in dit rapport behandeld. De bureaustudie dient ertoe een meer gerichte, effectieve en efficiënte veldinventarisatie te kunnen uitvoeren. Op donderdag 1 oktober 2020 hebben gekwalificeerde medewerkers van Watersnip Advies een Flora- en fauna-inventarisatie gedaan in het plangebied. Tevens is een indicerend vooronderzoek uitgevoerd met betrekking tot vleermuizen. Hierbij is middels de checklist van het Vleermuisprotocol van de Gegevensautoriteit Natuur geïnventariseerd welke functies het plangebied ten aanzien van vleermuizen zou kunnen vervullen. Er is als volgt te werk gegaan: a. Met behulp van een ladder is de dakconstructie van de gebouwen aan de binnen- en buitenzijde geïnspecteerd op eventueel aanwezige ruimtes. Hierbij zijn ook dakpannen gelicht. b. Met behulp van een schroevendraaier zijn de aanwezige spleten/ruimten gecontroleerd op mogelijkheid als invliegopening voor vleermuizen. c. Er is gezocht op sporen die duiden op aanwezigheid van vleermuizen (bijv. uitwerpselen). 4.2
Flora
Rondom het kantoorpand is een tuin met verschillende, spontaan opgekomen algemene plantensoorten. Dit betreft onder meer Robinia, Butlea, Canadese fijnstraal, Smalle weegbree, Paardenbloem en Lavendel. Ook zijn er verschillende boomsoorten aangetroffen, waaronder Berk, Esdoorn, Zomereik, Populier en Taxus. In de binnentuin, die grotendeels overwoekerd is groeit onder meer een Ginkgo (Japanse notenboom, figuur 4) en Finse meelbes. Langs de muur van het pand groeit klimop. Langs het pand groeien Finse meelbessen (zie figuur 10). Er zijn binnen het plangebied geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Er is binnen het plangebied ook geen geschikt biotoop aanwezig voor beschermde plantensoorten, die vaak specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving. Beschermde plantensoorten worden daarom niet verwacht binnen het plangebied. Figuur 9 Spontaan opgekomen soorten
Watersnip Advies
17
20A087 VEO Ericastraat 12-16 Baarn
Figuur 11 Binnentuin
4.3
Figuur 10 Finse meelbessen langs het kantoorpand
Fauna
4.3.1 Vogels Tijdens de inventarisatie zijn verschillende algemene vogelsoorten waargenomen in de omgeving van het plangebied, zoals Kauwen en Eksters. Alle vogels zijn beschermd in het kader van de Wet Natuurbescherming. De nesten van alle vogels zijn tijdens het broedseizoen beschermd en mogen niet opzettelijk verontrust worden. Er zijn geen broedende vogels aangetroffen, omdat de inventarisatie buiten het broedseizoen is uitgevoerd. De bomen binnen het plangebied zijn wel geschikt als broedlocatie voor vogels. Nesten van enkele vogelsoorten, zoals Gierzwaluw, Huismus en verschillende uilensoorten, zijn jaarrond beschermd. Tijdens het veldbezoek werd geen enkele Huismus waargenomen. Tijdens het betreden van het dak werd gezocht n aar eventueel geschikte nestplekken voor de Huismus. Nergens bevinden zich pannendaken. Het betreft een plat dak met dakbedekking van bitumen. Er werden nergens geschikte nestplekken aangetroffen. Het plangebied is niet geschikt voor andere vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals roofvogels en uilensoorten. Binnen het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten of geschikte locaties voor jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Jaarrond beschermde nesten worden daarom niet verwacht binnen het plangebied. Figuur 12 Plat dak
4.3.2 Vissen Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde Grote modderkruiper (wnb-andere soorten / Rode lijst status ´kwetsbaar´) voorkomt in de directe omgeving van het plangebied (0-1 km).
Watersnip Advies
18
20A087 VEO Ericastraat 12-16 Baarn
De Grote modderkruiper leeft in ondiepe wateren met een dikke modderlaag en veel waterplanten. De Grote modderkruiper verschuilt zich tijdens de dag en voedt zich tijdens de nacht met kleine ongewervelden zoals kreeftjes, muggenlarven, watervlooien, wormen en waterpissenbedden. Er is binnen het plangebied geen water aanwezig. De aanwezigheid van deze soort binnen het plangebied kan worden uitgesloten. Er worden binnen het plangebied geen andere beschermde vissoorten verwacht.
4.3.3 Amfibieën Tijdens de veldinventarisatie zijn geen beschermde amfibieën aangetroffen binnen het plangebied. Uit de bureaustudie blijkt dat de Bastaardkikker (allen Wnb-andere soorten) voorkomt in de directe omgeving van het plangebied (0-1km). Voor deze soorten geldt in het kader van de Wet Natuurbescherming een algemene vrijstelling in de provincie Utrecht. Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde Rugstreeppad (Wnb-hrl/ Rode lijst status ‘gevoelig’) voorkomt in de directe omgeving van het plangebied (0-1 km). De Rugstreeppad komt voornamelijk voor op zandige terreinen met een betrekkelijk hoge dynamiek, zoals de duinen, de uiterwaarden van grote rivieren, opgespoten terreinen, heidevelden en akkers. Ook overgangen in het landschap als dijktaluds en de grenzen tussen bovenland en droogmakerij vindt de Rugstreeppad aantrekkelijk als leefgebied. Voor de voortplanting maakt de Rugstreeppad gebruik van ondiepe plassen en poelen om haar eieren in af te zetten. De Rugstreeppad maakt voor de overwintering gebruik van rommelhoekjes met opgeslagen stenen of van braakliggende zandhopen, waarin hij zich makkelijk kan ingraven. Er zijn binnen het plangebied geen ondiepe plassen of poelen aanwezig. Ook zijn er geen rommelhoekjes of braakliggende zandhopen waar de Rugstreeppad zich kan ingraven. Het plangebied bevat niet het geschikte biotoop voor deze soort.
De aanwezigheid van de Rugstreeppad binnen het plangebied kan worden
uitgesloten.
Op het moment dat er binnen het plangebied hopen zand voor langere tijd braak komen te liggen, wordt het gebied mogelijk wel aantrekkelijk als overwinteringsgebied. De Rugstreeppad staat erom bekend dat hij lange afstanden kan afleggen op zoek naar een geschikte overwinteringslocatie. Op basis van de geraadpleegde verspreidingskaarten worden binnen het plangebied geen andere (streng) beschermde amfibieën verwacht.
4.3.4 Reptielen Tijdens de inventarisatie zijn geen beschermde reptielen aangetroffen. Uit de geraadpleegde verspreidingskaarten blijkt dat de beschermde Ringslang (Wnb-andere soorten / Rode lijst status ‘kwetsbaar’) voorkomt in de directe omgeving van het plangebied (0-1 km). De Ringslang is een watergebonden soort. Deze soort heeft rijk begroeide oevers nodig om in te jagen en om zich te kunnen verschuilen. Voor de voortplanting maakt deze soort gebruik van broeihopen van takken, stro en bladeren. Er zijn binnen het plangebied geen water, en dus ook geen rijk begroeide oevers aanwezig. Het plangebied voldoet niet aan de specifieke eisen die de Ringslang stelt aan zijn leefgebied. De aanwezigheid van de Ringslang binnen het plangebied kan worden uitgesloten.
Watersnip Advies
19
20A087 VEO Ericastraat 12-16 Baarn
Op basis van de bureaustudie worden binnen het plangebied geen andere beschermde reptielen verwacht.
4.3.5 Grondgebonden zoogdieren Uit de bureaustudie blijkt dat er meerdere beschermde zoogdieren voorkomen in de directe omgeving van het plangebied, namelijk Eekhoorn en Egel (0-1km) (beide Wnb-andere soorten). Voor deze soorten geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming in de provincie Utrecht. Tevens blijkt uit de bureaustudie dat de beschermde Das (Wnb-andere soorten / Rode lijst status ‘thans niet bedreigd’) voorkomt in de directe omgeving van het plangebied (0-1 km). De Das komt voor in een bosrijke omgeving. Het plangebied is bebouwd en bevindt zich middenin een woonwijk. De aanwezigheid van de Das binnen het plangebied kan worden
uitgesloten.
Er is binnen het plangebied geen geschikt biotoop aangetroffen voor beschermde zoogdieren. Deze worden hier derhalve niet verwacht.
4.3.6 Vleermuizen Hoewel vleermuizen zoogdieren zijn, worden deze vanwege hun afwijkende eigenschappen als afzonderlijke groep behandeld in deze rapportage. Alle vleermuizen die voorkomen in Nederland zijn beschermd (Wnb-hrl). Uit de bureaustudie blijkt dat er verschillende beschermde vleermuissoorten voorkomen in de omgeving van het plangebied, zoals Gewone dwergvleermuis, Laatvlieger, Rosse vleermuis (0-1 km), Baardvleermuis, Baardvleermuis / Brandts vleermuis, Franjestaart, Gewone grootoorvleermuis, Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis en Watervleermuis (1-5 km). Tijdens de veldinventarisatie is een indicerend vooronderzoek uitgevoerd met betrekking tot vleermuizen. Hierbij is middels de checklist van het Vleermuisprotocol van de Gegevensautoriteit Natuur geïnventariseerd welke functies het plangebied ten aanzien van vleermuizen zou kunnen vervullen. In het kader van het vleermuisprotocol is een bouwkundige inspectie uitgevoerd. Beschrijving af te breken pand Het kantoorpand is opgebouwd uit baksteen. Eén gedeelte van de parkeergarage is afgewerkt met metalen platen. Er is een spouwmuur aanwezig. Het dak is afgewerkt met een metalen daklijst, en op sommige delen van het gebouw met Trespa platen.
Omdat bekend is dat vleermuizen soms gebruik maken van ruimtes achter Trespa platen, is hier nauwgezet onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van kieren of ruimtes. Met behulp van een koevoet zijn de aanwezige kieren geïnspecteerd. De Trespa platen zijn zeer strak tegen het pand aangebracht en de betreffende kieren waren zo klein dat de koevoet erin bleef hangen (zie ook figuur 13, 15, 16). Hier hebben vleermuizen dus geen toegang tot het pand. Het platte dak is bedekt met bitumen. Hier zijn geen geschikte plekken voor vleermuizen aangetroffen. Rondom het gebouw bevinden zich veel open stootvoegen (figuur 14) ter ventilatie van de spouwmuur. De mogelijkheid dat deze gebruikt worden door vleermuizen kon tijdens het veldbezoek niet worden uitgesloten. In omgeving rondom het plangebied bevinden zich
Watersnip Advies
20
20A087 VEO Ericastraat 12-16 Baarn
relatief veel bomen die vleermuizen kunnen gebruiken om te foerageren. Ook de overwoekerde binnentuin kan een foerageerfunctie hebben. Een aantal bomen gaat verdwijnen. Hier zullen heel incidenteel vleermuizen foerageren. Foerageergebied is alleen beschermd indien het van groot belang is voor de functionaliteit van de verblijfplaatsen van de soorten, doordat er onvoldoende alternatieven aanwezig zijn. Dit is hier niet het geval. Er is in de dorpskern van Baarn voldoende alternatief groen foerageergebied aanwezig. Conclusie De aanwezigheid van vleermuizen binnen het plangebied kan niet worden uitgesloten. Nader onderzoek is noodzakelijk om de effecten van het voornemen vast te kunnen stellen. Dit onderzoek dient plaats te vinden in de periode april tot en met september 2021.