CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

274063 Kadernota BBS 2022 en begroting BBS 2022 bijlage 3 Kadernota

Besluit in de Raad 7 juli 2021, gemeente BaarnBij agendapunt: Kadernota Uitvoeringsorganisatie BBS 2022 en begroting BBS 20222.260 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kadernota 2022 Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Sociaal Domein Baarn Bunschoten Soest

Inhoud Voorwoord ......................................................................................................................................................... 2 1. Inleiding ......................................................................................................................................................... 3 2. Werk en Inkomen .......................................................................................................................................... 4 2.1 Uitgangspunten: voorziene ontwikkelingen in 2021 ................................................................................. 4 2.2 Projecten in 2022 ....................................................................................................................................... 5 2.3 Incidentele extra uitgaven ......................................................................................................................... 5 2.4 Structurele extra uitgaven.......................................................................................................................... 5 2.5 Mogelijke gevolgen nieuwe wetgeving ...................................................................................................... 6 3.

Zorgadministratie .......................................................................................................................................... 6 3.1 Uitgangspunten: voorziene ontwikkelingen in 2021 ................................................................................. 6 4. Kosten ............................................................................................................................................................ 7 4.1 Totale extra kosten .................................................................................................................................... 7

Voorwoord Voor u ligt de Kadernota van de Uitvoeringsorganisatie Baarn Bunschoten Soest voor het jaar 2022. In deze nota worden de (financiële) contouren geschetst van de ontwikkeling van BBS in het volgend jaar. Namens het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Sociaal Domein Baarn Bunschoten Soest (Uitvoeringsorganisatie BBS), Soest, 21 april 2021

Voorzitter De heer E. Jansma Wethouder van Baarn

Directeur BBS De heer B. van der Schelde

Algemeen Bestuur De heer P. van Asselt Wethouder van Bunschoten

Algemeen Bestuur Mevrouw L. van Aalst-Veldman Wethouder van Soest

1. Inleiding In deze kadernota schetsen we een beeld van de ontwikkeling van BBS in 2022. Daarbij hoort een disclaimer: vooruitkijken is altijd moeilijk, maar midden in deze Corona-tijd geldt dat nog veel meer dan anders. Wij kunnen niet weten hoe de pandemie zich verder ontwikkelt, en hoe succesvol en snel de bestrijding ervan zal zijn. Wat we wel met zekerheid kunnen stellen, is dat het verdere Corona-verloop grote invloed heeft op de gezondheid en productiviteit van medewerkers, de ontwikkeling van het aantal klanten en de kansen om klanten aan het werk te krijgen. En dat betekent dat we niet weten in hoeverre onze plannen voor 2021 daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden1, en daarmee hoeveel erover blijft om op te pakken in 2022.

Zie voor deze plannen vooral de nota ‘Voorstel besteding gecreëerde reserves op Tozo-gelden’. 2 Zie voor beide projecten de zomerrapportage. 1

Met dit in het achterhoofd, proberen we in deze nota toch tot een zo realistisch mogelijk beeld te komen van de situatie en uitdagingen voor 2022.

2. Werk en Inkomen 2.1 Uitgangspunten: voorziene ontwikkelingen in 2021 Intern Voor de eerste helft van 2021 gaan we uit van grote druk op de organisatie als gevolg van zowel de pandemie zelf als de strenge lockdown. Net als de meeste organisaties kampen we al geruime tijd met medewerkers die door het virus langdurig uitvallen en/ of klachten houden, anderen voor wie het erg moeilijk is het werk te combineren met bijvoorbeeld thuis lesgeven, en nog weer anderen wiens sociale netwerk wegvalt door de pandemie, met gevolgen die zich soms ook in het werk manifesteren. We moeten vanzelfsprekend de (fysieke) groepsactiviteiten voor klanten en medewerkers cancelen, en ook bijna alle face to face contacten met klanten schrappen. Dat alles doet afbreuk aan de effectiviteit van de organisatie. De op stapel staande activiteiten op het gebied van cultuur en teambuilding schuiven we noodgedwongen voorlopig door, waardoor die deels nog in 2022 moeten worden uitgevoerd. We verwachten in 2021 het project gericht op het alleen nog steekproefsgewijs toetsen van de behandeling van inkomensaanvragen wel ‘gewoon’ af te kunnen ronden, en datzelfde geldt voor het project efficiëntere werkprocessen2. Beide projecten hebben weliswaar te leiden onder de lockdown, maar niet in dezelfde mate als het cultuurtraject.

De in de zomerrapportage aangekondigde en door Twijnstra & Gudde in hun evaluatierapport (november 2020) bepleite verdergaande automatisering zullen we in 2021 hoogstwaarschijnlijk niet kunnen afronden. We krijgen pas de komende maanden een goed beeld van wat er moet gebeuren (er wordt op dit moment een business case opgesteld), maar het ligt voor de hand dat het om aanzienlijke aanpassingen zal gaan. Daar zouden we vervolgens graag dit jaar een start mee maken, maar een deel van de activiteiten kan pas in 2022 aan bod komen, omdat nog los van de financiering en de pandemie- de organisatie geen oneindig aantal grote projecten in 1 jaar aankan. Tenslotte hopen we in 2021 een extra inspanning te leveren op het gebied van Terugvordering en Verhaal, erop gericht om onze prestaties op dat gebied op tenminste een gemiddeld niveau te krijgen2. Als dit lukt volgens plan, zijn er geen budgettaire consequenties in 2022 (lees: er is dan niet opnieuw extra inzet nodig). Extern We rekenen er op dit moment op dat vanaf de late lente het gewone leven weer geleidelijk aan op gang komt. Rond die tijd zal waarschijnlijk ook een eind komen aan de grootschalige ondersteuning van bedrijven, waarna naar verwachting een stijging van de werkloosheid zal optreden van de huidige 4 % van de beroepsbevolking nu naar 6,5% over een jaar3.

Die stijging zal vanaf eind 2021, begin 2022 hoogstwaarschijnlijk ook leiden tot groei van het aantal bijstandsgerechtigden. De verwachting is echter dat die groei absoluut zowel als relatief veel beperkter wordt dan die van het aantal werklozen, omdat de praktijk uitwijst dat ook in slechte economische tijden maar een klein deel van de ww’ers doorstroomt in de bijstand. De rest vindt eerder een nieuwe baan, start een opleiding, of komt om een andere reden niet in 2

In de diverse benchmarks van Divosa, het kennisnetwerk voor eindverantwoordelijken in het Sociaal Domein, scoort BBS op vrijwel alle terreinen bovengemiddeld, maar blijven we duidelijk achter bij Terugvordering en Verhaal. Zie bijvoorbeeld de meest recente benchmark, van december 2020. 3 Zie de meest recente ramingen van De Nederlandse Bank en het Centraal Plan Bureau.

aanmerking. In de septembercirculaire van het Gemeentefonds wordt voorlopig uitgegaan van een landelijke stijging van de bijstandspopulatie van 8,5%. Omgerekend naar BBS betekent dat een groei van ongeveer 1250 in 2020 naar circa 1350 gemiddeld over 2022. 2.2 Projecten in 2022 In 2022 resteren van de eerder geschetste veranderagenda voor de periode 2020-2023, de volgende projecten: •

Een deel van de cultuurverandering, activiteiten gericht op betere samenwerking binnen de organisatie en tussen de organisatie en haar partners. Inschatting van de kosten in 2022: € 45.000, te dekken uit de reserve op de Tozo-gelden (zie de ‘Tozo-nota’).

•

Een deel van de noodzakelijke automatiseringsslag. Inschatting van de kosten is complex, daar een externe partij nog moet starten met een kort onderzoek naar wat wanneer mogelijk en wenselijk is, tegen welke kosten en met welke opbrengsten (zie Tozo-nota). Voorlopig stellen we het benodigde bedrag op € 200.000, waarvan € 130.000 in 2022. Ook deze uitgaven willen we dekken uit de reserve op de Tozo-gelden. Overigens zullen we de uitgaven uiteindelijk tenminste deels kunnen terugverdienen met besparingen, maar die verdiensten zullen zeker niet in 2022 gerealiseerd kunnen worden.

2.3 Incidentele extra uitgaven •

Extra opvang ziekteverzuim Voor de opvang van ziekteverzuim is in 2022 € 75.000 gereserveerd. Die reservering hangt samen met het feit dat BBS erg krap bemenst is, en een historie van hoog verzuim kent. In 2020 ging het nog om € 150.000, en het nieuwe bedrag is niet toereikend. We willen het in 2022 verhogen tot € 125.000 (een plus van € 50.000), en het daarna structureel vastzetten op 2% van de loonsom (nu ongeveer € 90.000), zoals ooit bedoeld. Zie verder de Tozo-nota. Mogelijk komen ook nog uitgaven, incidenteel of structureel, voort uit invoering van voorstellen van Twijnstra & Gudde. Bijvoorbeeld op het gebied van verdergaande samenwerking binnen het Sociaal Domein en het aanstellen van een secretaris voor BBS. Deze mogelijke uitgaven zijn afhankelijk van de besluitvorming dienaangaande, en nu nog niet te voorspellen.

2.4 Structurele extra uitgaven Naast hogere incidentele uitgaven in geval van stijging van het bestand, vragen we in 2022 om enkele structurele verhogingen. Allereerst de uitgaven in verband met de verwachte groei van het bestand. Die groei leidt tot een stijging van het aantal medewerkers, tenzij we zulke slagen in de automatisering maken dat we per medewerker veel meer klanten kunnen helpen. Dat is (deels) mogelijk aan de ‘inkomenskant’, het verstrekken van inkomen, maar niet aan de ‘werkkant’. Het begeleiden van mensen naar werk vraagt persoonlijke aandacht en maatwerk, en gaat met automatisering niet of nauwelijks sneller. Bovendien vragen nieuwe klanten meer tijd en aandacht dan bestaande, en zullen we meer trajecten moeten inzetten.

Een alternatief om het aantal fte’s niet te laten meegroeien met het bestand is het afstoten van taken. Tot dusver lijkt de vraag op dit terrein aan ons echter eerder toe te nemen, en ook het rapport van Twijnstra & Gudde wijst in die richting. We stellen voor om voor elke procent groei van het bestand, het budget voor werk en inkomen met 0,6% te verhogen. Bij een toename van 8,5% van het bestand (conform de in de septembercirculaire opgenomen verwachting), komt dat neer op extra uitgaven van 5,1% van het budget voor werk en inkomen = 5,1% x € 4.500.000,- = € 230.000. Als de bestandsgroei kleiner of groter uitpakt, daalt of stijgt het budget navenant. De extra uitgaven zijn structureel: in de septembercirculaire wordt er van uitgegaan dat het bestand na de stijging in 2022 in de jaren daarna, tot en met 2025, zeker niet afneemt.

•

Opleidingen Het budget voor opleidingen is bij BBS structureel lager dan dat bij de opdracht gevende gemeenten: bij BBS gaat het om 0,6% van de loonsom, bij de BBS-gemeenten om 1,5%. Dat willen we gelijktrekken. Het verschil in (structurele) kosten is € 75.000. Zie ook hier de Tozonota.

•

Banenafspraak/doelgroepenregister Over de jaren 2019 tot en met 2021 had BBS jaarlijks een incidenteel budget van € 175.000 voor de banenafspraak, het begeleiden van mensen uit het doelgroepenregister naar werk, en het er zorg voor dragen dat ze ook op hun werkplek blijven. Het budget is destijds incidenteel toegekend omdat een structurele toekenning niet haalbaar was. Inmiddels zijn 300 mensen opgenomen in het register, onder wie ook een kleine 80 mensen die geen uitkering hebben, maar wel via BBS aan het werk zijn gegaan. Het verschil tussen deze groep en de gemiddelde klant is dat voor mensen uit het banenregister blijvende begeleiding nodig is, terwijl dat voor het overgrote deel van de anderen die aan het werk gaan en de uitkering verlaten, niet zo is. Iedere vroegere klant blijft dus tijd en aandacht vergen. Als we doorgaan met de banenafspraak, dient het voor drie jaar aan BBS uitgekeerde bedrag structureel gemaakt te worden. Als de omvang van de groep verder toeneemt, zal het bedrag navenant moeten worden aangepast.

•

Nieuwe aanpak BBZ Sinds 2020 zijn gemeenten financieel risicohouder voor de bijstand voor zelfstandigen, de BBZ. Dit betekent dat we mensen beter moeten selecteren en vervolgens veel intensiever begeleiden. Een nieuwe werkwijze die we in 2021 uitproberen, met inzet van Tozo-gelden. Vanaf 2022 gaat het om structurele financiering, die we voorlopig begroten op € 90.000 per jaar.

•

Nieuwe cao Hoewel geen logisch onderdeel van een kadernota, is het toch goed om hier ook de nieuwe cao te noemen. Dit omdat wijzigingen in de cao tot nog toe steeds hebben geleid tot tekorten op de begroting achteraf, doordat ze niet op voorhand waren ingecalculeerd. De huidige cao liep af op 31 december jongstleden. Intussen wordt onderhandeld over een nieuw pakket aan arbeidsvoorwaarden, dat haast zeker duurder wordt, al zal het verschil vermoedelijk klein zijn.

2.5 Mogelijke gevolgen nieuwe wetgeving Naast de hierboven beschreven waarschijnlijke extra uitgaven als gevolg van economische ontwikkelingen en beleidskeuzes, zijn er waarschijnlijk kosten verbonden aan de voor 2022 geplande wetswijzigingen. Met de nieuwe wet inburgering, die op 1 januari 2022 moet ingaan, krijgt de uitkeringsadministratie er taken bij, indien gemeenten worden verplicht vaste lasten in te houden (en daar lijkt het nu op). De nieuwe wet ‘ondersteuning bijstandsgerechtigde en uitvoering taaleis’ stelt mogelijk hogere eisen op het gebied van begeleiding dan die welke we nu hanteren. Het kan zijn dat gemeenten hiervoor gecompenseerd worden, maar dat is onzeker. Voor dit soort issues zouden we net als voor de bestandsgroei een formatiecalculatiemodel moeten (laten) ontwikkelen.

3. Zorgadministratie 3.1 Uitgangspunten: voorziene ontwikkelingen in 2021 Intern Voor de zorgadministratie geldt voor een groot deel hetzelfde als voor Werk en inkomen voor wat betreft hetgeen we voorzien in 2021. We zijn in 2020 gestart met een verbetertraject, dat we in 2021 hopen af te ronden. Voor 2022 worden op dit vlak geen extra kosten voorzien. Daarnaast loopt een project om in kaart te brengen welke extra taken erbij zijn gekomen (en nog extra zijn voorzien in 2021) sinds de start van de Zorgadministratie, deels als gevolg van uiteenlopend beleid van de gemeenten. Beleidskeuzes zullen moeten bepalen of we deze taken kunnen schrappen of samenvoegen. Als dat niet zo is, leidt dat tot extra kosten.

Extern De lang durende lockdown en de onzekerheid over de toekomst kan leiden tot meer aanvragen in de Jeugdzorg, en daarmee tot impact op de hoeveelheid werk van de zorgadministratie. Voor zover nu te overzien, is het echter niet nodig daarvoor extra mensen in te huren.

4. Kosten 4.1 Totale extra kosten 4

Incidentele extra kosten 2022

Issue

Totaal extra kosten 2022

Structurele extra kosten 2023-2025 per jaar

Cultuurtraject

Nvt (Tozo-gelden)

Nvt

Automatisering

Nvt (Tozo-gelden)

Nvt

Groei aantal fte (afhankelijk van bestandsgroei, zie tekst) Extra budget voor opvang ziekteverzuim

€

€

Invoering voorstellen Twijnstra & Gudde (zie tekst)

230.000

50.000

€

230.000 €

€

50.000

230.000 Nvt

p.m. p.m.

Opleidingsbudget

€

75.000

€

75.000 €

75.000

Banenafspraak (hangt af van bestandsomvang, zie tekst)

€

175.000

€

175.000 €

175.000

Nieuwe aanpak BBZ

€

90.000

€

90.000 €

90.000

Nieuwe cao

p.m.

p.m.

Nieuwe wetgeving

p.m.

p.m.

Zorgadministratie

p.m.

p.m.

Totaal

4

Structurele extra kosten 2022

€

50.000

€

570.000

€

620.000

€

570.000

Hoewel de kadernota 2022 betreft, zijn de kosten van de jaren daarna voor de duidelijkheid toegevoegd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10181514/1