CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

282913 Ontwerpbestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk bijlage 8 Reactie aan klankbordgroep Soestdijk

Besluit in de Raad 29 september 2021, gemeente BaarnBij agendapunt: Raadsvoorstel en bijlagen4.163 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

inlichtingen bij team doorkiesnummer

A.J. van 't Riet Ontwikkeling Ruimte en Omgeving (035) 548 16 11

uw brief van

22 juni 2021

uw kenmerk

-

ons kenmerk

285519

datum onderwerp

Aan Klankbordgroep Landgoed Paleis Soestdijk

13 juli 2021 Advies klankbordgroep

Beste leden van de klankbordgroep,

Met grote belangstelling hebben wij het advies van de klankbordgroep gelezen. Wij hebben het advies ook voorgelegd aan de MeyerBergman Erfgoed Groep. Het college en MeyerBergman willen grote waardering uitspreken voor de tijd en inzet die de leden van de klankbordgroep hebben besteed aan het meedenken bij het tot stand komen van het ontwerpbestemmingsplan. In het bijzonder is veel tijd besteed aan het ontwerp voor de ontsluiting van het landgoed en de natuuronderzoeken, die beide in de vorige fase nog niet gereed waren. In bijgaand memo wordt uitvoerig ingegaan op de punten uit het advies van de klankbordgroep. U leest daar welke punten op welke wijze worden overgenomen. Daar waar adviezen geen rechtstreekse betrekking hebben op het bestemmingsplan is dat ook vermeld. Het advies van de klankbordgroep en deze brief met bijlage maken deel uit van de stukken die in het kader van het ontwerpbestemmingsplan naar de gemeenteraad worden gestuurd. Ook voor de gemeente is het traject dat de afgelopen twee jaar met de klankbordgroep is doorlopen zeer leerzaam geweest. We nemen de leerpunten zeker mee naar andere participatietrajecten. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van de gemeente Baarn,

drs. C.Creveld secretaris

M.A. Röell burgemeester

Kopie: - MeyerBergman Erfgoed Groep - gemeenteraad van Baarn

Stationsweg 18 Postbus 1003 3740 BA Baarn t (035) 548 16 11 e gemeente@baarn.nl I Voor ons privacybeleid zie www.baarn.nl Bank Nederlandse Gemeenten NL28BNGH0285000594. Bij beantwoording graag datum en kenmerk brief vermelden.

Memo Aan Onderwerp

: Burgemeester en wethouders van Baarn : Advies klankbordgroep bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk

Van Team Datum

: A.J. van ’t Riet : Ontwikkeling ruimte en omgeving : 11 juli 2021

cc

: Meyer Bergman Erfgoed Groep, gemeenteraad

Met dit memo geven de gemeente en MeyerBergman Erfgoed Groep een gezamenlijke reactie en toelichting op het advies van de klankbordgroep. Sommige punten zijn naar ons oordeel niet juist geïnterpreteerd of behoeven nadere uitleg. In deze reactie wordt de indeling van het advies gevolgd en wordt puntsgewijs gereageerd.

2. Natuur 1. In het advies wordt gesteld dat er in het Ontwerp Bestemmingsplan nog steeds wordt uitgegaan van 700.000 bezoekers. Dat is niet correct. Wij gaan in het OBP uit van 300.000 reguliere bezoekers en maximaal 200.000 bezoekers voor evenementen. Deze laatste is verlaagd met 100.000 bezoekers door de categorie 3 (10.000 bezoekers per dag) te schrappen. Dus komen wij uit op een totaal van 500.000 bezoekers. Daarnaast betekent het maximum aantal bezoekers niet dat wij op alle 40 evenementdagen ook daadwerkelijk zoveel bezoekers zullen ontvangen. In de praktijk zal er variatie in de evenementen blijven en zullen er naast grote ook kleinere evenementen plaatsvinden. 2. De KBG geeft aan niet te willen dat het Baarnse Bos gebruikt wordt voor ontsluitingsmogelijkheden. Dat is ook niet het geval: de ontsluiting voor de parade die nu voorligt is volledig op eigen terrein van MBEG en gaat dus niet door het Baarnse Bos. 3. De woningen op het Alexanderkwartier hebben geen tuinen. De KBG wil een garantie dat tuinen ook in de toekomst niet toegestaan worden. Het ontwerp bestemmingsplan voorziet niet in de mogelijkheid tuinen aan te leggen. Voor de aanleg van tuinen zou dus een wijziging van het bestemmingsplan nodig zijn. Wij denken dat dit voldoende garantie geeft. 4. De KBG wenst een waarborg dat het omringende Borrebos niet wordt aangetast door bewoners.

Dit neemt MBEG mee in het inrichtingsplan voor het Alexanderkwartier. Deze moet nog worden opgesteld. Het inrichtingsplan wordt aan de gemeente en de provincie voorgelegd.

1

5. In algemene zin wil de KBG dat de natuurmaatregelen (en de naleving daarvan) goed worden geborgd. Dat onderschrijven wij en dat is reeds het geval. In de regels is vastgelegd dat de NNN compensatie moet worden gerealiseerd. Met de provincie wordt daarnaast gewerkt aan een overeenkomst die een directe relatie heeft met het Beheer en Inrichtingsplan en voorziet de opvolging van afspraken en monitoring van de realisatie. De provincie heeft daarmee feitelijk een nadrukkelijke rol. Daar waar mogelijk kunnen lokale natuurorganisaties betrokken worden, zonder dat dit leidt tot het overlopen van het bosgebied. 6. DE KBG ziet vanwege de rustzone geen mogelijkheid meer voor Royal Run om in dit gebied plaats te vonden. Wij kunnen bij deze bevestigen dat Royal Run niet meer gehouden kan worden. Mocht er in de toekomst nog een doorstart plaatsvinden dan zal deze niet door de rustzone kunnen gaan. 7. De KBG spreekt nadrukkelijk de wens uit om de maximale snelheid op de Amsterdamsestraatweg te verlagen van nu 80 naar 50 km per uur en ook te waarborgen dat hierop wordt gehandhaafd. Dit is niet aan de gemeente of de MeyerBergman Erfgoed Groep, maar aan de provincie Utrecht. Waarbij wel gezegd moet worden, dat bij 50 km per uur een wegindeling van 2 maal 2 rijstroken niet passend is, en terug moet naar 2 x 1 rijstrook.

Uit het mobiliteitsonderzoek blijkt, dat de doorstroming van verkeer bij 2 x 1 rijstrook stagneert. Onderdeel van de netwerkanalyse die de provincie op het hele provinciale wegennet uitvoert is om te bezien of afwaardering naar 60 km per uur mogelijk is – hier blijft wel de wegindeling van 80 km per uur gehandhaafd. 8. Naar de mening van een groot aantal leden van de KBG is er te weinig aandacht voor het behoud en versterken van de fauna. Hiervoor zou de KBG meer aandacht willen zien vanuit de MBEG en een heldere en uitgesproken visie welke soorten men op welke wijze wil versterken op het landgoed. Wij denken reeds aan dit punt tegemoet te komen. Het provinciaal beleid stelt als eis dat er sprake dient te zijn van een meerwaarde voor de natuur. Dat is ook het uitgangspunt van de visie en de maatregelen zoals opgenomen in het Beheer- en inrichtingsplan. Deze leiden tot een meerwaarde voor de natuur. Met een voorwaardelijke verplichting is de realisatie van de NNN compensatie met de natuurmaatregelen geborgd in het bestemmingsplan. Daarnaast wordt er met de Provincie Utrecht gewerkt aan een overeenkomst die een directe relatie heeft met het Beheer en Inrichtingsplan. Naast het beheer- en inrichtingsplan werken we als vanzelfsprekend aan innovatie en ontwikkeling. Hierop kan het beheerplan, dat geen statisch rapport hoeft te zijn, in de loop van de tijd worden aangepast. 9.

De KBG stelt dat de ontwikkelingen op de Parade weinig aan bod zijn gekomen, maar geeft aan dat ook hier rekening moet worden gehouden met de natuur en zeker voor het Baarnse Bos. Dit lijkt ons een punt voor het inrichtingsplan voor de Parade. Deze moet nog worden opgesteld en worden aangevraagd bij de Gemeente Baarn. 3.Mobiliteit en oversteekbaarheid Amsterdamsestraatweg 10. Oversteek Amsterdamsestraatweg

Het antwoord op dit punt zal primair moeten worden gegeven door de provincie. Het is ons inziens wel opmerkelijk dat in de argumentatie van de KBG aangaande de tunnel of brug variant de impact op de natuur volledig buiten beschouwing wordt gelaten. Daarnaast is de doorstroming al gecheckt en akkoord bevonden door de Provincie. Evenementenverkeer is expliciet buiten beschouwing gelaten aangezien het niet dagelijkse werkelijkheid is, maar staat wel in de rapportage parkeeronderzoek bij evenementen en in de blauwdruk. 11. Inrichting Amsterdamsestraatweg – voetgangers Het antwoord op dit punt moet primair worden gegeven door de provincie. MBE is verantwoordelijk voor het aanleggen van de twee kruisingen. De Provincie is verantwoordelijk voor een mogelijke herprofilering van de Amsterdamsestraatweg (traject visie). MBE ondersteund de wens van de klankbordgroep om een separaat voetpad aan te leggen. 12. Parkeervraagstuk: De KBG adviseert om de locatie Het Hoge Erf af te voeren als overlooplocatie omdat dit in praktijk in sommige gevallen tot problemen zou leiden. In het bestemmingsplan is het van belang dat Paleis Soestdijk aantoonbaar maakt dat zei de parkeerplaatsen die zijzelf niet kan huisvesten elders kan borgen. De totale balans is ruim voldoende te noemen. MBE ziet dit dus niet als een probleem. 13.

Visie op regionale mobiliteit Het antwoord op dit punt moet primair worden gegeven door de provincie. Dit punt is aan de provincie mee gegeven. 4.Overige opmerkingen 14. Locatieaanduidingen ontbreken voor de precieze locatie waar een hotel en horeca mag worden gevestigd. Er is geen reden vanuit goede ruimtelijke ordening om dit specifieker aan te duiden in het gebied. De effecten van het totale programma en de bouwmogelijkheden zijn beoordeeld geweest. Het is belangrijk op blijvend te kunnen inspelen op marktveranderingen en nieuwe inzichten. Het is daarom wenselijk om flexibiliteit te houden in het bestemmingsplan. Dit draagt bij aan een duurzame exploitatie. 15. Een hotelfunctie laat zich scherper afbakenen in een aantal slaapplaatsen dan in kamers. De effecten van een hotel worden beoordeeld op basis van het aantal kamers (o.a. verkeersgeneratie CROW en Laddertoets). Zodoende wordt ook in het bestemmingsplan het aantal kamers vastgelegd. 16. De bouwmogelijkheid van (tijdelijke) paviljoens is onvoldoende afgebakend en een maximaal toelaatbare tijdsduur ontbreekt. Gezamenlijk mogen de paviljoens niet meer dan maximaal 400 m2 bedragen, en de locatie is begrensd. Tevens zal er bij het plaatsen van de paviljoens rekening moeten worden gehouden met diverse natuurregels (verplichting, soorten etc..) en de rijksmonumentale tuin.

De tijdelijkheid van de paviljoens zullen divers van aard zijn en hebben daarmee ook verscheidende gebruiksduren. 17. Regels over ‘bouwwerken, geen gebouwen zijnde’ ontbreken binnen de bestemming Wonen. In de bestemming Wonen zijn geen regels opgenomen voor bouwwerken geen gebouw zijnde. Dit betekent dat het bestemmingsplan geen ruimte geeft voor bouwwerken, geen gebouw zijnde binnen de woonbestemming. Alleen mogelijkheden die vergunningsvrij zijn, kunnen hier worden gerealiseerd. En aansluitend hebben we de vergunningsvrije mogelijkheden op achtererven ook nog

eens uitgesloten. Dan blijven alleen de mogelijkheden over voor nutsvoorzieningen, straatmeubilair en dergelijke. Maar die zijn dus niet in het bestemmingsplan geregeld, maar via Bijlage II van het Bor. 18. Net als bij de Parade zouden ook binnen de bestemming Natuur alleen evenementen toegelaten mogen worden die voldoen aan de reguliere geluidnormen. De evenementen mogen worden gehouden op de dynamische zone en dus in de bestemmingen Natuur en Gemengd. 19. Niet is duidelijk welke concrete natuurmaatregelen bij welke deelontwikkeling horen. Zowel voor de ontwikkelaar als derde-belanghebbenden is daardoor niet helder aan welke verplichtingen (blijvend) moet worden voldaan alvorens geoordeeld kan worden dat gebruik in nieuw te bouwen bouwwerken legaal plaatsvindt. Bovendien is het wenselijk de verbodsbepaling ook te koppelen aan (nieuw) gebruik in bestaande gebouwen. Die zijn in de bijlagen benoemd per deelontwikkeling. Deze is exact gelijk aan het NNN rapport. 20. Ten aanzien van toepasselijke geluidnormen is een dynamische verwijzing naar beleidsregels ontoelaatbaar. Voorts kunnen beleidsregels geen burgerbindende normen bevatten. In overleg met de provincie is afgesproken dat het moet gaan om een concreet (nieuw) moment. En dit zal het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning worden.

21. De wijzigingsbevoegdheid voor het college het aantal evenementdagen naar boven bij te stellen is onvoldoende afgebakend en bovendien ongewenst. Sinds de wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in 2014 is het mogelijk om in een bestemmingsplan regels op te nemen waarvan de uitleg bij de uitoefening van een daarbij aangegeven bevoegdheid, afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels. Inmiddels wordt in veel bestemmingsplannen gewerkt met een verwijzing naar bijvoorbeeld de normen uit de parkeernota (statisch en dynamisch). Belangrijk is dat wordt duidelijk gemaakt in het bestemmingsplan waaraan moet worden voldaan en om welke beleidsregels het gaat. Dit dient in overeenstemming te zijn met het maximum dat de raad in de APV heeft vastgesteld. Dus het is wel degelijk begrenst. 22. De in de regels opgenomen mogelijkheid vuurwerk af te steken is een evident natuur verstorende activiteit. Het afsteken van knal- en siervuurwerk, zou expliciet in de regels verboden moeten worden. Er geldt nu geen beperking aan het afsteken van vuurwerk. Door de ecoloog van Eelerwoude is aangegeven dat door het opnemen van de restricties zoals in het bestemmingsplan zijn beschreven de impact op de natuur voldoende wordt beperkt. Er is echter geen bezwaar tegen het volledig uitsluiten van het afsteken van vuurwerk.

5. Slotopmerkingen Artikel 3 Bestemming Gemengd 23. De mogelijkheid van bouw of vestiging van een hotel is niet gekoppeld aan een aanduiding op de verbeelding en kan dus (mits binnen een bouwvlak) binnen de gehele bestemming Gemengd plaatsvinden. Ook binnen het paleis zelf. Dat is niet wenselijk. De KBG adviseert de bouw- en vestigingsmogelijkheid van het hotel met een aanduiding op de verbeelding te koppelen aan de beoogde locatie achter de intendantwoning op de Parade.

Dit draagt bij aan een goede exploitatie, waarbij het kunnen inspelen op marktveranderingen wenselijk is. Een zo goed mogelijke exploitatie van de gebouwen draagt bij aan een duurzame instandhouding van het landgoed. Er is verder geen reden vanuit goede ruimtelijke ordening om dit specifieker aan te duiden in het gebied. De effecten van het totale programma en de bouwmogelijkheden zijn beoordeeld geweest. 24. Een hotel met een toelaatbaar aantal kamers van 120 is vergelijkbaar met De Witte Bergen (Eemnes) of Biltsche Hoek (De Bilt). Een maximum in aantal kamers levert bovendien geen zorgvuldige afbakening op. Werken met aantal bedden of slaapplaatsen maximeert op een meer precieze wijze. Het aantal van 120 kamers (240 of meer slaapplaatsen) is voor deze locatie omvangrijk en zal ook geheel los van het paleis heel veel bezoekers trekken. De KBG geeft in overweging om dit aantal terug te brengen tot een beter passend maximum (bijvoorbeeld 150 slaapplaatsen). De effecten van een hotel worden beoordeeld op basis van het aantal kamers (o.a. verkeersgeneratie CROW en Laddertoets). Zodoende wordt ook in het bestemmingsplan het aantal kamers vastgelegd. 25. De toelaatbare maximale oppervlakte aan zelfstandige en ondergeschikte horeca en detailhandel is evenmin met aanduidingen beperkt tot bepaalde locaties of gebouwen.

Het betekent dat sprake is van een vrije mogelijkheid dit gebruik binnen gebouwen te vestigen die aanwezig zijn binnen de gehele bestemming Gemengd. Het geeft bovendien de mogelijkheid tot onderlinge uitwisselbaarheid van oppervlakten binnen de Parade en de paleis-zijde, hetgeen toezicht op de naleving en handhaving bemoeilijkt. Het heeft de voorkeur om te werken met aanduidingen op de verbeelding waar de zelfstandige horeca gevestigd mag worden. In plaats daarvan zou ook gewerkt kunnen worden in een opzet waarin maximale oppervlakten worden verdeeld over de Parade en de paleiszijde. Dit draagt bij aan een goede exploitatie, waarbij het kunnen inspelen op marktveranderingen wenselijk is. Een zo goed mogelijke exploitatie van de gebouwen draagt bij aan een duurzame instandhouding van het landgoed. Er is verder geen reden vanuit goede ruimtelijke ordening om dit specifieker aan te duiden in het gebied. De effecten van het totale programma en de bouwmogelijkheden zijn beoordeeld geweest. 26. Artikel 3.2.2 regelt een maximale bouwhoogte voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, van maar liefst 10 meter. Aan wat voor bouwwerken wordt gedacht? Het komt de KBG als hoog voor en adviseert dit in overeenstemming te brengen met de bouwhoogte binnen de bestemming Natuur van 3 meter. Dit is nu ook mogelijk in het bestemmingsplan.

Het gaat hier om bijvoorbeeld het waterwerk in de voortuin, een bijenhotel, beveiliging signalering, vlaggenmasten en lantaarnpalen. Deze zullen niet allemaal 10 meter hoog worden maar een vlaggenmast is bijvoorbeeld al gauw 8 meter. 27. Artikel 3.3.2 regelt dat tot een met de bestemming strijdig gebruik in elk geval wordt gerekend het gebruiken van de gronden en nieuwe bouwwerken, overeenkomstig de in artikel 3.1 opgenomen bestemmingsomschrijvingen, zonder de aanleg, het beheer en de instandhouding van de maatregelen per deelontwikkeling binnen drie jaar na de afronding van de bouwwerkzaamheden, zoals opgenomen in Bijlage 5 Natuurmaatregelen Paleis en Parade. Het is niet noodzakelijk om het beheer- en inrichtingsplan toe te voegen aan de regels. De uitvoering van de NNN compensatie (met de oppervlakte en de gewenste kwaliteit/natuurdoeltype) dient in algemene zin geborgd te zijn in het bestemmingsplan. En niet het exacte wijze van beheer van de

gronden en de specifieke natuurmaatregelen. Dat is onderdeel van de te sluiten overeenkomst met de provincie. De Provincie toetst of wordt voldaan aan de regels ten aanzien van het NNN. 28. De KBG merkt ten aanzien van deze bepaling op dat in bijlage 5 niet helder wordt gemaakt welke maatregelen bij welke deelontwikkeling horen. Het lijkt de bedoeling dat de maatregelen eerst in een beheer- en inrichtingsplan uitgewerkt moeten worden. De wijze van totstandkoming van dit plan is niet nader geregeld en de koppeling van het plan aan deze bepaling is niet helder. Het is wenselijk het uitgewerkte beheer- en inrichtingsplan zelf als bijlage aan de regels toe te voegen, waarin de vereiste maatregelen per deelontwikkeling helder worden beschreven. Op die manier wordt zowel voor de ontwikkelaar als derde- belanghebbenden helder aan welke verplichtingen (blijvend) moet worden voldaan, alvorens geoordeeld kan worden dat gebruik op legale wijze kan plaatsvinden. Het is bovendien wenselijk de bepaling niet alleen te koppelen aan gebruik in nieuwe gebouwen maar ook aan gebruik in bestaande gebouwen (dan wel de vestiging van nieuw gebruik in bestaande gebouwen). De reden dat in het bestemmingsplan de nieuwe ontsluitingswegen zijn bestemd, is omdat nieuwe ontsluitingswegen in het NNN leiden tot aantasting. In de NNN toets is het effect van de nieuwe wegen beoordeeld geweest.

In het bestemmingsplan is vastgelegd waar de nieuwe verharding mag komen en is het maximum oppervlakte vastgelegd. Hierdoor komt het bestemmingsplan overeen met de uitgangspunten van de NNN toets. Daarmee wordt voldaan aan de regels t.a.v. het NNN. 29. De regeling voor de bouw van paviljoens is niet helder. Een maximale tijdsduur ontbreekt. Een aanwezigheid van bijvoorbeeld 30 jaar is ook al in jurisprudentie aangemerkt als tijdelijk bouwwerk. De gebiedsaanduiding ‘overige zone paviljoens’ loopt ook deels over de bestemming ‘Gemengd’. De vraag is of paviljoens alleen in de aangeduide zone aanwezig mogen zijn of ook binnen de overige delen van de bestemming ‘Gemengd’, zoals op de Parade? De KBG adviseert om duidelijk aan te geven op welke locaties precies paviljoens mogen worden gebouwd en voor welke (bij het verlenen van een vergunning te bepalen) tijdsduur deze maximaal aanwezig mogen zijn? Gezamenlijk mogen de paviljoens niet meer dan maximaal 400 m2 bedragen, en de locatie is begrensd. Tevens zal er bij het plaatsen van de paviljoens rekening moeten worden gehouden met diverse natuurregels (verplichting, soorten etc..) en de rijksmonumentale tuin. De tijdelijkheid van de paviljoens zullen divers van aard zijn en hebben daarmee ook verscheidende gebruiksduren. De Gebiedsaanduiding ‘overige paviljoens” loopt alleen over gemengd aan de Paleiszijde en niet over de Parade.

Bij de tentoonstelling “big insects” in de zomer van 2021 wordt duidelijk waarom het niet wenselijk is om de locaties vooraf te gaan bepalen. Elke tentoonstelling is anders waarmee vrijheid van inrichting erg belangrijk is.

Artikel 4 Maatschappelijk - Scouting 30. Artikel 4.2.2 regelt een maximale bouwhoogte voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, van maar liefst 10 meter. Aan wat voor bouwwerken wordt gedacht? Het komt de KBG als hoog voor en adviseert dit in overeenstemming te brengen met de bouwhoogte binnen de bestemming Natuur van 3 meter. Dit is overeenkomstig met de huidige mogelijkheden en dus zo overgenomen. MBE zal bij de scoutingvereniging Merhula navragen of zei er problemen mee hebben om dit te verlagen. 31. Het valt de KBG op dat in de regeling voor het bouwen geen onderscheid wordt gemaakt voor gebouwen en overkappingen enerzijds en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anderzijds. De regeling laat nu toe de hele bestemming te bebouwen met een overkapping (geen gebouw zijnde). De

KBG adviseert op dit punt de regeling aan te passen en de bouw van overkappingen aan een maximale bebouwingsoppervlakte te koppelen. Overkapping over het hele perceel lijkt ons inderdaad overbodig. MBE zal bij de scoutingvereniging Merhula navragen of ze er problemen mee hebben om dit te verkleinen.

Artikel 8 Wonen 32. Regels voor de bouw van ‘bouwwerken, geen gebouwen zijnde’ ontbreken bij deze bestemming. Gezien de opzet van de regeling lijkt het dus dat hier geen beperkingen voor gelden. De KBG adviseert in de regels helder te maken dat de bouw van dergelijke bouwwerken zijn verboden of aan welke beperkingen deze zijn onderworpen. De regels werken juist andersom: als het niet is genoemd, is het niet toegestaan. In de bestemming Wonen zijn geen regels opgenomen voor bouwwerken geen gebouw zijnde. Dit betekent dat het bestemmingsplan geen ruimte geeft voor bouwwerken, geen gebouw zijnde binnen de woonbestemming. Alleen mogelijkheden die vergunningsvrij zijn, kunnen hier worden gerealiseerd. En aansluitend hebben we de vergunningsvrije mogelijkheden op achtererven ook nog eens uitgesloten. Dan blijven alleen de mogelijkheden over voor nutsvoorzieningen, straatmeubilair en dergelijke. Maar die zijn dus niet in het bestemmingsplan geregeld, maar via Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor).

Artikel 14 Algemene Bouwregels 33. De KBG adviseert de redactie van artikel 14, onderdeel d, bezien (2x ‘regels’ en 2x ‘noch’). Dit is onderdeel van de gemeentelijke standaard. De formulering klopt, maar het is inderdaad wel een wat lastige zin.

Artikel 16 Algemene aanduidingsregels 34. De KBG adviseert de redactie van artikel 16.1.1, onderdeel d, te bezien. De verwijzing naar onderdeel d dient aangepast te worden naar onderdeel c. Dit is door de KBG goed opgemerkt en wordt aangepast. 35. De KBG adviseert artikel 16.1.1, onderdeel e, te schrappen, omdat dit reeds door onderdeel c van genoemd artikel wordt geregeld. Nee, met onderdeel e. is geregeld dat de uitzondering van onderdeel d. (verhoogde geluidsnorm) niet mogelijk is ter plaatse van de Parade. 36. De KBG adviseert de redactie van onderdeel 16.1.2, onderdeel m, te wijzigen in een expliciet verbod op het afsteken vuurwerk. Vuurwerk is een activiteit die evident verstorend is voor natuur. Een verbod past bij deze locatie. Onderdeel m. is bedoeld om beperkingen op te nemen die er eerder niet waren en vanuit ecologisch oogpunt is de opgenomen beperking voldoende. Er is geen reden om te twijfelen aan de deskundigheid van de ecoloog. Echter, voor MBE is het prima om vuurwerk helemaal uit te sluiten.

37. Niet alleen binnen de Parade maar ook binnen de bestemming Natuur is het naar oordeel van de KBG wenselijk alleen evenementen toe te staan die voldoen aan de reguliere geluidnormen zoals opgenomen in artikel 1.32. Er is in het ecologisch onderzoek uitgegaan van evenementen in de dynamische zone, dus ook delen van de natuurbestemming. Dit is inpasbaar, met in achtneming van de randvoorwaarden. 38. In de opzet van de regeling voor evenementen wordt verwezen naar de geluidnormen in bijlage 4. In combinatie met de begripsomschrijving leidt dit tot een vereiste om te voldoen aan de geluidnormen in die bijlage, dan wel de reguliere/verhoogde geluidnormen van de meest recente versie van de geluidbeleidsregels voor evenementen van de gemeente Baarn. Een dergelijke dynamische verwijzing naar beleidsregels is niet toegelaten. De gekozen redactie maakt beleidsregels, die overigens zonder verdere participatie of rechtsbescherming kunnen worden aangepast, bovendien normatief en rechtstreeks burgerbindend. Dat is eveneens ontoelaatbaar. Beleidsregels binden alleen het bestuursorgaan en kunnen dus geen burgerbindende normen bevatten. Beleidsregels kunnen louter strekken tot een uitleg van wettelijke voorschriften die het bestuursorgaan uitoefent bij de toepassing van een bevoegdheid. In de hier gekozen opzet ontbreekt voorts een bevoegdheid.

Aldus is de regeling in meerdere opzichten in strijd met het recht. De KBG adviseert de verwijzing naar beleidsregels in het geheel achterwege te laten. De regeling in het bestemmingsplan dient op zichzelf de burgerbindende norm te bevatten en ook zonder wet interpreterende beleidsregels zelfstandig uitvoerbaar te zijn. Dit is sinds de Reparatiewet BZK van nov. 2014 wel mogelijk, zowel statische als dynamische verwijzingen zijn mogelijk en ook gebruikelijk (zie ook eerdere reactie). Het bekendste voorbeeld is de regeling waarin wordt gesteld dat moet worden voldaan aan de parkeernormen, waarbij de normen uit de meest recente gemeentelijke Parkeernota van toepassing zijn. 39. In combinatie met de verbeelding maakt artikel 16.4 het mogelijk nieuwe ontsluitingswegen aan te leggen. Niet is geregeld dat de bestaande ontsluitingen daarbij moeten worden verwijderd. De KBG adviseert dit in de planregels te verzekeren en de verbeeldingen hierop aan te passen. De reden dat in het bestemmingsplan de nieuwe ontsluitingswegen zijn bestemd, is omdat nieuwe ontsluitingswegen in het NNN leiden tot aantasting. In de NNN toets is het effect van de nieuwe wegen beoordeeld geweest. In het bestemmingsplan is vastgelegd waar de nieuwe verharding mag komen en is het maximum oppervlakte vastgelegd. Hierdoor komt het bestemmingsplan overeen met de uitgangspunten van de NNN toets.

Daarmee wordt voldaan aan de regels t.a.v. het NNN. 40. De in artikel 16.6 opgenomen wijzigingsbevoegdheid is niet helder afgebakend. De KBG acht het bovendien niet wenselijk het college de vrijheid te geven om op deze basis het in artikel 16.1.1 genoemde aantal evenementdagen (ongelimiteerd of zonder afgebakende grenzen) naar boven bij te stellen. Er kunnen zich ook situaties voordoen waarbij een afschaling van het aantal evenementen noodzakelijk blijkt, bijvoorbeeld een achteruitgang van de aanwezige diversiteit in fauna. De KBG adviseert de bevoegdheid uit het plan te schrappen. Er is wel sprake van een heldere afbakening. Er is een wijziging van het Evenementenbeleid van de gemeente Baarn nodig. Het maximum wordt zodoende bepaald bij een dergelijke wijziging.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10409065/1