CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

250626 Verslag Oordeelsvorming in de raadscommissie 26 juni 2025 concept

Oordeelsvorming in de raadscommissie 26 juni 2025, gemeente BaarnBij agendapunt: Opening, vaststelling agenda en mededelingen3.318 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1 alinea's met “opening”: 11

Gemeente Baarn Bijeenkomst “Oordeelsvorming in de raadscommissie” Concept-Verslag van de openbare bijeenkomst, gehouden op donderdag 26 juni 2025 in de raadszaal van het gemeentehuis

Voorzitter:

de heer W.J.L. Genuit

Griffier:

de heer D.E. Bulthuis

Aanwezig:

de heer A. van den Berg (GL), mevrouw S. Bruijstens (PvdA), de heer V.A. Brinkman-Koopal (PvdA), de heer R.M. Bruins (CU), mevrouw M.L. Deurloo (Lijst Mylou Deurloo), de heer H.J. van Hardeveld (CDA), mevrouw G. Haverkamp (D66), mevrouw E.C. Hoogerwerf (VoorBaarn), mevrouw M.J. Koenders-van de Vrugt (VoorBaarn), de heer C. Krimp (CDA), de heer J.C.A. van Loon (50PLUS), mevrouw A.M. Martens (VVD), mevrouw S.H.B. Oortman Gerlings-van Hal (VVD), de heer M.R.N. Schouten (Lijst Schouten), mevrouw J.A.M. Sluijs (GL), de heer A.R. Stolk (VVD), de heer R. van Wijk (CDA) en de heer D.C. Windeij (GL)

Overige aanwezigen:

de heer H.B. Prakke (wethouder), de heer M.R. Veldhuizen (wethouder), de heer M.R. Veldhuizen (wethouder) en de heer S. de Vries (wethouder)

1.

Opening, vaststelling agenda en mededelingen

De VOORZITTER heet iedereen om 20.00 uur van harte welkom. Het advies van de Informatie in de raadscommissie van 11 juni was dat de volgende raadsvoorstellen direct door kunnen gaan als hamerstuk naar de raadsvergadering van 2 juni. Dat betreft Wijziging gemeenschappelijke regeling BBS naar gemeenschappelijke regeling Eemkracht, Ontwerpbegrotingwijziging 2025.1 en ontwerpbegroting 2026 RMN, Jaarstukken 2024 RID Utrecht en Jaarstukken 2024 en Ontwerpbegroting 2026 incl. geactualiseerde begroting 2025 Veiligheidsregio Utrecht. De heer VAN HARDEVELD wil graag agendapunt 8 onthameren. De VOORZITTER meldt dat de Wijziging gemeenschappelijke regeling BBS naar gemeenschappelijke regeling Eemkracht als agendapunt 7 op de agenda komt en dan worden de agendapunten 7 en 8 omgewisseld. Er zijn berichten van verhindering ontvangen van de dames Jacobson en Struijk-Cramer en van de heren Korkmaz, Van Grinsven, Van der Padt, Bosman, Kolt, Van der Linden, Mascini en burgemeester Röell. 2. Regionale Huisvestingsverordening Baarn 2025 (1261797) De heer SCHOUTEN heeft 2 vragen aan de wethouder die mogelijk kunnen leiden tot debatpunten. Indien je je bij Eemvallei inschrijft mag je ook bij andere gemeenten reageren en zie je automatisch het aanbod. Is er een mogelijkheid om een kleine drempel op te werpen, bijvoorbeeld om voor elke 1

gemeente waar je eventueel zou willen wonen ook het inschrijf- en abonnementsgeld daarvoor te betalen zodat niet voor iedereen direct het aanbod in Baarn zichtbaar is maar dat je daarvoor enige moeite moet doen? In diverse gemeenten en bij diverse woningcorporaties wordt het inmiddels toegestaan dat je mag duo-wonen, de zogenaamde Friends-woningen. Je mag dan samen met een vriend of een familielid in een huis wonen zonder romantische relatie. Dit zou ook een optie kunnen zijn voor ouderen die niet alleen willen wonen maar bijvoorbeeld weduwe of weduwnaar zijn. Ziet de wethouder hier mogelijkheden toe? Mevrouw DEURLOO stelt dat er een enorme woningnood is onder starters en daarom zouden jonge mensen tot 25 jaar ook bij de doelgroep urgenten moeten worden gezet. Mevrouw KOENDERS vraagt of er een risico kan ontstaan voor huidige aanvragen die net door een overgangsregeling met de aanstaande nieuwe Wet versterking regie op de volkshuisvesting tussen wal en schip kunnen vallen en de fractie is heel benieuwd naar het antwoord van de wethouder op de vragen van de heer Schouten met betrekking tot woonvormen als duo-wonen. Wethouder VELDHUIZEN legt uit dat het aanbod wordt geregeld via economische en maatschappelijke binding en dat gaat via Woningnet. Dan is er voorrang binnen de gemeente.

Wat betreft de Friends-woningen: daar zit de huurtoeslag in de weg als dat zou spelen met de inkomens. Mevrouw KOENDERS stelt dat er ook mensen zijn die helemaal geen toeslagen ontvangen. Waarom zou dit dan een beletsel zijn om dit soort concepten verder uit te werken? Wethouder VELDHUIZEN zegt dat het hier gaat om sociale huurwoningen en dan gaat het om de eerste inkomensgrens en de bijstandsuitkering die eventueel speelt. Mevrouw KOENDERS merkt op dat er ook mensen zijn die tegen een lager loon dan die inkomensgrens werken en daarvoor dus gewoon in aanmerking zouden kunnen komen. Ze kunnen er met elkaar in aanmerking voor komen en dan nog steeds onder een bepaald maximum blijven. Wethouder VELDHUIZEN zegt dat dit soort zaken met de woningcorporatie zijn besproken en die geeft aan dat dit de werkwijze is en daarom kan daar niet aan worden meegewerkt maar gehoord deze vragen zal voor de volgende prestatieafspraken het gesprek moeten worden aangegaan van wat is er wel mogelijk. Urgentie voor nieuwe starters is niet mogelijk want er is sowieso veel druk op de woningmarkt en eigenlijk is iedereen al urgent. Er wordt alleen urgentie gegeven aan specifieke doelgroepen en dat is ook wettelijk bepaald en daar kan de gemeente niet van afwijken. Het risico van de overgangsregeling wordt regionaal geregeld en wordt geborgd door Woningnet.

Dit is dus een aanvulling bovenop de huisvestingsverordening. De heer SCHOUTEN wijst erop dat er woningcorporaties zijn in bijvoorbeeld Den Haag die dit veelvuldig toepassen. Als het daar kan moet het hier ook kunnen. Daarom moet er worden gekeken hoe hier samen uit kan worden gekomen en dit wordt dus een debatpunt want volgende week zal hierover een motie of amendement worden ingediend tenzij de wethouder nu de toezegging doet dat hij dit gaat verkennen en daarover een terugkoppeling doet, dan hoeft die motie niet te worden gemaakt en kan ook het debatpunt vervallen. Wethouder VELDHUIZEN gaat in het overleg met Omthuis deze punten bespreken om te kijken welke mogelijkheden er zijn en de uitkomsten van die gesprekken worden aan de raad doorgegeven.

2

De VOORZITTER vraagt of al bekend is wanneer het eerstvolgende gesprek met Omthuis gaat plaatsvinden en wanneer dus die terugkoppeling naar de raad kan gebeuren. Wethouder VELDHUIZEN merkt op dat net het bestuurlijke overleg over de prestatieafspraken is geweest en na de zomer vindt een nieuw gesprek plaats. De heer VAN WIJK vraagt of er een mogelijkheid is om deze punten tussendoor te bespreken met Omthuis, dus voor het volgende officiële gesprek, om dan de terugkoppeling aan de raad te kunnen geven. Wethouder VELDHUIZEN meldt dat het volgende overleg in september is en dan worden deze punten op de agenda gezet. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat. 3. Uitgangspunten toekomst sociaal ontwikkelbedrijf (1270266) Mevrouw DEURLOO vraagt of het toekomstplan voor het sociaal ontwikkelbedrijf nog verder moet worden uitgewerkt of dat het al klaar is en hoelang het gaat duren voordat het college hiervoor een voorstel aan de raad doet. Wethouder EIJBAARD meldt dat het plan aan het einde van het jaar gereed is en de verwachting is dat dit in de raadscyclus van december of januari kan worden voorgelegd. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat. 4.

Jaarrekening 2024 BBS Uitvoeringsorganisatie (1289042) De heer VAN WIJK vindt een afsluiting van de jaarrekening met meer dan 10% boven de begroting niet gewenst en het is dan ook fijn dat de zienswijze is aangevuld met een waarschuwing dat de begrotingen bevroren zijn met uitzondering van de cao en ook dank aan de raadsrapporteurs voor de uitgebreide verslaglegging. Mevrouw OORTMAN GERLINGS zegt als raadsrapporteur dat het verslag al is voorgelezen in de Informatieraad. Daarin is geadviseerd om geen zienswijze in te dienen maar er zou eigenlijk wel een wat strenger bericht die kant op mogen gaan. Dus voor de besluitenraad van volgende week wordt hierop teruggekomen om te kijken of de collega-raadsleden het ermee eens zijn om een strenger bericht naar BBS te sturen. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. 5. Jaarrekening 2024 en de meerjarenbegroting 2026-2029 RWA Amfors (1257892) De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat. 6. Begroting 2026 GGD regio Utrecht (1276238)

3

De heer VAN HARDEVELD deelt als raadsrapporteur mee dat de opmerkingen van de raadsrapporteurs eerder zijn doorgegeven aan de portefeuillehouder over de ontwerpbegroting. Die zijn in de zienswijze opgenomen en worden ook in het raadsvoorstel verder toegelicht. Voor de verdere toelichting wordt graag verwezen naar de presentatie die het raadsplatform van de GGDrapporteurs onlangs van de directie van de GGD regio Utrecht heeft gekregen. Dat is begin deze week rondgestuurd, een compact document over de financiële situatie bij de GGD. Als raadslid merkt hij op dat het CDA al eerder aan de portefeuillehouder heeft aangegeven dat er verhoudingsgewijs bij de GGD veel geld gaat naar preventieprogramma’s maar het is gewenst dat er onderzoek wordt gedaan naar de effectiviteit van die programma’s. Dat zou in de reactie naar de GGD toe moet worden opgenomen. Delen de andere raadsleden die behoefte? Het gaat om veel geld en energie. Zo’n onderzoek zou goed in samenwerking met andere GGD’s in Nederland kunnen plaatsvinden.

Wethouder DE VRIES zegt dat veel preventieprogramma’s door de GGD worden getoetst maar het kan niet bij alle programma’s worden onderzocht wat het effect was geweest als het niet was toegepast omdat je bijvoorbeeld een bepaalde groep mensen niet kunt isoleren of niet kan meten wat er was gebeurd en dan gaat het meer om situaties waarin bijvoorbeeld plausibiliteit aangetoond wordt. Als er informatie over specifieke programma’s gewenst is door de raad kan ernaar gevraagd worden of iets bekend is over de effectiviteit maar in zijn algemeenheid is het een hele grote vraag. Als die behoefte er is zou het moeten worden toegespitst op bepaalde programma’s want in zijn algemeenheid is het een schot hagel. Mevrouw SLUIJS vindt het een goede zaak als wordt getoetst of het beleid helpt om te kunnen verantwoorden waarom je het doet en waarom het ook behouden moet worden als het Rijk bijvoorbeeld komt met bezuinigingen. Hoe denkt de heer Van Hardeveld er dan over of dit verzoek moet worden gespecificeerd? Mevrouw HOOGERWERF merkt op dat als het gaat om preventie er steeds meer gezocht wordt naar een gerichte aanpak die dwars door bestaande organisaties heen loopt. Als naar de keten wordt gekeken waar de GGD onderdeel van uitmaakt is dat zinvoller dan alleen te kijken naar waar de GGD zich op richt.

De heer BRUINS denkt dat het goed is om te kijken naar beleid wat in andere GGD-regio’s werkt en waar iets van kan worden geleerd. Dat zou verder moeten worden uitgewerkt. Mevrouw SLUIJS memoreert dat een tijdje geleden is gevraagd om toelichting te krijgen op de Gezondheidsmonitor. Dat staat nog op de planning? De heer VAN HARDEVELD hoorde van de portefeuillehouder dat het een schot hagel is en dat is juist een van de zorgen. Dat betekent dat er heel veel energie in kan worden gestopt waarbij de vraag is of je wat raakt. Wethouder DE VRIES legt uit dat als je in zijn algemeenheid vraagt wat de effectiviteit is van preventieprogramma’s dat een schot hagel is maar op zich is het een verstandige vraag en wellicht kan de heer Van Hardeveld een aantal specifieke programma’s benoemen waarvan hij benieuwd is wat de effectiviteit daarvan is. Dat was bedoeld met een schot hagel. De heer VAN HARDEVELD heeft niet specifiek gekeken naar welke programma’s op effectiviteit onderzocht moeten worden maar er zou ook kunnen worden gekozen om aan de GGD te vragen welke programma’s goed op effectiviteit zijn te beoordelen en of dat dit al plaatsvindt. Dat zou dan 4

niet alleen binnen de GGD Utrecht maar ook bij andere GGD’s moeten worden bekeken omdat ieder dubbeltje telt. Wethouder DE VRIES geeft aan dat wanneer de vraag over de Gezondheidsmonitor breder leeft in de raad daarvoor een keer een presentatie zal worden georganiseerd. Niet bekend is of daar het thema effectiviteit van preventieprogramma’s in terugkomt maar het geeft in ieder geval een goed beeld van de stand van de gezondheid van inwoners. De VOORZITTER concludeert dat er voldoende animo is bij raadsfracties om zo’n presentatie te organiseren en dat wordt dan genoteerd als toezegging. De heer VAN HARDEVELD overweegt een amendement om de reactiebrief aan te vullen. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. 7. Wijziging gemeenschappelijke regeling BBS naar gemeenschappelijke regeling Eemkracht (1230632) De heer VAN HARDEVELD vraagt zich af of een gezamenlijke uitvoeringsorganisatie de gemeente niet van de eerdere decentralisatie in 2015 naar een nieuwe centralisatie brengt.

Brengt dit de gemeente niet verder af van de eerder gestelde doelen minder intensieve hulp door versterking van de eigen kracht van inwoners en hun netwerk van basisvoorzieningen en eerstelijnsvoorzieningen met kennis van hulpverleners van de lokale situatie? Zijn er afspraken gemaakt of moeten deze nog gemaakt worden om de zojuist omschreven doelen recht overeind te houden? Aan de nieuwe uitvoeringsorganisatie worden enkele nieuwe functies toegevoegd wat neerkomt op structurele meerkosten van jaarlijks bijna een half miljoen. Net zoals andere gemeentelijke regelingen wordt deze ook duurder en wat gaat er fout als deze nieuwe functies niet ingevoerd worden? Deelt de raad de zorgen die hij omschreef in zijn inleiding en dat in de reactiebrief aan het bestuur van de BBS opgenomen zou moeten worden dat de beschreven doelen basisuitgangspunten behoren te blijven en feitelijk gaat het dus om het indienen van een zienswijze? Wethouder EIJBAARD merkt op dat de doorontwikkeling van de bestaande regeling naar een uitgebreidere gemeenschappelijke regeling juist het feit ondersteunt dat zorg zo dicht mogelijk bij de inwoners wordt georganiseerd en dat de integrale toegang, raadsbesluit uit 2021, zo goed en laagdrempelig mogelijk kan worden vormgegeven. Dat betekent ook dat er zo meteen een lokaal gebied is in Baarn waar mensen aan de balie terecht kunnen.

Nu moeten mensen nog wel eens voor werk en inkomen of andere zaken naar Soest en straks kan iedereen in Baarn terecht om daar de ondersteuning te krijgen die nodig is. Dit sluit dus aan bij de doelen van de decentralisatie in 2015 en daarnaast wordt er al heel lang gesproken over de uitdagingen die er bij BBS zijn en de doorontwikkeling die daar nodig was en die ook zijn gekomen nadat het Lokaal team bij BBS is ondergebracht, de leidinggevenden van het Lokaal team bij de gemeente zijn ondergebracht maar je zag dat die organisatieopzet eigenlijk niet zo goed werkte. Er wordt nu een stap vooruit gezet die ervoor zorgt dat de gewenste doelen nog beter kunnen worden uitgevoerd. Er werd gesproken over structurele meerkosten met functies die overgaan maar dat zijn niet per definitie nieuwe functies. Dat zijn functies die nu al door mensen in de gemeentelijke organisatie worden uitgevoerd en alle uitvoeringstaken die in de Wmo zitten worden overgebracht daar de nieuwe uitvoeringsorganisatie. Daar waar dat leidt tot meer kosten aan de kant van Eemkracht leidt dat tot een vermindering van kosten in de eigen begroting. Daarnaast kan het ook zijn dat er zaken worden toegevoegd. In de perspectiefnota wordt het voorstel gedaan om extra te investeren in het 5

Lokaal team. Dat zijn kosten die zo meteen bij Eemkracht er bovenop komen maar met het doel om de zorg aan de andere kant naar beneden te brengen. Wat betreft de 10% kostenstijging bij BBS. In het afgelopen jaar is al extra geïnvesteerd in het Lokaal team om juist op die kosten in te grijpen. De heer VAN HARDEVELD leest in het raadsvoorstel: “Hierdoor wordt een stijging van de structurele kosten van de bedrijfsvoering van de uitvoeringsorganisatie verwacht van 5-10%. Dit is € 475.000 voor de 3 gemeenten.” Het kan zijn dat er elders een vermindering van de kosten tegenover staat maar het zou handig zijn als dat dan ook was vermeld bij de kostenparagraaf. Wethouder EIJBAARD legt uit dat aan de uitvoeringskant zeker sprake is van een uitbreiding omdat de organisatie van BBS op dit moment zo smal is georganiseerd dat er in de bedrijfsvoering tegen problemen wordt aangelopen. Zo volgt bijvoorbeeld de begroting niet het proces zoals dat zou moeten. Het komt echt heel laat naar de raad toe want als je een organisatie zo krap mogelijk organiseert kan die niet de vereiste kwaliteit leveren. Een aantal medewerkers die nu vanuit Soest worden ingehuurd via de dienstverleningsovereenkomst gaan over naar Eemkracht en dat wordt straks echt een zelfstandige organisatie die niet meer van een van de gemeenten afhankelijk is om overeind te blijven.

De heer VAN HARDEVELD is bezorgd dat de oorspronkelijke doelen van de transformatie van het sociaal domein onder druk komen te staan wanneer verder wordt gecentraliseerd. De wethouder gaf zojuist aan dat daar aandacht voor is maar zijn de andere raadsleden ook van mening dat het goed is om toch in een zienswijze aan te geven dat de raad dit heel belangrijk vindt? De heer BRINKMAN geeft aan dat de PvdA al voor het raadsvoorstel was maar kan in principe het indienen van een dergelijke reactiebrief steunen hoewel de vraag is of het nodig is want het antwoord van de wethouder gaf voldoende vertrouwen dat hiermee goed verder kan worden gegaan maar een extra aanscherping kan nooit kwaad. De heer VAN LOON snapt de bezorgdheid en het is een goede zaak om dat toch even mee te nemen. Mevrouw OORTMAN GERLINGS denkt ook dat het geen kwaad kan om dit te formuleren. Hoewel er ook sprake is van centralisatie gaat dit toch naar de gemeenten toe en Baarn werkt op meerdere gebieden samen met Bunschoten en Soest. Dit mag dus niet meteen centraliseren worden genoemd. Verder staat in de jaarstukken dat de vraag naar dienstverlening toeneemt en dan is het niet raar om een organisatie uit te breiden. Er moet een zeker serviceniveau zijn en dat zou zo worden verbeterd.

De regelingen die er zijn worden ook bekender en daardoor neemt de vraag ook toe en dat daarom de organisatie op deze manier wordt ingericht is alleen maar een goede zaak. De heer VAN HARDEVELD ziet zeker dat de zorgvraag fors toeneemt en dat is juist een heel belangrijke reden om de hulpverlening heel dicht bij de nullijn en de eerstelijn te houden. Juist om vroeg in te grijpen en ervoor te zorgen dat je niet straks in een veel duurder traject terechtkomt. Juist aan de voorkant moet worden geïnvesteerd maar als dat grootschaliger wordt, wordt het ook ingewikkelder. Mevrouw OORTMAN GERLINGS verwacht dat het voor de mensen in Baarn nu juist toegankelijker wordt maar dat heeft wel gevolgen voor de organisatie. Mevrouw HOOGERWERF vindt het een goede zaak om zo’n reactiebrief te sturen om aan te sporen maar op welk idee komen dan de ontvangers van de zienswijze? Nu mensen in één organisatie meer 6

bij elkaar worden gebracht zou het goed zijn om de aandacht te vestigen op de kansen die dat biedt om goed in de professionalisering in de nullijn dienstverlening te investeren. Die richting zou moeten worden meegegeven in de zienswijze. De heer WINDEIJ vindt de voorstellen van de heer Van Hardeveld een goed idee om de oorspronkelijke uitgangspunten zo goed in gedachten te houden. De heer VAN HARDEVELD meldt dat hij volgende week met een amendement komt om een zienswijze in te dienen. Het CDA zal de komende tijd veel aandacht besteden aan het onderwerp sociaal domein omdat de kosten steeds verder uit de pas lopen. Zo lopen bij de jeugdzorg de kosten steeds verder op en dan gaat het reeds om 1/3 van de begroting. Dan is het verbazingwekkend dat het in de raad vaak heel weinig gaat over het sociaal domein in verhouding tot het percentage van de begroting. Mevrouw HOOGERWERF denkt daar hetzelfde over. Kinderen moeten gezond opgroeien en zo min mogelijk zorg nodig hebben. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. Een half uur voor de aanstaande raadsvergadering zal afscheid worden genomen van de huidige kinderburgemeester en vindt de installatie van de nieuwe kinderburgemeester plaats. 8. Sluiting De VOORZITTER sluit de vergadering om 20.44 uur.

Aldus vastgesteld in de openbare bijeenkomst “Oordeelsvorming in de raadscommissie” van 17 september 2025. De griffier,

De voorzitter,

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15747705/1