279913 Bestemmingsplan Troelstralaan bijlage 1 Toelichting (1)
Tekst van het document
In en nabij het plangebied kunnen ook soorten voorkomen die zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming, maar waarvoor een provinciale vrijstelling van de verboden geldt, voor werkzaamheden die men uitvoert in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Door de provinciale vrijstelling staat de aanwezigheid van deze soorten de geplande ontwikkeling niet in de weg. Daarnaast zijn mogelijk nog enkele essentiële elementen aanwezig, voor soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt. Zo blijkt uit de quick scan dat in en rondom het plangebied vogels kunnen broeden. Om overtreding van de wet te voorkomen wordt geadviseerd om de geplande ruimtelijke ontwikkeling buiten de broedperiode te starten. Op deze manier worden geen in gebruik zijnde nesten beschadigd of vernield. Mogelijk zijn ook nestplaatsen aanwezig van huismus en gierzwaluw. Nestplaatsen van deze soorten zijn jaarrond beschermd. Om hierover duidelijkheid te krijgen dient nader soortgericht onderzoek uitgevoerd te worden. Indien nestplaatsen of essentieel leefgebied van deze soorten aanwezig blijkt, dan moeten voor de werkzaamheden mitigerende maatregelen worden getroffen. Ook is voor de werkzaamheden dan waarschijnlijk een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk Verder zijn mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig.
Om uitsluitsel te krij10 gen over de aan- of afwezigheid van deze soorten is nader soortgericht onderzoek uitgevoerd. Hieruit volgt dat essentieel leefgebied voor de huismussen aanwezig is. Verder is een zomer- en paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis en een 9
SAB (2021). Stikstofonderzoek. Baarn, Troelstralaan. Projectnummer: 200285.02. 1 februari 2021.
10
SAB (2020). Nader onderzoek Wet natuurbescherming. Baarn, Troelstralaan. Projectnummer: 200285.01. 21 december 2020. 27
zomerverblijfplaats van de laatvlieger aanwezig. Ook is er essentieel foerageergebied voor vleermuizen in het plangebied aanwezig. Met de geplande werkzaamheden gaan de verblijfplaatsen en het essentieel leefgebied waarschijnlijk verloren. Ook is kans aanwezig op het verwonden of doden van vleermuizen bij de werkzaamheden. In dat geval is sprake van overtreding van de Wet natuurbescherming. Om de werkzaamheden toch door te laten gaan is een ontheffing Wet natuurbescherming nodig in combinatie met het treffen van mitigerende maatregelen. Deze ontheffing, inclusief projectplan met mitigerende maatregelen, is bij de provincie aangevraagd. Andere essentiële elementen, zoals essentieel leefgebied of verblijfplaatsen, van andere beschermde soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt, zijn niet aanwezig. De bescherming van deze categorie soorten staat de ontwikkeling niet in de weg. Wel dient te allen tijde rekening gehouden te worden met broedende vogels en de zorgplicht. Bescherming houtopstanden Bij deze ruimtelijke ontwikkeling wordt geen houtopstand geveld waarop de regels van de Wet natuurbescherming van toepassing zijn. De bescherming van houtopstanden vormt dan ook geen beperking voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Wel zijn er (karakteristieke) bomen aanwezig binnen en rondom het plangebied.
Om 11 deze bomen duurzaam te behouden is een bomen effect rapportage opgesteld. In totaal zijn de effecten op 11 bomen inzichtelijk gemaakt. Uit de navolgende tabel blijkt dat er 2 bomen zijn die duurzaam behouden kunnen blijven.
Conclusies bomen effect rapportage (bron: Vermeulen Boomadvies)
Daarnaast worden aanbevelingen beschreven die mogelijk nog enkele andere bomen kunnen behouden en beschermen gedurende de sloop- en bouwwerkzaamheden. Dit door toepassing van bouwhekken, dan wel afzettingen, of door verschuivingen in het ontwerp. In de navolgende afbeeldingen zijn de aanbevelingen schematisch weergegeven. Voor een uitgebreide uiteenzetting van de aanbevelingen wordt verwezen naar de rapportage.
11
Vermeulen Boomadvies (2020). Bomen Effect Rapportage. Troelstralaan Baarn. Referentie: 2020128. Oktober 2020. 28
Conclusie Met het aanvragen van een ontheffing Wet natuurbescherming, inclusief projectplan met mitigerende maatregelen, vormt het aspect natuur geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
29
4.9
Archeologie Algemeen Door ondertekening van het verdrag van Valletta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. Toetsing De Cultuurhistorische Atlas van de provincie Utrecht (CHS) geeft een overzicht van de cultuurhistorische kenmerken en waarden in de provincie Utrecht. De atlas bestaat onder andere uit een archeologische verwachtingskaart. Uit de navolgende uitsnede volgt dat geen archeologische verwachtingswaarde geldt ter plaatse van onderhavig plangebied. In het geldende bestemmingsplan is dan ook geen archeologische dubbelbestemming opgenomen. Archeologische waarden zijn niet in het geding met de voorgenomen ontwikkeling.
Uitsnede Cultuurhistorische Atlas Utrecht, met daarop het plangebied globaal blauw omlijnd (bron: provincie Utrecht)
Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.
30
4.10
Cultuurhistorie Algemeen Op grond van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Toetsing In of rondom het plangebied zijn geen rijks- of gemeentelijke monumenten aanwezig. Het plangebied bevindt zich te midden van de woonwijk Baarn Noord. Gezien de kleinschalige aard en schaal van het initiatief blijven de ruimtelijke structuren in en rondom het plangebied ongewijzigd. Dit maakt dat eventuele aanwezige cultuurhistorische waarden niet worden aangetast. Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.
4.11
Verkeer en parkeren Verkeer Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer die wordt gege12 nereerd bij een bepaalde ontwikkeling, hanteert het CROW kencijfers voor wat betreft verkeersgeneratie. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (excl. openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de desbetreffende voorziening toe rijdt en hiervan wegrijdt. Onderhavige ontwikkeling richt zich op de sloop en nieuwbouw van woningbouw. In de toekomstige situatie worden 39 woningen gerealiseerd. Ondanks dat in de huidige situatie reeds sprake is van een verkeersaantrekkende werking (24 sociale huurwoningen), wordt worstcase gekeken naar de volledige verkeersgeneratie (zonder saldering) in de toekomstige situatie. Gelet op het feit dat het plangebied in een planmatige uitbreidingswijk van Baarn ligt wordt gesteld dat de kencijfers voor ‘rest bebouwde kom’ aangehouden kunnen worden. De gemeente Baarn wordt conform CBS-gegevens ten aanzien van de mate van stedelijkheid gezien als een ‘sterk stedelijk’ gebied. De verkeersgeneratie ziet er voor de voorgenomen ontwikkeling als volgt uit: kenmerk
aantal kencijfer
per
verkeersgeneratie gemiddeld
Huur appartement midden/goedkoop
19
3,6
woning
68,4
Huur, tiny houses/rug-aan-rug/eengezins
20
2,0
woning
40,0
totaal afgerond
39
12
108,4
CROW, publicatie 381, Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen. 31
De capaciteit van de omliggende wegen is voldoende om de extra 109 verkeersbewegingen af te wikkelen. Parkeren De gemeente Baarn heeft voor het aspect parkeren gemeentelijk beleid vastgesteld in de vorm van de Nota Parkeernormen. Op basis van deze Nota kan het plangebied worden aangewezen als ‘rest bebouwde kom’ en 39 keer ‘sociale huurwoning’. Dit levert een totale parkeervraag van 67 parkeerplaatsen op (39 x 1,7). In het stedenbouwkundig plan zijn 86 parkeerplaatsen ingetekend. Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de vraag. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.
32
5
Wijze van bestemmen
5.1
Algemeen
5.1.1
Wat is een bestemmingsplan? Het gemeentelijke bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toegekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening volgt een belangrijk principe: het gaat om toelatingsplanologie. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder etc.) toegestaan om de functie die het bestemmingsplan geeft, uit te oefenen. Dit houdt in dat: de grondgebruiker niet kan worden verplicht om een in het bestemmingsplan aangewezen bestemming ook daadwerkelijk te realiseren, en de grondgebruiker geen andere functie mag uitoefenen in strijd met de gegeven bestemming (de overgangsbepalingen zijn hierbij mede van belang). Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (omgevingsvergunning voor het bouwen) en regels voor het verrichten van ‘werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden’ (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden ). Een bestemmingsplan regelt derhalve: het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen); en een bestemmingsplan kan daarbij regels geven voor: het bebouwen van de gronden; het verrichten van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden.
Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument voor het voeren van ruimtelijk beleid, maar het is zeker niet het enige instrument. Andere ruimtelijke wetten en regels zoals bijvoorbeeld de Woningwet, de Erfgoedwet, de Algemene Plaatselijke Verordening, de Wet milieubeheer en de Bouwverordening zijn ook erg belangrijk voor het uitoefenen van ruimtelijk beleid.
5.1.2
Over bestemmen, dubbelbestemmen en aanduiden Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in de bijbehorende regels worden gegeven. Die toegekende gebruiksmogelijkheden kunnen op twee manieren nader worden ingevuld: 1 Via een dubbelbestemming. Een dubbelbestemming is, zoals de naam al zegt, een bestemming die óók aan de gronden wordt toegekend. Voor gronden kunnen dus meerdere bestemmingen gelden. Er geldt altijd één ‘enkel’ bestemming (dat is dé bestemming) en soms geldt er een dubbelbestemming (soms zelfs meerdere). In de regels van de dubbelbestemming wordt omschreven wat er voor de onderliggende gronden geldt aan extra bepalingen in aanvulling, of ter beperking, van de mogelijkheden van de onderliggende bestemmingen.
33
2 Via een aanduiding. Een aanduiding is een teken op de verbeelding. Dat teken kan bestaan uit een lijn, een figuur, of een lettercode etc. Via een aanduiding wordt in de regels ‘iets’ geregeld. Dat ‘iets’ kan betrekking hebben op extra mogelijkheden of extra beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen voorkomen in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels en kunnen ook een eigen regel hebben. 5.1.3
Hoofdstukindeling van de regels De regels zijn verdeeld over 4 hoofdstukken: 1 Inleidende regels. In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2). 2 Bestemmingsregels. In dit tweede hoofdstuk zijn de regels van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels en, eventueel, ook bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden opgenomen. Als er dubbelbestemmingen zijn worden die ook in dit hoofdstuk opgenomen. Die komen, ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsregels. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen afwijkingsregels met betrekking tot bouw- en/of gebruiksregels. Ten slotte zijn eventueel bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden en/of wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moet worden.
Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld. 3 Algemene regels. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Het zijn achtereenvolgens een antidubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels en overige regels. 4 Overgangs- en slotregels. In het laatste hoofdstuk is het overgangsrecht en een slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.
5.2
Dit bestemmingsplan
5.2.1
Algemeen Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het be-
34
stemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. 5.2.2
Bijzonderheden in dit bestemmingsplan De regels in dit bestemmingsplan zijn opgezet aan de hand van hetgeen hiervoor is beschreven. Groen De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, paden, speelvoorzieningen, parkeerstroken, waterhuishoudkundige voorzieningen, een speeltuin ter plaatse van de bijbehorende aanduiding met daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en verhardingen. Op deze gronden mogen enkel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een maximale bouwhoogte van 3,5 meter worden gebouwd. Aan de plaats en afmetingen van de toegestane bouwwerken kunnen nadere eisen worden gesteld door het bevoegd gezag. Tuin De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen behorend bij de op aangrenzende gronden gesitueerde woningen, met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en paden. Er geleden separate maximale bouwhoogtes voor verschillende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Aan de plaats en afmetingen van de toegestane bouwwerken kunnen nadere eisen worden gesteld door het bevoegd gezag. Ten slotte kan onder voorwaarden worden afgeweken van de bouwregels.
Verkeer De voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor ontsluitingswegen en straten, waarbij gestreefd wordt naar een inrichting hoofdzakelijk gericht op de afwikkeling van het verkeer, met daarbij behorende groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, parkeervoorzieningen, carpoolplaatsen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Op de tot 'Verkeer' bestemde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten dienste van de bestemming, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, met een maximale bouwhoogte van 9 meter. Aan de plaats en afmetingen van de toegestane bouwwerken kunnen nadere eisen worden gesteld door het bevoegd gezag. Wonen De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor maximaal 39 woningen, alsmede aan huis verbonden beroepen (onder voorwaarden) en bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen en erven. Enkel ter plaatse van de aanduiding ‘gestapeld’ mag worden voorzien in gestapelde woningbouw. Verder gelden separate bouwregels voor hoofdgebouwen, aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Aan de plaats en afmetingen van de toegestane bouwwerken kunnen nadere eisen worden gesteld door het bevoegd gezag. Daarnaast geldt dat ter plaatse van de aanduiding ‘erf uitgesloten’ bebouwing en het gebruik als erf is uitgesloten.
Er zijn specifieke gebruiksregels opgenomen met betrekking tot strijdig gebruik. Er kan onder voorwaarden worden afgeweken van de specifieke gebruiks- en bouwregels. Ten slotte is een voorwaarde-
35
lijke verplichting opgenomen met betrekking tot de aanleg en instandhouding van hagen. Algemene regels Naast de bestemmingen bevat het plan een aantal algemene regels over bijvoorbeeld begrippen, de wijze van meten en overgangsrecht. Deze min of meer standaardregels in bestemmingsplannen worden hier verder niet toegelicht. Noemenswaardig is nog wel de regeling ten aanzien van parkeren. Parkeren In de overige regels is een parkeerregeling opgenomen. Deze regeling houdt in dat een omgevingsvergunning voor bouwen of een omgevingsvergunning voor het afwijking van het bestemmingsplan slechts wordt verleend indien voldoende parkeergelegenheid is gerealiseerd, conform het parkeerbeleid van de gemeente Baarn. Hier kan onder voorwaarden van worden afgeweken.
36
6 6.1
Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Op basis van artikel 3.1.6, lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. De ontwikkelingen die concreet mogelijk worden gemaakt door het bestemmingsplan moeten (economisch) uitvoerbaar zijn, omdat er anders sprake is van een oneigenlijke bestemming. Het voorliggende plan wordt gerealiseerd op particulier initiatief. De gemeente en de initiatiefnemer hebben een anterieure overeenkomst gesloten waarin de rechten en plichten van zowel de ontwikkelaar als de gemeente zijn aangegeven, alsmede de definitieve regeling van kostenverhaal. Met deze overeenkomst is het plan verzekerd van kostendekking, het opstellen van een exploitatieplan is daarom overeenkomstig artikel 6.12, lid 2 onder a. van de Wet ruimtelijke ordening niet nodig. Gesteld kan worden dat er geen verplichting is om tegelijkertijd met de ruimtelijke procedure een exploitatieplan op te stellen. De economische uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan is hiermee aangetoond.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1
Overleg en inspraak Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening voert het college van burgemeester en wethouders, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan, overleg met andere bestuursorganen van bijvoorbeeld buurgemeenten, het waterschap en de provincie. Het overleg tussen de bestuurlijke instanties dient in een redelijke verhouding te staan tot de aard en omvang van het bestemmingsplan. Het overleg dient dan ook beperkt te blijven tot die overheidsinstanties waarmee overleg werkelijk noodzakelijk is om te voorkomen dat de taak of verantwoordelijkheid van het andere overheidsorgaan ontoelaatbaar wordt beperkt, of dat het door dat orgaan te behartigen belang aantoonbaar wordt benadeeld. In het kader van het vooroverleg is het bestemmingsplan toegezonden aan de provincie Utrecht en het waterschap Vallei en Veluwe. Zij hebben geen vooroverlegreactie ingediend.
6.2.2
Zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Het ontwerpbestemmingsplan Baarn, Troelstralaan heeft van 11 juni 2021 tot en met 22 juli 2021 ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen kenbaar te maken aan de gemeenteraad. Er is één zienswijze ingediend, deze heeft niet geleid tot wijzigingen aan het bestemmingsplan. Er zijn geen ambtshalve wijzigingen.
37