250522 RIB Voortgang proces herstel Wilhelminavijver (1225814) incl bijlagen
Tekst van het document
inlichtingen bij
Michaël Kunkeler
Aan de raadsleden en steunfractieleden van de gemeente Baarn
doorkiesnummer uw kenmerk ons kenmerk
datum portefeuillehouder(s) onderwerp
1225814 / 1307225
22 mei 2025 Wethouder Eijbaard Raadsinformatiebrief Update Wilhelminavijver
Geachte leden van de raad en steunfractieleden, Op 17 december 2024 ontving de gemeenteraad een raadsinformatiebrief van het college met een plan van aanpak voor het herstel van de Wilhelminavijver. Terwijl er werd gewerkt aan een (tussentijdse) update, nam de raad op 16 april 2025 een motie aan om uiterlijk in mei een voorstel voor onderhoud te ontvangen, participatie over te slaan en vóór 1 juli te starten met het herstel. Met deze brief informeren wij u over het verdere proces en de wijze waarop wij uitvoering willen geven aan de motie. We kiezen voor eervol herstel De gemeente zet in op herstel van de Wilhelminavijver in zoveel mogelijk de huidige vorm, inclusief de padenstructuur en waar mogelijk de fontein. Daarbij zijn we afhankelijk van de bomen rondom de vijver, waarvan de wortels nu in de vijverbak groeien. Op advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit wordt momenteel onderzoek uitgevoerd, om de juiste randvoorwaarden te kunnen stellen aan de technische hersteloplossingen. Inhoud van deze brief Graag willen we u informeren over verschillende punten die belangrijk zijn bij het herstel van de Wilhelminavijver: · Tijdelijke reparatie · Vergunningsprocedure · Kosten · Proces en planning · Communicatie
1
(Tijdelijke) reparatie van de vijverbodem niet wenselijk De bodem van de vijver verkeert in zeer slechte staat en is niet te repareren. Het eerder aangebrachte beton en asfalt zijn grotendeels versleten. Gezien de omvang van de vijver en de huidige staat is een tijdelijke oplossing niet wenselijk. Juist nu is het moment om te kiezen voor een duurzame, structurele aanpak. Het (permanent) bijvullen van de vijver met (drink)water om het waterpeil op niveau te houden is niet verantwoord, gezien de (drink)waterschaarste en de klimaatopgaven. Uit vooronderzoek naar de bodemconstructie blijkt dat het asfalt sterk verontreinigd is. Ook de sliblaag bevat verontreiniging. Om vast te stellen of deze vervuiling is doorgedrongen in de onderliggende bodem, wordt aanvullend onderzoek uitgevoerd naar de bodem- en grondwaterkwaliteit onder de vijverbak. Voorafgaand aan herstel moet de vervuiling worden verwijderd. Waarom is een vergunning vereist voor herstel? De Wilhelminavijver ligt in het, door het rijk aanwezen, beschermd dorpsgezicht Baarn - Prins Hendrikpark e.o.. De vijver wordt specifiek genoemd in de toelichting bij de aanwijzing. De Wilhelminavijver komt niet voor op de Erfgoedlijst gemeente Baarn. Dit betekent dat de Wilhelminavijver geen rijks- of gemeentelijk monument is, maar dat het als object onder het beschermde dorpsgezicht valt.
Daardoor zijn de regels uit het Bestemmingsplan Wilhelminapark van toepassing. De herstelopgave van de Wilhelminavijver is van dusdanige omvang dat op basis van de eisen uit het bestemmingsplan een omgevingsvergunning vereist is. Ook als de functie of vormgeving van de vijver niet veranderen. Aanpassingen aan de openbare ruimte (het straatbeeld) binnen een Rijks beschermd dorpsgezicht mogen niet zonder vergunning. Ter vergelijking: ook voor de grootschalige renovatie van het Rode Dorp is een vergunning verleend. Het Rode dorp is ook een Rijks beschermd Dorpsgezicht binnen Baarn. Omdat de herstelopgave vergunningsplichtig is, worden de definitieve plannen getoetst door de Commissie Ruimtelijke kwaliteit, zoals dit bij alle andere vergunningsplichtige bouwplannen gebeurt (gebouwen, overige bouwwerken, verhardingen etc.). Onvoorziene kosten voor herstelopgave In de huidige begroting en het Meerjaren Uitvoeringsplan (MUOR) zijn geen kosten opgenomen voor de herstelopgave van de Wilhelminavijver. Omdat nog niet alle uitgangspunten duidelijk en vastgesteld zijn en er geen referentieproject is, baseren we de raming op het huidige prijspeil. De inschatting is dat de totale kosten voor de herstel opgave tussen de € 625.000,- en de € 940.000,- liggen. Zie hiervoor ook de bijgevoegde onderbouwing. Bij de begroting volgt een voorstel voor hoe deze kosten gedekt worden.
2
Proces en planning naar herstel Hieronder lichten wij het beoogde proces en de globale planning richting duurzaam herstel toe, opgedeeld in vijf stappen: Wij kiezen ervoor om zo spoedig mogelijk te starten met de uitvoering van de herstelopgave. Daarom stellen wij een externe projectleider aan, met verwachtte kosten van 75.000 euro. Deze nemen wij op in de tussenrapportage. Een andere mogelijkheid is om dit vanuit de reguliere capaciteit op te pakken, maar dat heeft impact op de MUOR planning en maakt realisatie binnen de gewenste termijn niet haalbaar. Wij kiezen voor de optie om direct te starten met de herstelopgave conform de motie van april 2025. De voorbereidingen (onderzoek en ontwerp) willen we dit jaar afronden, zodat we begin volgend jaar (2026) het vergunningstraject kunnen starten. De enige onzekerheid in deze planning is het feit dat we ook afhankelijk zijn van externe (markt)partijen. Stap 1. Cultuurhistorisch waarde onderzoek (heden tot en met Q3 -2025) Het cultuurhistorisch waarde onderzoek wordt momenteel uitgevoerd. Het onderzoek bestaat uit twee fasen. De eerste fase betreft een historisch-ruimtelijke analyse en de tweede fase een cultuurhistorisch advies. In het advies worden de randvoorwaarden en eisen omschreven voor waardig herstel en een toekomstbestendige vijver.
De randvoorwaarden worden meegenomen als basisuitgangspunten richting de ontwerpopdracht (Stap 2). In de tussentijd voeren we aanvullende onderzoeken uit, waaronder bodem- en grondwateronderzoek en stikstofberekeningen, om verrassingen in een later stadium te voorkomen. Stap 2. Ontwerpfase (Q3/ Q4-2025 tot Q1-2026) We stellen een (ontwerp)bureau aan dat voor ons ontwerptekeningen en het bestek schrijft voor het herstel van de Wilhelminavijver. In goed overleg met de CRK toetsen we of het ontwerp voldoet aan de eisen vanuit het bestemmingsplan, de resultaten uit het cultuurhistorisch waarde onderzoek en de Nota Ruimtelijke Kwaliteit. Stap 3. Traject aanvraag omgevingsvergunnig voor herstel (Q1-2026) Na afronding van de ontwerpfase starten we de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het herstellen van de Wilhelminavijver. Voor de aanvraag geldt de standaard doorlooptijd binnen Baarn van 8 weken, met een mogelijke verlenging van 6 weken en een bezwaartermijn van 6 weken (totaal 20 weken). Stap 4. Aanbestedingstraject realisatie herstel Wilhelminavijver (Q1-2026) Parallel aan het vergunningstraject starten we de aanbesteding van de herstelopgave. In overleg met onze inkoopadviseurs en de CRK worden partijen geselecteerd. Voor de zomer van 2026 willen we de opdracht gunnen. Stap 5.
Start herstel Wilhelminavijver (Q2-2026) Het is onze inzet om voor de zomer van 2026 te starten met de herstelopgave. Deze planning is ambitieus en afhankelijk van een eventuele bezwaarprocedure in het vergunningsproces.
3
Communicatie en participatie Nadat de gemeenteraad in april de motie heeft aangenomen, is er een toegenomen betrokkenheid van bewoners bij de Wilhelminavijver. Die betrokkenheid waarderen we enorm en zien we als een positief signaal. Tegelijkertijd merken we dat het beantwoorden van de vele individuele informatieverzoeken veel tijd vraagt. We willen inwoners informeren en organiseren daarom een bewonersavond op 26 mei aanstaande. U bent hierbij als toehoorder van harte welkom. We informeren u gedurende het proces op de gebruikelijke wijze. De eerstvolgende update volgt bij de tussenrapportage. Tot slot De Wilhelminavijver is voor ons als gemeente, inwoners van de buurt en ook daarbuiten van grote waarde. De vijver ligt in het Rijks beschermd Dorpsgezicht Baarn - Prins Hendrikpark e.o. en heeft cultuurhistorische gezien veel waarde en betekenis bij het ontstaan van de wijk. Wij doorlopen het proces naar herstel met grote zorg om recht te doen aan het beschermd dorpsgezicht en in het verlengde daarvan aan de Wilhelminavijver zelf. We gaan voor een structurele en duurzame oplossing. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Baarn,
A.K.A. Smet – van Dijk locosecretaris
M.A. Röell burgemeester
Bijlagen: - Inventarisatie- en maatregelenrapport Wilhelminavijver te Baarn - Bureau IB-Land (technisch vooronderzoek) - Kosteninschatting herstelopgave Wilhelminavijver
4
DeParelvanBaarn
Inventarisatie-enmaatregelenrapportWilhelminavijver te Baarn
De Parel
van
en Land
Baarn
ingenieursbureau
Projectinformatie
Projectnaam
De Parel
Titel
Inventarisatie-
Projectnummer
79007.01
Aureur() Kwaliteitscontrole
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) DL (geanonimiseerd) | | (geanonimiseerd)
Projecten
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) mn
Kenmerk
R01-79007.01-GBR-d02
Status
Definitief
van
Versienummer
2.0
Datum
7
Opdrachtgever
Gemeente
april
Baarn en
maatregelenrapport Wilhelminavijver
te
Baarn
2025
Baarn
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Postbus
1003
3740 BA Baarn
Opdrachtnemer
Ingenieursbureau Da Vincilaan 6716 WC 0318
—
Land
|I
Ede
437 639
ibland.nl
21 augustus 2024
2/21
DeParelvanBaarn
Inhoudsopgave
Samenvatting
4
1.
5
2. 3. 3. 1. 3. 2. 4. 4. 1. 4. 2. 4. 3. 4. 4. 4. 5. 5. 5. 1. 5. 2. 5. 3. 5. 4. 5. 5. 5. 6. 5. 7. 5. 8. 5. 9. 5. 10. 5. 11.
6. 6. 1. 6. 2. 6. 3. 6. 4. 6. 5.
Inleiding Locatiegegevensenvoorgenomenwerkzaamheden Inventarisatie Omschrijving huidige situatie
Asfaltschouw Vooronderzoek(water)bodem Opzet en geraadpleegde bronnen Resultaten historisch onderzoek Historisch onderzoek watergangen Regionale bodemopbouw en geohydrologie Conclusie vooronderzoek Waterbodemonderzoek Onderzoekstrategie bepaling van waterbodemkwaliteit Analyse-en bemonsteringstrategie Uitvoering Veldwaarneming Monstersamenstelling
Analyseresultaten Handelingskader PFAS (Poly-en Perfluoralkylstoffen) Overschrijdingen grond en grondwater Onderzoeksresultaten kwantiteit
Asfaltonderzoek Bespreking onderzoeksresultaten Hydrologie Doel van het onderzoek Uitgevoerde werkzaamheden en onderzoeksopzet/methode Bespreking resultaten boringen
Grondwaterpomp Overige hydrologische maatregelen
7.
Ecologischonderzoek
8. 8. 1. 8. 2. 8. 3. 8. 4.
Maatregelenonderafdichting Inleiding Reparatie huidige bodem Vervangen huidige bodem Vervangen huidige bodem
6 7 7 7
8 8 8 9 10 10 11 11 11
12 12 12 12 13 14 14 14 15
16 16 16 16 16 17
voor
folie
voor
kleibodem
18 20 20 20 20 21
Bijlages 1. Tekeningen 2. Beschikbare voorinformatie 3. Tekenvel kritische functie
4. 5.
6.
Boorprofielen Analysecertificaten
7.
Toetsingstabellen
21 augustus 2024
3/ 21
DeParelvanBaarn
Samenvatting
Project Projectnummer
79007. 01
Projectnaam
De Parel van Baarn
Aanleiding
Reparatie lekke vijver , opknappen groenvoorzieningen advies voorzieningen waterbehoefte
Onderzoeksdisciplines
Asfalt- , bodem- , waterbodem- , en geohydrologisch onderzoek
Opdrachtgever
Gemeente Baarn
Locatie Globale ligging
Aan de westkantvan Baarn
Kadastrale aanduiding
Gemeente Baarn , sectie K , nummer 1301
Oppervlakte
Circa 2. 500m 2
X- , Y-coördinaten
X = 147. 145; Y = 469. 327
Gebruik Historie
Bos , heuvelgebied
Huidig gebruik en inrichting
Openbaar groen metvijver in woonwijk
Toekomstige wijzigingen
Herstel van de vijverafdichting , opknappen groenvoorzieningen , aanleg watervoorziening
Onderzoeksresultatenconclusies , Asfaltonderzoek
De onderafdichting van asfaltdient als teerhoudend te worden beschouwd.
Waterbodemonderzoek
oppervlaktewater. Daarmee is hetnietgeschikt voor hergebruik. Er is ca. 30 m 3 3 slib en 125 mbladafval aanwezig. is in Er de boringen geen water aangetroffen. Ook zijn er geen waterhoudende lagen aangetroffen. De locatie van het lek inde vijver kan niet afgeleid worden aan de hand van dit onderzoek. Het is aannemelijk dat het water rechtstreeks onder de vijver in de bodem infiltreertof dat er een andere oorzaak is voor de afname van water in de vijver. Uit de ecologische quickscan zijn een aantal soorten naar voren gekomen waarop eventueel uit te voerenwerkzaamheden een negatief effect kunnen hebben. Het gaat hierbij om de vleermuizen , broedvogels algemeen (incl. cat. 5) , reptielen en amfibieën. Voor deze soorten dienen voorzorgsmaatregelen genomen teworden. Verder dient er ook rekening te worden gehouden met aanwezige vissen.
Geohydrologisch onderzoek
Ecologisch onderzoek
21 augustus 2024
4/ 21
DeParelvanBaarn
1.
Inleiding
De Wilhelminavijver , ook wel de parel van Baarn , is lek en dient een opknapbeurt te krijgen. Het waterpeil in de vijver staat al een tijd zeer laag. Dit heeft invloed op zowel de waterkwaliteit als het aanzien van de vijver. Het gemeente heeft als doel de vijver te herstellen en meer uitstraling te geven. Om dit te bereiken is ingenieursbureau Land gevraagd om enkele inventarisaties en onderzoeken uit te voeren en een advies op te stellen voor het renoveren van de vijver. Het doel is het verkrijgen van inzicht in de staat van de bodemafdichting , de afmetingen en dieptes van de vijver en omliggende bodemopbouw en geohydrologische situatie. Daarnaast wordt er gekeken naar de mogelijkheden voor de aanleg van een grondwaterpompen bron voor de watertoevoer. , geohydrologisch onderzoek Als onderdeel van de inventarisatieis een asfalt-waterbodemonderzoekeneen uitgevoerd. De werkzaamheden zijn onafhankelijk van de opdrachtgever uitgevoerd. Ingenieursbureau Land heeft geen belang bij de uitkomsten van het onderzoek. Voorliggend rapport presenteert: een nadere beschrijving van de onderzoekslocatie en devoorgenomen werkzaamheden ter plaatse
(hoofdstuk 2); -
inventarisatie van de onderzoekslocatie (hoofdstuk 3); de resultaten en conclusies van het vooronderzoek (hoofdstuk 4); de resultaten van het waterbodemonderzoek (hoofdstuk 5); beschrijving van de (geo)hydrologische situatie en mogelijkheden voor de aanvoer van water(hoofdstuk 6); de resultaten van het ecologisch onderzoek (hoofdstuk 7); een beschrijving van mogelijke maatregelenvoor afdichting van de vijver(hoofdstuk 8) een
21 augustus 2024
5/ 21
DeParelvanBaarn
2.
Locatiegegevensenvoorgenomenwerkzaamheden
De aanleiding voor de verschillende onderzoeken is de lekkage van de Wilhelminavijver. Hierdoor en door grote verdamping in warme periodes staat het waterpeil in de vijver vaak (veel) te laag. Hierdoor is er weinig totgeen leven mogelijk in het water en raakt het water snel verzadigd met voedingsstoffen , waardoor zuurstofarme omstandigheden ontstaan. Af en toe wordt het water aangevuld met (kraan)water , echter wordt dit door de gemeente als niet wenselijk beschouwd. Hiernaast treedt algeheel verval van de vijver en het omliggendegroen op. Met het herstel van de vijver moet ook de recreatieve waarde van de vijver weer toenemen en de beleving van de buurt te verbeteren. Daarnaast heeft de gemeente als doel om de waterkwaliteit te verbeteren en mogelijkheden te verkennen om het waterpeil op duurzame wijze op peil te houden.
Om
een plan op te stellen voor het herstel van de vijver zal een inventarisatie worden gemaakt van de vijver , mogelijke oorzaken van het lek worden onderzocht en een inventarisatie worden gedaan naar een nieuwe watertoevoer voor de vijver.
De onderzoekslocatie ligt in het westen vanBaarn. De vijver ligt ten midden van de Emmalaan. Aan de oostelijke kant grenst de vijver aan de Wilhelminalaan. Rondom de vijver is openbaar groen , inclusief enkele wandelpaden aanwezig. In onderstaande figuur 2. 1is de onderzoekslocatie aangegeven.
In bijlage 1 zijn de regionale ligging en de huidige situatie op een locatieschets weergegeven.
21 augustus 2024
6/ 21
DeParelvanBaarn
3.
Inventarisatie
Om een beeld te krijgen van de vijverafdichting en de staat van de vijver is er op 24 juli 2024 een terreininspectie en asfaltschouw uitgevoerd. Ook is er gekeken naar mogelijke bronnen en activiteiten die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot verontreiniging van de vijver. vinden zijn in bijlage 4.
3. 1.
Omschrijvinghuidigesituatie De vijver heeft een langwerpige vorm met een breder stuk in het midden van de vijver. In dit brede stuk iseen (voormalige) fontein aanwezig welke tijdens de inspectie niet in werking was. De vijver wordt omringd door een groenstrook met gras en bomenen halfverharde wandelpaden. Verder zijn er weinig andere soorten planten aanwezig. Ook zijn er om de vijver een aantal bankjes en prullenbakken geplaatst. De omliggende Emmalaan kent een asfaltverharding zonder goot , en watert direct af op het groen/de berm.
Op het moment van de terreininspectie stonder slechts beperkt water in de vijver ca. 15 à 20 cm. Hierdoor zijn de randen van de vijver en van defontein droog komen te staan. Er is geen bron voor toestroming van water aanwezig. De enige bron van water voor de vijver is hemelwater dat direct in de vijver valt. Ookis er veel kroos en plantenresten in het water te zien wat duidt op eenslechte waterkwaliteit met (te) veel voedingsstoffen weinig zuurstof. ,
,
De bodem van de vijver bestaat uit een onderafdichting van gecombineerd asfalt , bitumen en/of beton in een lag van ca. 6 cm dik. De onderafdichting bevat vele scheurenen barsten over het gehele oppervlak en is daarmee niet meer geschikt als onderafdichting. Mogelijk lekt er water vanuit de vijver naar de ondergrond via deze scheuren. Daarnaast zorgt de beperkte diepte van de vijver en de donkere ondergrond van het asfalt voor een sterke opwarming van het water in warme of zonnige periodes , wat tot extra verdamping leidt. Langs de randen zijn deels bakstenen muurtjes of stapels aanwezig. De oevers zijn niet begroeid met oeverplanten. Er is geen natuurlijke overgang van het water naar de kant. Tijdens de terreininspectie zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op de mogelijke aanwezigheid van een (bodem)verontreiniging en/of mogelijke bronnen die een bodemverontreiniging zouden kunnen hebben veroorzaakt. Daarnaast is geen asbestverdacht (plaat-)materiaal aangetroffen.
3. 2.
Asfaltschouw Tijdens de asfaltschouwvan de afdichtingslaagis er opgemerkt dat het asfalt veel scheuren en gaten vertoont. Ook is het asfalt op meerdere plaatsen beschadigd of verweerd. Er is eenolieachtigegeur opgemerkt bij het inspecteren van het asfalt. Dit kan duiden op de aanwezigheid van teerhoudend asfaltvan de bodemafdichting. De huidige bodem (een combinatie van bitumen/asfalt en/of beton) is ca. 6 cm dik. De vijver is rond 1900 aangelegd , en hoogstwaarschijnlijk is het asfalt vóór 1995 aangebracht.
21 augustus 2024
7/ 21
De Parel
Nm Land
Baarn
van
ingenieursbureau
Vooronderzoek
4.1.
Opzet Om
en
geraadpleegde
de kwaliteit
uitgevoerd.
Waterbodem De
bronnen
slib in de vijver, en de bodem rondom de vijver, te bepalen is een vooronderzoek Dit vooronderzoek is uitgevoerd op basis van de NEN 5725:2023 (Bodem Landbodem Strategie voor
het uitvoeren
het
(water)bodem
van
water
en
-
vooronderzoek
van
Strategie
-
aanleiding voor
-__uitvoeren
voor
nader onderzoek) de NEN bij verkennendhet uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek). en
saneren
locatie
van
een
milieubelastende activiteit en/of realiseren
bodemgevoelige (aanleiding 5725:2023); -__uitvoeren van de (milieubelastende) activiteit graven (exclusief tijdelijk uitnemen) arbeidshygiënische risico’s (aanleiding H uit NEN 5725:2023). een
Op en
-
basis van de voorziene werkzaamheden
grenzende percelen aangehouden stroomopwaarts
De informatie is afkomstig
van
de
de Provincie Utrecht,
van
een
gebouw op
A uit NEN
direct hieraan
meter
(Bodem
het vooronderzoek is:
bodemonderzoek,
van
-
5717:2023
en
binnen van
inschatten
van
het vooronderzoek de terreindelen binnen de onderzoekslocatie
omvat een
en
afstand
van
25
meter.
de onderzoekslocatie.
Voor het
grondwater
is
een
Het vooronderzoek is afgerond op
volgende
bronnen: de Gemeente
Vallei
Veluwe, het kadaster,
afstand
100
Baarn, Omgevingsdienst Regio Utrecht, het Rijk, Omgevingsloket Regels op de kaart, en relevante
Waterschap (o.a. www.topotijdreis.nl, www.bodemloket.nl, www.dinoloket.nl). Er is informatie verzameld betrekking tot: het voormalige en huidige gebruik; -__de ouderdom en moment van realisatie van de aanwezige bebouwing en verhardingen; archeologische en natuurhistorische waarde(n); -__de milieuhygiënische kwaliteit van bodem (incl. aangrenzende percelen); en
van
23-07-2024.
websites
met
-_
-___
reeds verrichte bodemonderzoeken
-__
en
-saneringen;
-_aanwezigheid dempingen, ophogingen en tanks ter plaatse van de onderzoekslocatie; -__de regionale bodemopbouw en geohydrologie. van
In
42.
bijlage 2 is historisch kaartmateriaal
en
relevante informatie
van
de
geraadpleegde bronnen
opgenomen.
Resultaten historisch onderzoek De resultaten
het historisch
van
onderzoek zijn weergegeven
in tabel 4.1.
Tabel 4 1: Historisch onderzoek
De Historisch
kaartmateriaal
(topotijdreis)
a
onderzoekslocatie
was
aangelegd
voor
Bos. De
vijver
is
rond
te zien.
Rond
1933 wordt de
_tijd
hebben er geen significan
Op
de asbestdakenkaart zijn
21 augustus 2024
1900 onderdeel
een
heuvel in het
(geanonimiseerd) |
enkele bebouwing tijd bebouwing in de woonwijk uitgebreid. Vanaf die
er
1900. Vanaf deze
van
geen gegevens
is ook
beschikbaar voor
Baarn.
8/21
DeParelvanBaarn
Voor 1940 (villapark) Wonen Volgens de bodemfunctieklasse kaart is de gewenste bodemkwaliteitsklasse ter Wonen
3.
Omgevingsdienst Regio Utrecht
2005810/lvh/sh (Hunneman Milieu Advies , d. d. 15-10-2005): Besluit opslag in ondergrondse tanks (BOOT)onderzoek. Niet verontreinigd , in de bovengrond is olie > streefwaarde. BO7935(Milieutechniek ZVS Eemnes BV , d. d. 01-09-2007): Bodemonderzoek Emmalaan 6. Er is een lichte verontreiniging met kwik in de bovengrond aangetroffen , maar ditwordt als achtergrondwaarden beschouwd. 1357901A (P&J Milieuservices b.v. , d. d. 22-11-2013): Bodemonderzoek Emmalaan. Onverdachte locatie , geen verontreinigingen aangetroffen. Volgens de PFAS achtergrondwaarde kaart ligt Baarn in de kwaliteitszone met lage hoeveelheden PFAS.
4. 3.
Historischonderzoekwatergangen Een overzicht van de historische informatie van de watergang en de basisinformatie die nodig is voor het uitvoeren van een waterbodemonderzoek is weergegeven in tabel 4. 2.
Locatie
Wilhelminavijver te Baarn
Aanleiding waterbodemonderzoek
Voorgenomen baggerwerkzaamheden
Type watergang(en)
Overig water , niet lintvorming
Oppervlakte
2. 500 m 2
Huidige functie
Recreatie , waterberging
Toekomstige functie
Recreatie , waterberging
Gegraven of natuurlijk water
Gegraven
Bestemming omgeving
Recreatie , wonen
Stromingsrichting
Geen stromingsrichting
Kwaliteit aangevoerd water
Onbekend((afstromend) hemelwater)
Sedimentatie en erosie
Geen stroomsnelheid
Te ontgraven profiel
Sliblaag
21 augustus 2024
9/ 21
DeParelvanBaarn
4. 4.
Wanneer voor het laatst gebaggerd (en kwaliteit baggerspecie)
Niet bekend
Puntbronnen (overstorten/lozingspunten/overig)
Nee
Ongewone voorvallen/calamiteiten
Nee
Fungeert de watergang als bermsloot ( < 15 m van wegen met > 500 voertuigen per dag)?
Nee
Regelmatige beroeps-of pleziermotorvaart?
Nee
Regionalebodemopbouwengeohydrologie Voor het bepalen van de regionale bodemopbouw is gebruik gemaakt omgeving is weergegeven in tabel 4. 3.
van
het DINO-loket. De bodemopbouw
0tot 70
Complexe eenheid , hoofdzakelijk bestaande uit grof en midden zand , weinig klei
Gestuwde afzetting
70 tot 75
Zand , midden tot grof
Formatie van Sterksel
75tot 84
Zand , midden tot grof
Formatie van Peize & Waalre
van
de
De grondwaterstand bevindt zich op circa 16m-mv. De stromingsrichting in het eerste watervoerende pakket is globaal zuidelijkgericht. De onderzoekslocatie bevindt zich niet in een grondwateronttrekkingsgebied.
4. 5.
Conclusievooronderzoek Bodem Uit de voorinformatie blijkt dat binnen de onderzoekslocatie (of de directe omgeving) geen beschikt geval van ernstige bodemverontreiniging aanwezig is.
Asbest in bodem Omdat uit het vooronderzoek is gebleken dat er geen verdenking is op asbest zal het onderzoek niet uitgebreid ,
worden met de parameter asbest.
21 augustus 2024
10/ 21
DeParelvanBaarn
5.
Waterbodemonderzoek
Om de kwaliteit en kwantiteit van het aanwezige slib in de vijver te inventariseren wordt een waterbodemonderzoek uitgevoerd. Aan de hand van dit onderzoek kan worden bepaald of baggerwerkzaamheden nodig zijn om de kwaliteit van de vijver te verbeteren. Ook wordt in dit hoofdstuk de resultaten van het onderzoeknaar de afdichting van de vijver besproken. Dit gaat om de asfaltlaag en het verloop van de vijver. ,
5. 1.
Onderzoekstrategiebepalingvanwaterbodemkwaliteit Overeenkomstig de NEN 5720:2023 en op basis van het vooronderzoek is voor het te onderzoeken gebied de strategie opgesteld.
Voor de lintvormigewatergangen zoals sloten , beken en kanalen , worden voor monstervakken tot een lengte van 500 m 10 boringen gezet. Van de afzonderlijke monsters wordt per 10, m dikte in het laboratorium een mengmonster van de sliblaag samengesteld.
Op basis van deze strategie kan een uitspraak worden gedaan over de kwaliteit vanhet aanwezige sediment. Het bepalen
SMM01
5. 2.
van
het baggervolume maakt geen deel uit van deze strategie.
Overig , normale onderzoeksinspanning (ON)
Ca. 2. 500
Analyse-enbemonsteringstrategie Ingenieursbureau Land is gecertificeerd voor het uitvoeren van veldwerk bij milieuhygiënisch (water)bodemonderzoek. De werkzaamheden worden uitgevoerd conform de eisen van de BRL SIKB 2000 bijbehorende protocol 2003.
en
het
Aan de hand van de betreffende oppervlakte van de watergang en conform de NEN 5720:2023 worden de in tabel 5. 2 vermelde werkzaamheden uitgevoerd.
1 x standaard A regionaal waterbodem 1) + PFAS 2) Standaard pakket A regionaal waterbodem analyse op: droge stof , organische stof , lutum (zijnde de fractie < 2 m) , zware metalen (barium , cadmium , kobalt , koper , kwik , lood , molybdeen , nikkel en zink) , polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) , polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie. PFAS 28
SMM01 1)
2)
ON
Ca. 2. 500
6
De werkzaamheden voor het meten van de dwarsprofielen zijn uitgevoerd conform de eisen van de richtlijn
dwarsprofielen genomen op een onderlinge afstand van maximaal 25 meter.
21 augustus 2024
11/ 21
De Parel
van
Nm Land
Baarn
ingenieursbureau
Het onderzoek
53,
aanleg
van
voor
asfalt
naar
de teerhoudendheid
de
Land is gecertificeerd
conform de eisen
van
(geanonimiseerd)
wordt het asfalt onderzocht
het uitvoeren het
en
veldwerk
bijbehorende protocol
bij milieuhygiënisch
bodemonderzoek
2002.
uitgevoerd
op
24
juli 2024
door de heren
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) |
en
(geanonimiseerd) gecertificeerde medewerkers |
Het laboratoriumonderzoek
(chemisch)
ingenieursbureau
van
Land
en
zijn erkend
Bodem+.
is
uitgevoerd
door het, door de Raad
van
Accreditatie erkende, laboratorium
B.V. te Deventer.
Veldwaarneming Bodemopbouw De sedimentlaag van
bestaat uit
6 centimeter
met
een
daaronder
sterk bladafvalhoudende, zwak een
vaste
bodem
Zintuiglijke waarnemingen Er zijn zintuiglijk geen bijzonderheden aangetroffen
5.5.
van
het verkennend waterbodemonderzoek zijn
voor
geregistreerd bij Rijkswaterstaat
en
AL-West
54.
voor
de BRL SIKB 2000
De veldwerkzaamheden
De heren
opdrachtgever geen informatie over de met de onderzoeksinspanning om te analyseren. afgebroken
asfaltverhardingen overleggen aangelegd voor 1995. Er zal een stuk van de afdichting worden
Uitvoering Ingenieursbureau
door
het asfalt is indicatief. Omdat de
van
heeft kunnen
planthoudende, zwak slibhoudende laag met waterdiepte is 15 centimeter.
een
dikte
bestaande uit asfalt. De
die duiden op
een
mogelijke bodemverontreiniging.
Monstersamenstelling Van de bemonsterde waterbodem
zijn twee afzonderlijke lagen te onderscheiden: een vaste bodem- en een sedimentlaag. doelstelling van het onderzoek is alleen de sedimentlaag bemonsterd. Van de sedimentmonsters is in het laboratorium een mengmonster gemaakt. De samenstelling van het mengmonster is weergegeven in tabel 5...
Gezien
de
Tabel 5.3: Samenstelling
mengmonsters
Monster
Traject (em-ws)
Samengesteld uit monsters
Gemengd in
Grondslag
SMMO1.01
15-20
O1.0l
Lab
Slib
Het mengmonster is, conform de eerder genoemde strategie geanalyseerd standaard waterbodempakket A (regionale wateren) en PFAS.
5.6.
op
het
Analyseresultaten De
analyseresultaten zijn getoetst aan de normwaarden voor het toepassen als landbodem; verspreiden van baggerspecie op het aangrenzend perceel of weilanddepot (<10 km van de herkomstlocatie) en het toepassen in oppervlaktewater, conform de Regeling bodemkwaliteit en het Bal. Toetsing is uitgevoerd met de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa).
En
21 augustus 2024
12/21
De Parel
van
Nm Land
Baarn
ingenieursbureau
Hierbij worden de analyseresultaten gecorrigeerd naar waarden geldend voor een standaard bodem (humus 10% en lutum 25%). De verkregen waarden zijn vervolgens getoetst aan de stofnormen. Dit leidt tot een individueel (klasse)oordeel per stof. De resultaten van de toetsingen zijn weergegeven in tabel 5.4. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 6, de toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 7. Tabel 5.4: Overzicht toetsingsresultaten
Landbodem
Monstervak
(klasse)
Bepalende
parameters
(TI)
Toepassen in oppervlaktewater (T3)
Bepalende parameters
PAK
PAK
Zink
Sterk
Koper
Niet
Koper
verontreinigd
Zink
Interventiewaarde
Minerale 57,
Verspreidbaar op het aangrenzend perceel of weilanddepot (<10 km van de
verspreidbaar
>
Minerale
Handelingskader PFAS (Poly- en Perfluoralkylstoffen) De getoetste
analyseresultaten van de onderzochte waterbodemmonsters zijn weergegeven in bijlage PFAS-toetsing. analysecertificaten zijn toegevoegd in bijlage "Analysecertificaten”. De resultaten zijn getoetst aan de toetsingswaarden uit het Handelingskader PFAS (conform Besluit bodemkwaliteit). Voor PFAS zijn in de Wet bodembescherming geen normen en/of toetsingsmogelijkheden bekend. Het Handelingskader PFAS geeft voor grond echter wel invulling aan de zorgplicht aan de toepassingsnormen voor grond. De
In onderstaande tabel zijn de toepassingsnormen uit het ‘Handelingskader PFAS-houdende grond en (ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (lenW) d.d. 13 december 2021 voor het toepassen van
baggerspecie’ grond op
landbodem weergegeven. In de tabel zijn alleen de relevante categorieën opgenomen. Tabel 5.5: Toepassingsnormen
voor
PFAS houdende grond op landbodem
PFOS 4.l
Grond
PFOA
Overige
PFAS
toepassen
Bodemkwaliteitsklasse Wonen
of industrie
Landbouw/natuur Wonen of industrie en/of Landbouw/natuur 4.3
Grond
grootschalig
toepassen
Bepalingsgrens (0,1 ug/kg)® dan
10%
bedraagt. Als het gehalte organisch stof ligt tussen 10-30% dient wel een bodemtypecorrectie uitgevoerd te worden. organisch stof boven de 30% is aangetoond dient het gehalte organisch stof van 30% gebruikt te worden bij de bodemtypecorrectie. Tenzij een lokale maximale waarde is vastgesteld. Met toepassingswaarden voor PFAS wordt bedoeld de waarde voor alle overige PFAS-verbindingen, te toetsen per stof (dus niet gesommeerd). PFOS en PFOA worden getoetst aan de hand van de sommatie van de concentraties lineair en vertakt. (geanonimise rd) (Regeling bodemkwaliteit), ervan uitgaan dat de kwaliteit van de grond, grondwater, baggerspecie, bodem, bodem of oever | van een oppervlaktewaterlichaam voldoet aan de toepassingswaarden. Als het gehalte
2) 3)
4)
21 augustus 2024
13/21
DeParelvanBaarn
5. 8.
Overschrijdingengrondengrondwater In de volgende tabel zijn voor de stoffen de PFOA , PFOS en overige PFAS de overschrijdingen in grond weergegeven.
SMM01 1)
5. 9.
PFDoDA (02) , PFTeDA (01) , PFOS (043) , EtPFOSAA (01) , -betekent geen overschrijding
Landbouw/Natuur
-
Nee
Onderzoeksresultatenkwantiteit Voor het presenteren van de dwarsprofielen en het berekenen van de hoeveelheid baggerspecie in de watergang zijn de meetgegevens uitgelezen en ingevoerd in het programma WDB (Waterbodem Dwarsprofielen Beheer). De gegevens van de dwarsprofielen zijn opgenomen in bijlage 8. Door elk profiel representatief te stellen voor een bepaalde lengte van de watergang , is uit de meetgegevens de totale hoeveelheid slib tot vaste bodem berekend. Een overzicht van de hoeveelheden van de onderzochte watergang is opgenomen in tabel 5. .
MV01
1
28 / 204
, 112
2
46 / 413
, 837
3
52 / 936
1638 ,
4
49 / 470
, 221
5
41 / 373
472 ,
Totaal
328,
Er is slechts een laagje slib van 1 tot enkele cm aanwezig. Opgemerkt wordt dat er bovenop het slib nog een laag 3 blad-en takafval aanwezig is van ca. 5 cm. Ingeschat wordt dat er ca. 100 à 150 mblad-en takafval op de bodem ligt. 5. 10.
Asfaltonderzoek Het analyseprogramma is erop gericht om het PAK-gehalte
van de
asfaltlaag (aangebracht vóór 1995) te verifiëren.
In het laboratorium zijn de te onderzoeken lagen gemalen en geanalyseerd op de parameter polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). Het PAK-gehalte is bepaald middels de kwantitatieve HPLC-methode. Voor het indicatieve onderzoek is 1 asfaltmonster genomen.
21 augustus 2024
14/ 21
DeParelvanBaarn
In tabel 5. 3is een overzicht van het representatieve monster gegeven en een beoordeling van de analyseresultaten.
1
5. 11.
ASF
van
tot
0
3
Ja
Besprekingonderzoeksresultaten
Het slib uit monstervak SMM01 is Sterk Verontreinigdop landbodem en in oppervlaktewater. De vrijkomende Niet Er zijn PFAS verbindingen boven de bepalingsgrens aangetroffen. Op basis van het Handelingskader PFAS voldoen de
PFOS/PFOA overschrijden de INEV-waarde niet.
3 In totaal is er 328, mbaggerspecie aanwezig in de vijver.
Het asfalt van de onderzoekslocatie bevat gehaltes PAK boven de 75 mg/kg ds , namelijk 220 mg/kg ds. Het asfalt wordt als teerhoudend beschouwd en is daarom beoordeeld als niet geschikt voor herbruikbaar als niet-vormgegeven
bouwstof.
21 augustus 2024
15/ 21
DeParelvanBaarn
6.
Hydrologie
6. 1.
Doelvanhetonderzoek Het doel van het onderzoek is het bepalen van de bodemopbouw en het verkrijgen van aanwezigheid van water in de bodemter plaatse van de onderzoekslocatie. Ten behoeve van dit doel zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: bepaling bodemopbouw tot circa 50, m-mv; Bepaling van de aanwezigheid van water in de bovenste laag van de bodem
6. 2.
Uitgevoerdewerkzaamhedenenonderzoeksopzet/methode Het onderzoek betreft het uitvoeren van 5boringen tot maximaal50, m-mv. Vanwegehet ontbreken van een grondwaterspiegelzijn er geen peilbuizen geplaatst. De situatietekening inclusief de boorlocaties is weergegeven in bijlage 1. De locaties zijn in overleg met de opdrachtgever bepaald. In tabel 6. 1is de onderzoeksopzet weergegeven.
2x tot 50, m-mv 3x tot 40, m-mv Van het opgeboorde materiaal is een boorbeschrijving conform NEN 5104 gemaakt.
Het boorprofiel bestaat voornamelijk uit zwak siltig , matig fijn zand. Ook zijner bij alle boringen sporen roest in de profielen aangetroffen. Ter plaatse van boring 103 is een zwak betonhoudendegrindlaagmet sporen baksteen aangetroffen op een diepte van 05, 08, m-mv. Voor een specifieke beschrijving van de bodemopbouw wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 5.
6. 3.
Besprekingresultatenboringen Er is in de boringengeen water aangetroffen. Ook zijn er geen waterhoudendelagen aangetroffen. De locatie van het lekvan de vijver kan niet afgeleid worden aan de hand van dit onderzoek. Het is aannemelijk dat het water rechtstreeks onder de vijver in de bodem infiltreert , of over een groot oppervlakverdeeld de bodem in terecht komt.
6. 4.
Grondwaterpomp Er is een inventarisatie gedaan naar de opties om het water in de vijver bij te vullen en op peil te houden. De watertoevoer van de vijver is nu volledig afhankelijk van hemelwater. De enige optie om het water bij te vullen is op dit moment om leidingwaterte gebruiken.
Omdat er geen andere watergangen in de buurt van de vijver aanwezig zijn is er gekeken naar de optie om een ,
grondwaterpomp te installeren. Hiervoor is er contact opgenomen met het waterschap Vallei en Veluwe om 3 informatie over de mogelijkheden en vergunningen op te vragen. Bij een onttrekkingshoeveelheid tot 12. 000 mwater per jaar is geen vergunning nodig maar kan worden volstaan met een melding. Het grondwater op de locatie staat op ca. 16 m-mv. Dat betekent dat voor voldoende onttrekking een bron tot ca. 20 à 25 m-mv geplaatst moet worden. Op warme/zonnigedagen kan er uit een ondiepe vijver afhankelijk van de
21 augustus 2024
16/ 21
DeParelvanBaarn
omstandigheden ca. 5à 15mm water per dag verdampen. In een week tijd is dat dan ca. 35 à 105mm , oftewel 3à 10 cm. Daarnaast is er mogelijk sprake van lekkage naar de ondergrond. In het geval dat er in een week 10 cm water uit 2 de vijver verdampt/lekt is dat over een oppervlak van 2. 700 mca. 270 m.3 Indien gedurende een half jaar water 3 3 bijgevuld moet worden betreft dit 26 weken x 270 m= 7. 020 m. Hiermee is de onttrekking niet vergunningsplichtig. 3 uur aanbevolen. Deze Om in droge periodes de vijver te vullenwordt een pomp met een capaciteit van ca. 30 mper pompen zijn te plaatsen in de bron(diameter ca. 160 mm) waardoor geen grote pompput benodigd is. ,
De globale werkzaamhedenvoor een bron en grondwaterpomp zijn hieronder beschreven: Boren bron tot ca. 25 m-mv en afwerken met bronfilter diameter 160 mm Aanschaf en plaatsen bronpomp Afwerken bron
Aansluiten (kracht)stroomvoorziening Aanleggen uitstroomvoorziening 6. 5.
Overigehydrologischemaatregelen In een groot deel van het jaar staat er te weinig water inde vijver. De oorzaken van de lage waterstand zijn een vermoedelijk lek in de onderafdichting en verdamping.
Om voldoende water in de vijver te krijgen en houden kunnen naast het bijvullen van de vijver met leidingwater of grondwater ook nog aanvullende maatregelen worden genomen. Hieronder staan enkele mogelijkheden kort benoemd: Hemelwater van omliggende daken en wegen in de vijver laten afstromen. Vanaf daken is dit vrij ingrijpend , maar mogelijk is te combineren met werkzaamheden die in de toekomststaan gepland. Het hemelwater van de wegen direct rondom de vijver stroomt momenteel vrij de bermen in. Met behulp van een molgoot en kolken of een gootsysteem is dit water op te vangen en te leiden naar de vijver; Door de vijver dieper te maken , warmt het water in de vijver minder snel op en verdampt het water minder snel; Door een meer natuurlijke onderafdichting te maken , in plaats van zwart asfalt , warmt het water minder snel op en verdampt er minder; Door , waar mogelijk , de vijver wat kleiner te maken verkleint ook het wateroppervlak , waardoor de verdamping per liter water afneemt.
21 augustus 2024
17/ 21
DeParelvanBaarn
7.
Ecologischonderzoek
In opdracht
van de Gemeente Baarn is een ecologisch quickscanuitgevoerd ter plaatse van de Wilhelminavijver (Briefrapportage ecologische quickscan Bureau Buitenwaard d. d. 20-09-2023). Dit onderzoek bestaatuit een literatuuronderzoek en een verkennend veldbezoek. Dit veldbezoek heeft plaatsgevonden op 21 augustus 2023. Uit ,
dit onderzoek zijn de volgende conclusies
,
en
vervolgstappen naar voren gekomen:
Mogelijk kunnen er negatieve effecten optreden
voor
vleermuizen , broedvogelsalgemeen (incl. cat. 5) , reptielen en
amfibieën: Vleermuizen: Verblijfplaatsen , foerageergebied en vliegroutes De vleermuis heeft zijn verblijfplaats in gebouwen en (holle) bomen. Ter plaatse van de vijver staan (oude) bomen die mogelijk door vleermuizen bewoond kunnen zijn. Ook kan niet worden uitgesloten dat het gebied wordt gebruikt voor vliegroutes en als foerageergebied. Verstoring kan worden voorkomen door terughoudend te zijn met verlichting om uitstraling naar deomgeving te voorkomen. Broedvogels algemeen (incl. cat. 5): nesten In bomen of openingen in gebouwen kunnen vogels , zoals de ekster , bonte vliegenvanger en gekraagde roodstaart , hun nest hebben gebouwd. Ook moet er rekening worden gehouden met broedende vogels op de grond , zoals de wilde eend. Om de verstoringvan deze vogels te ontmoedigen dient de onderzoekslocatie buiten het broedseizoen (15 augustus tot 1 maart) ontdaan te worden van begroeiing en deze kort te houden tijdens het broedseizoen. Als werkzaamheden in het broedseizoen plaatsvinden , dienthet plangebieden directe omgeving hiervan vooraf door een ecoloog te worden gecheckt op de aanwezigheid van broedvogels. Reptielen: leefgebied Op enkele locaties in de omgeving van het gebied komen de hazelworm levendbarende hagedis en ringslang voor. Het gebied ligt op enige afstand van het bekende leefgebied van deze soorten. Het is desondanks mogelijk dat ,
zwervende dieren de locatie bereiken. De vijver kan incidenteel worden bezocht door de aan water gebonden ringslang. Er is geen nader onderzoek nodig; wel dient de algemene zorgplicht. Hiervoor wordt geadviseerd om de vegetatie in de werkzone kort te houden. -
Amfibieën: leefgebied.
In het plangebied dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van (zwervende) algemene amfibieën zoals bruine kikker , bastaardkikker , kleine watersalamander en gewone pad. Voor deze soorten is in het plangebied in beperkte mate voortplantings-enlandbiotoop aanwezig. Provinciaal is bij ruimtelijke ontwikkelingen een algemene vrijstelling voor deze soorten van toepassing. Dit betekent dat werkzaamheden binnen het leefgebied van een soort kunnen plaats vinden zonder verdere ontheffing. Wel dient datgene gedaan te worden dat redelijkerwijs van een initiatiefnemer verwacht kan worden , om schade aan eventueel aanwezige fauna te voorkomen. Hiervoor wordt geadviseerd om de vegetatie in de werkzone kort te houden. Voor de aquatische amfibieën dient men tussen 1 september en 15 maart (buiten voortplantingsperiode) de werkzaamheden uit te voeren. In het algemeen wordt er ook geadviseerd ommaatregelen te nemen voor vissen om schade te voorkomen. Hierbij gaat het over ecologsichebegeleiding tijdens de werkzaamheden en dat werkzaamheden plaatsvinden als er geen sprake is van vorst (luchttemperatuur > 0 ºC) en er geen sprake is van ijsvorming (watertemperatuur > 5 ºC). De bevindingen en vervolgstappen zijn per soortgroep
weergeven
21 augustus 2024
in tabel 8. 1.
18/ 21
DeParelvanBaarn
Flora
Geen overtreding art. 3. 5 of 3. 10
N. v. t.
Gebonden zoogdieren
Geen overtreding art. 3. 5 of 3. 10
N. v. t.
Vleermuizen
Mogelijk overtreding art. 3. 5 of 3. 10
Toepassen voorzorgsmaatregelen
Vogels jaarrond (cat. 1-4)
Geen overtreding art. 3. 1
Zie onder vogels algemeen
Vogels jaarrond bijzondere omstandigheden (cat. 5)
Mogelijk overtreding art. 3. 1
Zie onder vogels algemeen
Vogels algemeen (incl. cat. 5)
Mogelijk overtreding art. 3. 1
Werkzaamheden uitvoeren buiten het broedseizoen of na een broedvogelcontrole
Reptielen
Geen overtreding art. 3. 5 of 3. 10
Vegetatie in werkzone kort houden
Amfibieën
Mogelijk overtreding art. 3. 5 of 3. 10
Vissen
Geen overtreding art. 3. 5 of 3. 10
Vlinders , libellen en overige ongewervelden
Geen overtreding art. 3. 5 of 3. 10
N. v. t.
Weekdieren
Geen overtreding art. 3. 5 of 3. 10
N. v. t.
21 augustus 2024
Vegetatie in werkzone kort houden (oevers) , werken buiten voortplantingsseizoen (water) Sterfte voorkomen , afvangen aanwezige vis
19/ 21
DeParelvanBaarn
8.
Maatregelenonderafdichting
8. 1.
Inleiding Vermoedelijk is de onderafdichting van de vijver lek door de scheuren en barsten in het asfalt. In dit hoofdstuk beschrijven wij 3 mogelijke maatregelen om de vijver van een dichte onderafdichting te voorzienmet daarbij de voor en nadelen van de maatregelen. Tevens staan de globale kosten per maatregel opgenomen.
8. 2.
Reparatiehuidigebodem De huidige bodem bestaat uit asfalt/bitumen/betonmet grove scheuren. Om deze waterdichtte kunnenkrijgen moeten de werkzaamheden uit onderstaande tabel worden uitgevoerd.
Droogpompen vijver en verwijderen bladafval en baggerspecie Reinigen asfalt Repareren grote scheuren(inschatting) Aanbrengen vloeibaar rubber afdichting Dit is de minst ingrijpende maatregel op de huidige situatie. Hiermee wordt de restlevensduur van de vijver verlengd. Echter bestaat er dan nog wel het (beperkte) risico op scheuren van de asfaltlaag. De vloeibare rubber afdichting kan dit niet voorkomen. Daarnaast wordt de waterdiepte hiermee niet vergroot en zullen er weinig mogelijkheden zijn voor planten en dieren in de vijver.
8. 3.
Vervangenhuidigebodemvoorfolie Een andere optie is het verwijderen van de huidige bodem en deze vervangen voor een waterdichte EPDM folie. Optioneel kan deze dieper worden gelegd om meer watervolume te generen. De werkzaamheden hierbij staan in onderstaande tabel weergegeven.
Droogpompen vijver en verwijderen bladafval en baggerspecie Verwijderen asfalt/bitumen/beton 6 cm dik en afvoeren als teerhoudend Leveren en aanbrengen folie (optioneel: uitgraven 05, meter schoon zand en afvoeren) (optioneel aanbrengen vrijkomend zand op folie leidt tot besparing op afvoergrond) Bij deze variant wordt de oude onderafdichting verwijderd en vervangen voor een folie. Deze folie heeft een levensduur van minimaal 75 jaar. Omdat het asfalt teerhoudend is , bepaalt dit grotendeels de kosten. Het folie kan op een gewenste diepte worden aangebracht , maar daarvoor dient dat wel aanvullend graafwerk te worden verricht.
21 augustus 2024
20/ 21
DeParelvanBaarn
Indien gewenst kan op het folie een zand-of grondlaag worden aangebracht waarop planten kunnen groeien. Dit heeft een positief effect op de waterkwaliteit.
8. 4.
Vervangenhuidigebodemvoorkleibodem De derdeoptie is het verwijderen van de huidige bodem en deze vervangen voor een kleibodemvan 05, m dik. Optioneel kan deze dieper worden gelegd om meer watervolume te generen. De werkzaamheden hierbij staan in onderstaande tabel weergegeven.
Droogpompen vijver en verwijderen bladafval en baggerspecie Verwijderen asfalt/bitumen/beton 6 cm dik en afvoeren als teerhoudend Uitgraven 05, meter schoon zand en afvoeren Leveren en aanbrengen klei/leem (optioneel: uitgraven 05, meter extra schoon zand en afvoeren) Bij deze variant wordt de oude onderafdichting verwijderd en vervangen voor laag klei van 05, m dik. Dit is een oplossing met volledig natuurlijke materialen. Er dient echter wel meer zand/grond ontgraven en afgevoerd te worden terwijl de klei van elders aangevoerd dient te worden. Dit leidt tot veel transportbewegingen. De kleilaagkan op een gewenste diepte worden aangebracht , maar daarvoor dient dat wel aanvullend graafwerk te worden verricht. Op de kleilaag kunnen plantengroeien. Dit heeft een positiefeffect op de waterkwaliteit. Een kleilaag volledig waterdicht krijgen en houden is een uitdaging. Doorworteling van planten kan leiden tot lekkages.
21 augustus 2024
21/ 21
Bussum
Professorenwijk
Zandvoort
Bilthovén Soesterberg
Esri Nederland, Community xz8}--Map Contributors
Wilhelminapark
Transvaal
Amaliapark
Prins
Hendrikpark
N234|N221)
(geanonimiseerd) |
Gemeente
Onderzoekslocatie Coördinaten
Esri Nederland,
Community Map
Contributors
Opdrachtgever
De Parel omschi:
Baarn Baarn
van
Regionale ligging —
(geanonimiseerd)
x
=
147.145
Y
=
469.327
ECE NE
a
DEFINITIEF
Nm ingenieursbureau
Land
EES
79007.01-01 ri
Goti lelJOld S/E
ols on
zoo
apo rg
dAIeKOIdhon $z0-z0-pz Buiyredur
use g
uea puej
neingsinejue6uy
wnzeq Z00
jesed dMa eq
_
/
10 0-0 0 10°2062 (0)1pera W eyepug
(geanonimise rd)
00'0 LoSL 670 OS 0 0'0
Bujuoyer opens
jedeweudo weyuerog polgeg zoeloud sflupoa
legosdsemg Buraliuyoseg
(@ogr o (o)o oro @o 0'o
(ws)
PIL
re
r
res
09 aboop
Fost
r
vst
(w)
(zw)
(ci)
(cu)
ardoipsejem Bua puejsag puopfwuan ppsuopoliunu6en (w)
zw
pedsopjod redeweudo wnwken opuajedeg joyoud (cw)zwsebeg Joôbeg ensen (w)
jen
nr a a
B
na v
le r a
P e D 10 , 00 9
7e 7G :
nr a a
Be tn
e m e :