CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

272987 Rekenkameronderzoek Tolweg 2 4 6 bijlage nawoord rekenkamercommissie

Debat in de Raad 9 november 2022, gemeente BaarnBij agendapunt: Rekenkameronderzoek Transformatie Tolweg 2, 4, 6825 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nawoord van de rekenkamercommissie bij de bestuurlijke reactie van het college op het onderzoeksrapport ‘Transformatie Tolweg 2, 4, 6’ De rekenkamercommissie stelt het op prijs dat het college zo snel met een reactie is gekomen. We vinden het voor het merendeel ook een afgewogen reactie waar wij het op de meeste onderdelen mee eens zijn. Maar er zijn ook wel onderdelen waar de rekenkamercommissie het anders ziet. Al met al geeft de reactie ons nog aanleiding het volgende op te merken: Over de conclusies De rekenkamercommissie voelt zich gesteund in haar analyse doordat het college aangeeft de conclusies grotendeels te onderschrijven, onder andere door te zeggen dat “het inderdaad beter geweest zou zijn om de ondernemersorganisatie(s) ook als zodanig uit te nodigen” en door aan te geven dat de “gemeente moet leren van hoe het gegaan is” en er ten behoeve van een passend participatieproces “indringender aandacht moet worden gevraagd van initiatiefnemers”. Bij de conclusies 3&4 merkt het college op onze observatie te delen dat er meer over het concrete plan gesproken is dan over de afweging ‘ruimte voor wonen versus ruimte voor werken’ en dat dat ook logisch is omdat er een concreet plan voorligt.

So far so good maar bij de opmerking dat de afweging ruimte voor wonen versus werken al eerder gemaakt is, plaatst de rekenkamercommissie toch graag de kanttekening dat de besluitvorming uit 2016 (“gesprekken met eigenaren vervolgen met het doel deze locaties te benutten als potentiële woningbouwlocaties”) door de rekenkamercommissie als minder stellig wordt ervaren. En als het al als een definitieve afweging geïnterpreteerd zou moeten worden, dan was deze destijds naar onze mening met weinig of geen rechtsbescherming voor belanghebbenden omgeven. Naar onze mening heeft de feitelijke afweging op 14 maart 2018 plaatsgevonden. Het college geeft dit eigenlijk verderop in zijn reactie ook zo aan wanneer het gaat over impliciete en expliciete besluitvorming. Daarover meer onder het kopje ‘Over “de overweging” ’ op het eind van dit nawoord. Over “Tolweg 2, 4, 6 kwam niet uit de lucht vallen” Het college is van mening dat het onderzoek van de rekenkamercommissie ook zijn beperkingen kent. Wij nemen aan dat daarmee geduid wordt op de constatering dat de conclusies gebaseerd zijn op de analyse van een beperkt onderdeel van de procedure van een specifiek transformatieplan.

Naast hetgeen hierboven al is gesteld, is de voorgeschiedenis, die ons overigens wel bekend was en waar wij ook kort naar verwijzen in onze rapportage, naar onze mening een onvoldoende argument om als het er echt op aan komt (en dat was bij het voorstel van maart 2018) te accepteren dat er een participatieproces plaats vindt dat in ruime mate niet voldoet aan de leidraad die het college zelf heeft vastgesteld. Over het onderzoek naar aanleiding van Amendement A1 uit september 2020. In het rapport raadt de rekenkamercommissie het college aan om (aan de raad) aan te geven hoe in september 2021 om te gaan met een mogelijke uitkomst van het lopende onderzoek naar de uitplaatsingsbehoefte, te weten de situatie waarin de uitplaatsingsbehoefte groter zou blijken te zijn dan de 0.4 hectare waarmee in het Stec-rapport rekening is gehouden. Het college geeft aan dat aan de Toekomstvisie Werklocaties een gedegen onderzoek ten

grondslag ligt en dat het college op basis daarvan ook nu geen aanleiding ziet voor uitstel van de besluitvorming. Naar de mening van de rekenkamercommissie was dat onderdeel van het onderzoek in de vergadering van september 2020 wel een punt van discussie en daarom vroeg het toen aanvaarde Amendement A1 om aanvullend onderzoek en om samen met de ondernemers(vertegenwoordigers) tot gedragen uitgangspunten te komen voor de benodigde/gewenste ruimte. En ook om “zo nodig het huidige rapport en besluit op onderdelen te wijzigen, als nieuwe resultaten daar aanleiding toe geven”. Resumerend bevreemdt de reactie van het college ons dus wel en voegen wij een aanbeveling aan de raad toe om het college te verzoeken aan te geven wat er gaat gebeuren als het onderzoek naar de uitplaatsingsbehoefte aangeeft dat in het Stec-rapport TWB met te weinig m2’s rekening is gehouden. Over “de overweging” Met de aan het eind genoemde overweging slaat het college de spijker op zijn kop als aangegeven wordt dat met het expliciete besluit over het principeplan (te) impliciet over functieverandering besloten is. Althans, zo interpreteren wij die passage.

Dit zou overigens, zo denken wij minder het geval zijn geweest als het ondernemersgeluid in het participatieproces beter had kunnen klinken, maar nog beter is de suggestie om bij dit soort ingrijpende ontwikkelingen het proces nadrukkelijk gefaseerd te laten verlopen en niet meteen het principeplan voor te leggen, maar eerst een startnotitie of een nota met ruimtelijke uitgangspunten. Als hier een goede vorm voor gevonden kan worden, dan wordt er volgens de rekenkamercommissie een belangrijke stap gezet naar een betere vorm van besluitvorming. Dat zou ook een winstpunt kunnen zijn van het onderzoek en vooral ook van de dialoog erover.

De rekenkamercommissie van Baarn 6 mei 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11946304/1