270234 Regionale Energie Strategie regio Amersfoort 1.0 rvs
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL
Zaaknummer
270234
Onderwerp
Regionale Energie Strategie regio Amersfoort 1.0
Besluit in raad
7 juli 2021
Portefeuillehouder(s)
Wethouder Prakke
Naam steller
Marleen Rodenburg
Status / Vertrouwelijkheid
Openbaar
Voorgestelde beslispunten: 1. Het college te verzoeken de Regionale Energie Strategie Regio Amersfoort 1.0 als definitief in te dienen bij het Rijk conform de verplichting van het NP RES. 2. Kennis te nemen van de afdoening van moties, amendementen en aanbevelingen bij de concept RES. 3. Het college opdracht te geven om in regionaal verband: a. Locaties in trede 2 te concretiseren richting uitvoering b. Locaties in trede 3 nader te onderzoeken en indien mogelijk mee te nemen in de lokale uitnodigingskaders c. Locaties in trede 4 te verkennen en waar mogelijk mee te nemen in de lokale uitnodigingskaders Samenvatting van het voorstel In het Nationale Klimaatakkoord is besloten dat Nederland in 2030 49% CO2-reductie gerealiseerd moet hebben ten opzichte van 1990. Om dit te realiseren zijn 5 klimaattafels geïntroduceerd die allen hun eigen opgave kennen: elektriciteit, gebouwde omgeving, industrie, landbouw en landgebruik, en mobiliteit. Voor de klimaattafel elektriciteit is het Nationaal Programma Regionale Energie Strategie opgezet (NP RES) met de opgave dat op korte termijn in 2030, 35 Terra Wattuur (TWh) hernieuwbare elektriciteit op land moet worden opgewekt. In oktober 2020 is de concept RES na vaststelling in de raad en het dagelijks bestuur van het waterschap overhandigd aan het NP RES. RES 1.0 Regio Amersfoort moet in 1 juli 2021 ingediend worden bij het NP RES.
Dit geldt voor alle regio’s. Op basis van het bod van de Regio Amersfoort en de andere regio’s wordt gerekend of de landelijke opgave van 35 TWh opwek van hernieuwbare energie gerealiseerd wordt. Aanleiding Om de opgave van 35 TWh opwek te kunnen realiseren zijn 30 regio’s geformeerd die allen moeten bijdragen aan de geformuleerde opgave. De zeven Utrechtse gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Soest en Woudenberg stellen gezamenlijk met provincie Utrecht, waterschap Vallei en Veluwe en STEDIN een Regionale Energie Strategie (RES) van de regio Amersfoort op. In de RES Regio Amersfoort is de regionale ambitie geformuleerd dat er 49% CO2-reductie plaats moet vinden in 2030 ten opzichte van 1990. In de concept RES is deze regionale ambitie geconcretiseerd in een concept bod van 0,5 TWh. Samen met alle andere inspanningen binnen de energietransitie, zoals energiebesparing, zonnepanelen op woningen en het inzetten van alternatieve bronnen voor aardgas draagt deze 0,5 TWh grootschalige duurzame opwek bij aan een energiemix in 2030 die goed is voor 43% CO2-reductie.
1
De plannen uit de Concept RES zijn in RES 1.0 verder uitgewerkt. Er is aanvullend onderzoek gedaan naar de kansrijke zones die geïdentificeerd zijn in de Concept RES. Hierdoor is meer inzicht verkregen in de kansrijkheid en haalbaarheid van de verschillende zones. Ook hebben gesprekken met samenwerkingspartners en/of maatschappelijke organisaties, zoals de Natuur- en Milieufederatie Utrecht (NMU) en de gezamenlijke lokale energie coöperaties verenigd in Energie Samen, het ministerie van Defensie, Rijkswaterstaat en Rijksvastgoedbedrijf, nieuwe inzichten gebracht. Gemeenten werken gemeenten aan lokale uitnodigingskaders om samen met hun inwoners de kansen in hun gemeenten beter in kaart te brengen. Zo is het Plan van Aanpak uitnodigingskader voor Baarn door de raad vastgesteld. Het uitnodigingskader zelf zal in oktober 2021 in de raad worden behandeld. Bovenstaande heeft geleid tot een indeling in vier treden. Samen bouwen deze treden op tot de doelstelling van 0,50 TWh. Beoogd resultaat • Een bijdrage leveren aan de nationale en regionale opgave van 49% CO2 reductie in 2030. • Een bijdrage leveren aan de lokale ambitie van Baarn om in 2030 zoveel mogelijk klimaatneutraal te zijn. • Een bijdrage van 0,5 TWh leveren aan de landelijke opgave van 35 TW door RES 1.0 Regio Amersfoort in te dienen bij het NP RES.
• Inzicht te verschaffen in de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van de doelstelling van 0,5 TWh. • Samen met de regio een vervolg stap te zetten om de Regionale Energie Strategie uit te voeren. Argumenten 1.1 RES 1.0 van Regio Amersfoort geeft een realistisch beeld In de Concept RES (oktober 2020) zijn kansrijke zones aangewezen. Deze zones zijn richting RES 1.0 verder uitgewerkt. Hierdoor heeft de RES regio Amersfoort duidelijker zicht gekregen op de kansrijkheid van de zones en de tijd die nodig is om deze zones verder te ontwikkelen naar concrete initiatieven. Dit heeft geleid tot een indeling in vier treden, die samen opbouwen naar de ambitie van 0,5 TWh grootschalig opgewekte hernieuwbare energie in 2030. 1.2 RES 1.0 Regio Amersfoort moet ingediend worden om te voldoen aan de landelijke opgave RES 1.0 Regio Amersfoort moet rond 1 juli 2021 ingediend worden bij het NP RES. Dit geldt voor alle regio’s. Op basis van het bod van de Regio Amersfoort en de andere regio’s wordt gerekend of de landelijke opgave van 35 TWh opwek van hernieuwbare energie gerealiseerd wordt. 2.1 Moties, amendementen en aanbevelingen zijn meegewogen in RES 1.0 Met de vaststelling van de concept RES zijn in raden en staten moties en amendementen aangenomen. Het algemeen bestuur van het waterschap Vallei en Veluwe heeft een aantal aanbevelingen gedaan.
In dit voorstel wordt in bijlage 1 ingegaan op de moties, amendementen en aanbevelingen. Hetgeen betekent dat er in Baarn in de RES 1.0 geen grootschalige wind- en zonneparken in kwetsbare natuur gebieden is opgenomen. De uitkomsten zijn verwerkt in de RES 1.0. In bijlage 1 wordt inzichtelijk gemaakt waar moties, amendementen en aanbevelingen tegenstrijdig zijn, maar ook waar de overeenkomsten liggen. 3.1 In RES 1.0 zijn nieuwe kansrijke zones toegevoegd Er is gekeken naar nieuwe kansrijke mogelijkheden die het bod robuuster maken. Hierdoor blijft de RES Regio Amersfoort ook voldoende reserveplannen houden, zodat in 2030 ook daadwerkelijk 0,5 TWh gerealiseerd wordt. Door het onderscheid in vier treden wordt duidelijk in welk stadium initiatieven, locaties of kansrijke zones zich bevinden. Trede 1 – In uitvoering: Gerealiseerde en lopende initiatieven;
2
Trede 2 – Richting uitvoering: Zones die een stap verder zijn uitgewerkt naar locaties, projecten en ideeën. Onderzoek heeft uitgewezen dat de kans van succesvolle realisatie positief is en er is naar verwachting voldoende maatschappelijke acceptatie om verder te gaan richting realisatie. Er zijn eventueel aanvullende onderzoeken gepland om de locaties uit te werken; Trede 3 - Onderzoeksfase: Kansrijke zones die in lijn met wet- en regelgeving realiseerbaar lijken. Nader onderzoek is noodzakelijk om de ecologische, economische en maatschappelijke impact in kaart te brengen. Het nader onderzoek kan verschillende uitkomsten hebben. Of de zone valt alsnog af of de zone moet worden bijgesteld om het alsnog te realiseren of de zone kan verder worden uitgewerkt en naar in uitvoering kan worden gebracht; Trede 4 - Verkenningsfase: Voor deze zones is nog veel onbekend. Hierbij moet een verkenning nog worden opgestart. Met een verkenning wordt bepaald of de initiatieven kansrijk zijn, worden meegenomen in de uitnodigingskaders van de gemeenten, en een vervolg krijgen. Locaties in trede 3 en 4 worden meegenomen in de afwegingen bij het opstellen van de lokale uitnodigingskaders.
3.2 Maatschappelijke organisaties brengen nieuwe initiatieven in Voor de organisaties verbonden aan de Natuur- en Milieufederatie Utrecht en Energie Samen (koepel van energieinitiatieven) is de RES van groot belang om voortvarend, met ambitie, met oog voor zorgvuldige inpassing en met lokaal eigenaarschap invulling te geven aan de energietransitie. Na vaststelling van de concept RES zijn NMU en Energie Samen in bijeenkomsten actief in gesprek gegaan met hun achterban: lokale groepen in regio Amersfoort die zich inzetten voor natuur, milieu, landschap en klimaat. Die uitwisseling heeft waardevolle ideeën opgeleverd over hoe de kwaliteit van de RES kan worden verhoogd. Dit is vertaald in een aantal adviezen die in RES 1.0 zijn ondergebracht in trede 3 en 4. 4. Regionale Structuur Warmte Uit de inventarisatie van de aanwezige en potentiële warmtebronnen is gebleken dat aquathermie en (ultradiepe) geothermie aanwezig zijn als regionale bronnen in de regio. Onderzoeken wijzen de komende jaren uit of deze warmtebronnen kansrijk zijn in regio. In RES 2.0 is er meer zekerheid over de kans van slagen. Een regionale warmtestructuur is voorlopig niet aan de orde. In het geval dat de mogelijkheden van (ultradiepe) geothermie en aquathermie op grote schaal benut kunnen worden in de toekomst, is een regionale warmte-infrastructuur nodig. 5.
Economische kansen De energietransitie biedt ook economische kansen. Deze kansen hebben effect op de werkgelegenheid, op toename van investeringen en op private en maatschappelijke opbrengsten. Algemene risico's 1) RES 1.0 Regio Amersfoort moet in de regio tot stand komen op basis van raadsbesluiten van individuele gemeenten, daarmee bestaat het risico van een “witte” vlek, waardoor de regionale solidariteit onder druk komt te staan. 2) De uitvoering van de Regionale Energie Strategie kan niet zonder hulp van het Rijk. De Regionale Energie Strategie Regio Amersfoort zorgt er voor dat de regio bijdraagt aan het klimaatakkoord. Voor de uitvoering en realisatie is de regio daarbij mede afhankelijk van derden, zoals Rijkswaterstaat, Defensie en Rijksvastgoedbedrijf voor realisatie van windturbines en zonnepanelen. Daarnaast is het Rijk nodig voor landelijke communicatie over de noodzaak van de te nemen maatregelen, de gevolgen hiervan voor de maatschappij en voor de financiering van de RES. Tenslotte is het Rijk nodig voor aanpassing in wet- en regelgeving zoals bijvoorbeeld een aanpassing van de SDE regeling, heroverweging van de investeringsmogelijkheden van netbeheerders, de verruiming van mogelijkheden voor het aanbrengen en verzekeren van zonnepanelen op bedrijfsdaken, en het aanbrengen van zonnepanelen op agrarische bedrijfsdaken en boven parkeerterreinen.
3
3) Uiteindelijk kan door het Rijk of de provincie met behulp van het RO instrumentarium het planologisch mogelijk maken van duurzame opwek van elektriciteit worden afgedwongen. Eerst vindt dan met de regio een overleg plaats over een grotere (lokale) inspanning. Op dit moment is niet duidelijk of en wanneer het Rijk dit instrumentarium denkt in te zetten. Door te zorgen voor een robuuste RES 1.0 kan ingrijpen door het Rijk worden voorkomen en houden we zelf regie.
4) Per gemeente en/of locatie kan er onvoldoende draagvlak zijn voor de daadwerkelijke realisatie van de geplande grootschalige opwek. Door de lokale uitnodigingskaders voor zon en wind en de participatie over concrete locaties ontstaat meer begrip en draagvlak.
5) Zorgen om de impact op de gezondheid door windturbines resulteren in weerstand op de plannen. Dit aspect speelt in alle regio’s. Het RIVM heeft onderzoek gedaan naar de gezondheidseffecten van het geluid van windturbines. Uitkomsten van landelijk vervolgonderzoek worden meegenomen in de uitwerking van RES 2.0.
6) Het risico bestaat dat versnelling van het ene gebied leidt tot minder inspanning elders. Uitgangpunt is daarom: iedere gemeente mag meer of sneller de doelstelling realiseren, maar dat ontslaat de ander niet om zijn eigen bijdrage te (blijven) leveren. We gaan uit van regionale solidariteit.
7) In het klimaatakkoord is afgesproken dat op 1 januari 2025 de omgevingsvergunningen voor de zon- en windprojecten zijn verleend om realisatie voor 2030 mogelijk te maken. RES 2.0 (1 juli 2023) is een tussentijds ijkmoment waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe ver de uitvoering van RES 1.0 gevorderd is. Kosten, baten en dekking Bij de vaststelling van de concept RES is aangegeven dat aanvullend budget en capaciteit nodig is van de regiogemeenten, provincie en waterschap. Vooralsnog volstaan de beschikbaar gestelde budgetten. Indien er voor de uitvoering van het regionaal programma energietransitie aanvullende middelen nodig zijn wordt dit op een later moment met financiële dekkingsmogelijkheden aan u, ter integrale afweging, voorgelegd. Aanpak / Uitvoering In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de RES iedere twee jaar wordt bijgesteld met de inzichten van dat moment. Dat betekent dat RES 2.0 op 1 juli 2023 moet worden vastgesteld. De effecten van de overige klimaattafels (industrie, landbouw en landgebruik, en mobiliteit) worden uitgewerkt in het regionaal programma ‘Minder CO2’. Daarnaast is afgesproken dat de omgevingsvergunningen voor de zon- en windprojecten op 1 januari 2025 zijn verleend om realisatie voor 2030 mogelijk te maken.
De uitwerking van de locaties en projecten doen we in nauw overleg met belangenorganisaties als NMU en LTO, grondeigenaren, inwoners en lokale partners als de Baarnse Klimaat Alliantie (BKA), Energiek Baarn (EB) en Platform Ondernemend Baarn Duurzaam (POBD). Duurzaamheid
4