260506 Verslag Oordeelsvorming in de raadscommissie 6 mei 2026 concept
Tekst van het document
Gemeente Baarn Bijeenkomst “Oordeelsvorming in de raadscommissie” Concept-Verslag van de openbare bijeenkomst, gehouden op woensdag 6 mei 2026 in de raadszaal van het gemeentehuis
Voorzitter:
mevrouw C.J. Struijk-Cramer
Griffier:
de heer D.E. Bulthuis (wnd)
Aanwezig:
de heer A. van den Berg (GL), mevrouw J.A. Binnekamp (VoorBaarn), de heer V.A. Brinkman-Koopal (PvdA), mevrouw S. Bruijstens (PvdA), mevrouw M.L. Deurloo (VoorBaarn), mevrouw C.P. Doedens (D66), de heer M.J.P.M van der Donk (CDA), de heer M.A.C. van Grinsven (50PLUS), mevrouw S. de Groot (PvdA), mevrouw G. Haverkamp (D66), de heer F.J. van der Herberg (CDA), mevrouw E.C. Hoogerwerf (50PLUS), de heer R.E. Hut (VoorBaarn), mevrouw L.N. Huisman (GL), mevrouw M.J. Koenders (VoorBaarn), de heer M.R. Korkmaz (VVD), de heer A.M. Kroon (VVD), de heer J.C.A. van Loon (50PLUS), de heer M.R. Mascini (VVD), mevrouw M. RitchieLakerveld (GL), mevrouw G. Sarian (VoorBaarn), mevrouw E.E. Sluijs-van Haastert (VVD), de heer A.R. Stolk (VVD), de heer T. Stroo (D66), de heer J.H. Troost (50PLUS), de heer T.R. Tuinstra (50PLUS), mevrouw L.T. de Weijer (VVD) en de heer R. van Wijk (CDA)
Overige aanwezigen:
de heer M. Eijbaard (wethouder), jhr. M.A. Röell (burgemeester), de heer H.B. Prakke (wethouder), de heer S. de Vries (wethouder) en de heer M.R. Veldhuizen (wethouder)
1.
Opening, vaststelling agenda en mededelingen
De VOORZITTER heet iedereen om 20.00 uur van harte welkom. Met de voorliggende agenda wordt ingestemd. Er zijn berichten van verhindering ontvangen van mevrouw Neggaoui, de heer Bremmer, de heer Van Hardeveld en de heer Van der Padt. 2. Vaststellen verslag van Oordeelsvorming in de raadscommissie van 11 februari 2026 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 3. De waarde(n) van de Openbare Ruimte: een afwegingskader (1406131) De heer KROON is in principe tegen het voorstel omdat het op het verkeerde moment komt. Er is geen concrete aanleiding die maakt dat het vaststellen van dit kader nu noodzakelijk is. Dit hoort thuis bij een nieuw college die deze keuzes moet dragen. Het wordt gepresenteerd als een afwegingskader maar het is in feite een politiek gekleurd stuk met mogelijk vergaande gevolgen. Het risico is groot dat het een vrijbrief wordt om bepaalde keuzes te rechtvaardigen. In het voorstel wordt gestuurd op minder ruimte voor auto’s en het terugdringen van parkeren terwijl uit het 1
bijgevoegde rapport blijkt dat inwoners juist behoefte hebben aan voldoende parkeergelegenheid dicht bij huis. Natuurlijk wordt door de VVD fietsen en wandelen aangemoedigd maar de gemeente moet faciliteren en de keuzes van inwoners respecteren en niet onmogelijk maken voor wie geen oprit heeft of met de auto moet. Daarnaast is het onjuist om parkeren en groen tegenover elkaar te zetten. Inwoners geven aan dat ze meer groen willen maar niet ten koste van de parkeermogelijkheden. Dit is bovendien geen document dat met een paar amendement te repareren is. Dit voorstel moet worden ingetrokken opdat het eventueel later kan worden behandeld door een nieuw college. Mevrouw KOENDERS vindt het voorstel meer dan lastig en te vaag op verschillende onderdelen. De onderbouwing van de verschillende waarden volgt uit allerlei heel verschillende participatietrajecten maar exacte aantallen en respondenten zijn niet te noemen en ook de representativiteit is niet aan te geven. Er worden te veel vrijheid gegeven voor keuzes in de uitvoering. De resultaten enquête omgevingsvisie zegt meer groen in de straat mag ten koste gaan van verder weg parkeren maar het merendeel van de geënquêteerden is het daar niet mee eens. De interpretatie in het rapport luidt echter dat de inwoners erover zijn verdeeld en dat is geen juiste conclusie.
VoorBaarn is het niet eens met de keuze die gemaakt wordt voor andere vormen van mobiliteit dan de auto en dat het ten koste gaat van verkeer en auto’s en dat de inwoners voor hun parkeerplekken worden verdreven naar de randen van het dorp. De auto is voor velen een noodzakelijk vervoermiddel. Men heeft niet altijd de mogelijkheid om verder weg te parkeren. Waar wordt die ruimte gezien door het college? Zonder een concrete en goede locatie is het voorgestelde alternatief te vaag. Het voorliggende voorstel is te vaag en niet geschikt voor besluitvorming. Als het doorgaat naar de raadsvergadering zal tegen het voorstel worden gestemd. De heer STROO zegt dat erop zich goede punten in het voorstel staan maar de vraag is of het stuk wel volledig is. Het aspect veiligheid ontbreekt. De vraag is wat de meerwaarde van dit document is en of het echt gaat helpen om prioriteiten te stellen. Veel is al geregeld in andere beleidsstukken. Dit stuk veronderstelt een soort maakbaarheid terwijl het veel vaker zal voorkomen dat dingen situationeel beoordeeld zullen moeten worden. Er wordt nog een omgevingsvisie verder uitgewerkt.
Gaat dit stuk niet botsen met een omgevingsvisie die de raad later nog moet gaan vaststellen? Wat vinden de andere raadsleden van wat er nog in het stuk zou moeten komen om het te kunnen vaststellen? Mevrouw RITCHIE-LAKERVELD vindt het afwegingskader een waardevol stuk. Er worden bewuste keuzes gemaakt over waarden als biodiversiteit en natuur, klimaatadaptatie, toegankelijkheid en positieve gezondheid. Waar schaarste is, is het aan de overheid om keuzes te maken zoals prioriteit bij spelende kinderen, een openbare ruimte die toegankelijker is voor mensen met een rollator of in een rolstoel en het beschermen en uitbreiden van het groen. Wanneer en hoe zullen de resultaten van dit afwegingskader kunnen worden gemeten? GroenLinks zal erop letten of langzamer verkeer inderdaad wordt gestimuleerd, dat belangrijke looproutes ingericht zullen worden met veilige oversteekplaatsen, dat de nota parkeernormen eventueel wordt aangepast en dat er meer inheemse soorten en voorzieningen voor fauna worden gecreëerd. Mevrouw HOOGERWERF is positief over het idee om met een beperkt aantal waarden te gaan werken. In elke buurt is er wel iets aan de hand met de openbare ruimte, iets waar gemeente en inwoners het ook niet zomaar over eens kunnen worden.
Gaat het sturen op deze 4 waarden dan helpen? Het is mooi om 4 waarden te hebben maar hoe wordt dat dan praktisch vertaald en ga helpen om samen met buurtbewoners op te trekken in plaats van het gehakketak van het kan niet anders, we hebben het nou eenmaal al zo gepland. Gemeente en inwoners moeten veel meer het gesprek met elkaar aangaan om met elkaar tot keuzes te komen. Dat zal echter niet zomaar 2
gebeuren met deze waarden. Het zou eens moeten worden getoetst op een aantal hete hangijzers om te kijken hoe het uit gaat pakken als je deze 4 waarden leidend maakt. Daarnaast wordt de kernwaarde veiligheid gemist want inwoners vinden dat heel belangrijk en daarom moet dit worden meegewogen in de afwegingen ten opzichte van de openbare ruimte. Zou er niet aan de hand van een beperkt aantal waarden samen met betrokken buurtbewoners een buurtschouw kunnen worden gehouden zodat dit mede een onderlegger is voor het voortgaande gesprek tussen buurt en gemeente over wat er moet worden veranderd of aangepast? De heer VAN DER HERBERG is positief over het antwoord van de wethouder tijdens de informatieraad dat met onderliggend kader meer groen zou zijn aangebracht in de recent heringerichte Zandvoortweg. Gekleurde betonstraatstenen zien er bij het aanleggen netjes uit maar worden na een paar jaar grijs en dat hoort niet bij de uitstraling die past bij Baarn. Het CDA heeft gevraagd wat de meerkosten zijn als gebakken materialen worden gebruikt voor rijbanen zoals onder andere op de Eemweg. Uit de beantwoording komt naar voren dat de kosten hoger zijn maar dat de levensduur veel langer is. Voor de langere termijn is dit dus voor zowel de uitstraling als financieel een goede investering.
Kan de wethouder toezeggen dat bij de uitwerking van dit afwegingskader in het Handboek openbare ruimte voor de rijbanen in de woonstraten in heel Baarn gekozen wordt voor gebakken materialen in plaats van gekleurde betonstraatstenen? Als er geen toezegging van de wethouder komt overweegt de fractie om een motie in te dienen om dit te verwerken in het nog op te stellen Handboek openbare ruimte en is de raad het met het CDA eens om gebakken materialen als uitgangspunt te nemen? De heer BRINKMAN heeft niet zoveel positieve verhalen gehoord tot nu toe en misschien is daarom de suggestie van D66 niet zo slecht om er met elkaar over te brainstormen. Verder kan de fractie zich aansluiten bij de woorden van GroenLinks. Het is een beetje abstract document en de echte afwegingen tussen veiligheid, natuur en gebruik worden pas zichtbaar in de uitvoering. Op dit moment ziet de PvdA voldoende basis om dit voorstel te steunen bij de besluitvorming. Wethouder EIJBAARD wil het voorstel van de heer Kroon van de eventuele terugtrekking van het document door het college bij de raad laten. Daarmee verdwijnen de problemen niet want schaarste moet worden afgewogen en op een gegeven moment zullen auto’s die niet meer in de straat kunnen parkeren ergens op de stoep moeten staan en zijn er meer boa’s nodig om daarop te handhaven.
Dit document sluit goed aan bij de omgevingsvisie met ook al keuzes die de raad eerder heeft gemaakt. Er kan nu geen toezegging worden gedaan om een bepaalde klinker te gebruiken, niet wetende of dat op een bepaalde locatie wel de beste oplossing is. Dat is voor de uitvoering. Als er sprake is van een herinrichting zijn er vaak gesprekken met vertegenwoordigers van de buurt die meedenken over hoe de buurt moet worden ingericht. Daarbij kan het leuk lijken om met iedereen door de buurt te gaan om te kijken hoe het anders kan worden gedaan maar dit betekent wel dat het langer gaat duren en ook moet rekening worden gehouden met de capaciteit van de gemeente. Meestal worden beleidsstukken na 4 jaar geëvalueerd of ze gewerkt hebben maar dat is ook afhankelijk van hoeveel openbare ruimteprojecten op dat moment gedaan zijn. Misschien is het zelfs goed om pas na 10 jaar terug te kijken of dit de juiste stappen waren omdat er een nieuw plan is met een planning van 10 jaar. De heer STROO vraagt aan de collega-raadsleden wat er nog toegevoegd of veranderd zou moeten worden aan het voorstel om het volgende week wel vast te kunnen stellen. De heer KROON stelt dat niet alleen het voorstel maar het hele rapport zou moeten worden geamendeerd en daar komt bij dat zaken niet alleen verkeerd maar soms ook gebrekkig zijn 3
opgenomen zoals veiligheid als een van de basisvoorwaarden dat centraal moet staan. Het woord ‘parkeren’ komt 32 keer voor. Het gehele stuk is gebaseerd op de wensen van het huidige college en daarom is het aannemen van het voorstel, ook met amendementen, op dit moment niet aan de orde. De heer BRINKMAN zal contact opnemen met de heer Stroo over wat er eventueel zou kunnen worden veranderd in het stuk en partijen die zich daarbij willen aansluiten zijn van harte welkom. Mevrouw KOENDERS sluit zich aan bij de woorden van de VVD. Mevrouw HOOGERWERF is ook van mening dat het stuk niet te amenderen is. Je kunt je afvragen wat de meerwaarde van dit stuk is ten opzichte van hoe er nu al gewerkt wordt. Waar 50PLUS die meerwaarde wel zou willen zien is in het samenwerken tussen buurten en gemeente. Dan niet zozeer projectgebonden zoals bij de Vondellaan maar puur buurtgericht. Doe een buurtschouw zodat de buurt voor de langere termijn weet waar de gemeente aan gaat en kan werken en wat niet kan. De heer VAN DER HERBERG zou graag willen dat het college in ieder geval nadenkt over meer duurzame materialen in de openbare ruimte. Mevrouw KOENDERS zal een motie die daartoe oproept steunen, juist vanwege de langere periode waarin het meegaat en het ook in de uitstraling een positief effect heeft. De heer KROON vindt het een goed uitgangspunt om dit te zijner tijd mee te nemen.
Mevrouw RITCHIE-LAKERVELD staat volledig achter het gebruik van duurzame materialen. Mevrouw HOOGERWERF kijkt graag meerdere generaties vooruit en dat is het geval als je op een ander soort baksteen overgaat. De heer BRINKMAN wijst erop dat in het raadsvoorstel staat dat er al met duurzaamheid rekening wordt gehouden. Mocht de motie nog beter worden dan het voorstel, dan kijkt de fractie graag mee. De heer STROO zegt dat duurzaamheid een mooi afwegingskader is dat eraan kan worden toegevoegd maar of het echt gebakken materiaal moet zijn? Als het maar duurzaam is. De heer KROON verzoekt de voorzitter om nu in stemming te brengen of het voorstel door moet gaan naar de raad. Mevrouw KOENDERS is eveneens van mening dat er nu over moet worden gestemd of het voorstel doorgaat naar de raad. De heer BRINKMAN zegt dat het gebruikelijk is wanneer er geen duidelijke meerderheid is om het nu al van de agenda van de raad te halen het voorstel naar de raad gaat en dan is er de gelegenheid om het van de agenda te halen. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel naar de raad gaat omdat voor het voorstel van de VVD geen duidelijke meerderheid bestaat en bij het vaststellen van de agenda kunnen fracties verzoeken om het onderwerp van de agenda te halen.
4
4. Delegatie Woo-verzoeken bij de raad (1423291) Mevrouw KOENDERS vindt dit principieel een lastig punt want als een Woo-verzoek specifiek aan de raad wordt gericht zal iemand daar een gegronde reden voor hebben. Bovendien is dit het afgelopen jaar maar één voorgekomen. Dan is de vraag voor welk probleem hier een oplossing wordt aangedragen. Een mogelijke reparatie van het niet opgenomen delegatiebesluit kan alleen plaatsvinden als de raad uiterst zorgvuldig, schriftelijk en desnoods mondeling door het college op de hoogte wordt gesteld van iedere beslissing in het kader van aan de raad gerichte Woo-verzoeken. Mevrouw SLUIJS staat positief tegenover de delegatie vanwege de efficiëntie en expertise die al bij het college en de ambtenaren aanwezig zijn op het vlak van Woo-verzoeken. Tegelijkertijd heeft de VVD er moeite mee om de beoordeling van Woo-verzoeken, gericht aan de raad, volledig uit handen te geven. Juist om de wet na te leven en transparantie te waarborgen is de VVD benieuwd of de wethouder heeft onderzocht of voor Woo-verzoeken een controlerende rol bij een door de raad aangewezen commissie kan worden gelegd, c.q. een soort handrem voor de raad. Zo zou de raad de bevoegdheid kunnen geven aan bijvoorbeeld de Integriteitscommissie. Dan kan binnen de wettelijke termijnen worden gehandeld en blijven transparantie en democratische controle gehandhaafd.
De heer VAN LOON heeft van het college begrepen dat de raad op de hoogte wordt gehouden en dat een dergelijk verzoek maar enkele keren zal plaatsvinden. Daarom staat de fractie positief tegenover het voorstel. De heer RÖELL memoreert dat in 2022 de Wet openbaarheid bestuur is veranderd in de Wet open overheid. In 2015 heeft de raad de behandeling van Wob-verzoeken aan de raad al gedelegeerd aan het college. Dus eigenlijk wordt nu hersteld van wat in de oude situatie al het geval was maar wat bij de invoering van de Woo in 2022 niet is aangepast. In 2025 deed het zich voor en toen bleek dat het best ingewikkeld is om binnen de termijnen die ervoor staan de afhandeling van het Woo-verzoek te doen. In het delegatiebesluit is bij punt 2 opgenomen dat bij elk Woo-verzoek de raad wordt geïnformeerd dat het er is, wat het behelst, wat het besluit is van het college en als er een gedeeltelijke weigering is, wat de gronden daarvoor zijn. De basis voor zo’n weigering is het wettelijk kader en dat is vrij duidelijk maar toch ook nog wel interpreteerbaar. Als de raad vindt na terugkoppeling van het collegebesluit naar de raad dat het college een onzorgvuldig besluit heeft genomen of er andere eisen bij had willen stellen, is er altijd de mogelijkheid om daarna andere kaders daarvoor mee te geven via bijvoorbeeld een motie.
De indiener van een Woo-verzoek heeft altijd de mogelijkheid om bezwaar te maken en in ultimo ook bij de rechter. Het college heeft niet de voorkeur om hiervoor een aparte commissie in te richten. Dan wordt het heel uitgebreid terwijl in het voorgestelde besluit het voorstel is gedaan hoe hiermee zorgvuldig zal worden omgegaan en de raad hierover op een goede manier wordt geïnformeerd. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. 5. Ontwerpbegroting AVU 2027 (1423330) De VOORZITTER wijst erop dat nieuwe raadsrapporteurs in de besluitvormende raad van volgende week worden benoemd. De voormalige raadsrapporteurs hebben tijdens de informatieraad aangegeven dat zij toen nog niet in staat waren om een toelichting te geven en dat zij dat in deze vergadering willen doen. Volgens geeft zij het woord aan de voormalige raadsrapporteur, de heer Mascini, die zal spreken over dit agendapunt en de 2 volgende agendapunten.
5
De heer MASCINI onderschrijft mede namens mevrouw Deurloo en de heer Van Wijk dat er geen andere zienswijzen nodig zijn en de reactiebrief aan het bestuur kan worden vastgesteld wat betreft de agendapunten 5 en 6 en dat ook kan worden ingestemd met de toestemming bij agendapunt 7. Wat betreft de AVU: door contractverlenging en het feit dat de tarieven voor verwerking van huishoudelijk restafval lager uitvielen is de AVU-begroting voor 2027 financieel stabiel. De gemeenten De Ronde Venen en Eemnes treden op eigen kosten uit en er verandert hierdoor niets aan de kosten voor Baarn. De gemeenten die stoppen betalen zelf alle kosten van hun vertrek en daarom blijven de kosten voor hun uittreding hetzelfde. De komst van de gemeente Houten zorgt voor schaalvoordelen en een sterke financiële basis voor RMN. Omdat Houten naast Bunnik en Nieuwegein ligt kan RMN het werk in het gehele gebied efficiënter organiseren. Daarnaast worden de algemene overheadkosten voortaan over 7 in plaats van 6 gemeenten verdeeld en dit biedt kansen om de kosten per gemeente te verlagen. Baarn heeft in de eerste zienswijze de harde eis dat de toetreding van Houten in 2027 niet mag leiden tot hogere tarieven voor de huidige deelnemers. Dit wordt als een dwingende voorwaarde vastgelegd in de officiële besluiten. De controle hierop vindt plaats via de begroting van de RMN.
Veel gemeenten kiezen voor een gemeenschappelijke regeling of een andere vorm van samenwerking. Daarom heeft de gemeente Houten gevraagd om aansluiting bij de RMN. Voor de gemeenten De Ronde Venen en Eemnes was het logisch om zich aan te sluiten bij een organisatie in de regio. Zo gaat Eemnes naar de GAD. Deze organisaties doen niet alleen de inzameling maar ook andere taken die nu bij de AVU liggen. De gemeente Baarn geeft aan te willen inzetten op het maximaliseren van afvalscheiding aan de voorzijde zodat er minder afkeurbeboeting of strafkorting zal plaatsvinden. Dat betekent dat er campagnes zullen moeten worden gevoerd waarvoor geen budget is gereserveerd. De overweging is om 100% in te zetten op nascheiding van restafval en PMD zodat dit machinaal perfect kan worden uitgevoerd. Hoe minder afval hoeft te worden afgekeurd of beboet, des te meer goed afval beloond kan worden. Daarnaast draagt het verlagen van restafval bij aan lagere kostenstijgingen. Mevrouw HUISMAN vond het commentaar van de raadsrapporteurs wat politiek gekleurd maar stemt in met het voorstel om geen zienswijze in te dienen. Hoewel er voor 2027 weinig aan de hand is geeft het stuk zorgwekkende prognoses weer. Er zijn zorgen over de stijgende lasten voor de inwoners, mede door de aangekondigde verdubbeling van de CO2-belasting richting 2030.
Als de huidige koers niet wordt gewijzigd stevent de afvalstoffenheffing af op bedragen van € 720 voor alleenstaanden en ruim € 1000 voor meerpersoonshuishoudens per jaar. Dat is voor velen onbetaalbaar en daarnaast ondermijnt het de ambities op het gebied van duurzaamheid. Kostenbesparing wordt alleen bereikt door de hoeveelheid restafval drastisch te verlagen. Meer en beter voorlichten is onvoldoende. De AVU adviseert een mix van preventie en een prijsprikkel. Als de kosten echt moeten worden beteugeld dient afvalscheiding te worden beloond en het aanbieden van restafval te worden beprijsd. Is de raad in het licht van deze alarmerende cijfers bereid om instrumenten om de hoeveelheid restafval terug te dringen serieus te verkennen om de afvalberg te verkleinen en de rekening voor de inwoners op de lange termijn beheersbaar te houden? De heer VAN WIJK deelt de mening van GroenLinks dat het advies van de raadsrapporteurs niet geheel politiek neutraal was. De heer STROO is ook van mening dat ervoor moet worden gezorgd dat de kosten in de toekomst worden teruggedrongen. Dat kan op verschillende manieren en dat is nog wel een discussie waard in de komende periode. Het zou heel goed zijn om wat te bedenken om de kosten voor de inwoners omlaag te krijgen.
6
De heer KORKMAZ kan in principe instemmen met het voorliggende raadsvoorstel maar hoe denkt GroenLinks hoe de kosten voor de inwoners kunnen worden omlaag gebracht. Is daar al een gedachte over? Mevrouw HUISMAN vraagt of de raad bereid is om instrumenten te verkennen om de kosten voor de inwoners omlaag te brengen. Een prijsprikkel is op meerdere manieren mogelijk waaronder Diftar. Dat is een bewezen methode. De heer KORKMAZ denkt bij Diftar aan het dumpen van afval bij anderen en de VVD zal in die oplossing niet meegaan maar op dit moment ligt er nog geen oplossing voor het verminderen van de kosten. Mevrouw HUISMAN vindt het een taak van de raad om de inwoners te beschermen tegen zulke fors toenemende kosten en vraagt welke oplossing de VVD hiervoor heeft. De heer KORKMAZ memoreert dat de VVD al 2 jaar geleden een motie heeft ingediend betreffende nascheiding en die wil de fractie van harte weer indienen. Mevrouw DEURLOO vindt dat Den Haag maatregelen moet nemen inzake de CO2-belasting en landelijke partijen zouden erop kunnen hameren dat veel minder verpakkingsmateriaal mag worden gebruikt. Als alle producten in de supermarkt verpakt worden terwijl dat helemaal niet hoeft krijgen de consumenten gedwongen meer afval. Wanneer dit niet realistisch is, is de enige andere oplossing nascheiding want dat is 100% nauwkeurig.
Mevrouw HUISMAN is ook van mening dat er te veel producten zijn waar geen verpakking om hoeft maar alleen de gemeente Baarn zal dat niet kunnen wijzigen. Mevrouw DEURLOO vraagt juist of de partijen in Baarn hun landelijke partijen daarop willen aansturen. Mevrouw HUISMAN vraagt zich dan toch af of als de Baarnse GroenLinks-fractie dit gaat aankaarten bij de landelijke partij het ook gaat gebeuren want 2030 is al dichtbij. Als weer wordt teruggegaan naar nascheiding is dat een enorme investering terwijl de laatste jaren juist wordt ingezet op van afval naar grondstof. Diftar komt uit hetzelfde gereedschapskistje en daarom is juist gevraagd om instrumenten te verkennen. De AVU heeft de meeste kennis op dit gebied en zou de gemeente hierop kunnen adviseren. Graag wordt gehoord van de andere partijen waar het geld dan vandaan moet komen, bijvoorbeeld verhoging van de ozb? De heer STROO memoreert dat de discussie over de kostenbeheersing al eerder is gevoerd maar het kan geen kwaad om te kijken hoe de stand van zaken nu is en welke mix van maatregelen mogelijk kan worden genomen om die kosten terug te dringen. De heer VAN WIJK merkt op dat de gereedschapskist op dit moment bestaat uit 2 kleine instrumenten.
Wil D66 een korte inventarisatie of een diepgaand onderzoek wat weer veel tijd gaat vergen? De heer KORKMAZ merkt op dat op pagina 40 van de begroting kan worden teruggezien wat nascheiding aan korting oplevert voor de gemeenten die daaraan deelnemen. Bij de gemeente Houten een voordeel van € 14.000, Nieuwegein € 121.000 en gemeente Utrecht € 835.000.
7
De heer VAN WIJK zegt dat dit een onderdeel zou kunnen zijn van de gereedschapskist. Mevrouw DEURLOO stelt dat er nog geen moties over nascheiding zijn ingediend. Wethouder EIJBAARD zegt dat de raad zich niet rijk mag rekenen met kortingen bij andere gemeenten in de AVU-begroting. Dat zegt immers niets over de hoeveelheid restafval die die gemeenten per huishouden meer hebben. Vorig jaar zomer is aan de raad een informatiebrief gestuurd met een onderzoek over waar voor de gemeente Baarn de kansen liggen van zowel Diftar als nascheiding. Daar kwam nadrukkelijk uit dat wanneer Baarn wil besparen op de hoeveelheid restafval dan Diftar de juiste weg vooruit is. De raad zou dat rapport nog eens moeten bekijken en spreker zou het met liefde nog eens willen agenderen. De heer KORKMAZ vraagt of goed wordt begrepen dat de motie die destijds is aangenomen niet wordt uitgevoerd. Wethouder EIJBAARD meldt dat er 2 moties zijn aangenomen, namelijk een motie om Diftar in te voeren en een motie om nascheiding in te voeren. Die 2 uitkomsten zijn met elkaar vergeleken en dat is aan de raad voorgelegd. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. 6.
Ontwerpuittredingsplan en -besluit gemeenten De Ronde Venen en Eemnes uit de GR AVU (1445610) De heer VAN WIJK begrijpt van de raadsrapporteurs dat als er een gemeente bijkomt de algemene kosten verdeeld worden over meerdere partijen. Is het niet juist andersom dat de kosten verhoogd worden per deelnemer als er een gemeente uittreedt? De fractie kan met het voorstel leven mits de kosten neutraal blijven. De rapporten geven aan dat alle kosten verrekend worden door de uittredende partijen maar het is toch spannend om te kijken of er inderdaad op den duur toch geen sprake is van verhoging van de kosten. Wethouder EIJBAARD legt uit dat er bij de AVU 3 medewerkers werkzaam zijn. Ten opzichte van andere gemeenschappelijke regelingen zijn dat minimale kosten en als er 2 gemeenten uittreden is het effect voor Baarn zo klein dat dat niet kan worden gezien. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat. 7. Toetreding gemeente Houten tot RMN en wijziging gemeenschappelijke regeling RMN 2027 (1454281) Mevrouw DEURLOO geeft aan dat de toetreding van de gemeente Houten zorgt voor een bredere financiële basis maar de reorganisatie van RMN wordt hiermee vertraagd. Wat is nu de verwachting voor het afsluiten van de reorganisatie Basis op orde? Dit zorgt voor schaalvergroting en de toetreding mag niet leiden tot hogere tarieven.
Hoe verhoudt zich dat tot elkaar? Wat zijn de kosten als de gemeente Baarn ervoor zou kiezen om eventueel uit de RMN te gaan? De heer VAN DER DONK merkt op dat er in de diverse rapporten mooie woorden staan over het effect van de toetreding van de gemeente Houten maar nergens staat een cijfermatige onderbouwing 8
hiervan. In de beantwoording van de zienswijze staat alleen maar dat bredere spreiding per saldo niet tot hogere kosten zal leiden. De gemeente IJsselstein vraagt terecht een doorrekening per gemeente van de voordelen maar volgens de beantwoording zou er geen ambtelijke capaciteit zijn voor zo’n doorberekening. De fractie verbaast zicht over de weinige concreetheid van de stukken. Er komt een stevige partner bij. De projectkosten worden door de gemeente zelf gedragen maar nergens wordt een poging gedaan om die impact te laten zien. Hoe beoordeelt de portefeuillehouder de toetreding, ook in het licht van de aanhoudende organisatorische uitdagingen? Is het niet essentieel om vooraf een doorrekening te krijgen van de financiële impact bij zo’n uitbreiding en vindt de portefeuillehouder het acceptabel om zomaar een akkoord te geven op dit voorstel zonder een dergelijke impact? Wethouder EIJBAARD vindt dat dit eigenlijk vragen zijn die bij de vorige raadsbehandeling gesteld hadden moeten worden. Voor de RMN en voor de gemeente Houten is het van belang dat er continuïteit is in het ophalen van afval en voor de gemeente Baarn ligt hierin een kans om de kosten te drukken. In de begroting 2027 staat dat het saldo voor de gemeente Baarn in ieder geval voor nu € 300.000 minder is en daaruit blijkt het synergievoordeel voor het jaar 2027.
De heer VAN DER DONK vraagt of goed wordt begrepen dat die 3 ton uit de begroting het voordeel is van de toetreding door de gemeente Houten. Wethouder EIJBAARD merkt op dat in de begroting ook iets staat over de opslagkosten die gerekend worden over de overhead en dan kan het vergelijk goed worden gemaakt. De reorganisatie Basis op orde is een continu proces waarvan tweejaarlijks een rapportage wordt gestuurd. Op het gebied van de financiën is al heel veel gedaan. Daar zijn de processen veel meer op orde en is veel meer grip op de begroting. Daarnaast zullen er stappen worden gezet op het operationele vlak en daarmee is de nieuwe directeur goed aan de gang. De kosten van uittreding van de gemeente Baarn zijn in 2021 op een bierviltje berekend op 5 miljoen. De kosten zijn inmiddels navenant toegenomen en de uittredingskosten zullen dus navenant stijgen. Mevrouw DEURLOO leest in het stuk dat de toetreding van Houten leidt tot schaalvergroting en tot een sterke financiële basis maar dan wordt niet de eis begrepen dat de toetreding niet mag leiden tot hogere tarieven. Wethouder EIJBAARD merkt op dat de raad nadrukkelijk de oproep heeft gedaan dat als er een gemeente toetreedt het niet zo mag zijn dat andere gemeenten gaan betalen voor de kosten die die gemeente heeft. Deze oproep is ook in het bestuur van RMN gedaan.
In deze begroting is geprobeerd om dit transparant in beeld te krijgen waarin heel duidelijk staat het bedrag voor Baarn en het bedrag voor Houten. Zo kan goed het vergelijk worden gemaakt dat de kosten voor Baarn het komende jaar niet zullen toenemen en ook de jaren daarop niet. Het kan zijn dat er voor 2028 keuzes moeten worden gemaakt die leiden tot toename van de kosten maar die liggen dan niet aan het toetreden van de gemeente Houten. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. 8. Sluiting De VOORZITTER sluit de vergadering om 21.19 uur.
9
Aldus vastgesteld in de openbare bijeenkomst “Oordeelsvorming in de raadscommissie” van 3 juni 2026. De griffier,
De voorzitter,
10