CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

250409 Verslag Oordeelsvorming in de raadscommissie 9 april 2025 concept

Oordeelsvorming in de raadscommissie 21 mei 2025, gemeente BaarnBij agendapunt: Vaststellen verslag van Oordeelsvorming in de raadscommissie van 9 april 20254.698 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Baarn Bijeenkomst “Oordeelsvorming in de raadscommissie” Verslag van de openbare bijeenkomst, gehouden op woensdag 9 april 2025 in de raadszaal van het gemeentehuis

Voorzitter:

de heer J.M. Jonkers

Griffier:

mevrouw C. Heusingveld

Aanwezig:

de heer A. van den Berg (GL), de heer J.J.G. Bosman (GL), de heer V.A. Brinkman (PvdA), de heer R.M. Bruins (CU), mevrouw S. Bruijstens (PvdA), mevrouw M.L. Deurloo (Lijst Mylou Deurloo), de heer M.J.P.M. van der Donk (CDA), de heer W.J.L. Genuit (GL), de heer M.A.C. van Grinsven (VoorBaarn), de heer H.J. van Hardeveld, mevrouw G. Haverkamp (D66), (CDA), mevrouw E.M. Jacobson (50PLUS), de heer D.D. Kolt ((VoorBaarn), de heer M.R. Korkmaz (VVD), de heer C. Krimp (CDA), de heer A.F.M. van der Linden (PvdA), mevrouw A.M. Martens (VVD), de heer J.C.A. van Loon (50PLUS), mevrouw S.H.B. Oortman Gerlings-van Hal (VVD), de heer A.P. van der Padt (VVD), de heer M.R.N. Schouten (Lijst Schouten), de heer A.R. Stolk (VVD), de heer T. Stroo (D66), mevrouw C.J. Struijk-Cramer (D66), mevrouw S.P.C. Visser (Lijst Mylou Deurloo) en de heer R. van Wijk (CDA)

Overige aanwezigen:

de heer H.B. Prakke (wethouder), jhr. M.A. Röell (burgemeester), de heer M.R. Veldhuizen (wethouder) en de heer S. de Vries (wethouder)

1.

Opening, vaststelling agenda en mededelingen

De VOORZITTER heet iedereen om 20.00 uur van harte welkom. Op advies van de raadscommissie van 2 april kunnen de volgende raadsvoorstellen direct door als hamerstuk: Verklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning Hof van Baarn EemnesserwegLaanstraat, Budgetoverhevelingen van 2024 naar 2025, Onttrekking aan de openbaarheid van grond bij de Koudelaan en Kadernota 2026 BBS-uitvoeringsorganisatie. De heer VAN GRINSVEN wenst door de duidelijke beantwoording van de vragen door de portefeuillehouder het onderwerp Proeftuin Buurtgezinnen start in Baarn van de agenda halen. De VOORZITTER constateert dat de agenda hiermee gewijzigd wordt vastgesteld. Mevrouw Koenders is verhinderd. Wethouder Veldhuizen viert vandaag zijn verjaardag en de commissie zingt hem van harte toe met Lang zal die leven. 2. Vaststellen verslag van Oordeelsvorming in de raadscommissie van 19 maart 2025 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

1

3. Actualisatie meerjaren onderhoudsplan (MJOP) (1166084) De heer KRIMP maakt zich grote zorgen over dit meerjarenplan want de kosten stijgen in vergelijking met de vorige meerjarenbegroting van 5,8 tot maar liefst 13,2 miljoen. Van dat bedrag wordt maar liefst 7,6 miljoen doorgeschoven naar 3 volgende collegeperioden. Ook baart zorgen de extra hoge dotaties die in 2024 en 2030 worden gedaan, gecombineerd met de onduidelijkheid van de opbrengst van de eventuele verkoop van niet-strategisch vastgoed. In de huidige vorm zal het CDA niet instemmen met dit voorstel. Is de raad het met het CDA eens dat het wenselijk is om het college te vragen substantieel lagere onderhoudslasten door te schuiven naar toekomstige collegeperiodes, dat het voor de besluitvorming zinvol is om een duidelijker splitsing te maken tussen het m-deel en het p-deel voor het strategisch vastgoed ten opzichte van het MJOP voor het niet-strategisch vastgoed en is de raad bereid om de wethouder te vragen om deze splitsing aan te brengen en bij het niet-strategisch vastgoed onder voorbehoud een voorzet te doen van de mogelijke te verwachten potentiële verkoopopbrengsten? Dan worden jaartotalen bedoeld en niet zozeer afzonderlijke bedragen per object. Dan kan ook een betere inschatting worden gemaakt van de echte effecten op het strategisch deel.

Is de raad ook van mening dat het wenselijk is om versneld inzicht te krijgen in welke vastgoedprojecten strategisch zijn en welke niet, met name om een keuze te kunnen maken zodat sneller dan nu gepland is kan worden gestart met het op de markt aanbieden van die objecten? Door die snelle analyse inclusief de objectieve taxatie kan ook sneller en met meer nauwkeurigheid een beeld worden gegeven van de reële onderhoudskosten en de benodigde jaarlijkse dotaties. Dat zorgt voor het verlagen van de onderhoudslasten en het voorkomen van het uitvoeren van onnodig onderhoud aan niet-strategisch vastgoed wat dan eventueel kan worden gedaan door de nieuwe koper. Het CDA is bang dat beslispunt 5 zorgt voor weer een extra onderzoek door een extern bureau zonder een duidelijke taakstelling en resultaatsverplichting. Het hoeft niet zo ingewikkeld te zijn om de lijst van niet-strategische vastgoedobjecten vast te stellen. De huidige ambtenaren zijn competent genoeg om dat onderzoek zelf te doen en het hoeft dan niet te worden uitbesteed aan een extern bureau. Is de raad eventueel bereid om een motie op dit vlak te steunen? De heer VAN DER LINDEN vindt het goed om te lezen dat de valbeveiliging gekeurd wordt en zo nodig wordt hersteld. Er is sprake van achterstallig onderhoud maar dit is ook een kans om gerichte acties te ondernemen en de staat van het gemeentelijk vastgoed te verbeteren.

Het gekozen onderhoudsniveau is realistisch, die een goede bereikbaarheid van de gebouwen voor bezoekers en medewerkers garandeert zonder een verwaarloosde indruk achter te laten. Het voorgestelde besluit voor wat betreft de financiën getuigt van een weloverwogen aanpak die de begroting op korte termijn zo min mogelijk belast en tegelijkertijd de ruimte biedt voor strategische beslissingen op langere termijn. Optie 3 geeft wel een risico voor het jaar 2030 want dan is een dotatie van 4,9 miljoen in de voorziening vereist. Door het gemeentelijk vastgoed kritisch te beoordelen op toekomstbestendigheid en maatschappelijk rendement kan de gemeente besparingsmogelijkheden inventariseren en wel overwogen keuzes maken over vernieuwbouw of afstoting. In lijn is het dekken van de kosten via de algemene reserve voor het inzetten van tijdelijke capaciteit. De heer KOLT is voor het voorstel en niets doen is geen optie. De heer STOLK heeft moeite met beslispunt 4. Er wordt hier een voorschot genomen op iets wat nog niet binnen is en het is altijd gebruikelijk geweest dat wanneer vastgoed wordt verkocht dit direct terugvloeit naar de algemene reserve. Op deze manier wordt het overzicht kwijtgeraakt en een duidelijk onderliggend plan is er bij die 2,5 miljoen ook nog niet. 2

Is de raad het met de VVD eens dat het wel heel raar is dat toekomstige gelden die mogelijk worden ontvangen nu al in een voorziening worden gestort? Mevrouw DEURLOO vindt het raar klinken dat ondanks een onvoldoende onderhoudsniveau in de afgelopen jaren de gemeenteraad nu toch moet beslissen over een meerjaren onderhoudsplan terwijl de gemeente daarvoor de capaciteit nog steeds niet heeft. Er zou dus eigenlijk bij de beslispunten moeten staan het verhogen van capaciteit, extra personeel of extra uitvoerders. Hoeveel mankracht is er nodig om het achterstallig onderhoud binnen een bepaalde gestelde periode te voltooien.

Om hoeveel personen gaat het bij beslispunt 5, hoe lang is tijdelijk en hoe gaat dit in de uitvoering versnelling opleveren? Kan de wethouder een inschatting maken dat er met structurele extra capaciteit het achterstallig onderhoud in de komende jaren wel kan worden ingehaald? Kunnen de ambtenaren op basis van een simpel prioriteitenlijstje uitvoerders direct aan de slag laten gaan? Waarom wordt er nu pas aan de alarmbel getrokken qua achterstallig onderhoud? Het gemeentehuis aan de stationszijde is net helemaal vernieuwd maar waarom blijft daar voor de komende jaren dan toch het hoogste onderhoudsbedrag gereserveerd staan? Zijn de andere fracties ook van mening dat het misschien beter is om geen extra geld in de tijdelijke professionaliseringsslag te steken maar dat er ambtelijk zo snel mogelijk een prioriteitenlijstje wordt gemaakt van welke gebouwen er het ergst aan toe zijn en dan het geld inzetten door extra onderhoudsuitvoerders aan te sturen? De heer SCHOUTEN vraagt zich af of het echt zo is dat wanneer je meer werk geeft bij een aanbesteding de prijs dan ook lager wordt.

Gaat een aannemer dat risico nemen met een enorm turbulente markt wat betreft personeelskosten en materiaalkosten en telt social return of investment niet meer mee? Bovendien staat gemeentelijk vastgoed in de ene raadsperiode in de etalage en wordt het in de volgende raadsperiode uit de etalage gehaald. Er wordt geïnvesteerd in de Trits maar mede gezien de leeftijd van het gebouw is het duur in onderhoud. Toch wordt er overwogen om flinke investeringen in duurzaamheid te doen want het Rijk betaalt tenslotte. Worden de onderhoudskosten daadwerkelijk naar beneden gebracht of is het niet veel duurzamer om nieuw te bouwen? Daar wordt ook al voorzichtig over gesproken in de sportvisie. Wellicht kan het terrein van de brandweer worden herbestemd nadat die bijvoorbeeld is ondergebracht naar het terrein langs de Drakenburgerweg, de grond van Staal, alwaar een moderne kazerne gebouwd zou kunnen worden. De vraag is of hiervoor extra handjes nodig zijn voor een bedrag van € 90.000. Wanneer je een civiel kunstwerk moet bouwen kun je ook je oor te luisteren leggen bij een Baarnse bruggenbouwer of een gepensioneerde Baarnse aannemer zou een nuttig advies kunnen geven bij een project. Er valt hier nog veel winst te behalen, ook in het kader van een volgende begroting.

De heer BRUINS heeft gezien alle debatpunten en opmerkingen van andere raadsleden nog geen standpunt ingenomen over het raadsvoorstel. De heer VAN LOON meldt dat voor het voorstel zal worden gestemd. Wat betreft optie 3 is er in eerste instantie geen directe financiële aanpassing nodig maar de risico’s worden wel vooruitgeschoven door een dotatie te doen in 2029. In vergelijking met de andere opties is deze het meest geschikt want regeren is vooruitkijken. Mevrouw STRUIJK is vooralsnog voor het voorstel omdat er niet echt een keuze is. Het onderhoudsniveau dat wordt voorgesteld is een hele realistische variant. Daar komt bij dat de afgelopen jaren alle prijzen gestegen zijn. Die dotatie is een plicht voor de gemeente. Dat dit niet uit de begroting maar uit het jaarrekeningresultaat gaat is een heel goed voorstel. Dit jaar komt nog een voorstel van het college wat wel en niet moet worden behouden van het gemeentelijk vastgoed en

3

daar kan de raad dan wat van vinden. Rekening houden met de mogelijke opbrengst is niet te vroeg maar vooruitkijken naar wat er nog gaat komen. Vorige week is de vraag gesteld hoe wordt omgegaan met het geld dat afgelopen jaar niet is uitgegeven omdat er te weinig capaciteit was en het college heeft daar goed op geantwoord. Het gezamenlijk aanbesteden is een hele goede stap vooruit omdat een aannemer dan rekening houdt met een bepaalde hoeveelheid werk. Wethouder PRAKKE merkt op dat de capaciteit zo beperkt is dat er nog niet is toegekomen aan de strategische analyse van het gemeentelijk vastgoed en daarvoor wordt bij beslispunt 5 een verzoek aan de raad gedaan. Er worden directe vragen gesteld maar het mooiste zou zijn om in december het nadere voorstel met de raad te bespreken om dan wel overwogen keuzes te gaan maken. Wanneer de raad hiermee niet instemt en er gebeurt niets in de strategische analyse, dan dient over 5 jaar 4,9 miljoen te worden toegevoegd vanuit de algemene reserve. Daarom het idee om ongeveer de helft daarvan uit de opbrengst van verkoop van vastgoed daaraan toe te voegen. Het is financieel degelijker beleid om nu alvast die opbrengsten daaraan toe te voegen. De € 90.000 is opgesplitst in 2 delen: € 30.000 is nodig om de gezamenlijke aanbesteding te gaan doen en het systeem in te richten om die professionaliseringsslag te maken.

Dan is er geen extra capaciteit en mensen nodig voor de komende jaren omdat het op een andere manier in de markt wordt gezet en dan kan de gemeente met de bestaande capaciteit de regie daarop voeren. Als de raad een andere invulling wil dient aan de raad een voorstel te worden gedaan voor extra fte en mensen aannemen in de komende jaren en dat prijskaartje is veel hoger dan die € 30.000 nu om met een andere systematiek en aansturing te gaan werken. De € 60.000 is nodig om de strategische analyse te kunnen doen. Dat lukt niet met de bestaande capaciteit want er zijn een aantal andere dossiers zoals de Wintertuin, de Furs et cetera die ook aandacht vragen van de enige medewerker Vastgoed. Structureel is er geen extra geld nodig wat betreft vraag 2 van mevrouw Deurloo. Door het anders in de markt te zetten kan sneller aan de slag worden gegaan met de bestaande capaciteit. Eén keer in de 5 jaar wordt dit onderhoudsplan gemaakt. Uit de analyse eind vorig jaar bleek de mate van achterstand die is opgelopen. De bedragen van het nieuwbouwgedeelte van het gemeentehuis zijn vanuit het oude plan meegenomen. Die bedragen zijn ter indicatie voor het externe bureau maar de gemeente kan nu moeilijk inschatten wat over 6-8 jaar precies het bedrag voor onderhoud zou moeten zijn.

De € 60.000 is niet alleen voor het maken van een prioriteitenlijst maar er zal ook een voorstel komen wat de gemeente in de komende jaren wil afstoten zodat er uiteindelijk voor kan worden gezorgd dat de gemeente minder aan onderhoud kwijt is. Het gaat dan om de onderbouwing van waarom iets wordt afgestoten en wat voor vastgoed in stand moet worden gehouden vanwege bepaalde maatschappelijke bijdragen. Het gaat dus om alle 40 panden hoe daarmee moet worden omgegaan, wat is wel en niet strategisch et cetera. De heer KRIMP vraagt of de raad het met het CDA eens is dat het wenselijk is om het college te vragen om substantieel lagere onderhoudskosten te verschuiven naar toekomstige collegeperiodes. Het bedrag wat doorgeschoven wordt is aanzienlijk. In december komt de uitslag van de strategische analyse maar het bedrag dat er nu staat. Het is niet wenselijk dat dat wordt doorgeschoven naar volgende periodes. De heer KOLT vraagt wat er gebeurt als het niet zou worden doorgeschoven want de voortgang hierin zou toch niet moeten worden belemmerd. De heer KRIMP zegt dat het streven van het CDA niet is om het onderhoud stil te leggen. Het doel is om het plan zodanig te verbeteren dat er veel meer garantie is dat de last voor de volgende 4

collegeperiode niet onacceptabel wordt doorgeschoven. Gezien wat er voorheen in de begroting stond kost dit de Baarnse burger 20-€ 25 per jaar en inmiddels is dat gestegen tot € 55. Dit betekent dat het volgende college moet proberen om dit ook weer onder controle te krijgen. Het CDA wil meer grip op het onderhoud en vandaar de vraag om het plan zodanig te verbeteren; het is niet de bedoeling om de voortgang te frustreren maar om wel cijfermatig uit te komen op een structureel veel mindere last en vandaar ook de volgende debatpunten over strategisch versus niet-strategisch en de onderhoudskosten die daarin zitten. De heer KOLT merkt op dat de kosten door het achterstallig onderhoud zijn opgelopen. Waar probeert het CDA te sturen? De heer KRIMP vindt dat duidelijker een onderscheid moet worden gemaakt tussen strategisch en niet-strategisch om de keus te maken om niet-strategisch sneller dan nu het plan is af te stoten zodat daarvoor het onderhoud niet meer hoeft te worden gedaan. De heer VAN DER LINDEN vraagt of goed wordt begrepen dat het CDA de dotatie van 4,9 miljoen liever niet heeft want dat is doorschuiven naar de toekomst. De heer KRIMP antwoordt bevestigend. De heer VAN DER LINDEN merkt op dat 2,5 miljoen uit de opbrengst van de verkoop wordt gestort en elk jaar wordt een redelijk jaarresultaat gemaakt en dan zou het al gedekt zijn.

Er kan ook worden gegaan naar de eerste mogelijkheid dat de 5 miljoen meteen uit de algemene reserve wordt gehaald maar daar is veel protest tegen. In de financiële doorrekening wordt gezien dat tot 2029 het onderhoud volledig is gedekt met de dotaties die elk jaar gedaan worden. Mevrouw STRUIJK wijst erop dat het doorschuiven naar de volgende periode continu wordt gedaan met begrotingen. Dit is dan ook vooruitkijken en meerjarig plannen maar daar mag natuurlijk kritisch naar worden gekeken. De enige grote klap die de gemeente kan maken is het verkopen van vastgoed. Wil het CDA de Trits weg, nu al bedenken wat de gemeente moet verkopen? De heer SCHOUTEN geeft aan dat de onderhoudskosten door het vorige college al vooruit zijn geschoven want er is niets gebeurd. Het gaat nu om een meerjarenbegroting en dat is een simpel gegeven. Deze oproep van het CDA wordt dus niet begrepen. De heer VAN DEN BERG begrijpt dat het CDA een debat wil over het afstoten van niet-strategisch vastgoed maar de wethouder geeft aan dat hierover pas in december wordt beslist. Dat debat moet dus op dat moment gevoerd worden en niet nu. De heer KRIMP legt uit dat het CDA niet wil dat het bedrag van 4,9 miljoen wordt doorgeschoven. Natuurlijk moet de achterstand in het onderhoud worden weggewerkt en dat is keurig in de activiteitenlijst opgenomen.

Dat betekent wel dat het bedrag wat er nu staat aan dotatie aan het eind van de periode op is. Met goed onderhoud is er een minimaal bedrag aan dotatie nodig per jaar en daarvoor dient een potje te zijn om dat te kunnen doen. In het kader van het ravijnjaar is het goed om er dit jaar voor te zorgen dat in ieder geval overleefd wordt maar uiteindelijk wil het CDA graag dat er zo min mogelijk wordt doorgeschoven. Als er wordt doorgeschoven is het reëel om dat te doen over dat wat de gemeente strategisch zou willen behouden.

5

De heer SCHOUTEN begrijpt dat met het beslissen over strategisch en niet-strategisch vastgoed een bezuiniging kan worden bewerkstelligd maar dat is heel iets anders dan doorschuiven naar volgende periodes. Daarom wordt het debatpunt van het CDA niet begrepen. De heer KRIMP wenst dat wordt gegaan naar een structureel lager bedrag aan onderhoudskosten. Dat kan door niet-strategische objecten af te stoten en het voorkomt ook dat doorschuiven. De heer VAN DER LINDEN wijst erop dat de raad pas in december een keuze kan maken over strategisch en niet-strategisch vastgoed. Dat moet worden afgewacht. De heer SCHOUTEN stelt dat dit lijstje er wel is maar dat het opnieuw moet worden vastgesteld. De heer KRIMP is van mening dat het lijstje zo snel mogelijk moet worden vastgesteld. Vervolgens moet het meerjarenplan zo snel mogelijk worden aangepast. Aan het eind van het jaar moet er wel duidelijkheid zijn over de verkoop van niet-strategische objecten. De heer KOLT heeft er moeite mee dat nu al wordt gesproken over december 2025. De raad moet zich concentreren op het vaststellen van het raadsvoorstel dat nu voorligt. Mevrouw STRUIJK zegt dat in december kan worden geprobeerd om het bedrag van die 4,9 miljoen terug te brengen. De heer KRIMP zou graag zien een duidelijker onderscheid tussen strategisch en niet-strategisch vastgoed om te zien wat het effect is op het meerjarenplan.

Als dat in december beter kan worden gesplitst zijn er meer mogelijkheden om duidelijke keuzes te maken en te sturen. Vindt de raad ook dat die verduidelijking en splitsing in het cijfermateriaal inzichtelijk moet worden gemaakt? De heer SCHOUTEN vraagt of de heer Krimp bedoelt dat het eventuele niet-strategisch vastgoed na vaststelling daarvan ook niet meer onderhouden wordt. De heer KRIMP bedoelt dat niet. Zolang het vastgoed nog eigendom is van de gemeente dienen de kosten voor onderhoud te worden betaald. De heer VAN DEN BERG merkt op dat in bijlage 1 al een overzicht zit van de kosten van het onderhoud en dan kan het CDA zelf al een lijstje maken van niet-strategisch vastgoed waarvan het onderhoud niet meer hoeft te worden gedekt. De heer VAN DER LINDEN vraagt of goed wordt begrepen dat als een stuk vastgoed wordt afgestoten de dotatie met de onderhoudslasten daarvan elk jaar verlaagd moet worden of wil het CDA de dotatie op het niveau houden van 543.000? De heer KRIMP zegt dat als een pand wordt verkocht de dotatie aangepast moet worden voor het restant van het vastgoed dat nog in de portefeuille is. Wethouder PRAKKE wil dat in december graag inzichtelijk maken maar zolang het vastgoed in gemeentelijk bezit is moet dit worden opgenomen in het onderhoudsplan. Er kan dus inzichtelijk worden gemaakt wat het voordeel is van het afstoten.

Het komende jaar is het onderhoud gemiddeld 1,1 miljoen en de dotatie is elk jaar € 540.000. Een bedrag van 5-6 ton is nodig om op hetzelfde bedrag uit te komen en dat moet op een andere manier worden gefinancierd of door afstoten maar de grootste posten zijn het gemeentehuis met enkele tonnen en het zwembad voor 2 ton. 6

De heer STOLK vindt het voorbarig om toekomstige opbrengsten van de verkoop van vastgoed alvast in te zetten en om dat toe te voegen aan een onderhoudsvoorziening waar de raad geen grip meer op heeft. Er ligt geen duidelijk onderliggend plan voor. Een voorziening mag immers gebruikt worden. Hierover zou in december opnieuw over moeten worden gediscussieerd en dan kan het nu uit de beslispunten worden gehaald. Mevrouw STRUIJK vraagt of als dit beslispunt uit het raadsvoorstel wordt gehaald de VVD dan kan instemmen met het voorstel. De heer STOLK moet die vraag eerst in zijn fractie bespreken. De heer SCHOUTEN vraagt of de VVD het wel goed vindt dat de verwachte opbrengsten meegenomen worden in de begroting want dat is ook niet echt gebruikelijk. Daarnaast zijn diverse opbrengsten, als van het Poorthuis, al 4 keer gebruikt. Dat overzicht is er niet maar vaak wordt gezegd van dat levert zoveel op en dan is die dekking er wel. Kan de heer Stolk dat bevestigen? De heer STOLK kan dat zeker beamen want het Laanplein is ook een paar keer uit de opbrengsten van de Noordschil betaald. Daarom de grote angst om een voorschot te nemen op iets wat nog niet verkocht is. Uiteindelijk heeft het Laanplein een grote hoop geld gekost. Een te verwachten opbrengst al mee te nemen in de begroting is niet wenselijk.

De heer SCHOUTEN merkt op dat in het bedrijfsleven een te verwachten opbrengst wel wordt meegenomen in de begroting omdat je daardoor een zuiverder beeld krijgt op de totale begroting. De heer STOLK geeft aan dat de waarde van gemeentelijke panden heel laag in de boeken staat en dat wordt ook nooit in de begroting meegenomen. De heer VAN DER LINDEN merkt op dat als er geen vastgoed wordt verkocht de 2,5 miljoen van beslispunt 4 niet van de 4,9 miljoen afgaat in 2030. De heer KRIMP stelt dat in het raadsvoorstel wordt gesproken over 2,5 miljoen maar je kunt je afvragen of daar niet 4,9 miljoen van moet worden gemaakt om dat hele bedrag te compenseren. Wethouder PRAKKE legt uit dat die 2,5 miljoen gewoon een bepaald bedrag is en dat had ook 3 miljoen kunnen zijn maar het is om te laten zien dat er een opdracht ligt om in ieder geval die 4,9 miljoen naar beneden te brengen. Het voorstel voor die voorziening wordt gedaan uit het voorzichtigheidsprincipe want als de raad allerlei andere zaken gaat doen in de komende jaren vanuit de algemene reserve kan er in 2029 geen 4,9 miljoen bij wijze van spreken meer zitten in de algemene reserve. Het zit in een voorziening en dan is het zeker dat het daaruit kan komen in de komende jaren. Mevrouw STRUIJK vraagt hoe de VVD kijkt naar de uitleg van de wethouder gezien het debatpunt wat ze net heeft ingebracht.

De heer STOLK merkt op dat de raad niet meer gaat over een voorziening. Het gaat om een aanzienlijk bedrag en de raad moet daar de vinger aan de pols kunnen houden. Als er een duidelijk onderliggend plan onder ligt kan de raad daartoe besluiten om het in een voorziening te doen.

7

De heer VAN DEN BERG begrijpt de uitleg van de VVD dat het zuiverder is om het via de algemene reserve te doen maar het is niet helemaal zo dat er geen plan onder die voorziening ligt. De heer STOLK vindt het te mager dat het plan onder de voorziening nog komt. De heer VAN DER LINDEN is van mening dat het veiliger is om die 2,5 miljoen in de onderhoudsreserve te stoppen want als de opbrengst van de verkoop in de algemene reserve gaat en die daalt plotseling sterk, waar wordt dan in 2030 die 4,9 miljoen vandaan gehaald? De heer VAN DEN BERG stelt dat de raad er zelf bij is als de algemene reserve gaat dalen. De heer VAN DER LINDEN wijst erop dat er een ravijnjaar aankomt en het kan zijn dat er behoorlijke negatieve onttrekkingen uit de algemene reserve gebeuren en dan is het veilig om in ieder geval de onderhoudsreserve op een voldoende niveau te hebben zodat bijvoorbeeld ook in 2032 het gemeentehuis nog goed is. De heer KOLT merkt op dat het nu gaat over het oormerken van een bedrag terwijl als alles vanuit de algemene reserve wordt gefinancierd het niet goed komt. De heer SCHOUTEN constateert dat een deel van de raad ook oproept om zo min mogelijk uit de algemene reserve te halen. De heer STOLK wijst erop dat een reserve geen voorziening is. Over een voorziening gaat het college en de raad gaat over de reserve.

De heer VAN DER LINDEN bedoelde de onderhoudsvoorziening en hij heeft er het volste vertrouwen in dat het college daar zorgvuldig mee omgaat. De heer VAN DEN BERG begrijpt dat de heer Van der Linden de raad niet vertrouwt dat die een strategische beslissing kan nemen over wat er met de algemene reserve wordt gedaan. De heer VAN DER LINDEN vertrouwt de raad en het college volledig. Het is duidelijk dat in de toekomst het onderhoud moet gebeuren en daarvoor dient er een fatsoenlijke onderhoudsvoorziening te zijn. Als de algemene reserve per ongeluk richting 8,5 miljoen gaat door allerlei gekke dingen, want de wereld is heel apart op het ogenblik, dan is er het geld niet meer om bij wijze van spreken het gemeentehuis te schilderen. Mevrouw DEURLOO vindt het jammer dat als er al een prioriteitenlijstje is, om die € 30.000 uit te geven aan zowel de gezamenlijke aanbesteding als het maken van een strategische analyse. Als er een lijstje is kan de € 90.000 beter worden besteed aan het plegen van onderhoud.

Zijn de andere raadsleden ook van mening dat het beter is om die € 90.000 niet in een tijdelijke professionaliseringsslag te steken maar dat de ambtenaar het prioriteitenlijstje erbij pakt en dat geld inzet voor het meest achterstallige onderhoud? De heer VAN DER LINDEN memoreert dat de wethouder heeft gezegd dat er geen capaciteit is om het te doen en daar is het bedrag voor om dit fatsoenlijk op orde te brengen. Er kan niet worden gezegd dat € 90.000 uit de algemene reserve wordt gehaald om onderhoud te plegen want dat is een structurele uitgave en alleen een algemene uitgave mag uit de algemene reserve.

8

Mevrouw STRUIJK begrijpt dat er één ambtenaar is die dit beleid doet en die redt het niet om dit er even bij te doen. Op het oude lijstje staat bijvoorbeeld ook het Nutsgebouw wat eigenlijk al had moeten worden afgestoten terwijl dit recent opnieuw is geopend. Het oude lijstje moet dus herzien worden na zoveel tijd. De heer SCHOUTEN wijst erop dat het Nutsgebouw is heropend voor een periode van maximaal 5 jaar. Mevrouw STRUIJK wil er alleen maar mee aangeven dat het niet voor niets een oud lijstje is. Het moet worden herzien en dat gaat nu gebeuren. Bovendien wordt de centrale inkoop van dit bedrag betaald en dat vergt nogal wat als het gaat om een aanbesteding van dit formaat dat nog niet eerder is gedaan. Het is ingewikkeld en ook dat kost een hoop geld. De heer SCHOUTEN vraagt zich af of weer € 90.000 moet worden uitgegeven voor het maken van een plan of dat dit bedrag niet beter kan worden besteed aan onderhoud dat heel erg nodig is. Conclusie: De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raad gaat. 4. Proeftuin Buurtgezinnen start in Baarn (1143116) Dit agendapunt is vervallen. 5. Sluiting De VOORZITTER sluit de vergadering om 21.07 uur. Aldus vastgesteld in de openbare bijeenkomst Oordeelsvorming in de raadscommissie van 21 mei 2025. De griffier,

De voorzitter,

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15440256/1